CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 03 Financiën (15) Bijlage 1. Jaarverslag 2020

RAAD 16 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Jaarverslag 2020. Nr. VN2021-01346443.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Jaarverslag 2020

Colofon

Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: OBT, Den Haag Fotografie: Ella Krommendijk, Nynke Detmar, Sophie Verbroekken en Fotobank Gemeente Amsterdam Datum: 28 april 2021 Jaarverslag 2020 is op basis van de behandeling in de gemeenteraad van Amsterdam op xx april 2021 gewijzigd. 2

Inkomsten

Inkomsten Waar komt het vandaan?

€ 3459,0

Inkomsten uit het Rijk

€ 3.481,6

miljoen Inkomsten binnen de gemeente

miljoen

€ 2.418,3 miljoen

1

Gemeentefonds

2

Specifieke uitkeringen € 1.040,8 miljoen

Lokale heffingen

€ 647,7 miljoen

Andere inkomstenbronnen

€ 2.833,9 miljoen

3

Parkeergelden

€ 229,6 miljoen

10

Grondopbrengsten en winstnemingen

€ 537,9 miljoen

4

OZB

€ 186,0 miljoen

11

Erfpacht

€ 226,4 miljoen

5

Afvalstoffen­heffing

€ 115,1 miljoen

12

Dividend

€ 60,4 miljoen

6

Toeristenbelasting

€ 56,5 miljoen

13

Overig

€ 922,5 miljoen

7

Drinkwater

€ 122,8 miljoen

14

Onttrekkingen aan reserves*

8

Leges

€ 95,2 miljoen

9

Rioolheffing

€ 72,1 miljoen

14

1

13

12

miljoen

11

9

7

2 6

5

4

3

?

Wat is het resultaat? Inkomsten

€ 6.940,6 miljoen

Uitgaven

€ 7.122,3 miljoen

?

8

?

10

€ 1.086,7 miljoen

Resultaat*

€ -181,7 miljoen

* Exclusief onttrekking aan de Algemene Reserve van € 197,9 miljoen (het begrote resultaat bij Najaarsnota 2020). Het feitelijke resultaat ten opzichte van het begrote resultaat bij de Najaarsnota 2020 is dus € 16,2 miljoen.

3

Uitgaven

B

Waar gaat het naar toe? Uitgaven

1 2 3 4

A

€ 7.122,3

5 6

miljoen A

1

Veiligheid

2

Verkeer vervoer en waterstaat

3

Economie

4

Kunst, cultuur en erfgoed

€ 204,2 miljoen

9

Duurzaamheid en ruimtelijke ordening

€ 443,6 miljoen

€ 553,9 miljoen

10

Grond

€ 524,3 miljoen

€ 64,1 miljoen

11

Wonen en groen

€ 381,0 miljoen

€ 207,8 miljoen

12

Moderne open overheid

€ 97,8 miljoen

€ 259,8 miljoen

A

A.1 - A.4 o.a. gemeentefonds, belastingen

€ 83,6 miljoen

€ 88,1 miljoen

A

A.5 toevoegingen aan reserves

B

Bestuur en organisatie

5

Onderwijs

6

Sport

7

Werk, inkomen en participatie

€ 1.383,2 miljoen

8

Volksgezondheid, jeugd en zorg

€ 1.132,9 miljoen

€ 1.056,7 miljoen € 641,1 miljoen

12

miljoen

11

7 10

9

8

De gemeente Amsterdam heeft de grootste gemeentebegroting van Nederland. Dit overzicht geeft een beeld van de inkomsten en waar we deze aan hebben uitgegeven. Zo is inzichtelijk waar de inkomsten vandaan komen en waar we deze we weer aan uitgeven. Hiervoor wordt het geld verdeeld over twaalf beleidsprogramma’s. Deze programma’s worden verder uitgelicht in hoofdstuk 3 van dit jaarverslag, waar per programmaonderdeel onder andere wordt ingegaan op de belangrijkste ontwikkelingen, de behaalde resultaten en de financiële toelichtingen.

4

Prioriteiten

• Aanpak binnenstad: effecten van drukte en toenemende overlast gereguleerd, waaronder winkeldiversiteit en horecaoverlast; • Een fundamentele keuze gemaakt voor fietsers en voetgangers ten koste van de auto en commercieel gebruik van de openbare ruimte; • Oostelijk deel binnenstad: voorgesorteerd op meer bewoners en werkenden en de sociale samenhang Oostelijke eilanden versterkt. • Samen met bewoners maakten we straten schoner en groener: - 19 straten namen deel aan de ‘Schoonste Straat van Bos en Lommer’ competitie. - Tientallen ideeën van bewoners in het kader van Vuilnisvrij West zijn in uitvoering genomen. - West Begroot initiatieven hebben o.a. gezorgd voor 7 begroeide tramhaltes en bushokjes. • We hebben in het kader van bouwdynamiek o.a. overlast gevende aggregaten beperkt, ‘bouwborden’ ingevoerd, kelders gereguleerd en bouwmogelijkheden in binnentuinen beperkt. We hebben ook ingezet op ontwikkellocaties, zoals Bredius en de Spaarndammerschool, waar we woningen gaan bouwen, specifiek ook middenhuur; • We zijn trots op onze midzomer- en midwintermokum activiteiten waarbij jeugd en jongeren zich ondanks coronamaatregelen zo goed mogelijk kunnen blijven ontplooien. De vele bewonersinitiatieven en inzet uit de Sociale Basis geven ons het vertrouwen dat we deze coronacrisis te boven komen.

• Bestaande buurten profiteerden mee van gebieds­ ontwikkeling in Noord. Kansen op het gebied van wonen, openbare ruimte, voorzieningen, sociaal en economie zijn in verschillende plaberum (PLAn- en BEsluitvormings­ proces RUimtelijke Maatregelen) -producten opgenomen; • In de 7 Noordse ontwikkelbuurten zijn diverse initiatieven ontplooid die de directe leefomgeving en sociaal­ economische situatie van zowel oude als jonge bewoners heeft verbeterd; • Met het opleveren van het mobiliteitsplan Noord zijn de opgaven en kansen in kaart gebracht die ervoor zorgen dat Noord nu en in de toekomst bereikbaar blijft. De openbare ruimte is op verschillende plekken verder Noord opgeknapt.

West Centrum

Oost • Sociale basis, veiligheid en ontwikkel­ buurten versterkt, waaronder de pleinen (zoals Plein ’40-’45 en Sierplein); • Afvaloverlast aangepakt met oog voor duurzame oplossingen; • Gestimuleerd dat meer bewoners participeerden via werk, stages, initiatieven en activiteiten.

• In de Dapperbuurt hebben we via onze locatiegerichte aanpak gezorgd voor een groter gevoel van veiligheid, en hebben we ons ingezet voor sociale cohesie en kwetsbare bewoners; • Op het gebied van duurzaamheid is in zowel het Oostelijk Havengebied (OHG) als in de Indische Buurt, in samenwerking met de buurtcoöperatie en met bewoners, vorm gegeven aan projecten die in 2021 tot uitvoering komen; • In het Diemerpark hebben we de samenwerking met maatschappelijke partners en bewoners geïntensiveerd waarbij we gezamenlijk een plan hebben uitgewerkt voor de versterking van de natuurwaarden en het honden-losloopgebied.

Nieuw-West

Overzicht prioriteiten stadsdelen

Zuid

Zuidoost

• De ondernemers zijn extra ondersteund door het waar mogelijk creëren van extra ruimte voor terrassen en het verruimen van subsidiemogelijkheden; • In een aantal specifieke buurten is de onder­steunings­ behoefte van ouderen in beeld gebracht en gekoppeld aan het aanbod in de wijk; • Samen met bewoners pakten we speel- en groen­ voorzieningen aan, en stimuleerden we mede daarmee verbondenheid in de wijk.

• Ruim 100 jongeren van 12-17 jaar namen deel aan de pilot ‘School 2 Community’, bij het Bindelmeercollege; dit is gericht op talentontwikkeling en het verkleinen van de kans om terecht te komen in een negatieve spiraal van stress, geweld en criminaliteit; • 1000 woningen zijn gebouwd speciaal voor jongeren, waarvan 25% voor jongeren uit het eigen stadsdeel; • Ruim 475 bewoners zijn aan werk geholpen via het initiatief ‘Zuidoost Werkt’, een samenwerking van ruim 30 werkgevers, gemeente Amsterdam, onderwijsinstellingen en maatschappelijke initiatieven om 1000 inwoners binnen drie jaar aan werk te helpen.

5

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave Voorwoord

7

Leeswijzer

8

1.

Bestuurlijke hoofdlijnen

11

2.

Financiële hoofdlijnen

16

3.

