A - 05 Grondzaken (31) 1. (Defintieve) investeringsnota Centrum Reigersbos
Tekst van het document
•
•
Er komen geluidsschermen langs de metro tussen de twee uitgangen in Het plein van bij de Driestromenkerk blijft zoals het is. Er wordt voorlopig niet vergroend De beoogde bebouwing bij Remmerdenplein Noord (blok B) is uit het plan gehaald, waardoor meer ruimte is ontstaan voor groen en parkeren. Er komen meer (bezoekers)parkeerplekken dan oorspronkelijk beoogd in het plan De bouwblokken zijn minder gedetailleerd opgenomen zodat er nog ruimte is om met bewoners en andere belanghebbenden in gesprek te gaan over vorm en bouwhoogte Er worden onder begeleiding van een extern bureau workshops georganiseerd om het parkeervraagstuk met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden onder de loep te nemen De ventwegroute langs het Remmerdenplein is aangepast zodat de vrachtwagen voor bevoorrading van de supermarkt niet over het Remmerdenplein hoeft te rijden. De ontsluiting bij het Rhenenhof loopt in het definitieve plan via de Meerkerkdreef, anders dan een voorgestelde ontsluiting via het Millingenhof.
Vervolg In onderhavige investeringsnota zijn, n.a.v. de participatie, een aantal bouwblokken minder in detail opgenomen dan in de conceptnota het geval was. Het gaat om blokken C, E en G (Remmerdenplein Zuid, Reewijkplein en Renooitplein). We nemen deze bouwblokken op met een variabele bouwhoogte tussen de twee en zeven lagen. Dit geeft ruimte en kaders om samen met bewoners programma’s van eisen t.b.v. de bouwenveloppen op te stellen. Ook blok F (Ravensteinplein) werken we samen met de bewoners en Woonzorg verder uit. De overige blokken worden eveneens minder gedetailleerd in het plan opgenomen, teneinde er nog ruimte is in de gesprekken met bewoners en andere belanghebbenden. Daarnaast worden onder begeleiding van een extern bureau workshops georganiseerd om het parkeervraagstuk met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden onder de loep te nemen. De investeringsnota is dus geen eindbeeld en de participatie houdt hier niet op. We werken de plannen samen met bewoners, ondernemers en belanghebbenden verder uit na vaststelling van het investeringsbesluit.
3.1.2 Play the City
Om de participatie over het ruimtelijk kader goed op te zetten is samen met Play the City een (bord)spel ontwikkeld. In dit spel kunnen verschillende scenario’s en onderwerpen een rol spelen. Deze methode is meerdere malen ingezet om deze groep te bevragen. Bewoners hebben vanuit verschillende behoeften en interesses aangegeven met de gemeente in gesprek te willen gaan. Hierop hebben we drie thema’s (wonen, groen en voorzieningen) benoemd en bewoners
uitgenodigd deze bijeenkomsten bij te wonen. Deze bijeenkomsten vonden plaats in de Driestromenkerk en het infopunt Reigersbos. Voor de coronamaatregelen waren dit per avond ca. 15 tot 20 actieve bewoners. Toen de coronamaatregelen ingingen is het traject eerst een periode gepauzeerd, en daarna weer hervat met ca. … bewoners per avond. Actieve bewoners waren aanwezig om hun mening en ideeën over de thema’s te delen.
3.1.2 Placemaking en leefbaarheid
3.1.3 Onderzoek seniorenwoningen
Op basis van een grote wens voor woningen voor ouderen is hiervoor een apart traject opgestart. De gemeente is hiervoor een samenwerking aangegaan met Eigen Haard. Samen met bewoners gaat gekeken worden naar passende locaties en woonvormen. Het idee is dat ouderen in grote eengezinswoningen in Reigersbos straks een plek vinden in een nieuw ouderencomplex. De woningen die vrij komen zijn dan weer beschikbaar voor gezinnen.
In 2018 is gestart met een Placemaking traject. In dit traject zijn meerdere projecten naar voren gekomen die in de maak zijn of worden uitgevoerd. Hiermee geven we invulling aan de maatregelen genoemd in hoofdstuk 4.2.4, van de Principe Nota ‘Kansen voor Reigersbos’.
De resultaten van toewijzing aan specifieke doelgroepen (Van Reeshof en Hessepark) komen terug in het advies van het stadsdeelbestuur van Zuidoost aan B&W over de Huisvestingsverordening 2020 (HVV).
Eén van de belangrijkste redenen voor het placemaking traject in het winkelcentrum is dat bewoners de wens hebben het winkelcentrum te versterken en de leefbaarheid te vergroten. De ingrepen moeten bijdragen aan de leefbaarheid in de periode totdat de grootschalige renovatie van het winkelcentrum is afgerond. Samen met de bewoners werken we aan het de realisatie van sociaal veilige en kleurrijke stegen. Het opknappen van de stegen wordt ondersteund door de vastgoedeigenaar Hoorne Vastgoed, de woningcorporatie Stadgenoot en zorginstelling Cordaan. Dit gebeurt onder andere in de vorm van een financiële bijdrage.
Omdat er in de wijk geen plek is van/voor de buurt is er tijdelijk een ruimte gehuurd in het winkelcentrum. Dit is een tijd lang de basis geweest van veel (individuele) gesprekken met bewoners. Vanwege de coronamaatregelen is het infopunt niet meer gebruikt als plek om bewoners te ontmoeten. Per 1 oktober 2021 is het infopunt overgedragen aan het buurtteam.
In 2019 is de eerste opgeknapte steeg opgeleverd. Eind 2020 is het traject om de steeg aan de zijde van het kerkplein op te knappen gestart, bij het Rossumplein. Dit traject loopt door tot het voorjaar van 2022.
3.1.4 Infopunt
aangegeven dat in de Bijlmermeer en in Gaasperdam grote opgaven spelen ten aanzien van het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid. Dit kan hand in hand gaan met het versterken van de wijkeconomie. Dat vraagt vooral om een slimme verdichting van de buurten, met behoud van het groene en rustige karakter. Er worden niet alleen woningen toegevoegd, maar ook werkfuncties die de wijkeconomie moeten versterken. De investeringsnota past binnen het beleid van de omgevingsvisie, waarin wordt aangegeven dat in Gaasperdam langs diverse dreven ruimte is voor nieuwe woningen. Bij de centra van de wijken rond de metrostations kan verdere verdichting met voorzieningen en werkfuncties (en wonen) plaatsvinden. De omgeving van de Reigersbosdreef is daarbij aangeduid als ‘gemengde stadsbuurt’. Langs deze dreef beoogt de omgevingsvisie de ontwikkeling van een woonbuurt met een stedelijke dichtheid en
3.2 Beleid- en wet- en regelgeving De kaders voor de gebiedsontwikkeling van Reigersbos worden bepaald door het stedelijk beleid, de bestuurlijke prioriteit, de vastgestelde ambities voor Reigersbos en de eigendomsverhoudingen in het gebied. Hieronder zijn de voor de gebiedsontwikkeling Reigersbos relevante (beleids)kaders opgesomd.
