CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

9 Zienswijzen (geanonimiseerd) totaal.pdf

RAAD 10 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties (VN2026-004038)7.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam, de raad P/a Directeur Ruimte & Duurzaamheid T.a.v. de heer R.C. Bakker Postbus 2758 1000 CT Amsterdam

vooruit per mail: r.c.bakker@amsterdam.nl

datum:

6 oktober 2025

betreft: uw ref:

zienswijze tegen ontwerp wijziging Omgevingsplan Gemeenteblad 2025, 242674

Geachte raad, geachte heer Bakker, Namens cliënte, Ambiorix B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te (1015 BS) Amsterdam aan de Herengracht 88F, in deze zaak woonplaats kiezende op het kantooradres van DVLP Advocaten B.V. te (1017 RW) Amsterdam aan de Weteringschans 53-1, van welk kantoor ondergetekende in deze zaak als advocaat/gemachtigde optreedt, dien ik hierbij een zienswijze in tegen het ontwerp wijzigingsbesluit van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties (hierna ‘het ontwerp wijzigingsbesluit’). Een kopie van de bekendmaking van de terinzagelegging van het ontwerp voeg ik toe als bijlage 1. In de bekendmaking staat dat tot en met 16 oktober 2025 een zienswijze kan worden ingediend tegen het ontwerp omgevingsplan. Hierbij gebeurt dit derhalve tijdig. 1. OMVANG ZIENSWIJZE 1.1.

Cliënte kan zich niet vinden in het ontwerp wijzigingsbesluit. Nu alle onderdelen van het ontwerp wijzigingsbesluit onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, richt de zienswijze zich op alle onderdelen daarvan.

2. BELANGHEBBENDHEID 2.1.

Cliënte is eigenaresse van het pand aan de Herengracht 88A te Amsterdam. Dit pand bevindt zich binnen het plangebied en het ontwerp wijzigingsbesluit heeft hier aldus betrekking op. Cliënte is dan ook aan te merken als belanghebbende bij het bestreden besluit in de zin van artikel 1:2, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

DVLP advocaten B.V.

t. +31 20 737 27 04

Weteringschans 53-1

www.dvlp.nl

1017 RW AMSTERDAM

Postbus 15823 1001 NH AMSTERDAM KvK 61874981

3. GRONDEN ZIENSWIJZE 3.1.

Cliënte verhuurt de begane grond en het souterrain van het pand aan de Herengracht 88A aan een horeca-exploitant. Op dit moment wordt dat deel van het pand geëxploiteerd als pizzeria.

3.2.

Eerder zaten er al verschillende restaurants, waaronder ook lifestyleconcepten op het gebied van eten, drinken, kunst, muziek en kleding. Mede als gevolg van de aard van de locatie (het restaurant kan ruim 200 couverts plaatsen en heeft verschillende ruimtes) hebben en hadden alle op deze locatie gevestigde restaurants gemeen dat grotere groepen een belangrijk deel van de omzet vormt/vormde. Of het nu een verjaardag, een bruiloft, een afscheid of een personeelsuitje is: eten met een grotere groep heeft nagenoeg altijd een dergelijke aanleiding. Buiten dat leent de locatie zich uitstekend voor thematische events, waarvan alle genoemde concepten in meer of mindere mate gebruik maakten. Dat was en is allemaal toegestaan op grond van de bestemmingsplanregels en het huidige Omgevingsplan gemeente Amsterdam.

3.3.

Het ontwerp wijzigingsbesluit lijkt daar verandering in te gaan brengen. Niet door al een specifiek gebruiksdoel aan de Herengracht 88A toe te kennen, maar wel door de nieuwe gebruiksdoelen op te nemen in het Omgevingsplan gemeente Amsterdam. Op het moment dat met een volgend ontwerp wijzigingsbesluit alsnog een specifiek gebruiksdoel aan de Herengracht 88A wordt toegekend, kan aan de definitie daarvan niets meer worden gedaan.

3.4.

Wellicht kan worden betoogd dat in dat geval zal moeten worden verzocht ter plaatse het gebruiksdoel ‘zware horeca’ te laten gelden, maar dat zal vast niet de bedoeling van uw gemeente zijn.

3.5.

Definities onduidelijk De term ‘zaalverhuur voor feesten en partijen’ is in bijlage I bij de planregels gedefinieerd als ‘het op structurele basis bedrijfsmatig beschikbaar stellen van ruimte binnen een horecazaak ten behoeve van feesten voor grotere groepen, al dan niet besloten of tegen entreegeld.’

3.6.

Uit de toelichting op het ontwerp wijzigingsbesluit blijkt dat zaalverhuur voor feesten en partijen uitsluitend zal worden toegestaan binnen een locatie bedoeld voor ‘zware horeca’. Het gebruiksdoel zware horeca is blijkens de plantoelichting bedoeld voor disco’s en nachtclubs.

3.7.

Het vorenstaande zou betekenen dat zaalverhuur voor feesten en partijen dan niet meer zou zijn toegestaan in bijvoorbeeld restaurants en cafés. Zo moet het evenwel niet worden opgevat, aldus – alweer – de plantoelichting.

2

Zaalverhuur voor feesten en partijen moet niet te ruim worden opgevat. Het reserveren en gebruik van beschikbare tafels in bijvoorbeeld een restaurant voor een afscheidsborrel, verjaardag of huwelijksfeest valt binnen de normale exploitatie van een restaurant, en valt niet onder het begrip zaalverhuur. Zaalverhuur ziet op het aan derden in gebruik geven van een zaal onder betaling van huurpenningen voor activiteiten die los staan van de normale exploitatie van de horecagelegenheid. Dit kan ook gebeuren in combinatie met het verstrekken van eten en drinken. Het reserveren van alle tafels in een restaurant voor één groep valt hier niet onder. Dat in die situatie feitelijk maar één gezelschap van het restaurant gebruik maakt, maakt niet dat het gebruik van het restaurant in relevant opzicht verschil van de situatie dat de tafels door verschillende groepen worden gebruikt. Het reserveren en gebruiken van alle tafels in een restaurant door één gezelschap is dan ook geen zaalverhuur voor feesten en partijen (zie ook ECLI:NL:RVS:2018:2221, 4 juli 2018).

3.8.