Programma’s29 De structuur van de programmabladen 3.1 Veiligheid 3.2 Verkeer, vervoer en waterstaat 3.3 Economie 3.4 Kunst, cultuur en erfgoed 3.5 Onderwijs 3.6 Sport 3.7 Werk, inkomen en participatie 3.8 Volksgezondheid, jeugd en zorg 3.9 Duurzaamheid en ruimtelijke ordening 3.10 Grond 3.11 Wonen en groen 3.12 Moderne open overheid 3.A Algemene dekkingsmiddelen 3.B Bestuur en organisatie

4.

30 32 48 74 85 99 109 118 135 160 191 202 228 239 253

Verplichte paragrafen

266

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

267 278 288 300 306 320 327 335

Bedrijfsvoering Financiering Grondbeleid Lokale heffingen Onderhoud kapitaalgoederen Verbonden partijen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Investerings-paragraaf

5. 6.

Voortgang aanbevelingen van de rekeningencommissie, ACAM en Rekenkamer

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling345 6.1 6.2

7.

346 350

Overzicht baten en lasten per programma Overzicht baten en lasten per programmaonderdeel Overzicht incidentele baten en lasten Taakveldenrealisatie Doelenrealisatie  Brugstaat 

354 358 364 368 372 379

Balans385 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6

9.

Waarderings­grondslagen voor activa en passiva Grondslagen van resultaatbepaling

Overzicht baten en lasten per programma(onderdeel)353 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

8.

340

Balans met toelichting Verloopstaat reserves Verloopstaat voorzieningen Verloopstaat ontvangen doeluitkeringen Niet uit de balans blijkende verplichtingen Kasstroomoverzicht

386 406 418 424 426 428

Verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen (SiSa-bijlage)432

10. Verantwoordingsinformatie Wet Normering Topinkomens (WNT)448 11. Afkortingen- en begrippenlijst

451

12. Controleverklaring accountant

460 6

Voorwoord

Voorwoord Beste Amsterdammer, U slaat het jaarverslag 2020 open. Met het jaarverslag legt het college van burgemeester en wethouders verantwoording af over de behaalde resultaten en de besteding van middelen. Het jaar 2020 stond volledig in het teken van de coronacrisis. Iedereen is geraakt, vaak op verschillende vlakken; in onze gezondheid, vrijheid, privéleven, werk, opleiding, inkomsten en spaargeld. Op het moment dat ik dit voorwoord schrijf (21 april 2021) zitten we nog steeds in een lockdown, maar komen er vanaf volgende week -gelukkigversoepelingen aan, zoals het opengaan van de terrassen. Ik hoop, voor iedereen, dat onze stad de komende maanden weer helemaal veilig open kan gaan. In deze tijd zien we heel veel veerkracht, weerbaarheid en creativiteit in de stad. Amsterdammers die zich aan de regels houden en initiatieven bedenken om anderen te steunen, vele beroepsgroepen die vooraan staan in de strijd tegen corona en ondernemers die op een creatieve manier toch nog kunnen ondernemen.

Ondanks de crisis is het afgelopen jaar ongeveer 500 miljoen euro geïnvesteerd in de stad. Onder meer in onderwijshuisvesting, het onderhoud aan kades en bruggen, wijkvoorzieningen, zorgcentra, sportvelden, bouwgronden, veiligheid en cultuur. De crisis raakt ook de financiën van de gemeente hard. We tonen de veerkracht om dit op te vangen, al gaat dat noodzakelijkerwijs ook gepaard met ingrijpende maatregelen. Ik maak graag van de gelegenheid gebruik om de vele medewerkers te bedanken die een bijdrage hebben geleverd aan dit jaarverslag. Veel sterkte aan alle inwoners, forenzen en ondernemers in onze stad in deze ongewisse tijden. Met vriendelijke groet, Victor Everhardt Wethouder Financiën.

We doen wat we kunnen, met bijvoorbeeld de uitvoering van rijkssteunmaatregelen en door daar waar mogelijk aanvullende maatregelen te nemen. Het college investeert onder meer in een duurzaam en sociaal herstelpakket om zoveel mogelijk Amsterdammers aan het werk te helpen en te houden. Onder andere door een investering van 78 miljoen euro de komende jaren in zes banenmotoren.

7

Leeswijzer

Leeswijzer Dit is het jaarverslag van de gemeente Amsterdam. Het boekwerk is geheel digitaal gepubliceerd. Onverplichte delen van het boekwerk zijn niet in het jaarverslag opgenomen, maar worden als bijlage gepubliceerd. In deze leeswijzer benoemen we kort alle onderdelen van het jaarverslag en geven we aan welke onderdelen als bijlage zijn gepubliceerd. Hoofdlijnen Dit onderdeel beschrijft de bestuurlijke en financiële hoofdlijnen over het jaar 2020. Hierin staan de belangrijkste ontwikkelingen voor de gemeente Amsterdam in 2020 en het rekeningresultaat.

Programma’s Het hoofdstuk Programma’s is opgebouwd uit twaalf programma’s, het overzicht Algemene dekkingsmiddelen en het overzicht Bestuur en organisatie. Elk programma heeft een inleiding met infographics, die de belangrijkste resultaten over het afgelopen jaar weergeven. Een infographic is een grafische weergave van informatie over een bepaald onderwerp, bestaande uit tekst en beeldmateriaal. De inleidingen van de twaalf programma’s samen vormen een samenvatting van het jaarverslag.

Voortgang aanbevelingen van de rekeningencommissie, ACAM en Rekenkamer Ook is de paragraaf Voortgang aanbevelingen rekeningencommissie, ACAM en Rekenkamer opgenomen. Deze paragraaf geeft een stand van zaken van de aanbevelingen waarvan we in de Najaarsnota 2020 aangaven dat we er in het Jaarverslag 2021 opnieuw over rapporteren. Net als bij de Najaarsnota 2020 zullen we in dit hoofdstuk alleen een overzicht opnemen met de stand van zaken per openstaande aanbeveling.

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Dit hoofdstuk weergeeft de algemene grondslagen die worden gebruikt voor het opstellen van het jaarverslag.

Overzicht van baten en lasten Elk programma bestaat uit programmaonderdelen. Per programmaonderdeel zijn onder andere de belangrijkste ontwikkelingen die in 2020 plaatsvonden, de behaalde doelen en activiteiten en de financiële realisatie beschreven. Verder worden de verbonden partijen genoemd die zijn ingeschakeld om doelen te behalen en is er aandacht voor de reserves, de risico’s en beheers­ maatregelen, de geldende beleidskaders en de subsidies van betekenis. Aan het begin van hoofdstuk 3 is een inleiding opgenomen met een verdere toelichting op de programma’s.

Verplichte paragrafen Artikel 9 lid 2 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noemt de paragrafen die gemeenten verplicht moeten opnemen in het jaarverslag. Het gaat hier om de paragrafen Bedrijfsvoering (inclusief duurzaamheid), Financiering, Grondbeleid (inclusief Vereveningsf­ onds), Lokale heffingen, Onderhoud kapitaalgoederen, Verbonden partijen en Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

In dit overzicht staat per programma en programmaonderdeel een overzicht van de baten en lasten. Daarnaast zijn onder dit hoofdstuk ook opgenomen de incidentele baten en lasten en de taakveldenrealisatie over 2020. Ook is een zogenoemde brugstaat opgenomen. Het doel van de brugstaat is om de raad een aaneengesloten beeld te verschaffen van de budgettaire ontwikkeling gedurende een jaar. De brugstaat wordt vanaf het Jaarverslag 2019 standaard in de P&C-producten opgenomen.

Balans met toelichting De belangrijkste ontwikkelingen in de balansposten gedurende 2020 worden in dit hoofdstuk toegelicht. De geconsolideerde balans en de bijbehorende toelichting zijn opgesteld volgens de verslaggevingsrichtlijnen uit het BBV.

Verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen (SiSa) De gemeente moet elk jaar aan de Rijksoverheid melden of en hoe ze specifieke uitkeringen heeft besteed. Deze verantwoording leggen we af in de SiSabijlage in het jaarverslag. 8

Leeswijzer

Verantwoordingsinformatie Wet Normering Topinkomens (WNT) Dit hoofdstuk geeft inkomens en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen weer, volgens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

Afkortingen- en begrippenlijst Deze lijst verklaart de afkortingen en lastige begrippen die in het jaarverslag worden gebruikt.

Controleverklaring accountant Het Jaarverslag 2020 sluit af met de controleverklaring van de accountant.

Overige paragrafen (bijlage) In dit onderdeel komen specifieke onderwerpen aan bod die niet verplicht zijn om als paragraaf op te nemen in het jaarverslag, maar die we wel nader toe willen lichten. Het gaat om de volgende onderwerpen: Het Stedelijk Mobiliteits­ fonds (SMF), Investeringen, Subsidies, Kengetallen en Frictiekosten. Zoals in de inleiding aangegeven, hebben we deze (onverplichte) paragrafen opgenomen in een bijlage.

