A - 03 Ruimtelijke Ordening (22) Bijlage 3 Nota van Beantwoording Beleidskad
Tekst van het document
Bebouwde voorzieningen (en kunstgras in sportparken) zijn, met mate, toegestaan binnen bepaalde groentypen. Het niet toepassen van kunstgras zou betekenen dat velden veel minder intensief bespeeld kunnen worden en het benodigde areaal voor grassportvelden veel groter zou zijn. Het beleid van de gemeente Amsterdam is gericht op het optimaal benutten/ intensief gebruiken van bestaande sportvelden en het beperkt toevoegen van nieuwe sportvelden. Het toevoegen van nieuwe sportvelden gebeurt bij voorkeur binnen bebouwd gebied/ binnen gebiedsontwikkelingen. Er zal een zin worden toegevoegd in H4.2 van het beleidskader om duidelijk te maken dat het bij sportlandschappen niet gaat om realisatie van extra reguliere sportparken of doorgroei daarnaar op termijn. q. Zie antwoord onder p. Binnen de HGS wordt continu de balans gezocht tussen de verschillende belangen en waarden. Zo ook die tussen gebruik door de mens en gebruik door dieren/ planten. De groeiende behoefte aan sport kan in de toekomst betekenen dat er binnen een stadspark of een ander groentype ruimte wordt gezocht voor sportvoorzieningen. Waar dat mogelijk is worden de belangen van mens en natuur zo veel mogelijk gecombineerd. Bijvoorbeeld door robuuste ecologische randen rondom sport- of tuinparken. Alleen de raad kan beslissen over een eventuele omzetting van park naar sportpark. r.
Onder recreatieve waarden kunnen ook evenementen worden verstaan. Bij de beschrijving van de groentypen staat wat voor soort evenementen. In stadsparken gaat het bijvoorbeeld om evenementen die aansluiten bij het karakter, de omvang, draagkracht en opzet van het park. In natuurparken kunnen kleinschalige natuurgerichte evenementen overdag aan de randen van het gebied. Binnen het te actualiseren evenementenbeleid wordt dit nader ingevuld. Het wandelen met de hond is ook een recreatieve activiteit. Het hondenbeleid is beschreven in het Kader Hondenlosloopgebieden (2021). Binnen de HGS is een extra parkeervoorziening alleen toegestaan als de noodzaak hiervan binnen de HGS aangetoond kan worden. Het verschilt ook nog per groentype: in natuurparken zijn voorzieningen voor autoparkeren niet toegestaan. In sportparken en landschap wel, als de noodzaak is aangetoond en mits goed ingepast. Voor ondergrondse bouwwerken gelden als voorwaarde dat deze voorzien zijn van een omvangrijke groene leeflaag en dat de natuurwaarden niet aangetast dan wel gecompenseerd worden en dat er aandacht is voor de effecten op grondwaterstromen. s. Aanpassingen van groentypen voor maatschappelijke wensen zijn uitzondering.
Het college is kritisch op het toevoegen van bebouwing en stuurt vanuit het beleidskader HGS aan op het benutten van bestaande bebouwing voor inpassing van nieuwe functies of voorzieningen. Voor voorzieningen op sportparken en in stadsparken hanteren we percentages voor maximale verharding (inclusief bebouwing). Dergelijke maximale percentages acht het college (nog) niet nodig voor andere groentypen.
80
t.
Doorgaande paden en intensief gebruikte paden vragen om verharding, maar een overmaat hiervan moeten we zien te voorkomen. Enigszins afhankelijk van het groentype binnen de HGS en waar dat kan worden in parken paden aangelegd van natuurlijk materiaal. Ook zijn de laatste jaren weinig gebruikte verharde paden in parken verwijderd en zit vervanging van volledige verharding in half-verharding in de pijplijn. u. Zie hiervoor de beantwoording onder 3.12. v. De betreffende zin is inderdaad verwarrend. Wat bedoeld wordt is dat georganiseerde sport thuishoort op sportparken. Andere vormen van beweging of extensieve, informele sport kunnen met mate worden ingepast, afhankelijk van het groentype. De betreffende zin is verhelderd. w. Zie hiervoor de beantwoording onder 3.4 over instellen van een burgerberaad/ adviesplatform'. Informatie waarvan indieners het relevant vinden om de TAC over te informeren in het kader van een concreet initiatief in de Hoofdgroenstructuur kan ten alle tijden gericht worden aan het secretariaat van de TAC of de intiatiefnemer die een adviesaanvraag richting TAC doet. Op de website van de TAC en in de TAC-verordening 2019 is informatie over de samenstelling van de TAC en benoeming van de leden te vinden. x. Het college is het eens met indiener dat compensatie zo veel mogelijk moet worden voorkomen.
In de praktijk van de afgelopen decennia werd er in binnen de ecologische structuur in (te) veel gevallen overgegaan tot compenserende of mitigerende maatregelen als een initiatief een mogelijk negatief gevolg had voor de natuurwaarde. Dat kan nu niet meer. Met de integratie van de ecologische structuur in de HGS zullen de met ‘stadsnatuur’ aangeduide gebieden en verbindingen ‘strenger’ worden getoetst aan behoud of versterking van de natuurwaarde. Dat is een grote verbetering ten opzichte van de ‘oude’ situatie. Mocht het voorkomen dat een initiatief volgens de regels van ‘stadsnatuur’ inpasbaar is, maar toch op gespannen voet staan met de natuurwaarde, dan kan compensatie of mitigatie (kwantitatief en/of kwalitatief) een oplossing zijn. Net zoals nu het geval is, zal het advies van een stadsecoloog hierbij leidend zijn. y. Het college deelt de mening van GPA dat de landschapsparken/ scheggen een eigen karakter en bijzondere ecologische en natuurwaarden hebben die het verdienen beschermd te worden. Maar de scheggen zijn veel meer. De scheggen bestaan uit een palet van verschillende groentypen, zoals stadsparken, natuurparken, tuinparken en groene verbindingen en bieden ruimte aan natuur en allerlei vormen van sport, spel en recreatie. De regels die voor de groentypen gelden zijn leidend voor de toetsing aan de HGS.
In H4.2 van het beleidskader zal onder 'Uitwerkingen Omgevingsvisie' worden beschreven op welke wijze Amsterdam landschapsparken wil versterken. z. Waterland is niet als landschapspark benoemd, omdat hier volgens de Omgevingsvisie 2050 een specifieke opgave ligt. De opgave is hier de ontwikkeling van een nieuw evenwicht tussen veen en weide door het stimuleren van de transitie naar een landschapsinclusieve landbouw en meer mogelijkheden voor extensief recreatief medegebruik. Een duurzamer landschap zonder bodemdaling, een toename van de biodiversiteit en een groter waterbergend vermogen. aa. Slibdepots zijn, afhankelijk van de lokale situatie tijdelijk toegestaan binnen het groentype landschap. Mits de noodzaak ervan aantoonbaar is, eventuele natuurschade gemitigeerd of gecompenseerd wordt en herstel ervan gepaard gaat met een extra kwaliteitsimpuls van het landschap. Stedelijke waterbergingsopgaven mogen niet op groengebieden worden afgewenteld, maar zijn hier als kwaliteitsimpuls in uitzonderlijke gevallen mogelijk. bb. Zie 3.2 voor beantwoording over opzet van het beleidskader cc. Dit hoofdstuk zal worden aangepast. In het nieuwe hoofdstuk 4 zal worden ingegaan op gebiedsontwikkelingen en over gebieden of plekken binnen de HGS waar volgens de Omgevingsvisie 2050 een bijzondere opgave speelt (zoals sportlandschappen of groenblauwe hotspots).
