CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 04 Volkshuisvesting (43) 00 Voordracht Beleidskader Woonwagens en standp

RAAD 20 september 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het beleidskader Woonwagens en standplaatsen 2023 VN2023-0169094.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad

VN2023-016909 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 20 september 2023

Portefeuille

Volkshuisvesting

Agendapunt

4

Datum besluit

4 juli 2023, College van B&W Onderwerp

Vaststellen van het beleidskader Woonwagens en standplaatsen 2023 en kennisnemen van de nota van beantwoording inspraak De gemeenteraad van Amsterdam besluit

1. Kennis te nemen van de Nota van Beantwoording naar aanleiding van de inspraak concept Beleidskader Woonwagens en standplaatsen 2022-2026 2. Vaststellen van het Beleidskader Woonwagens en standplaatsen 2023 met als belangrijkste punten: 1. 2. 3. 4.

5. 6. 7.

• • • • • •

De behoefteraming voor in totaal 86 standplaatsen en 10 werkvakken voor de periode 2023-2035, Het voortzetten van de lopende zoekopdracht om op korte termijn (2023-2025) op of om de bestaande woonwagenlocaties het aantal standplaatsen uit te breiden. Een zoekopdracht naar mogelijkheden om op middellange (2026-2030) en lange termijn (2030-2035) nieuwe locaties met standplaatsen en (waar mogelijk) werkvakken te realiseren. Het maximeren van de omvang van nieuwe standplaatsen op nieuwe locaties (200 tot 250 m2) en op bestaande locaties (150-200 m2). Het hanteren van een maximumaantal standplaatsen per nieuwe locatie (15 tot 25 standplaatsen of kleiner indien noodzakelijk) en de grootte van het werkvak (max. 350 m2 of kleiner indien noodzakelijk). Het voortzetten van de huuropstalregeling 2016/2017 en deze regeling te blijven toepassen op alle nieuwe huurovereenkomsten. Het beschikbaar stellen van huurwagens onder de vermelding dat de daadwerkelijke aanschaf van huurwagens gelimiteerd is en aankelijk is van de beschikbare investeringsruimte en mogelijke toekomstige rol van corporaties. Het opstellen van een uitvoerings- en onderzoeksagenda woonwagens en standplaatsen 2023-2026, samen met partners als corporaties en Woonwagenbelangen Amsterdam (WWBA), met onder andere de volgende onderwerpen: De zoekopdracht naar nieuwe locaties en standplaatsen.

Rol van de corporaties bij de verhuur van standplaatsen en huurwagens. Toewijzingssystematiek van standplaatsen. Het (bij)plaatsen van (toer)caravan op de standplaats of woonwagenlocatie. De harmonisatie huurbeleid directies Vastgoed en Wonen. De mogelijkheid tot het kopen van huurwagens (huur-koopregeling).

3. In te stemmen met het niet in erfpacht uitgeven van standplaatsen voor woonwagens. Wettelijke grondslag

Artikel 108 jo artikel 147, tweede lid, van de Gemeentewet De gemeenteraad is bevoegd tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente Bestuurlijke achtergrond

Gegenereerd: v1.31

1

Gemeenteraad

VN2023-016909 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 20 september 2023

Op 16 maart 2022 is het beleidskader 2022-2026 Woonwagens en standplaatsen ter inspraak gelegd. Op 2 mei 2022 was de inspraakperiode ten einde. Vervolgens is, mede op verzoek van de Ombudsman Metropool Amsterdam, aan een hoogleraar de opdracht gegeven om het beleidskader op twee onderdelen (Erfpacht en Caravan als woonwagen) te toetsen aan het mensrechtelijke kader. Dit onderzoek/advies is eind februari 2023 afgerond. Op 4 juli 2023 heeft B&W ingestemd met beleidskader woonwagens en standplaatsen 2023 en de nota van beantwoording inspraak. Om vervolgens het beleidskader ter advisering voor te leggen aan de raadscommissie Wonen en Volkshuisvesting van 6 september en ter vaststelling in de gemeenteraad van 20 september 2023. Onderbouwing besluit

