A - 04 Raadsaangelegenheden (7) Definitief verslag Rekeningencommissie 31-05
Tekst van het document
Verslag van de Rekeningencommissie over het jaarverslag 2020 van de gemeente Amsterdam I. Inleiding Hierbij doet de Rekeningencommissie (hierna commissie) verslag van haar bevindingen bij het jaarverslag 2020 en het financieel beheer van de gemeente Amsterdam en doet zij aanbevelingen ter verbetering.
Taak Rekeningencommissie De commissie adviseert de gemeenteraad over de vaststelling van het jaarverslag. Daartoe voert zij jaarlijks onderzoek uit naar de getrouwheid (zijn de cijfers betrouwbaar) en de rechtmatigheid van het financieel handelen (is gehandeld volgens financiële wet- en regelgeving, waaronder het budgetrecht van de Raad en Europese aanbestedingswetgeving). Ook doet de commissie aanbevelingen om het financieel beheer te verbeteren. Financieel beheer is te definiëren als het stelsel van interne beheersing dat ten grondslag ligt aan het jaarverslag. Onderdelen van dit stelsel zijn de governance (inrichting van een goed bestuur/management), het risicomanagement, de controlfunctie (kaderstellende, adviserende, signalerende en toetsende functie), interne controles en beheersmaatregelen in de processen. De commissie is een apolitieke commissie. De uitkomsten van het onderzoek en de aanbevelingen worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Werkwijze Rekeningencommissie Het onderzoek naar het jaarverslag vindt plaats met behulp van het accountantsverslag over de controle van de jaarrekening van Auditdienst ACAM. De accountants in het controleteam hebben, aan de hand van presentaties, hun controles inhoudelijk toegelicht aan de commissie. Daarnaast heeft de commissie nadere informatie ingewonnen en zoals gebruikelijk gesproken met enkele collegeleden en directeuren, de gemeentesecretaris, de concerncontroller, de Chief Information Officer (CIO) en het hoofd Bureau Integriteit. De commissie heeft de gesprekken met de bestuurders in openbaarheid gevoerd en niet achter gesloten deuren, om zodoende de aandacht van het bestuur en de gemeenteraad te stimuleren. De commissie probeert het aantal aanbevelingen beperkt te houden om de haalbaarheid en effectiviteit ervan te vergroten. Het is aan de gemeenteraad om de aanbevelingen over te nemen en deze door middel van een raadsuitspraak te bekrachtigen. Hiertoe zijn de aanbevelingen opgenomen in de voordracht bij dit verslag.
Opbouw verslag De commissie geeft in hoofdstuk II advies over de vaststelling van het jaarverslag 2020. Hoofdstuk III bevat aanbevelingen ter verbetering van het financiële beheer in het algemeen en aanbevelingen voor de komende jaarverslagen. Hoofdstuk IV bevat een terug- en vooruitblik van de Rekeningencommissie.
1
II. Advies ter vaststelling van het jaarverslag Controleverklaring en bevindingen gemeenteaccountant Het jaarverslag 2020 is door de accountant voorzien van een controleverklaring met daarin een goedkeurend oordeel voor getrouwheid en rechtmatigheid. Een goedkeurend oordeel voor getrouwheid betekent dat de jaarrekening 2020 een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2020 als van de activa en passiva per 31 december 2020 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Een goedkeurend oordeel voor de rechtmatigheid betekent dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in overeenstemming met wet en regelgeving tot stand zijn gekomen.
Advies ter vaststelling De commissie adviseert de gemeenteraad het jaarverslag 2020 vast te stellen.
2
III. Aanbevelingen ter verbetering van het jaarverslag en het financiële beheer Inleiding De commissie heeft onderzoek uitgevoerd naar het jaarverslag 2020 en het daaraan gekoppelde financieel beheer. Het jaar 2020 stond in het teken van de coronacrisis. Deze crisis heeft een grote impact gehad op de gemeentelijke financiën, processen, medewerkers en uiteraard de inwoners van de gemeente Amsterdam. De crisis zal ook de komende tijd nog de gemeentelijke financiën en processen mede bepalen. Eerdere aanbevelingen van de commissie zijn deels opgevolgd en hebben ook deels tot verbetering geleid. Ook de controleverklaring met daarin een goedkeurend oordeel voor getrouwheid en rechtmatigheid stemt positief. Wel vindt de commissie het managen van risico’s over de hele breedte van de gemeentelijke organisatie een punt van aandacht. Vaak schort het aan gedegen risicomanagement. Bijvoorbeeld omdat geen goede risico’s of beheersmaatregelen worden beschreven. Of omdat beheersmaatregelen alleen op papier staan en (nog) niet daadwerkelijk zijn geïmplementeerd. Soms is er alleen oog voor risico’s op de korte termijn, terwijl structurele oplossingen op zich laten wachten. Tegelijkertijd ziet de commissie ook dat juist urgente risico’s onvoldoende worden beheerst, omdat de organisatie in de planvorming op de lange termijn blijft hangen.
