CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A- 05 Openbare Orde en Veiligheid (4) 05 Uitkomst onderzoek OIS Veranderaanp

RAAD 31 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Wijzigen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in verband met het algeheel afsteekverbod van consumentenvuurwerk. Nr. VN2021-0065898.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Veranderaanpak vuurwerk Onderzoek, Informatie en Statistiek

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Veranderaanpak vuurwerk

In opdracht van: de directie Openbare Orde en Veiligheid (OOV) Projectnummer: 19288 Auteru: Eliza van der Beek Sara de Wilde

Bezoekadres: Weesperstraat 113-117

Telefoon 020 251 3333

Postbus 658, 1000 AR Amsterdam

data.amsterdam.nl

e.beek@amsterdam.nl

s.wilde@amsterdam.nl

Amsterdam, februari 2020

Foto voorzijde: Nationaal Aftelmoment 2016-2017 bij Scheepvaartmuseum, fotograaf Nico Alsemgeest (2017)

2

Inhoud

Samenvatting en conclusie

4

Inleiding

6

1 Overlast en onveiligheidsgevoelens

9

1.1 Vuurwerkoverlast 1.2 Onveiligheidsgevoelens

9 11

2 Vuurwerk afsteken

13

2.1 Belang vuurwerk afsteken in Amsterdam 2.2 Reden vuurwerk afsteken 2.3 Samen vuurwerk afsteken 2.4 Kijken naar vuurwerk in eigen buurt

13 14 14 15

3 Terugdringen van vuurwerkoverlast

17

3.1 Belang terugdringen vuurwerkoverlast 3.2 Op minder plekken vuurwerk afsteken 3.3 Beste manier om vuurwerkoverlast terug te dringen volgens jongeren

17 17 19

4 Alternatieven voor zelf afsteken vuurwerk

20

5 In vergelijking met vorig jaar

22

Bijlage 1 Vragenlijst

25

3

Samenvatting en conclusie Aanleiding en methode De gemeente Amsterdam wil een feestelijk en veilig oud en nieuw voor iedereen met minder overlast, letsel en schade en meer alternatieven voor vuurwerk. De komende jaren gaat daarom de wijze waarop rond de jaarwisseling met vuurwerk wordt omgegaan veranderen. Daarbij is er oog voor de traditionele rol die vuurwerk heeft voor Amsterdammers. De directie Openbare Orde en Veiligheid (OOV) heeft aan Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) gevraagd om, net als in 2018, onderzoek te doen naar de mening van Amsterdammers over vuurwerk rondom de jaarwisseling. OIS heeft rondom de jaarwisseling van 2019-2020 enquêtes afgenomen onder Amsterdammers via het online bewonerspanel van OIS en face-toface onder jongeren (tot en met 24 jaar) op straat. Met de enquêtes is inzicht verkregen in de ervaren overlast en onveiligheidsgevoelens door vuurwerk rondom de jaarwisseling en in het draagvlak voor het terugdringen van vuurwerkoverlast en voor alternatieven voor het (zelf) afsteken van vuurwerk. Resultaten Kijken naar vuurwerk in de buurt of straat is belangrijker dan het (zelf) mogen afsteken Ruim de helft van de ondervraagden (59%) vindt het niet belangrijk dat er vuurwerk mag worden afgestoken in Amsterdam en 79% vindt het niet belangrijk om dat zelf te mogen doen.

Dat zien we terug in het aandeel dat zelf vuurwerk afsteekt tijdens de jaarwisseling (16%). Hoewel het (zelf) mogen afsteken van vuurwerk voor de meerderheid van de respondenten niet belangrijk is, gaat ruim de helft van de (panel)respondenten (59%) wel naar vuurwerk in de eigen straat/buurt kijken. Respondenten die wel vuurwerk afsteken, doen dat vooral voor het eigen plezier of voor het plezier van hun gezelschap. Jongeren die vuurwerk afsteken doen dat meestal met vrienden (82%) of familie (39% met broers of zussen en 33% met hun ouders). 45% van de jongeren die zelf vuurwerk afsteken, doet dat buiten de toegestane tijden. Meerderheid voelt zich wel eens onveilig door vuurwerk en ervaart er overlast van Driekwart van de ondervraagden voelt zich tijdens de jaarwisseling wel eens onveilig door vuurwerk en eveneens driekwart ervaart dan wel eens vuurwerkoverlast. De meeste overlast komt van rommel op straat en geluid, wat men redelijk acceptabel vindt in vergelijking tot andere overlastvormen. Overlastvormen die minder vaak voorkomen, zoals intimiderend gedrag van mensen die vuurwerk afsteken en gevaarlijke situaties door vuurwerk, vindt men het minst acceptabel. In open antwoorden benoemen respondenten onder meer dat zij ook overlast ervaren van vuurwerk dat wordt afgestoken buiten de toegestane tijden.

Meerderheid vindt het belangrijk dat vuurwerkoverlast wordt teruggedrongen Bijna acht op de tien respondenten vinden het belangrijk dat vuurwerkoverlast tijdens de jaarwisseling wordt teruggedrongen. 20% geeft aan dat er wat hen betreft op geen enkele plek nog vuurwerk mag worden afgestoken, 57% pleit voor het licht of sterk terugdringen van het

4

aantal plekken (afsteken mag dan nog op een beperkt aantal plekken in de stad of eigen buurt). Bij het bepalen van de plekken waar vuurwerk afsteken nog wel mag, ligt volgens die respondenten in elk geval een taak voor de gemeente, al dan niet in samenwerking met bewoners. Van de respondenten die vinden dat bewoners daarbij betrokken moeten worden, zou ongeveer de helft zelf ook willen meedenken of –beslissen over de plekken. Van de voorgelegde alternatieve oud-en-nieuwvieringen krijgt de centrale vuurwerkshow de meeste steun van de respondenten: 37% zegt hier waarschijnlijk of zeker heen te gaan. Bij een lichtshow of centraal aftelmoment zonder vuurwerk is dat respectievelijk 30% en 20%. Leeftijd maakt verschil in ervaringen en wensen omtrent vuurwerk Meer oudere respondenten (35-plus) ervaren rond de jaarwisseling wel eens vuurwerkoverlast en onveiligheidsgevoelens door vuurwerk dan respondenten onder de 35. Ook is de wens om vuurwerkoverlast terug te dringen groter onder oudere deelnemers. Meer jongeren steken zelf vuurwerk af en zij vinden het belangrijker om dat te mogen dan ouderen. Ondanks deze verschillen zien we ook dat jongeren minder vuurwerkoverlast wensen. Jongeren achten het bovendien waarschijnlijker dat zij naar alternatieve vieringen van de jaarwisselingen gaan.

Als we jongeren vragen wat volgens hen de beste manier is om overlast van vuurwerk terug te dringen, is een veelgenoemde oplossing om het afsteken alleen op bepaalde plekken toe te staan. Ook het verbieden van vuurwerk is genoemd (een algeheel verbod of op bepaalde soorten vuurwerk), het strenger controleren, handhaven en straffen van overtredingen en een georganiseerd evenement zoals een vuurwerkshow. Vuurwerkoverlast steeds minder acceptabel Respondenten vinden vuurwerkoverlast in december 2019 minder acceptabel dan het jaar ervoor en na de afgelopen jaarwisseling (in januari 2020) vinden respondenten vuurwerkoverlast nog minder acceptabel dan voor de jaarwisseling. Ook het aandeel dat het terugdringen van vuurwerkoverlast zeer belangrijk vindt, is in december 2019 toegenomen ten opzichte van het jaar ervoor. In januari 2020 is ook dat aandeel groter dan voor de jaarwisseling. Conclusies Door vuurwerk ervaart de meerderheid van de respondenten rondom de jaarwisseling onveiligheidsgevoelens en overlast. De overlast wordt bovendien minder geaccepteerd dan een jaar eerder en er is een sterke wens om de overlast terug te dringen. Relatief weinig respondenten steken zelf vuurwerk af en vinden het belangrijk om dat te mogen doen. Van een deel van de respondenten (20%) mag vuurwerk afsteken overal verboden worden.