De bedoeling van de planwetgever komt evenwel niet overeen met de letterlijke tekst van de definitie van ‘zaalverhuur voor feesten en partijen’. Deze definitie is klip en klaar en is derhalve niet voor meerdere uitleg vatbaar. Deze kan dan ook niet ruim of krap worden opgevat, al naar gelang uw gemeente dit prettig vindt. De definitie zal worden opgevat conform de letterlijke tekst. Dit is immers vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.1

3.9.

Het vorenstaande betekent simpelweg dat zaalverhuur voor feesten en partijen op grond van het ontwerp wijzigingsbesluit niet is toegestaan bij onder meer de gebruiksdoelen reguliere en middelzware horeca. Dit zal tot gevolg hebben dat onder meer restaurants en cafés niet langer op structurele basis een ruimte beschikbaar mogen stellen voor feesten voor grotere groepen. Nu dit niet wenselijk is en ook niet in overeenstemming met de bedoeling van uw gemeente, kan het wijzigingsbesluit op dit punt niet conform het ontwerp worden vastgesteld.

3.10.

Andere activiteiten Aangegeven is dat met het ontwerp wijzigingsbesluit wordt voorzien in een vertaling van het Horecabeleid 2025 in het Omgevingsplan. In het Horecabeleid 2025 is evenwel ook aangegeven dat andere activiteiten, zoals bijvoorbeeld yoga, poolen, een puquiz of een knutselhoekje onder voorwaarden zijn toegestaan in de horeca.2 Dit blijkt niet uit het ontwerp wijzigingsbesluit. Hiermee zou de indruk kunnen worden gewekt dat dergelijke activiteiten niet langer zijn toegestaan in de horeca. Dat lijkt niet de bedoeling van de planwetgever te zijn geweest, zodat ook hierom het wijzigingsbesluit niet conform het ontwerp kan worden vastgesteld.

4. CONCLUSIE 4.1.

1 2

Uit het vorenstaande blijkt dat het ontwerp wijzigingsbesluit in strijd is met de wet (waaronder de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht), het gemeentelijk beleid en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel). Daarnaast zijn de belangen van

Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2020:936. P. 64, bijlage 5.

3

cliënte niet, althans onvoldoende, meegewogen. Het definitieve omgevingsplan kan dan ook niet conform het ontwerp wijzigingsbesluit worden vastgesteld. 4.2.

Cliënte wenst haar zienswijze graag nader mondeling toe te lichten.

4

Gemeente Amsterdam Directeur Ruimte en Duurzaamheid t.a.v. R.C. Bakker Postbus 2758 1000 CT AMSTERDAM

Amsterdam, 7 oktober 2025 Betreft: zienswijze tegen Wijzigingsbesluit Omgevingsplan Gemeente Amsterdam: toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties

Geachte heer Bakker, KHN Amsterdam wenst via deze weg haar zienswijze kenbaar te maken met betrekking tot bovengenoemd wijzigingsbesluit. 1.Onbedoelde beperkingen voor afhaalmogelijkheden In het wijzigingsbesluit wordt het afhalen van maaltijden uitsluitend beschreven in de context van fastservice bedrijven. Daarbij is bepaald dat bij lichte en reguliere horeca enkel etenswaren mogen worden verstrekt die geen voorbereidingshandeling ter plaatse behoeven. Concreet betekent dit dat het verwarmen, garen, beleggen en ontdooien niet is toegestaan.

Wij verzoeken daarom om een ruimere en duidelijkere formulering, zodat er geen onbedoelde beperkingen ontstaan voor reguliere en lichte horeca. Het beleid zou moeten aansluiten bij de bestaande praktijk waarin het afhalen van etenswaren al breed voorkomt en dit een gangbare service is voor een gemiddeld restaurant. KHN Amsterdam vindt dat dit duidelijker moet worden geregeld. 2. Opgenomen horeca-categorie en terras Op welk moment treden de regels van het omgevingsplan in werking, zodat een horecabedrijf kan zien of de juiste horecacategorie en eventueel terras zijn opgenomen? Uit de toelichting blijkt dat het plan niet in een keer voor de hele stad wordt vastgesteld maar stapsgewijs per gebied wordt ingevoerd. Wanneer kan een horecabedrijf controleren of zijn situatie correct is weergegeven in het omgevingsplan? En hoe wordt hij daar tijdig over geïnformeerd. Er is immers nog een mogelijkheid tot inspraak.

www.khn.nl/Amsterdam KHN Amsterdam Amstel 138 1017 AD AMSTERDAM

amsterdam@khn.nl

KONINKLIJK VERBOND VAN ONDERNEMERS IN HET HORECA- EN AANVERWANTE BEDRIJF ‘ HORECA NEDERLAND’

Deze bepaling sluit niet aan bij de dagelijkse praktijk. In vrijwel alle reguliere horecabedrijven worden broodjes, salades of andere lichte maaltijden bereid en meegegeven aan gasten. Het verschil tussen een belegd en een onbelegd broodje is in de praktijk bovendien niet handhaafbaar en leidt tot willekeur in de toepassing.

De nieuwe ‘zwaarte’-categorieën worden opgenomen in het omgevingsplan. Hoe verhoudt dit zich tot de oude bestemmingsplannen? Onder welke categorie valt bestaande horeca? Kan het voorkomen dat er wordt afgeweken, bijvoorbeeld wanneer er lichter gebruik plaatsvindt dan nu formeel is toegestaan? Verder geldt dat bestaande terrassen een nieuwe omgevingsvergunning van rechtswege krijgen op grond van het Horecabeleid 2025. In dit ontwerp staat: alleen voor rechtmatige terrassen. KHN Amsterdam heeft in het kader van, bijvoorbeeld, de nieuwe precarioverordening al geconstateerd, en dit is door de gemeente Amsterdam ook als zodanig erkend, dat de administratie van alle terrassen binnen de gemeente zelf niet goed op orde is. Een bestaand probleem is ook dat er soms wel een exploitatievergunning is voor een terras, maar dit is niet ruimtelijk geregeld. Ook dit is voor bedrijven allemaal heel lastig te checken. Waar het KHN Amsterdam om gaat is dat (1) horecaondernemers niet de dupe worden van onvolkomenheden in de fouten in de administratie van de gemeente en (2) dat bestaande exploitatievormen en terrassen (bestaande rechten) op een juiste manier worden opgenomen in het omgevingsplan, ook in de gevallen waarin een ondernemer feitelijk een bedrijf in een lichtere horeca-categorie exploiteert maar een zwaardere categorie is toegestaan.