Hieronder wordt een aantal specifieke thema’s van aandacht besproken.
1. Transitie I-domein Het niet voldoen aan wet en regelgeving voor het I(V)-domein is zorgelijk Het belang van informatiebeveiliging en privacy staat in de ogen van de commissie niet meer ter discussie. Dit is afgelopen jaar wederom onderstreept door de hack bij de Overijsselse gemeente Hof van Twente, het datalek bij de GGD en de recente diefstal van gegevens van directie Belastingen van de gemeente Amsterdam. Des te opvallender dat de accountant moet concluderen dat de gemeente niet compliant is met de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de Algemene verordening Gegevensbescherming (AVG). Hierdoor loopt de gemeente onder andere het risico op datalekken van gegevens van Amsterdammers en hacks op Amsterdamse systemen, en hiermee samenhangend imago- / reputatieschade en boetes. De commissie wijst er op dat het voldoen aan deze wet- en regelgeving cruciaal is voor het vertrouwen van de burger en de continuïteit van de dienstverlening van de gemeente. De eindrapportage van de bestuursopdracht I-domein die begin 2020 is gepubliceerd, schetst de digitaliseringsopgave voor de stad. Veel ambities zitten nog in de fase van voorbereiding en planvorming. De commissie verwacht dat het college op korte termijn acties in gang zet om te voldoen aan de BIO en AVG en hierover rapporteert aan de raad.
De accountant kan gedurende het jaar aanvullende zekerheid geven bij de voortgang van de implementatie. Uit het jaarverslag is niet af te leiden of de gemeente wel of niet voldoet aan de normen ten aanzien van informatieveiligheid en Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). De commissie acht dit echter van aanzienlijk belang en ziet geen noemenswaardige belemmeringen die het onmogelijk zouden maken dit in het jaarverslag op te nemen.
3
De Rekeningencommissie beveelt aan om: 1. Prioriteit te geven aan het voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging en bescherming van gegevens en hierover te rapporteren aan de raad in 2021, inclusief een benchmark ten opzichte van andere gemeenten. 2. De uitkomsten van de ENSIA-audits te verwerken in het jaarverslag.
Inzicht in SaaS-toepassingen nog steeds beperkt, actie op korte termijn noodzakelijk De gemeente gebruikt ter ondersteuning van haar bedrijfsprocessen sinds een aantal jaar steeds meer toepassingen op basis van software as a service (SaaS) in plaats van het in eigen beheer ontwikkelen en/of onderhouden van IT-systemen. De gemeente blijft hierbij echter onverminderd verantwoordelijk voor de uitbestede IT-diensten. De commissie heeft in haar verslag over de jaarrekening 2018 aanbevolen expliciete kaders op te stellen voor de toepassing van SaaS- oplossingen. Er is afgelopen jaar een (brede) cloudstrategie opgesteld, maar die dient nog nader te worden uitgewerkt. Risico-en compliancekaders ontbreken, terwijl wel al SaaS-diensten worden afgenomen door de gemeente. Daarnaast bestaat er gemeentebreed geen compleet inzicht in de afgenomen SaaS-diensten en afspraken over de beheersing hiervan. Er kan dus niet centraal worden gestuurd op risico’s rond continuïteit, informatiebeveiliging en privacy. De commissie vindt het problematisch dat SaaS wordt toegepast zonder dat daar specifieke gemeentelijke kaders voor zijn. De Rekeningencommissie beveelt aan om: 1. Op korte termijn risico- en compliancekaders voor SaaS- en andere clouddiensten te realiseren. 2.