Daarnaast zien we dat ruim de helft (59%) tijdens de jaarwisseling wel gaat kijken naar vuurwerk in de buurt. Vuurwerkoverlast terugdringen door het afsteken te beperken naar een aantal plekken in de stad of in de eigen buurt is voor ruim de helft van de respondenten (57%) dan ook een optie. Jongere respondenten zijn over het algemeen iets minder negatief over vuurwerk. Ook blijkt dat ongeveer de helft van hen vuurwerk afsteekt buiten de toegestane tijden, wat in het onderzoek juist wordt genoemd als belangrijke bron van overlast. De meerderheid van de jongeren is echter wel voorstander van het terugdringen van vuurwerkoverlast. Jongeren staan meer open voor alternatieve vieringen van de jaarwisseling, zoals een centrale vuurwerkshow of een centraal aftelmoment zonder vuurwerk.

5

Inleiding

Aanleiding Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam vindt dat de viering van oud en nieuw veiliger moet worden met minder letsel, schade en overlast. Het college wil de komende jaren de wijze waarop rond de jaarwisseling met vuurwerk wordt omgegaan veranderen. Het gaat om een verandering naar een veilig en feestelijk oud en nieuw voor iedereen, met steeds minder overlast en steeds meer alternatieven. Daarbij is er oog voor de traditionele rol die vuurwerk heeft voor Amsterdammers. De veranderaanpak waarbij het terugdringen van overlast door consumentenvuurwerk (hierna: vuurwerk) het hoofddoel is, wordt gecoördineerd vanuit de directie Openbare Orde en Veiligheid (OOV) en het Stedelijk Evenementen Bureau (SEB). Deze aanpak omvat de volgende subdoelen: 1. Minder (geluids)overlast voor mens en dier 2. Minder schade 3. Minder (gevoelens van) onveiligheid 4. Ervoor zorgen dat hulpverleners veilig hun werk kunnen doen 5. Het vergroten van draagvlak onder Amsterdammers voor het terugdringen van overlast door consumentenvuurwerk 6. Ruimte voor initiatieven van onderop 7. Betere luchtkwaliteit Om een aantal doelen van de aanpak te kunnen monitoren (1, 2 en 4), heeft OOV aan OIS gevraagd om, net als in 20181, onderzoek te doen naar de mening van Amsterdammers over vuurwerk.

OOV wil graag inzicht in de ervaren overlast en onveiligheidsgevoelens door vuurwerk rondom de jaarwisseling en in het draagvlak voor het terugdringen van vuurwerkoverlast. Werkwijze OIS heeft voor en na de jaarwisseling van 2019-2020 enquêteonderzoeken over vuurwerk gehouden onder Amsterdammers. Deelnemers kregen onder andere vragen voorgelegd over ervaren overlast en onveiligheidsgevoel door vuurwerk, hun mening over het veranderen van het vuurwerkbeleid, het zelf afsteken van vuurwerk en de wensen ten aanzien van vuurwerk. De complete vragenlijst is in de bijlage te vinden. Er is voor en na de jaarwisseling gemeten om eventuele geheugeneffecten te kunnen minimaliseren (het meetmoment kan bij dit onderwerp invloed hebben op de uitkomsten). Een tweede reden voor twee meetmomenten is dat de meting voor de jaarwisseling een vergelijking mogelijk maakt met het onderzoek van OIS uit 2018, toen eveneens voorafgaand aan de jaarwisseling is gemeten.

1

Zie: Vuurwerk en vuurwerkzones: Standpunten en ervaringen van Amsterdammers ten aanzien van vuurwerk (OIS, 2019). En: Rapport draagvlak voor afsteken vuurwerk - Rijksoverheid (I&O Research, 2019).

6

In de voorliggende rapportage wordt, waar relevant, voor de leesbaarheid gesproken over de groep die is bevraagd ‘voor de jaarwisseling’ en ‘na de jaarwisseling’. De groep ‘voor de jaarwisseling’ heeft vragen beantwoord over hun ervaringen met de jaarwisseling van 2018-2019, de groep ‘na de jaarwisseling’ beantwoordde de vragen over de jaarwisseling van 2019-2020. Doelgroep De doelgroep van het onderzoek bestond uit Amsterdammers. Om een beeld te krijgen van de standpunten en ervaringen van Amsterdammers ten aanzien van vuurwerk en een vergelijking te kunnen maken met uitkomsten van de meting in 2018, is allereerst net als in 2018 een deel van het online bewonerspanel van OIS bevraagd. Zowel voor als na de jaarwisseling zijn 1400 panelleden aangeschreven (ongeveer 200 per stadsdeel). De respons voor de jaarwisseling was 685 personen (49%) en na de jaarwisseling 840 personen (60%). In het online bewonerspanel van OIS zijn jongeren ondervertegenwoordigd. De indruk bestaat dat veel vuurwerkoverlast komt van groepen jongeren in de dagen voorafgaand aan de viering van oud en nieuw. Daarom is het belangrijk om ook jongeren te bevragen over dit onderwerp. OIS heeft voor de jaarwisseling face-to-face op straat 101 jongeren tot en met 24 jaar oud bevraagd en na de jaarwisseling 102.

De jongeren zijn gedurende de periodes 11-12-2019 tot en met 24-12-2019 en van 02-01-2020 tot en met 16-01-2020 geworven in verschillende stadsdelen op plekken als scholen, hogescholen/ universiteiten, winkelcentra, bioscopen, metrostations en sportscholen/ sportverenigingen. De vragen die zijn gesteld aan het online bewonerspanel van OIS en aan jongeren op straat komen deels wel en deels niet overeen. Sommige vragen zijn alleen aan het bewonerspanel van OIS gesteld en andere alleen aan jongeren op straat. Dat is ofwel omwille van de lengte van de vragenlijst (de vragenlijst op straat was korter) of vanwege de doelgroep. Tabel 1. Respons OIS bewonerspanel (n=1.525)

face-to-face (n=203)

totaal (n=1.728)

aantal

%

aantal

%

aantal

%

man

816

54

107

53

923

54

vrouw

686

46

95

47

781

46

anders

1

0

0

0

1

0

134

9

203

100

336

20

16-18

80

40

19-21

58

29

Geslacht

Leeftijd t/m 34

64

32

35-54

22-24 518

35

-

-

518

31

55-plus

838

56

-

-

838

50

7

Rapportage In de voorliggende rapportage gaan we allereerst in op de ervaren overlast en onveiligheidsbeleving rond de jaarwisseling. Vervolgens gaan we in op het afsteken van vuurwerk, gevolgd door het terugdringen van vuurwerkoverlast. Daarna beschrijven we de mening over alternatieven voor het zelf afsteken van vuurwerk. Hierop volgt een hoofdstuk waarin de resultaten van het enquêteonderzoek op een aantal kernvragen wordt vergeleken met het onderzoek uit 2018. Het uitgangspunt in deze rapportage is de totale groep deelnemers aan het onderzoek: respondenten die voor en na de jaarwisseling meededen en uit alle leeftijdsgroepen, ongeacht de wervingsmethode. Er is een weging toegepast om de enquêteresultaten representatief te maken als het gaat om de leeftijd van de Amsterdamse bevolking.2 Op andere achtergrondkenmerken heeft er geen weging plaatsgevonden.3 Daar waar relevant worden (significante) verschillen tussen de voor- en nameting benoemd, evenals verschillen naar leeftijd.