9

1

H1

Bestuurlijke hoofdlijnen In dit jaarverslag kijken we terug op een bizar jaar. Een jaar met emotionele, onvoorstelbare, heftige, verdrietige maar ook mooie momenten en ervaringen. Waarin Amsterdammers de gevolgen van de coronacrisis hebben moeten ervaren. Met een grote intensiteit is corona ongevraagd het persoonlijke leven van Amsterdammers binnen gedrongen. Het verlies van naasten, het zelf corona krijgen en daar nog lang van moeten herstellen, werk verliezen, niet naar school of naar de opvang kunnen, thuiswerken. Online les volgen of thuiswerken, soms zonder de goede voorzieningen of de juiste persoonlijke ruimte. Werken en kinderen lesgeven tegelijkertijd. Toenemende armoede en schulden en toenemende kansenongelijkheid. We zagen een toename van het aantal mensen dat een beroep doet op steun van de voedselbank of op particuliere initiatieven. Ondernemers, bedrijven, maatschappelijke instellingen (sport, cultuur, kunst o.a.) en organisaties die veel van wat ze opgebouwd hebben door hun handen zien glijden. Voor velen van hen waren er nauwelijks of geen inkomsten, geen voorstellingen, geen of beperkte openingstijden. Aan de andere kant was er juist in de zorg en verzorging een enorme druk en intensiteit, het schakelen naar online onderwijs voor het onderwijspersoneel, handhaving door politie en handhavers op heel andere punten dan normaal.

De coronacrisis laat diepe groeven na in de stad.

We leggen in dit jaarverslag verantwoording af over wat wij als college hebben gedaan om de gevolgen van de crisis te dempen en waar mogelijk te keren. Of beter gezegd wat, onder onze verantwoordelijkheid, onze ambtelijke organisatie heeft gedaan. In samenwerking veelal met vele partners in de stad en de regio. Er zijn naar onze mening uitzonderlijke prestaties geleverd. In een volstrekt nieuw soort crisis is men aan de slag gegaan en is er een onwaarschijnlijke inzet gepleegd. Voor de Amsterdammer, voor ondernemers en instellingen. Daar zijn wij dankbaar voor en trots op.

Tegelijk hebben we ontzettend veel veerkracht en weerbaarheid gezien in de stad. Bij de vele Amsterdammers die zo goed en zo kwaad als het kon zich hielden aan de coronaregels. Bij alle beroepsgroepen die vooraan stonden en staan in de strijd tegen corona. Bij al die mensen, organisaties en bedrijven die initiatieven hebben opgezet om anderen te steunen. Bij inwoners die gewoon als individu aandacht hadden voor een ander in deze crisis. Ondernemers die allerlei creatieve initiatieven namen om toch nog wat te verdienen.

Direct na de start van de coronacrisis is een offensief gestart om de sociale problematiek als gevolg van de crisis het hoofd te bieden. De ondersteuning van de voedselbanken en de schuldhulpverlening is geïntensiveerd. De crisis creëert een nieuwe groep van kwetsbaren met financiële problemen. Met de woningcorporaties hebben we afspraken gemaakt over de intensivering van vroegsignalering en coulance bij huurachterstanden.

We kunnen een boekwerk vullen met alles wat in de stad door Amsterdammers, zorgverleners, onderwijzers, ondernemers, instellingen, is beleefd en gedaan in 2020. Dat vervuld ons met een diep gevoel van respect, meelevendheid en trots. Het inspireert ons en is een aanmoediging om dezelfde veerkracht en weerbaarheid te tonen. Lerend van de ervaringen en gericht op perspectief.

In deze bestuurlijke hoofdlijnen leggen we het accent op een aantal punten. Er is te veel gebeurd om alles te noemen. Primair hebben die zaken (uiteraard) te maken met corona. Daarnaast benoemen we ook een aantal zaken die ondanks en naast corona, ook gepresteerd zijn in 2020.

Sociaal Het jaar stond voor de GGD voor een groot gedeelte in het teken van de COVID-19 pandemie. Medio 2020 is een afzonderlijk team Corona opgericht waar het testen en bron- en contactonderzoek zijn ondergebracht. Met toezicht op de inhoudelijke kwaliteit vanuit de GGD.

Sinds de eerste lockdown in maart waarbij alle scholen sloten, helpt de gemeente de kinderopvang en de scholen bij de noodopvang voor kwetsbare kinderen en kinderen van ouders met cruciale beroepen. Ook helpt de gemeente bij het thuisonderwijs en met verschillende praktische zaken. Er zijn onder andere in samenwerking met schoolbesturen ruim 6500 laptops uitgedeeld en 700 internetverbindingen gegeven aan leerlingen en scholieren via scholen. In de zomer is een uitgebreid zomerprogramma voor kinderen en jongeren en jong volwassenen van 0 tot 24 jaar opgezet: MidzomerMokum. 11

H1

Hierin hebben duizenden kinderen, jongeren en jong volwassenen kunnen deelnemen aan zomerscholen, sportactiviteiten en culturele workshops. Gezien het succes van MidzomerMokum is ook een Midzomer Winter georganiseerd. De uitvoering van de landelijke regeling Tijdelijke Ondersteuning Zelfstandige Ondernemers (TOZO) kwam bij de gemeente. Er zijn ongeveer 85.000 aanvragen voor TOZO 1,2 en 3, zo snel als mogelijk- afgehandeld. Daarnaast is het plan Veerkracht ontwikkeld om zelfstandig ondernemers ondersteuning te bieden een nieuwe weg met nieuw perspectief in te slaan (zoals hulp naar een ander bedrijf of naar vast werk) en het richt zich ook op het voorkomen van schulden. Samen met onze partners in de arbeidsmarktregio zijn we het Regionaal Werkcentrum begonnen om van ‘werk naar werk’ mogelijk te maken. Het Regionaal Werkcentrum verbindt werkgevers met overcapaciteit aan werkgevers met een personeelsbehoefte. Omdat jongeren extra hard geraakt zijn door de coronacrisis zetten we in op extra ondersteuning van jongeren richting werk en school door middel van de aanpak Meer Kans op Werk Jongeren. Tijdens de periodes van lockdown boden we noodopvang aan alle daklozen, ook niet-rechthebbenden in Amsterdam. Op het hoogtepunt werden ruim 400 daklozen opgevangen. In 2020 is het initiatievenplatform Wij Amsterdam ontwikkeld.

Het platform is snel na het begin van de coronacrisis gelanceerd om de vele initiatieven uit de samenleving te faciliteren. Wij Amsterdam brengt initiatiefnemers in verbinding met de hulpvragen vanuit organisaties in de stad. In totaal zijn er 577 initiatieven die zich kenbaar gemaakt hebben op het platform.

Economie, kunst & cultuur en fysieke leefomgeving De economische crisis als gevolg van de gezondheidscrisis is extra hard ingeslagen in Amsterdam, met name door een relatief grote afhankelijkheid van een economie gericht op bezoekers en het nagenoeg stil vallen van Schiphol. Hotels, horeca, kunst en cultuur zijn zwaar getroffen en later in het jaar ook de winkels door de sluiting.

Voor 2020 heeft het college de reclamebelasting geschrapt, en is de precario voor terrassen niet geheven. Verder is voor o.a. lokale belastingen en huur de mogelijkheid van uitstel van betaling gegeven. Evenementen konden niet plaatsvinden en daarom is er een coulanceregeling getroffen, waarbij tot maximaal 80% van de toegekende subsidie gebruikt kon worden voor de al gemaakte kosten. Ten aanzien van terrassen is een ruimhartig beleid gevoerd ten aanzien van vergroting, terwijl tegelijkertijd de coronaregels nageleefd konden worden. Het hele jaar door is intensief overleg geweest met het georganiseerd bedrijfsleven over mogelijkheden en ook om voorbij de crisis te kijken. . Voor Kunstenplaninstellingen en Broedplaatsen hebben we een noodsteun­ regeling uitgevoerd om dit cruciale onderdeel van de culturele infrastructuur van Amsterdam overeind te houden. 62 instellingen in het Kunstenplan hebben een extra bijdrage ontvangen van in totaal € 11,3 miljoen. Tijdens de coronacrisis was (en is) een verblijf in de buitenlucht voor veel Amsterdammers een welkome afwisseling van thuiswerken en de lockdown. We hebben afgelopen zomer ruimte geboden aan particulier en maatschappelijk initiatief door middel van het programma Open Stad. Met dit programma is gewerkt aan het stimuleren van initiatief en is er snel en flexibel meebewogen met initiatieven en vragen van bewoners en ondernemers.