Ad. 1. Nota van Beantwoording inspraak Op 8 maart 2022 is het beleidskader ‘Woonwagens en standplaatsen 2022-2026’ voor inspraak vrijgegeven. De periode van inspraak duurde zes weken – 16 maart 2022 tot 2 mei 2022. Alle reacties op de inspraakreacties van Woonwagenbelangen Amsterdam WWBA, Woonwagenbelangen Nederland (WBN) en Amsterdamse Federatie Woningcorporaties (AFWC) zijn in de Nota van Beantwoording opgenomen. Bij de opzet van de Nota van Beantwoording is zoveel mogelijk aangesloten bij de structuur van de reactie van WWBA. Vervolgens is het beleidskader op punten aangepast. Hieronder staat op hoofdlijnen hoe de gemeente Amsterdam per organisatie op de door hen aangedragen punten reageert. WWBA en Woonwagenbelangen Nederland Punten die we wel uit inspraakreactie overnemen: • Voor WWBA geldt dat we een belangrijk advies overnemen, namelijk de inrichting van een uitvoerings- en onderzoeksagenda 2023-2026. • Op deze agenda worden een aantal belangrijke onderwerpen geplaatst die nader dienen te worden uitgezocht of waarover we op dit moment inhoudelijk van mening verschillen. Deze onderwerpen zijn: • • • • • •

De zoekopdracht naar nieuwe locaties en standplaatsen. Rol van de corporaties bij de verhuur van standplaatsen en huurwagens. Toewijzingssystematiek van standplaatsen. Het (bij)plaatsen van (toer)caravan op de standplaats of woonwagenlocatie. Het op elkaar afstemmen van binnengemeentelijk huurbeleid. De mogelijkheid tot het kopen van huurwagens (huur-koopregeling).

Punten die we niet uit inspraakreactie overnemen: • WWBA wil dat er eerst 55 standplaatsen worden gecompenseerd alvorens met de reguliere uitbreiding van standplaatsen op basis van de huidige wachtlijsten wordt gestart. Hierin gaat de gemeente niet in mee. De gemeente erkent dat de afgelopen decennia het aantal standplaatsen is afgenomen. Voor de gemeente is dit geen bewust uitstereleid geweest en juridisch is de aandeling van de opgeheven tijdelijke standplaatsen (zonder huurcontract maar gebruikersovereenkomst) correct geweest. Wel erkent de gemeente dat het aantal standplaatsen hierdoor is afgenomen. Ook zet de gemeente volop in op uitbreiding van de standplaatsen op korte, middellange en lange termijn. Verder zijn acht opgeheven standplaatsen met een huurcontract die niet zijn gecompenseerd in de behoefteraming zijn meegenomen. • WWBA stelt een andere berekeningswijze voor de behoefte aan standplaatsen voor. De gemeente houdt vast aan haar berekeningswijze op basis van demografische ontwikkelingen

Gegenereerd: v1.31

2

Gemeenteraad

VN2023-016909 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 20 september 2023

en het geformuleerde beleidsvoornemen dat (mede)gebaseerd is op het landelijke beleidskader. Namelijk dat het wachten op een standplaats niet langer mag duren dan het wachten op een sociale huurwoning. • WWBA is van mening dat er in Amsterdam ook ruimte moet zijn voor grote standplaatsen. Dit betekent boven de 250 m2 en daarnaast is ze niet te spreken over eventuele suggesties over experimenteren zoals bijvoorbeeld het stapelen van woonwagens om te verdichten. Amsterdam houdt gezien de schaarse ruimte die beschikbaar is vast aan de geformuleerde maximum omvang van standplaatsen op nieuwe en bestaande locaties en het aantal standplaatsen op een nieuwe locaties. Nieuwe standplaatsen op nieuwe locaties worden maximaal 200 tot 250 m2 (zoals nu 50% van de bestaande standplaatsen), op bestaande locaties 150-200 m2 (zoals nu 25% van de kleinere standplaatsen in Amsterdam) en het maximumaantal standplaatsen per nieuwe locatie wordt 15 tot 25 standplaatsen of kleiner indien noodzakelijk. De grootte van het werkvak is maximaal 350 m2 of kleiner indien noodzakelijk. • WBBA is fel gekant tegen de huuropstal-regeling. Door WWBA zijn geen nieuwe argumenten aangedragen als in 2016. Het voorstel is dan ook dat de huuropstal-regeling 2016/2017 wordt gecontinueerd. Sinds de invoering van de regeling zijn inmiddels 52 huuropstal-contracten afgesloten.