2

Dat wil zeggen dat is gekeken naar de leeftijdsverdeling van de respondenten in het onderzoek tegenover de leeftijdsverdeling van Amsterdammers van 16 jaar en ouder. De antwoorden van respondenten die behoren tot een leeftijdsgroep die is ondervertegenwoordigd ten opzichte van hun aandeel in de populatie, tellen iets zwaarder mee. Antwoorden van respondenten die behoren tot een leeftijdsgroep die is oververtegenwoordigd ten opzichte van de populatie, tellen iets minder zwaar mee. 15-19 jaar: telt 1,05 keer mee; 20-34 jaar: 2,36 keer; 35-49 jaar: 1,20 keer; 50-64 jaar: 0,62 keer; 65+: 0,56 keer. 3 De hypothese is dat leeftijd het belangrijkste element is in de opinie over dit onderwerp.

8

1 Overlast en onveiligheidsgevoelens

1.1 Vuurwerkoverlast

73%

Bijna driekwart van de ondervraagden ervaart overlast rond de jaarwisseling Rond de jaarwisseling ervaart 73% van de respondenten overlast van vuurwerk (figuur 1.1a). Bijna drie op de tien (29%) ervaart veel overlast, 44% een beetje. Daar tegenover ondervindt 26% geen overlast van vuurwerk tijdens de jaarwisseling. Wel zien we dat het aandeel dat vuurwerkoverlast heeft ervaren verschilt naar het moment van bevraging. Voor de jaarwisseling gaf 69% aan overlast te hebben ervaren tijdens de jaarwisseling van 2018 naar 2019 (26% veel overlast en 43% een beetje). In januari 2020 gaf 76% aan overlast te hebben ervaren tijdens de jaarwisseling 2019-2020 (waarvan 30% veel en 45% een beetje). Figuur 1.1a Ervaren vuurwerkoverlast in het algemeen (procenten) veel overlast

een beetje overlast 29

44

26

geen overlast weet niet/geen antwoord

0

10

20

30

40

50

60

70

80

100 %

90

Onder de jongste respondenten (15 t/m 24 jaar) ervaart het minst grote aandeel vuurwerkoverlast tijdens de jaarwisseling (51%), voor de 35 t/m 64-jarigen ligt dat aandeel rond de 80% (figuur 1.1b). Het percentage neemt in de oudere leeftijdscategorieën weer iets af. Figuur 1.1b Ervaren vuurwerkoverlast in het algemeen, naar leeftijd (procenten) 15-24

51

25-34

75

35-44

83

45-54

82

55-64

81

65-74

77

75+

69 0

20

40

60

% 80

100

Meeste overlast van rommel op straat en geluid De ondervraagden ervaren de grootste hoeveelheid vuurwerkoverlast van rommel op straat en van geluidsoverlast (6.4 en 6.3 op een schaal van 1-10, figuur 1.2). Overlast voor kleine kinderen en schade aan eigendommen van de gemeente, bedrijven of van burgers worden het minst

9

ervaren. We hebben respondenten ook gevraagd naar andere overlastvormen die zij tijdens de jaarwisseling hebben ervaren. In deze open antwoorden werd relatief vaak gesproken over het afsteken van vuurwerk buiten de toegestane tijden, met name in de periode voorafgaand aan de jaarwisseling. Daarnaast ervaart men overlast van dronken mensen, van hard knalvuurwerk, van jongeren en doordat men agressie ervaart van anderen, bijvoorbeeld omdat men zelf of de woning wordt bekogeld met vuurwerk. Ook andere antwoorden zijn genoemd, maar minder vaak. Alle gegeven antwoorden zijn in de bijlage te vinden. We zien voor een aantal overlastvormen verschillen tussen de enquêtemomenten. Na de jaarwisseling werd meer overlast ervaren van luchtverontreiniging (5.7 tegenover 5.1), schade aan eigendommen van de gemeente, bedrijven of burgers (4.6 tegenover 4.2), geluidsoverlast (6.6 tegenover 5.9) en onveilige situaties door vuurwerk (5.5 tegenover 5.0) dan voor de jaarwisseling, toen er werd gevraagd naar ervaringen tijdens de jaarwisseling 2018-2019. Ook zijn er verschillen naar leeftijd. Voor alle overlastvormen geeft de jongste groep respondenten (15 tot en met 34-jarigen) aan minder overlast te ervaren dan oudere respondenten.

Figuur 1.2 Hoeveelheid overlast, naar soort vuurwerkoverlast Schaal van 1-10 waarbij 1 staat voor helemaal geen overlast en 10 staat voor heel veel overlast rommel op straat

6,4

geluidsoverlast

6,3

overlast voor huisdieren

5,6

luchtverontreiniging

5,4

onveilige situaties door vuurwerk

5,3

intimiderend gedrag door personen die vuurwerk afsteken

4,7

schade aan eigendommen van de gemeente, bedrijven of burgers

4,4

overlast voor (kleine) kinderen

4,3

1

helemaal geen overlast

2

3

4

5

6

7

8

9

10 heel veel overlast

Letselschade door vuurwerk wordt minst geaccepteerd, geluidsoverlast het meest Respondenten vinden letselschade en intimiderend gedrag door mensen die vuurwerk afsteken de minst acceptabele vormen van vuurwerkoverlast (1.5 op een schaal van 1-10, figuur 1.3). Vlak daarna volgen onveilige situaties door vuurwerk en schade aan eigendommen van de gemeente, van bedrijven of van burgers met respectievelijke scores van 1.6 en 1.7. Opvallend is de discrepantie die voor sommige overlastvormen bestaat tussen de hoeveelheid overlast die wordt ervaren en de mate van acceptatie van de overlast. Zo zagen we dat

10

respondenten in sterke mate geluidsoverlast ondervinden (6.3 op een schaal van 1-10, figuur 1.2) maar dat de acceptatie ervan relatief groot is (4.3 op een schaal van 1-10, figuur 1.3). Andersom zien we dat er relatief weinig overlast wordt ervaren van intimiderend gedrag door mensen die vuurwerk afsteken maar dat deze overlastvorm wel het meest onacceptabel is. Na de jaarwisseling beoordeelden respondenten sommige overlastvormen als minder acceptabel dan voor de jaarwisseling. Zo vonden zij luchtverontreiniging minder acceptabel (3.5 tegenover 4.0), net als geluidsoverlast (4.1 tegenover 4.5), rommel op straat (3.4 tegenover 3.7) en schade aan eigendommen van de gemeente bedrijven of burgers (1.7 tegenover 1.9) Als we kijken naar leeftijd, dan zien we dat jongere respondenten (15 tot en met 34 jaar) vrijwel alle vormen van overlast acceptabeler vinden dan oudere respondenten. Dat geldt alleen niet voor letselschade: dat vinden alle leeftijdsgroepen even onacceptabel. Figuur 1.3 Hoe acceptabel vindt u de volgende vormen van vuurwerkoverlast? Schaal van 1-10 waarbij 1 staat voor helemaal niet acceptabel en 10 staat voor volledig acceptabel letselschade

1,5

intimiderend gedrag door personen die vuurwerk afsteken

1,5

onveilige situaties door vuurwerk

1,6

schade aan eigendommen van de gemeente, bedrijven of burgers

1,7

kosten hulpdiensten

2,4

overlast voor (kleine) kinderen

2,8

overlast voor huisdieren

2,9

rommel op straat

3,6

luchtverontreiniging

3,7

geluidsoverlast

4,3

1 helemaal niet acceptabel

2

3

4

5

6

7

8

9

10 volledig acceptabel

1.2 Onveiligheidsgevoelens

75%

Driekwart voelt zich rond de jaarwisseling wel eens onveilig door vuurwerk Rond de jaarwisseling voelt 75% van de respondenten zich wel eens onveilig als gevolg van het afsteken van vuurwerk (figuur 1.4). Dat varieert van vaak (16%) tot soms (35%) of zelden (24%). Bijna een kwart (24%) voelde zich daarentegen nooit onveilig. Het aandeel dat zich wel eens onveilig voelt tijdens de jaarwisseling, is na de jaarwisseling nagenoeg gelijk aan daarvoor.