In het laatste geval moet het omgezet worden in de zwaardere categorie. Daarnaast (3) moet dit alles voor de horecabedrijven zelf ook controleerbaar zijn, met daarbij een met rechtswaarborgen omklede juridische route als dit toch verkeerd blijkt te gaan. Hoe gaat de gemeente dit waarborgen en zorgen dat ondernemers tijdig en rechtstreeks geïnformeerd worden? 3. Zalenverhuur Er is altijd aangegeven dat bestaande horecabedrijven alle huidige activiteiten kunnen blijven doen. Kijkend naar de nieuwe regel is de activiteit “zalenverhuur” alleen bij de zwaarste horecacategorie opgenomen. Dit doet geen recht aan de huidige situatie.

Uit de toelichting bij dit wijzigingsbesluit blijkt dat dit mag als onderdeel van “de normale bedrijfsvoering”. Dit is dus tegenstrijdig en komt erop neer dat horecabedrijven niet hun bestaande activiteiten kunnen blijven uitvoeren, en dat druist in tegen het rechtszekerheidsbeginsel. 4. Hoe is geborgd dat horecabedrijven hun bestaande activiteiten mogen blijven doen? In het verlengde van het voorgaande: er is altijd aangegeven dat horecabedrijven hun huidige activiteiten kunnen blijven doen maar is dit wel voldoende geborgd? De stadsdelen gaan een en ander nog verder invullen, en onduidelijk is hoe dat dan eruit gaat zien.

2/4

KONINKLIJK VERBOND VAN ONDERNEMERS IN HET HORECA- EN AANVERWANTE BEDRIJF ‘ HORECA NEDERLAND’

Ook bijvoorbeeld bij cafés, restaurants en hotels komt het regelmatig voor dat er een (aparte) zaal/ruimte wordt verhuurd ten behoeve van een verenigingsactiviteit, verjaardag of (bedrijfs)feest. Dergelijke activiteiten komen feitelijk neer op zaalverhuur en volgens het wijzigingsbesluit mag dit alleen nog plaatsvinden in de zwaarste horeca-categorie.

De ontheffing van sluitingstijden is nu enkel voorbehouden aan fastfoodbedrijven en niet aan de reguliere categorie, zoals restaurants. Dit sluit niet aan bij de praktijk, waarin er al concepten bestaan die langer geopend zijn, aantoonbaar voorzien in een behoefte en functioneren zonder overlast. Daarnaast belemmert deze beperking de ontwikkeling van nieuwe en innovatieve horecaconcepten in het reguliere segment. Hoe garandeert de gemeente dat dit mogelijk blijft voor bedrijven die vallen in de reguliere horeca-categorie? 5. Dansvloer In de categorie “Zware horeca” is het toegestaan om (een deel van) de ruimte als dansvloer in te richten. Tegelijkertijd beschikken er nu ook horecabedrijven in de categorie regulier of middelzwaar over de mogelijkheid om een dansvloer te realiseren, zij het beperkt tot maximaal 20% van de vloeroppervlakte. Deze regeling geldt echter slechts in een beperkt aantal stadsdelen. Hoe wordt bij een neutrale overzetting naar het omgevingsplan gegarandeerd dat deze bestaande rechten voor betreffende horecabedrijven behouden blijven? 6. Geluidsniveau De bestaande regels uit het activiteitenbesluit milieubeheer zijn als bruidsschat opgenomen in het tijdelijk omgevingsplan Amsterdam. Daarin geldt dat achtergrondmuziek tot 80 dB(A) binnen is toegestaan.

Door in het Wijzigingsbesluit nu een lagere norm van 75 dB(A) op te nemen, wordt zonder noodzaak afgeweken van de bestaande regels en ontstaat een strengere beperking voor horecaondernemers. Dit is onnodig, omdat de bestaande geluidsnormen al voldoende bescherming bieden tegen geluidsoverlast. Het terugbrengen naar 75 dB(A) creëert rechtsonzekerheid en tast bestaande rechten aan.

Wij willen dat wordt aangesloten bij de bestaande norm van 80 dB(A) en dat deze wordt opgenomen in het definitieve beleid.

8. Bijlage X: huidige (ruimere) avondzaaktijden. Als onderdeel van het wijzigingsbesluit is in Bijlage X een lijst opgenomen die nu verruimde openingstijden hebben (de “avondzaaktijden”): - zondag/donderdag: 09:00/03:00 uur - vrijdag/zaterdag: 09:00/04:00 uur. Deze tijden blijven van kracht. In hoeverre is dubbel gecheckt dat deze lijst volledig en juist is? En hoe gaat de gemeente ermee om als een bedrijf onterecht niet op deze lijst blijkt te staan? Verder is er in de raad een motie aangenomen die stelt dat fastfoodzaken, met zitgelegenheid, die zich binnen een straal van 150 meter van een discotheek/club bevinden, verlengde openingstijden mogen krijgen. In hoeverre is deze motie verwerkt in dit wijzigingsbesluit?

3/4

KONINKLIJK VERBOND VAN ONDERNEMERS IN HET HORECA- EN AANVERWANTE BEDRIJF ‘ HORECA NEDERLAND’

7. Bruto vloeroppervlakte Het wijzigingsbesluit bevat voor fastfood horeca een maximum bruto vloeroppervlakte. In hoeverre kan dat een knelpunt zijn, bijvoorbeeld als een bedrijf groter is dan dat maximum?

9. Experimenteerbepaling Nieuw in de APV is de “experimenteer-bepaling”, die ons volstrekt onduidelijk is. Wat is het idee hierachter, wat wil de gemeente hier nu mee bereiken, en hoe vindt de evaluatie plaats? Kennelijk kan er gedurende 1 jaar worden “geëxperimenteerd”, welke impact kan dat hebben op de bestaande horeca?

We hopen dat u onze argumenten meeneemt in de verdere behandeling van dit dossier. We staan open voor een constructieve dialoog en zijn graag bereidt om onze inzichten nader toe te lichten.

4/4

KONINKLIJK VERBOND VAN ONDERNEMERS IN HET HORECA- EN AANVERWANTE BEDRIJF ‘ HORECA NEDERLAND’

Met vriendelijke groet,

ZIENSWIJZE: Horecabeleid 2025 Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan Amsterdam 13 Oktober 2025 aangetekend per post verstuurd + per e-mail R.C.Bakker@amsterdam.nl Aan Gemeenteraad van Amsterdam T.a.v. R.C. Bakker Directeur Ruimte & Duurzaamheid Postbus 2758 1000 CT Amsterdam Geachte leden van de Gemeenteraad, Mijn naam is van de

.