In dergelijke gebieden is de stedelijke druk extra hoog en zal de HGS het groeiend aantal bezoekers en het veranderende gebruik op een goede manier moeten opvangen. Dat is een complexe opgave, waarbij het college geen ‘stappen terug wil zetten’ in haar ambitie. De kunst is om het groeiende gebruik in goede banen te leiden en zo te benutten dat de noodzakelijke investeringen het groen ten goede komen en de waarden van het groen worden versterkt. 81
dd. Het college is het eens met GPA dat we de belangrijke verbindingen met de grote groengebieden buiten de stad niet uit het oog moeten verliezen. Het groen stopt immers niet bij de gemeentegrenzen. Het beleidskader HGS gaat echter uitsluitend over de groengebieden en verbindingen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam. De regionale groenverbindingen staan nadrukkelijk verbeeld op de kaarten in de Omgevingsvisie 2050. De Amsterdamse HGS maakt deel uit van een regionale groenstructuur zoals verbeeld op de kaart ‘Toekomstbeeld Amsterdam in de regio’ op pagina 72 en 73 van de Omgevingsvisie 2050. ee. De opgave om één of meer nieuwe stadsbossen te realiseren in of vlakbij Amsterdam bevindt zich in een pril stadium van onderzoek. Zodra meer duidelijk is over opzet en locatie van de bossen kunnen deze een plek krijgen in de aangekondigde 'Opgavenkaart HGS' en na realisatie van bos(sen) in een geactualiseerde versie van het beleidskader HGS. Een deel van de door indiener voorgestelde wijzigingen zal worden betrokken bij uitvoering of vervolgacties, zoals het opzetten van een monitoringssysteem voor groen.
Voorgestelde wijzigingen in het beleidskader HGS: • Kop van hoofdstuk 1.3 wordt gewijzigd in ‘Status en doorwerking’ zodat duidelijk is dat onder deze paragraaf wordt beschreven wat de status is van het beleidskader en hoe het zich verhoudt tot andere producten zoals de Omgevingsvisie. • Verwarring door verschillende terminologie in legenda’s/ teksten wordt voorkomen door de Toetskaart HGS, de belangrijkste kaart van het beleidskader, een plek te geven voorin het beleidskader. Andere kaartbeelden, die voortkomen uit de Omgevingsvisie, worden uit het beleidskader verwijderd of gaan in het beleidskader naar achteren en worden aangepast om verwarring met andere kaartbeelden en legenda’s te voorkomen. • De opzet van het beleidskader HGS is aangepast. Hoofdstuk 2 over ‘hoe werkt het’ gaat naar achteren. Een nieuw op te nemen kaart van de nieuwe Hoofdgroenstructuur (in één kleur) komt direct na H1 (inleiding), samen met de teksten over de algemene richtlijnen en stadsnatuur. H3 bestaat dan uit de Toetskaart met het onderscheid in verschillende groentypen samen met de groentype beschrijvingen. H4 gaat in op de bijzondere situaties die voortkomen uit de strategische keuzes en opgaven uit de Omgevingsvisie.
En tot slot H5 over ‘hoe werkt het?’ • In H 4.2 is onder 'Opgave sportlandschap' een zin toegevoegd om duidelijk te maken dat het dat het bij sportlandschappen niet gaat om realisatie van extra reguliere sportparken of doorgroei daarnaar op termijn. • De zin in H 4.1 over gebiedsontwikkelingen wordt aangepast naar ‘Daarbij is het onvermijdelijk dat er binnen gebiedsontwikkelingen verschuivingen optreden in de ligging van gebieden en verbindingen die nu in de Hoofdgroenstructuur toetskaart zijn opgenomen'. • De NNN zal als aanklikbare laag worden opgenomen in de digitaal te raadplegen toetskaart van de HGS onder ‘provinciaal beleid’. • Een vervolgactie wordt aangekondigd dat 'voortbouwend op de Amsterdamse Ecologische Visie (2012) nader zal worden gedefinieerd welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en verbindingen.' • De volgende zin op pagina 30 ‘Daarom passen ze niet op alle plekken in de HGS en is er een apart groentype voor benoemd in de HGS (sportpark)’ wordt gewijzigd in: ‘Daarom is het groentype ‘sportpark’ specifiek benoemd voor de inpassing van intensieve en georganiseerde vormen van sport in de HGS.
Andere informele en extensieve vormen van sport of beweging zijn, afhankelijk van het groentype, in meer of mindere mate inpasbaar in de HGS.’ • In H4.2 van het beleidskader wordt onder de kop 'Uitwerkingen Omgevingsvisie' beschreven op welke wijze Amsterdam landschapsparken wil versterken.
82
4.36
KNNV Vereniging voor Veldbiologie
Ingediend door: 7452-3014 Samenvatting brief: De KNNV stelt in haar zienswijze dat het beleidskader hoofdgroenstructuur onvoldoende concreet is. “Nergens worden streefoppervlaktes, deadlines of de financiële inzet omschreven of genoemd”. De vereniging is van mening dat de adviezen van de TAC een omschreven dwingend karakter moeten hebben. Daarnaast wordt een aantal vragen gesteld/ opmerkingen gemaakt: a. Waar wordt de HGS uitgebreid? b. Welke aaneensluitingen in het netwerk van de hoofdgroenstructuur worden er in deze actualisatie van de HGS voorgesteld – en wanneer? c. De vereniging uit haar zorgen ten aanzien van de juridische houdbaarheid van de beschermingsstatus van de HGS. d. De vereniging plaatst haar vraagtekens bij de uitbreiding van het sportpark in het Diemerpark (inclusief kunstgrasvelden). e. Waarom valt de Diemervijfhoek buiten de HGS? f. De vereniging stelt dat organisaties die de aanwezigheid en de ontwikkeling van dieren en planten monitoren beter ondersteund moeten worden. Antwoord: a. De nieuwe HGS is groter dan de vorige. Dat is bijzonder in een verdichtende stad. Met name door het toevoegen van groene verbindingen en door het opnemen van meer water is de HGS is omvang toegenomen. b. Door het toevoegen van groene verbindingen is de start gemaakt met het vormen van een aaneengesloten groenblauw netwerk. Daarmee zijn we er nog niet.
De toetskaart HGS laat ook duidelijk zien dat er ontbrekende schakels zijn in het groenblauwe netwerk. Zoals gevisualiseerd in de Omgevingsvisie 2050 is het streven om in stapjes toe te werken naar een nog beter aaneengesloten netwerk. In de aangekondigde Opgavenkaart HGS zullen de eerste ontbrekende schakels worden opgenomen. c. De HGS is vrij uniek in Nederland en de praktijk van de afgelopen 25 jaar wijst uit dat, mede dankzij de toetsing door een onafhankelijke commissie, de HGS vrijwel gevrijwaard blijft van verharding en bebouwing (tenzij dit de waarden van het betreffende groentype versterkt). De juridische vertaalslag van het beleidskader vindt plaats in het juridisch bindende Omgevingsplan (de opvolger van de bestemmingsplannen). d. Zie hiervoor beantwoording onder 3.22 en 3.23. e. De Diemervijfhoek ligt buiten de gemeentegrens van Amsterdam. De reikwijdte en zeggingskracht van dit ruimtelijke sturingsinstrument beperkt zich tot de gemeente Amsterdam. De gemeente Diemen gaat hierover. f. Voor kennisgeving aangenomen. Indiener wordt geadviseerd hierover contact op te nemen met de stadsecologen van de gemeente Amsterdam. Voor kennisgeving aangenomen. Diverse opmerkingen van KNNV zullen worden betrokken bij vervolgacties (Opgavenkaart HGS)
83
4.37
Vlindertuin Mot in Mokum
Ingediend door: 9332-1013 Samenvatting brief: Vlindertuin Mot in Mokum stelt in haar zienswijze dat het beleidskader geen rigoureuze aanpak betreft en zou graag zien dat de kwaliteit en de natuurwaarde overal in de Hoofdgroenstructuur gewaarborgd blijft. Er wordt in de zienswijze voorgesteld om elke zone van de Hoofdgroenstructuur te laten overlappen met ‘stadsnatuur’. Om dit uitvoerbaar te laten zijn worden basisprincipes gesuggereerd, waaronder de omarming van inheems, gevarieerd en biologisch plantengoed en ecologisch beheer. Na het realiseren van een natuur inclusieve Hoofdgroenstructuur wordt een natuur inclusieve stad voorgesteld. “Niet enkel hebben inwoners recht op groen, ze hebben recht op natuur”. Daarnaast worden in de zienswijze de volgende vragen gesteld/ suggesties gedaan: a. Hoe wordt de handhaving op het beleidskader van de HGS in de toekomst gewaarborgd? b. De groentypes zijn achterhaald. Stadslandbouw of natuurinclusieve wijken worden als groentype gemist. c. Er wordt een vaststelling en beschrijving van een minimumkwaliteit per groentype gemist (inclusief een wijze waarop gehandhaafd wordt). d. Er wordt een beschrijving gemist van wat rigoureus vergroenen in oppervlakte betekent. e. Selectiecriteria voor toevoeging van water aan de HGS wordt gemist. f. Gesteld wordt dat er geen verbinding is tussen natuurparken met delen die onder stadsnatuur vallen.