In de tussenliggende periode (tijdelijke) beheersingsmaatregelen te treffen die risico’s rond SaaS- en andere clouddiensten mitigeren. 3. Hierover te rapporteren aan de raad in 2021.
2. Rechtmatigheid inkopen Inkopen en aanbesteden moeten structureel op orde Het stemt de commissie positief dat de onrechtmatigheid over het jaar 2020 is afgenomen ten opzichte van 2018 en 2019. Wel lijkt op dit moment nog met name sprake te zijn van symptoombestrijding. De commissie ziet nog beperkt een structurele verbetering van het inkoopstelsel. In 2020 is een uitvoeringsplan voortkomend uit de bestuursopdracht inkoop opgesteld. Het uitvoeringsplan moet vervolgens worden uitgewerkt in onderliggende plannen. De accountant rapporteert dat de verbeteringen in het inkoopstelsel beperkt zijn gerealiseerd waardoor de aanbevelingen uit 2019 nog actueel zijn. De commissie heeft in haar verslag over de jaarrekening 2016 de aanbeveling gedaan om een centraal contractmanagementsysteem in gebruik te nemen. Ook in 2020 is gebleken dat dit systeem nog steeds niet is geïmplementeerd. De daadwerkelijke implementatie van structurele verbeteringen ziet de commissie tot nu toe dus beperkt terug. 4
De commissie verwacht dat het inkoopstelsel structureel op orde wordt gebracht en dat hierover aan de raad wordt gerapporteerd. Het college heeft aangegeven het op prijs te stellen als de accountant periodiek aanvullende zekerheid over de voortgang geeft. De Rekeningencommissie beveelt aan om: 1. Op korte termijn te starten met de daadwerkelijke implementatie van de structurele verbeteringen in het inkoopstelsel. De periodieke rapportage van ACAM over dit onderwerp tijdig te delen met de raad.
3. Risicomanagement en het weerstandsvermogen Strakke monitoring op het weerstandsvermogen gewenst Als gevolg van de coronacrisis is het weerstandsvermogen van de gemeente in 2020 gedaald tot ver onder het gewenste niveau. Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om onverwachte tegenvallers op de korte termijn op te vangen. Hiermee vormt het een belangrijk onderdeel van het risicomanagementstelsel in Amsterdam. Het weerstandsvermogen is sterk afhankelijk van de omvang van de algemene reserve. Het plan van de gemeente is de algemene reserve zodanig aan te vullen dat na drie jaar een aanvaardbaar weerstandsvermogen is bereikt. Het herstelplan voor de algemene reserve biedt zicht op verbetering voornamelijk door bezuinigingen en opbrengsten uit de overstapregeling eeuwigdurende erfpacht. Gezien de coronacrisis is de haalbaarheid van het herstelplan omgeven met onzekerheid. De commissie acht strakke monitoring op dit herstel daarom essentieel. De Rekeningencommissie beveelt aan om: 1. De raad zich periodiek en frequent door het college te laten informeren over de voortgang van het herstelplan voor de algemene reserve.
Meer aandacht voor niet-financiële risico’s is vereist De accountant constateert dat in de organisatie grote verschillen zijn in de manier waarop risico’s geïnventariseerd en geanalyseerd worden, hoe beheersmaatregelen tot stand komen en de aandacht die aan deze processtappen besteed wordt. De conclusie is dat ISO-31000 (in de ‘eerste lijn’) niet altijd wordt gevolgd. Dit acht de commissie opvallend, gezien dit de richtlijn is die de gemeente zelf als basis voor effectief risicomanagement hanteert. De effectiviteit van het risicomanagementproces is mede afhankelijk van de bottom-up opgehaalde input (risico’s en beheersmaatregelen). De commissie heeft in haar verslag over de jaarrekening 2019 aandacht gevraagd voor de samenhang in risicomanagementactiviteiten binnen de gemeente. In aanvulling hierop is in de motie Biemond en Hammelburg (juni 2020) het college verzocht tot één gemeentelijke integrale risicoanalyse te komen en gemaakte keuzes ten aanzien van het mitigeren van die risico’s vast te leggen en daarvan in het vervolg verslag te doen in het jaarverslag. De commissie ziet dit niet terug in het jaarverslag 2020.