Toen ik hier ging wonen werd wonen boven winkels gestimuleerd. Woonbuurt veranderd in uitgaansgebied Ik maak mij ernstig zorgen over de leefbaarheid van het gebied Prinsengracht / Amstelveld / Utrechtsestraat. Onze woonomgeving is in korte tijd veranderd in een uitgaansgebied met alle overlast en druk op de leefomgeving van dien. M.i. zijn de problemen in 2016 begonnen met het vergunnen van het brugvleugel terras aan Café Bouwman. De zienswijzen van de buurt zijn toen nietig verklaard. De gemeente vond het een goede toevoeging voor de buurtbewoners. Inmiddels is anders gebleken, het Café en de terrassen hebben al voor veel overlast gezorgd. Iets verderop op de hoek van de Prinsengracht / Amstelveld is het aloude rustige buurtcafé Marcella 3 jaar geleden door de nieuwe eigenaar getransformeerd tot massale hotspot met late sluitingstijden. De vorige eigenaar hanteerde vroege sluitingstijden, was gericht op de buurt en er was nooit overlast. Schuin t/o Café Bouwman bevindt zich Café De Ooievaar en dit Café is ook aan het veranderen, veel luidruchtiger dan voorheen. Er is nu een vergunning aangevraagd voor het verplaatsen van het verscholen terrasje achter de bloemenstal. De bloemenstal verdwijnt binnenkort en De Ooievaar wil die plek invullen. De prominente verplaatsing is een

heel andere impact op de buurt dan de huidige plek. Dit betekent op beide brugvleugels een terras ! Dit gaat absoluut nog meer stemgeluid opleveren, dit moet m.i. meegewogen worden. De bewoners komen niet aan een normale nachtrust toe. De 3 Cafés ( zonder Brasserie Nel !) meten samen meer dan 150m2 terrassen op geringe afstand van elkaar. Het lawaai van stemgeluid en het komen en gaan in de nachtelijke uren is onacceptabel. Overdag zijn terrassen een toevoeging voor de buurt, in de avond/ nacht een overlast. Binnenkort krijgt Brasserie Nel een nieuwe uitbater, ik houd mijn hart vast. Naar verwachting zal ook dit horeca object maximaal benut gaan worden. De terrassen van de Cafés zijn vaak groter dan de binnenruimten: Café Bouwman 35m2 + terrassen 53m2 Café Marcella 35m2 + terrassen 72m2 Café De Ooievaar 50m2 + terrassen 28m2 + Brasserie Nel - geen gegevens - maar mega groot terras Dit is zo dicht bij elkaar te massaal in een woonbuurt. De openingstijden en regels van het Omgevingsplan moeten middels maatwerk aangepast worden aan de leefbaarheid voor de bewoners die behoren bij een woonbuurt. Het belang van tijdige handhaving Middels het volgende voorbeeld wil ik het belang van tijdige handhaving kenbaar maken. In mijn zienswijze ingediend 13 oktober 2022 / geregistreerd onder nr.

59 heb ik al mijn zorgen geuit over Café Bouwman dat sinds de nieuwe eigenaresse was verworden tot feestcafé met luide muziek tot diep in de nacht. In die zienswijze had ik mij er al bijna bij neergelegd, ik was moe gestreden. Het heeft mij veel woonplezier ontnomen. Jarenlang heeft de eigenaresse zich verscholen achter het feit dat ze een limiter had, dus zij was niet in overtreding, het lag volgens haar aan mij. Vele malen heb ik een melding bij handhaving gedaan. Uiteindelijk is er 8 april 2023 midden in de nacht door handhaving een geluidsmeting in mijn woning gedaan en bleek dat de muzieknorm ruim werd overschreden. Er is die avond geconstateerd dat er op de limiter een illegale knop zat waarmee de limiter werd omzeild.

Ik ben jarenlang misleid, mijn volhardendheid heeft er na 7 jaar toe geleid dat binnenshuis de muziekoverlast niet meer wordt ervaren. Het heeft mij helaas jaren van slapeloosheid en ergernis gekost. Als handhaving de limiter eerder had gecontroleerd dan was het geen feestcafé geworden. De bewijslast wordt teveel bij de buurtbewoners die overlast ervaren gelegd. Als handhaving 2 jaar geleden bij mij binnenshuis geen meting had gedaan was de limiter niet gecontroleerd. Ik kan me voorstellen dat de truc met de ‘geheime’ limiterknop veel vaker voorkomt in de horeca. Cafés met muzieklimiters in woonbuurten waar muziekoverlast in woningen wordt ervaren zouden m.i. proactief gecontroleerd moeten worden. Ik denk dat het antwoord zal zijn, dat bij handhaving de capaciteit hiervoor ontbreekt.. Meeste overlast wordt nu veroorzaakt door de terrassen. De terrassen zijn zo drukbezocht dat inmiddels het cumulatieve stemgeluid en het komen en gaan van bezoekers in de nachtelijke uren de grootste overlast veroorzaken. De nu geldende openingstijden passen niet in een overwegend dichtbevolkte woonbuurt. Ik hoop met plezier oud te kunnen worden in mijn huidige woning, maar de leefomgeving staat enorm onder druk door de uitbreiding van de horeca en de vergunde openingstijden.

De terrassen beslaan een groter oppervlak dan de binnenruimten van de Cafés, hierdoor verplaatst het horecagebruik zich tevens maximaal in de woonomgeving. De terrassen worden aangegeven met piket punten, deze worden in de meeste gevallen overschreden, door zoveel mogelijk zitplaatsen te creëren. Het zou beter zijn om aan de vergunde aantal m2 een maximum aan zitplaatsen toe te wijzen, dat schept meer duidelijkheid. Ik verzoek u om de belangen van de bewoners zwaar mee te laten wegen en de sluitingstijden en overige regels via maatwerk aan te passen aan een woonbuurt.

AANGETEKEND De Gemeente Amsterdam Directeur Ruimte en Duurzaamheid t.a.v. R.C. Bakker Postbus 2758 1000 TC Amsterdam tevens per mail: r.bakker@amsterdam.nl

Amsterdam, 21 oktober 2025

Onze referentie

: 20171906-M&M

Uw referentie

:-

Betreft

: Gronden zienswijze inzake ontwerp wijziging omgevingsplan inzake o.a. horeca

Geachte heer Bakker, Namens cliënte, Morgan en Mees Amsterdam BV, heb ik op 13 oktober een pro forma zienswijze ingediend tegen het “ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties”, hierna: Ontwerpplan. In deze brief treft u de gronden van de zienwijze. In deze zienswijze wordt de artikelsgewijze volgorde van het Ontwerpplan zoveel als mogelijk aanhouden bij de opmerkingen, c.q. onduidelijkheden. I.