• De gemeente wijzigt haar standpunt over erfpacht niet. Het houdt vast aan het niet uitgeven van standplaatsen in erfpacht. Zie uitgebreide uitleg bij besluit 2 g. AFWC Na de eerste aoudende reactie van de AFWC die geen rol bij het verhuur of beheer van standplaatsen voor woonwagens wilden spelen, heeft er tussen wethouder Pels en de directeur van de AFWC een gesprek plaatsgevonden. Hierin is met de AFWC overeengekomen gekomen om de rol van de corporaties bij de verhuur en het beheer van standplaatsen nader te onderzoeken. In die lijn is in het beleidskader een tekstvoorstel opgenomen. Afspraak is dat partijen samen onderzoeken of en zo ja, hoe (lees onder welke voorwaarden) het verhuur en beheer van huurwoonwagens en standplaatsen kan worden overgedragen aan een of meerdere woningcorporaties. Na de zomer van 2023 is deze verkenning gereed en worden de conclusies voorgelegd aan het bestuurlijk overleg samenwerkingsafspraken. Stadsdelen De vijf stadsdelen waar woonwagenlocaties of kermis- en circusexploitanten terreinen zijn, hebben een advies uitgebracht. De stadsdelen adviseren om bij de verkenning en realisatie van nieuwe standplaatsen of woonwagenlocaties veel aandacht te besteden aan het draagvlak en in samenspraak met de woonwagenbewoners en andere belanghebbenden in de omgeving tot plannen te komen.

Hieraan wordt gehoor gegeven door in de organisatie van het planproces veel aandacht te besteden aan participatie. Ook komt het onderhoud van de openbare ruimte en speelplekken op de huidige al bestaande locaties aan de orde. Dit vraagt extra aandacht. Dit geldt ook voor de energietransitie (aardgasvrij) en de bestaande woonwagenlocaties. Onderwerpen die vanuit de reguliere dienstverlening van de afdeling woonwagenzaken zullen worden opgepakt. Ad. 2. Beleidskader en uitgangspunten

Gegenereerd: v1.31

3

Gemeenteraad

VN2023-016909 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 20 september 2023

Ad. 2 a) de behoefteraming voor periode 2023-2035, Naast dat minimaal het huidig aantal standplaatsen in Amsterdam dient te worden behouden, moeten er ook nieuwe standplaatsen bijkomen. Op basis van de huidige wachtlijsten en de prognoses van kinderen die zich vanaf hun 18e verjaardag als starter inschrijven, is geraamd dat in een periode van 15 jaar er een behoefte is aan 86 nieuwe standplaatsen en 10 standplaatsen voor kermis- en circusexploitanten. Dit is inclusief de compensatie voor acht eerder opgeheven en niet gecompenseerde standplaatsen en de verplaatsing van kermisexploitanten van het Zeeburgereiland. De zoekopdrachten moeten uitwijzen of en op welke wijze deze standplaatsen en werkvakken op korte, middellange en lange termijn zijn te realiseren. Het risico bestaat dat gezien de schaarse ruimte er niet aan de geraamde behoefte kan worden voldaan. Dit is het moment dat de zoekopdrachten naar de middellange en lange termijn zijn afgerond. In dat geval kunnen drie gemaakte beleidskeuzen worden heroverwogen. De eerste is het bijstellen van het uit het landelijke beleid overgenomen beleidsvoornemen dat men niet langer wacht op een standplaats dan op een sociale huurwoning. De tweede is het loslaten van de doorgevoerde correctie op de wachtperiode voor starters wegens hun specifieke situatie. Deze is in de behoefteraming verkort van ca. 17 jaar naar 10 jaar.