Er zijn 1398 initiatieven ingediend voor terrasuitbreidingen, waarvan er 1038 zijn gehonoreerd. Ten opzichte van het totaal ingediende initiatieven (1720) en gehonoreerde initiatieven (1209), is het aandeel terrasinitiatieven daarmee zeer groot (ruim 80%). Als gevolg van Coronacrisis is er veel meer grof afval aangeboden door bewoners (+ 27%). In totaal is er 9% meer afval ingezameld dan in 2019. Het aantal reizigers in het openbaar vervoer bleef flink achter en op dit moment is moeilijk in te schatten welke lange termijn gevolgen de pandemie zal hebben op het OV-gebruik. De financiële gevolgen voor de OV-bedrijven zijn desastreus. Zonder financiële hulp van het Rijk staat de kwaliteit van het OV onder druk, en daarmee de bereikbaarheid van de regio en de stad

12

H1

Als gevolg van de crisis hadden we fors minder inkomsten in 2020. Het resultaat van deze jaarrekening is € 181,7 miljoen negatief (inclusief de uitgaven uit de noodkas van € 42,1 miljoen). Het negatieve resultaat gaat ten laste van onze algemene reserve, evenals de noodkas die vorig jaar is ingesteld. In onze meerjarenbegroting 2021 e.v. hadden we al rekening gehouden met een forse aanslag op de algemene reserve en een herstelplan opgenomen voor de algemene reserve voor de komende jaren. In 2020 hebben we al een gedeeltelijke compensatie gehad van het Rijk voor gederfde inkomsten en hogere uitgaven. Op basis van de jaarrekeningen zal een definitieve afrekening plaatsvinden met het Rijk. In het najaar van 2020 is er gewerkt aan plannen om te investeren in het herstel van de economie en het opvangen van de sociale gevolgen van de coronacrisis. De plannen zijn gericht op een duurzaam herstel en een duurzame economie en op het stimuleren van werkgelegenheid. Onder andere door een investering van € 78 miljoen in 6 banenmotoren en een hogere eis aan social return. Daarnaast richten de plannen zich ook op de (vroege) aanpak van schulden en het naar werk geleiden van jongeren. Vorig jaar is ook (door)gewerkt aan resultaten die niet corona-gerelateerd zijn. Met ook het perspectief op de toekomst van stad, dat we hebben vastgehouden.

Gericht op investeringen in duurzaamheid, het onderhoud van de stad, de ontwikkeling van de stad en versterking van de sociale weerbaarheid. Hieronder wordt een selectie kort benoemd. • Om het lerarentekort in het basisonderwijs terug te dringen hebben wesamen met het onderwijs, de opleiders en het ministerie de aanpak geïntensiveerd via het Noodplan lerarentekort Amsterdam. Door de intensieve aanpak is het tekort in 2020 met 20% teruggelopen en zijn de tekorten gelijkmatiger verdeeld over de scholen en stadsdelen. • De coronacrisis heeft er toe geleid dat er minder mensen op straat waren, minder verkeer en minder mensen in het openbaar vervoer. We hebben hier waar mogelijk gebruik van gemaakt om versneld en/of vervroegd onderhoud uit te voeren aan bijvoorbeeld winkelstraten, de Dappermarkt en evenemententerreinen.

• In 2020 werden in Amsterdam bijna 6000 nieuwe woningen in aanbouw genomen, waarvan bijna de helft (ruim 2800) in de sociale sector, het hoogste aandeel sinds enkele jaren. Dat het totaal lager is dan het streefcijfer van 7.500 woningen per jaar is, is mede te verklaren door de vertraging die projecten opliepen door de coronacrisis. • Ook aan de aanvulling van de voorraad grondexploitaties is hard gewerkt: bijna 40 plannen zijn in voorbereiding, zodat de continuïteit van de woningbouw ook voor de langere termijn geborgd is. Daarnaast is er ruimte gecreëerd om te werken, te recreëren, om scholing te ontvangen, te sporten en te ontmoeten. Maatschappelijke voorzieningen hebben nadrukkelijk een plek gekregen. Bij de realisatie van woningen, kantoren en bedrijfsruimtes wordt een hoge duurzaamheidsstandaard steeds vanzelfsprekender. Voorbeelden van gebiedsontwikkeling zijn; in Nieuw West zijn met actieve inbreng van de bewoners de plannen voor de buurten rondom de Burgemeester Roellstraat verder gebracht, en is een begin gemaakt met de ontwikkeling van een geheel nieuwe wijk: het Schinkelkwartier. In Zuid Oost wordt Amstel III in hoog tempo getransformeerd van een kantorengebied met aanzienlijke leegstand tot een hoogstedelijk woonmilieu. In Oost is de basis gelegd voor Strandeiland. • In 2020 is het fundament gelegd voor de energietransitie in de stad.

De transitievisie Warmte is vastgesteld die de route uitstippelt naar een aardgasvrij Amsterdam in 2040. De Routekaart Klimaatneutraal is vastgesteld waarmee alle maatregelen in beeld zijn gebracht en een start is gemaakt om in 2030 de uitstoot van CO² met 55% te reduceren. In 2020 is ook de strategie Circulaire Economie ontwikkeld en vastgesteld. • In 2020 hebben zich 101 nieuwe buitenlandse bedrijven in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) gevestigd, met naar verwachting in drie jaar 1.970 extra arbeidsplaatsen in de MRA. • De besluitvorming over het Kunstenplan 2021-2024 is afgerond. Het college heeft 36 instellingen aangewezen in de Amsterdam Bis 2021-2024 en het Amsterdams Fonds voor de Kunst heeft aan 126 instellingen een vierjarige subsidie verleend.

13

H1

• Vanuit de Ontwikkelbuurtenaanpak, gericht op 32 buurten in NieuwWest, Noord en Zuidoost wordt samen met bewoners volop gewerkt aan prettige buurten. Er is gewerkt aan talentenhuizen en buurtkamers, meer studieplekken en meer groen, betere huizen en betere openbare ruimte. Het gaat om veel initiatieven, zowel sociaal als fysiek. Met het masterplan Zuidoost en die van Nieuw-West in wording, gaan deze wijken een nieuwe toekomst tegemoet. Voor het masterplan Zuidoost nemen we deel aan een maatschappelijke alliantie, waarin we samen met maatschappelijke partners en bewoners, werken aan een aanpak voor de langere termijn. • In mei 2020 werd de Aanpak Binnenstad gelanceerd. In december 2020 volgde het uitvoeringsprogramma, waarin de ambities van de aanpak zijn vertaald naar zes prioriteiten en 88 maatregelen om van de binnenstad weer een gebied te maken met een goede balans tussen bewoners en ondernemers en bezoekers. • In januari 2020 hebben wij de Agenda Amsterdam Autoluw vastgesteld. In 2020 zijn 1240 parkeerplaatsen opgeheven. • In 2020 is in goede harmonie verder gewerkt aan de voorbereidingen voor het samen gaan met Weesp in 2022. • Voor de aanpak van de kades en bruggen is een speciaal programma ingericht. Dit programma komt goed op gang.

Bijvoorbeeld als het gaat om het in kaart brengen van de huidige staat, met ruim 130 kademuren en 100 bruggen die zijn beoordeeld op mogelijke veiligheidsrisico’s. Daarnaast met het daadwerkelijk vervangen en vernieuwen.

14

2

H2

Financiële hoofdlijnen 2.1 Inleiding De coronacrisis heeft onze stad en de gemeente in 2020 hard geraakt. We namen de nodige maatregelen om de crisis tegen te gaan. Die hadden enorme gevolgen voor het dagelijks leven van onze inwoners, ondernemers en bezoekers. Daarnaast heeft de coronacrisis ook een groot effect op de financiën van onze stad. Door de crisis zijn een aantal grote inkomstenbronnen het afgelopen jaar sterk teruggelopen. Door het wegblijven van bezoekers ontvingen we minder aan inkomsten uit toeristenbelasting. De opbrengsten uit straatparkeren namen af. Ook zagen we de dividenden van onze deelnemingen zeer sterk teruggelopen.

2.2 Het rekeningresultaat 2020

We kregen vanuit het Rijk meerdere steunpakketten. Toch laat het jaar 2020 onderaan de streep een flink negatief rekeningresultaat zien. Het college stelde afgelopen zomer een herstelpakket op voor de jaren 2021 en verder. Met daarbij een herstelplan voor het aanvullen van de Algemene reserve. Door de Algemene reserve in te zetten om de eerste crisiseffecten op te vangen, kozen we er bewust voor te blijven investeren in de stad. Zo sloten we langjarige contracten af voor het herstel van kades en bruggen en kwam er een noodkas van € 50 miljoen voor extra crisismaatregelen.

