A - 04 Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel) (10) Bijlage 03 Advie
Tekst van het document
Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Beleidskader Buurtrechten Portefeuille: Democratisering Directie: Team Democratisering / CTO / Dienstverlening Datum behandeling staf WH Op 14 april 2021 heeft de wethouder in de staf ingestemd met het voorstel beleidskader
buurtrechten en opdracht gegeven een concept beleidskader buurtrechten te ontwikkelen. Op 7 juni 2021 is het concept beleidskader buurtrechten in de staf behandelt. Daarin zijn een aantal aanbevelingen ter verduidelijk meegegeven door de wethouder. De essentie van het beleidskader blijft overeind. In augustus 2021 wordt het beleidskader aan geboden aan de vakinhoudelijke wethouders die het meest te maken hebben met buurtrechten. Het kader wordt in oktober ter besluitvorming aangeboden aan het college, in november ter bespreking aan de commissie KDD en begin december ter besluitvorming aan de raad. Datum adviesaanvraag: 10 augustus 2021 Deadline ontvangst advies: 24 september 2021 Advies mailen naar: Machteld Combé m.combe@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: 9 augustus 2021 concept beleidskader buurtrechten Heeft er consultatie vooraf De opzet van het beleidskader Buurtrechten en de werkwijze zijn opgesteld aan de hand van plaatsgevonden? de ervaringen, de lessen en de aanbevelingen uit de pilots buurtrechten, de onderzoeken van de studenten van de VU (Bestuur en Organisatie) en de sessies met ambtenaren en initiatiefnemers. Ook ervaringen uit andere steden zijn hierin meegenomen. Het doel van de participatie was om zoveel mogelijk te leren van de ambtenaren en initiatiefnemers die in de praktijk met elkaar samenwerken.
Op 16 juni is het kader besproken met de gebiedsmanagers democratisering. Op 21 juni is het kader besproken met de projectleiders democratisering. Op 1 juli is het kader besproken met de portefeuillehouders democratisering Invullen door stadsdeel: Centrum Procesbegeleider: Sigal Liberman en Anita Jolink Datum weekstart/staf: 30-08-2021 Datum stadsdeelcommissie: 07-09-2021 en 21-09-2021 Stadsdeel:
Datum dagelijks bestuur: Registratienr. (optioneel):
n.v.t.
Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel . Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.
Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel
-
-
Bieden het beleidskader en de werkwijze voldoende houvast voor de stadsdelen voor de beoordeling van en de samenwerking met initiatieven die een buurtrecht indienen? Hierbij in acht nemende dat er binnen het kader en werkwijze ook een grote rol is weggelegd voor de directies en bestuurders die inhoudelijk met buurtrechten te maken hebben. Is de rol van de stadsdelen voldoende vertegenwoordigd in het beleidskader en de werkwijze?
Pagina 1 van 5
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Bieden het beleidskader en de werkwijze voldoende houvast voor de stadsdelen voor de beoordeling van en de samenwerking met initiatieven die een buurtrecht indienen? Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum waardeert het zeer dat er is nagedacht over het verder uitbreiden van de invloed van bewoners door middel van buurtrechten. Het dagelijks bestuur herkent de energie en inspiratie die in het kader wordt beschreven die bewoners hebben voor hun buurt. In het beleidskader en werkwijze wordt meerdere keren gerefereerd aan ambtenaren die vanuit hun expertise beoordelen of een initiatief haalbaar is. Het is van belangrijk om in beeld te krijgen wat deze werkzaamheden aan capaciteit en middelen gaan kosten. Het DB verwacht dat de voorgestelde werkwijze veel capaciteit vergt van onze medewerkers, zowel binnen het stadsdeel als bij de directies. Voor het welslagen van deze werkwijze is het belangrijk dat de benodigde capaciteit, ook daadwerkelijk beschikbaar is en/of wordt gesteld. Tevens is er vanuit de werkwijze van centrum begroot de ervaring opgedaan dat het samenbrengen van enkele ambtenaren met expertise om een plan te beoordelen niet voldoende is. Er moeten duidelijke richtlijnen komen waar de ambtenaar een plan aan moet toetsen (om te voorkomen dat ambtenaar x een plan wel haalbaar vindt, terwijl een andere ambtenaar hetzelfde plan negatief beoordeelt).