3.2.1 Omgevingsvisie Amsterdam 2050
In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (2021) is
Investeringsnota Centrum Reigersbos 61
een flink aandeel niet-wonen (vooral in plinten en af en toe in een groter gebouw). De Reigersbosdreef is daarnaast aangeduid als ‘stadslaan’. De omgevingsvisie beoogd dat buurten zichzelf presenteren met voorkanten aan de groene stadslanen, met logisch en veilig ingerichte straatprofielen, met veel ruimte voor voetgangers, fietsers en straatgroen. En een overwegend groene inrichting met een sterke bomenstructuur. De aanliggende bebouwing vormt een continue begeleiding, met duidelijke adressen en ingangen aan de straat.
3.2.2 Slimweg gelukkig in Gaasperdam (2014)
In navolging van de structuurvisie ‘Amsterdam 2040. Economisch sterk en duurzaam’ (2012) is voor Gaasperdam een verkenning opgesteld. De redenen daarvoor waren een trend van een licht dalende
en verouderende bevolking en weinig instroom vanuit de rest van Amsterdam. Daarnaast stond de vastgoedwaarde in de wijk onder druk en was er risico op een kleiner draagvlak voor voorzieningen. De verkenning (Toekomstagenda ‘Slimweg gelukkig in Gaasperdam’, 2014) is met uitgebreide participatie tot stand gekomen. Uit de participatie bleek dat met name de ruimte en het groen in de wijk worden gewaardeerd. Maar de bewoners geven ook aan dat er meer voorzieningen en woningen toegevoegd kunnen worden om Gaasperdam aantrekkelijker te maken. ‘Slimweg gelukkig in Gaasperdam’ is opgesteld middenin de laatste economische en woningmarktcrisis. De focus van de Toekomstagenda is gericht op de eerste jaren na 2014. Lange termijnonderwerpen, zoals een (grootschalige) herstructurering van de middelhoogbouw, of het aanpassen van de drevenstructuur, krijgen in de Toekomstagenda geen prioriteit. ‘Dat wil niet zeggen dat dit soort ingrepen op de langere termijn niet alsnog opgepakt kunnen worden’. In ‘Slimweg gelukkig in Gaasperdam’ worden vier thema’s genoemd waarop in de jaren daarna moet worden ingezet: • Modern en duurzaam; • Groot Gaasperpark; • Gevarieerder woningaanbod; • Versterking centrum Reigersbos De Toekomstagenda ‘Slimweg gelukkig in Gaasperdam’ is niet bestuurlijk vastgesteld.
Met de investeringsnota Centrum Reigersbos wordt invulling gegeven aan de thema’s Versterking centrum Gaasperdam en Gevarieerder woningaanbod.
3.2.3 Koers 2025
In ‘Koers 2025 - Ruimte voor de Stad’ vastgesteld door de gemeenteraad in 2016, is een inventarisatie 62 Investeringsnota Centrum Reigersbos
gemaakt van de woningbouwlocaties in Amsterdam in de periode 2020-2030. Koers 2025 is een uitwerking van de Structuurvisie Amsterdam en de stedelijke ambitie voor de bouw van 50.000 woningen in een ontwikkelstrategie voor Amsterdam tot 2025. In het kader van Koers 2025 zijn verschillende gebiedsuitwerkingen gemaakt, waaronder een voor Gaasperdam. De opgave voor Gaasperdam was niet zozeer het maximeren van woningaantallen, maar meer het verbeteren van de leefbaarheid, de aanpak van winkelcentra, scholenclusters, de (omgeving van) de dreven en de Gaasperplas. De Gebiedsuitwerking Gaasperdam die in 2017 is opgesteld, geeft inzicht in een samenhangend ontwikkelingsperspectief voor Gaasperdam. Versterking van de centra is een van de onderdelen van de gebiedsuitwerking. De gebiedsuitwerkingen van Koers 2025 zijn niet bestuurlijk vastgesteld.
3.2.4 Referentienormen voorzieningen
De opgave voor de maatschappelijke voorzieningen is vastgesteld aan de hand van de “Referentienorm Maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen”. Op basis van valide onderbouwing kan er naast de norm programma worden aangevraagd. In ontwikkelbuurten bepaalt de sociale opgave ook een belangrijk deel van de voorzieningenbehoefte. Stedelijk is dit per domein vastgelegd in Strategische Huisvestingsplannen. In de “Uitvoeringsnota maatschappelijke voorzieningen Amsterdam Zuidoost” d.d. april 2018 is een vertaalslag gemaakt voor Zuidoost en door R&D ruimtelijk vertaald in “Naar een complete stad” d.d. okt. 2018. De beschreven opgave wordt in het Plaberum proces geactualiseerd en aangepast aan de aantoonbare behoefte.
Afdeling MV adviseert in alle fases van het Plaberum over de gereed-gekomen planproducten op basis van de te realiseren maatschappelijke opgave.
3.2.5 Ruimte voor de Economie voor Morgen
‘Ruimte voor de economie van morgen’ is de economische uitwerking van de stedelijke groeistrategie Koers 2025. Het is ook bedoeld geweest als bouwsteen voor de Amsterdamse omgevingsvisie die later is opgesteld. De opgaven voor Amsterdam die worden geschetst zijn ruimte voor kenniseconomie, ruimte voor economische diversiteit en inspelen op economische dynamiek en verandering. In Ruimte voor de Economie van Morgen worden vier ruimtelijke woon-werkmilieus onderscheiden. Voor de wijken van Zuidoost geldt het milieu ‘Productieve wijk’. ‘Productieve wijken’ zijn woon-werkwijken die bedrijven integreren in stedelijke woonmilieus. De bedrijfsruimte is grondgebonden met aanvullende kantoorruimte op de bovenlaag. Als indicatie wordt gegeven dat 5-15% van het totale bvo van de ontwikkeling met
economische ruimte is en op de begane grond circa 25-40%. Met de ‘productieve wijk’ wordt teruggekeerd naar het 19e eeuwse model van bedrijvigheid tussen woningen. Dat model komt weer in beeld doordat productieprocessen veel schoner zijn geworden; de integratie van bedrijven met woningen is milieutechnisch in veel gevallen weer mogelijk. De ‘productieve wijk’ moet onder meer een oplossing zijn voor bedrijven in Amsterdam die moeten verhuizen vanwege transformatie. Ook wordt gewezen op de opkomst van hybride bedrijven met een combinatie van (schone) productie en kantoor.