Het rekeningresultaat over 2020 is € 181,7 miljoen negatief (bestaande uit € 42,1 miljoen vanuit de noodkas, en € 139,6 miljoen op onze (overige) exploitatie). De tabel hieronder geeft aan hoe het resultaat is opgebouwd. De bedragen in de tabel zijn de saldi van baten min lasten, zodat: • een positief bedrag een voordeel is (de baten zijn groter dan de lasten). • een negatief bedrag een nadeel is (de lasten zijn groter dan de baten).

In de financiële hoofdlijnen beschrijven we de belangrijkste financiële ontwikkelingen voor de gemeente Amsterdam in 2020. In paragraaf 2.2 gaan we verder in op het rekeningresultaat. Hierbij geven we op hoofdlijnen aan welke afwijkingen er waren ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting (de Najaarsnota 2020). Daarna gaan we in paragraaf 2.3 in op een aantal specifieke onderwerpen en belangrijke financiële ontwikkelingen in 2020. In paragraaf 2.4 geven we een verdere analyse van het rekeningresultaat per programma. In paragraaf 2.5 lichten we de balansontwikkelingen toe, zoals de investeringen en de schuldpositie. Tot slot geven we in paragraaf 2.6 een toelichting op de risico’s en het weerstandvermogen.

In de raadsvoordracht bij de Najaarsnota 2020 is vastgesteld om het toentertijd verwachte negatieve resultaat van € 197,9 miljoen te onttrekken aan de Algemene reserve. Het uiteindelijke negatieve resultaat over 2020 zoals gepresenteerd in dit jaarverslag is € 181,7 miljoen (inclusief de uitgaven aan de noodkas van € 42,1 miljoen). Omdat de onttrekking uit de Algemene Reserve die bij de Najaarsnota 2020 is vastgesteld hoger is dan het uiteindelijke resultaat in 2020, ontstaat vanwege de onttrekking uit de Algemene Reserve een positief saldo van € 16,2 miljoen in de tabellen uit de bijlagen bij dit jaarverslag. Een dergelijke presentatie maakt echter niet goed duidelijk wat het verwachte resultaat bij najaarsnota was en het daadwerkelijk gerealiseerde resultaat bij jaarverslag is. Daarom laten we alleen in onderstaande tabel het begrote en gerealiseerde resultaat exclusief de onttrekking aan de Algemene reserve zien.

16

H2

Het rekeningresultaat 2020 op hoofdlijnen

Tabel 1: (bedragen x € miljoen) (bedragen x € miljoen)

Rekening Begroting 2019 2020

Begroting Rekening 2020 2020 (najaarsnota)

Verschil Rekening Begroting (najaarsnota)

1: Veiligheid

-171,8

-185,1

-190,1

-186,0

4,1

2: Verkeer, vervoer en waterstaat

-157,5

-168,2

-108,2

-138,0

-29,8

3: Economie

-37,7

-42,4

-45,0

-39,6

5,4

4: Kunst, cultuur en erfgoed

-160,2

-163,3

-186,3

-177,3

9,1

5: Onderwijs

-174,7

-200,1

-193,8

-193,1

0,7

6: Sport

-62,2

-61,7

-66,1

-66,4

-0,2

7: Werk, inkomen en participatie

-361,4

-383,6

-350,4

-343,3

7,1

8: Volksgezondheid, jeugd en zorg

-953,7

-935,4

-1.011,3

-1008,9

2,4

9: Duurzaamheid en ruimtelijke ordening

-40,0

-69,0

-64,6

-79,6

-15,1

10: Grond

214,1

218,1

291,2

255,9

-35,3

11: Wonen en Groen

-247,9

-293,6

-291,0

-275,2

15,8

12: Moderne open overheid

-58,4

-53,6

-62,3

-59,3

3,0

Algemene dekkingsmiddelen

2.660,7

2.868,0

2.664,5

2714,5

50,0

2.493,1

2.677,5

2.669,6

2684,5

14,9

A.1-A.4 o.a. Gemeentefonds, Belastingen

167,6

190,5

-5,2

30,0

35,1

Bestuur en Organisatie inclusief overhead

A.5 Reserve mutaties

-539,4

-530,2

-584,5

-585,4

-0,9

Rekeningresultaat

-90,1

-0,0

-197,9

-181,7

16,2

-

-

50

42,1

-7,9

Waarvan onttrekking noodkas uit Algemene reserve

Opbouw begroot resultaat De oorspronkelijk vastgestelde Begroting 2020 was sluitend voor het jaar 2020. Bij de Najaarsnota 2020 ontstond een begrotingssaldo van € 197,9 miljoen negatief. Dit kwam vooral door het verwerken van de effecten voor de coronacrisis. De inkomsten voor de (toeristen)belasting waren ongeveer € 100,0 miljoen lager (na aftrek van een compensatie van het Rijk). We verwerkten de noodkas (om coronaeffecten op te vangen) van € 50,0 miljoen in de begroting en we hebben de dividendinkomsten met ruim € 40,0 miljoen naar beneden bijgesteld. De afwijkingen ten opzichte van de najaarsnota lichten we op hoofdlijnen per programma toe in paragraaf 2.4.

Het rekeningresultaat bedraagt € 181,7 miljoen negatief. Het is daarmee € 16,2 miljoen beter dan bij de Najaarsnota 2020 werd voorzien. Dit verschil bestaat voor € 7,9 miljoen uit onderuitputting van de noodkas. Het resterende verschil van € 8,3 miljoen op de (overige) exploitatie verklaren we op hoofdlijnen door: • Een positief resultaat van € 7,9 miljoen voor het onderdeel financiering en deelnemingen. Dit komt vooral door een hogere dividenduitkering van € 7,5 miljoen van het Havenbedrijf over 2020. In de begroting is het verwachte dividend voor het Havenbedrijf naar beneden bijgesteld vanwege de coronacrisis, maar de crisis heeft vooralsnog minder impact dan verwacht. • Per saldo een positief effect van € 5,1 miljoen voor WABO-leges. Vanwege een forse stijging van het aantal bouwaanvragen, enkele aanvragen voor grote bouwprojecten en nog binnengekomen leges­ inkomsten uit 2019 zijn de baten hoger (€ 7,8 miljoen). Hiertegenover staan hogere lasten (€ 2,7 miljoen) voor de uitvoering van de bouw­ taken. We moesten extra inhuren voor de vergunningverlening. • Lagere lasten van ongeveer € 4,0 miljoen binnen Veiligheid vanwege de coronacrisis.

De grootste afwijkingen komen voor bij het Masterplan Handhaving en Reiniging (€ 1,3 miljoen), aanpak ondermijning (€ 1,1 miljoen), veiligheidsprojecten in de buurten (€ 1,0 miljoen) en de activiteiten van het Regionaal Informatie en Expertise Centrum RIEC (€ 0,6 miljoen). • Hogere apparaat gerelateerde lasten van € 7,3 miljoen bij Verkeer, vervoer en waterstaat vanwege met name (voorkoming van) achterstallig onderhoud, grootschalig noodherstel/ calamiteiten en effecten door corona.

Gemeentebreed saldo-neutrale afwijkingen Een saldo-neutrale afwijking houdt in dat in een positieve afwijking in een programma(onderdeel) direct samenhangt met een gelijke negatieve afwijking in een ander programmaonderdeel of het overzicht Algemene dekkings­ middelen en het overzicht Overhead. De afwijking op de programma’s 1 tot en met 12 bedraagt € 32,9 miljoen negatief. Dit komt vooral door hogere uitgaven die gepaard gaan met eveneens hogere onttrekkingen uit reserves. De mutaties in die reserves zijn onderdeel van de algemene dekkingsmiddelen.

17

H2

Een aantal grotere saldo-neutrale mutaties zijn de volgende: • In het programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat gaven we een bedrag van € 22,3 miljoen meer uit. Dit vooral aan projecten die we dekken uit de reserves Stedelijk Mobiliteitsfonds, Stadsbehoud, Achterstallig onderhoud en Rode Loper. We hebben voor hetzelfde bedrag meer onttrokken uit de reserves in de Algemene dekkings­ middelen (A.5). • In programma 10 Grond is het resultaat ruim € 35,3 miljoen negatief. Dit komt vooral door minder ontvangen afkoopsommen voor het eeuwigdurend en voortdurend erfpachtstelsel, die we verrekenen met de reserve Afkoopsommen (€ 75,8 miljoen). Daarnaast is er een lagere dotatie aan de voorziening Plantekorten vanwege een bijdrage van het Rijk rond de woningbouwimpuls. Dat geeft een lagere onttrekking aan de reserve Vereveningsfonds (€ 12,8 miljoen).

2.3 Belangrijke ontwikkelingen in 2020 De coronacrisis De coronacrisis geeft grote financiële effecten die zichtbaar zijn in dit Jaarverslag 2020. Bij het opmaken van het Jaarverslag 2020 brachten we de gederfde inkomsten en de extra uitgaven vanwege de coronacrisis in kaart. In onderstaande tabel staan de voornaamste effecten. De extra uitgaven voor de Tozo-regeling en GGD-activiteiten tellen we niet mee in onderstaande optelling, omdat we voor deze uitgaven ook een bijdrage ontvangen vanuit het Rijk.