De richtlijnen in het beleidskader bieden hier geen uitkomst voor. Hoewel ambtenaren een bepaalde expertise hebben is het beoordelen van plannen die betrekking hebben over meerdere beleidsterreinen een vak op zich. Gezien er in de stadsdelen vergelijkbare plannen zullen ontstaan en omdat we deze op dezelfde manier willen beoordelen stelt het DB voor deze centrale en coördinerende rol door het BIMI uit te laten voeren. Tevens stellen we voor om de beoordeling periodiek te evalueren. Het stadsdeel ziet voldoende houvast in het kader voor samenwerking. Ook voor de samenwerking geldt dat dit meer capaciteit zal vergen dan momenteel aanwezig in het stadsdeel. Ook hier zullen meer middelen en capaciteit voor nodig zijn. Tevens wordt in het beleidskader een samenwerkingsovereenkomst genoemd. Het DB vraagt zich af of hier een model voor wordt gegenereerd. Een overeenkomst bereiken is vaak al een project op zich. Is de rol van de stadsdelen voldoende vertegenwoordigd in het beleidskader en de werkwijze? Het dagelijks bestuur is van mening dat de stadsdelen voldoende zijn vertegenwoordigd in het beleidskader en werkwijze. Verder geeft het DB nog enkele opmerkingen mee over de inhoud van het beleid. 1) In het beleidskader wordt gesproken over een mentaliteitsverandering (ambtelijk en bestuurlijk).
Gezien een mentaliteitsverandering niet over een nacht ijs gebeurt, is het van belang dat het programma Democratisering wordt voortgezet. 2) Het is belangrijk om initiatieven van Amsterdammers en samenwerking een succes te laten zijn. Daarom is het van belang om naast dit kader ook bij het maken van beleid hier altijd rekening mee te houden. Directies moeten hierin worden begeleid. 3) De keuze om een initiatief van een Amsterdammer wel of niet te laten plaatsvinden is bestuurlijk en/of politiek. In het huidige beleid wordt dit pas op pagina 12 besproken. Om teleurstelling bij Amsterdammers te voorkomen zou dit duidelijker en eerder ter sprake moeten komen. 4) Het DB is van mening dat de eis om een rechtspersoon te zijn drempelverhogend kan zijn.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 5
De Stadsdeelcommissie Amsterdam Centrum heeft met belangstelling kennisgenomen van de plannen voor buurtrechten. Een dergelijk initiatief beoogt een grote mate van bewonersparticipatie en dat is iets wat de SDC van harte ondersteunt. Juist daarom stelt de SDC enkele voorwaarden aan de invoering hiervan. Hierbij staan de zorgvuldige uitrol van dit nieuwe initiatief en de haalbaarheid van de plannen centraal. Het is immers al meerdere keren voorgekomen dat bewoners hebben ingesproken bij de SDC en zich hebben beklaagd over de kwaliteit van een participatietraject. Of het nou ging om een gedegen follow-up of een tekort aan ambtenaren die e.e.a. kunnen uitzoeken, bewoners voelen zich niet altijd serieus genomen. De wil om het goed te doen is er; de middelen om het waar te maken ontbreken nogal eens. Dit is een punt dat in het advies van het DB aan het College ook staat beschreven. Het benoemen van dit risico is simpelweg niet voldoende; het moet scherper worden aangezet. Advies DB hierover: In het beleidskader en werkwijze wordt meerdere keren gerefereerd aan ambtenaren die vanuit hun expertise beoordelen of een initiatief haalbaar is. Het is van belangrijk om in beeld te krijgen wat deze werkzaamheden aan capaciteit en middelen gaan kosten. Het DB verwacht dat de voorgestelde werkwijze veel capaciteit vergt van onze medewerkers, zowel binnen het stadsdeel als bij de directies.