Een derde mogelijkheid is het in de huisvestingsverordening aanpassen van de definitie van “starter” en het mogelijk te maken dat zij gedurende de wachtperiode niet meer inwonend bij hun ouders hoeven te zijn. Na de zoekopdrachten voor middellange en lange termijn (juli 2024) zal duidelijk zijn of bovenstaand risico zich daadwerkelijk voor gaat doen en in welke mate. Ad. 2 b) Lopende zoekopdrachten om op korte termijn (2023-2025) Uit de verkenning naar nieuwe standplaatsen op of om de bestaande woonwagen-locaties, die in opdracht van B&W-parallel aan inspraak is gestart, blijkt dat er in potentie fysieke uitbreidingsmogelijkheden zijn. In principe is er op korte termijn conform de raming behoefte aan 37 standplaatsen. Dit is inclusief de acht te verplaatsen KET-standplaatsen en zeven werkvakken van het Zeeburgereiland en de acht te compenseren standplaatsen uit het verleden. Voor de realisatie van 10 tot 15 woonwagenstandplaatsen en acht KET-standplaatsen en zeven werkvakken zijn financiën gereserveerd. Tot op heden zijn zes locaties verkend en vijf andere locaties volgen de komende maanden.

Echter op alle locaties zullen dan ook bestuurlijke keuzen moeten worden gemaakt omdat er ook belemmeringen zijn, waaronder: • Hoofdgroenstructuur: Op 6 juni 2023 heeft de gemeenteraad ingestemd met inwilligen van het definitief verzoek tot het houden van een referendum over het ontwerp raadsbesluit '’Vaststellen van het (geamendeerde) Beleidskader Hoofdgroenstructuur d.d. 25 januari 2025'. Gezien het raadsbesluit over het referendum neemt het college geen besluit over afwijkingen in de hoofdgroenstructuur. Het college heeft de gemeenteraad in de raadsbrief van 16 mei 2023 geïnformeerd dat voor de beoordeling van plannen of initiatieven die raken aan de Hoofdgroenstructuur betekent dat de TAC dit formeel adviseert op basis van het ‘oude’ beleidskader uit 2011 tot dat er nieuw Hoofdgroenstructuurbeleid is vastgesteld. Wel zal de TAC bij haar adviezen, in de vorm van een informeel advies, aangeven hoe het advies zou uitpakken binnen het nieuwe (geamendeerde) beleidskader Hoofdgroenstructuur. Op die manier bouwen we gezamenlijk de komende tijd kennis en inzicht op over de verschillen in doorwerking van het ‘oude beleid’ en het ‘nieuwe beleid’. Procedureel blijft van kracht dat burgemeester en wethouders een advies van de TAC als een technisch advies meeneemt in de afweging.

Zolang het referendum rondom de Hoofdgroenstructuur nog speelt zal het college zich onthouden van een standpunt over een afwijkingsverzoek van het Hoofdgroenstructuur beleid en deze open voor besluitvorming voorleggen aan de raad.

Gegenereerd: v1.31

4

Gemeenteraad

VN2023-016909 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 20 september 2023

• Concurrerende ruimteclaims: voor iedere locatie kan gelden dat er ook andere ruimteclaims zijn om de omgeving ruimtelijk anders in te richten of andere doelgroepen te huisvesten. Deze afwegingen zijn voor de eerste zes startnotitie besproken in het bestuurlijk team Huisvesting Kwestbare Groepen (huisvesten groepen) en in het bestuurlijk team Fysieke Leefomgeving (ruimtelijke invulling). In beide overleggen zijn voor vijf locaties qua doelgroep of concurrerende ruimteclaim geen belemmeringen geconstateerd. Op de Meerkerkdreef vraagt de ruimtelijke inpassing nog een nadere uitwerking. • Provinciale regelgeving: voor een aantal potentiële locatie geldt dat deze gelegen zijn in landelijke gebieden waar provinciaal beleid nu de bestemming wonen (ook voor woonwagens) niet toestaat. Het is nog een stevige opgave om hier verandering in te krijgen. Per potentieel kansrijke locatie volgt er een startnotitie en principebesluit van B&W alvorens de verdere haalbaarheid van de locatie te onderzoeken. Ad. 2 c) Een zoekopdracht voor de middellange (2026-2030) en lange termijn (2030-2035) B&W wordt verzocht een zoekopdracht voor nieuwe woonwagenlocaties op middellange en lange termijn te verstrekken.

