CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Nota beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B GEANONIMISEERD.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 9 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B (ZD2021-017150)30.163 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “Hoogte Kadijk 145B” Inhoudsopgave Algemene opmerkingen............................................................................................... 2 Behandeling zienswijzen .............................................................................................. 3 1. Formele aspecten ............................................................................................................... 3 2. Inhoudelijke behandeling zienswijzen ................................................................................3 2.1 Zienswijze Adressant 1 …………………………………………………………….................................3 2.2 Zienswijze Adressanten 2, 3 en 4 ……………………………………………………………………………6 2.3 Zienswijze Adressant 5 ……………………………………………………………………………………….15 2.4 Zienswijze Adressant 6……………………………………………………………………………………….43 2.5 Zienswijze Adressanten 7, 8 9 en 10………………………………………………………………………44 2.6 Zienswijze Adressanten 11 en 12…………………………………………………………………………..59 2.7 Zienswijze Adressanten 13, 14 en 15………………………………………………………………..……65 2.8 Zienswijze Adressant 16 ……………………………………………………………………………………..71 3. Conclusie………………………………………………………………………………………………………….72

Gemeente Amsterdam

Pagina 2 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

Algemene opmerkingen Overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) heeft het ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B met de daarop betrekking hebbende stukken ter inzage gelegen. Hiertoe hebben op 23 juni 2021 en in verband met een rectificatie op 7 juli 2021 publicaties plaatsgevonden op de website van de gemeente Amsterdam en in de digitale Staatscourant. Het ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B heeft met ingang van respectievelijk 24 juni 2021 en 8 juli 2021 gedurende totaal 8 weken voor een ieder ter inzage gelegen, - op papier, alsook raadpleegbaar via internet- met de mogelijkheid zienswijzen in te dienen. Het bestemmingsplan maakt woonfunctie en watergebonden bedrijvigheid ter plaatse juridisch planologisch mogelijk en wordt na vaststelling het actuele toetsingskader om de omgevingsvergunning(-en) te verlenen. In deze Nota van beantwoording vatten burgemeester en wethouders de ontvangen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan en de Aanmeldnotitie m.e.r. samen en beantwoorden zij die. De beantwoording van de zienswijzen vormt als geheel een verdere verantwoording van de keuze die is gemaakt voor de uitgangspunten van en de uitwerking daarvan in het bestemmingsplan.

Voor zover de ingediende zienswijzen van gelijke aard en strekking zijn, geeft het college van burgemeester en wethouders zoveel mogelijk één antwoord op die gezamenlijke zienswijze(n) of verwijzen zij naar eerdere beantwoording. Ook waar niet uitdrukkelijk naar zienswijzen van andere adressanten wordt verwezen, moet de beantwoording van de zienswijzen in algehele samenhang worden gelezen.

2

Gemeente Amsterdam

Pagina 3 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

Behandeling zienswijzen 1. Formele aspecten Van 16 adressanten zijn 8 zienswijzen ontvangen op het ontwerpbestemmingsplan. Overeenkomstig artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan door een ieder naar voren kunnen worden gebracht. De zienswijzen van adressanten zijn binnen de gestelde termijn binnengekomen of op een later tijdstip nader aangevuld, zodat deze tijdig zijn ingediend.

2. Inhoudelijke behandeling zienswijzen 2.1.

Adressant 1

De zienswijze is ingediend door . De zienswijze is ontvangen op 3 augustus 2021. 2.1.a. Adressant merkt op dat de publicatie in de brief 'Staatscourant' niet heel duidelijk is en zal waarschijnlijk niet veel mensen inspireren om te schrijven. Beantwoording 2.1.a. Een publicatie dient aan bepaalde wettelijke voorwaarden te voldoen. Het is begrijpelijk dat de publicatie van een, in dit geval, complexe gecoördineerde terinzagelegging, inhoudende verschillende conceptbesluiten, verwarrend kan zijn en vragen kan oproepen. Om het voor omwonenden en andere belanghebbenden zo duidelijk en eenvoudig mogelijk te maken heeft de gemeente informatiebrieven verspreid en is op 5 juli 2021 een online informatieavond georganiseerd. Op deze avond zijn de omwonenden/aanwezigen geïnformeerd over alle ontwerpbesluiten waaronder het ontwerpbestemmingsplan, hoe deze ingezien kunnen worden en hoe de zienswijzen kunnen worden ingediend. Ook kregen de omwonenden/aanwezigen de gelegenheid om vragen te stellen. Hiervan is door een aantal omwonenden gebruik van gemaakt. 2.1.b. Adressant stelt te hebben beluisterd wat de koper van de Koning William werf heeft moeten betalen voor dit relatief kleine stuk grond en heeft gezien hoe verdrietig het veel mensen maakt dat deze mooie ruimte wordt volgebouwd met een enorm gebouw.