Antwoord: a. Het beleidskader HGS is erop gericht de HGS richting toekomst te waarborgen. Natuur is daarbinnen één van de groenwaarden die de HGS vertegenwoordigt. b. De nieuwe groentypen betreffen een actualisatie ten opzichte van de huidige HGS en zien we als actueel. Stadslandbouw wordt binnen het groentype ‘landschap’ als verbijzondering onderscheiden. Natuurinclusief ontwerpen is een belangrijk uitgangspunt vanuit de Groenvisie in het algemeen. Het komt als richtlijn terug in de groentypen van het beleidskader HGS. c. Het beleidskader HGS is bedoeld als ruimtelijk sturingsinstrument en kent in verband hiermee een zeker abstractieniveau. Het ontwikkelperspectief is in die zin ook in hoofdlijnen beschreven en kent geen minimumkwaliteit per groentype. Vanuit groenbeheer en –ontwerp wordt op basis van beschikbare middelen een zo kwalitatief mogelijk niveau nagestreefd. d. De ambitie van rigoureus vergroenen uit de Omgevingsvisie 2050 is in het beleidskader HGS door vertaald en heeft geresulteerd in vergroting van de HGS door onder andere de integratie van de ecologische structuur en de toevoeging van een aantal wateroppervlakten. e. Het gaat om blauwe elementen in de stad die onlosmakelijk met het groen van de HGS verbonden zijn, mede vanuit cultuurhistorisch perspectief.
Denk aan de stedelijke recreatieplassen in de stadsparken of bepaalde groene oevers en relevante verbindingen. De inzet is om de natuur- en recreatieve waarde ervan te verhogen. f. Het klopt dat het netwerk van stadsnatuurgebieden en stadsnatuurverbindingen en natuurparken nog geen volledig aaneengesloten netwerk vormt. Dat is wel de ambities zoals in de Omgevingsvisie 2050 verwoord. Er wordt in stappen toegewerkt naar een beter aaneengesloten ecologisch netwerk. In de nog te maken Opgavenkaart HGS zullen ontbrekende schakels in het stadsnatuur netwerk worden geagendeerd. Voor kennisgeving aangenomen. In de Opgavenkaart HGS zullen ontbrekende schakels in het ecologische netwerk worden opgenomen.
84
4.38
Stichting Stadslandbouw Amsterdam i.o. (SLA)
Ingediend door: 2102-9549, 8009-2445 Samenvatting reactie: Indiener betreurt het dat ‘voedselproductie’ slecht mondjesmaat genoemd wordt als waarde van groen en benoemt drie manieren om dit in de nota aan te passen: a. Net als sportlandschappen ook een categorie ‘voedsellandschappen’ te introduceren in het beleidskader HGS. Indiener doet hiervoor een concrete tekstsuggestie. b. De landschapsparken expliciet te benoemen als zoeklocaties voor stadslandbouw, naast recreatie en vrijetijdsfuncties. c. Het toevoegen van de prioritaire waarde voedsel bij de groentypen stadspark, tuinpark en groene verbinding. Zorgen voor kennis binnen de TAC over natuurinclusieve vormen van stadslandbouw. Antwoord: a. Voedsel is één van de groenwaarden die binnen het beleidskader HGS wordt onderscheiden. De categorie ‘voedsellandschappen’ introduceren ligt niet voor de hand. Sportlandschappen zijn geïntroduceerd in de Omgevingsvisie 2050, omdat dit een lastig inpasbare functie is. Dat geldt minder voor voedselinitiatieven, die op kleine schaal inpasbaar zijn in de groentypen en buurten gemeenschapstuinen en eetbaar groen in de openbare ruimte. Voor het agrarische landschap in en rond Amsterdam is de functie van voedsel dagelijkse praktijk en daarmee een primaire groenwaarde. b. Dit is een goede suggestie.
Stadslandbouw wordt in Hoofdstuk 4.2 bij de aankondiging van uitwerkingen Omgevingsvisie explicieter benoemd als mogelijke functie in landschapsparken. Daarbij moet uiteraard rekening worden gehouden met eventuele beperkingen die bovengemeentelijk beleid in dit opzicht voorschrijven. c. De meeste groentypen maken inpassing van voedsel/stadslandbouwinitiatieven niet onmogelijk. Dat geldt in ieder geval voor stadsparken, tuinparken en groene verbindingen. Dergelijke initiatieven zullen over het algemeen positief worden beoordeeld, mits prioritaire waarden worden versterkt. Kennisverrijking op dit vlak kan te allen tijde via het secretariaat van de TAC onder de aandacht worden gebracht. Voor kennisgeving aangenomen. Als wijziging in het beleidskader is stadslandbouw explicieter benoemd als functie binnen een landschapspark.
4.39
Tuinpark Nieuwe Levenskracht
Ingediend door: 5572-9273 Samenvatting reactie: Indieners spreken grote waardering uit voor het in het leven roepen van de Hoofdgroenstructuur en bijbehorend ecologisch netwerk, zowel op papier als in de praktijk. Indieners vragen concreet om: a. De tunnel onder het spooremplacement in Watergraafsmeer als waardevolle ecologische verbinding op te nemen in de toetskaart, inclusief de bijbehorende faunarichel. Een kaartje van de locatie is bijgevoegd b. In de tunnel een aantal extra op- en afstapvoorzieningen aan te brengen. c. Het toevoegen van een aantal afwateringssloten bij tuinpark Nieuwe Levenskracht en Sportpark Voorland-Middenmeer aan de ecologische structuur (als stadsnatuur verbinding). Kaartjes zijn bijgevoegd.
85
Antwoord: a. Aangezien deze verbinding ook al onderdeel uitmaakte van de ecologische structuur is deze in de toetskaart HGS toegevoegd. b. Deze suggestie is onder de aandacht gebracht van de gemeentelijke stadsecologen. c. In verband met de voorziene benodigde ‘schuifruimte’ voor sportvoorzieningen binnen de sportparken zelf is ervoor gekozen geen groene verbindingen en stadsnatuurverbindingen op te nemen in Sportpark Watergraafsmeer. Reeds opgenomen/ wordt betrokken bij de uitvoering. Gevraagde ecologische verbindingen zijn niet overgenomen in de toetskaart HGS.
4.40
Bond van Volkstuinders
Ingediend door: 5774-7169 Samenvatting reactie: De Bond van Volkstuinders ziet de volgende verbeterpunten: a. Stel een breed adviesorgaan in naast de TAC met daarin alle beheerders van delen van de HGS (volkstuinparken, begraafplaatsen, etc) als klankbord voor de TAC en deskundige op het gebied van beheerplannen. b. Schrap de passage over beheerplannen voor de tuinparken. Het Nationaal Keurmerk Natuurlijk Tuinieren is voldoende. c. Bij de beschrijving van de waarde recreatie ontbreken termen als tuinieren en werken aan het groen. Bij de beschrijving van de waarde sociaal gaat het niet alleen om gebruik, maar ook om samen verantwoordelijkheid dragen in buurt, coöperatie- of verenigingsverband. d. Graag een meer concrete uitwerking wat bedoeld wordt met ‘niet bouwen in de HGS tenzij de groenfunctie ermee wordt versterkt’. e. Borg in dit beleidskader de samenwerking met buurgemeenten en organisaties buiten de gemeentegrens. f. Spreek in plaats van privaat beheer over beheer door verenigingen (op pag. 33, 40 en 64) g. Doorgaande fiets/wandelroutes op tuinparken zijn niet aan de orde: graag de tekst op pag. 64 hierop aanpassen. h. Graag waterkwaliteit in het algemeen beschrijven als belangrijk voor alle groenbeheerders. i. Voor recreatie (intensief/extensief), bezoekersdruk, beheer en werkdruk graag concrete indicatoren opnemen. Antwoord: a.