Naast de behoefte op korte termijn is er op middellange termijn (2026-2030) nog eens een geraamde behoefte van 22 standplaatsen en voor de lange termijn (2030-2035) is deze behoefte nog eens 27 standplaatsen en een werkvak. De zoekopdracht moet uitwijzen of de gemeente Amsterdam gezien de schaarste aan ruimte en concurrerende ruimtevragen voor andere woonfuncties, sportvelden, etc. op termijn in staat is om aan deze behoefte te kunnen voldoen. Verder is het noodzakelijk om de zoekopdracht tijdig te starten, zodat de woonwagenlocaties in de toekomstige ruimtelijke plannen opgenomen kunnen worden. Ad. 2 d) Omvang nieuwe standplaatsen en locaties en huuropstal-regeling Om de zoekopdracht naar nieuwe locaties, standplaatsen en werkvakken te kunnen uitvoeren is het belangrijk dat er ruimtelijke richtlijnen zijn m.b.t. de omvang van de locatie (15 tot 25 standplaatsen of kleiner indien noodzakelijk), de grootte van de standplaatsen op een nieuwe locatie (max. 200 tot 250 m2 - zoals nu 50% van de Amsterdamse standplaatsen is), de grootte van de standplaatsen op een bestaande locatie zijn door inpassing in bestaande situatie kleiner (max. 150 tot 200 m2 – zoals nu 25% van de Amsterdamse standplaatsen is) en de grootte van het werkvak (max. 350 m2 oleiner indien noodzakelijk).

Waar mogelijk of noodzakelijk experimenteren we gezien de beperkte ruimte in Amsterdam met minder m2 standplaats en stapelen woonvolume. Ad. 2 e) Huuropstal-regeling Voor alle nieuwe huurovereenkomsten is en blijft de huuropstalregeling 2016/2017 een standaardbepaling. De nieuwe standplaatsen in Amsterdam worden in Amsterdam standaard niet meer voorzien van bergingen. De nieuwe bewoners van de standplaats zullen eigen oplossingen moeten vinden. Uitgezonderd zijn de standplaatsen met huurwagens waar de gemeente verantwoordelijk is voor het plaatsen van de berging die vervolgens in beheer wordt gegeven van de huurder. Ad. 2 f) Huurwagens Zittende woonwagenbewoners en starters krijgen de gelegenheid om een woonwagen te huren. Dit is conform eerdere uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten voor de Mens (EHRM). Gezien de wensen die door woonwagenbewoners in het woonbehoefte-onderzoek zijn geuit, is het mogelijk dat er nieuwe huurwagens bij dienen te komen. Zeker nu door striktere regelgeving de bouwkosten

Gegenereerd: v1.31

5

Gemeenteraad

VN2023-016909 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 20 september 2023

stijgen en het bemachtigen van een eigen woonwagen voor groepen die binnen de doelgroep sociale huisvesting vallen steeds moeilijker wordt. De uitbreiding van het aantal huurwagens is niet ongelimiteerd. Indien er extra huurwagens bij moeten komen, zal hiervoor een investeringsbudget moeten worden vrijgemaakt (dit bepaald ook de omvang van de mogelijke uitbreiding) en het onderhoudsbudget waarmee directie Wonen het beheer verzorgd verhoogd. Met de afdeling vastgoed en woningcorporaties wordt gezocht naar een passend antwoord. We voorzien dat een deel van de investering als woonwagenstandplaats en huurwoonwagen onrendabel is. Voor de eerste tranche aan uitbreiding (10 tot 15 standplaatsen) op korte termijn is die onrendabele top gedekt. Budgettaire keuzes, overdacht aan woningcorporaties en verschraling van het aanbod spelen een nog niet te voorspellen rol in de uitbreiding van standplaatsen op middellange en lange termijn. Ad.