11

Wel zien we verschillen naar leeftijd. Onder jongere respondenten (15 tot en met 34 jaar) ligt het aandeel dat zich wel eens onveilig voelt tijdens de jaarwisseling lager (69%) dan onder respondenten van 35 tot en met 54 jaar (80%) en 55-plussers (77%). Figuur 1.4 Aandeel dat zich onveilig voelde door vuurwerk (procenten) vaak soms 16

35

24

24

zelden nooit

0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

% 100

weet niet/geen antwoord

12

2 Vuurwerk afsteken

2.1 Belang vuurwerk afsteken in Amsterdam Meerderheid vindt (zelf) vuurwerk mogen afsteken in Amsterdam niet belangrijk Bijna zes op de tien respondenten (58%) vinden het niet belangrijk dat er vuurwerk mag worden afgestoken in de stad en voor 79% is het onbelangrijk om dat zelf te mogen doen. Bijna een kwart van de ondervraagden (24%) vindt het daarentegen juist wel belangrijk dat er in Amsterdam vuurwerk mag worden afgestoken rond de jaarwisseling (figuur 2.1). Niet voor iedereen is het ook belangrijk om dat zelf te mogen doen: dat is voor 11% belangrijk. Figuur 2.1a Belang vuurwerk afsteken (procenten) zeer belangrijk belangrijk

Belangrijk dat er vuurwerk mag worden afgestoken

7

17

17

20

39

niet belangrijk/niet onbelangrijk

onbelangrijk

Belangrijk om zelf vuurwerk af te 4 7 10 mogen steken

13

66

% 0

20

40

60

80

100

zeer onbelangrijk weet niet/geen antwoord

Jongere respondenten vinden (zelf) vuurwerk afsteken belangrijker Hoewel het grootste deel van de respondenten in elke leeftijdscategorie het (zelf) mogen afsteken van vuurwerk in Amsterdam niet belangrijk vindt, zien we wel verschillen naar leeftijd (figuur 2.1b). Respondenten in de jongste leeftijdscategorie vinden het mogen afsteken van vuurwerk in Amsterdam belangrijker dan respondenten in hogere leeftijdscategorieën (32% tegenover 21% en 15%), net als het zelf mogen afsteken van vuurwerk (16% tegenover 11% en 5%). Titel

55-plus 35-54 jaar

t/m 34 jaar

Figuur 2.1b Belang vuurwerk afsteken, naar leeftijd (procenten) vuurwerk afsteken is belangrijk

32

zelf vuurwerk afsteken is belangrijk

16

vuurwerk afsteken is belangrijk

21

zelf vuurwerk afsteken is belangrijk

11

vuurwerk afsteken is belangrijk

15

zelf vuurwerk afsteken is belangrijk

5 0

% 10

20

30

40

50

60

13

Meerderheid van de respondenten steekt geen vuurwerk af tijdens de jaarwisseling Ruim acht op de tien respondenten steken zelf geen vuurwerk af tijdens de jaarwisseling(83%), 16% doet dat wel (figuur 2.2). In de meting na de jaarwisseling is het aandeel dat geen vuurwerk afsteekt groter (86%) dan in de meting voor de jaarwisseling (80%). Ook naar leeftijd zien we een verschil: in de jongste leeftijdscategorie (15 tot en met 34 jaar) is het aandeel dat vuurwerk afsteekt het grootst (25%). Dat aandeel neemt af naarmate de leeftijd toeneemt: 17% van de 35 tot en met 54-jarigen steekt zelf vuurwerk af en 5% van de 55-plussers. Figuur 2.2 Aandeel dat vuurwerk heeft afgestoken (procenten) ja 16

0

10

83

20

30

40

50

60

nee

70

80

weet niet/geen antwoord

% 100

90

2.2 Reden vuurwerk afsteken Vuurwerk vooral afgestoken voor eigen plezier Aan respondenten van het online panel van OIS die aangeven vuurwerk te hebben afgestoken, is gevraagd naar hun reden om vuurwerk af te steken. Respondenten geven vooral aan dat zij vuurwerk afsteken omdat zij daar zelf plezier aan beleven (44%) en omdat hun gezelschap daar plezier aan beleeft (42%, figuur 2.3). Figuur 2.3 Reden vuurwerk afsteken (procenten, alleen online OIS-panel) omdat ik daar zelf plezier aan beleef

44

omdat mijn huisgenoten/gezelschap daar plezier aan beleven/beleeft

42

omdat veel mensen bij mij in de straat ook vuurwerk afsteken

2

anders

11

weet niet/geen antwoord

1

0

% 10

20

30

40

50

60

70

80

2.3 Samen vuurwerk afsteken Jongeren steken vuurwerk vooral af met vrienden Aan de jongeren die op straat bevraagd zijn en die aangaven vuurwerk te hebben afgestoken, is gevraagd met wie zij dat deden. Een ruime meerderheid deed dat met vrienden (82%, figuur 2.4). Daarna volgen, weliswaar met afstand, vuurwerk afsteken met familieleden: broers en zussen (39%) of ouders (33%). Een op de tien (10%) steekt alleen vuurwerk af.

14

Figuur 2.4 Met wie hebben jongeren vuurwerk afgestoken? (procenten) met vrienden

82

met broer(s) of zus(sen)

39

met mijn ouders

33

alleen

10

met anderen

6

weet niet/geen antwoord

1

0

% 10

20

30

40

50

60

70

80

90

Bijna de helft van de jongeren steekt vuurwerk af buiten de toegestane tijden Van de op straat bevraagde jongeren die vuurwerk afsteken tijdens de jaarwisseling doet 45% dat buiten de toegestane tijden (van 18:00 op 31 december tot 2:00 op 1 januari). 48% stak het vuurwerk niet af buiten de toegestane tijden en 4% weet het niet meer (figuur 2.5). Van de jongeren die aangeven vuurwerk af te steken buiten de toegestane tijden, is 82% (31 van de 38 jongeren) tussen de 16 en 18 jaar oud. Figuur 2.5 Vuurwerk afgestoken buiten de toegestane tijden (procenten) ja 45

0

10

20

48

30

40

50

60

70

nee

4

80

90

% 100

weet ik niet meer geen antwoord

2.4 Kijken naar vuurwerk in eigen buurt Drie op de vijf ondervraagden kijken tijdens de jaarwisseling naar vuurwerk in de straat/buurt Bijna drie op de vijf (59%) respondenten uit het online panel van OIS zijn tijdens de jaarwisseling in de straat of buurt gaan kijken naar vuurwerk dat werd afgestoken (figuur 2.6).4 Twee op de vijf (40%) deden dat niet. Daarin is geen verschil tussen de metingen voor en na de jaarwisseling.

4

Deze vraag is alleen aan het OIS-panel gesteld.