Adressant geeft aan dat het voor haar gevoel bij voorbaat onbegonnen werk is om hier tegenin te gaan. De besluiten waren in de ogen van adressant al genomen en komen uiteindelijk ten goede aan een heel klein groepje mensen. In vervolg hiervan wenst adressant een vraag beantwoord te krijgen: 3

Gemeente Amsterdam

Pagina 4 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

'Kunt u mij uitleggen welke toegevoegde waarde dit enorme bouwwerk heeft voor de buurt en de mensen die in deze buurt leven en is dat voldoende om dit mooie stuk Amsterdam voor altijd teniet te laten gaan?'. Ter onderbouwing van deze vraag merkt adressant op dat voor het huisvesten van mensen, sinds de coronacrisis, anders gekeken wordt naar bestaande bouw. Veel van deze bouw zal de komende tijd 'leeg' komen te staan. Volgens adressant interessant om als woning te gebruiken. Door nu mooie, unieke stukken Amsterdam vol te bouwen, om extra huisvesting te creëren, is in de ogen van adressant moeilijk uit te leggen. Dat de mooie uitkijk op de Hoogte Kadijk, het stukje rust in de steeds drukker wordende stad, nu wederom wordt gebruikt om extra geld te verdienen voor gemeente en vastgoed, vindt adressant een verdrietige conclusie en adressant is blij geen onderdeel te zijn van het verantwoordelijk zijn voor dit besluit. Adressant merkt tot slot op dat er geen rechtvaardiging is om zoveel woningen te bouwen en dat de woningbouw op locatie de aantrekkelijkheid van Amsterdam niet ten goede komt. Duurzaam is het op geen enkele wijze en in de toekomst vermoedt adressant veel vragen over hoe dit op deze wijze mogelijk is gemaakt door de gemeente. Beantwoording 2.1.b.

Om de vraag te beantwoorden wat de toegevoegde waarde is van het bouwwerk voor de omwonenden en de omgeving, is een uiteenzetting van de bestaande planologische mogelijkheden nodig alsook de tot voor kort bestaande feitelijke situatie. Bestaande planologische mogelijkheden De gronden ter plaatse van Hoogte Kadijk 145B vallen onder de industriezone van Kadijken Oost en hebben ingevolge het geldende bestemmingsplan “Oostelijke binnenstad” de bestemming “Bedrijf-1”: het gebruik als scheepswerf is hier toegestaan. Een scheepswerf valt in de milieucategorie V bedrijf als bedoeld in de Staat van Inrichtingen bij het geldende bestemmingsplan. Een dergelijke categorie is van toepassing op bedrijvigheid die zware hinder voor de omgeving kan veroorzaken. Op deze plek was de scheepswerf Koning William gevestigd. De werf was tientallen jaren onderwerp van klachten uit de buurt en handhavingsprocedures bij verschillende (gemeentelijke en milieu-) instanties. Hoewel scheepswerf Koning William in 2017 de werkzaamheden heeft gestaakt, kan er op grond van het nu geldende bestemmingsplan weer een scheepswerf van een zware milieucategorie V komen. Nieuwe situatie en de toegevoegde waarde De voor de Kadijken historisch gezien kenmerkende watergebonden bedrijvigheid is een belangrijk uitgangspunt voor de beoogde herontwikkeling.

Behoud van de werffunctie en bijbehorende ruimtelijke karakteristiek is daarom van belang maar dan zonder overlastgevend gebruik. Als de scheepswerf wordt omgezet naar een jachthaven met een kleinschalige werkplaats

4

Gemeente Amsterdam

Pagina 5 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

en er niet langer sprake is van overlastgevende activiteiten ontstaat er ook ruimte om een bijdrage te leveren aan de grote woningbehoefte in Amsterdam. De gemeente heeft een voorkeur om op deze locatie sociale huurwoningen voor studenten en starters te realiseren en middenhuurwoningen voor senioren zodat dit deel van de binnenstad een meer gemengde bevolkingssamenstelling krijgt. Met name aan woningen voor jongeren en ouderen bestaat een zeer grote behoefte. Het plan past zo bij het uitgangspunt om de woningvoorraad en woningbehoefte in de stad beter op elkaar te laten aansluiten. Door de nieuwbouw wordt de bestaande bebouwing langs de randen van de kade opgeschoond, waardoor zowel de structuur van de historische scheepshelling als het zicht op het achterliggende water vanaf de brug versterkt wordt. Het plan is zodoende van toegevoegde waarde. Leegstande bebouwing elders De raad dient bij de keuze van een bestemming een afweging te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen.

Het aangedragen alternatief van adressant om elders leegstaande bebouwing voor huisvesting te gebruiken, kan niet tot een andere afweging leiden omdat het initiatief van de initiatiefnemers inhoudende onder meer het realiseren van woningen in combinatie met watergebonden activiteiten (jachthaven en werkplaats), niet zomaar in stadsdeel Centrum op een andere locatie gerealiseerd kan worden. Een alternatief is geen redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatief als daarmee niet kan worden beantwoord aan de doelstelling van de initiatiefnemer. De door adressant voorgestelde transformatie van leegstand elders, hoewel begrijpelijk, past niet binnen de doelstelling van de initiatiefnemers en dit plan. Bovendien geldt dat er vanwege de enorme regionale behoefte aan woningen, in combinatie met het beleidsvoornemen om bestaand stedelijk gebied te verdichten, al nadrukkelijk wordt gekeken naar leegstaande gebouwen. Daarvoor zijn ook al diverse plannen in voorbereiding. Het voorliggende plan leidt er niet toe dat leegstaande gebouwen op andere locaties nu en in de toekomst niet meer te transformeren zijn. Duurzaamheid Het plangebied is met uitzondering van het water momenteel volledig verhard. De beoogde herontwikkeling biedt de kans om het plangebied te gaan vergroenen.