2 g) Uitvoerings- en onderzoeksagenda woonwagens en standplaatsen Het voorstel is om een uitvoerings- en onderzoeksagenda in te richten met hierop de onderwerpen die voor het woonwagenbeleid belangrijk zijn, maar die in samenwerking met externe partners (corporaties, Woonwagenbelangen Amsterdam) maar ook gemeentelijke directie als Grond & Ontwikkeling (G& O), Gemeentelijk Vastgoed en Ruimte en Duurzaamheid (R&D) en afdeling Diversiteit verder dienen te worden uitgewerkt. De resultaten van deze onderzoeken zullen ter besluitvorming aan B&W en waar nodig de Raad worden voorgelegd. Dit inclusief financiële gevolgen als deze hieruit volgen. Op de agenda staat de volgende onderwerpen: • De zoekopdracht naar nieuwe locaties en standplaatsen. Zie eerdere toelichting onder 2c. • Rol van de corporaties bij de verhuur van standplaatsen en huurwagens. Op langere termijn ziet de gemeente Amsterdam de verhuur van woonwagens en standplaatsen aan particulieren niet als zijn kerntaak. In de samenwerkingsafspraken met de corporaties staat dat partijen samen onderzoeken of en zo ja, hoe (lees onder welke voorwaarden) het verhuur en beheer van huurwoonwagens en standplaatsen kan worden overgedragen aan een of meerdere woningcorporaties. • Toewijzingssystematiek van standplaatsen. WWBA heeft een aantal wensen geuit om de huidige toewijzingsregels te wijzigen.

De gevolgen van deze wensen vragen om een nadere studie. Specifiek gaat het hierbij om het collectieve belang en de toegankelijkheid van de vrijgekomen standplaats voor de eerst ingeschrevene op wachtlijst versus het mogen doorgeven van de standplaats aan eerste en tweedegraads familie. Tevens is er een connectie met de positie van de corporaties als mogelijke verhuurder van standplaatsen en huurwagens in de toekomst. • Het (bij)plaatsen van (toer)caravan op de standplaats of woonwagenlocatie, Ook dit onderwerp is door hoogleraar Y.M. Donders van de Universiteit van Amsterdam van een advies voorzien. De aanbeveling is om nadere richtlijnen te ontwikkelen voor de caravan als woonvorm. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD-NZKG) geeft aan dat dit binnen de kaders van het Bouwbesluit moet. De gemeente heeft geen beleidsvrijheid en alle te plaatsen objecten zullen altijd aan het Bouwbesluit moeten worden getoetst. De volgende stap is dat de

Gegenereerd: v1.31

6

Gemeenteraad

VN2023-016909 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 20 september 2023

gemeente Amsterdam samen met WWBA twee lijnen onderzoekt. De eerste is het bepalen van welke caravans of tiny houses voldoen aan de bouwtechnische regels van het bouwbesluit en de tweede is het bepalen op welke locaties c.q. standplaatsen er voldoende ruimte is om deze objecten op een veilige manier te plaatsen. • De harmonisatie huurbeleid directies Vastgoed en Wonen Directie Vastgoed beheert de Kermisexploitantenlocaties en directie Wonen de woonwagenlocatie. De uitvoering zal beter op elkaar worden afgestemd en wel op de volgende onderwerpen: hoe om te gaan met combinatie woon- en werkvakken, de vormgeving van de huurcontracten, de wachtlijstsystematiek en het toewijzen van standplaatsen. • De mogelijkheid tot het kopen van huurwagens (huur-koopregeling). Door WWBA is de wens geuit dat voor starters die een woonwagen huren een constructie komt die regelt dat met het betalen van de huur de woonwagen stapsgewijs in eigendom komt van de starter. Deze constructie zal nader moeten worden bezien op haar mogelijkheden, wenselijkheid en financierbaarheid. Bij de afdeling Diversiteit is er directe betrokkenheid bij de woonwagendoelgroep. Dit komt tot uiting in het nieuwe beleidskader antidiscriminatie en de specifieke aandacht voor de Roma en Sinti.