De commissie vindt het positief dat onder het project Versterking Operationeel Risicomanagement (VORM) ook risico’s in het I-domein (specifiek: informatiebeveiliging, privacy, informatiebeheer) en frauderisico’s in het risicomanagementsysteem Naris worden opgenomen. Wel vraagt de commissie zich af of alle organisatieonderdelen op dit moment 5
voldoende in staat zijn om goede risico’s en beheersmaatregelen ten aanzien van het Idomein en fraude te identificeren. Daarnaast blijkt dat veel vergelijkbare risico’s van verschillende organisatieonderdelen vaak net iets anders beschreven in Naris zijn opgenomen. Aanvullend blijken ook veel beheersmaatregelen bij vergelijkbare risico’s vaak van elkaar afwijken. De commissie acht het daarom raadzaam om met standaard risicogebeurtenissen te gaan werken, en waar mogelijk ook met standaard beheersmaatregelen en een vergelijkbare weging van de restrisico’s. Dit laat onverlet dat organisatieonderdelen zelf periodiek gedegen risicoanalyses blijven uitvoeren en dat er wordt op toegezien dat dit gebeurt. Een volgende stap is in de ogen van de commissie om ook de aandacht voor de beleidsrisico’s te versterken. Dit is ook in lijn met de ingezette lijn van het programma en (nieuwe) management control framework Amsterdam Doelgericht. Amsterdam doelgericht schrijft voor dat risicobeheersing plaatsvindt op de programmaonderdelen en taken uit de programmabegroting. Dit zal zich in de ogen van de commissie dus ook moeten gaan uiten in het risicomanagement van de gemeente. De Rekeningencommissie beveelt aan om: 1. Conform de motie Biemond en Hammelburg in het jaarverslag te rapporteren over de gemeentelijke integrale risicoanalyse en de mogelijke (keuzes in) mitigerende maatregelen. 2.
In het risicomanagementsysteem Naris met standaard risicogebeurtenissen te gaan werken, en waar mogelijk ook met standaard beheersmaatregelen en een vergelijkbare weging van de restrisico’s, zonder dat dit leidt tot het doorlopen van een ‘tick the box event’. 3. In aanvulling op IT- en frauderisico’s, ook de aandacht voor beleidsrisico’s in het risicomanagementproces te versterken.
4. Integriteit en fraude Structurele aandacht voor integriteit en fraude in day to day business is gewenst Het vertrouwen van Amsterdammers in de gemeente wordt versterkt als zij zien dat de aandacht voor fraude en integriteit serieus vorm krijgt binnen de organisatie. Organisatieonderdelen binnen de gemeente stellen daarom jaarlijks een frauderisicoscan op. In deze scan inventariseren zij fraude- en integriteitsrisico’s voor hun werkprocessen en formuleren zij beheersmaatregelen. Het college informeert de raad jaarlijks over de uitkomsten van deze scans. Bureau Integriteit rapporteert over 2020 dat veel frauderisicoscans weinig doorontwikkeling laten zien ten opzichte van voorgaande jaren en niet duidelijk is of de geformuleerde beheersmaatregelen daadwerkelijk in de praktijk worden toegepast. Als werkprocessen en de beheersing niet goed zijn ingericht, wordt ook het ontdekken van fraude lastiger. Het valt de commissie op dat het aantal meldingen van fraude bij Bureau Integriteit ook in 2020 beperkt is. Het is moeilijk te interpreteren of dit goed of slecht nieuws is. Komt dit omdat er daadwerkelijk zo weinig fraudegevallen zijn, of staan de voelsprieten van de organisatie onvoldoende aan? 6
De commissie acht het van belang dat er in de gemeente voortdurende aandacht is en blijft voor fraude- en integriteitsrisico’s. Fraude is iets wat constant aandacht vraagt, juist ook in de ‘reguliere’ processen en day to day business. Het gaat er uiteindelijk om dat de basis op orde is. Het (structureel) nagaan van de werking van de aan de risico’s gekoppelde beheersmaatregelen kan inzicht geven of de benoemde risico’s in de praktijk voldoende worden afgedekt. Ook kan ‘blik van buiten’ op extra gevoelige thema’s of plekken in de gemeente helpen de organisatie scherp te houden. Denk hierbij aan frauderisico’s die komen kijken bij thuiswerken, tijdelijke inhuur of deelnemingen. De Rekeningencommissie beveelt aan om: 1. Het college jaarlijks over de aanpak van fraude en integriteit binnen de gemeente te laten rapporteren aan de raad. 2. ACAM over de implementatie en werking van de aan frauderisico’s gekoppelde beheersmaatregelen aan de raad te laten rapporteren, en hierin ook de jaarlijkse rapportage van het college aan de raad in mee te nemen.