Verzoek bevestiging: regels inzake horecaterrassen niet van toepassing op binnenterras

1.

M&M beschikt als over twee terrassen: één terras op de openbare weg en één binnenterras welke is gelegen binnen haar eigen ‘muren’, op haar eigen terrein.

2.

In figuren 1 t/ 3 treft u voor de duidelijkheid een aantal foto’s van het binnenterras. Het binnenterras ligt binnen de besloten ruimte van haar horecazaak, ligt ten dele onder een vaste overkapping en is voor het overige van bovenaf afsluitbaar door middel van een luifel.

3.

Gelet op het begrip horecaterras concludeert cliënte dat haar binnenterras niet als horecaterras in de zin van het Omgevingsplan kwalificeert. Horecaterras is gedefinieerd als “buiten de besloten ruimte liggend deel van een horecazaak dat als zodanig herkenbaar is als een gelegenheid waar bedrijfsmatig dranken worden geschonken of etenswaren en/of waterpijpen worden verstrekt voor directe consumptie op het horecaterras.”

4.

Kan worden bevestigd dat het begrip horecaterras géén betrekking heeft op haar binnenterras?

5.

Dit is voor cliënte relevant, omdat de regels in het Ontwerpplan niet aansluiten bij het huidige gebruik van haar binnenterras. Zo wordt op het binnenterras altijd achtergrondmuziek vanuit kleine speakers ten gehore gebracht, vinden op dit terras aanvullende activiteiten plaats,

Hemwood | Keizersgracht 477 | 1017 DL Amsterdam T +31 (0)20 30 50 120 | E info@hemwood.nl | W hemwood.nl

6.

Voor zover onverhoopt zou zijn bedoeld het binnenterras van cliënte wél onder de kwalificatie ‘horecaterras’ te laten vallen, verzoek ik u het Ontwerpplan op onderdelen aan te passen, zodat het huidige gebruik van het binnenterras kan worden voortgezet. In de volgende alinea’s licht ik toe welke artikelen aanpassing behoeven.

II.

Artikel 3.72

1.

In artikel 3.72 lid 1 (in combinatie met lid 3) is het reguliere gebruik van een horecaterras beperkt tot het schenken van dranken en verstrekken van etenswaren voor directe consumptie. Ingevolge lid 3 is het tweemaal per jaar toegestaan andere activiteiten op een terras te ontplooien.

2.

Deze inperking is nieuw en geldt op dit moment niet voor het terras van cliënte (noch voor vele andere terrassen in de stad). Deze regeling levert een inperking op van de thans toegestane én aanwezige situatie, omdat het binnenterras van cliënte ook wordt gebruikt voor kleinschalige events, huwelijken, borrels, etc. Voor sommige van die events worden de tafels en stoelen weggehaald en komen er statafels op het terras te staan. Niet duidelijk is of en zo ja wanneer dergelijke activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Ook wordt op het terras muziek vanuit speakers ten gehore gebracht.

3.

De uitzondering zoals opgenomen in lid 3 (tweemaal per jaar zijn andere activiteiten toegestaan) is in ieder geval niet toereikend. Het is voor cliënte ook niet wenselijk het ‘nietreguliere’ gebruik van het terras via een x-aantal uitzonderingen toe te staan. Die inperking geldt op dit moment immers ook niet.

4.

Cliënte constateert dat er geen aanleiding is de huidige gebruiksmogelijkheden en het huidige gebruik van haar binnenterras in te perken, c.q. niet meer toe te staan. Bovendien is cliënte niet voornemens dat gebruik te staken.

5.

Cliënte verzoekt u dan ook de beperkingen uit artikel 3.72 (met uitzondering van lid 2) niet van toepassing te laten zijn op haar binnenterras.1

6.

Artikel 3.73

7.

In artikel 3.73 is een aantal beperkingen opgenomen met betrekking tot te plaatsen objecten op het terras. Deze beperkingen zijn begrijpelijk voor zover het gaat om terrassen die zich op de openbare weg bevinden. Deze beperkingen kunnen evenwel niet bedoeld zijn voor het binnenterras van cliënte.

8.

Bovendien wordt het binnenterras van cliënte vanuit de gevel én vanonder de luifel verwarmd. Cliënte verzoekt u daarom het verbod uit lid 2 niet van toepassing te laten zijn en het verbod uit lid 1 af te stemmen op de gebruiksmogelijkheden die tot op heden voor het binnenterras gelden (dus geen inperking tot gebruik ex artikel 3.72 lid 1).

9.

Artikel 3.74

10.

De openingstijden zoals opgenomen in artikel 3.74 zijn afdoende voor de beide terrassen van cliënte. Echter, het bepaalde in artikel 3.76 lid 3 zorgt ervoor dat die tijden worden ingeperkt, conform de huidige exploitatievergunning.

1

De inperking uit lid 2 kan overigens in stand blijven, van gebruik van waterpijpen is geen sprake. 3/5

11.

Cliënte verzoekt die inperking voor de openingstijden van het winterterras uit de exploitatievergunning niet van toepassing te laten zijn voor haar binnenterras, maar aan te laten sluiten bij de openingstijden conform lid 2 en anders in ieder geval te verruimen van 8:00 uur tot 21:00 uur (in de exploitatievergunning is opgenomen: 10:00 uur-20:00 uur).

Artikel 3.76 12.

Op grond van lid 2 geldt voor bestaande legale terrassen een vergunning van rechtswege voor de ‘omgevingsplanactiviteit horecaterras’. Daaraan is de voorwaarde gekoppeld dat die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van het vast te stellen Ontwerpplan.

13.

Deze voorwaarde leidt tot veel (rechts)onzekerheid: hoe wordt de aard en omvang bepaald en geïnterpreteerd en welk moment, c.q. tijdspanne is bepalend? Voor zover cliënte uit het Ontwerpplan opmaakt, is niet bedoeld de huidige gebruiksmogelijkheden van terrassen weg te bestemmen. Daar is ook geen enkele aanleiding toe.

14.

Cliënte stelt voor deze bepaling te herformuleren in die zin dat de volgende zinsnede wordt verwijderd ‘, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van die wet’. Dat heeft tot gevolg dat de huidige gebruiksmogelijkheden voor een terras (conform exploitatievergunning en ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan) mogen worden voortgezet.