3.2.6 Woonagenda 2025
Nieuwbouw draagt bij aan een gemengde stad. Op 9 juli 2017 heeft de gemeenteraad de Woonagenda 2025 vastgesteld met als uitgangspunt voldoende, betaalbare en goede woningen in 2025. In de Woonagenda 2025 staat de prognose dat er in 2025 een tekort is aan sociale en middeldure huurwoningen. Ter voorkoming van dit tekort heeft de raad een stedelijk uitgangspunt voor de programmering van nieuwbouw geformuleerd: 40% sociale huurwoningen, 40% middeldure woningen (huur en koop) en 20% dure woningen (huur en koop).
3.2.7 Woningbouwplan 2018-2025
In het vastgestelde Woningbouwplan 2018-2025 is de ambitie opgenomen om jaarlijks gemiddeld 7.500 woningen in aanbouw te nemen, waarvan 2.500 sociale huurwoningen door corporaties en 1.670 middeldure huurwoningen. Het college van B&W zet daarnaast in op toekomstbestendige duurzame wijken, betaalbaarheid en de huisvesting van specifieke doelgroepen. De herontwikkeling van Reigersbos past in het Woningbouwplan.
3.2.8 Huisvestingsverordening
De Huisvestingsverordening bevat regels voor alle Amsterdamse woningen om de woningvoorraad en de leefbaarheid van Amsterdamse buurten te beschermen. Het college heeft op 12 oktober nieuwe regels voor de huisvestingsverordening vastgesteld. Bewoners kunnen voorrang krijgen op een deel van de nieuwbouwwoningen in hun eigen stadsdeel. Zo kunnen we de band tussen ‘zittende’ bewoners en de nieuwe buurt versterken en doorstroming bevorderen. We stellen voor om 25% van de woningen in bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen in overleg met de eigenaar bij de eerste verhuring, met voorrang toe te wijzen aan bewoners uit het stadsdeel. Deze stadsdeelvoorrang is voor bewoners die de afgelopen tien jaar minstens zes jaar onafgebroken in het stadsdeel wonen of hebben gewoond.
3.2.9 Ontwikkelbuurt
In de bestuursopdracht “Ontwikkelbuurten” is Reigersbos aangewezen als ontwikkelbuurt. Voor de gebiedsontwikkeling betekent deze bestuursopdracht dat er een koppeling gemaakt moet worden tussen stedelijke gebiedsontwikkeling en de strategische buurtontwikkeling. In de vastgestelde Principenota Reigersbos is er in dit kader een integrale aanpak fysiek-sociaal voor Reigersbos opgesteld.
3.2.10 Gezonde (school)omgeving
Het gezondheidsbeleid in Amsterdam wil kinderen een gezonde start geven in een gezonde fysieke en sociale omgeving. Dat betekent voor de schoolomgeving dat kinderen voldoende kunnen bewegen, gezond eten en drinken en geen mensen zien roken. Groene schoolpleinen, veilige loopen fietsroutes naar en van school, beperken van parkeermogelijkheden rond scholen, beperken van ongezond voedselaanbod in de omgeving en een Investeringsnota Centrum Reigersbos 63
rookverbod op schoolpleinen zijn daarvoor nodig. Daar hoort ook een rookvrij schoolterrein bij. Rookvrije schoolterreinen zijn sinds 2020 verplicht (Nationaal Preventieakkoord).
3.2.11 Bewegende Stad
Amsterdam heeft de ambitie om zijn stadsbewoners bewust of onbewust te stimuleren te bewegen. Beweging leidt tot verlenging van het aantal gezonde levensjaren, fysieke en mentale fitheid, lagere zorgkosten en hogere productiviteit. Reigersbos biedt vele aanleidingen om de openbare ruimte zodanig in te richten dat lopen, fietsen en sport en spel bewust en onbewust gestimuleerd wordt. Vanwege het ruime aanbod van groen, routes en speelplekken in Reigersbos en Gaasperdam is de opgave op dit vlak niet zozeer kwantitatief als wel kwalitatief.
3.2.12 Cultuurhistorische waarden
Delen van de wijk ontlenen mede hun identiteit aan afleesbare geschiedenis. In Reigerbos bevinden zich cultuurhistorisch betekenisvolle stedenbouwkundige
structuren, elementen en bebouwing. Het gaat daarbij om de verkeersstructuur met scheiding van verkeerssoorten, de metrostations, bruggen en viaducten, het winkelcentrum Reigersbos, de groene hoven in de middelhoogbouw, de groene routes en het ‘centraal groenelement’ tussen Reigersbos en Gein en de singels en de zichtlijnen naar het open landschap. Monumenten & Archeologie (M&A) heeft een ‘conceptwaarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit 1965-1985’ opgesteld. De bebouwing van het winkelcentrum Reigersbos is op deze kaart (zie hieronder) met een orde-2 gewaardeerd. (De parkeergarages zijn per abuis ook met een orde-2 gewaardeerd maar dit wordt in de volgende versie van de kaart gerepareerd.) De stedenbouwkundige/landschappelijke kwaliteit van het gebied is hoog gewaardeerd, als Zone B. De bebouwing van Holendrecht-West is met een orde-3 gewaardeerd. De stedenbouwkundige/ landschappelijke kwaliteit van deze buurt is zeer hoog gewaardeerd, als Zone A. Voor de investeringsnota is een cultuurhistorisch onderzoek gedaan naar de orde-2 panden die betrokken zijn bij de transformatie van het gebied (zie bijlagen). De bijzondere karakteristieken van de gebouwen en cultuurhistorische ontwikkeling van het gebied kunnen bij verdichting een positieve rol spelen en zorgen voor een goede samenhang met de omliggende bebouwing.
3.2.13 Milieueffectrapportage (m.e.r.)
De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures met milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan 64 Investeringsnota Centrum Reigersbos
de ‘moederprocedure’. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure of de omgevingsvergunning waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Voor besluiten en plannen die ontwikkelingen bevatten, die (mogelijk) belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de plicht voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De drempelwaarden voor projecten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit m.e.r. Het project Reigersbos is niet direct m.e.r.-plichtig. Het project valt niet onder de voorwaarden van bijlage C behorend bij het Besluit m.e.r. Tevens ligt de ontwikkeling die met een bestemmingsplan of omgevingsvergunning mogelijk wordt gemaakt onder de drempelwaarden van bijlage D behorend bij het Besluit m.e.r. (2000 of meer woningen en een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer) In onderdeel D.11.2 van het Besluit m.e.r. wordt aangegeven dat voor ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden.
Bij het in te zetten juridisch planologisch instrument (bestemmingsplan of omgevingsvergunning) moet vanaf 16 mei 2017 door projectontwikkelaars een vormvrije m.e.r. beoordeling worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. Dit is een extra stap in de procedure voor de vormvrije m.e.r. beoordeling. Met een aanmeldnotitie kan
in een vroeg stadium beoordeeld worden of een activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. De beslissing van het bevoegd gezag of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld vindt plaats op basis van een aanmeldnotitie.