Tevens zal de afdeling Diversiteit direct betrokken zijn bij het komen tot voorstellen waar het gaat over onder andere onderwerpen als toewijzingsbeleid van standplaatsen en de caravan als woonvorm die op de onderzoeks- en uitvoeringsagenda 2023-2026 staan. Ad. 3) Erfpacht Het voorstel is om niet over te gaan tot het in erfpacht uitgeven van standplaatsen. Dit ondanks verzoeken van WWBA en de geuite wens van bewoners in het woonbehoefteonderzoek. Het gemeentelijke standpunt is door hoogleraar Y.M. Donders van de Universiteit van Amsterdam getoetst aan het mensrechtelijke kader. Haar advies luidt dat er vanuit mensrechtelijk kader gezien geen verplichting is om als gemeente het huidig beleid aan te passen. Ook ondersteunt de hoogleraar de zorg van de gemeente Amsterdam omtrent het gevaar van onttrekking van standplaatsen aan de doelgroep door marktconform verkoop aan mensen buiten de groep. Verder staat de huidige erfpachtregeling het in erfpacht uitgeven van grond voor het plaatsen van een woonwagen niet toe. Daarmee zou er een nieuw erfpachtsysteem moeten worden gemaakt en dat is zeer complex en tijdrovend. Ook is de uitvoering van een dergelijk nieuw systeem en het contractbeheer in de toekomst ingewikkeld. Dit betreft met name het waarborgen dat de kavels alleen voor woonwagenbewoners beschikbaar moeten blijven.

De verdeling van woonruimte is exclusief geregeld in de Huisvestingswet en daarop gebaseerde huisvestingsverordening. Het is een gemeente niet toegestaan om buiten de huisvestingsverordening andere of aanvullende afspraken te maken over de verdeling van woonruimte, zoals woningen, woonwagens en standplaatsen. Dit betekent dat de invoering van erfpacht zou kunnen leiden tot onttrekking van een aantal standplaatsen aan personen op de wachtlijst en daarmee tot langere wachttijden. Dit is een ongewenst risico. Diversiteit Ook vanuit de afdeling Diversiteit is er directe betrokkenheid bij de woonwagendoelgroep. Dit komt tot uiting in het nieuwe beleidskader antidiscriminatie en de specifieke aandacht voor de Roma en Sinti. Tevens zal de afdeling Diversiteit aansluiten bij het komen tot voorstellen waar het gaat over

Gegenereerd: v1.31

7

Gemeenteraad

VN2023-016909 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 20 september 2023

onder andere onderwerpen als toewijzingsbeleid van standplaatsen en de caravan als woonvorm die op de onderzoeks- en uitvoeringsagenda 2023-2026 staan. Financiën Financieel zijn er de volgende opmerkingen te maken: • In het algemeen kan worden gesteld dat het Rijk bij het landelijk beleidskader uit 2018 geen financiële middelen heeft gevoegd. Zeker wat betreft de uitbreiding van het aantal standplaatsen is de lijn dat gemeenten afspraken maken met woningbouwcorporaties. Dit als onderdeel van de prestatieafspraken. • Voor het realiseren van 10 tot 15 woonwagenstandplaatsen op korte termijn tot 2026 zijn de kosten gedekt. Hiervoor is € 1,4 miljoen beschikbaar uit de reserve bouwstimulering binnen de begroting van Wonen. De kosten voor de realisatie van acht kermisexploitantenplaatsen en werkvakken zijn ook gedekt uit de grondexploitatie Zeeburgereiland. • Indien uit de zoektocht naar standplaatsen op korte termijn blijkt dat er meer standplaatsen zijn te realiseren dan de ingeschatte 10 tot 15 woonwagenstandplaatsen en acht kermisexploitantenstandplaatsen en werkvakken, zijn de kosten hiervoor niet gedekt en zullen voor de financiering en realisatie van deze standplaatsen aanvullende besluiten moeten worden genomen.

