CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 03 Financiën (36) Bijlage 1 Begroting 2023

RAAD 9 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Begroting 2023 van de gemeente AmsterdamVN2022-03365748.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Bewoners en bezoekers kunnen zich verplaatsen van, naar en binnen Amsterdam

Deel- en ketenmobiliteit Deelmobiliteit is belangrijk om te komen tot een autoluwe stad. Het gebruik van deelvervoer verminder het aantal autoritten, verbetert de deur-tot-deurreis en verlaagt de parkeerdruk. Amsterdam zet in op meer aanbod en betere spreiding over de stad door samen te werken met de aanbieders. In experimenten testen we het gebruik van deel(bak)fietsen, deelscooters en deelauto’s; door het toevoegen van aanbod op OV en P+R locaties, het mogelijk maken van realtime kentekenwissel, het stimuleren van autodelen onder Amsterdammer onderling en aanbod bekend te maken op levensveranderende momenten. In experimenten staan we deel(bak)fietsen en deelscooters toe; om meer inzicht te krijgen in de waarde voor Amsterdam. Om als gemeente zelf regie te houden stellen we eisen aan marktpartijen die in onze openbare ruimte actief (willen) zijn. Deelmobiliteit levert ruimte op maar behoeft ook ruimte; bij de inpassing op straat nemen we de lessen uit voorgaande jaren mee. Hierbij willen vooral kijken naar uitbreiding van deze diensten naar Nieuw-West en Zuidoost.

Hubs en P+R In 2023 willen we beginnen met de uitrol van buurthubs. Daarbij kijken we met name naar die buurten en wijken die nu nog een beperkt aanbod kennen van deelmobiliteit, dan wel overlast ervaren van het huidige aanbod. In het coalitieakkoord is aangekondigd dat we P+R’s kostendekkend willen exploiteren. In 2023 zetten we hiervoor de eerste stappen. Tevens kijken we naar een alternatief voor de huidige verplichting om met openbaar vervoer naar het centrum te reizen en willen we het mogelijk maken om ook met deelmobiliteit je reis voort te zetten. Verder onderzoeken we hoe de huidige Amsterdamse P+R-locaties ingezet kunnen worden om ook vergunninghouders te verleiden om er te parkeren en vanaf daar gebruik te maken van vervolgvervoer als lopen, deelfietsen, deelscooters en OV. Voor de reis naar buiten de stad kijken we ook hoe we deelauto’s kunnen gebruiken. Met de MRA-partijen werken we aan een regionale hubstrategie. Het is essentieel om een duurzame gedragsverandering tot stand te brengen, waarbij niet alleen verleid wordt maar waarbij we ook actief sturen. Bijvoorbeeld door het introduceren van bewonersparkeervergunningen op afstand, om van parkeren op afstand het nieuwe normaal te maken.

Begroting 2023

Verkeersveiligheid We blijven werken aan verbetering van de verkeersveiligheid, waarbij de inzet is dat in een stad iedereen, van jong tot oud en met of zonder beperking, zich veilig kan verplaatsen. Het uitrollen van 30km/u in de stad draagt hier aan bij, dit sluit beter aan op het gebruik van de straten door voetgangers en fietsers. Hoog tijd, omdat straten in de stad meer en meer veranderen in verblijfsgebieden. We verwachten dat het aantal ongevallen in de stad hiermee afneemt. Eind 2023 begint de feitelijke uitvoering op straat van 30km/u. Daarnaast wordt in 2023 een nieuw Meerjarenplan Verkeersveiligheid vastgesteld op basis van stadsgesprekken die eind 2021 met de Amsterdammer gevoerd zijn. Ook spannen we ons met de Strategie Logistiek en het nieuwe Taxistelsel samen met het bedrijfsleven in voor veilige bevoorrading en veilige chauffeurs.

Mobiliteitsregie We beperken de hinder van werkzaamheden in de openbare ruimte. Voor de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad wordt de programmering afgestemd met regionale partners. Om werkzaamheden uitgevoerd te kunnen krijgen in de compacte drukke stad, investeren we in samenwerking tussen opdracht­gevers van werkzaamheden, zodat die gebiedsgericht gecombineerd worden.

63

H3.2.1

We stimuleren duurzamere mobiliteit.

Touringcar

Actieplan Schone Lucht

In de Agenda Touringcar 2020-2025 is een restrictieve aanpak bepaald om de overlast van touringcars stevig te verminderen. Eén van de maatregelen is het weren van grote touringcars in de stad, te beginnen bij het stadshart (binnen de Singelgracht/ S100).

Het Actieplan Schone Lucht bevat de acties die de luchtkwaliteit in Amsterdam verbeteren. Het doel is om in 2030 te voldoen aan de World Health Organisationadvieswaarden uit 2005. Daarbij werken we binnen de gegeven kaders van onder meer het Rijk. In 2023 werken we onder andere aan de volgende activiteiten: • Voor bestelauto’s en vrachtwagens kan Amsterdam per 1 januari 2025 een uitstoot­ vrijzone invoeren zoals afgesproken in de landelijke Uitvoeringsagenda Stads­ logistiek. In 2023 starten we met de voorbereidingen van de zero-emissiezones voor bestelauto’s en vrachtwagens en (afhankelijk van een landelijke evaluatie van milieuzones in 2022) ook voor taxi’s en autobussen. Ook de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen bereiden we voor. • Om de overgang naar uitstootvrij vervoer te realiseren, zetten we in op de mix van reguleren, stimuleren, faciliteren en communiceren vanuit het gemeentelijke instrumentarium, dit komt samen in integrale maatregelenpakketten per modaliteit. • Het publieke laadnetwerk - zowel regulier als snelladen - gaan we verder uitbreiden. Om uitvoering te geven aan het Strategisch Plan Laadinfrastructuur is de ambitie om laadpalen strategisch en datagestuurd te plaatsen, in plaats van vraaggestuurd, aan de hand van de wijklocatieplannen. Daartoe gaan we in 2023 een nieuwe concessiehouder contracteren.

• In het Actieplan Schone Lucht is de ambitie uitgesproken om, zo veel als de techniek het toe laat, vanaf 2025 ook mobiele werktuigen en aggregaten uitstootvrij te laten zijn. We gaan invulling geven aan een Amsterdamse aanpak voor schonere mobiele werktuigen. Amsterdam is op een veilige en duurzame manier bereikbaar voor commercieel vervoer.

Logistiek De komende jaren zal er door de groei van de stad steeds meer logistiek nodig zijn terwijl de openbare ruimte op veel plekken al onder hoge druk staat. In 2023 stimuleren we schoon, licht, verkeersveilig en efficiënt goederenvervoer door activiteiten als: • Het maken van een digitale beleveringskaart met alle laad- en losplekken, venstertijden en andere regels voor logistieke voertuigen. • Het uitvoeren van pilots horecabevoorrading met bundeling en transport over water zoals aan de Geldersekade. • Het leveren van bouwlogistieke expertise voor een gemeentelijke roadmap bouwlogistiek om de benodigde logistiek voor bouwopgaven zo schoon, veilig, effectief en efficiënt mogelijk in te richten.

Begroting 2023

In 2023 bereiden we het verkeersbesluit voor dat vanaf lente 2024 grote touringcars verbiedt binnen de S100, met uitzondering van enkele straten (de touringcarcorridor Weesperstraat-Valkenburgerstraat-Kattenburgerstraat, de zuidelijke IJoevers). Enkel specifieke doelgroepen (te weten basisschoolkinderen, gehandicapten en ouderen) mogen straks nog van en naar specifieke bestemmingen (te weten kunst-, culturele educatieve instellingen) worden vervoerd. Hier wordt tezamen met het verkeersbesluit apart ontheffingenbeleid voor opgesteld en geïmplementeerd. Verder werken we in 2023 verder aan de flankerende maatregelen om de touringcars elders op te vangen.

Taxi In de Agenda Taxi 2020-2025 is de ambitie opgenomen om een nieuw taxistelsel te ontwikkelen met een gelijk speelveld voor de opstapmarkt en de bestelmarkt, met één set Amsterdamse normen voor taxichauffeurs en taxibemiddelaars en een gebiedsgerichte aanpak. Hiermee dragen we bij aan een leefbare stad met betrouw­ baar, veilig en bonafide taxivervoer. In de Amsterdamse Taxi Aanpak (december 2021) zijn 11 maatregelen zijn benoemd zoals de gebiedsgerichte aanpak met taxizones: taxihotspotzones rond drukke locaties zoals uitgaanspleinen, NS-stations en evenementenlocaties, taxiluwzones op locaties en momenten waar de leefbaarheid voor lokale belanghebbenden in het geding komt. De eerste taxizones treden in 2023 in werking.