3.2.15 LIB
3.2.14 Geluid
3.2.16 Bedrijven/Wet Milieubeheer en Bodem
Het plangebied ligt binnen de zones van de metro en 50 km/u-wegen. Voor Reigersbos is een akoestisch onderzoek gedaan. Daarbij is getoetst aan de Wet geluidhinder en aan het gemeentelijk geluidbeleid. De conclusie is dat het aspect geluidbelasting vanwege verkeerslawaai geen ernstige belemmering vormt, mits voor het metrogeluid bronmaatregelen worden getroffen. De metrolijn veroorzaakt een hoge geluidsbelasting in het gebied, bij de meest dichtbij gelegen bouwblokken. Zonder geluidschermen zullen gebouwen nabij de metrobaan voorzien moet worden van dove gevels. Om woningbouw minder complex te maken en zodoende het geluidsklimaat en de gezondheid te verbeteren verdient het de voorkeur om bij de metro bronmaatregelen te treffen. De meest effectieve maatregel is het plaatsen van geluidschermen bij de metrohalte: 3m hoge schermen van ca. 300 m lang aan weerszijden langs het spoor. Naast het minder complex maken van de nieuwbouw, zullen de geluidschermen ook het geluidklimaat voor de naastgelegen bestaande woningen verbeteren, alsmede het geluidklimaat van het nieuwe plein in het hart naast de metro. Het plaatsen van (3 meter hoge) geluidschermen is als uitgangspunt meegenomen in deze investeringsnota.
Het plangebied ligt niet binnen het zogenaamde beperkingengebied, zoals dat is vastgesteld in het Luchthavenindelingsbesluit (LIB). Onderzoek naar luchtvaartlawaai is niet noodzakelijk.
Bij planvorming kan het noodzakelijk zijn om onderzoek uit te voeren naar het samengaan van toe te voegen gevoelige functies zoals wonen en bedrijvigheid. De enige milieu-inrichting in het gebied die nader onderzoek noodzakelijk zou kunnen maken, is het tankstation van BP. In de volgende fase van de planvorming wordt onderzocht of het tankstation kan worden verplaatst uit het plangebied. Uit nader bodem (archief)onderzoek blijkt dat een sterke verontreiniging in de grond en het grondwater ter plaatse van het tankstation Reewijkplein 1 reeds is gesaneerd. Uit het meest recente en beschikbare monitoringsonderzoek (2010) blijkt dat er verhoogde concentraties MTBE en ETBE is gemeten. Mogelijk is er sprake van een nieuwe bodemverontreiniging. Voor de diepere ondergrond zal nog rekening gehouden moeten worden met de mogelijke aanwezigheid van een bodemvreemde ophooglaag onder de dreven. Voor de ontwikkellocaties in het plangebied moet bij de verdere planvorming een verkennend bodemonderzoek worden verricht.
3.2.17 Grondwater
Op de meeste plekken in het projectgebied wordt de ontwateringsdiepte van 0,9 meter ruim gehaald. Er is een laag risico op hoog grondwater. Echter, ondergronds bouwen kan lokaal grote invloed hebben op grondwaterstanden. De plannen gaan uit van (ondergrondse) parkeergarages voor bezoekers
van het winkelcentrum. Rekening houdend met dit scenario, is het van belang goed te kijken naar de mogelijke effecten hiervan op: grondwaterstanden/stroming/-huishouding, waterafvoer en –berging, groenvoorzieningen en eventuele WKO-interferentie. Hierbij wordt rekening gehouden met het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam, vastgesteld op 20 januari 2021.
3.2.18 Parkeren auto, fiets en scooter
Nieuwbouw en transformatie vinden plaats binnen de kaders van de vastgestelde Nota Parkeernormen Auto (2017) en de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter (2018). De parkeernomen voor de auto zijn uitgangspunt geweest bij het opstellen van de parkeerbalans voor Centrum Reigersbos. De normen voor de auto, fiets en scooter zullen ook uitgangspunt zijn bij de verdere uitwerking van de gebouwen en openbare ruimte in de vervolgsfase.
3.2.19 Mobiliteitsplan Zuidoostflank
Voor de Zuidoostflank van Amsterdam is een mobiliteitsplan opgesteld, om ervoor te zorgen dat de bereikbaarheid en leefbaarheid van het gebied op orde en in balans blijven. De Zuidoostflank is namelijk binnen de snel groeiende regio Amsterdam één van de grootste ontwikkellocaties, waar een forse bouwopgave ligt. Dit gaat gepaard met een sterke groei van de mobiliteit. De Zuidoostflank omvat de gebieden Bijlmer, Gaasperdam en het gebied van AMC, ArenAPoort tot het Amstel Station. In het mobiliteitsplan is de verwachte toename in verkeersbewegingen door de realisatie van de nieuwe woningen en niet-wonen functies in Reigersbos meegenomen. De verkeerseffecten van de ontwikkelingen blijven beperkt.
Investeringsnota Centrum Reigersbos 65
3.2.20 Groen en natuurinclusief
Op 21 december 2020 heeft de gemeenteraad de Groenvisie vastgesteld. De Groenvisie schetst een beeld van Amsterdam als groene stad en hoe dit zich tussen nu en 2050 verder kan ontwikkelen. Amsterdam zal nog meer als groene stad worden ervaren in 2050. Dat begint bij de gebouwen en eindigt in het landschap rond de stad: ‘In 2050 willen we een stad zijn waar iedereen in de directe omgeving thuis of op het werk zich kan omgeven in groen. Dat begint bij het gebouw en loopt via groene straten, groene pleinen, parken en (wandel- en fiets-) routes naar het landschap om de stad. Die groene structuur gaan we steeds verder ontwikkelen zowel in de publieke als in de private buitenruimte’. Over de schaalniveaus die voor deze investeringsnota relevant zijn (de bebouwing en de openbare ruimte binnen het projectgebied), wordt in de Groenvisie gezegd dat natuurinclusief (ver)bouwen de norm wordt bij renovatie, transformatie en nieuwbouw van gebouwen. Binnen de tenders voor nieuwbouwprojecten wordt aangegeven op welke wijze natuur geïntegreerd kan worden. “Daarvoor gebruiken we een systeem waarmee punten voor natuurinclusieve maatregelen kunnen worden gehaald. Zo worden partijen gestimuleerd om voldoende inspanningen te leveren op het gebied van natuurinclusief bouwen”.
De openbare ruimte (straten, oevers, routes) wordt groener waar dat kan: “Groen, tenzij andere functies, zoals bijvoorbeeld verkeer, de groeiomstandigheden en de beheerbaarheid het onmogelijk maken”. Er wordt een keuze gemaakt voor natuurinclusieve oevers, kades, bermen, parken, bos- en bos¬plantsoenen , graslanden, plantsoenen, straten en pleinen. Bij kades en oevers wordt, waar 66 Investeringsnota Centrum Reigersbos
dat technisch mogelijk en gepast is, geleidelijke land/ water overgangen gemaakt met inheemse planten. Het toepassen blijft altijd maatwerk.