Voor het welslagen van deze werkwijze is het belangrijk dat de benodigde capaciteit, ook daadwerkelijk beschikbaar is en/of wordt gesteld. Het beleidskader buurtrechten zelf en de verschillende onderdelen ervan kunnen als complex worden ervaren. Bijvoorbeeld het voorkeursrecht binnen het biedingsrecht. Dit gaat over zakelijke vastgoedtransacties. De SDC maakt zich zorgen over de toegankelijkheid hiervan, bijvoorbeeld voor bewoners in een kwetsbare situatie. Leidt dit buurtrecht niet tot slechts een interessante investering voor hoogopgeleide en welgestelde bewoners? Als College en DB met dit onderdeel door willen gaan, dan is het belangrijk dat alle groepen bewoners een gelijke startpositie hebben om zich op dit terrein te begeven. Kortom, het moet laagdrempeliger voor alle bewoners. Concreet adviseert de SDC het volgende: 1. Met de invoering van buurtrechten kan worden gestart op voorwaarde dat er vooraf duidelijkheid is over voldoende ambtelijke capaciteit om dit te ondersteunen. 2. Het beleidskader buurtrechten wordt vanwege de inclusiviteit herschreven op B1-niveau om zo de discussie laagdrempeliger en toegankelijker te maken voor alle Amsterdammers. 3. De plannen voor het biedingsrecht worden aangehouden totdat een plan is gemaakt waarmee de gemeente ervoor kan zorgen dat a. het biedingsrecht voor alle inwoners even toegankelijk en toepasbaar is en b.
in navolging van Utrecht- om bij de verkoop van gemeentelijk vastgoed niet het hoogste bod te laten wegen, maar de grootste maatschappelijke waarde. Pilots kunnen hierbij helpen en c. om vast te leggen wat de bestemming van de waardestijging/overwaarde moet worden nadat vastgoed met een maatschappelijke bestemming is gekocht (en bv. weer wordt verkocht). 4. Het college te vragen maatregelen te nemen die het Bureau Integraal Maatschappelijk Initiatief (BIMI) in staat zal stellen zijn/haar rol/verantwoordelijkheden te vinden.
Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Bieden het beleidskader en de werkwijze voldoende houvast voor de stadsdelen voor de beoordeling van en de samenwerking met initiatieven die een buurtrecht indienen? Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum waardeert het zeer dat er is nagedacht over het verder uitbreiden van de invloed van bewoners door middel van buurtrechten. Het dagelijks bestuur herkent de energie en inspiratie die in het kader wordt beschreven die bewoners hebben voor hun buurt. In het beleidskader en werkwijze wordt meerdere keren gerefereerd aan ambtenaren die vanuit hun expertise beoordelen of een initiatief haalbaar is. Het is van belangrijk om in beeld te krijgen wat deze werkzaamheden aan capaciteit en middelen gaan kosten. Het DB verwacht dat de voorgestelde werkwijze veel capaciteit vergt van onze medewerkers, zowel binnen het stadsdeel als bij de directies. Voor het welslagen van deze werkwijze is het belangrijk dat de benodigde capaciteit, ook daadwerkelijk beschikbaar is en/of wordt gesteld. Met de invoering van buurtrechten kan worden gestart op voorwaarde dat er vooraf duidelijkheid is over voldoende ambtelijke Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 3 van 5
capaciteit om dit te ondersteunen. Tevens is er vanuit de werkwijze van centrum begroot de ervaring opgedaan dat het samenbrengen van enkele ambtenaren met expertise om een plan te beoordelen niet voldoende is. Er moeten duidelijke richtlijnen komen waar de ambtenaar een plan aan moet toetsen (om te voorkomen dat ambtenaar x een plan wel haalbaar vindt, terwijl een andere ambtenaar hetzelfde plan negatief beoordeelt). De richtlijnen in het beleidskader bieden hier geen uitkomst voor. Hoewel ambtenaren een bepaalde expertise hebben is het beoordelen van plannen die betrekking hebben over meerdere beleidsterreinen een vak op zich. Gezien er in de stadsdelen vergelijkbare plannen zullen ontstaan en omdat we deze op dezelfde manier willen beoordelen stelt het DB voor deze centrale en coördinerende rol door het BIMI uit te laten voeren. Tevens stellen we voor om de beoordeling periodiek te evalueren. Het stadsdeel ziet voldoende houvast in het kader voor samenwerking. Ook voor de samenwerking geldt dat dit meer capaciteit zal vergen dan momenteel aanwezig in het stadsdeel. Ook hier zullen meer middelen en capaciteit voor nodig zijn. Tevens wordt in het beleidskader een samenwerkingsovereenkomst genoemd. Het DB vraagt zich af of hier een model voor wordt gegenereerd. Een overeenkomst bereiken is vaak al een project op zich.