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? Vervoerregio Amsterdam (VRA) De Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 14 gemeenten rond verkeer en openbaar vervoer. De belangrijkste taken zijn het opdrachtgeverschap van het openbaar vervoer en het verstrekken van subsidies voor infrastructuur. Dit laatste gebeurt via de Investeringsagenda Mobiliteit. De Vervoerregio is ook een partner in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De Vervoerregio wordt volledig bekostigd uit een Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering) van ruim € 400 miljoen per jaar. De regioraad stelt de H 3.2.1 50 begroting vast. De gemeenteraden van de deelnemende gemeenten kunnen een zienswijze daarover afgeven.

64

H3.2.1

Servicehuis Parkeer en Verblijfsrechten (SHPV)

Lasten

Voor het handhaven van het betaald parkeren gebruiken we het Nationaal Parkeer­ Register (NPR) van de coöperatie Servicehuis Parkeer- en Verblijfsrechten (SHPV). Het SHPV beheert namens aangesloten gemeenten het NPR. Zo kunnen we op dezelfde landelijke digitale manier parkeren registreren en raadplegen voor (digitale) hand­ having. Als parkeergarages in eigendom van ons en onderdeel van een gebouwen­ complex zijn, dan zijn wij verplicht lid van de Vereniging van Eigenaren (VvE).

De lasten in dit programmaonderdeel zijn € 231,2 miljoen en hebben betrekking op de uitvoering van de volgende begrotingsactiviteiten: • Voor onderhoud van verhardingen is € 24,4 miljoen begroot. De grootste projecten hierin zijn de Durgerdammerdijk (€ 3 miljoen), Blackspots en Redroutes (€ 2,8 miljoen) en Fietsroute IJ Geldersekade (€ 2,6 miljoen). De overige begrote lasten voor dit doel betreffen hoofdzakelijk uitbestede werkzaamheden (€ 2,4 miljoen). • We maken parkeren van auto en fiets duurzaam en kosteneffectief mogelijk (€ 93,9 miljoen). Voor € 43,6 miljoen worden werkzaamheden uitbesteed, waarvan € 21,7 miljoen aan het contract met EPS en € 9,3 miljoen aan werkzaamheden rondom evenement parkeren. Er is € 14,7 miljoen opgenomen aan huurkosten. Tevens zijn er kosten voor groot onderhoud aan gebouwen (€ 4,5 miljoen), kapitaallasten (€ 6,6 miljoen) en loonkosten (€ 6,7 miljoen) opgenomen. • We maken meer ruimte voor fietsers, voetgangers en verblijfsruimte (€ 18,8 miljoen). Voor het onderhoud van de verhardingen is € 16,9 miljoen begroot. De grootste projecten hierin betreffen de vernieuwing. De grootste projecten die hier in zijn opgenomen betreffen het programma Fiets infrastructuur (€ 2,5 miljoen), Fietsroute Nieuwmarkt (€ 2,4 miljoen) en Fiets- en wandelroute Sportas (€ 2,3 miljoen).

Tevens wordt er € 1,4 miljoen begroot aan het onderhoud van de kunstwerken aan bruggen. • We maken de stad verder autoluw (€ 9,9 miljoen), onder andere door ‘Spoorboekloos’ rijden waarvoor € 4,0 miljoen is begroot. • We zorgen voor veiligheid en doorstroming op drukke verblijfplekken (€ 2,5 miljoen). • We zorgen voor een slim en robuust netwerk ten behoeve van de doorstroming (€ 15,7 miljoen). Hierin zijn lasten voor uitbestede werkzaamheden opgenomen (€ 5,1 miljoen) en vaste loonkosten (€ 3,6 miljoen). • We stimuleren duurzamere mobiliteit (€ 9,3 miljoen). Hierin is onder andere opgenomen € 3,1 miljoen voor Zero Transmissie Mobiliteit en € 1,7 miljoen voor het project Transferpunt Touringcar-Rondvaart bij de Ruijterkade Oost (TTR DRKO) als overstappunt touringcar-rondvaart-riviercruise. • Overige activiteiten (€ 8,9 miljoen). In dit onderdeel zijn budgetten gealloceerd die niet zijn toegewezen aan specifieke beleidsactiviteiten. • Doel overstijgende middelen programmaonderdeel 2.1 (€ 38,3 miljoen) bestaan voor een groot deel (€ 22,6 miljoen) uit vaste loonkosten en uitbestede werkzaamheden. • We verbeteren de luchtkwaliteit (€ 9,4 miljoen). Hiervan betreft € 2 miljoen een incidentele intensivering vanuit het coalitieakkoord.

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Baten

280,5

318,7

48,2

48,9

51,5

41,8

Lasten

222,6

181,2

231,2

200,2

199,0

178,6

Saldo Baten en Lasten

57,9

137,6

-183,0

-151,3

-147,5

-136,7

Onttrekking

341,3

134,7

109,8

7,8

6,8

3,7

Toevoeging

267,2

214,6

143,2

120,7

112,9

125,5

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

74,1

-79,9

-33,4

-112,9

-106,1

-121,8

Totaal Programmaonderdeel 2.1 Verkeer, vervoer en parkeren

132,0

57,6

-216,4

-264,3

-253,6

-258,5

Baten De baten in dit programmaonderdeel zijn € 48,2 miljoen. • Baten uit parkeren van € 37,4 miljoen bestaan voornamelijk uit: – Opbrengsten van het parkeren “achter de slagboom” (parkeer- garages, P+R en fietsparkeren) en naheffingsaanslagen van € 37,4 miljoen. • Overige baten van € 10,8 miljoen, welke voornamelijk bestaan uit: – Subsidies voor bereikbaarheid van de stad van de Vervoersregio Amsterdam (VRA) (€ 7,6 miljoen). – Door te belasten kosten aan Bureau Social Return (€ 1,1 miljoen) – Bijdragen uit gemeentelijke fondsen en waternet (€ 1,0 miljoen)

Begroting 2023

65

H3.2.1

Reserves

Beleidskaders

Onttrekkingen De onttrekkingen bedragen € 109,8 miljoen. Daarvan is € 101,7 miljoen de vrijval van het Stedelijk Mobiliteitsfonds. Deze reserve komt met ingang van de begroting 2023 op grond van het coalitieakkoord 2023-2026 te vervallen, daardoor is er uit deze reserve geen onttrekking meer begroot. Er vinden wel onttrekkingen plaats voor € 8,1 miljoen voornamelijk uit de reserves Coalitiemiddelen 22-26, Kwaliteitsimpuls Groen, Reserve POR zuid IJ-oever en de Reserve Leidseplein.

Toevoegingen De toevoegingen bedragen € 143,2 miljoen en betreffen voornamelijk toevoegingen aan de reserves Stadsbehoud en reserve Achterstallig Onderhoud en de Financierings­ reserve. Hierin zijn voor € 25,0 miljoen extra middelen voor het Programma Bruggen en Kademuren opgenomen, conform het coalitieakkoord 2022-2026. De toevoeging aan de reserve Stedelijk Mobiliteitsfonds komt met ingang van de begroting 2023 op grond van het coalitieakkoord 2022-2026 te vervallen.

Risicobeheersing Risico’s

Maatregelen

Door schaarste op de arbeidsmarkt lukt het niet om voldoende (gekwalificeerd) personeel aan te trekken, waardoor de uitvoering onder druk komt te staan.

We starten met een technische traineeship waarmee we pas afgestudeerden aantrekken en daarnaast wordt er gestart met het zogenaamde Campusrecuitment, waarmee we studenten trachten te interesseren voor het werken bij de Gemeente Amsterdam

Doordat er beperkte nieuwe investeringen mogelijk zijn inzake stad verbeteren, bestaat het risico dat beleidsdoelstellingen onder druk komen te staan (bijv autoluw en verkeers­veiligheid)

Monitoren van voortgang en waar nodig keuzes voorleggen gericht op het aanpassen van de beleidsdoelstellingen.

De hoge inflatie, die in de sector Grond, Weg- en Waterbouw over 2021 ruim 11 procent bedroeg, blijft langere tijd aanhouden waardoor wij minder kunnen investeren voor het zelfde geld.

Het doorgaan met het versoberen, temporiseren en eventueel schrappen van projecten, het actief monitoren van de projecten zodat we kunnen herprioriteren indien zich knelpunten voordoen.