3.2.21 Groennormen
Amsterdam hanteert groennormen bij stedelijke ontwikkeling. De Groennormen zijn normen die richting geven aan de hoeveelheid groen in nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van het woonmilieu van het gebied, het aantal nieuw gebouwde woningen en de gehanteerde groennorm, wordt berekend hoeveel groen er moet worden gerealiseerd. De referentie norm gaat uit van twee typen groen. Gebruiksgroen voor recreatie en verblijven en Ecosysteemgroen voor biodiversiteit en klimaat adaptatie. De norm voor gebruiksgroen zorgt voor stedelijk attractief groen waarin men kan verblijven en recreëren. De oppervlakte dient minimaal een 0,5 ha aaneengesloten te zijn en dient voor 60% te bestaan uit levend groen. De resterende oppervlakte is bedoeld voor paden, water en andere voorzieningen als sport en spel. De norm voor Ecosysteemgroen heeft als belangrijkste doel de buurt klimaatadaptief te maken, maar draagt ook bij aan de beleving en gezondheid van de Amsterdammer. Het groen draagt bij aan het programma Rainproof en natuurinclusief maken van de buurt, ook het gebruiksgroen draagt bij aan deze doelen. Van deze norm mag maximaal 25% op de kavel of het dak worden gerealiseerd.
3.2.22 Flora en fauna
Er is door de stadsecologen een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie is dat de vegetatie op de taluds van de dreef zeer geschikt is als foerageergebied en mogelijk als leefgebied. Bij verwijdering van de vegetatie op de taluds moet gekeken worden naar de aanwezigheid
van vogelnesten (in de wintermaanden voor maart). Als er niet–jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn wordt geadviseerd om het eventueel verwijderen van bomen in de wintermaanden uit te voeren. Verder wordt geadviseerd om buiten het broedseizoen te werken. Nader ecologisch onderzoek is nodig bij twee panden in het gebied (basisschool De Mobiel). Deze twee panden zijn potentieel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. In de volgende fase wordt er nader onderzoek gedaan.
3.2.21 Luchtkwaliteit
Bij verdere planvorming wordt, indien nodig, onderzoek naar de luchtkwaliteit uitgevoerd. Bij het toevoegen van gevoelige maatschappelijke bestemmingen, zoals scholen en kinderdagverblijven, moet daarnaast worden getoetst aan het Besluit gevoelige bestemmingen. Tevens dient te worden getoetst aan het Beleid gevoelige bestemmingen gemeente Amsterdam (Amsterdamse richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit). Het uitgangspunt is dat er - ongeacht de luchtkwaliteit - geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd in de 1e lijnsbebouwing bij stedelijke wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal binnen een afstand van 50 meter van de rand van de weg. Het gaat hier om de grotere drukke wegen. De richtlijn heeft alleen betrekking op nieuw te realiseren gevoelige voorzieningen indien deze voorzieningen geheel of gedeeltelijk binnen de desbetreffende zones worden gepland. Het verkeer op de Reigersbosdreef zal vanaf 2025 de 10.000 voertuigen per etmaal paseren. Om deze reden is voor basisschool De Mobiel nodig om nieuwbouw op een locatie buiten het plangebied te realiseren.
In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) over luchtkwaliteitseisen zijn regels opgenomen omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Het project Reigersbos centrum draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie in de buitenlucht van schadelijke stoffen waarvoor in de Wet Milieubeheer grenswaarden zijn opgenomen. Wat betreft de stikstofdepositie wordt door middel van een AERIUS berekening de stikstofdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden berekend. De AERIUS calculator is bedoeld voor vergunningverlening in het kader van de Wet natuurbescherming. Met de calculator kan de stikstofdepositie rondom de bron(nen) die voor een project worden ingegeven worden berekend. Gelet op de Handreiking woningbouw en AERIUS is voor projecten met een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd. In de andere gevallen op kortere afstand van een Natura 2000-gebied en/of voor de bouw van meer woningen waarbij de depositie mogelijk hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar, is een AERIUSberekening nodig om de feitelijke situatie mee te nemen en kan een vergunningplicht aan de orde zijn.
Daarbij dient de aanlegfase én de gebruiksfase te worden ingevoerd. Voor het project Reigersbos centrum is een AERIUS-berekening nodig.
3.2.24 Externe Veiligheid
Het plangebied van het project Reigersbos ligt buiten de invloedssfeer van het spoor en wegen wat betreft externe veiligheid. Het plangebied ligt ook niet in een
veiligheidszone voor hoofdtransportleidingen. Ook zijn er geen milieu-inrichtingen in de buurt van het plangebied die onder het besluit externe veiligheid inrichtingen vallen. Er is voor dit project dus geen nader onderzoek naar externe veiligheid noodzakelijk.
3.2.25 Archeologie
Voor Gaasperdam is in 2016 een uitgebreid archeologisch bureauonderzoek ingesteld. Daarin zijn archeologische zones met bijbehorende beleidsregels aangegeven. In Reigersbos Iiggen twee naar verwachting archeologisch interessante zones. Het gaat om een zone in Reigersbos I, ter hoogte van het noordelijke deel van de Reigersbosdreef, en om een zone in Reigersbos IV, ter hoogte van Sleewijkstraat/ Sinderenstraat. De zones zijn opgehoogd en zijn bebouwd. De kans bestaat dat er bewoningsresten uit de steentijd en/of ijzertijd worden gevonden. In de zones is archeologisch veldonderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 500 m2 of dieper dan 0,5 m. In de volgende fase wordt nader onderzoek uitgevoerd.
3.2.26 Kabels en leidingen
Bij de aanpassingen van de Reigersbosdreef en woningbouw moeten diverse (hoofd)tracés van kabels en leidingen worden verlegd of aangepast: • Liander Middenspanning; • Liander traforuimten; • Waternetriool onder druk; • Liander hogedrukaardgasleiding; Verplaatsing van het gelijkrichterstation van het GVB is mogelijk. Per bouwblok is (waarschijnlijk) één (inpandige) traforuimte voor elektriciteit noodzakelijk. Voor de nieuwbouw zal een glasvezelnetwerk worden aangelegd. Daarvoor is het noodzakelijk om een glasvezelwijkcentrale (PoP) te realiseren (één van 15 m2 of 3 straatkasten). Een PoP kan onder
voorwaarden inpandig worden opgenomen.
3.2.27 Duurzaam bouwen
De gemeente Amsterdam wil de verduurzaming van de stad versnellen. De stadsbrede aanpak staat beschreven in de Omgevingsvisie 2050. Deze aanpak moet leiden tot het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Een overzicht inclusief de beleidsdocumenten is te vinden op de website: www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/duurzaamamsterdam/duurzaam-ontwikkelen/.