In het plan voor de herontwikkeling is hier rekening mee gehouden door toepassing van onder meer de volgende maatregelen:  Aanbrengen van klimplanten tegen de muur van het voorhuis en op de erfgrens;  Aanleggen kruidentuin bij entree werfgebouw;  Plaatsen van diverse bakken met heesters ten zuiden van het voorhuis;  Aanleg sedumdaken op het voorhuis en het werfgebouw. De nieuwbouw in het plangebied wordt duurzaam gemaakt door de toepassing van groene daken met zonnepanelen, gevelgroen, elektrisch koken/verwarmen, etc. De bebouwing op het perceel krijgt geen gasaansluiting (zoals de laatste wettelijke kaders voorschrijven) en wordt voorzien van lucht/water-warmtepompen of een gelijkwaardige oplossing. Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

5

Gemeente Amsterdam

Pagina 6 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

2.2

Adressanten 2, 3 en 4

De zienswijze is ingediend door , . De zienswijze is ontvangen op 5 augustus 2021. 2.2.a. Adressanten geven aan zich niet te kunnen verenigen met het ontwerpbestemmingplan Hoogte Kadijk 145B ten behoeve van het transformeren van het gebied aan de Hoogte Kadijk in Amsterdam van een historische scheepswerf naar twee hoge torens, bestemd voor wonen. Beantwoording 2.2.a. Allereerst moet worden opgemerkt dat er in het plangebied geen sprake is van een bestemming “historische scheepswerf” maar van de bestemming “Bedrijf-1”: een bestemming waarbinnen het gebruik als scheepswerf is toegestaan, zijnde een milieucategorie V bedrijf als bedoeld in de Staat van Inrichtingen bij het geldende bestemmingsplan. Anders dan adressanten suggereren is bij de herontwikkeling van het plangebied aan de Hoogte Kadijk 145B rekening gehouden met de bestaande stedenbouwkundige waarden van en rond het gebied. De bebouwing die als gevolg van de herontwikkeling wordt toegevoegd, sluit stedenbouwkundig aan bij de structuur van de Kadijken. Zo spelen de twee nieuwe bouwblokken/volumes in op de variatie aan bouwvolumes en de historische parcellering van de Kadijken doordat aan de Hoogte Kadijk een volume met een kleine korrelgrootte is voorzien (voorhuis) en aan de zijde van de Nieuwe Vaart een volume met een grote korrelgrootte (het werfgebouw).

Het nieuwe werfgebouw heeft dezelfde schaal als de belendende pakhuizen en krijgt conceptueel gezien een industriële uitstraling, door detaillering en materialisering. Door het werfgebouw 4,5m “op te tillen”, wordt het vanaf het dijklichaam naar het water toe aflopende terrein, veel beter zichtbaar. Het aan de scheepswerfactiviteiten gerelateerde, aflopende achtererf blijft zo behouden en herkenbaar. De werffunctie en bijbehorende ruimtelijke karakteristiek wordt behouden door ter plaatse van de voormalige scheepswerf een jachthaven met maximaal 30 plaatsen voor elektrische sloepen en/of boten aan te leggen en een werkplaats te realiseren voor het onderhoud van sloepen en/of boten. De bestaande bedrijfsbebouwing op Hoogte Kadijk 145b is niet aangewezen als rijksmonument of als gemeentelijk monument maar is wel op de ‘Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit’ aangeduid als ‘orde 3’. De als orde 3 aangewezen bestaande gebouwen zullen als gevolg van de herontwikkeling worden gesloopt. Voor de gebouwen is daarom door de gemeente een kwaliteitstoets uitgevoerd (d.d. 16 januari 2018, is als bijlage bij de Toelichting opgenomen). Daaruit blijkt dat sloop van de huidige opstallen op zich te rechtvaardigen is, maar dat het aanbeveling verdient om bij nieuwbouw de stedenbouwkundige

6

Gemeente Amsterdam

Pagina 7 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

waarden van het terrein te behouden. Zoals reeds geschetst worden de stedenbouwkundige waarden van het terrein behouden. 2.2.b. Adressanten stellen kort samengevat dat het bestemmingsplan in strijd is met het gemeentelijk beleid, in het bijzonder met het Beleidsplan Binnenstad (het bestemmingsplan draagt niet bij aan de doelstellingen) , de Structuurvisie, hoogbouwbeleid en UNESCO werelderfgoed (adressanten betwisten de rechtmatigheid van de Structuurvisie voor zover deze ziet op het hoogbouwbeleid in relatie tot de UNESCO werelderfgoed alsook in relatie tot artikel 7 van het Verdrag van Granada), de historische zichtlijn verdwijnt, het plan doet afbreuk aan het beschermd stadsgezicht en is tot slot in strijd met de Watervisie Amsterdam 2040 (omdat in Centrum geen nieuwe jachthavens zijn toegestaan). Beantwoording 2.2.b. Hieronder worden de in de zienswijze genoemde gemeentelijke beleidsdocumenten besproken in relatie tot het bestemmingsplan. Beleidsplan binnenstad: In 1993 is het beleid voor de binnenstad uiteengezet in het Beleidsplan Binnenstad. De belangrijkste hoofddoelstelling is toen geformuleerd als: het versterken van de centrumpositie en het handhaven van de functiemenging. Deze hoofddoelstelling is nog steeds actueel, evenals de andere hoofddoelstellingen.