Stad maken / groeiende stad: Zonder extra middelen vanuit het rijk of bij de Voorjaarsnota 2023, kan het overgrote deel van de investeringen uit de mobiliteitsplannen niet worden uitgevoerd. We bouwen dan een stad die ‘niet compleet’ en / of onvoldoende bereikbaar is.

We zijn in gesprek met het rijk over bijdragen uit onder andere de Woningbouwimpulsmiddelen. Zowel voor de zogenaamde schaalsprong­ investeringen als de investeringen uit de mobiliteitsplannen.

Begroting 2023

• Het Programmaplan Bruggen en Kademuren (2020) is het overkoepelende kader voor het Programma en geeft invulling aan de organisatie en de aanpak. • Programma Stadsbehoud. • Programma aanpak wegtunnels Amsterdam. • Amsterdam veilig en leefbaar – 30 km/u in de stad (2021) • Beleidskader ‘1Amsterdam Heel & Schoon’ (2017). • Agenda Autoluw (2020) is het overkoepelend kader voor leefruimte en schone lucht. • Agenda Autodelen (2019) biedt een integrale visie op autodelen. • Nota Deelmobiliteit (2019) biedt voor de komende jaren (t/m 2023) duidelijkheid over hoe de gemeente richting geeft aan deelvervoer (alle modaliteiten behalve de deelauto). • De Agenda Touringcar 2020-2025 (2020) schetst het kader voor de manier waarop de gemeente omgaat met touringcars. Dit moet leiden tot een (grotendeels) touringcarvrij stadshart in 2023; een maximaal touringcarluw gebied binnen de s100 in 2023, en een touringcarluw gebied tussen S100 en de Ring A10 in 2025 • Agenda Taxi 2020-2025 beschrijft de ambities en het eindbeeld voor de taxi in Amsterdam voor de komende jaren. • Mobiliteitsaanpak 2030 (2013) is het overkoepelende kader voor het Mobiliteits­ beleid van de gemeente Amsterdam in de periode tot 2030. • Programma Stad in Balans 2018-2022 (2019) is het kader voor het evenwicht tussen bezoekers en bewoners van Amsterdam.

• Beleidskader Verkeersnetten (2018) waarin de belangrijkste netwerken voor de bereikbaarheid van en in de stad zijn aangegeven, inclusief de bijbehorende eisen en richtlijnen. • Meerjarenprogramma Fiets 2017-2022 (2017), waarin is beschreven hoe we omgaan met de fietsers en hun fietsen. • Meerjarenprogramma Verkeersveiligheid 2016-2022, een geactualiseerd programma over de verkeersveiligheid in Amsterdam dat is vastgesteld door de gemeenteraad in 2016. • Uitvoeringsagenda Mobiliteit (2015), de agenda houdt Amsterdam bereikbaar en aantrekkelijk. Concrete maatregelen die meer ruimte creëren en de doorstroming verbeteren. Voor voetganger, fietser, ov-reiziger en de automobilist. • Uitvoeringsagenda Stedelijke Logistiek Amsterdam (2017), waarin voor het goederenvervoer in Amsterdam een aantal maatregelen staat om leefbaarheid, doorstroming en efficiëntere bevoorrading voor en door vervoerders en verladers te bevorderen. • 1Stad1Opgave (maatregel Koopmanschap: 7 Puccini en 8 Inkoop Grond, Weg en Waterbouw).

66

H3.2.1

• Het “Handboek Inrichting Openbare Ruimte Amsterdam” zorgt voor de digitale en integrale ontsluiting van al het beleid dat van toepassing is op de inrichting van de openbare ruimte. Het betreft onder meer de volgende belangrijke beleids­ producten: Visie Openbare Ruimte 2025 (2017) stelt het bestuur kaders voor geformuleerd en principes uitgewerkt om meer regie te voeren op ontwikkeling, inrichting, beheer van de openbare ruimte, afgestemd op het gebruik; • In het Beleidskader “1Amsterdam Heel & Schoon” (2017) staan de principes voor onderhoud, reiniging en assetmanagement; • De Standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld (Beleidskader Puccinimethode, 2018, actualisatie verwacht 2023) bevat standaard inrichtingsprincipes, profielen en materiaalkeuzes voor het ontwerpen en aanleggen van de openbare ruimte, gekoppeld aan de centrale inkoop van materiaal. • Het Beleidskader Verlichting (2017) definieert de rol van verlichting in Amsterdam en stelt de kaders waarbinnen de gemeente haar taken voor de verlichting uitvoert, waaronder de transitie naar 100 procent LED verlichting; • Het Beleidskader Buitenreclame (2020) bepaalt de randvoorwaarden voor het toestaan van reclame in de openbare ruimte. • Parkeren • Meerjarenprogramma Fiets 2017-2022 (2017) en Kader Fietsparkeren (2015). • Nota Parkeernormen fiets en scooter (2018).

Geeft normen en richtlijnen voor fietsen scooterparkeren bij nieuwbouw en functiewijziging. • Parkeerplan 2012 – Inzet van onbenutte parkeercapaciteit in parkeergarages voor vergunninghouders om meer ruimte op straat te creëren. • Plan Vernieuwing P+R – nieuw P+R-concept, waarbij we slim parkeerplaatsen inkopen en uitbreiding van P+R de ‘vraag’ volgt. • Amsterdamse P+R-maatregelen Actualisatie 2021 • Hubsvisie 2021 • De (jaarlijkse) gemeentelijke parkeerverordening – regelgevingskader parkeer­ beleid, waarin geboden en verboden rondom parkeren staan, en de typen parkeervergunningen. • De (jaarlijkse) verordening Parkeerbelastingen, met daarin tarieven voor kort parkeren en parkeervergunningen. • Uitvoeringsagenda Mobiliteit (2015) – maatregelen voor het verbeteren van de bereikbaarheid en leefbaarheid in de stad. Daarbij ligt de nadruk op scherpe keuzes (in het centrumgebied bijvoorbeeld voor voetgangers en fietsers). • Nota Parkeernormen Auto (2017). Deze nota stelt parkeernormen vast voor nieuwbouwen transformatieprojecten in de stad. Hiermee wordt voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen leidt tot extra parkeerdruk en op omliggende straten wordt afgewenteld. • Visie Openbare Ruimte 2025 (2017) heeft vijf ambities geformuleerd en principes uitgewerkt voor meer regie op ontwikkelen, inrichten, beheren en gebruiken van de openbare ruimte op stadsniveau. Begroting 2023

• Verordening op het Stedelijk Mobiliteitsfonds Amsterdam (2020), een fonds vanuit inkomsten van het straatparkeren om de openbare ruimte en het verkeer- en vervoersysteem te verbeteren. • Met de Nota’s Varen Deel I (2019) en II (2020) streeft het bestuur naar een evenwichtig, veilig en duurzaam gebruik water en wal door het beheersen van drukte en het tegengaan van overlast, waarbij de vlotte en veilige doorvaart wordt gegarandeerd. • Watervisie Amsterdam 2040 (2016). De Watervisie is een structuurvisieuitwerking en geeft een ruimtelijk-economisch toekomstbeeld van het gebruik van het water in 2040 met een Uitvoeringsagenda 2018. • Welstandsbeleid Passagiersvaart Amsterdam (2019). Het Welstandsbeleid Passagiersvaart bevat een helder beoordelingskader waarmee de welstandstoetsing en de verlening van vergunningen voor nieuwe, vervangende of te verbouwen vaartuigen voor iedereen inzichtelijk wordt en historische vaartuigen en vaartuigen met hoge beeldkwaliteit beschermd worden. • De Agenda Amsterdam Autoluw heeft verschillende concrete maatregelen die bijdragen aan een leefbare en toegankelijke stad. Tegelijk is de Agenda richtinggevend voor de keuzes die op het gebied van openbare ruimte en mobiliteit worden gemaakt. • De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW 2000). Deze is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa.