3.2.28 Energie
In 2020 heeft de gemeenteraad de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 vastgesteld. Hierin wordt de aanpak beschreven voor de Amsterdamse energietransitie.Dat betekent o.a. dat nieuwbouw niet meer wordt aangesloten op het gasnet, dat transformatie van gebouwen wordt gebruikt als aanleiding om duurzaam te gaan verwarmen, en dat naar alternatieven voor de verwarming van woningen, de bereiding van warm tapwater en koken op aardgas moeten worden gezocht. Dit geldt voor alle nieuwbouw- en transformatiegebieden in Amsterdam.
3.2.29 Circulair bouwen
Circulair bouwen is het zo lang mogelijk hoogwaardig in de keten houden van grondstoffen en bouwmaterialen, het verlengen van de technische en functionele levensduur van gebouwen, hergebruikt materiaal toe te passen, en het zorgen dat materialen herbruikbaar zijn aan het eind van de levensduur. In het convenant Green Deal Houtbouw MRA 20212025 is het uitgangspunt om vanaf 2025 voor alle nieuwbouw in de MRA een schaalsprong te maken door minimaal 20% uit te voeren in houtbouw/ biobased bouw.
Investeringsnota Centrum Reigersbos 67
Daarnaast wordt ingezet op flexibel bouwen en het flexibel inrichten van het gebied, zodat goed kan worden ingespeeld op de voortdurende veranderingen in de stad. Gebouwen krijgen daardoor een hoge toekomstwaarde. Daarnaast moeten gebouwen en gebieden flexibel kunnen worden heringericht en moeten ze zich in de loop van de tijd aan nieuwe functies kunnen aanpassen.
3.2.30 Circulaire economie
In april 2020 heeft het college van B en W de strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 vastgesteld. De strategie moet zorgen voor een aanzienlijke vermindering van het gebruik van nieuwe grondstoffen en materialen en zo bijdragen aan een duurzame stad. Het doel is om in 2030 een halvering van het gebruik van nieuwe grondstoffen te bereiken, en in 2050 een volledig circulaire economie. In een circulaire economie wordt slim omgegaan met energie, water, grondstoffen en voedsel. Het is een economie waarin afval een grondstof is en energie van duurzame bronnen komt. De gemeente Amsterdam wil een koploperspositie verwerven in deze overgang naar een circulaire economie en een actieve rol spelen in het stimuleren hiervan. Amsterdam gebruikt in haar circulaire strategie een speciaal voor de stad ontwikkelde uitwerking van het ‘donut model’ van de Britse econoom Kate Raworth. Dit model beschrijft hoe samenlevingen en bedrijven kunnen bijdragen aan economische ontwikkeling die de grenzen van planeet en samenleving respecteert. Voor gebiedsontwikkeling ligt de focus op circulair bouwen en op hoe wordt omgegaan met huishoudelijk en bedrijfsafval.
3.2.31 Schone lucht en duurzame mobiliteit
De Amsterdamse ambitie voor schone lucht gaat verder dan de wettelijke eisen voor luchtkwaliteit. Het 68 Investeringsnota Centrum Reigersbos
is de bedoeling om het autogebruik zo veel mogelijk te beperken en zorg te dragen voor goede ov- en fietsverbindingen.
3.2.32 Huishoudelijk afval
Amsterdam heeft de ambitie een afvalvrije stad te zijn, waar straten en pleinen schoon zijn. De ambitie van een afvalvrij en schoon Amsterdam wil de gemeente bereiken door de goede voorzieningen aan te bieden die bijdragen aan het juiste aanbiedgedrag, zodat we grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk verwerken. 1.
2.
3.
Voorzieningen: Amsterdam verbetert de voorzieningen voor afvalinzameling. We gaan de inzamelvoorzieningen voor de verschillende fracties verbeteren en waar nodig uitbreiden. Daarnaast gaan we ervoor zorgen dat deze schoon en heel zijn. Gedrag: Het is voor Amsterdammers normaal en makkelijk om afval aan te bieden. Voor een efficiënte en duurzame inzameling en verwerking van afval en grondstoffen hebben we ook het juiste aanbiedgedrag van de Amsterdammers nodig. Grondstoffen: Afval wordt zoveel mogelijk voorkomen of verwerkt als grondstof. Om in 2050 100% circulair te zijn, moet de manier waarop we met ons afval omgaan fundamenteel veranderen. De afvalketen van Amsterdam draagt bij aan deze doelstelling door te zorgen dat het voorkomen van afval, en hergebruik en recyclen4 van materialen zo efficiënt mogelijk worden gemaakt.
3.2.33 Klimaatadaptatie Rainproof Door klimaatverandering hebben we steeds vaker te maken met extremer weer. Voor de bebouwing en de openbare ruimte in het plangebied betekent dit dat er dat er maatregelen getroffen moeten worden om hittestress te voorkomen en om te gaan met periodes van hevige regenval, droogte en storm. De stadsbrede aanpak hiervoor staat beschreven in de Strategie Klimaatadaptatie (2020). Voor droogte, hitte en waterveiligheid bestaat er geen hard beleid. Wel is bij gebiedsontwikkeling aandacht voor deze thema’s en wordt hierbij gebruik gemaakt van de Klimaateffectatlas (www.klimaateffectatlas). Voor regenbestendigheid is de huidige norm dat een regenbui, waarbij 60 mm in één uur valt, verwerkt kan worden zonder dat er schade ontstaat aan huizen en vitale infrastructuur. Deze norm zal worden aangescherpt naar 70 mm met komst van de omgevingswet. Watercompensatie Bij nieuwbouw of bij verharding van de openbare ruimte blijft minder grondoppervlak over voor het opnemen van regenwater. 10% van de extra verhardingsoppervlakte zal als extra oppervlaktewater moeten worden aangelegd in hetzelfde waterpeilgebied, overeenkomstig de Keur van het Waterschap (AGV).
Investeringsnota Centrum Reigersbos 69
70 Investeringsnota Centrum Reigersbos
Deel 4: Het vervolg 4.1 Ontwikkelstrategie
•
Het toevoegen van programma is Reigersbos is stedelijke vernieuwing of binnenstedelijke gebiedsontwikkeling. Daarom kiezen we voor een geleidelijke ontwikkeling. Niet alles kan in één keer. De winkel blijft open tijdens de verbouwing. Ook kiezen we voor samenwerking met stakeholders en bestaande investeerders in het gebied, alsmede voor een open en transparant en zo participatief mogelijk proces met bewoners en belanghebbenden. Uitgangspunten voor de ontwikkeling zijn: 1. Samenwerking Het plangebied beslaat deels uit gronden in volle eigendom van de gemeente en deels in erfpacht uitgegeven gronden. Voor een deel van de uitgegeven gronden heeft de planvorming geen privaatrechtelijke gevolgen. Voor een ander deel van de uitgegeven gronden zijn er wel plannen voor herstructurering met privaatrechtelijke gevolgen van dien: • Blok E, blok H, de winkels in het winkelcentrum en de plinten van de kantoortorens naast de metro zijn in eigendom van Hoorne Vastgoed. Samenwerking met Hoorne Vastgoed is van belang om het centrum van Reigersbos nog meer hét centrum van Gaasperdam te laten worden. Met deze partij zijn we in gesprek over de ontwikkelmogelijkheden. • Het tankstation en de parkeergarage (blok D), de kantoortorens exclusief plint (blok F) en het bruggebouw boven de metro zijn in eigendom van B.V. European Project Consultants E.P.C..