15.

In dat kader wordt ook verzocht te bevestigen dat in de vergunning van rechtswege geen voorschriften worden verbonden aan het maximumaantal zit- en staplaatsen.

16.

Vanwege de nieuw gecreëerde vergunningplicht – weliswaar met een vergunning van rechtswege – is de verhouding tot het overgangsrecht in artikel 23.5 niet duidelijk. Verzocht wordt te verduidelijken dat het overgangsrecht in artikel 23.5 niet van toepassing is.

III.

Artikel 3.77 / 3.79

17.

In deze artikelen zijn de beoordelingsregels en aanvraagvereisten opgenomen voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras. Deze artikelen zijn ook van toepassing indien een verzoek tot wijziging van een omgevingsplanactiviteit horecaterras wordt ingediend. Kunnen de beoordelingsregels voor dergelijke gevallen worden ‘versoepeld’? Bijvoorbeeld door een lid toe te voegen waarin wordt beschreven dat in die gevallen mede rekening wordt gehouden met de bestaande situatie? Hetzelfde geldt voor de aanvraagvereisten zoals opgenomen in artikel 3.79. Zo zal een onderzoek naar stemgeluid niet altijd noodzakelijk zijn bij een verzoek tot wijziging van de vergunning, terwijl dit nu wel altijd als indieningsvereiste is voorgeschreven.

18.

In artikel 3.77 lid 4 wordt verwezen naar art. 3.18 APV. Wat is met deze verwijzing beoogd? In de ontwerp APV staat enkel dat dat artikel komt te vervallen.

IV.

Artikel 3.80

19.

In artikel 3.80 is opgenomen dat een vergunning (welke al dan niet van rechtswege is verkregen) komt te vervallen op het moment dat bij een wijziging van het omgevingsplan geen aanduiding voor een horecaterras wordt opgenomen voor het betreffende terras.

20.

In combinatie met het overgangsrecht in artikel 23.6 lid 2 heeft dit – naar verwachting - tot gevolg dat het gebruik van een terras waarvan de ‘aanduiding’ is verwijderd onder het stringente overgangsregime valt uit artikel 23.5. Dit is een forse inperking van de

4/5

Bezoekadres Straatnaam 25 0000 AA Amsterdam Postbus 000 0000 AA Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl

Retouradres: Postbus 000, 0000 AA Amsterdam

VERTROUWELIJK/PERSOONLIJK Hemwood Keizersgracht 477 1017 DL Amsterdam

15 maart 2023 [Ons kenmerk] Uw kenmerk 20171906-M&M Behandeld door Remco Bakker, Ruimte & Duurzaamheid, 0683634118, r.c.bakker@amsterdam.nl Kopie aan [Namen] Bijlage(n) [Omschrijving bijlage(n)] Datum

Ons kenmerk

Onderwerp

Pro forma zienswijze inzake ontwerp wijzging omgevingsplan inzake o.a. horeca

Geachte Per brief, gedateerd 13 oktober 2025, binnengekomen 15 oktober, heeft u namens Yellow House BV een pro forma zienswijze ingediend met betrekking tot het ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties. U verzoekt daarbij een nadere termijn van 3 weken te geven voor het indienen van de gronden van de zienswijze. U geeft niet aan waarom het niet mogelijk is geweest binnen de wettelijk gestelde termijn een zienswijze voorzien van inhoudelijke gronden in te dienen. U heeft tot het laatst mogelijke moment gewacht om uw verzoek in te dienen. Er is een groot belang gemoeid met spoedige besluitvorming, omdat een groot aantal bestemmingsplannen voor 2032 moet zijn vervangen, en bestemmingsplannen met daarin horeca in afwachting zijn van dit besluit. Gelet hierop geven wij u tot en met 22 oktober 2025 de tijd voor het indienen van de gronden van de zienswijze. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Amsterdam, namens dezen

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

AANGETEKEND De Gemeente Amsterdam Directeur Ruimte en Duurzaamheid t.a.v. R.C. Bakker Postbus 2758 1000 TC Amsterdam

tevens per mail: r.bakker@amsterdam.nl

Amsterdam, 22 oktober 2025

Onze referentie

: 20171906

Uw kenmerk

:-

Betreft

: Yellow House – gronden van de zienswijze inzake ontwerp wijziging omgevingsplan inzake o.a. horeca

Geacht heer Bakker, Namens cliënte, Yellow House BV, heb ik op 13 oktober 2025 een pro forma zienswijze ingediend tegen het “ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties”, hierna: Ontwerpplan. In deze brief treft u de gronden van de zienwijze. In deze zienswijze wordt de artikelsgewijze volgorde van het Ontwerpplan zoveel als mogelijk aanhouden bij de opmerkingen die cliënte heeft, c.q. onduidelijkheden die cliënte tot op heden op basis van de regeling heeft kunnen ontdekken. I.

Verzoek bevestiging: regels inzake horecaterrassen niet van toepassing

1.

Cliënte beschikt over een terras dat niet op openbaar gebied of grenzend aan de weg/stoep is gelegen, maar op gronden die deel uitmaken van de ‘bedrijfscampus’ Imagewharf. Daarbij is haar terras op één van de ‘plateau’s’ gelegen en ingeklemd tussen de bedrijfsbebouwing van de ‘campus’. Hierdoor is het terras aan te merken als een besloten ruimte en geen horecaterras in de zin van het Omgevingsplan. In figuren 1 en 2 is het terras weergegeven.

2.

Horecaterras

is

gedefinieerd

als

“buiten

de

besloten

ruimte

liggend

deel

van

een horecazaak dat als zodanig herkenbaar is als een gelegenheid waar bedrijfsmatig dranken worden geschonken of etenswaren en/of waterpijpen worden verstrekt voor directe consumptie op het horecaterras.” 3.

Kan worden bevestigd dat subparagraaf 3.2.13.5 (horecaterrassen) niet van toepassing is op haar terras, gelet op het begrip ‘horecaterras’?

4.

Indien – onverhoopt – beoogd is haar terras wel onder het begrip ‘horecaterras’ te laten vallen, zet ik in de volgende alinea’s uiteen om welke redenen het Ontwerpplan op onderdelen aanpassing behoeft.

Hemwood | Keizersgracht 477 | 1017 DL Amsterdam T +31 (0)20 30 50 120 | E info@hemwood.nl | W hemwood.nl

7.