Het voldoen aan de KRW-richtlijn is een gezamenlijke opgave voor overheden. Uiterlijk in 2027 moeten alle verantwoordelijke partijen voldoen aan de eisen die de KRW stelt. Amsterdam is daarbij verantwoordelijk voor de uitvoering van gemeentelijke maatregelen. • Update Nota Veren (juli 2021), hierin staan de geactualiseerde reizigersprognoses en de plannen voor uitbreiding en verduurzaming van de vloot. • Visie Openbare Ruimte 2025 (2017) heeft vijf ambities geformuleerd en principes uitgewerkt voor meer regie op ontwikkelen, inrichten, beheren en gebruiken van de openbare ruimte op stadsniveau. • MobiliteitsAanpak Amsterdam 2030 (2013), het overkoepelende kader voor het Mobiliteitsbeleid van de gemeente Amsterdam in de periode tot 2030. • Ruimtelijk Kader Hoogfrequent Spoorvervoer Amsterdam. Investeringsagenda Openbaar Vervoer Stadsregio (2013), een overeenkomst met investeringen die Amsterdam en de Stadsregio Amsterdam (sinds 2017 Vervoerregio Amsterdam) in de komende periode in het Openbaar Vervoer doen. • Uitvoeringsagenda Mobiliteit (2015), de agenda die Amsterdam bereikbaar en aantrekkelijk houdt, met maatregelen voor meer ruimte en betere doorstroming voor voetganger, fietser, openbaar vervoerreiziger en de automobilist. • Beleidskader Verkeersnetten (2018).

Hierin staan de ambities uit Mobiliteitsaanpak en Uitvoeringsagenda uitgewerkt met daarbij een afwegingskader bij conflicterende belangen.

67

H3.2.1

• Wet lokaal spoor, in werking getreden op 1 december 2015; deze wet maakt de VRA verantwoordelijk voor aanleg, beheer en veiligheid van lokale railinfrastructuur. VRA stelt een vervoerder aan via de OVconcessie en VRA mag een beheerder van de infrastructuur aanwijzen. Dit laatste wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. • De in 2015 vastgestelde Lijnennetvisie is het beleidskader voor het ontwikkelen van vervoerplannen. De gemeente voert overleg met vervoerbedrijven over inpassing van nieuwe vervoerplannen. • Taxiverordening Amsterdam 2012 (laatst gewijzigd in 2018). • Agenda Taxi 2020-2025. • Update Nota Veren (februari 2018), een strategie om tot een qua capaciteit en duurzaamheid toekomstbestendige verenvloot te komen. • Visie Lokaal Spoor (2015), vastgesteld door het dagelijks bestuur van de VRA en bindend kader voor de beheerder van het lokaal spoor.

Begroting 2023

68

H3.2.2

3.2.2 Openbaar vervoer Zo goed mogelijk maken en onderhouden van het openbaar vervoersysteem van Amsterdam, zodat dit voor iedereen op een veilige en duurzame manier beschikbaar is

Coalitieakkoord Het openbaar vervoer gaat in de komende periode een nieuwe concessieperiode in. Bij de gesprekken daarover met de vervoerregio zetten we in op het behoud van de fijnmazigheid, betaalbaarheid en verdere verduurzaming van het OV.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Openbaar Vervoer We verwachten dat in 2023 het gebruik van het openbaar vervoer nog niet terug is op het niveau van vóór de coronapandemie. GVB verwacht dat het aantal reizigers zo’n 92 procent van 2019 zal zijn. De financiële gevolgen daarvan stellen het openbaar vervoer op korte termijn voor grote uitdagingen. In overleg met de Vervoerregio streven we ernaar het fijnmazige openbaar vervoeraanbod zoveel mogelijk te behouden. We werken eraan om het openbaar vervoer voor iedereen zoveel mogelijk toegankelijk en inclusief te maken. Onder andere door het toegankelijk maken van OV-haltes. Ook bereiden we OV-doorstromingsmaatregelen voor, om de impact van de invoering van 30 km/u op bus en tramroutes zoveel mogelijk te mitigeren. De duurzame toekomst en verantwoorde groei van de stad, vraagt om een schaals­ prong in het OV. Een aantal grotere OV projecten is bij de gemeente Amsterdam belegd. In 2023 gaan we verder met het aanleggen van de tramverbinding naar Uithoorn met geplande oplevering in 2024. Samen met gemeente Hoofddorp, Schiphol, KLM, Prorail, NS en VRA gaan we verder met het voorbereiden van het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp en het sluiten van de ring tussen Isolatorweg en Amsterdam Centraal Station (het zogenaamde programma Light Rail).

Ook andere noodzakelijke OV-uitbreidingen in de regio worden verder verkend, zoals een HOV ZaanIJ en HOV Haarlem-Amsterdam.

Begroting 2023

Veren De veren krijgen de laatste jaren een hoge klanttevredenheidswaardering. De primaire doelstelling blijft om de passagiers snel, frequent en veilig te vervoeren over het IJ. We verzorgen daarom als opdrachtgever een flexibel verensysteem met voldoende capaciteit. Als opdrachtgever van GVB-Veren meten we de bezetting en spelen we flexibel in op hogere of lagere reizigersaantallen. In 2023 ronden we de aanbesteding voor 4 nieuwe emissievrije IJveren af. Deze zullen in 2024 en 2025 stapsgewijs instromen ter vervanging van drie dieselveren die einde levensduur zijn. De aanbesteding van bijbehorende laadinfrastructuur bij de verbinding IJplein wordt eveneens gestart. In overleg met stadsdeel Noord en de omgeving zoeken we een goede plek gezocht voor de laadinfrastructuur. De instroom van de nieuwe uitstootvrije veren is een belangrijke stap naar een compleet uitstootvrije verenvloot. Om de veren toegankelijker te maken voor gehandicapten onderzoeken we hoe deze door hen worden beleefd, en met welke (kleine) maatregelen de veren voor hen toegankelijker te maken zijn.

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? GVB Holding NV Het GVB zorgt in Amsterdam voor het openbaar vervoer. Het GVB heeft verschillende dochterondernemingen, of heeft een belang in ondernemingen. Het gaat hier om: • GVB Exploitatie BV • GVB Veren BV • GVB Activa BV • GVB Infra BV GVB Activa BV is eigenaar van de zogenaamde strategische ov-activa. Dit zijn onder andere railvoertuigen, werkplaatsen, remises en eindpuntvoorzieningen. GVB Infra BV is onze opdrachtnemer voor met name dagelijks onderhoud aan railinfra en tram­ vervangingsprojecten. Wij zijn opdrachtgever voor de veerverbindingen over het IJ en het Noordzeekanaal. GVB Veren BV voert dit uit volgens het Contract voor Exploitatie Beheer en Onderhoud 2019-2024 en de aanbesteding van de verschillende investeringen. Wij zijn 100 procent eigenaar van GVB Holding NV.

69

H3.2.2

Vervoerregio Amsterdam (VRA)

Lasten

De Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 14 gemeenten voor verkeer en openbaar vervoer. De belangrijkste taken zijn het opdrachtgeverschap van het openbaar vervoer en het verstrekken van subsidies voor infrastructuur. Dit laatste gebeurt via de verschillende Investeringsagenda’s: Ov, Weg en Fiets. De Vervoerregio is ook een partner in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De Vervoerregio wordt volledig bekostigd uit een Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering) van ruim € 400 miljoen per jaar. De regioraad stelt de begroting vast. De gemeenteraden van de deelnemende gemeenten kunnen een zienswijze daarover afgeven.

De lasten in dit programmaonderdeel zijn € 85,3 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • Projecten voor het beheren en verbeteren van de kwaliteit van onze OV infrastructuur (€ 63,4 miljoen). Deze lasten worden onder andere gedekt uit subsidies (voornamelijk VRA) en door de reserve Vervanging ijveren (€ 0,9 miljoen) • Kapitaallasten (€ 21,7 miljoen) die hoofdzakelijk betrekking hebben op de Noord/ Zuidlijn. • Exploitatiekosten van de reclame-uitingen op de metrostations (€ 2,5 miljoen) • Light Rail (€1,0 miljoen) • Door een herziene verordening op het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF) is het toegestaan om meer kosten te begroten op de door het SMF gefinancierde projecten dan er dekking is. Dit wordt overprogrammering genoemd en is een gevolg van de ervaring dat uiteindelijk 30% tot 40% van de beschikbare dekking niet (in de beoogde periode) wordt uitgegeven. Met deze post worden de hogere begrote lasten bij de individuele projecten per programmaonderdeel weer verlaagd om binnen de begrotingskaders van het SMF te blijven. (-€ 4,9 miljoen). Het betreft hier projecten die gedekt werden door het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF).

Doordat de reserve met ingang van de begroting 2023 op grond van het coalitieakkoord 2023-2026 is komen te vervallen worden deze projecten nu gedekt uit de Algemene Dekkingsmiddelen • Maatregelenpakket dat bijdraagt aan een leefbare stad met betrouwbaar, veilig en bonafide taxivervoer (€ 2,8 miljoen). • In de doorbelasting van interne diensten naar de projecten zit een overhead component die hoger is dan volgens de regelgeving is toegestaan. Dit wordt niet per project gecorrigeerd maar per programmaonderdeel (- €2,3 miljoen). • Overige lasten die kleiner zijn dan € 1 miljoen worden niet verder toegelicht.