Dit zijn:  behoud van de kwaliteit van het historisch stadsbeeld;  verbeteren van de veiligheid en de leefbaarheid;  verbeteren van de bereikbaarheid. Met de vaststelling van het Meerjarenperspectief Binnenstad in 1999 is een vijfde hoofddoelstelling toegevoegd: zorgen voor een adequaat activiteiten- en voorzieningenniveau voor bewoners. De kwaliteit van het historisch stadsbeeld wordt met het plan behouden, zie hierover de beantwoording onder 2.2.a. De veiligheid en de leefbaarheid wordt verbeterd door de overlast gevende scheepswerf van milieucategorie V te vervangen door een gemengd woonwerkmilieu: woningen, een jachthaven voor elektrische sloepen en boten met een servicecenter en een werkplaats. Het plan verandert niets qua bereikbaarheid en door een jachthaven met maximaal 30 plaatsen voor elektrische sloepen en boten aan te leggen, kunnen ook omwonenden een ligplaats huren. Er is, anders dan adressanten stellen, geen sprake van strijdigheid met het Beleidsplan binnenstad. Structuurvisie, hoogbouwbeleid en UNESCO werelderfgoed Allereerst moet worden opgemerkt dat hier niet de Structuurvisie Amsterdam 2040 (Structuurvisie) ter inzage heeft gelegen en de rechtmatigheid ervan in deze procedure niet ter discussie staat.

De Structuurvisie is op 16 februari 2011 vastgesteld door de gemeenteraad en inmiddels vervangen door de op 8 juli 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie

7

Gemeente Amsterdam

Pagina 8 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

Amsterdam 2050. De onderwerpen hoofdgroenstructuur en hoogbouw uit de Structuurvisie blijven echter van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld. Het plan is getoetst aan het geldende hoogbouwbeleid uit de Structuurvisie. In het UNESCOgebied (kerngebied en bufferzone) is volgens het hoogbouwbeleid het opstellen van een Hoogbouweffectrapportage (HER) verplicht in geval van bebouwing hoger dan 22,5 meter of 25% hoger dan de directe omgeving. Het plangebied is gelegen in de bufferzone van het UNESCO gebied. De bouwhoogte van het voorhuis bedraagt maximaal 10 meter, gemeten vanaf het straatniveau van de Hoogte Kadijk en met uitzondering van enkele ondergeschikte bouwdelen. De bouwhoogte van het werfgebouw zal circa 20 meter bedragen, gemeten vanaf het straatpeil van de Hoogte Kadijk, dan wel circa 21,5 meter vanwege het schuin aflopende maaiveld ter hoogte van de hoofdtoegang van het werfgebouw. Uitzondering zijn enkele ondergeschikte bouwdelen. Zie tevens de beantwoording onder 2.5.e. Het te realiseren werfgebouw zal lager zijn dan de 22,5 meter én minder dan 25% hoger dan het naastgelegen pakhuis ten westen van het plangebied (Hoogte Kadijk 143f, bouwhoogte 18-19 meter) en het ten zuidoosten gelegen gebouw van Liander (bouwhoogte 16-18 meter).

Voor het plangebied (Hoogte Kadijk 145B) wordt in dit bestemmingsplan zodoende niet voorzien in de realisatie van hoogbouw waarvoor een HER plicht geldt. De beoogde nieuwbouw op de locatie zal bestaan uit een laag gebouw aan de zijde van Hoogte Kadijk (voorhuis) en een hoger gebouw aan de zijde van de Nieuwe Vaart (werfgebouw). Deze beide volumes worden gerealiseerd binnen de huidige structuur van inhammen doordat het grootste volume (het werfgebouw) aan de waterzijde wordt gesitueerd met veel vrije ruimte rondom. Doordat bovendien het hogere gebouw over een groot deel van de kavel op kolommen wordt gebouwd, blijft zichtbaar dat de gehele kavel afloopt richting het water van de Nieuwe Vaart. De nieuwbouw sluit aan op de bebouwingsstructuur van de noordelijke rand van De Kadijken waardoor er geen sprake zal zijn van nadelige gevolgen voor de bufferzone van het UNESCO gebied en er is ook geen sprake van een strijd met de goede ruimtelijke ordening. Het verdwijnen van de bestaande historische zichtlijn Adressanten stellen kort samengevat dat het plan de, naar hun mening, bestaande historische zichtlijn naar de Oosterkerk ontneemt. Hiertoe hebben zij een aantal foto’s als productie 2 overgelegd. De foto’s alsook de impressies met het werfgebouw betreffen niet het uitzicht vanuit de woningen van adressanten maar vanaf de monumentale brug 80, tegenover de scheepswerf ’t Kromhout.

Het zicht vanaf de brug op de kerk zal door het plan aan belang inboeten. Aan de andere kant wordt een andere historische zichtlijn versterkt door het werfgebouw 4,5 meter op te tillen, waardoor de relatie tussen het voormalig werfterrein en de Nieuwe Vaart beter tot zijn recht komt dan in de huidige situatie. Ook is de structuur van de historische scheepshelling integraal in de nieuwbouwplannen betrokken, waardoor gesteld kan worden dat de cultuurhistorische waarden binnen de bouwlocatie niet onevenredig geschaad worden. Kortom: het zicht op de Oosterkerk vanaf de Entrepotdokbrug wordt minder door deze ontwikkeling, maar tegelijkertijd wordt door