Zie hiervoor de beantwoording onder 3.4 over burgerplatform. b. Het college is het eens met de indiener. De bewuste passage wordt geschrapt. c. Het college is het eens met de indiener. Deze termen horen bij de waarde recreatie en de waarde sociaal en worden toegevoegd aan de beschrijving. d. Concrete voorbeelden staan beschreven in de regels per groentype. Een nadere concrete vertaling of invulling van dit principe vindt waar nodig plaats in het Omgevingsplan (nu nog bestemmingsplan). e. We zijn het eens met de indiener dat samenwerking op groen met organisaties en gemeenten buiten Amsterdam van groot belang is. Het borgen van deze samenwerking valt buiten de scope van dit beleidskader. Samenwerking vindt al op grote schaal plaats om groene verbindingen in de regio te borgen (o.a. in Metropoolregio Amsterdam, met de provincie, buurgemeenten, recreatieschappen en in projecten rondom Amstelscheg, Diemerscheg, etc). f. Eens met de indiener dat de toevoeging van ‘beheer door verenigingen’ een beter beeld geeft van het beheer op met name de tuinparken. Dit wordt waar dat kan aangepast in de teksten. 86
g. De afspraken die in 2021 zijn gemaakt en zijn vastgelegd in de ‘Gezamenlijke uitgangspunten van gemeente en volkstuinverenigingen’ zijn hierin leidend. Deze zin is alleen van toepassing op doorgaande routes die nu al bestaan (zoals bij Klein Danzig) of die volgens de afspraken later eventueel een doorgaande route kunnen krijgen. h. Het borgen/verbeteren van de waterkwaliteit in groengebieden valt buiten de scope van het beleidskader Hoofdgroenstructuur, welke primair is bedoeld om groengebieden te beschermen tegen verharding en bebouwing. Uw reactie is onder de aandacht gebracht van de verantwoordelijke afdeling binnen de gemeente. i. Het abstractieniveau van het beleidskader HGS is dusdanig dat gevraagde onderdelen niet nader worden gedefinieerd. Zoals aangekondigd in de Groenvisie 2020-2050 werkt de gemeente aan een monitoringssysteem voor groen in de stad. De suggestie van de Bond van Volkstuinders voor concrete indicatoren zal daarbij worden betrokken. Wijziging in beleidskader: de beheerpassage is aangepast, de beschrijving van de waarden recreatie en sociaal is aangevuld met de gevraagde informatie. Bij teksten over beheer van tuinparken wordt gesproken over beheer door verenigingen in plaats van privaat beheer
4.41
Tuinpark Ons Buiten
Ingediend door: 0000-0002 Samenvatting reactie: Verheugd over de nota die voorligt, met drie kritiekpunten en een voorstel. a. Termen/namen die voorkomen in de nota (met name in de legenda’s van kaarten) komen niet overeen en dit leidt tot verwarring. b. In de paragraaf over tuinparken ook beleving, gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid als waarden opnemen. c. In het beleidskader HGS past het niet om al bij voorbaat te benoemen dat grote opgaven als energietransitie, mobiliteit, klimaatadaptatie in de toekomst gevolgen kunnen hebben voor de HGS. d. Aanbeveling: onderzoeken of het beleidskader HGS een pendant kan krijgen in de vorm van een nota ‘Recreëren in de Hoofdgroenstructuur’. Antwoord: a. Het college is het eens met indiener dat de verschillende termen (met name in de legenda's) tot verwarring kunnen leiden. Het beleidskader zal hierop worden aangepast. Zie ook beantwoording onder 3.2 over opzet van het beleidskader. b. Het benoemen van prioritaire waarden geeft richting aan toetsing door de TAC. Het niet benoemen als prioritaire waarde, betekent niet dat deze waarde niet belangrijk is en niet versterkt hoeft te worden (zoals op pagina 39 wordt beschreven). Ontwikkeling van de waarden beleving, gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid zullen door de TAC als positief beoordeeld worden, mits het niet ten koste gaat van de geldende prioritaire waarden. c.
Het college kan zich vinden in de reactie van indiener en past het beleidskader hierop aan. Alleen toekomstige ruimteclaims met een directe relatie met de HGS (zoals sport of recreatie) worden benoemd. d. Het college is verheugd te lezen over de ambities van Tuinpark Ons Buiten om meer Amsterdammers enthousiast te maken voor (een bezoek aan) de tuinparken en de andere groengebieden binnen de Hoofdgroenstructuur. Dit sluit mooi aan bij de opgave om (delen van) de HGS openbaarder en toegankelijker te maken. Het klopt dat veel Amsterdammers niet bekend zijn met de term 'Hoofdgroenstructuur'. De vraag is of dat erg is. De Hoofdgroenstructuur is vooral een beleidsinstrument om het stedelijk groen te beschermen 87
tegen verharding en bebouwing. Uit het Grote Groenonderzoek (2017) van de gemeente blijkt dat de afzonderlijke groengebieden van de HGS door steeds meer Amsterdammers ontdekt en bezocht worden. De inspanningen van de tuinparken om hun poorten nog meer te openen voor het publiek helpen hierbij, net zoals 'de Open Groendag' van 20 juni 2022. Ook hebben we als gemeente recentelijk een inspirerende Groenvisie 2050 vastgesteld. Het college is van mening dat een nota ‘Recreëren in de Hoofdgroenstructuur’ hier weinig aan kan toevoegen. Voorgestelde wijziging: het beleidskader wordt aangepast zodat verwarring over termen en legenda's zoveel mogelijk wordt voorkomen. De passage in H 4.2 'gebieden of plekken met een opgave' is aangepast, waarbij alleen wordt gesproken over ruimteclaims met een directe relatie met de HGS (recreatie, sport) en niet over andere opgaven zoals energietransitie of mobiliteit.
4.42
Stichting Natuurtuin Slatuinen
Ingediend door: 5876-2060 Samenvatting brief: De stichting Natuurtuin Slatuinen verzoekt de opstellers van het beleidskader Hoofdgroenstructuur om de Natuurtuin Slatuinen, gelegen in de Baarsjes, als stadsnatuurgebied aan te merken. In de zienswijze worden ter onderbouwing van bovenstaand verzoek 15 redenen aangedragen. Een korte samenvatting daarvan: De slatuinen is een oud stadspoldertje met een cultuurhistorisch verleden. De tuin heeft bijzondere ecologische waarde, er is geen inlaat van water van buiten behalve regenwater en aldaar aanwezig kwelwater. Door de aanwezigheid van dit kwelwater is er een bijzondere, zeldzame vegetatie aanwezig die bescherming behoeft. Er staan tevens monumentale bomen en verblijven en nestelen veel vogels. De tuin biedt natuureducatie aan basisscholen en faciliteert diverse excursies. Antwoord: Vanwege de bijzondere status van de Slatuinen wordt het gebied toegevoegd aan de toetskaart Hoofdgroenstructuur. Voorgestelde wijziging: de Slatuinen toevoegen aan de toetskaart HGS.
4.43
Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur
Ingediend door: 0000-0008 Samenvatting reactie: De TAC spreekt grote waardering uit voor het concept beleidskader HGS. Het getuigt van grote zorgvuldigheid en kennis over het Amsterdamse groen met alle dilemma’s en uitdagingen. Het beleidskader biedt de TAC nu meer houvast om te adviseren. Het is bijzonder dat de HGS in een verdichtende stad toch is toegenomen. De lang gekoesterde wens om een netwerk te maken van de HGS is in vervulling gegaan evenals het integreren van de ecologische structuur en waardevolle waterelementen. Met de heldere definitie van HGS-waardig groen wordt tegemoetgekomen aan de wens van de Rekenkamer voor duidelijke definities. De TAC is blij met het voorstel om vaker en eerder door de TAC te laten (pre-)adviseren. Ook onderschrijft de TAC de gewenste doorontwikkeling van de HGS. Aandachtspunten voor de TAC zijn: a. Een strenge en realistische selectie van HGS-waardig groen.