15

Figuur 2.6 Bent u gaan kijken naar vuurwerk dat werd afgestoken in uw eigen straat/buurt? (procenten, alleen online OIS-panel) ja 59

0

10

20

30

40

40

50

60

70

80

nee

90

% 100

weet niet/geen antwoord

16

3 Terugdringen van vuurwerkoverlast

3.1 Belang terugdringen vuurwerkoverlast

77%

Bijna acht op de tien vinden terugdringen van vuurwerkoverlast belangrijk Het merendeel van de ondervraagden (77%) vindt het belangrijk dat vuurwerkoverlast wordt teruggedrongen, waarvan het grootste deel dat zeer belangrijk vindt (figuur 3.1). Eén op de tien vindt het terugdringen van vuurwerkoverlast (zeer) onbelangrijk. Voor de jaarwisseling vond een kleiner deel het belangrijk dat vuurwerkoverlast teruggedrongen wordt (73%) dan na de jaarwisseling (80%). Hoewel binnen elke leeftijdscategorie de meerderheid het terugdringen van vuurwerkoverlast belangrijk vindt, vinden jongeren dat minder belangrijk dan ouderen. Van de 15 tot en met 34jarigen vindt 64% het terugdringen van vuurwerkoverlast belangrijk, in de oudere leeftijdsgroepen is dat respectievelijk 83% (35 tot en met 54-jarigen) en 87% (55-plussers). Figuur 3.1 Belang terugdringen vuurwerkoverlast (procenten) zeer belangrijk belangrijk 46

31

13

6

4

niet belangrijk/niet onbelangrijk onbelangrijk

0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

% 100

zeer onbelangrijk weet niet/geen antwoord

3.2 Op minder plekken vuurwerk afsteken 70% wil minder plekken in de stad waar vuurwerk afsteken is toegestaan Om de vuurwerkoverlast in de stad terug te dringen, is het een optie om het afsteken van vuurwerk op minder plekken in de stad toe te staan. De meerderheid van de respondenten (70%) vindt dat een (heel) goed idee (figuur 3.2). 15% vind dat een (heel) slecht idee. Hoewel in elke leeftijdsgroep de meerderheid het een goed idee vindt om het aantal plekken waar vuurwerk afgestoken mag worden terug te dringen, is dat aandeel onder de jongste respondenten (tot en met 34 jaar) kleiner (66%) dan onder 35- en 55-plussers (72-73%).

17

Figuur 3.2 Mening over het afsteken van vuurwerk op minder plekken in de stad toestaan (procenten) heel goed idee goed idee 40

30

13

9

6 2

geen goed/geen slecht idee slecht idee

0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

% 100

heel slecht idee weet niet/geen antwoord

De helft wil een sterke of gehele terugdringing van plekken waar vuurwerk mag worden afgestoken 55% van de ondervraagden wil dat het aantal plekken waar vuurwerk mag worden afgestoken sterk (35%) of geheel (20%) wordt teruggedrongen (figuur 3.3). Dat betekent dat zij willen dat nog op een beperkt aantal plekken in de stad vuurwerk mag worden afgestoken of op geen enkele plek meer. 22% is voorstander van het licht terugdringen van het aantal plekken, waarbij het afsteken op meerdere plekken in de buurt nog is toegestaan. 17% wil niet dat het aantal plekken wordt teruggedrongen. Figuur 3.3 Mate waarin het aantal plekken waar vuurwerk mag worden afgestoken moet worden teruggedrongen volgens Amsterdammers (procenten) niet terugdringen licht terugdringen 17

0

10

22

20

30

35

40

50

20

60

70

80

6

90

sterk terugdringen % 100

op geen enkele plek mag nog vuurwerk worden afgestoken anders

Het aandeel dat voorstander is van het terugdringen van het aantal plekken waar vuurwerk mag worden afgestoken, is voor en na de jaarwisseling nagenoeg gelijk. Wel is het aandeel dat het afsteken van vuurwerk overal wil verbieden gestegen van 17% voor de jaarwisseling naar 23% na de jaarwisseling. In vergelijking met 35- en 55-plussers zijn respondenten tot en met 34 jaar vaker voorstander van het terugdringen van het aantal plekken waar vuurwerk mag worden afgestoken dan voor een algeheel verbod . Zo is 76% van de respondenten tot en met 34 jaar voorstander van het beperken van het aantal afsteekplekken om vuurwerkoverlast tegen te gaan en 18% voor een totaalverbod. Van de respondenten tussen de 35 en 54 jaar is 66% voor het terugdringen van het aantal plekken en 27% voor een totaalverbod. Van de 55-plussers is dit respectievelijk 62% en 30%. Gemeente heeft een rol in het aanwijzen van plekken waar vuurwerk mag worden afgestoken De helft (49%) van de online OIS-panelleden die vinden dat het aantal plekken waar vuurwerk afgestoken mag worden moet worden beperkt, vindt dat de gemeente samen met de Amsterdammers moet bepalen waar vuurwerk afsteken nog wel mag (figuur 3.4).5 5

Deze vraag is alleen voorgelegd aan het online OIS-panel.

18

Een iets minder groot deel (43%) vindt dat de gemeente de afsteekgebieden moet aanwijzen. De overgrote meerderheid ziet het aanwijzen van vuurwerkgebieden dus als taak van de gemeente, al dan niet in samenspraak met bewoners. 4% vindt dat de bewoners die gebieden moeten bepalen en niet de gemeente. Figuur 3.4 de beste manier om te bepalen in welke gebieden rond de jaarwisseling nog wel vuurwerk mag worden afgestoken volgens Amsterdammers (procenten) de gemeente moet Amsterdammers raadplegen bij het aanwijzen van gebieden

49

de gemeente moet gebieden aanwijzen

43

het is niet aan de gemeente maar aan de bewoners zelf om de gebieden te bepalen

4

weet niet/geen antwoord

4 %

0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

100

Bijna de helft zal (waarschijnlijk) meedenken met het aanwijzen van afsteekplekken Van de online OIS-panelleden die vinden dat bewoners een rol moeten krijgen in het bepalen van plekken waar vuurwerk nog mag worden afgestoken, is gevraagd of zij daar eventueel zelf over mee zouden denken of beslissen. 16% zou dat zeker doen en 32% waarschijnlijk (figuur 3.5). 26% zou waarschijnlijk niet of zeker niet meedenken. Figuur 3.5 Zou u zelf meebeslissen/meedenken bij het aanwijzen van vuurwerkzones in uw woonomgeving? (procenten) ja, zeker wel ja, waarschijnlijk wel 16

32

25

18

misschien wel, misschien niet

8

nee, waarschijnlijk niet 0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

% 100

nee, zeker niet weet niet/geen antwoord

3.3 Beste manier om vuurwerkoverlast terug te dringen volgens jongeren Aan jongeren op straat is gevraagd wat volgens hen de beste manier is om vuurwerkoverlast terug te dringen. Een veelgenoemde oplossing is om het afsteken van vuurwerk alleen op bepaalde plekken toe te staan. Ook het verbieden van vuurwerk is genoemd: sommigen willen een verbod op bepaalde soorten vuurwerk, anderen een algeheel verbod op vuurwerk. Ook het strenger controleren, handhaven en straffen van overtredingen (bijvoorbeeld het afsteken van illegaal vuurwerk) is meermaals genoemd, net als een georganiseerd evenement zoals een vuurwerkshow. Een klein aantal respondenten geeft aan dat er wat hen betreft niets hoeft te veranderen.

19

4 Alternatieven voor zelf afsteken vuurwerk

Om vuurwerkoverlast tegen te gaan, wil het college de wijze waarop rond de jaarwisseling met vuurwerk wordt omgegaan veranderen en kijken naar alternatieven voor het zelf afsteken van vuurwerk. Aan respondenten is diverse alternatieven voorgelegd en gevraagd hoe waarschijnlijk het is dat zij daar naartoe zullen gaan. De voorgelegde alternatieven zijn een centrale vuurwerkshow, een lichtshow en een centraal aftelmoment zonder vuurwerk. Centrale vuurwerkshow het meest populaire alternatief, aftelmoment zonder vuurwerk het minst De centrale vuurwerkshow is het meest populair: daarvan zegt 37% er waarschijnlijk of zeker heen te gaan. 39% zegt hier waarschijnlijk niet of zeker niet heen te gaan (figuur 4.1). Over een lichtshow met drones of lasers zegt 30% hier waarschijnlijk of zeker heen te gaan, tegenover 43% die zegt er waarschijnlijk of zeker niet heen te gaan. Tot slot zegt 20% waarschijnlijk of zeker naar een centraal aftelmoment zonder vuurwerk op één of meerdere locaties in de stad te gaan. Bij dit alternatief is het aandeel dat aangeeft waarschijnlijk niet of zeker niet te gaan het grootst (61%). Het aandeel dat aangeeft waarschijnlijk of zeker naar een lichtshow met drones of lasers te gaan is hoger onder participanten die ondervraagd zijn na de jaarwisseling (32%) dan onder participanten die ondervraagd zijn voor de jaarwisseling (27%).