8

Gemeente Amsterdam

Pagina 9 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

de nieuwbouw ook de bestaande bebouwing langs de randen van de kade opgeschoond, waardoor zowel de structuur van de historische scheepshelling als het zicht op het achterliggende water vanaf de brug versterkt wordt. Vanwege het feit dat de nieuwe bebouwing zorgvuldig binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur ingepast wordt is er geen sprake van aantasting van de samenhang tussen de bestaande monumenten in de directe omgeving. Deze behouden hun waarde en betekenis en zijn ook met de realisatie van de nieuwbouw nog goed in hun historische context te plaatsen. Artikel 7 van het verdrag van Granada Het door adressanten aangehaalde artikel 7 van het verdrag van Granada verplicht tot maatregelen om de kwaliteit van de openbare ruimte rond beschermde monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen te verbeteren. In verband met de ligging binnen beschermd stadsgezicht zijn door middel van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' in het bestemmingsplan beschermende regels opgenomen om de met het beschermde stadsgezicht verbonden cultuurhistorische en architectonische waarden te behouden, te herstellen en te versterken. Hiermee wordt voldaan aan de doelstelling van het Verdrag van Granada. Aanvullend moet worden opgemerkt dat artikel 7 van het verdrag van Granada geen rechtstreekse werking heeft.

Er kan geen direct beroep op worden gedaan. Het artikel bevat geen normen die rechtstreeks als toetsingsmaatstaf voor besluiten kan worden gehanteerd. Hiervoor wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 21 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1615. Beschermd stadsgezicht In januari 1999 is de binnenstad aangewezen als Beschermd Stadsgezicht. Het aanwijzingsbesluit is onherroepelijk geworden op 24 januari 2003. De aanwijzing heeft ertoe geleid dat in zowel het geldende als het voorliggende bestemmingsplan planregels zijn opgenomen ter bescherming en versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Deze regels zijn van toepassing op het hele plangebied en hiermee is het beschermd stadsgezicht afdoende gewaarborgd (artikel 8 Waarde – Cultuurhistorie in het nieuwe bestemmingsplan). Mede als gevolg van de in het geldende bestemmingsplan opgenomen regels ter bescherming en versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden is vanwege de voorgenomen sloop van de bestaande bebouwing een kwaliteitstoets uitgevoerd (zie beantwoording 2.2.a). Watervisie Amsterdam 2040 Deze Watervisie Amsterdam 2040 geeft een ruimtelijk economisch perspectief op het gebruik van water en oevers in Amsterdam op de lange termijn (2040) met een aantal speerpunten voor de korte termijn (2018).

De centrale ambitie van deze Watervisie Amsterdam 2040 is als volgt: “Amsterdam gebruikt haar water en oevers beter en duurzamer en optimaliseert de ordening van het gebruik van het water en oevers. Dit leidt er toe dat Amsterdam zich verder kan ontwikkelen als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame en leefbare Europese metropool.” Anders dan adressanten stellen, bevat de visie geen verbod op nieuwe jachthavens, zoals onderhavige, in het centrum. In de zienswijze wordt de stelling ook niet nader toegelicht. Er is juist

9

Gemeente Amsterdam

Pagina 10 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

een behoefte aan duurzame jachthavens voor elektrische boten en sloepen. Amsterdam moet verduurzamen en in 2025 zal de pleziervaart uitsluitend nog uitstootvrij in de stad mogen varen. De gemeente realiseert steeds meer openbare laadlocaties voor pleziervaart. De jachthaven voor elektrische boten en sloepen draagt hier in elk geval positief aan bij.

2.2.c Adressanten voeren aan dat onder de huidige omstandigheden regelmatig te weinig openbare (auto) parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Het bestemmingsplan voorziet niet in regels waarmee het toevoegen van noodzakelijke parkeermogelijkheden voor woningen mogelijk wordt gemaakt. Dit, terwijl het ontwerpbestemmingsplan wel de mogelijk biedt zeer veel woningen (80) te realiseren. Adressanten zijn van mening dat het zeer onrealistisch is te verwachten dat geen toestroom zal ontstaan van auto’s die parkeergelegenheid nodig hebben. Het bestemmingsplan is daarom in strijd met een goede ruimtelijke ordening en dient niet te worden vastgesteld. Adressanten voegen toe dat het bevoegd gezag door het ontbreken van regels voor parkeren, blijk heeft gegeven van een onjuiste belangenafweging. Bezwaren van eigenaren en bewoners van omliggende woningen zijn ten onrechte genegeerd en gepasseerd. Beantwoording 2.2.c. Op 8 juni 2017 is de Nota Parkeernormen Auto vastgesteld door de gemeenteraad. In deze Nota zijn de nieuwe parkeernormen voor auto's vastgesteld voor nieuwbouw en transformatieprojecten in de stad. In de Nota is het plangebied aangemerkt als een A-locatie. In dit deel van de stad wordt reizen met de fiets en het OV voorop gesteld en zijn parkeervoorzieningen voor auto’s beperkt.