88
b. Nadere invulling van stadsnatuur-verbindingen door het benoemen van soorten/ levensgemeenschappen. c. De complexe maar waardevolle ambitie om de Hoofdbomenstructuur als groene linten op te nemen in de HGS. d. Wanneer maakt water deel uit van de HGS en hoe toetsen we daaraan? e. De groenwaarden ‘schoonheid’ en klimaatadaptatie/hittestress blijven onderbelicht. f. Hoe verhoudt de aangekondigde Opgavenkaart zich tot de regels uit het beleidskader? g. Graag handvatten voor toetsing aan Waterland nu het daarvoor geldende beleidskader is verouderd. h. Evaluatie van de werkbaarheid van de toetsing als vervolgactie toevoegen. i. Nadere duiding van flexibiliteit binnen gebiedsontwikkelingen en selectie van projecten die hiervoor in aanmerking komen op de kaart aangeven. j. De wijze van toetsing aan de in hoofdstuk 3 beschreven opgaven en de mogelijke strijdigheid met de regels per groentype uit hoofdstuk 5 en 6. k. Voor de kwetsbare landschapsparken een duidelijker status en visie te formuleren. l. Buitenproportionele aandacht voor sport tov andere opgaven zoals duurzaamheid. m. Oneens met afwenteling van sportopgave in de HGS door de ruimte die nu voor sportparken en –landschappen wordt geboden in de HGS. n.
Concretisering van het stappenplan is nodig wil deze toetsbaar zijn, zoals: · Stap 1: Nieuwe wijze van stedenbouw en inzet op innovatieve concepten – scherpere keuzes dan intekenen 6 zoeklocaties voor sportlandschappen. · Stap 2: Wanneer is een sportpark nog een groenvoorziening bij verdere intensivering en hoe toetsen we in dit verband aan de openbaarheidsopgave. · Stap 3: Wat zijn de inspanningsverplichtingen voordat wordt overgegaan tot stap 3 nieuwe sportparken in stedelijke en landelijke setting. o. Sportlandschappen hinken op twee gedachten: enerzijds extensief en landschappelijk ingepast, anderzijds toch ook voor georganiseerde sport en eventueel kunstgras. p. Mate van (half)verharding voor de verschillende groentypen nader te definiëren en niet te beperken tot sport- en spelvoorzieningen. q. Inzicht te geven in de huidige mate van verharding en bebouwing in de HGS. r. Garantie van voldoende capaciteit bij stadsecologen om vertraging bij advisering te voorkomen. s. Nadere definitie en reikwijdte van mitigatie/compensatiemaatregelen bij stadsnatuur en daarbij niet voor compensatie van het areaal te opteren. t. Precisering van de verbijzondering ‘stadslandbouw’ binnen het groentype ‘landschap’ en ‘zwembadterrein’ binnen het groentype ‘stadspark’ in tekst en kaartbeeld.. u. De overkapping van het Flevoparkbad als uitzondering acht het TAC onwenselijk Antwoord: a.
De reactie van de TAC sterkt het college in de overtuiging dat een strenge en realistische selectie van ‘Hoofdgroenstructuur-waardig groen’ cruciaal is voor een goede werking van het instrument. Het college is dan ook van mening dat veel weliswaar belangrijk en waardevol groen, zoals buurtgroen of groene daken, om die reden niet thuishoort in de HGS. Wel kan er om reden van zeldzaamheid of bijzonderheid besloten zijn om groen in de HGS op te nemen. b. Het college is het met de TAC eens dat stadsnatuur(verbindingen) om een nadere specificering vragen. Daarom zal er ten aanzien van ecologie een vervolgactie worden aangekondigd in het beleidskader HGS. Voortbouwend op de Amsterdamse Ecologische Visie (2012) zal nader worden gedefinieerd welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en verbindingen. In de nog te maken 'Opgavenkaart HGS' zullen nog ontbrekende schakels in het stadsnatuur netwerk worden beschreven met het doel deze
89
c.
d.
e.
f.
g.
h. i.
j.
knelpunten op te heffen. In het beleidskader is nu al opgenomen dat een adviesaanvraag aan de TAC over een initiatief dat raakt aan een stadsnatuurverbinding of gelegen is binnen een stadsnatuurgebied altijd gepaard moet gaan van een flora- en faunatoets en een ambtelijk ecologisch advies van een stadsecoloog. Het college is van mening dat de natuurwaarde en in het bijzonder de waarde voor soorten/levensgemeenschappen op die manier voldoende gewaarborgd zullen zijn. We delen met de TAC de ambitie om de groene linten, waarvan het grootste deel overeen zal komen met de hoofdbomenstructuur, (op termijn) op te nemen in de HGS. Voorwaarde is wel dat we een manier hebben gevonden om te toetsen aan groene linten die, anders dan de groentypen, om een meer integrale toetsing vragen. Ook is actualisatie van de Hoofdbomenstructuur een voorwaarde. Zie ook 3.42 voor beantwoording over dit onderwerp. Het college deelt de mening van de TAC dat een precisering welk blauw aan de HGS is toegevoegd van belang is en zal daar een passage over opnemen. Het gaat om water met een duidelijke ‘groen’ functie, zoals waterpartijen in stadsparken of ecologische oevers. Water met andere/zwaarwegender functies maken geen deel uit van de HGS. Om die reden zullen waterpartijen, zoals vaarwegen uit de HGS toetskaart worden gehaald.
Het college hecht veel belang aan het benadrukken van de waarde het Amsterdams groen voor klimaatadaptatie en voorkomen van hittestress. Het staat wel in het beleidskader, maar verdient meer nadruk. Ook het belang van het groen als onderdeel van het ‘beeldschone’ kunstwerk Amsterdam blijft wat onderbelicht. Het sluit aan bij opmerkingen van andere indieners dat groen een waarde heeft ‘in zichzelf’, zogenaamde intrinsieke waarde. Een Amsterdam zonder groen is ondenkbaar, nog los van de tien waarden die in het beleidskader staan beschreven. Het aspect van de intrinsieke waarde van groen, mede als bijdrage aan de schoonheid van de stad, verdient een plek in het eerste hoofdstuk van het beleidskader. Bij het opstellen van de Opgavenkaart HGS zal het Beleidskader HGS worden betrokken, in het bijzonder de per groentype beschreven gewenste waardenontwikkeling en de daarbij benoemde prioritaire waarden. Het is niet ondenkbaar dat de opgavenkaart aanleiding is om omvang, begrenzing en/of kleuring van groentypen te heroverwegen. Er zal een raadsbesluit (bijvoorbeeld na actualisatie van het beleidskader) nodig zijn om dit soort wijzigingen in het beleidskader HGS aan te geven, van motivatie te voorzien en door te voeren. Het college onderschrijft de noodzaak om het beleidskader voor Waterland zo spoedig mogelijk te actualiseren.
Met name het landbouwbeleid in het beleidskader Waterland is niet meer in overeenstemming met het landelijke en provinciale beleid. Voornemen is om het beleidskader Waterland zo spoedig mogelijk in gang te zetten, afhankelijk van beschikbaarheid van middelen, en na vaststelling eventuele nieuwe regels door te vertalen in het beleidskader HGS (groentype landschap). Tot die tijd gelden de regels die van toepassing zijn op het groentype ‘landschap’. Het college deelt de mening van de TAC en zegt bij deze toe dat de werkbaarheid van de nieuwe manier van toetsing op een nader te bepalen moment geëvalueerd zal worden. Meerdere reacties hebben betrekking op paragraaf 3.1 over gebiedsontwikkelingen. Het voorstel van de TAC om via aanwijzing van zoekgebieden op de kaart inzichtelijk te maken welke gebieden in aanmerking komen voor de flexibiliteitsregel ondersteunt het college. Op die manier blijft het aantal gebieden waar enige mate van flexibiliteit wenselijk is, beperkt. Het college is van mening dat het zinnig is om een onderscheid te maken tussen gebieden die wel en gebieden die niet sterk in ontwikkeling zijn. Het hanteren van dezelfde regels voor alle gebieden in de stad zou voorbijgaan aan het feit dat de stad sterk in ontwikkeling. Er is een beperkte mate van flexibiliteit nodig in gebiedsontwikkelingen.