Figuur 4.1 Waarschijnlijkheid dat Amsterdammers naar alternatieven gaan voor het zelf afsteken van vuurwerk (procenten) centrale vuurwerkshow

16

lichtshow met drones of lasers

14

centraal aftelmoment op één of meerdere locaties in de stad zeker wel waarschijnlijk niet

9

0

21 16 11

23

21

26 18

20waarschijnlijk 40 wel

zeker niet

18

19 26

24 35

60

%

80 wel, misschien 100 misschien niet

weet niet/geen antwoord

Jongere respondenten (15 tot en met 34 jaar) zeggen vaker (waarschijnlijk) wel naar een alternatief evenement te gaan dan respondenten van 35 tot en met 54 jaar en 55-plussers (figuur 4.2). Zo geeft 46% van de respondenten tot en met 34 jaar aan (waarschijnlijk) wel naar een centrale vuurwerkshow te gaan tegenover 30% van de 55-plussers.

Titel

20

Figuur 4.2 Waarschijnlijkheid dat Amsterdammers naar alternatieven gaan voor het zelf afsteken van

centraal aftelmoment op één of lichtshow met centrale meerdere locaties drones of lasers vuurwerkshow

vuurwerk, naar leeftijd (procenten) t/m 34 jaar

20

26

22

19

13

35-54 jaar

15

55-plus

13

17

t/m 34 jaar

16

14

30

17

23

35-54 jaar

13

19

23

23

21

55-plus

12

t/m 34 jaar

11

19

12

55-plus

7

8

10

25

19

18

27

26

17

32

28

20

20

18

21

24

12

7

24

24

16

35-54 jaar

0

24

35

24

30

40

38

50

60

70

80

90

100

zeker wel

waarschijnlijk wel

misschien wel, misschien niet

waarschijnlijk niet

zeker niet

weet niet/geen antwoord

Aan respondenten is gevraagd of zij zelf een ander alternatief hebben voor het (zelf) afsteken van vuurwerk. Veel respondenten benadrukken dat ze het liefst zouden willen dat het afsteken van vuurwerk helemaal afgeschaft wordt of dat het op minder plekken in de stad wordt toegestaan. Als alternatief wordt vooral vaak een centrale professionele vuurwerkshow genoemd op één of meerdere plekken in de stad. Ook andere alternatieve vieringen of shows worden benoemd, zoals shows met drones, lasers, licht en/of water. Daarnaast noemen respondenten feesten of concerten als een alternatief voor het afsteken van vuurwerk. Tot slot geven respondenten aan dat ze het goed zouden vinden wanneer bepaald soort vuurwerk verboden wordt, zoals knalvuurwerk en benoemen ze het belang van betere handhaving (zie bijlage voor alle antwoorden).

21

5 In vergelijking met vorig jaar

Net als voor de jaarwisseling 2019/2020 heeft OIS voor de jaarwisseling 2018/2019 een onderzoek uitgevoerd naar de standpunten en ervaringen van Amsterdammers ten aanzien van vuurwerk. Bij het vuurwerkonderzoek rond de jaarwisseling 2018/2019 zijn respondenten uit het OIS bewonerspanel benaderd. Daarnaast is een groep respondenten schriftelijk aangeschreven. De dataverzameling van het onderzoek vond plaats voor de jaarwisseling (december 2018). Bij het onderzoek rond de jaarwisseling 2019/2020 zijn naast het OIS bewonerspanel ook face-toface vragenlijsten afgenomen onder jongeren tussen de 16 en 24 jaar en er is zowel voor als na de jaarwisseling gemeten. Om een vergelijking te kunnen maken tussen de resultaten van beide onderzoeken, zullen alleen de resultaten van het OIS bewonerspanel van voor de jaarwisseling vergeleken worden. Evenveel respondenten steken vuurwerk af Het aandeel respondenten dat aangaf de afgelopen jaarwisseling vuurwerk te hebben afgestoken was voor beide jaren hoegenaamd gelijk. Zo gaf in december 2018 één op de tien panelleden aan de afgelopen jaarwisseling vuurwerk te hebben afgestoken, in december 2019 was dit 11%.

Ervaren overlast neemt iets af en overlast wordt minder geaccepteerd Respondenten gaven in december 2019 aan minder overlast te hebben ervaren rond de jaarwisseling van rommel op straat, schade aan eigendommen van de gemeente, bedrijven of burgers, overlast voor huisdieren en intimiderend gedrag door personen die vuurwerk afsteken ten opzichte van het jaar ervoor (figuur 5.1). De ervaren geluidsoverlast en luchtverontreiniging bleven gelijk. Figuur 5.1 Rapportcijfer mate van overlast verschillende soorten vuurwerkoverlast 6,9 7,2

rommel op straat

6,7 6,7

geluidsoverlast

jaarwisseling 2019/2020

6,1

overlast voor huisdieren

6,8 5,7 5,7

fijnstof/luchtverontreiniging intimiderend gedrag door personen die vuurwerk afsteken

jaarwisseling 2018/2019

5,0 5,8

schade aan eigendommen van de gemeente, bedrijven of burgers

4,5 5,8 0

helemaal geen overlast

2

4

6

% 8

10 heel veel overlast

Panel OIS 2018/2019 en Panel OIS 2019/2020

22

Ondanks dat panelleden aangaven minder overlast te hebben ervaren, vonden zij in december 2019 alle vormen van vuurwerkoverlast minder acceptabel dan het jaar ervoor (figuur 5.2). Figuur 5.2 Hoe acceptabel vindt u de volgende vormen van vuurwerkoverlast? letselschade (bijvoorbeeld brandwonden en oogletsel)

1,4

intimiderend gedrag door personen die vuurwerk afsteken

1,4

schade aan eigendommen van de gemeente, bedrijven of burgers

1,6

kosten hulpdiensten (politie, ambulance en brandweer)

2,4 2,4 2,6

2,1

2,9

2,6

overlast voor huisdieren

jaarwisseling 2019/2020

3,2

rommel op straat

jaarwisseling 2018/2019

3,4 3,9

3,4 4,0

fijnstof/luchtverontreiniging

3,8 4,3

geluidsoverlast 0

2

%

4

6

8

helemaal niet acceptabel

10 volledig acceptabel

Panel OIS 2018/2019 en Panel OIS 2019/2020

Wens om vuurwerkoverlast terug te dringen blijft Ook is beide jaren aan respondenten gevraagd hoe belangrijk zij het vinden dat vuurwerkoverlast rond de jaarwisseling wordt teruggedrongen. Hoewel het totale aandeel dat dit belangrijk vindt hoegenaamd gelijk is gebleven, is het aandeel dat het zeer belangrijk vindt licht toegenomen ten opzichte van het jaar ervoor (53% tegenover 47%, figuur 5.3). Figuur 5.3 Terugdringen vuurwerkoverlast (procenten) zeer belangrijk jaarwisseling 2019/2020

53

30

10

belangrijk

5 4

niet belangrijk/niet onbelangrijk onbelangrijk

jaarwisseling 2018/2019

47

34

12

5 3

%

0

20

40

60

80

100

zeer onbelangrijk weet niet/geen antwoord

Panel OIS 2018/2019 en Panel OIS 2019/2020

23

Vuurwerk op minder plekken laten afsteken vindt minder steun dan een jaar eerder Ook is beide jaren aan respondenten gevraagd wat ze van het idee vinden om het afsteken van vuurwerk op minder plekken in de stad toe te staan als maatregel om vuurwerkoverlast terug te dringen. In december 2019 is het aandeel dat dit een (zeer) goed idee vindt (71%) afgenomen tegenover het jaar ervoor (82%, figuur 5.4). 15% vond het een (zeer) slecht idee (was 10% het jaar ervoor). Figuur 5.4 Beperken locaties waar vuurwerk mag worden afgestoken (procenten) heel goed idee jaarwisseling 2019/2020