Met het beperken van parkeervoorzieningen en het toepassen van een parkeerregime met hoge parkeertarieven wordt het gebruik van auto’s verder teruggedrongen. Daarom is ook de verplichting vervallen om bij nieuwbouw een minimum aantal parkeerplekken te bouwen in het geval van sociale huur en/of middeldure huur. Om te waarborgen dat de parkeerdruk niet toeneemt is in de Nota bepaald dat huurders, kopers en werknemers van nieuwbouw geen parkeervergunning meer krijgen voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. De parkeernorm voor bezoekersparkeren is gelijk bij alle woningtypen, markt, middenhuur en sociaal, en is 0,1 per woning. Uitgaande van bezoekersnorm van 0,1 parkeerplaats per woningen zijn daarvoor 10 parkeerplaatsen nodig. In de avond- en weekenduren, doorgaans de tijdstippen waarop het bezoek plaatsvindt, is de parkeerdruk in de omgeving zodanig dat er ruimte is voor bezoekers om op straat te parkeren. Er zal daardoor geen parkeeroverlast in de openbare ruimte ontstaan. De Nota biedt in paragraaf 7.1 een aantal mogelijkheden om van het beleid (parkeernormen) af te wijken. In sommige situaties is het fysiek onmogelijk/onwenselijk om bij een nieuwbouwproject vast te houden aan parkeernormen.

Het gaat hierbij onder meer om de volgende omstandigheden: • ondergrond: als het parkeren op eigen terrein niet anders opgelost kan worden dan met een ondergrondse parkeergarage, kunnen de volgende overwegingen aanleiding geven tot het niet verplicht stellen van het parkeren op eigen terrein:

10

Gemeente Amsterdam

Pagina 11 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

a. wanneer er archeologische resten in de grond zitten; b. wanneer er sprake is van een waterkering; c. wanneer de grondwaterstromen in het gebied ernstig verstoord worden; Er is zeer beperkt ruimte om permanente parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Onder en rondom het werfgebouw is ruimte om maximaal 16 auto's te parkeren maar deze ruimte is uitsluitend bedoeld voor bezoekers van de jachthaven alsook voor stalling van fietsen en scooters van toekomstige bewoners, hun bezoekers alsook de bezoekers van de jachthaven. De ruimte onder het werfgebouw zal buiten het vaarseizoen ook worden gebruikt voor het stallen en onderhoud van boten. Nu onder en rondom het werfgebouw geen plaats is voor autoparkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers van de woningen en onder een deel van het plangebied de waterkering loopt, het water aan de lange zijde van de locatie een gevoelig waterbergingsgebied is en er sprake is van een hoge archeologische verwachting, kan er van de initiatiefnemer niet worden geëist om een ondergrondse parkeergarage te realiseren. Daarnaast is de verwachting dat de auto parkeerbehoefte bij dit programma laag is, het autobezit bij met name studenten en starters is beduidend lager dan gemiddeld. Bewoners met een auto dienen hun auto op straat te parkeren tegen het reguliere parkeertarief.

De parkeertarieven zijn dermate hoog dat op straat parkeren geen reële optie is voor zowel bewoners als hun bezoekers. Er zullen daarom geen autoparkeerplaatsen worden gerealiseerd voor de bewoners en hun bezoekers van het voorgebouw en het werfgebouw en de toekomstige bewoners kunnen niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. De beoogde herontwikkeling voldoet daarmee aan de Nota Parkeernormen Auto en het afwijkingsbeleid, zoals ook is bevestigd door het Team Parkeerbeleid van de afdeling V&OR van de gemeente Amsterdam. Het plan is niet in strijd met de goede ruimtelijke ordening en alle belangen, ook die van omwonenden zijn afdoende meegewogen. Er worden op de planlocatie meer dan voldoende fiets- en scooterparkeerplaatsen voorzien alsook autoparkeerplaatsen voor de bezoekers van de Jachthaven. Daarnaast is er een zeer goede OV bereikbaarheid. Adressanten stellen tot slot dat er thans regelmatig te weinig openbare (auto) parkeerplaatsen zijn. De mogelijk bestaande parkeertekorten worden echter niet betrokken bij het berekenen van de parkeerbehoefte voor het bouwplan op het perceel.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, heeft onder meer in de uitspraak van 25 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3607, herhaaldelijk overwogen dat bij de beoordeling -of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid- alleen rekening behoeft te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. Een eventueel bestaand tekort kan als regel buiten beschouwing worden gelaten.

11

Gemeente Amsterdam

Pagina 12 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

2.2.d. Adressanten merken op dat ook niet aan de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter wordt voldaan. De toegepaste normering is lager dan in de beleidsrichtlijn is opgenomen. Als motivering is hiervoor in de toelichting op het bestemmingsplan opgenomen dat wel wordt voldaan aan de minimale eis uit het Bouwbesluit. Adressanten voegen toe dat de toets waarmee wordt aangetoond of is voldaan aan het Bouwbesluit, losstaat van de toets aan gemeentelijke parkeerrichtlijnen. Nu niet aan die richtlijnen is voldaan, moet het plan - zo geven adressanten aan- worden aangepast. Dit met het oog op artikel 4:48 van de Awb (bestuursorganen dienen in beginsel conform hun eigen beleidsrichtlijnen te handelen). Beantwoording 2.2.d. Het bestemmingsplan regelt in hoofdzaak twee functies: wonen en een jachthaven met een werkplaats. Op 14 maart 2018 heeft de gemeenteraad de Nota Parkeernormen fiets en scooter vastgesteld. Uit de nota volgt dat op fietsparkeren bij nieuwbouw van woningen het Bouwbesluit 2012 van toepassing is en niet de nota. Omdat het fietsparkeren bij woningen in het Bouwbesluit 2012 geregeld is, kan de gemeente dus geen afwijkende of extra normen opleggen. Voor andere functies dan wonen geldt de nota wel als beleidskader.