• Ook voor de zoekopdrachten naar nieuwe locaties en standplaatsen op middellange (2026-2030) en lange termijn (2030-2035) geldt dat als er geschikte locaties worden gevonden, over de financiering en realisatie van deze standplaatsen aanvullende besluiten moeten worden genomen. Dit zal dan geregeld kunnen worden in bijvoorbeeld het toekomstige beleidskader 2026-2030. Of mogelijk eerder indien bij de reservering of verwerving van locatie(s) financiële middelen beschikbaar worden gesteld. • De proceskosten van € 100.000,- voor de eerste verkenningen naar nieuwe locaties en standplaatsen op middellange (2026-2030) en lange termijn (2030-2035) zal gedekt worden binnen de begroting van Wonen. • Voor het project overgangstraject corporaties geldt dat ook hier dat de uitvoering aankelijk zal zijn van de beschikbare middelen en hiervoor in een later stadium een aanvullende aanvraag moeten worden gedaan. Dit is nadat de corporaties een principe-uitspraak hebben gedaan omtrent het overnemen van de verhuur en het beheer van standplaatsen van de gemeente. Naar verwachting is hier in het 3e of 4e kwartaal 2023 meer duidelijkheid over. • De volledige weergave van de financiën staan in het Beleidskader Woonwagens en standplaatsen 2023 op pagina 28 en 29.

De aldaar vermelde maatregel, om het meerjarig beheer en onderhoud te gaan betalen uit een voorziening en hierin jaarlijks een bedrag te doteren, zal in 2024 worden ingevoerd. • Voor de extra huurwagens die erbij komen, zal verder een investeringsbudget moeten worden vrijgemaakt. Met de afdeling vastgoed en woningcorporaties wordt gezocht naar een passend antwoord. We voorzien dat een deel van de investering als woonwagenstandplaats

Gegenereerd: v1.31

8

Gemeenteraad

VN2023-016909 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 20 september 2023

en huurwoonwagen onrendabel is. Voor de eerste tranche aan uitbreiding (10 tot 15 standplaatsen) op korte termijn heeft dit geen gevolgen en is die onrendabele top gedekt. Financiële onderbouwing Tabel 2: Financiële consequenties van de beslispunten BATEN Product

I/S

Jaar T

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

reserve bouwstimulering

I

€ 0,00

€ 400.000,00

€ 1.000.000,00

€ 0,00

Begroting Directie Wonen

I

€ 0,00

€ 100.000,00

€ 0,00

€ 0,00

reserve corporatie budget

I

€ 0,00

€ 502.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 1.002.000,00

€ 1.000.000,00

€ 0,00

I/S

Jaar T

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

Proceskosten zoekopdrachten

I

€ 0,00

€ 100.000,00

€ 0,00

€ 0,00

Realisatie 10-15 nieuwe standplaatsen

I

€ 0,00

€ 400.000,00

€ 1.000.000,00

€ 0,00

project herinrichting locatie Ma Braunpad 2

I

€ 0,00

€ 502.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 1.002.000,00

€ 1.000.000,00

€ 0,00

Totaal LASTEN Product

Totaal

I=Incidenteel S=Structureel Consequenties gedekt?

Ja

Overige toelichting

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking) Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding

n.v.t.

Gegenereerd: v1.31

9

Gemeenteraad

VN2023-016909 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 20 september 2023

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2023-055954

Adviezen stadsdelelen beleidskader mei 2022 samengevoegd.docx (msw12)

AD2023-055956

Analyse MR kader caravans en koopstandplaatsen Amsterdam (definitief).pdf (pdf)

AD2023-061534

Concept Beleidskader Woonwagens en standplaatsen 2023 (na behandeling in B&W).pdf (pdf)

AD2023-055763

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2023-055955

Inspraakreactie AFWC beleidskader woonwagens en standplaatsendd 15062022.pdf (pdf)

AD2023-055953

Inspraakreactie WWBA Concept-Beleidskader Woonwagens en standplaatsen Amsterdam 2022-2026.pdf (pdf)

AD2023-061533

Nota van beantwoording inspraak advies beleidkader woonwagens 22 juni 2023 (na behandeling B&W - definitief).pdf (pdf)

Registratienr.

Naam

Ter Inzage

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Directie Wonen, Rutger Krabbendam, r.krabbendam@amsterdam.nl, 06-10214222

Gegenereerd: v1.31

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13133012/1