44

27

12

9

goed idee

6

geen goed/geen slecht idee slecht idee

jaarwisseling 2018/2019

58

24

8

5 4

%

0

20

40

60

80

100

heel slecht idee weet niet/geen antwoord

Panel OIS 2018/2019 en Panel OIS 2019/2020

Ondanks dat het aandeel dat het belangrijk vindt om vuurwerkoverlast terug te dringen gelijk is gebleven, is het aandeel dat het een goed idee vindt om het aantal afsteeklocaties terug te dringen kleiner geworden. Zo vond in december 2018 94% van de panelleden, die het tegengaan van vuurwerkoverlast belangrijk vinden, het een goed idee om het afsteken van vuurwerk op minder plekken in de stad toe te staan. In december 2019 was dit 83%. Dit betekent dat 17% van de respondenten in 2019 het wel belangrijk vindt dat de overlast wordt tegengegaan, maar dat ze het geen goed idee vinden om dat te doen door het beperken van het aantal afsteekplekken. Deze respondenten vinden waarschijnlijk een andere maatregel om vuurwerkoverlast tegen te gaan (zoals een geheel verbod op vuurwerk) passender.

24

Bijlage 1 Vragenlijst

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Vragenlijst vuurwerk (panel) Sinds enkele jaren is er in veel gemeenten aandacht voor veiligheid rond de jaarwisseling. Ook de Gemeente Amsterdam vindt dat de viering van oud en nieuw veiliger moet worden met minder letsel, schade en overlast. Namens de gemeente zouden wij u daarom graag een aantal vragen stellen over hoe u denkt over het afsteken van vuurwerk. De volgende vragen gaan over vuurwerk tijdens de jaarwisseling. Hierbij bedoelen we de afgelopen jaarwisseling. 1 In welke mate heeft u rond de afgelopen jaarwisseling overlast ervaren van vuurwerk (in het algemeen)? veel overlast  een beetje overlast  geen overlast  weet niet/geen antwoord  2 Het afsteken van vuurwerk kan voor verschillende vormen van overlast zorgen. Kunt u voor de onderstaande vormen van overlast aangeven hoeveel last u ervan heeft gehad tijdens de afgelopen jaarwisseling? (1 staat voor helemaal geen overlast en 10 staat voor heel veel overlast) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 helemaal

luchtverontreiniging rommel op straat schade aan eigendommen van de gemeente, bedrijven of burgers (zoals prullenbakken, straatverlichting, brievenbussen) overlast voor huisdieren overlast voor (kleine) kinderen geluidsoverlast

weet niet /

geen

heel veel

geen

overlast

overlast

antwoord

1 1

2 2

3 3

4 4

5 5

6 6

7 7

8 8

9 9

 10  10

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

25

intimiderend gedrag door personen die vuurwerk afsteken onveilige situaties door vuurwerk

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

3 Kunt u aangeven hoe acceptabel u de onderstaande gevolgen van het afsteken van vuurwerk vindt? (1 staat voor helemaal niet acceptabel en 10 staat voor volledig acceptabel) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 helemaal

luchtverontreiniging rommel op straat schade aan eigendommen van de gemeente, bedrijven of burgers (zoals prullenbakken, straatverlichting, brievenbussen) letselschade (bijvoorbeeld brandwonden en oogletsel) kosten hulpdiensten (politie, ambulance en brandweer) overlast voor huisdieren overlast voor (kleine) kinderen geluidsoverlast intimiderend gedrag door personen die vuurwerk afsteken onveilige situaties door vuurwerk

weet niet /

niet

volledig

acceptabel

acceptabel antwoord

geen

1 1

2 2

3 3

4 4

5 5

6 6

7 7

8 8

9 9

 10  10

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

4 Heeft u de afgelopen jaarwisseling nog andere vormen van overlast ervaren? ja, namelijk______________________________________________________________________  nee  weet niet/geen antwoord 

26

5 Hoe vaak voelde u zich rond de afgelopen jaarwisseling onveilig als gevolg van het afsteken van vuurwerk? vaak  soms  zelden  nooit  weet niet/geen antwoord  6 Hoe belangrijk vindt u het dat er in Amsterdam rond de jaarwisseling vuurwerk mag worden afgestoken? zeer belangrijk  belangrijk  niet belangrijk/niet onbelangrijk  onbelangrijk  zeer onbelangrijk  weet niet/geen antwoord  7 Hoe belangrijk vindt u het om zelf rond de jaarwisseling vuurwerk af te mogen steken? zeer belangrijk  belangrijk  niet belangrijk/niet onbelangrijk  onbelangrijk  zeer onbelangrijk  weet niet/geen antwoord  8 Heeft u de afgelopen jaarwisseling zelf vuurwerk afgestoken? ja  nee -> ga naar vraag 10  weet niet/geen antwoord -> ga naar vraag 10  9 Welke van de onderstaande stellingen is voor u het meest van toepassing? ik heb vuurwerk afgestoken omdat ik daar zelf plezier aan beleef  ik heb vuurwerk afgestoken, omdat mijn huisgenoten/gezelschap daar plezier aan beleven/beleeft  ik heb het vuurwerk afgestoken, omdat veel mensen bij mij in de straat ook vuurwerk afsteken  anders, namelijk  weet niet/geen antwoord  10 Bent u tijdens de jaarwisseling gaan kijken naar vuurwerk dat werd afgestoken in uw eigen straat/buurt? ja  nee  weet niet/geen antwoord  De volgende vragen gaan over het terugdringen van de vuurwerkoverlast rond de jaarwisseling.

27

11 Hoe belangrijk vindt u het dat de vuurwerkoverlast rond de jaarwisseling wordt teruggedrongen? zeer belangrijk  belangrijk  niet belangrijk/niet onbelangrijk  onbelangrijk  zeer onbelangrijk  weet niet/geen antwoord  12 Om de vuurwerkoverlast terug te dringen, is het een optie om het afsteken van vuurwerk op minder plekken in de stad toe te staan. Vindt u dit een goed of juist een slecht idee? heel goed idee  goed idee  geen goed/geen slecht idee  slecht idee -> ga naar vraag 16  heel slecht idee -> ga naar vraag 16  weet niet/geen antwoord -> ga naar vraag 16  13 Wanneer het aantal plekken waar vuurwerk mag worden afgestoken wordt teruggedrongen, in welke mate moet het vuurwerk volgens u dan worden teruggedrongen? licht terugdringen (op meerdere plekken in uw eigen buurt mag nog vuurwerk worden afgestoken)  sterk terugdringen (op een beperkt aantal plekken in de stad mag nog vuurwerk worden afgestoken)  op geen enkele plek mag nog vuurwerk worden afgestoken -> ga naar vraag 16  anders, namelijk_______________________________________________________________________  14 Wat is volgens u de beste manier om te bepalen in welke gebieden rond de jaarwisseling nog wel vuurwerk mag worden afgestoken? de gemeente moet gebieden aanwijzen waar het nog wel toegestaan is om vuurwerk af te steken ->  ga naar vraag 16 de gemeente moet Amsterdammers raadplegen bij het

aanwijzen van gebieden waar het nog wel is  toegestaan om vuurwerk af te steken het is niet aan de gemeente maar aan de bewoners zelf om de gebieden te bepalen waar vuurwerk  wordt afgestoken weet niet/geen antwoord -> ga naar vraag 16  15 U gaf aan dat Amsterdammers moeten meebeslissen bij het aanwijzen van vuurwerkzones. Zou u in dat geval zelf meebeslissen/meedenken bij het aanwijzen van vuurwerkzones in uw woonomgeving? ja, zeker wel  ja, waarschijnlijk wel  misschien wel, misschien niet  nee, waarschijnlijk niet  nee, zeker niet  weet niet/geen antwoord 

28

16 Er is een aantal alternatieven voor het zelf afsteken van vuurwerk. Kunt u voor de volgende alternatieven aangeven hoe waarschijnlijk het is dat u hier heen zal gaan? misschien weet waarschijnlijk wel, waarschijnlijk zeker wel zeker niet niet/geen wel misschien niet antwoord niet een centrale 1 2 3 4 5 6 vuurwerkshow een centraal aftelmoment op één of meerdere locaties 1 2 3 4 5 6 in de stad (zonder vuurwerk) een lichtshow met 1 2 3 4 5 6 drones of lasers 17 Heeft u zelf nog een ander alternatief voor het afsteken van vuurwerk?

geen antwoord

Wilt u zelf nog iets over dit onderwerp kwijt?