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Baten

139,2

Lasten

193,0

77,7

Saldo Baten en Lasten

-53,8

-48,1

Onttrekking

2,6

13,3

1,0

Toevoeging

0,0

1,4

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

2,6

11,9

1,0

-51,2

-36,2

-50,8

Totaal Programmaonderdeel 2.2 Openbaar vervoer

29,6

33,5

40,0

70,4

20,7

85,3

97,2

130,8

78,6

-51,8

-57,2

-60,4

-57,9

1,0

1,0

0,7

0,0

0,0

0,0

1,0

1,0

0,7

-56,2

-59,4

-57,2

Baten De baten in dit programmaonderdeel zijn € 33,5 miljoen. Deze baten bestaan uit: • Baten met betrekking tot Metro en tram en de transitie naar de Directie Bijzondere Projecten (€ 17,1 miljoen): – De doorbelasting van de projectkosten (€ 6,0 miljoen) en apparaatslasten (€ 6,8 miljoen) naar de projecten. – De opbrengsten van de reclame-uitingen op de metrostations (€ 4,3 miljoen). • Subsidie van de Vervoerregio Amsterdam voor diverse infrastructurele projecten met betrekking tot het openbaar vervoer (€ 12,7 miljoen). • Reclame-inkomsten metrostations (€ 1,6 miljoen). • Baten door de transitie van de directie Metro en Tram naar de directie Bijzondere Projecten (€ 1,4 miljoen). • Exploitatie opbrengsten veerdiensten (€ 0,5 miljoen).

Begroting 2023

Reserves Onttrekkingen reserves De onttrekkingen in dit programmaonderdeel zijn in 2023 € 1,0 miljoen: • Een onttrekking aan de reserve IJveren. Bij de toelichting op de lasten worden de onttrekkingen verder toegelicht (€ 0,9 miljoen) en daarnaast wordt er nog € 0,1 miljoen onttrokken ter dekking van toekomstige kapitaallasten.

Toevoegingen reserves Er zijn geen toevoegingen aan de reserves in dit programma.

70

H3.2.2

Risicobeheersing Risico’s

Maatregelen

Door corona en meer thuiswerken daalt de vraag naar OV structureel, en daarmee de inkomsten van de vervoerders. Als ervoor gekozen wordt de frequenties en fijnmazigheid van het netwerk te behouden, moet de Vervoerregio de vergoedingen voor de concessies verhogen. Als dit niet wordt gecompenseerd door het rijk, moet de Vervoerregio snijden elders in de begroting (bijv. op investeringsbijdragen aan Amsterdam).

Een actieve lobby bij het rijk voor een vangnetregeling.

De invoering van 30 km/u in de stad heeft negatieve financiële consequenties voor de ov-exploitatie, wat ten koste gaat van het OV aanbod.

Een pakket aan mitigerende maatregelen voor OV invoeren waarbij het OV meer prioriteit en ruimte krijgt, in lijn met de keuzes in de Agenda Autoluw en de Omgevingsvisie .

De nieuwe governance binnen het OV-domein leidt niet tot een verlaging van het risicoprofiel van het werkend vervoer systeem (WVS).

Implementatie van risicomanagement en gezamenlijk beleid in de keten. Overlegstructuur tussen VRA, GVB en gemeente en afspraken over sturing en beheersing binnen het WVS.

Veren kunnen groeiende passagiersstroom onvoldoende aan.

Actieve monitoring van de reizigersstromen, diverse maatregelen aan de wal en de aanschaf van schepen over het IJ.

Inflatie is een risico voor de betaalbaarheid van het OV

Monitoren van de prijsontwikkeling en zo nodig met de vervoerder mitigerende maatregelen afstemmen.

• Beleidskader Inclusieve Mobiliteit (2020) van de Vervoerregio, waarin staat beschreven hoe het OV fysiek, visueel, qua datavoorziening en mentaal toegankelijker kan worden gemaakt en de samenwerking tussen OV en AOV kan worden verbeterd. • Uitvoeringsagenda Mobiliteit (2015), de agenda die Amsterdam bereikbaar en aantrekkelijk houdt, met maatregelen voor meer ruimte en betere doorstroming voor voetganger, fietser, openbaar vervoerreiziger en de automobilist. • Beleidskader Verkeersnetten (2017). Hierin staan de ambities uit Mobiliteitsaanpak en Uitvoeringsagenda uitgewerkt met een afwegingskader bij conflicterende belangen. • Wet lokaal spoor, in werking getreden op 1 december 2015; deze wet maakt de VRA verantwoordelijk voor aanleg, beheer en veiligheid van lokale railinfrastructuur. VRA stelt een vervoerder aan via de OVconcessie en VRA mag een beheerder van de infrastructuur aanwijzen. Vanaf 2022 is GVB de aangewezen beheerder. • De metronetvisie Amsterdam (2020) en de metrovisie Amsterdam (2021) van de Vervoerregio Amsterdam. • De in 2015 vastgestelde Lijnennetvisie is het beleidskader voor het ontwikkelen van vervoerplannen. De gemeente voert overleg met vervoerbedrijven over inpassing van nieuwe vervoerplannen. • Taxiverordening Amsterdam 2012 (laatst gewijzigd in 2018).

• Visie Lokaal Spoor (2015), vastgesteld door het dagelijks bestuur van de VRA en bindend kader voor de beheerder van het lokaal spoor.

Beleidskaders • Update Nota Veren (februari 2018), een strategie om tot een qua capaciteit en duur­ zaam­heid toekomstbestendige verenvloot te komen. Nog voor het zomerreces van 2021 wordt de nieuwe Update Nota Veren 2021 vastgesteld door het college van BenW. • Visie Openbare Ruimte 2025 (2017) heeft vijf ambities geformuleerd en principes uitgewerkt voor meer regie op ontwikkelen, inrichten, beheren en gebruiken van de openbare ruimte op stadsniveau. • MobiliteitsAanpak Amsterdam 2030 (2013), het overkoepelende kader voor het Mobiliteitsbeleid van de gemeente Amsterdam in de periode tot 2030. • Ruimtelijk Kader Hoogfrequent Spoorvervoer Amsterdam. • Structuurvisie Amsterdam (2011)/Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (2021) • Beleidskader Mobiliteit (2017) van de Vervoerregio Amsterdam Investeringsagenda Openbaar Vervoer Stadsregio (2013), een overeenkomst met investeringen die Amsterdam en de Stadsregio Amsterdam (sinds 2017 Vervoerregio Amsterdam) in de komende periode in het openbaar vervoer doen.

Begroting 2023

71

H3.2.3

3.2.3 Ophalen van afval en reinigen openbare ruimte Een schone stad is een afvalvrije stad met schone straten, parken en pleinen. Hiervoor reinigen we op de plaatsen en momenten waar het nodig is. Afval dat toch ontstaat, scheiden voor een zo hoogwaardig mogelijke verwerking, met een efficiënte, schone inzameling. Een schone stad doen we samen met bewoners, ondernemers en andere partners.

Coalitieakkoord We bestrijden (zwerf)afvaloverlast door goed te kijken naar de inzet van het vegen, legen en aanbod van containers, handhaving en bewustzijnscampagnes. Samen met de gemeente, bewoners, containeradoptanten en ondernemers nemen we verantwoordelijkheid voor een schone stad. Het is van belang dat mensen hun huisvuil dan ook wel kwijt kunnen in de containers. Daarom zorgen we voor meer bakken, meer legen en meer vegen. Stadsdelen krijgen een grotere rol om gebiedsgericht te werken en prioriteiten te bepalen voor de reiniging. Klachten vanuit Amsterdammers nemen we prominenter mee in de aanpak. We controleren en handhaven op verplicht gestelde afvalcontracten. Daarbij stimuleren we pilots voor duurzame afvalophaal via water.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Een schone straat is een van de basisvoorwaarden voor de leefbaarheid in de stad. Hoewel de metingen laten zien dat we de voorgenomen schoonheidsgraad halen, vindt niet iedereen de stad altijd even schoon. Iedereen kent wel een plek in Amsterdam met veel (zwerf)afval. Dit beeld blijft bij mensen hangen. Op basis van metingen, aangevuld met meldingen, reinigen we op de plaatsen en momenten waar het nodig is. We willen afval (op straat) voorkomen. Bewoners en ondernemers bieden hun afval op de juiste manier aan, zodat de straat schoon blijft. Wij halen het afval zo efficiënt en duurzaam mogelijk op. We maken afval scheiden makkelijker en zorgen dat voorzieningen toegankelijk, heel, schoon en niet vol zijn.