Deze inperking is nieuw en geldt op dit moment niet voor het terras van cliënte (noch voor vele andere terrassen in de stad). Deze regeling levert een inperking op van de thans toegestane én aanwezige situatie. Zo wordt er op het terras van cliënte op reguliere basis gekookt, worden er exposities gehouden, etc.

8.

De uitzondering zoals opgenomen in lid 3 (tweemaal per jaar zijn andere activiteiten toegestaan) is niet toereikend. Het is voor cliënte ook niet wenselijk het ‘niet-reguliere’ gebruik van het terras via een x-aantal uitzonderingen toe te staan. Die inperking geldt op dit moment immers ook niet.

9.

Cliënte constateert dat er geen aanleiding is de huidige gebruiksmogelijkheden en het huidige gebruik in te perken, c.q. niet meer toe te staan. Bovendien is cliënte niet voornemens dat gebruik te staken.

10.

Cliënte verzoekt u dan ook de beperkingen uit artikel 3.72 (met uitzondering van lid 2) niet van toepassing te laten zijn op haar binnenterras.1

IV.

Artikel 3.73

11.

Op grond van artikel 3.73 lid 2 is geen verwarming op een terras toegestaan, anders dan aan de gevel. Hiermee voegt het Omgevingsplan een nieuw verbod toe ten opzichte van de huidige situatie en beperkt daarmee de huidige gebruiksmogelijkheden. Voorts ontstaat hiermee een situatie waarin enerzijds verwarming op grond van de – nog steeds geldende exploitatievergunning – is toegestaan, en anderzijds dit op grond van het Ontwerpplan niet is toegestaan.

12.

Uit de plantoelichting volgt niet waarom dit verbod noodzakelijk wordt geacht en hoe hierbij rekening is gehouden met terrassen die in de huidige situatie gebruik maken van verwarming via – bv – parasols of standalone terrasverwarmers.

13.

Voorts is het op grond van artikel 3.73 lid 3 enkel toegestaan objecten op het terras te hebben die kunnen worden verwijderd. Nu het terras van cliënte op eigen terrein is gelegen, zal er geen discussen over bestaan dat deze bepaling niet op haar terras van toepassing is. Deze bepaling is immers geschreven voor terras die gelegen zijn op de openbare weg, zodat eventueel noodzakelijk onderhoud kan plaatsvinden.

14.

Cliënte verzoekt artikel 3.73 in zijn geheel niet van toepassing te laten zijn voor haar terras.

V.

Artikel 3.76 / 3.78

15.

Op grond van lid 2 geldt voor bestaande legale terrassen een vergunning van rechtswege voor de ‘omgevingsplanactiviteit horecaterras’. Daaraan is de voorwaarde gekoppeld dat die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van het vast te stellen Ontwerpplan.

16.

Deze voorwaarde leidt tot veel (rechts)onzekerheid: hoe wordt de aard en omvang bepaald en geïnterpreteerd en welk moment, c.q. tijdspanne is bepalend? Zo wordt het terras van cliënte met regelmaat heringericht, dan weer met losse tafels en stoelen, dan weer met picknicktafels, dan weer met statafels, etc. Ook het type gebruik is wisselend, dan weer als ‘regulier terras’, dan weer voor een cultureel event of anderszins.

1

De inperking uit lid 2 kan overigens in stand blijven, van gebruik van waterpijpen is geen sprake. 3/5

17.

Voor

zover

cliënte

uit

het

Ontwerpplan

opmaakt,

is

niet

bedoeld

de

huidige

gebruiksmogelijkheden van terrassen weg te bestemmen. Daar is ook geen enkele aanleiding toe. 18.

Cliënte stelt voor deze bepaling te herformuleren in die zin dat de volgende zinsnede wordt verwijderd ‘, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van die wet’. Dat heeft tot gevolg dat de huidige gebruiksmogelijkheden voor een terras (conform exploitatievergunning en ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan) mogen worden voortgezet.

19.

In dat kader wordt ook verzocht te bevestigen dat in de vergunning van rechtswege geen voorschriften worden verbonden aan het maximumaantal zit-, c.q. staplaatsen (in afwijking van het bepaalde in artikel 3.78 lid 2).

20.

Vanwege de nieuw gecreëerde vergunningplicht – weliswaar met een vergunning van rechtswege – is de verhouding tot het overgangsrecht in artikel 23.5 niet duidelijk. Verzocht wordt te verduidelijken dat het overgangsrecht in artikel 23.5 niet van toepassing is.

VI.

Artikel 3.80

21.

In artikel 3.80 is opgenomen dat een vergunning (welke al dan niet van rechtswege is verkregen) komt te vervallen op het moment dat bij een wijziging van het omgevingsplan geen aanduiding voor een horecaterras wordt opgenomen voor het betreffende terras.

22.

In combinatie met het overgangsrecht in artikel 23.6 lid 2 heeft dit – naar verwachting - tot gevolg dat het gebruik van een terras waarvan de ‘aanduiding’ is verwijderd onder het stringente overgangsregime valt uit artikel 23.5. Dit is een forse inperking van de (rechts)bescherming t.o.v. de voorheen geldende situatie. Enige rechtvaardiging van deze regeling ontbreekt in de toelichting van het Ontwerpplan.

VII.

Artikel 3.83 / 3.85

23.

In artikel 3.83 zijn de openingstijden voor horecazaken opgenomen. Niet duidelijk is hoe de openingstijden worden bepaald voor een horecaconcept waarin verschillende horecavormen samenkomen? Gelden in dat geval de meest ruime tijden? Kan dit in de regeling worden verduidelijkt?

24.

Op grond van artikel 3.85 lid 1 gelden de in artikel 3.82 genoemde openingstijden drie jaar ná inwerkingtreding van het Ontwerpplan.

25.

Onduidelijk is wat geldt in de tussenperiode, namelijk nádat de exploitatievergunning is geëxpireerd, maar de drie jaarstermijn uit artikel 3.85 nog niet is verlopen. In de toelichting wordt benoemd dat kan worden geanticipeerd op de nieuwe regelgeving, maar een wettelijke basis hiertoe lijkt te ontbreken. Is het voor de rechtszekerheid niet beter te bepalen welke tijden voor die tussenliggende periode gelden (bv. dat tot die tijd de openingstijden blijven gelden zoals opgenomen in de exploitatievergunning)?