Daarmee wordt voorkomen dat de TAC bij haar beoordeling altijd negatief moet adviseren, hetgeen voor onnodige starheid en vertraging kan leiden. Met voorliggend beleidskader is ervoor gekozen om op onderdelen
90
strenger te zijn (door vaker en vroegtijdiger toetsing, voor het eerst toetsing aan de ecologische structuur) en daarnaast enige mate van flexibiliteit te bieden in een beperkt aantal gebieden in de stad, waarvan we weten dat deze de komende jaren rigoureus op de schop gaan. Daarmee is niet gezegd dat de HGS binnen gebiedsontwikkelingen alle kanten op kan. De regels die gelden binnen gebiedsontwikkelingen zijn juist gericht op het optimaliseren en vergroten van de HGS. De regels geven aan dat de omvang minimaal gelijk blijft en dat de kwaliteit van bestaande HGS gebieden altijd wordt verbeterd. Als er sprake is van stadsnatuur en/of groentypen met natuur als primaire waarde, is een advies van een stadsecoloog. k. Zoals beschreven in de Omgevingsvisie 2050 koestert Amsterdam haar scheggen en worden in de komende decennia stap voor stap verbeteringen doorgevoerd, mede afhankelijk van de samenwerking met buurgemeenten. In de Omgevingsvisie 2050 staat per scheg/ landschapspark een wenselijke ontwikkelkoers beschreven, die aansluit op de specifieke gebiedskenmerken en de opgaven die op elke scheg afkomt. Deze visie op hoofdlijnen is voor Amsterdam het vertrekpunt voor de afspraken die met de buurgemeenten worden gemaakt over de specifieke aanpak per scheg ten aanzien van ontwikkeling en beheer.
Zo is er al een ontwikkelperspectief voor de Diemerscheg en de Westeinderscheg opgesteld en wordt het gebiedsperspectief Amstelscheg geactualiseerd. In de Omgevingsvisie staat een voorgestelde fasering die is afgestemd op de urgentie en de verwachte dynamiek vanuit de omgeving. De ambitie is om in 2021-2030 te investeren in Waterland (verduurzamen Landschap Landelijk Noord en tegengaan stikstofproblematiek), Landschapspark Amstelscheg (vergroten recreatieve waarde en toegankelijkheid en verbeteren stad-landverbindingen op basis van huidige landschappelijke kwaliteiten), Landschapspark Diemerscheg (Omvormen tot een Groot Nat Klimaatbos) en Landschapspark Oeverlanden-Amsterdamse Bos (vergroten recreatieve en ecologische waarde in relatie tot Schinkelkwartier en Zuidas). Andere scheggen volgen in de decennia die volgen. l. Het klopt dat de sportopgave gezien de urgentie en doorwerking op de HGS in het beleidskader relatief veel aandacht krijgt. Een deel van deze teksten zijn echter niet direct relevant voor het beleidskader HGS en voor de toetsing. Deze teksten worden geschrapt. Er is geconstateerd dat de zoektocht naar ruimte voor sport in de stad het HGS beleid overstijgt en in het kader van de Omgevingsvisie nader moet worden uitgewerkt. Vervolgacties worden in het beleidskader HGS aangekondigd in H 4.2 'Gebieden of plekken met een opgave'. m.
De in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 geïntroduceerde 1-2-3-methode is erop gericht om afwenteling van de sportopgave in het landschap en de Hoofdgroenstructuur zo veel mogelijk te beperken. De ruimte die geboden wordt aan een zestal sportlandschappen in de stadsranden tot en met 2050 betreft aanvullend en vernieuwend sportaanbod en wordt als wenselijk en noodzakelijk beschouwd. n. Het college onderschrijft de wens tot concretisering van het stappenplan wil deze toetsbaar zijn. Hiertoe worden zowel vanuit de Omgevingsvisie 2050 als de Hoofdgroenstructuur vervolgacties aangekondigd (in Hoofdstuk 4.1), aangezien deze uitwerking geen primair onderdeel van het beleidskader HGS betreft en de TAC in deze geen specifieke toetsrol heeft, anders dan haar huidige toetsingstaak ten aanzien van initiatieven en herinrichtings- en uitbreidingsplannen van bestaande sportparken. o. De uitwerking van sportlandschappen zijn plekafhankelijk en daarmee maatwerk. De nadruk ligt hierbij op een extensiever gebruik dan op reguliere sportparken, van zowel ongeorganiseerde als georganiseerde sport. p. Voor alle groentypen geldt dat (verdere) verharding moet worden voorkomen. Tevens is beschreven wat wel of niet onder verharding wordt verstaan. Voor de groentypen stadspark en sportpark zijn aanvullend maxima percentages ten aanzien van verharding opgenomen.
Vooralsnog ziet het college geen aanleiding om ook voor de andere groentypen maximale percentages voor verharding op te nemen. Mocht er toch in de praktijk sprake zijn van
91
ongewenste verharding van verschillende groentypen dan kan overwogen worden om (bij een actualisatie van het beleidskader) aanvullende regels op te stellen. q. Bij het ontwikkelen van de nieuwe Toetskaart HGS is geïnvesteerd in het veel nauwkeuriger begrenzen van groengebieden door over te stappen op de landelijk gebruikte 'BGT ondergronden'. Voordeel is dat er (op termijn) eenvoudiger gerekend kan worden met verhardingspercentages binnen groengebieden. Het streven is om deze percentages desgewenst bij te stellen bij een eerstvolgende actualisatie van het beleidskader HGS. r. Het college is zich ervan bewust dat de nieuwe systematiek, waarbij vaker een ambtelijk ecologisch advies verplicht wordt gesteld, niet tot onnodige vertraging mag leiden. Dit aspect zal worden betrokken bij de evaluatie die 1 jaar na vaststelling van het nieuwe beleidskader wordt uitgevoerd. s. In de praktijk van de afgelopen decennia werd er in veel gevallen overgegaan op compenserende of mitigerende maatregelen als een initiatief een mogelijk negatief gevolg had voor de natuurwaarde. Dat kan nu niet meer. Met de integratie van de ecologische structuur in de HGS zullen de met ‘stadsnatuur’ aangeduide gebieden en verbindingen ‘strenger’ worden getoetst aan behoud of versterking van de natuurwaarde. De TAC zal vaker negatief adviseren als aantasting van de natuurwaarde dreigt.
Dat is een grote verbetering ten opzichte van de ‘oude’ situatie. Mocht het voorkomen dat een initiatief volgens de regels van ‘stadsnatuur’ inpasbaar is, maar toch op gespannen voet staan met de natuurwaarde, dan kan compensatie of mitigatie een oplossing zijn. Net zoals nu het geval is zal het advies van een stadsecoloog hierbij leidend zijn. We onderschrijven daarbij het advies van de TAC om compensatie van het areaal te voorkomen. Het advies van de TAC om compensatie van de natuurwaarde helder te definiëren nemen we ter harte. Dit kan worden betrokken bij de vervolgactie die in het Beleidskader HGS is opgenomen naar aanleiding van diverse inspraakreacties om 'nader te definiëren welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van diersoorten en kwaliteit van (ecologisch) groen'. t. In het beleidskader wordt de definitie verduidelijkt en aangegeven dat uitbreiding van openluchtzwembaden onder voorwaarden inpasbaar is. Ten aanzien van de stadslandbouw verbijzondering wordt aangegeven dat deze in gebieden en verbindingen met het stadsnatuur label in principe niet inpasbaar is. Eventueel extra gebouwd programma wordt bij voorkeur in bestaande bebouwing ondergebracht. u. Overkapping van (een deel van) het Flevoparkbad is op dit moment niet aan de orde en zal om die reden uit het beleidskader worden gehaald.