Begroting 2023

Vanaf 2023 wordt de inzet van vijf buurtconciërges gecontinueerd. De voornaamste taak van een buurtconciërge is het contact met ondernemers en bewoners om de openbare ruimte schoon te houden. De conciërge is zichtbaar aanwezig op straat en handelt direct om problemen op te lossen. Buurtconciërges worden in die gebieden ingezet, daar waar ze het hardst nodig zijn. Via het afvaloffensief richten we ons op een schone, afvalvrije stad. Dat doen we door de juiste inzamelvoorzieningen aan te bieden en ervoor te zorgen dat deze niet vol, schoon en toegankelijk zijn. We zorgen ervoor dat regels voor bewoners en onder­nemers eenduidig en bekend zijn. We zetten in op het motiveren van bewoners en ondernemers en waar afval toch verkeerd wordt aangeboden, treden we op. Grofvuil, (groot) karton en illegale aangeboden afval op straat is zichtbaar en voor velen een doorn in het oog. In 2023 zetten we hier extra op in door te rijden met kleinere wagens om drukke buurten goed te kunnen bereiken en duidelijke informatie en motivatie campagnes naar bewoners. In de zomer worden extra afvalbakken in de verschillende parken en recreatie­gebieden geplaatst. Met daaraan verbonden een communicatiecampagne om Amsterdammers en bezoekers bewust te maken van het juist aanbieden van afval in de parken en recreatiegebieden zoals stadsstranden.

Daarnaast worden er tijdelijke toiletten geplaatst op drukke plekken. We zetten in op minder (rest)afval en een betere scheiding van het afval zodat het hergebruikt kan worden. Dat doen we door onder andere de inzameling van groentefruit en tuinafval uit te breiden en in te zetten op een betere inzameling van karton en papier, textiel en glas en we stimuleren het bezoek aan de gemeentelijke recycle­ punten. In 2023 werken we verder toe naar meer GTF inzamelvoorzieningen voor Amsterdammers.

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? AEB Holding N.V. Amsterdam Wij hebben besloten om onze aandelen in Afval Energie Bedrijf) Holding N.V. Amsterdam (AEB) te verkopen. In 2021 is er een overeenkomst bereikt die we hebben aangemeld bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). AEB verwerkt in 2022 het Amsterdamse restafval, onder andere door kunststof verpakkingen en metalen na te scheiden en het restafval te verbranden. Daarmee produceert AEB stadswarmte en elektriciteit voor woningen en bedrijven. 72

H3.2.3

Stichting Pantar Stichting Pantar voert onder andere opdrachten uit op gebied van schoon en afvalinzameling/ recycling (prikken en het verwijderen van bijplaatsingen, inzamelen van afvalstromen, voorsorteren van afvalstromen).

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Baten

178,3

190,6

201,4

201,4

201,3

201,3

Lasten

200,2

215,7

232,7

228,9

229,0

228,9

Saldo Baten en Lasten

-22,0

-25,0

-31,3

-27,6

-27,6

-27,6

0,0

1,4

0,0

0,0

0,0

0,0

Onttrekking Toevoeging

0,0

0,9

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

0,0

0,5

0,0

0,0

0,0

0,0

-22,0

-24,5

-31,3

-27,6

-27,6

-27,6

Totaal Programmaonderdeel 2.3 Ophalen van afval en reinigen openbare ruimte

Baten De baten in dit programmaonderdeel zijn € 201,4 miljoen. Deze baten bestaan uit: • De Afvalstoffenheffing voor hef-baar netto areaal van circa 437.000 huishoudens (€ 177,4 miljoen). • Reinigingsrechten op te brengen door circa 13.000 ondernemers (€ 10,01 miljoen). • De directe inkomsten waardenstromen zoals papier, textiel en overige grondstoffen (€ 7,0 miljoen). • Het uitvoeren van taken voor commerciële activiteit bedrijfsafval (€ 6,9 miljoen). • De overige baten bestaan uit verschillende onderdelen, zijn kleiner dan € 1 miljoen en lichten we daarom niet toe.

reiniging calamiteiten) (€ 2,1 miljoen); • Anti Plak en Klad werkzaamheden (uitbesteed werk en materialen) € 1,3 miljoen; • Onderhoud watergangen (€ 2,0 miljoen). • Gladheidsbestrijding (€ 2,7 miljoen). • Verzorgend Onderhoud (Onkruidbestrijding op verharding, Blad verwijderen en Drijfvuil vissen) (€ 4,9 miljoen); • Reiniging Evenementen (Koningsdag, Gay-Pride, Evenementen in het Arenagebied) (€ 0,75 miljoen) ; • Onderhoud Urinoirs in de Openbare Ruimte (€ 0,9 miljoen). • Stort en verwerkingslasten afval (€ 40,4 miljoen). • Personeelslasten inzamelketen (€ 35,9 miljoen). • Voertuiglasten (€ 24,6 miljoen). • Kwijtscheldingen Afvalstoffenheffing voor circa 52.500 huishoudens (€ 21,4 miljoen). • Overige directe lasten primair proces afvalstoffenheffing (€ 17,8 miljoen). • Lasten gerelateerd aan inzamelmiddelen (€ 18,6 miljoen). • Het uitvoeren van taken voor commerciële activiteit bedrijfsafval (€ 6,3 miljoen). • Inningskosten Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten (€ 3,2 miljoen). • Bijdrage uit algemene middelen oplossen knelpunten (€ 2,0 miljoen). • Aanpak bij-plaatsingen (€ 1,7 miljoen). • Circulaire economie (€ 0,9 miljoen). • Coalitiemiddelen grof afval (€ 0,5 miljoen). • Werkbrigade (€ 0,8 miljoen). • Nominaal ontwikkeling (€ 0,6 miljoen). • Adoptie-aanpak (€ 0,3 miljoen).

• De overige lasten bestaan uit verschillende onderdelen, zijn kleiner dan € 1 miljoen en lichten we daarom niet toe.

Reserves In 2023 zijn er geen onttrekkingen en stortingen in de reserves.

Lasten De lasten in dit programmaonderdeel zijn € 232,7 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • De lasten van reiniging van totaal € 57,7 miljoen kunnen onderverdeeld worden in: • personeelslasten (€ 38,1 miljoen), • operationele kosten (stortkosten veegvuil, • vervanging en onderhoud afvalbakken, - aanschaf materialen) (€ 5,1 miljoen), • uitbestede reinigingswerkzaamheden (Pantar, weekend reiniging grote parken,

Begroting 2023

73

H3.2.3

Risicobeheersing

Beleidskaders

Actuele risico’s

Maatregelen

Veranderende wet- en regelgeving op o.a. reinigingsbelasting en op het gebied van milieuwetgeving met als gevolg dat b.v. verwerkingskosten toenemen, beperking voor gebruik van bruggen en kades voor de inzamelinglogistiek en (nog) hogere milieueisen voor het wagenpark.

Vroeg op de hoogte zijn van veranderingen in wet- en regelgeving door goede monitoring en alerte blik naar buiten constant. Voor het ontzien van bruggen en kades is een pilot gestart voor anders inzamelen in Centrum­ gebied. In komende aanbesteding wagenpark worden de milieueisen meegenomen en worden met drie leveranciers raamcontracten afgesloten.

Problemen in het primaire proces door externe factoren zoals een pandemie met als gevolg dat thuiswerken, meer online aankopen doen en meer ziekteverzuim leidt tot meer afval en minder personeel.

Vroeg op de hoogte zijn door goede monitoring en analyse van afvalaanbod, klachten en “schoon” resultaten waardoor snel kan worden bijgestuurd met inzet en inzamelfrequentie. Flexibele inzet van personeel door verdere standaardisatie. Vastleggen van voldoende “reservecapaciteit” bij uitzendbureaus. Voor uiterste situaties in personeelstekort is er een stappenplan ‘Noodscenario Afvalinzameling’

Doelstelling om hoeveelheid (rest) afval te verminderen wordt niet gehaald door externe factoren zoals een lage inzet vanuit Rijk en EU bij de inzet op preventie, lage producten­ verantwoordelijkheid en lage inspanning van Amsterdammers.