Met deze partij zijn we in gesprek over de ontwikkelmogelijkheden. • Het gelijkrichterstation op het Reewijkplein is in eigendom van de GVB. Samen met dienst Metro & Tram en GVB onderzoeken we de
•
•
mogelijkheden voor een alternatieve locatie. De politie is eigenaar van het bestaande politiekantoor op het Remmerdenplein (blok C). Samen met de politie zoeken we naar een passende alternatieve locatie. We richten ons hierbij op een locatie binnen het plangebied. Bewoners hebben aangegeven de nabijheid van het politiekantoor te waarderen. Voor de gemeente Amsterdam is de politie een zeer belangrijke maatschappelijke partner en we zoeken de samenwerking op om Reigersbos een nog prettigere en veilige buurt te maken. Goede huisvesting is daarbij essentieel. Met het bestuur van de school de Mobiel, Zonova, voeren we gesprekken om te kijken naar een alternatieve locatie voor de school. Als deze locatie is gevonden kan aangevangen worden met de ontwikkeling van blok H. Met het bestuur van de kerk gevestigd aan het Reewijkplein voeren we gesprekken over een alternatieve locatie voor de kerk.
Daar waar het kan kiezen we voor samenwerking met bestaande eigenaren en investeerders in het gebied. Samenwerking gaat voor actief grondbeleid en verwerving. Daar waar het puur om gemeentelijke gronden gaat kiezen we conform beleid voor tenders in de markt. Samenwerkingsafspraken met bestaande eigenaren en investeerders worden gemaakt binnen de gestelde kaders en randvoorwaarden. Ook worden er redelijke afspraken gemaakt over een onderlinge verdeling van rekening en risico’s. 2. Tijdens de verbouwing is de winkel open Verdichting moet geleidelijk en met zo min mogelijk overlast gaan. Er worden goede en afdoende tijdelijke
maatregelen genomen om de leefbaarheid en de kwaliteit van de omgeving op peil te houden. Dit geldt ook voor de bereikbaarheid van het winkelcentrum en de markt tijdens de werkzaamheden. Een belangrijk element hierin is dat we gefaseerd zullen bouwen. Ook de bouw op de kavels rondom het winkelcentrum zullen niet gelijktijdig van start gaan. Zo zorgen we ervoor dat toegangswegen van en naar woningen en winkels bereikbaar blijven en er voldoende parkeergelegenheid is tijdens de 3. Participatief Daar waar het kan maken we samen met direct betrokkenen plannen als uitwerking. Direct omwonenden treden daarbij tenminste als adviseur en ten hoogste als co-creator op. We streven ernaar bewoners optimaal te laten profiteren van de ontwikkelingen, bijvoorbeeld door directe toewijzing van woningen waar dat mogelijk is. 4. Actief en passief grondbeleid De gemeente voert zowel actief als passief grondbeleid om de plannen te realiseren, afhankelijk van de mogelijkheden en de specificaties per deelgebied. Om de uiteindelijke voortang van de totale gebiedsontwikkeling Reigersbos te kunnen borgen en een gewenst uitvoertempo te kunnen aanhouden kan de gemeente actief grondbeleid voeren. In de volgende fase wordt onderzocht of het nodig is aanvullend instrumentarium in te zetten met het oog op het uitoefenen van de regierol van de gemeente.
Dit zal zich dan richten op het, waar nodig, verhalen van kosten en/of verwerving van panden en gronden welke noodzakelijk worden geacht voor een goede ruimtelijke en functionele samenhang en uiteindelijke (verblijfs)kwaliteit van het gebied. Investeringsnota Centrum Reigersbos 71
72 Investeringsnota Centrum Reigersbos
De voorkeur blijft om te komen tot een minnelijke overeenstemming en samenwerking, ook als blijkt dat het nodig is om aanvullende verwerings- en/of kostenverhaalinstrumenten in te zetten. 5. fasering Het gebied Reigersbos kent verschillende deelontwikkelingen. De ontwikkelstrategie-/aanpak kan en zal dan ook kunnen verschillen per deelgebied. Naast tempo speelt ook eventuele nadere fasering van de bouwontwikkeling, andere werken en werkzaamheden een rol. Op dit moment wordt de volgende fasering verwacht : • • • • • • • •
Ravensteinplein (blok G): planvorming en realisatie van 2022 – 2025. In 2025 start bouw woningen. Rhenenhof (Blok A): planvorming en realisatie van 2022 – 2026. In de 2026 start bouw woningen. Renkumhof (Blok B): planvorming en realisatie van 2022 – 2026. In 2026 start bouw woningen. Schonerwoerdstraat (blok H en I): planvorming en realisatie (inclusief verhuizing school de Mobiel): 2022-2027. In 2027 start bouw woningen. Renooiplein (Blok E en blok F): planvorming en realisatie: 2022 – 2028. In 2028 start bouw woningen. Reewijkplein (Blok D): planvorming tot realisatie: 2022 – 2028. In 2028 start bouw woningen Remmerdenplein (Blok C): planvorming tot realisatie (inclusief verhuizing politiebureau): 2022 – 2028/2029. In 2029 start bouw woningen. Ontwerpen maaiveld: planvorming tot realisatie: 2023 – 2026. Start uitvoering in 2026.
Bovenstaande fasering is nog fluïde en afhankelijk van het verloop van de samenwerking met de vastgoedeigenaren en investeerders. Voor Reigersbos
III en IV is de geplande start van de planvorming in 2023.
Product
Aanvang
Besluit gereed
4.2 Planning en proces en juridisch planologisch
Investeringsbesluit I (voor buurt Reigersbos I+II)
Q1 2021
Q1 2022
Projectbesluit II (voor buurt Reigersbos III+IV)
Q1 2023
Q4 2023
Investeringsbesluit II (voor buurt Reigersbos III+IV)
Q1 2024
Q4 2024
In het voorjaar van 2021 is begonnen met het opstellen van deze investeringsnota. Vaststelling is voorzien in januari 2022. De eerste start bouwwerkzaamheden wordt verwacht in 2024. Het geldende juridisch-planologisch kader voor Reigersbos is het bestemmingsplan Gaasperdam. Dit bestemmingsplan is vastgesteld (onherroepelijk) op 28 april 2010. Het toekomstige juridisch-planologische kader zal geheel vallen binnen de procedures van de aanstaande Omgevingswet. De beoogde inwerkingtredingdatum van de Omgevingswet is 1 juli 2022. Om de eerste ontwikkelingen in Reigersbos juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt in principe geen nieuw bestemmingsplan of omgevingsplan opgesteld. Per ontwikkeling kan de gemeente Amsterdam toetsen aan de uitgangspunten van de investeringsnota en aan nog op te stellen tenderdocumenten met selectiecriteria. De projectontwikkelaar draagt zorg voor de juiste juridisch-planologische afwikkeling van de plannen via de aanvraag van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Onder de Omgevingswet ontstaat een nieuw juridisch-planologisch kader, het omgevingsplan met een nader afweegmoment. Daarbij hoeven de maximale planologische mogelijkheden niet al bij het vaststellingsbesluit te zijn onderzocht.