5. Leesbaarheid jaarverslag Jaarverslag moet beter leesbaar worden voor belangrijke doelgroep: de Amsterdammer Al vanaf het B en W-besluit huisstijl (2002) moet de gemeente verplicht in heldere taal schrijven, zeker als het gaat om externe stukken. Dit betekent dat een gemeentelijke tekst helder, actief en begrijpelijk is. De commissie acht het jaarverslag niet uitgesloten van deze eisen. De afgelopen jaren heeft de commissie daarom meermaals aandacht gevraagd voor de leesbaarheid van het jaarverslag. Ten opzichte van de verslagen van voorgaande jaren heeft de commissie hierin diverse verbeteringen waargenomen. Toch blijft ook het huidige jaarverslag voor de gemiddelde (en bij vlagen zelfs voor de geoefende) lezer ingewikkeld. Zeker indien als uitgangspunt voor de leesbaarheid een belangrijke doelgroep wordt genomen: de Amsterdammer. Toelichtingen in het jaarverslag 2020 zijn soms erg technisch van aard of summier. Ook wordt er met enige regelmaat in een overzicht of bij de toelichting verwezen naar toelichtingen in andere programma’s en tabellen. Dit maakt het er niet overzichtelijker op. De commissie heeft begrepen dat het jaarverslag bottom-up vanuit de organisatieonderdelen wordt samengesteld. De commissie vraagt zich hierbij af of wel altijd de doelgroep van de teksten voor ogen wordt gehouden.
Ook is niet duidelijk of hierbij voldoende helder is met welk doel en vanuit welk uitgangspunt teksten worden geschreven. Een echte eindredactie, inclusief een toetsing op de inhoudelijke kwaliteit van de toelichtingen en de onderlinge samenhang, ontbreekt. De commissie acht het daarom nuttig om in het jaarverslagproces een expliciete en professionele eindredactie in te bouwen voor de inhoud van het jaarverslag. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een kritische tegenlezer van het communicatiebureau van de gemeente.
7
De Rekeningencommissie beveelt aan om: 1. Voor het komende jaarverslag vanaf nul te bepalen welke informatie noodzakelijk is voor de beoogde doelgroep en in relatie tot de begroting, en welke uitgangspunten hierbij gelden (bijvoorbeeld vanuit de verslaggevingsrichtlijnen). 2. In het aanleveren van de teksten voor het jaarverslag expliciet aandacht te geven aan de leesbaarheid voor de doelgroep vanuit de (eerder) geformuleerde uitgangspunten. 3. In het jaarverslagproces een professionele eindredactie in te bouwen, bijvoorbeeld door het communicatiebureau van de gemeente.
8
IV. Terugblik en vooruitblik Rekeningencommissie Het verslag dat voor u ligt is de laatste van deze raadsperiode en dus ook van de Rekeningencommissie in haar huidige samenstelling. Daarom leek het de commissie gepast terug te kijken naar de afgelopen vier jaar. Op de eerste plaats wil de commissie vermelden dat zij terugkijkt op een fijne en vruchtbare samenwerking met zowel de accountant als het college. Gekeken vanuit haar kerntaak, namelijk het adviseren over de vaststelling van het jaarverslag en het financieel beheer van de gemeente, kan zij stellen dat er stappen in de goede richting zijn gezet, maar zeker niet dat de eindstreep al bereikt is. Er is veel in gang gezet naar aanleiding van vragen en adviezen van de commissie, maar de daadwerkelijke implementatie en borging in de organisatie laat vaak nog te wensen over. De urgentie die de commissie voelt bij bepaalde onderwerpen, wordt niet altijd waargenomen bij college en ambtelijke top. De commissie ziet ook vaak dat ogenschijnlijk tastbare problemen al dan niet onbewust worden opgeslokt door bredere visies en plannen, waardoor er beperkt concrete acties plaatsvinden. Voor het verbeteren van de financiële functie is het belangrijk dat de door de raad overgenomen aanbevelingen volledig en tijdig worden opgevolgd en helder over de voortgang wordt gerapporteerd.