Voorgestelde wijziging: - Er wordt een passage opgenomen over welk water wel/niet deel uitmaakt van de HGS. - Oppervlaktewater met een belangrijke(re) functie voor de scheepvaart en/of recreatieve /woon functie (steigers) worden uit de HGS toetskaart gehaald - In het beleidskader HGS wordt onder 1.1 ‘urgentie’ een passage toegevoegd waarin de intrinsieke waarde van het groen wordt benadrukt, waaronder de bijdrage die het Amsterdamse groen levert aan de schoonheid van de stad. - In 1.3 aan de actie ‘actualisatie van het specifieke beleids- en toetskader voor Waterland’ toevoegen dat dit uiterlijk medio 2023 wordt opgestart. - In 1.3 de vervolgactie ‘evaluatie werkbaarheid toetsing HGS’ opnemen met als uiterste datum van uitvoering 1 jaar na vaststelling van het beleidskader. De mate van ambtelijke capaciteit voor ecologisch advies maakt deel uit van de evaluatie. - Kaartje opnemen in 3.1 van zoekgebieden die in aanmerking komen voor de regels voor gebiedsontwikkelingen Er wordt een vervolgactie toegevoegd aan het beleidskader HGS (1.2): nader definiëren welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van diersoorten en kwaliteit van (ecologisch) groen
92
-
4.44
en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en verbindingen (na 2023); In het beleidskader wordt de definitie voor zwembadterreinen verduidelijkt en aangegeven dat uitbreiding van openluchtzwembaden onder voorwaarden inpasbaar is. Ten aanzien van de stadslandbouw verbijzondering wordt aangegeven dat deze in gebieden en verbindingen met het stadsnatuur label in principe niet inpasbaar is. Eventueel extra gebouwd programma wordt bij voorkeur in bestaande bebouwing ondergebracht. De passage over de overkappingsmogelijkheid van het Flevoparkbad wordt uit het beleidskader gehaald.
Provincie Noord-Holland
Ingediend door: 0000-0006 Samenvatting reactie: Provincie Noord-Holland is zeer te spreken over het geactualiseerde beleidsstuk: het is een helder en goed leesbaar stuk. Een paar suggesties: a. Voeg een kaart toe van de groenblauwe regionale context (zoals het kaartje op pagina 80 van de OVA 2050). Op het kaartje op pagina 27 staan de noordelijke scheggen er niet goed op. b. NNN met zijn te verwezenlijken kenmerken en waarden worden niet benoemd in het stuk. Duidelijk moet zijn dat de gemeente geen beslissingen kan nemen over het aantasten van de NNN en over de begrenzing. c. Wat is de op termijn gewenste kwaliteit van de groengebieden, wat is nodig om tegemoet te komen aan de wensen van dieren, de gezondheid van bewoners, kwaliteit van het water, etc d. Toetsingskader NoorderIJplas lijkt nog niet helemaal verwerkt. e. Is er een definitie voor de ‘draagkracht van een park’ in relatie tot evenementen? f. Suggestie: maak een samenvattende tabel van de groentypen en hun waarden. Antwoord: a. Dat is een goed idee. We passen het kaartje op pagina 27 van het Concept Beleidskader aan. Om de regionale context beter inzichtelijk te maken zal deze laag aanklikbaar zijn en over de toetskaart van de Hoofdgroenstructuur geprojecteerd kunnen worden. b. Het is evident dat initiatiefnemers en gemeente gehouden zijn aan de regels en begrenzing van het NatuurNetwerk Nederland.
Deze is als uitgangspunt genomen bij de doorvertaling ervan in de groentypen en/of in de stadsnatuur laag in de toetskaart van de Hoofdgroenstructuur. We gaan graag het gesprek aan over de gebieden waar de gemeente Amsterdam op basis van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 een aangepaste begrenzing wenselijk vindt. c. De op basis van de NNN te verwezenlijken kenmerken en waarden zijn door vertaald in de richtlijnen van de groentypen. Het duidelijkst komen deze terug in het groentype ‘landschap’. Het klopt dat dit op hoofdlijnen is en op onderdelen uitwerking behoeft. Daarom zal er ten aanzien van ecologie een vervolgactie worden aangekondigd om, voortbouwend op de Amsterdamse Ecologische Visie (2012) nader te definiëren welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en verbindingen. In de nog te maken 'Opgavenkaart HGS' zullen nog ontbrekende schakels in het stadsnatuur netwerk worden beschreven met het doel deze knelpunten op te heffen. Daarbij wordt lering getrokken uit het Amsterdamse ecologisch monitorings- en inspectieprogramma. In dit programma worden al gewenste doelsoorten aangewezen. Het gevoerde beheer en de gebiedsinrichting wordt indien nodig bijgesteld op deze doelsoorten en de aanwezige kwaliteit. d.
In het beleidskader HGS is onder 2.5 'Gebiedsspecifiek toetskaders' opgenomen dat voor dit gebied 'deel II van het Ruimtelijk toetsingskader Noorder IJplas' het primaire toetskader is voor
93
de TAC. Dit ruimtelijk toetskader biedt op onderdelen wat meer ruimte dan binnen het groentype ‘natuurpark’ mogelijk is. e. Bij de actualisatie van het evenementenbeleid zal nader gedefinieerd worden wat onder draagkracht van een park wordt verstaan. f. Goede suggestie, een tabel wordt toegevoegd aan het beleidskader. Voorgestelde wijziging: in het beleidskader zal in 1.3 bij de aangekondigde vervolgacties worden opgenomen dat nader wordt gedefinieerd welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en ecologische kwaliteit van groen (2024/2025). Een overzichtstabel met groentypen, verbijzonderingen en prioritaire/ secundaire groenwaarden wordt toegevoegd aan de samenvatting. De reactie over evenementen en over begrenzing van de NNN wordt betrokken bij vervolgacties. Tevens zal een aanklikbare laag van het provinciaal beleid worden toegevoegd aan de digitale toetskaart HGS.
4.45
Sportraad
Ingediend door: 0000-0007 Samenvatting brief: De Sportraad constateert dat terecht richting wordt gegeven aan de wijze waarop geïntegreerd dient te worden in een verdichtende stad. Tegelijkertijd wordt de sportopgave hieraan ondergeschikt gemaakt. Door er ook voor te kiezen om ontwikkelgebieden vol te bouwen met woningen en de ruimtelijks sportopgave af te wentelen op het groen, trekt sport aan het kortste eind. Een gezonde en aantrekkelijke stad waar vitaliteit en leefbaarheid voorop staan, vraagt om het vroegtijdig reserveren van voldoende ruimte voor sport, bewegen en groen binnen de plangebieden. Gebeurt dit niet, dan is het onvermijdelijk dat het tekort aan sportvelden straks opgelost moet worden in bestaande groengebieden. In plaats vanuit een integrale visie op de ontwikkeling van de stad de verschillende belangen evenwichtig tegen elkaar af te wegen, focust het beleidskader Hoofdgroenstructuur zich te veel op de groenbelangen. Drie fouten dienen hersteld te worden: a. De drie stappen methodiek draagt in de praktijk bij aan de verbanning van sport naar de randen van de stad en leidt tot botsingen tussen (behartigers van) het groen- en sportbelang. In de meeste ontwikkelgebieden wordt stap 1 slechts ten dele of zelfs helemaal niet gerealiseerd.
Intensivering (stap 2) biedt maar beperkt uitkomst, waardoor een veel groter deel – dan nu wordt voorgespiegeld – van de nieuwe sportruimte in de Hoofdgroenstructuur gevonden dient te worden). Daarom wordt ervoor gepleit om vast te leggen dat ieder ontwikkelgebied 100% van de eigen sportopgave dient te realiseren binnen de stappen 1 en 2, waarbij te intensiveren sportparken in of nabij het plangebied (maximaal drie kilometer vanaf het centrale punt) liggen. b. Op een sportpark dienen de sportbelangen leidend te zijn. Nu is binnen het HGS-beleid de groenwaarde leidend. Dit terwijl in het groentype sportpark de groei en ontwikkeling van sport en bewegen leidend gemaakt moet worden. Verder zouden alle Amsterdamse sportparken en sportterreinen als groentype sportpark geclassificeerd moeten worden. c. De samenstelling en de toetsingscriteria van de TAC zijn onevenwichtig. Sport en bewegen dienen hierin gelijkwaardig vertegenwoordigd te zijn. De Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) is een invloedrijke rol toebedeeld bij de wijze waarop het groen in Amsterdam gebruikt mag worden. Zij toetsen nieuwe initiatieven op inpasbaarheid en zien erop toe dat de HGS niet wordt aangetast.