Voor de woningen betekent dit het volgende: - voor de bewoners van het Werfgebouw (88 woningen) worden op de 2e, 3e, 4 en 5e etage in totaal 55 fietsparkeerplaatsen in gezamenlijke bergingen gerealiseerd; - onder het Werfgebouw is een gezamenlijke fietsenstalling met 142 fietsparkeerplaatsen in hoog/laag rekken; - met 1,5 fietsen per woning (alle woningen), zijn 132 fpp nodig; - er zijn 65 fpp over voor bezoekers woningen en voor de overige functies op het kavel. Voor de jachthaven betekent dit het volgende: - uitgaande van een gemiddelde bezetting van drie personen per sloep en een maximaal gelijktijdig gebruik van 20 sloepen, zijn er maximaal 60 personen tegelijkertijd aanwezig; - als de helft daarvan op de fiets komt, dan is de fietsparkeerbehoefte 30 fpp; - als de fietsparkeerbehoefte van de bezoekers woningen en de gebruikers van de sloepen bij elkaar wordt opgeteld, dan is die 53 fpp. Er zijn 65 fpp beschikbaar, dus er is voldoende capaciteit; - daarbij moet worden bedacht dat er dubbelgebruik mogelijk is: de bezoekers woningen zijn doorgaans in de avonduren aanwezig, terwijl de gebruikers van de sloepen veelal overdag en dan vooral in de weekenden aanwezig zijn, maar alleen bij mooi weer; - behoudens incidentele piekmomenten (bijvoorbeeld uitzonderlijk mooi weer, alle sloepen tegelijkertijd in gebruik) is er ruim voldoende fietsparkeercapaciteit aanwezig is.

Voor de werkplaats betekent dit het volgende: - voor de werkplaats + bedrijfswoning zijn 2 plaatsen in de interne berging;

12

Gemeente Amsterdam

Pagina 13 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

-

voor de bezoekers van de werkplaats zijn 2 plaatsen nodig, daarvoor is voldoende capaciteit onder het werfgebouw.

Voor scooterparkeren gelden geen harde normen. Hetgeen in de nota staat vermeld, dient als richtlijn: - Er zijn 22 scooterparkeerplaatsen voorzien. Dat is ruim gedimensioneerd, maar geeft ook de mogelijkheid om grote (bak)fietsen, motorfietsen en op piekmomenten een surplus aan gewone fietsen op eigen terrein te stallen. Conclusie De bindende beleidsregels in de Nota gelden voor niet-woonfuncties. Voor de woonfunctie geldt het Bouwbesluit. Er zijn richtlijnen voor het parkeren van scooters bij woningen en nietwoonfuncties, voor fietsparkeervoorzieningen bij woningen en voor de toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid van de parkeervoorzieningen voor fiets en scooter. De richtlijnen zijn niet bindend. Er wordt niet afgeweken van de bindende beleidsregels. Het fiets-en scooterparkeren bij de woonfunctie is overeenkomstig de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Uit het geactualiseerde advies van het Team Parkeerbeleid V&OR blijkt dat er ruim voldoende fiets- en scooterparkeercapaciteit aanwezig is. Tot slot wordt nog opgemerkt dat het door adressanten aangehaalde artikel 4:48 Awb niet het artikel is over het handelen overeenkomstig de beleidsregels.

Waarschijnlijk betreft het een verschrijving en bedoelen adressanten artikel 4:84 Awb: het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Er is hier geen sprake van strijdigheid met artikel 4:84 Awb.

2.2.e. Het plan leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefklimaat van adressanten. Waarbij de nadruk ligt op belemmering van een vrij uitzicht. Beantwoording 2.2.e. De woningen van adressanten staan in een stedelijke omgeving waarbij een woonsituatie met een vrij uitzicht niet kan worden gegarandeerd. Verder bestaat er volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen blijvend recht op vrij uitzicht (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5649). Gelet op de oriëntatie van de woningen van adressanten en de ligging van deze woningen ten opzichte van het plangebied is er bovendien geen sprake van verlies van uitzicht vanuit de woningen. Het plan heeft geen onaanvaardbare gevolgen voor het woon- en leefklimaat van adressanten.

13

Gemeente Amsterdam

Pagina 14 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

2.2.f. Tot slot hebben adressanten kort samengevat een vijftal opmerkingen geplaatst aangaande de cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden, het ten onrechte niet uitsluiten van kleinschalige studio’s van bestemming omdat de leefbaarheid van de omgeving in het gedrang komt, vrees voor overlast en vrees voor toestroom verkeer. Beantwoording 2.2.f. Omdat de opmerkingen veelal een herhaling inhouden van de reeds geuite bezwaren zal hier worden volstaan met een verwijzing naar de beantwoording onder 2.2 a tot en met 2.2.e. Wat betreft het planologisch niet uitsluiten van kleinschalige studio’s voor studenten en vrees voor de gevolgen voor de leefbaarheid en overlast, wordt nog het volgende opgemerkt. Het plangebied maakt deel uit van een gemengd woon-werkgebied en de herontwikkeling leidt tot de toevoeging van nieuwe zelfstandige woonruimtes in het plangebied. De beleidslijn ten aanzien van wonen zoals ingezet bij andere bestemmingsplannen in de binnenstad wordt voortgezet. Ook de door adressanten genoemde “kleinschalige studio’s voor studenten” maken onderdeel uit van een gemengd woon-werkgebied, zeker in het geval van Amsterdam (waar sprake is van een tweetal universiteiten). Het uitsluiten ervan is, los van mogelijke andere bezwaren, ruimtelijk-planologisch onwenselijk.