Constante lobby samen met NVRD, VNG en bv G4 richting het rijk om belang en inzet op preventie en producentenverantwoordelijkheid te benadrukken. Gedrag van Amsterdammers aanpassen door: faciliteiten te bieden om afval gescheiden aan te bieden en in te zamelen en door communicatie en gerichte campagnes burgers bewust(er) te maken van het scheidingseffect van afvalstromen en welk effect dat heeft op de kosten (voor verwerken van restafval) en opbrengsten (bijvoorbeeld voor karton).

Begroting 2023

• De Kaderrichtlijn afvalstoffen (KRA) (2008/98/EG) vormt de basis van de EU-wet­ geving op het gebied van afvalstoffen, zoals de gewenste manier van afvalbeheer (van preventie tot verbranden), bescherming van gezondheid en milieu en het vormgeven van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. • Ook de richtlijnen ten aanzien van het verpakkingsafval en het storten en het circulaire beleid geven richting aan het landelijke afvalbeleid. • De Wet Milieubeheer geeft weer hoe het landelijke en lokale afvalbeleid vorm moet krijgen. • Het Landelijk Afvalbeheer Plan 3 beschrijft het landelijke afvalbeleid tussen 2017 en 2023. Het voorkomen van afval staat centraal, waarbij we er aan werken om de totale huishoudelijk afvalproductie (dat is het restafval inclusief stromen als papier, plastic, glas, textiel, et cetera) omlaag te brengen. Het landelijk afvalbeheerplan zal worden opgevolgd door het Circulair Materialenplan 1. • De gemeente Amsterdam heeft haar afvalbeleid vastgelegd in het Uitvoerings­ programma afval en grondstoffen 2020- 2025 (gemeenteraad 17 december 2020), waarin staat hoe we werken aan een schoon en afvalvrij Amsterdam.

• Daarnaast liggen regels vast in de verordening op de afvalstoffen, de verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrecht bedrijfsafval en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten • In het Beleidskader ‘1Amsterdam Heel & Schoon’ (2017) staan de principes voor onderhoud en reiniging. We willen in heel Amsterdam een goede beheerkwaliteit en we werken gebiedsgericht om dat te bereiken. Met dit beleid als basis maken we keuzes om de stad schoon, heel en veilig te houden binnen de beschikbare budgetten.

74

H3.2.4

3.2.4 Beheer en onderhoud openbare ruimte Het beheren en onderhouden van de openbare ruimte van de stad.

Coalitieakkoord De komende jaren komt er meer aandacht voor het onderhouden van de bestaande stad. Door de budgetaire kaders betekent dit wel dat er de komende periode scherpe keuzes gemaakt zullen moeten worden om dit te bewerkstelligen. We blijven investeren in het herstel van Kades en Bruggen, maar we zullen vaker kostenbesparende maatregelen nemen zoals het slaan van damwanden, vernieuwen van bomen of het afsluiten van bruggen en vaarroutes. Klimaatverandering heeft ook effect op de stad. We zien het belang van klimaat­ adaptatie en zorgen dat waar de noden het hoogst zijn hierop wordt ingezet, zeker daar waar er bij renovatie en herinrichting de straat toch al open moet. Amsterdam Rainproof wordt voortgezet.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? De Amsterdamse openbare ruimte wordt duurzaam beheerd en is begaanbaar, heel en veilig voor alle gebruikers Het onderhoud van de bestaande stad krijgt een impuls. Om dit goed te kunnen uitvoeren moeten de inrichting, het gebruik en het beheer van water, groen, straten en pleinen aansluiten bij de behoeftes van bewoners, ondernemers en bezoekers. Nu én in de toekomst. De komende jaren komt er meer aandacht voor het beheer en onderhoud van de Amsterdamse openbare ruimte. Het programma Stadsbehoud heeft als doel om onze openbare ruimte, infrastructuur en groen functioneel, aantrekkelijk, duurzaam en kostenefficiënt te houden. In deze bestuursperiode gaan we extra geld uitgeven aan het beheer en onderhoud: 80 miljoen incidenteel en vanaf 2026 jaarlijks 20 miljoen. Met deze extra middelen wordt de volgende stap gezet naar het beheren en onderhouden van de openbare ruimte en infrastructuur op het kwaliteitsniveau sober (conform de in 2022 extern getoetste normkosten). De inzet in de komende jaren richt zich op om het beheerbudget standaard toe te kennen bij elke (gebieds)ontwikkeling. Begroting 2023

Binnen het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en infrastructuur moeten keuzes gemaakt worden. Het tempo waarin Amsterdam groeit en verdicht ligt hoger dan de mogelijkheden om voldoende voorzieningen te financieren, te maken en te onderhouden. In de openbare ruimte is sprake van achterstallig onderhoud. Bij onder meer kades, bruggen en verhardingen voldoet verouderd areaal onvoldoende aan de veiligheidswetgeving. Deze achterstand moet eerst ingehaald worden voordat we structureel naar het gewenste beheerniveau kunnen toegroeien. Krapte op de arbeidsmarkt en stijgende bouw- en brandstofprijzen drukken extra zwaar op het beheer en onderhoud. Deze ontwikkelingen bieden tegelijk wel mogelijkheden voor duurzaam circulair (her)gebruik van het bestaande areaal. Maar ook de noodzaak tot het maken van striktere keuzes om onderhouds-en vervangingswerkzaamheden niet uit te voeren. Het wijzigen van een inrichting of het vervangen van materiaal kost immers energie. Er worden grondstoffen verbruikt en mogelijk komen er milieuvervuilende stoffen vrij, zoals uitlaatgassen. Hier liggen mogelijkheden in het verlagen van de ecologische voetafdruk, denk hierbij aan het verlagen van emissies en het energieverbruik.

We beheren en ouderhouden onze verhardingen, straat & speel meubilair en busstations Verhardingen Dagelijks beheer van verhardingen bestaat uit werkzaamheden aan de bestrating en het asfalt, maar ook openbare trappen. Hiernaast worden meldingen afgehandeld en kleine wijzigingen uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld het plaatsen of verwijderen van fietsenrekken en het aanleggen van geveltuintjes. Ook gaat het om dagelijks beheer aan kunst in de openbare ruimte en (oorlogs-) monumenten en verkeersvoorzieningen (geluidsschermen, drempels). Verder wordt gezorgd voor het plaatsen en verwijderen van tijdelijke verkeersvoorzieningen, hekwerken (vanwege bijvoorbeeld coronamaatregelen of evenementen) en het herstel van opbrekingen als gevolg van nuts- en telecomwerkzaamheden. In 2022 bevond 85 procent van de verhardingen zich minimaal op beheerniveau sober. In de uitvoering hanteren we een standaard van 90 procent wat aan het gestelde niveau moet voldoen. Het percentage achterstallig onderhoud van het areaal verhardingen is daarmee toegenomen met 3 procent naar 5 procent. Daardoor verwachten we ook een toename in dagelijks onderhoud. Voor herstel na opbrekingen ontvangt gemeente Amsterdam ontoereikende middelen om het definitieve herstel uit te voeren. Voor 2023 maken we nieuwe afspraken met nutsbedrijven om de verrekentarieven en werkafspraken kostendekkend te maken. 75

H3.2.4

De werkzaamheden aan het achterstallig onderhoud hebben prioriteit en vinden plaats in ontwikkelbuurten en in stadsdelen waar de achterstalligheid hoger is dan gemiddeld: momenteel Nieuw-West, Noord, Oost en Weesp. Naast het achterstallig onderhoud hebben belangrijke verkeersnetten prioriteit. Beheer en onderhoud worden op deze netten tijdig uitgevoerd om bereikbaarheid en veiligheid van weggebruikers te waarborgen. Werkzaamheden worden ook in samenhang met de groen opgave verricht. Het betreft hier vooral het verminderen van effecten van boomwortelopdruk en het verbeteren van groeiplaatsen van bomen in verhardingen. Nu en in de toekomst. Het klimaat veranderd en hiermee de beheeractiviteiten. Het areaal klimaat adaptief maken heeft ook prioriteit. Verder wordt bij alle werkzaam­ heden ingezet op maximaal hergebruik van materialen. Waarom iets nieuw neerleggen als het bestaande ook nog goed is? Dit draagt bij aan de circulaire doestellingen.