1

2

Tabel 2: Effecten van de coronacrisis (bedragen x € miljoen) (bedragen x € miljoen)

Begroting 2020 Jaarverslag Najaarsnota 2020

Verschil

Gederfde inkomsten w.v. (Toeristen)belasting

-140,0

-140,01

-

w.v. parkeren

-50,0

-53,3

-3,3

w.v. dividend

-40,9

-32,6

8,3

w.v. overige gederfde inkomsten

-19,6

-18,9

0,7

w.v. Crisiseffecten die gedekt worden uit de noodkas

-50,0

-42,1

7,9

w.v. extra uitgaven crisisopvang dak – en thuislozen

-15,5

-15,5

-

w.v. overige extra uitgaven

-18,3

-30,4

-12,1

w.v. overige lagere uitgaven

4,4

14,0

9,5

Totaal

-329,9

-318,9

11,0

Extra uitgaven TOZO regeling

-383,9

-392,8

-8,92

Extra uitgaven GGD corona

-25,0

-47,0

-22,0

Uitgaven

Het negatieve effect van de coronacrisis in 2020 bedraagt ruim € 300 miljoen. Ter compensatie ontvingen we in 2020 extra inkomsten uit het Rijk van € 143,6 miljoen via de corona steunpakketten. Daarnaast stelde het college in 2020 een noodkas van € 50,0 miljoen in om crisismaatregelen te kunnen nemen of corona-effecten op te vangen. In de tabel ontbreken de effecten die vanwege de crisis verschuiven in de tijd. Zo zijn bijvoorbeeld de inkomsten in grondexploitaties in 2020 lager (€ 95,0 miljoen) vanwege vertragingen en hebben we minder panden verkocht (€ 8,0 miljoen). Beide stonden in de Najaarsnota 2020. Deze effecten zijn gemeentebreed neutraal omdat we ze verrekenen met reserves. We verwachten dat deze inkomsten in komende jaren alsnog worden gerealiseerd.

De verwachte gederfde inkomsten voor toeristenbelasting blijft ongewijzigd ten opzichte van Najaarsnota 2020. De opbrengsten van de toeristenbelasting ramen we op basis van voorlopige aanslagen, waarbij we corrigeren voor de verwachte daling van het aantal bezoekers. De definitieve aanslagen toeristenbelasting over 2020 worden vanaf april 2021 vastgesteld. Als dan blijkt dat de feitelijke inkomsten alsnog achterblijven bij de ramingen, leidt dit tot minderopbrengsten. Tegenover de hogere lasten voor de TOZO regeling staan ook hogere baten van het Rijk. De hogere lasten hebben dus geen invloed op het resultaat.

18

H2

Ontwikkelingen Afval Energie Bedrijf (AEB)

Inkopen in 2020

Na de ontstane crisissituatie in 2019, stond het jaar 2020 in het teken van verder herstel en herstructurering bij AEB en het voorbereiden van een verkoop van AEB door de gemeente. Belangrijke ontwikkelingen in 2020 waren daarbij: • Verbeteren technische staat van de installaties. Door alle verbeteringen aan het onderhoud van de afvalverwerkingsinstallaties is AEB weer in control. Dit heeft ertoe geleid dat de Omgevingsdienst per april 2021 het verscherpt toezicht op AEB heeft opgeheven. • Herstructureringsplan. Het door AEB opgestelde herstructureringsplan is vastgesteld en ingediend bij de Europese Commissie. In dit plan is de levensvatbaarheid van AEB op de langere termijn onderbouwd. De Europese Commissie heeft begin 2021 goedkeuring aan het plan verleend. Daarmee is ook de in 2019 door de gemeente verstrekte noodsteun van € 35 miljoen goedgekeurd als herstructureringssteun. • Financieringsakkoord tussen AEB, financierende banken en de gemeente. Met de gemaakte afspraken is financiële rust en ruimte gecreëerd voor het kunnen doorlopen van het verkoopproces. Van de in 2019 door de gemeente toegezegde aanvullende liquiditeitssteun van € 45 miljoen wordt geen gebruik gemaakt.

We hebben in 2020 voor € 2,5 miljard ingekocht. Net als voorgaande jaren onderzocht de gemeente zelf de rechtmatigheid van deze inkoopuitgaven. Uit dit onderzoek blijkt dat het bedrag aan onrechtmatigheden ten opzichte van 2018 daalde naar een bedrag van € 17,0 miljoen. Met dit bedrag is deze onrechtmatigheid lager dan we hadden ingeschat. We behaalden de doelstelling de ‘2018 onrechtmatigheid’ terug te brengen naar een voorspelde bandbreedte van € 25 – 40 miljoen in het jaar 2020.

In januari 2020 heeft het college een principebesluit tot verkoop van de aandelen AEB genomen. Vervolgens is in september 2020 het besluit genomen tot een voorgenomen verkoop. Beide besluiten zijn aan de raad voorgelegd voor wensen en bedenkingen. Het daadwerkelijke verkoopproces start in 2021.

In 2019 en 2020 ontstonden echter ook voor € 26,9 miljoen nieuwe onrechtmatigheden, die voor een deel verband houden met de coronacrisis. Dit telt op naar een totaal van € 43,9 miljoen (2019: € 81,0 miljoen). Het college vindt de totale onrechtmatigheid in 2020 in absolute zin nog te hoog. Belangrijkste veroorzakers van deze onrechtmatige uitgaven zijn de doorwerking van de onrechtmatigheid uit voorgaande jaren en nieuwe onrechtmatige dossiers. Het college continueert voor 2021 en 2022 daarom de bestuurlijke sturing op dit dossier. Hierbij dient te worden aangetekend dat ontwikkelingen in 2021 rondom de aanbesteding voor aanvullende ondersteuning Wmo mogelijk leiden tot een nieuwe forse onrechtmatigheid. Tegelijk met de sturing op rechtmatigheid van de inkoopuitgaven, werd in mei 2020 het adviesrapport naar de opzet en werking van het huidige inkoop­ stelsel opgeleverd. Het verbeteren van het contractmanagement is één van de speerpunten in de uitwerking van de bestuursopdracht Inkoop, dat moet zorgen voor een betere grip op de rechtmatigheid van de inkoopuitgaven.

Structureel saldo Op 1 juli 2020 heeft de externe onderzoekscommissie het rapport gepubliceerd over de oorzaken en leerpunten van het stilleggen van de vier verbrandings­ lijnen in de zomer van 2019. De conclusies en aanbevelingen worden grotendeels door de gemeente omarmt. Aan de aanbevelingen wordt invulling gegeven. Het rapport geeft geen aanleiding om het ingezette verkooptraject te wijzigen. In september 2020 besloot de gemeenteraad tot het starten van een raadsenquête over de ontstane situatie bij AEB. Het eindrapport van de enquêtecommissie verschijnt naar verwachting in september 2021.

Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting, maken we onderscheid tussen structurele en incidentele baten en lasten. Bij incidentele baten of lasten gaat het om baten of lasten die het begrotings­ saldo incidenteel beïnvloeden. Hierbij beïnvloeden incidentele lasten het structureel begrotingssaldo positief en incidentele baten het structureel begrotingssaldo negatief. In onderstaande tabel staat in het kort de opbouw van het structurele saldo. De opgenomen bedragen in de tabel sluiten aan op de totalen uit het overzicht incidentele baten en lasten in hoofdstuk 7.3. In dit hoofdstuk is ook meer achtergrondinformatie opgenomen. 19

H2

Tabel 3: Structureel saldo en structurele exploitatieruimte (bedragen x € miljoen) (bedragen x € miljoen)

2.4 Analyse resultaat op hoofdlijnen per programma

Jaarverslag 2020

Structureel saldo

356,3

Structurele exploitatieruimte

6,09

De structurele exploitatieruimte is gestegen ten opzichte van het cijfer dat voor 2020 in de laatste begroting is gepubliceerd (Begroting 2021). In boven­ staande tabel presenteren we de structurele exploitatieruimte geschoond voor corona-effecten. De stijging komt vooral door hogere incidentele lasten, door bijvoorbeeld een versnelling in het uitvoeren van achterstallig onderhoud en projecten voor stedelijke bodemsanering en nazorg.