Hoewel het beleidskader stelt het brede spectrum aan wensen te waarborgen, zorgen zowel de samenstelling van de TAC als de te ruime toetsingscriteria in de praktijk voor een te eenzijdige focus op de groenwaarden. Dit is zeker ten aanzien van het type sportparken ongepast. Daarnaast is de argumentatie soms onnavolgbaar en zijn de 94
procedures onnodig vertragend. Dit belemmert niet alleen de verdere groei en ontwikkeling van de sport, maar leidt ook regelmatig tot frustraties bij sportaanbieders. Daarom wordt gepleit voor het beperken van het mandaat van de TAC door ze voortaan niet meer te laten oordelen over het groentype sportparken. Antwoord: De gemeente bouwt nadrukkelijk aan een complete stad, waarbij het bouwen van buurten altijd gepaard gaat met de voorzieningen die daarbij horen, inclusief de sportvoorzieningen. Dit is uitgangspunt vanuit de integrale visie op onze stad ‘de Omgevingsvisie 2050’. Dit doen we door het sport- en beweeggedrag van Amsterdammers positief te stimuleren en te zorgen dat Amsterdammers van elke leeftijd en sociaaleconomische status toegang hebben tot sport en beweegruimte. Gegeven de verdichtingsopgave, waarbij veel woningen worden gebouwd in bestaand stedelijk gebied, wordt bij het inpassen van de sportopgave die gepaard gaat met woningbouw het 1-2-3-principe gehanteerd. Dit moet herhaling van processen zoals rondom het Diemerpark voorkomen. Dat betekent dat juíst wordt ingezet op het vroegtijdig reserveren van zoveel mogelijk ruimte voor sport, bewegen en groen binnen plangebieden, om de hoek voor de bewoners van nieuwe buurten.
In de Omgevingsvisie is vastgelegd dat bij de bouw van meer dan 1000 woningen minstens de helft van de sportnorm wordt gerealiseerd bínnen het plangebied. Voor de resterende opgave kan vervolgens worden gekeken naar de intensivering van bestaande sportparken in de nabijheid van het plangebied. Voor de inpassing van een eventueel resterende opgave wordt vervolgens gekeken naar de aanleg van een nieuw sportpark of sportlandschap. Zie verder 3.12. Noch het beleidskader HGS, noch de toetscommissie die initiatieven hieraan toetst, heeft de intentie het sportbelang ondergeschikt te maken aan het groenbelang. Op sportparken liggen op het gebied van beheer-, duurzaamheid- en intensivering een grote ontwikkelopgave welke gemeentebreed wordt onderschreven. Sportparken en sportterreinen worden binnen het beleidskader Hoofdgroenstructuur aangeduid als het groentype sportpark. Hier kon en kan ten opzichte van de andere groentypen meer. Als prioritaire waarden wordt hier ingezet op initiatieven die bijdragen aan gezondheid en sociale en recreatieve waarden. De inrichting en het beheer ervan zijn gericht op een optimaal sportief en recreatief gebruik. De Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) heeft als taak het college van B&W te adviseren aangaande inpasbaarheid van initiatieven in de HGS als deze volgens het bestemmingsplan (straks omgevingsplan) niet mogelijk zijn.
Het abstractieniveau waarop de beleidsregels geformuleerd zijn in het beleidskader Hoofdgroenstructuur zijn in verband hiermee een bewuste keuze. De TAC bestaat uit leden met uiteenlopende groenexpertise, op basis waarvan integrale afweging van de groenwaarden gewaarborgd is bij de beoordeling op inpasbaarheid. ‘Sport en recreatie’ is één van dergelijke expertises, welke bij een specifiek TAC lid is belegd en waar bij aanstelling op wordt geselecteerd. De TAC heeft slecht als taak B&W te adviseren. De beslisbevoegdheid ligt bij B&W en gemeenteraad. Voorgestelde wijziging: in het beleidskader HGS is de paragraaf over de sportopgave aangepast. Ten aanzien van de bredere sportopgave in de hele stad worden extra vervolgacties opgenomen in het beleidskader.
4.46
NOC*NSF, de KNLTB, KNHB en KNVB
Ingediend door: 4917-4624 Samenvatting brief: In de zienswijze wordt betoogd dat sport(verenigingen) cruciaal zijn voor de gezondheid en verbinding en ontmoeting tussen de sociale lagen van de stad. Amsterdam zal de komende jaren verder groeien. 95
Van belang is dat nieuwe plekken aansluiten op de behoeftes om te bewegen en dat er ruimte is om een gemeenschap te creëren en te onderhouden. Geef sport een bestemming binnen de groeiplannen, om te zorgen voor een vitale groei van de stad. De uitgangspunten van de HGS zijn het verbeteren van de leefbaarheid voor mensen, dieren en planten. Door een goede samenwerking tussen verenigingen en gemeente kunnen we de beleidsdoelen halen, rekening houdend met de sportbehoefte van alle Amsterdammers. Antwoord: Het belang van borging van voldoende ruimte voor sport wordt met de in de Omgevingsvisie geïntroduceerde 1-2-3 methode onderschreven. Ook de referentienorm sport is uitgangspunt bij gebiedsontwikkeling en verankerd in de Omgevingsvisie. In het beleidskader HGS is dit door vertaald door aan te geven in welke mate en onder welke voorwaarden de sportopgave in de HGS mag landen. Deze is ruimer dan in het vorige HGS-beleid. De prioriteit ligt bij realisatie van de sportopgave (conform de referentie norm sport) binnen de buurten. Ruimtelijke spreiding en diversiteit qua sportaanbod zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. Tegelijkertijd blijft het bestaande sportaanbod behouden en worden de gebruiksmogelijkheden ervan geoptimaliseerd.
Voor lokale sportopgaven waarvoor de eerste twee stappen niet voldoende oplossing bieden kunnen nieuwe sportparken worden gerealiseerd, zowel in een stedelijke setting als in een landschappelijke setting (in het laatste geval binnen de HGS). Een goede samenwerking tussen verenigingen en gemeente zien we als essentieel om de beleidsdoelen voor sport binnen de HGS te halen. Zie verder 3.12. Voorgestelde wijziging: in het beleidskader HGS is de paragraaf over de sportopgave aangepast. Ten aanzien van de bredere sportopgave in de hele stad worden extra vervolgacties opgenomen in het beleidskader.
4.47
AFC IJburg, AHC IJburg
Ingediend door: 9066-1833 Samenvatting brief: AFC IJburg en AHC IJburg geven in hun gezamenlijk zienswijze aan verheugd te zijn over de inpassing van Sportpark Diemerpark in de hoofdgroenstructuur. Aanvullend daarop worden drie opmerkingen gemaakt/verzoeken ingediend: a. “Op sportparken dient het belang van (de ontwikkeling van de) sport voorop te staan en mag sport niet ondergeschikt zijn aan groenwaarden en beleving. Wij willen dan ook benadrukken dat wij het van groot belang achten dat het Sportpark Diemerpark wordt uitgezonderd van de drie stappen voor de inpassing in de hoofdgroenstructuur, zoals beschreven is (in het beleidskader)”. b. In de zienswijze wordt benadrukt dat het van groot belang is dat binnen de typering sportpark voorrang wordt gegeven aan alle facetten die bij sport en ontwikkeling van sport komen kijken om de in algemene zin beperkte sportfaciliteiten voor Amsterdammers goed te benutten. Als voorbeeld wordt genoemd dat de toegankelijk voor hulpdiensten, leveranciers en bezoekers essentieel is. c. Tenslotte wordt ervoor gepleit om (in aanvulling op de groene omlijsting) minimaal de westzijde van het sportpark te typeren als stadspark, alvorens er weer wordt overgegaan naar de typering stadsnatuur. “Hierdoor zal er een logische overgang ontstaan en de spanning tussen twee uitersten verminderd worden”.
Antwoord: De uitbreiding van Sportpark Diemerpark is in lijn met het wensbeeld vanuit de Omgevingsvisie 2050 in de toetskaart HGS overgenomen. Het sportpark (inclusief uitbreidingsgedeelte) heeft het groentype sportpark. Binnen de hier geldende richtlijnen kan de sportfunctie gerealiseerd worden. Het sportpark is en blijft te gast in het Diemerpark dat verder het groentype ‘natuurpark’ meekrijgt. Het groentype 96