De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om een deel van de onderzoeken door te schuiven naar de uitvoeringsfase. Vastgesteld moet kunnen worden dat zich geen omstandigheden voordoen op grond waarvan het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling die in het omgevingsplan is voorzien niet kan worden gerealiseerd. Voor Reigersbos dient uiterlijk tien jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsplan te worden opgesteld. Tegen die tijd zullen meerdere gewenste ontwikkelingen zijn gerealiseerd. De toedeling van functies moet evenwichtig zijn, waarbij alle betrokken belangen moeten worden meegewogen. Pas bij concrete besluitvorming komt de ‘hoe’ vraag aan de orde. Zonder nader afwegingsmoment is het doorschuiven van Investeringsnota Centrum Reigersbos 73
onderzoeksverplichtingen niet mogelijk. Dat betekent dat het doorschuiven van de onderzoeksverplichting alleen mogelijk is indien er een omgevingsvergunningsplicht geldt op grond van het omgevingsplan. Onder de Omgevingswet wordt dat een binnenplanse omgevingsplanactiviteitvergunning genoemd.
4.3 Participatie & communicatie 4.3.1 Participatie Omdat we de gebouwen minder gedetailleerd op hebben genomen in de investeringsnota, is daarvoor na vaststelling van de investeringsnota voldoende tijd in het proces en ook inhoudelijk ruimte bij de uitwerking van de gebouwen. In de planuitwerking zetten we de participatie voort: • daar waar wenselijk en mogelijk maken we plannen voor de openbare ruimte in co-creatie met de buurt. • ten aanzien van het parkeergebruik betrekken we bewoners en ondernemers in een vervolgtraject; • de blokken C, E en G (Remmerdenplein Zuid, Reewijkplein en Renooiplein) worden in een vervolgtraject met bewoners verder vormgeven door een gezamenlijk programma van eisen op te stellen; • Mogelijk kan gewerkt worden met burgerjury’s voor de beoordeling van plannen van een ontwikkelaar, zoals dat nu gebeurt bij het Vreeswijkpad; • We betrekken bewoners actief bij het uitwerken van de maatschappelijke voorzieningen.
74 Investeringsnota Centrum Reigersbos
4.3.2 Communicatie
De definitieve investeringsnota Centrum Reigersbos wordt na vaststelling gedeeld met gesprekspartners en andere belanghebbenden. De nota van Beantwoording wordt openbaar gemaakt en actief gedeeld met de bewoners en belanghebbenden die een inspraakreactie hebben ingediend. We houden contact me de bewoners, in het bijzonder met de bewoners die rondom de nieuwe bouwblokken wonen (Remmerdenplein Zuid, Reewijkplein, Renooiplein, Renkumhof, Rhenenhof en Ravensteinplein). Dit geldt ook voor de ondernemers, marktlieden, vastgoedeigenaren en andere belanghebbenden. Op de projectwebsite www.amsterdam.nl/reigersbos delen we actuele informatie over de voortgang van de ontwikkelingen in Reigersbos. Ook zijn hier de belangrijke documenten te downloaden. Via deze website kan men zich ook inschrijven voor de nieuwsbrief. In deze nieuwsbrief houden wij geïnteresseerden op de hoogte van de ontwikkelingen in Reigersbos.
4.4 Financiën De financiële implicaties van de in deze investeringsnota geschetste gebiedsontwikkeling zijn in beeld gebracht. Hierbij is aandacht besteed aan het programma, de verwachte opbrengst, de investeringsbehoefte, de fasering, risico’s en kansen. Wat betreft de maatschappelijke voorzieningen, is de afdeling MVvan de gemeente Amsterdam verantwoordelijk voor het aanvragen van investeringsbudget voor het onrendabele deel van de kosten van maatschappelijke voorzieningen. De afdeling MV houdt regie over de plannen
voor maatschappelijke voorzieningen tijdens de gehele planperiode en neemt de te nemen investeringen jaarlijks op in de Voorjaarsnota en het MIP Maatschappelijke voorzieningen voor investeringen die starten in het jaar na besluitvorming (kredietbesluit) door de gemeente.
Investeringsnota Centrum Reigersbos 75
Colofon Bestuurlijke opdrachtgever Wethouder M. van Doorninck Portefeuillehouder Stadsdeel Zuidoost D. de Jager Ambtelijk Opdrachtgever Gebiedsontwikkeling en Transformatie Zuidoost en Ouder-Amstel: Ellen Nieuweboer Projectteam Berg, Jop van den – RO jurist Boots, Frans – Senior ontwerper Openbare ruimte Diemen, Jonathan van – Planningsadviseur Doorn, Stijn van – Communicatie adviseur Graas, Ellen van – Assistent Stedenbouwkundig ontwerper Horst, Iris van der – Senior Projectmanager Huijser, Jonneke – Assistent Projectmanager Lange, Lia de – Hoofdplanoloog Lokhorst, Michiel van – Assistent Stedenbouwkundig ontwerper Maurik, Oskar van – Projectmanager Molen , Floris van der – Planeconoom Rosendahl, Steve – Ingenieursbureau Amsterdam Schagen, Erwin van – Senior Stedenbouwkundig ontwerper Stam, Martijntje – Senior Stedenbouwkundig ontwerper Uiterwaal, Guus - Gebiedsmakelaar Vries, Sebregt de – Projectleider Grond & Ontwikkeling Vrisekoop, Fabie - Senior Planningsadviseur Wel, Gerard van der - Adviseur Maatschappelijke Voorzieningen
Externe bureaus die mee gewerkt hebben bij de totstandkoming van deze nota: Dam & Partners Architecten M3H Architecten
76 Investeringsnota Centrum Reigersbos
Bijlagen • • • • • • • • • • • • •
Verkenning Renkumhof en Rhenenhof Parkeerbalans Reigersbos Quickscan Flora en Fauna Quickscan Water Bodem (archief)onderzoek Verkennend onderzoek geluidsbelasting Cultuurhistorische verkenning Gaasperdam Cultuurhistorische verkenning Winkelcentrum Reigersbos e.o. Mobiliteitsplan Zuidoostflank Archeologisch bureauonderzoek Gaasperdam Inventarisatie natuurvriendelijke oevers Gaasperdam Bezonningstudie Reigersbos Woonadvies Reigersbos
Investeringsnota Centrum Reigersbos 77
78 Investeringsnota Centrum Reigersbos