Dit is het einde van de vragenlijst. Door op 'Verzend' te klikken verzendt u de antwoorden en sluit u de vragenlijst af. De vragenlijst kan hierna niet meer worden geopend. Hartelijk dank voor uw medewerking.

29

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Vragenlijst vuurwerk (jongeren) Sinds enkele jaren is er in veel gemeenten aandacht voor veiligheid rond de jaarwisseling. Ook de Gemeente Amsterdam vindt dat de viering van oud en nieuw veiliger moet worden met minder letsel, schade en overlast. Namens de gemeente zouden wij je daarom graag een aantal vragen stellen over hoe je denkt over het afsteken van vuurwerk . De volgende vragen gaan over vuurwerk tijdens de jaarwisseling. Hierbij bedoelen we de afgelopen jaarwisseling. 1 In welke mate heb je rond de afgelopen jaarwisseling overlast ervaren van vuurwerk (in het algemeen)? veel overlast  een beetje overlast  geen overlast  weet niet/geen antwoord  2 Het afsteken van vuurwerk kan voor verschillende vormen van overlast zorgen. Kun je voor de onderstaande vormen van overlast aangeven hoeveel last je ervan hebt gehad tijdens de afgelopen jaarwisseling? (1 staat voor helemaal geen overlast en 10 staat voor heel veel overlast) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 helemaal

luchtverontreiniging rommel op straat schade aan eigendommen van de gemeente, bedrijven of burgers (zoals prullenbakken, straatverlichting, brievenbussen) overlast voor huisdieren overlast voor (kleine) kinderen geluidsoverlast intimiderend gedrag door personen die vuurwerk afsteken onveilige situaties door vuurwerk

weet niet /

geen

heel veel

geen

overlast

overlast

antwoord

1 1

2 2

3 3

4 4

5 5

6 6

7 7

8 8

9 9

 10  10

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

30

3 Kun je aangeven hoe acceptabel je de onderstaande gevolgen van het afsteken van vuurwerk vindt? (1 staat voor helemaal niet acceptabel en 10 staat voor volledig acceptabel) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 helemaal

weet niet /

niet

volledig

acceptabel

luchtverontreiniging rommel op straat schade aan eigendommen van de gemeente, bedrijven of burgers (zoals prullenbakken, straatverlichting, brievenbussen) letselschade (bijvoorbeeld brandwonden en oogletsel) kosten hulpdiensten (politie, ambulance en brandweer) overlast voor huisdieren overlast voor (kleine) kinderen geluidsoverlast intimiderend gedrag door personen die vuurwerk afsteken onveilige situaties door vuurwerk

geen

acceptabel antwoord

1 1

2 2

3 3

4 4

5 5

6 6

7 7

8 8

9 9

 10  10

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

 10

4 Hoe vaak voelde je je rond de afgelopen jaarwisseling onveilig als gevolg van het afsteken van vuurwerk? vaak  soms  zelden  nooit  weet niet/geen antwoord 

31

5 Hoe belangrijk vind je het dat er in Amsterdam rond de jaarwisseling vuurwerk mag worden afgestoken? zeer belangrijk  belangrijk  niet belangrijk/niet onbelangrijk  onbelangrijk  zeer onbelangrijk  weet niet/geen antwoord  6 Hoe belangrijk vind je het om zelf rond de jaarwisseling vuurwerk af te mogen steken? zeer belangrijk  belangrijk  niet belangrijk/niet onbelangrijk  onbelangrijk  zeer onbelangrijk  weet niet/geen antwoord  7 Heb je de afgelopen jaarwisseling zelf vuurwerk afgestoken? ja  nee -> ga naar vraag 10  weet niet/geen antwoord -> ga naar vraag 10  8 Met wie heb je de afgelopen jaarwisseling vuurwerk afgestoken? (meerdere antwoorden mogelijk) alleen  met vrienden  met broer(s) of zus(sen)  met mijn ouders  met anderen, namelijk, __________________________________________________________________  weet niet/geen antwoord [dit antwoord niet mogelijk in combinatie met andere antwoorden]  Vuurwerk afsteken mag op 31 december van 18.00 uur tot 1 januari 02.00 uur. 9 Heb je tijdens de afgelopen jaarwisseling vuurwerk afgestoken buiten die tijden? ja  nee  weet ik niet meer  geen antwoord  De volgende vragen gaan over het terugdringen van de vuurwerkoverlast rond de jaarwisseling.

10 Hoe belangrijk vind je het dat de vuurwerkoverlast rond de jaarwisseling wordt teruggedrongen? zeer belangrijk  belangrijk  niet belangrijk/niet onbelangrijk  onbelangrijk  zeer onbelangrijk  weet niet/geen antwoord 

32

11 Om de vuurwerkoverlast terug te dringen, is het een optie om het afsteken van vuurwerk op minder plekken in de stad toe te staan. Vind je dit een goed of juist een slecht idee? heel goed idee  goed idee  geen goed/geen slecht idee  slecht idee -> ga naar vraag 13  heel slecht idee -> ga naar vraag 13  weet niet/geen antwoord -> ga naar vraag 13  12 Wanneer het aantal plekken waar vuurwerk mag worden afgestoken wordt teruggedrongen, in welke mate moet het vuurwerk volgens jou dan worden teruggedrongen? licht terugdringen (op meerdere plekken in je eigen buurt mag nog vuurwerk worden afgestoken)  sterk terugdringen (op een beperkt aantal plekken in de stad mag nog vuurwerk worden afgestoken)  op geen enkele plek mag nog vuurwerk worden afgestoken  anders, namelijk_______________________________________________________________________  13 Wat denk jij dat de beste manier is om vuurwerkoverlast terug te dringen?

geen antwoord

14 Er is een aantal alternatieven voor het zelf afsteken van vuurwerk. Kun je voor de volgende alternatieven aangeven hoe waarschijnlijk het is dat je hier heen zal gaan? misschien weet waarschijnlijk wel, waarschijnlijk zeker wel zeker niet niet/geen wel misschien niet antwoord niet een centrale 1 2 3 4 5 6 vuurwerkshow een centraal aftelmoment op één of meerdere locaties 1 2 3 4 5 6 in de stad (zonder vuurwerk) een lichtshow met 1 2 3 4 5 6 drones of lasers 15 Heb je zelf nog een ander alternatief voor het afsteken van vuurwerk?

geen antwoord

33

Wilt u zelf nog iets over dit onderwerp kwijt?

Tot slot willen we je nog een achtergrondvraag stellen. 16 Hoe oud ben je? jaar [16-24] 

geen antwoord

Dit is het einde van de vragenlijst. Door op 'Verzend' te klikken verzend je de antwoorden en sluit je de vragenlijst af. De vragenlijst kan hierna niet meer worden geopend. Hartelijk dank voor je medewerking.

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9921545/1