Het resultaat over 2020 van € 181,7 miljoen negatief bestaat uit uitgaven voor de noodkas van € 42,1 miljoen, en een negatief resultaat op onze (overige) exploitatie van € 139,6 miljoen. Het resultaat van € 139,6 miljoen negatief analyseren we hieronder op basis van de grotere afwijkingen per programma. Daarbij zetten we de resultaten af tegen de laatst vastgestelde begroting (de Najaarsnota 2020). Het rekening­resultaat is € 8,3 miljoen beter dan het begrote resultaat bij de Najaarsnota 2020 van € 147,9 miljoen negatief. Onderstaande afwijkingen per programma geven op hoofdlijnen een verklaring voor dit verschil.

Programma 1 Veiligheid Wanneer we de corona-effecten mee zouden nemen in de berekening van de structurele exploitatie ruimte, komt het cijfer uit op 9,69. Dit komt vooral doordat corona een grote incidentele impact heeft, zowel aan de baten- als aan de lastenkant.

Frictiekosten In het voorjaar van 2020 onttrokken we € 7,4 miljoen aan de reserve frictie­ kosten volgens de besluitvorming bij het Jaarverslag 2019. Hierdoor bedraagt de frictiekostenreserve aan het eind van 2020 € 18,5 miljoen. Volgens besluitvorming bij de Voorjaarsbrief 2020 brengen we frictiekosten voortaan in het huidige boekjaar ten laste van de reserve. In totaal hadden we in 2020 voor € 7,9 miljoen aan frictiekosten. Daarvan stellen we voor om € 7,7 miljoen te onttrekken aan de reserve frictiekosten. Door het negatieve rekeningresultaat hebben we besloten om de € 7,7 miljoen frictiekosten in het jaar 2020 volledig te onttrekken aan de frictiekostenreserve. Dit past binnen de totaal toegekende frictiekosten voor 2020 van € 11,4 miljoen. De frictie­ kosten verantwoorden we in het jaarverslag in de bewuste begrotingsprogramma’s als geaccordeerde kostenoverschrijdingen. In het jaar 2020 waren er geen aanvullende dotaties aan de frictiekosten­ reserve. Met de onttrekking van € 7,7 miljoen die we bij de vaststelling van dit jaarverslag verwerken, komt de nieuwe eindstand van de frictiekostenreserve uit op € 10,8 miljoen.

Het positieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2020 komt vooral door: • Lagere lasten van ongeveer € 4,0 miljoen binnen Veiligheid vanwege de coronacrisis. De grootste afwijkingen komen voor bij het Masterplan Handhaving en Reiniging (€ 1,3 miljoen), aanpak ondermijning (€ 1,1 miljoen), veiligheidsprojecten in de buurten (€ 1,0 miljoen) en de activiteiten van het Regionaal Informatie en Expertise Centrum RIEC (€ 0,6 miljoen). • Hogere lasten van € 0,8 miljoen voor extra toezicht en handhaving omdat we werkten aan de naleving van de coronamaatregelen. • Lagere lasten € 0,6 miljoen door een gunstig aanbestedingsresultaat voor de bodycams. • Hogere baten van € 0,6 miljoen uit de bestuurlijke boete overlast openbare ruimte vanwege de intensievere handhaving op het bijplaatsen van afval.

Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat Het negatieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2020 komt vooral door: • Per saldo hogere lasten van € 14,4 miljoen voor projecten die we dekken vanuit de reserve Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF). Dit komt vooral doordat we in de begroting voor € 72,9 miljoen een post hebben opgenomen voor ‘overprogrammering’ bij projecten van het Stedelijk Mobiliteitsfonds. Zonder deze post zijn de uitgaven € 69,2 miljoen lager. De belangrijkste redenen voor de vertragingen zijn: complexiteit van de aanbestedingsprocedures, langere doorloop­

20

H2

tijd van het juridisch traject bij het afsluiten van de contracten met derden, afhankelijkheid van externe partijen, onvoorziene en aanvullende werkzaamheden bij de projectplanning en effecten van de coronacrisis. Zie voor een verdere toelichting op alle projecten ook de paragraaf Stedelijk Mobiliteitsfonds. • Hogere lasten van € 12,4 miljoen rond ongeveer 65 groot onderhoud projecten die vallen binnen de kaders van de Reserve Stadsbehoud. Dit komt door een versnelde uitvoering vanwege de lockdownmaat­ regelen. De coronacrisis gaf onverwacht gelegenheid om (noodzakelijk) onderhoud uit te voeren op plekken waar onderhoud normaal gesproken voor vrij veel hinder zorgt en om woongebieden te herstraten waar geen opgave met andere projecten was. Verder is onvoorzien grootschalig noodherstel uitgevoerd aan wegen, zoals Oostzanerdijk, Brettenpad en Poppendammergouw. Tegenover deze hogere lasten staat ook een hogere onttrekking uit de reserve Stadsbehoud (algemene dekkingsmiddelen). • Hogere kosten binnen het kader van het programma Bruggen en Kademuren voor een bedrag van € 2,6 miljoen vooral voor de kademuren. We moesten op meer plekken veiligheidsmaatregelen toepassen dan verwacht. Ook monitoren we meer bruggen en maakten we extra kosten voor het houtenpalen onderzoek.

• Hogere apparaat gerelateerde lasten van € 7,3 miljoen vanwege (voorkoming van) achterstallig onderhoud, grootschalig noodherstel/ calamiteiten en effecten door corona (€ 5 miljoen). Ook werd de invulling van taakstellingen bemoeilijkt door de effecten van corona en de extra werkzaamheden in de openbare ruimte die plaatsvonden (€ 2,3 miljoen). • Hogere baten van € 5,1 miljoen door een vrijval van de voorziening groot onderhoud parkeergebouwen.

Tegenover deze lagere lasten staat ook een lagere onttrekking uit de reserve in het onderdeel Algemene dekkingsmiddelen (A.5 reserves). Daarmee is dit gemeentebreed resultaatneutraal.

Programma 4 Kunst, cultuur en erfgoed Het positieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2020 komt vooral door: • Lagere lasten van € 5,7 miljoen doordat we minder subsidie verstrekten aan culturele instellingen op grond van subsidieregeling “eenmalige aanvulling op Kunstenplansubsidie 2017-2020 voor instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen – fase 1 en 2”. • Per saldo lagere lasten van € 3,1 miljoen doordat de subsidie voor het Nationaal Holocaust Museum in 2021 wordt verstrekt. Dit komt door uitstel van de overdracht van het pand waarin het museum wordt gevestigd, vanwege vertraging in de vergunningverlening en de erfpachtuitgifte.

Programma 5 Onderwijs Het positieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2020 komt vooral door: • Lagere lasten van € 0,5 miljoen op de Lerarenagenda, doordat de coronacrisis een aantal projecten in het onderwijs heeft vertraagd. Er zijn minder aanvragen voor de Teambeurzen voor schooljaar ‘20-‘21, dan het subsidieplafond en het onderdeel Omgaan met tekorten van het Noodplan is vertraagd. • Lagere lasten van € 0,5 miljoen voor handhaving Leerplicht. We hebben de werkprocessen bij Leerplicht geoptimaliseerd waardoor we de taken met minder middelen konden uitvoeren. • Hogere lasten van € 0,4 miljoen door het uitvoeren van onvoorzien klein onderhoud aan diverse gemeentelijke panden, voornamelijk voor brandveiligheid.

Programma 3 Economie

Programma 6 Sport

Het positieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2020 komt vooral door lagere lasten van € 5,0 miljoen op de middelen van de Economische structuur en Arbeidsmarktversterking. Dit komt vooral doordat we minder subsidies verstrekten aan initiatieven voor het stimuleren van projecten die bijdragen aan de economische structuur­versterking en/of de arbeidsmarktversterking. Een aantal trajecten begon in 2020, maar leidden nog niet tot een subsidie-uitgave. Deze trajecten zitten in een afrondende fase en leiden in 2021 tot een uitgave.

Het negatieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2020 komt vooral door: • Hogere lasten van € 3,9 miljoen voor onderhoud en herstel. Aan sport­ panden was onvoorzien groot onderhoud nodig aan brandinstallaties, klimaatbeheersystemen, daken en gevels. Voor toekomstig onderhoud hebben we extra middelen aan de voorziening groot onderhoud panden toegevoegd. Daarnaast is de brandschade aan Sporthallen Zuid hersteld en vraagt het verouderde wagenpark veel onderhoud. 21

H2

• Hogere baten van € 1,0 miljoen door een schadeuitkering voor de brand in Sporthallen Zuid in 2019. Deze schadeuitkering hebben wij gebruikt voor de herstelkosten. • Lagere lasten van € 1,2 miljoen door minder sportstimulerings­ activiteiten, sportevenementen en vertraging in de uitvoering van de 1/3 regeling (bij investeringen dragen de gemeente, aanvrager en sportvereniging ieder 1/3 deel bij). Dit komt vooral door de coronacrisis. • Lagere lasten van € 1,4 miljoen door een onttrekking aan de voorziening groot onderhoud. Deze onttrekking, die niet was begroot, is ingezet voor onderhoud met een cyclus van 1 jaar.