Mede hierom is, op advies van de commissie, het proces van het afdoen van aanbevelingen van de commissie gewijzigd. Hierbij heeft de accountant een sterkere periodieke onafhankelijke monitoringsfunctie gekregen. Het is de verwachting dat deze proceswijziging de raad in staat stelt om haar controlerende taak beter uit te voeren. Aan de volgende commissie wil de huidige commissie meegeven scherp op de opvolging van aanbevelingen te blijven toezien. Ook de Rekenkamer Metropool Amsterdam heeft in een brief aan de commissie het belang van de monitoring op aanbevelingen benadrukt, waaronder die van de Rekenkamer zelf. De commissie heeft afgelopen jaar positieve ervaringen gehad met de onderzoeken die ACAM naar een aantal specifieke onderwerpen heeft uitgevoerd. Deze onderzoeken passen binnen een bredere trend waarin het maatschappelijk verkeer verwacht dat de accountant rapporteert over een breder palet aan thema’s dan sec de financiële verantwoording. Afgelopen jaar heeft de accountant afzonderlijk gerapporteerd over de thema’s risicomanagement, het inkoopstelsel, vertrekregelingen, begrotingswijzigingen en SaaSoplossingen in Amsterdam. Deze onderzoeken vonden plaats naar aanleiding van vragen uit de commissie of moties van individuele raadsleden. Zowel raad als college hebben dit als een waardevolle toevoeging ervaren.
Ook in de toekomst blijft de commissie hier graag gebruik van maken. Voor 2021 zal de commissie daarom aan de accountant vragen om de volgende thema’s in het Rekeningencommissietraject nader te beschouwen: -
Fraude en integriteit; Transitie I-domein; Voldoen aan wet- en regelgeving in het I-domein (o.a. AVG, BIO, Wpg); Risicomanagement; Begrotingswijzigingen; Investeringsprojecten (o.a. overprogrammering in relatie tot sturingsmogelijkheden door de raad); 9
Gedurende het jaar heeft de commissie de mogelijkheid hier nog aanvullingen op te doen. Zij is ook voornemens om gedurende het jaar vaker het gesprek aan te gaan met wethouders en directeuren over het financieel beheer van de gemeente. De accountant brengt jaarlijks een managementletter met aanbevelingen uit aan het Gemeentelijk Management Team (GMT). De commissie heeft de accountant verzocht om naast de managementletter aan het GMT, in het najaar ook een board letter aan de raad uit te brengen. Dit vormt een goed moment om het gesprek tussen de Rekeningencommissie, het college en de ambtelijke directie aan te gaan. Ook nieuw is dat (naar verwachting) met ingang van boekjaar 2021 het college via een standaardmodel verantwoording zal gaan afleggen over haar handelen met betrekking tot rechtmatigheid. Het is de bedoeling van de wetgever dat de raad met het college een kritisch gesprek voert over de inhoud van deze verantwoording. Nieuw aan deze situatie is dat hierbij zal worden gewerkt met een verantwoordingsgrens. De verantwoordingsgrens is een door de raad vastgesteld bedrag, waarboven het college de afwijkingen moet opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. Als deze grens (te) hoog wordt vastgesteld, kan dat beteken dat de rechtmatigheidsverantwoording uiteindelijk geen of beperkt informatie bevat.
De commissie merkt op dat in de huidige situatie de accountant bevindingen vanaf 0,3% van de lasten rapporteert, wat neerkomt op circa € 21 miljoen. De commissie acht het wenselijk dat de toekomstige verantwoordingsgrens hier niet van afwijkt. Ten slotte wil de commissie hier de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de raad voor een goede invulling van de Rekeningencommissie benadrukken. Het is veel werk, maar het is ook belangrijk werk. Het financieel beheer van de gemeente vraagt continue aandacht. De commissie heeft de afgelopen jaren gewerkt met een beperkte – steeds wisselende – bezetting en daarmee komt de controlerende taak van de gemeenteraad in het geding. De raad heeft een grote verantwoordelijkheid om verbeterpunten aan te blijven dragen en nauwgezet te controleren of er daadwerkelijk vooruitgang geboekt wordt. Zij acht het daarom van belang dat in de komende jaren zowel coalitie- als oppositiepartijen uit de raad zoveel mogelijk hun bijdrage leveren door deel te nemen aan de Rekeningencommissie.
10