Is de rol van de stadsdelen voldoende vertegenwoordigd in het beleidskader en de werkwijze? Het dagelijks bestuur is van mening dat de stadsdelen voldoende zijn vertegenwoordigd in het beleidskader en werkwijze. Verder geeft het DB nog enkele opmerkingen mee over de inhoud van het beleid. 1) In het beleidskader wordt gesproken over een mentaliteitsverandering (ambtelijk en bestuurlijk). Gezien een mentaliteitsverandering niet over een nacht ijs gebeurt, is het van belang dat het programma Democratisering wordt voortgezet. 2) Het is belangrijk om initiatieven van Amsterdammers en samenwerking een succes te laten zijn. Daarom is het van belang om naast dit kader ook bij het maken van beleid hier altijd rekening mee te houden. Directies moeten hierin worden begeleid. 3) De keuze om een initiatief van een Amsterdammer wel of niet te laten plaatsvinden is bestuurlijk en/of politiek. In het huidige beleid wordt dit pas op pagina 12 besproken. Om teleurstelling bij Amsterdammers te voorkomen zou dit duidelijker en eerder ter sprake moeten komen. 4) Het DB is van mening dat de eis om een rechtspersoon te zijn drempelverhogend kan zijn. 5) Het beleidskader buurtrechten wordt vanwege de inclusiviteit herschreven op B1-niveau om zo de discussie laagdrempeliger en toegankelijker te maken voor alle Amsterdammers.
6) De plannen voor het biedingsrecht worden aangehouden totdat een plan is gemaakt waarmee de gemeente ervoor kan zorgen dat a. het biedingsrecht voor alle inwoners even toegankelijk en toepasbaar is; b. in navolging van Utrecht- om bij de verkoop van gemeentelijk vastgoed (dus niet alleen maatschappelijk vastgoed) niet het hoogste bod te laten wegen, maar de grootste maatschappelijke waarde. Pilots kunnen hierbij helpen; c. om het biedingsrecht en de grootste maatschappelijke waarde zoals in artikel 6b beschreven te waarborgen is het van belang de taakstelling van Gemeentelijk Vastgoed opnieuw te beoordelen/ vastleggen; d. om misbruik van de regeling tegen te gaan is het belangrijk om vooraf te bepalen wat er gebeurt als een vastgoed locatie wordt doorverkocht (of hergefinancierd). Opties om hier mee om te gaan zijn bijvoorbeeld een anti-speculatiebeding, het recht van eerste koop aan de gemeente of het vastleggen van het gebruik van de locatie. Zo kan voorkomen worden dat de regeling voor het biedingsrecht misbruikt wordt om onredelijk winsten te krijgen door het verkopen van een pand. Dit staat namelijk haaks op de intentie van de regeling. e. Maatregelen te nemen die het Bureau Integraal Maatschappelijk Initiatief (BIMI) in staat zal stellen zijn/haar rol/verantwoordelijkheden te vinden
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 4 van 5
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 5 van 5