VIII. Artikel 3.84 26.

In artikel 3.84 lid 3 wordt verwezen naar artikel 3.82 lid 6 t/m lid 8: ik heb die leden niet aangetroffen? Kan worden verduidelijkt welke verwijzing hier is bedoeld?

4/5

M WOOD Per aangetekende post Gemeenteraad van Amsterdam p/a directeur Ruimte en Duurzaamheid t.a.v. R.C. Bakker Postbus 2758 1000 CT Amsterdam

Amsterdam, 15 oktober 2025

Onze referentie

GH/20234414

Betreft

Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Toevoeging regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties

Voorzitter, leden van de gemeenteraad, Namens clienten, Stadion Amsterdam N.V., Stadion Amsterdam C.V. en Stadion Amsterdam Exploitatie B.V., dienen wij hierbij tijdig een zienswijze in tegen het Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan

gemeente

Amsterdam:

Toevoeging

regels

over

horeca,

darkstores

en

evenementenlocaties (hierna te noemen: Ontwerp), zoals dat met ingang van donderdag 4 september 2025 gedurende een termijn van zes weken ter inzage ligt. Een kopie van de kennisgeving in het Gemeenteblad is aangehecht als Bijlage 1. De kern van deze zienswijze wordt hierna samengevat. Clienten behouden zich het recht voor om deze zienswijze op een later moment aan te vullen. Achtergrond 1.

Clienten hebben - in overleg met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en de gemeente - een zorgvuldig traject doorlopen om de omgevingsvergunning milieu aan te passen. Inmiddels is deze vergunning van 22 maart 2024 1 onherroepelijk, en gelden de vergunningvoorschriften als maatwerkvoorschriften op basis van het Omgevingsplan of het Besluit activiteiten leefomgeving. Deze maatwerkvoorschriften hebben voorrang op de algemene (milieu) regels, hetgeen is bevestigd in de reactie op de namens clienten ingediende zienswijze over de zogenoemde Basisregeling. 2

Kern van de zienswijze 2.

Het

Ontwerp

voorziet

in

een

aanvulling

van

de

Basisregeling

op

een

drietal

onderwerpen. Deze zienswijze richt zich op de wijzigingen en nieuwe bepalingen over

' Zaaknummer 11865887 en Documentnummer 26078837. 2

Zie blz. 24 van de Nota van Beantwoording zienswijzen. Hemwood I Keizersgracht 477 11017 DL Amsterdam T +31 (0)20 30 50 120 I E info@hemwood.nl I W hemwood.nl

evenementenlocaties. Weliswaar hebben deze regels na vaststelling van het Ontwerp nog geen feitelijke werking of toepassing, maar de regels kunnen wel worden toegepast als op enig moment wordt overgegaan tot het vaststellen van (nieuwe) omgevingsplannen. 3 Voor de gronden van de Johan Cruijff ArenA (hierna: ArenA) geldt het bestemmingsplan "ArenAPoort West" als tijdelijk onderdeel van het Omgevingsplan. 3.

In paragraaf 2.3.22 van het Ontwerp zijn regels opgenomen ter invulling van het gemeentelijk

evenementenbeleid.

Daarbij

is

een

structuur

geYntroduceerd

voor

het

reguleren van evenementenlocaties. De (type) beperkingen die per evenementenlocatie X 4 worden gesteld, worden nodig geacht met het oog op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Als een evenement niet - of niet meer - passend is binnen de voor een locatie gestelde beperkingen maar niettemin aanvaardbaar wordt geacht, is vereist dat naast de evenementenvergunning wordt overgegaan tot de aanvraag van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 5 4.

Een aantal onderdelen van het Ontwerp dat verband houdt met de positie van ArenA, is naar ons oordeel onduidelijk (en rechtsonzeker). Het gaat om het volgende: a. In het Ontwerp zijn voetbalwedstrijden - een belangrijke activiteit in de ArenA -niet aangemerkt als evenement. Ook is een evenementenlocatie gedefinieerd als "een locatie in de openbare ruimte bedoeld voor het met enige regelmaat houden van evenementen".

•

De

ArenA

is

geen

openbare

ruimte,

en

kwalificeert

niet

als

evenementenlocatie. Niettemin moet worden vastgesteld dat de definitie dat niet rechtstreeks uitsluit, maar slechts indirect. De ArenA hecht eraan zonodig ten overvloede en ter voorkoming van misverstanden -dat uitdrukkelijk wordt opgenomen dat zij niet als evenementenlocatie in de zin van het Ontwerp wordt aangemerkt. b. Met het oog op haar activiteiten zijn voor de ArenA maatwerkvoorschriften in het leven

geroepen. Deze

voorschriften

kwalificeren

als

bestaande

rechten

en

derogeren aan algemene regelingen zoals die in het Ontwerp zijn vervat.

•

Vastgeste/d kan worden dat de regels in het Ontwerp vergaand afwijken van het doe! en de strekking van de maatwerkvoorschriften. Met het oog daarop vindt de ArenA het wenselijk dat uitdrukkelijk wordt opgenomen dat de

regels

niet

gelden

voor

de

ArenA,

althans

dat

de

bestaande

maatwerkvoorschriften voor de activiteiten van ArenA voorgaan op de algemene regels en dat haar bedrijfsvoering door de algemene regels niet kan worden beperkt. 5.

Uitgesloten zal moeten worden dat de regels in het Ontwerp - onder meer ten opzichte van de maatwerkvoorschriften - enige beperking voor de bedrijfsvoering van de ArenA nu en in de toekomst met zich kunnen brengen.

3

Zie ook de toelichting, blz. 144-145. Met uitzondering van een aantal regels over horeca die wet al

direct overal in werking treden. Die regels zijn niet (direct) relevant voor de ArenA. 4

Zie het voorbeeldartikel 2.273 in het Ontwerp. Zie ook de toelichting, blz. 158. 2 / 3

6.

Mogelijk is aangewezen dat er voor ArenA een separate - aan de maatwerkvoorschriften gekoppelde - regeling kan worden vastgesteld, die ook deel zou kunnen uitmaken van het Ontwerp. Zo'n regeling zou recht doen aan de met de gemeente en Omgevingsdienst gemaakte afspraken, aan de unieke positie van de ArenA in Amsterdam, als ook haar belang en functie op nationaal niveau. Van belang is verder dat zo'n regeling kan bijdragen aan de rechtszekerheid voor alle betrokkenen.

Graag vernemen wij wanneer u gelegenheid heeft om met clienten in overleg to treden.

3 / 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17025799/1