Programma 7 Werk, Inkomen en Participatie Het positieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2020 komt vooral door: • Ten opzichte van de raming bij de najaarsnota is het beroep op de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) hoger dan verwacht. Hiertegenover staat een hogere Rijksvergoeding. Per saldo wordt € 2,4 miljoen toegevoegd aan de egalisatiereserve. • Lagere lasten van € € 2,5 miljoen voor bijstandsuitkeringen, dit betreft een zeer kleine correctie op de totale uitgaven aan de bijstand (0,4 procent). • Lagere lasten van € 0,9 miljoen voor de begeleiding naar werk, vooral door lagere instroom van werkbrigadisten en minder opdrachten en door minder inzet van medewerkers op Banenplannen en Meer Kans op Werk. Een aantal medewerkers heeft in 2020 gewerkt aan de uitvoering van de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (TOZO) die is ingesteld als gevolg van de coronacrisis. • Hogere inkomsten van € 1,3 miljoen vooral door terugvordering van compensabele btw over voorgaande jaren, een bijdrage van het ministerie voor Veiligheid en Justitie voor de re-integratie van ex-gedetineerden en het detacheren van personeel naar andere bedrijfsonderdelen.

Programma 8 Volksgezondheid, Jeugd en Zorg Bij de najaarsnota is € 13 miljoen toegevoegd aan programma 8 op basis van verwachte tekorten in 2020. Hiervan is € 10,6 miljoen nodig geweest. Het positieve resultaat in 2020, ten opzichte van de Najaarsnota 2020, is vooral het gevolg van: • Door de coronacrisis is er voor € 25,9 miljoen meer besteed voor het onderdeel Infectieziekten van de GGD. Dit is onder andere voor het uitvoeren van 175.000 coronatests en het analyseren ervan in het

Streeklab. We ontvangen hiervoor een extra vergoeding van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, waardoor we ook hogere inkomsten verantwoorden. • Lagere lasten van € 3,5 miljoen voor basisvoorzieningen vooral doordat vacatures niet direct opgevuld konden worden vanwege de krappe arbeidsmarkt en door de coronamaatregelen geplande activiteiten en projecten niet door konden gaan. • Per saldo een positief resultaat voor wijkteams van € 1,1 miljoen. De lasten vallen € 0,5 miljoen lager uit voor wijkteams doordat vanwege de coronapandemie voor het Flexibel Preventief aanbod Jongeren (FPAJ) minder activiteiten voor preventieve jeugdzorg konden worden uitgevoerd (€ 0,8 miljoen). Daarnaast lagere lasten voor het projectteam van SamenDOEN (€ 0,5 miljoen) en voor de Ouder- en Kindteams (OKT) (€ 0,5 miljoen) vooral vanwege een positieve afrekening van voorgaande jaren. De voorbereiding van de Buurtteams kostte daarentegen € 1,1 miljoen meer dan begroot. Verder zijn er extra inkomsten voor wijkteams van € 0,4 miljoen. • Hogere lasten van € 8,6 miljoen voor specialistische jeugdhulp. Ondanks het bereiken van normbudgetten met onze aanbieders is in 2020 noodzakelijke zorg geleverd (€ 5,0 miljoen) en daarnaast zijn er kosten voor jeugdhulptrajecten die in 2018 zijn begonnen (€ 2,0 miljoen).

Verder zijn zorgtrajecten uit 2019 en 2020 met de gecontracteerde kernpartners afgerekend (€ 2,0 miljoen) om met een schone lei aan het nieuwe jeugdhulpstelsel in 2021 te kunnen beginnen. • Per saldo een negatief resultaat van € 0,8 miljoen voor overige onderdelen van de jeugdzorg. Dit komt door hogere lasten voor Individuele Betaalopdrachten (€ 1,5 miljoen) en voorbereiding op het nieuwe jeugdhulpstelsel (€ 1,3 miljoen). De lasten voor Gecertificeerde Instellingen (€ 1,0 miljoen) en Landelijke Inkoop VNG-contracten (€ 0,9 miljoen) vallen juist lager uit. • Lagere lasten van € 4,6 miljoen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MO/BW), vooral door een onderbesteding op het Hoofdlijnenakkoord GGZ (€ 2,5 miljoen). Binnen het budget MO/BW is sprake van een overbesteding van € 5,8 miljoen op noodopvang voor gezinnen. Deze overbesteding is in 2020 binnen het budget opgevangen, onder andere met extra rijksmiddelen en lagere lasten voor incidentele projecten.

22

H2

• Hogere lasten van € 2,6 miljoen voor Hulp bij Huishouden, door een hogere volumegroei (7% in 2020) ten opzichte van eerdere jaren. Aanbieders hebben meer personeel kunnen aantrekken en kunnen daardoor meer inwoners helpen. Om het tekort te dempen heeft het college besloten om per oktober 2020 alleen cliënten met een urgente hulpvraag ondersteuning te bieden. • Lagere lasten van € 1,1 miljoen voor de aanpak van Huiselijk geweld en kindermishandeling. De compensatie van het Rijk voor meerkosten door corona is voor € 0,7 miljoen op dit onderdeel geboekt, terwijl de kosten die de gemeente hiervoor maakt op andere onderdelen wordt verantwoord. De overige lagere lasten van € 0,4 miljoen komen door onderbestedingen op budgetten voor ontwikkeling van een regionale aanpak 2020-2025 (€ 0,2 miljoen) en incidentele preventieve activiteiten (€ 0,2 miljoen). • Hogere baten van € 3,0 miljoen vanwege vrijval van de verhuiskosten­ voorziening. De administratieve verwerking van de verhuiskosten­ vergoeding is gewijzigd, waardoor de voorziening vrijvalt.

Programma 9 Duurzaamheid en ruimtelijke ordening Het negatieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2020 komt vooral door: • Hogere lasten bodemsanering van € 13,2 miljoen. Voor een groot saneringsproject is in 2020 een bedrag van € 15,1 miljoen toegevoegd aan de grondexploitatie Buiksloterham. Daartegenover staan lagere lasten vanwege vertraging voor Diemerzeedijk, minder loodsaneringen en vertragingen in de sanering van de Volgermeerpolder en water­ bodemsaneringen bij voormalige gasfabrieken (totaal € 1,9 miljoen). De lasten voor bodemsanering worden onttrokken aan de reserve Stedelijke Bodemsanering en Nazorg. • Hogere lasten van € 4,2 miljoen bij het wagenpark door meer lasten bij onderhoud (€ 1,5 miljoen), verzekeringspremie (€ 0,6 miljoen), lease en inhuur (€ 0,6 miljoen), kapitaallasten (€ 0,5 miljoen), brandstofkosten (€ 0,5 miljoen) en bijdrage in het tekort wagenpark (€ 0,5 miljoen). • Lagere lasten van € 3,4 miljoen voor subsidies die in 2019 zijn verleend maar waarvan de vaststelling later dan in 2020 wordt verwacht. Dit zorgt ook voor lagere onttrekkingen uit de reserve Duurzaamheidsfonds (€ 1,1 miljoen), reserve Klimaatfonds (€ 1,2 miljoen) en luchtkwaliteit en reserve Stedelijk Mobiliteitsfonds (€ 1,1 miljoen).

Programma 10 Grond Het negatieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2020 komt vooral door: • Een negatief resultaat voor erfpacht van € 61,4 miljoen vooral door lagere baten. De lagere baten komen door minder ontvangen afkoopsommen (€ 33,0 miljoen) door in het voortdurende stelsel minder afgekochte uitgiftes en doordat in het eeuwigdurende stelsel minder vaak gekozen is voor eeuwigdurende afkoop. Daarnaast zijn er lagere inkomsten door een hogere afwaardering van de grondwaarde van rechten (€ 32,6 miljoen). Er zijn meer erfpachters, die hun erfpacht­contract hebben afgekocht, vanuit het voortdurend stelsel naar het eeuwigdurend stelsel overgestapt. Tegen­ over deze lagere baten staat ook een hogere onttrekking uit de reserve afkoopsommen. In de reserve Financiering Erfpachtgrond, die gebruikt wordt om de algemene reserve te versterken, is ultimo 2020 € 135,7 miljoen gedoteerd aan inkomsten (per saldo) uit de afkoopsommen in verband met de tijdelijke overstapregeling. Daarnaast kent de reserve Financiering Erfpacht­gronden ook een voedingsbron uit de tussentijdse afkopen bij voortdurende rechten. Deze bedraagt € 89,0 miljoen per ultimo 2020. • Lagere lasten van € 12,8 miljoen door een lagere dotatie aan de voorziening Plantekorten vanwege een bijdrage van het Rijk voor de woningbouwimpuls. Door de bijdrage hoeft er minder voorzien te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10235606/1