Enkele voorbeelden uit de projectenportefeuille 2023 zijn: Inlopen achterstallig onderhoud: • Stadsdeel Noord, Plein Spanje: herstraten rijbaan, parkeervakken en voetpaden • Stadsdeel Nieuw-West, Wildemanbuurt: vervangen asfaltdeklaag rijbanen en voetpaden door nieuwe stenen en tegels Onderhoud op verkeersnetten: • Stadsdeel Zuid, Buitenveldertselaan, plusnet auto, fiets en voet: in rijbaan vervangen van asfalt door geluid reducerende deklaag, dikke tegels in fiets- en voetpaden, verbeteren afwatering • Stadsdeel West, Hoofdweg, plusnet fiets, onderhoud fietspaden, waar mogelijk verbreden en tegels voor asfalt • Busstations, in 2023 start de voorbereiding van groot onderhoud aan het wegdek van Busstation IJ-zijde. In samenhang met groen opgave: • Stadsdeel Zuid, Van Leijenberghlaan: vervangen van elementenverharding; aanpassen profiel o.a. vanwege vergroenen Klimaatadaptief: • Stadsdeel Oost, Middenweg: vervangen fundering en dek- en tussenlaag, maatregelen nemen om waterafvoer en -berging te verbeteren

Straatmeubilair en speelvoorzieningen Binnen het dagelijks beheer vinden werkzaamheden plaats aan straatmeubilair (onder andere zitbanken, hekwerken, walmuurkasten, fietsenrekken, palen), speelvoor­zieningen, waterspeelplaatsen, het afhandelen van meldingen en het uitvoeren van kleine wijzigingen, zoals bijvoorbeeld het plaatsen of verwijderen van fietsenrekken. Verder vinden er werkzaamheden plaats aan verkeersvoorzieningen (onder andere verkeers­borden), het afhandelen van meldingen en het uitvoeren van kleine wijzigingen. Tot slot zorgen we voor het plaatsen en verwijderen van tijdelijke verkeers­voorzieningen, beweg­wijzering (vanwege bijvoorbeeld corona-maatregelen, evenementen of opbrekingen) Begroting 2023

Op dit moment voldoen speeltoestellen en waterspeelplaatsen aan het beheerniveau sober. Voor preventief onderhoud wordt met de markt afspraken gemaakt om capaciteitsproblemen zoveel mogelijk te voorkomen. Gelet op verscherpte wet-, en regelgeving wordt onderzoek uitgevoerd naar waterspeelplaatsen . Het is van belang de fysieke veiligheid en hygiënische situaties op deze plaatsen te kunnen blijven borgen. In 2023 vindt groot onderhoud plaats aan de Luifel naast de waterspeelplaats in het Beatrixpark, speelplekken op het Museumplein (Zuid), Kikkerstein (ZO), Natureluur (NW) en Stroomvoorzieningen op de Albert Cuyp markt.

We beheren en onderhouden onze civiele constructies en tunnels Beweegbare bruggen, sluizen, steigers en oevers De assets worden in stand gehouden door het uitvoeren van een combinatie van dagelijks-, groot onderhoud en vervangingen waarbij de betrouwbaarheid, beschik­ baarheid en veiligheid van de assets belangrijke indicatoren zijn voor het functioneren. Omdat er sprake is van achterstalligheid is veiligheid het belangrijkste criterium om onderhoudswerk te prioriteren. Een groot deel van de werkzaamheden bestaat uit dagelijks beheer en onderhoud van kades, bruggen, tunnels, sluizen, oevers en watergangen. Zo worden in de zomer de bruggen gekoeld, regelmatig onderhoud gepleegd (bijvoorbeeld schilderen) en defecten gerepareerd (bijvoorbeeld gaten en scheuren in kades). Hiermee wordt bijgedragen aan de veiligheid en aan de bereikbaarheid van de stad. Als een brug, tunnel of sluis technische problemen heeft, dan heeft dit meteen gevolgen voor het wegverkeer en de scheepvaart. Door dagelijks beheer uit te voeren, blijven de civiele constructies zo lang mogelijk heel. Nagenoeg het gehele areaal is geïnspecteerd. Op basis van deze inspectieresultaten wordt de onderhoudsopgave voor 2023 en de navolgende jaren in kaart gebracht. In 12 van de 23 beheergebieden wordt het beheerniveau sober niet behaald en is sprake van achterstallig onderhoud.

Zo is een flink aandeel van de werktuigbouwkundige installaties (aandrijving van beweegbare bruggen en sluizen) verouderd. De werk­ zaamheden aan het achterstallig onderhoud hebben prioriteit en vinden plaats in de 12 gebieden waar de achterstalligheid is geconstateerd. Om de bereikbaarheid in de stad op peil te houden is het onderhoud van fiets/ voetgangersbruggen op de verkeersnetten van belang. In samenhang met de water en groen opgave in de stad wordt gewerkt aan de beschoeiingen, basaltglooiingen, onderhoud aan de werktuigbouwkundige onderdelen van beweegbare bruggen en sluizen en vervanging van installaties van bruggen/oevers.

76

H3.2.4

Bruggen en Kademuren (PBK) Het belangrijkste doel van het programma Bruggen en Kademuren is het veilig en functioneel houden van onze bruggen en kademuren. Het programma richt zich op de 850 verkeersbruggen en circa 200 kilometer gefundeerde kademuur, die belangrijk zijn voor het functioneren van de stad. We brengen de technische staat van de constructies in beeld door een breed onderzoeksprogramma, waaruit de veiligheidsen herstelopgave volgt. Op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat zo’n 80 tot 125 bruggen en circa 60 km kademuur die de komende decennia hersteld moeten worden, dat wil zeggen gerenoveerd of vernieuwd. We blijven in 2023 hard werken aan het waar nodig veilig stellen van bruggen en kademuren en het herstel van constructies met gebreken. Om de opgave haalbaar en betaalbaar te houden werken we aan vereenvoudiging en versnelling door innovatie en standaardisatie.

We renoveren de Piet Heintunnel. De Piet Heintunnel is vanaf juni 2021 gesloten voor het wegverkeer. De verwachte openstelling voor het wegverkeer is op 2 december 2022. Van 30 november 2020 tot 19 juni 2021 is de brandwerendheid van de Michiel de Ruijtertunnel vergroot door het aanbrengen van brandwerende bekleding. Eind 2022 en begin 2023 zal gedurende een beperkt aantal nachtafsluitingen een (software) aanpassing in de bediening, bewaking en besturing worden doorgevoerd, waarna ook dit project is afgerond. In 2022 is de voorbereiding voor de renovatie van de Amsterdam Arenatunnel afgerond en zijn de documenten overgedragen aan de tunnelbeheerder, waardoor het project geen onderdeel meer is van het programma. De vernieuwde verkeerscentrale wordt gerealiseerd op het LCM-terrein. De aan­ besteding van het gebouw start in 2023 en de bouw van de nieuwe centrale in 2024, met een verwachte oplevering in 2025.

Het is onvermijdelijk dat de werkzaamheden aan bruggen en kades en de veiligheids­ maatregelen een negatief effect hebben op de bereikbaarheid en leefbaarheid in de stad. Gezien de omvang van de opgave kan de overlast fors zijn. Door mobiliteitsregie en actief omgevingsmanagement spelen we hier op in en blijven we in verbinding met de stad. We werken aan standaardiseren van werkwijzen en processen en zoeken actief naar vernieuwende en slimme oplossingen. Zo versnellen we de vervanging en streven we ernaar de overlast zo veel mogelijk te beperken. Dat doen we samen met bewoners, belanghebbenden, marktpartijen en kennisinstellingen. De herstelopgave blijft de komende periode onvermijdelijk achter bij de eerder gecommuniceerde ambitie, en zal de achterstalligheid toenemen. Om de effecten op de leefbaarheid en bereikbaarheid te beperken, zetten we onverminderd in op standaardisatie en innovatie en kijken we naar mogelijke slimme combinaties met de Agenda Autoluw. Dit stelt ons ook in staat om weer gas te geven, zodra de financiële ruimte dit toelaat.

IJ-tunnel en Arenatunnel Het achterstallig onderhoud in de Amsterdam Arenatunnel en de IJ-tunnel is een risico voor de toekomstige bereikbaarheid van de stad. Om deze reden is in 2022 gestart met een eerste voorbereidingsfase (scopedefinitie) voor het vervangingsonderhoud van de IJ-tunnel. Voor de toekomstige renovatie van de Arenatunnel is in 2022 een definitief ontwerp afgerond. Het project renovatie van de Amsterdam Arenatunnel is bij de begroting 2022 in portefeuille gehouden. Wanneer financiële middelen beschik­ baar zijn voor de uitvoering kan het project Renovatie Amsterdam Arenatunnel weer worden opgestart.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11994564/1