De woningen zijn ook geschikt voor verhuur aan jongeren en starters mits de huurovereenkomsten van tijdelijke aard zijn. Het is zowel aan de gemeente als de initiatiefnemers gelegen dat de omwonenden een goed woon- en leefklimaat behouden. Bovendien is dit niet het eerste project van de initiatiefnemers. Op meerdere plaatsen in de stad (Linnaeusstraat 35F, Rijtuigenhof 97, Marcantilaan 7) zijn soortgelijke woningen gerealiseerd die niet tot noemenswaardige overlast hebben geleid. De vrees voor geluidsoverlast van de toekomstige bewoners van het bouwplan betreft daarnaast een onzekere toekomstige gebeurtenis, het is een kwestie van handhaving van de openbare orde die in een procedure als de onderhavige niet aan de orde kan komen. Tot slot nog een opmerking over de vrees voor toestromend verkeer. De herontwikkeling leidt tot een theoretische toename van het aantal verkeersbewegingen per dag, namelijk 151 tot 221 ritten. Deze toename heeft over de hele dag gezien nauwelijks tot geen gevolgen voor de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid in de Kadijkenbuurt. Aanvullend kan nog worden opgemerkt dat de capaciteit van het omliggende wegennet zodanig is dat een toename van 151 tot 221 ritten per dag prima kan worden opgevangen op het wegennet. Bovendien is de verwachting dat het daadwerkelijke aantal autobewegingen per etmaal beduidend lager zal zijn.

In het centrum van Amsterdam is het autogebruik namelijk lager dan in andere binnensteden in Nederland. Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

14

Gemeente Amsterdam

Pagina 15 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

2.3

Adressant 5

De zienswijze is eerst pro forma op 4 augustus 2021 ingediend en ontvangen op 5 augustus 2021, door . De aanvullende zienswijzen zijn vervolgens verstuurd op 18, 22, 23 augustus en 16, 18, 19, 20 en 22 september 2021. Pro forma zienswijze van 4 augustus 2021 2.3.a. Adressant verwijst naar de inhoud van haar eerder ingediende raadsadressen, inspraak bij raadscommissies RO en WB en alle eerdere correspondentie die ze heeft gevoerd met de gemeenteraad, het college van B&W en de ODNZKG (Omgevingsdienst Noorzeekanaal gebied) over de aanvraag omgevingsvergunning (kenmerk OLO-3387303) voor het hoogbouw woningproject op het werfterrein aan Hoogte Kadijk 145B. Deze aanvraag is ingediend door projectontwikkelaars Hoogte Kadijk CV (h.o.d.n. BLVG) en Boot Service Amsterdam (BSA). Beantwoording 2.3.a. Adressant verwijst naar de ingediende raadsadressen sinds 2018, herhaalde inspraak bij de raadscommissies RO en WB en alle correspondentie, die adressant heeft gevoerd met de, gemeenteraad en het College van B&W alsook de ODNZKG in de onderhavige kwestie. Een dergelijke verwijzing is in beginsel toegestaan maar het is niet geheel duidelijk welke overige bezwaargronden adressant met de verwijzing heeft bedoeld aan te voeren. De raadsadressen zijn immers beantwoord alsook de vragen die via diverse correspondentie zijn gesteld.

Adressant heeft niet aangegeven of/en waarom de reacties onjuist zijn. De onderwerpen uit de zienswijzen (ingediend in de periode van 4 augustus 2021 tot en met 22 september 2021) komen op hoofdlijnen overeen met de onderwerpen die eerder door adressant in de raadsadressen, overige correspondentie en inspraak aan de orde zijn gesteld. De eerder ingediende raadsadressen zijn beantwoord zoals destijds door de raad aangegeven. Ook de overige vragen zijn op moment van indiening, van een antwoord voorzien. In voorliggende nota van beantwoording wordt daarom ingegaan op de onderwerpen die in de zienswijzen naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B naar voren zijn gebracht. Aangezien adressant de zienswijze na de indiening van de pro forma herhaaldelijk heeft aangevuld, zullen hieronder de aanvullende gronden van bezwaar worden besproken.

Aanvullende zienswijze d.d. 18 augustus 2021 2.3.b. Behoud beschermd stadsgezicht In het kader van het beschermd stadsgezicht geeft adressant het volgende aan: “Primaire grond voor mijn grote bezwaar tegen het ontwerp-Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B, waarop het College van B&W zich door de Stadsdeelcommissie Centrum liet adviseren en waartoe het alle bovengenoemde ontwerp-besluiten door het Dagelijks Bestuur van

15

Gemeente Amsterdam

Pagina 16 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

Stadsdeel Centrum in de agenda van de Stadsdeelcommissie Centrum van 05 januari 2021 en 19 januari 2021 liet publiceren, is de noodzaak en plicht van u, de gemeenteraad, om de Binnenstad binnen de Singelgracht als door het Rijk sinds 1998 ingesteld rijksbeschermd stadsgezicht te behouden en te behoeden via daartoe opgestelde bepalingen in bestemmingsplannen.” Adressant voegt toe dat deze werf binnen het beschermd stadsgezicht ligt. De Monumentenwet 1988 verplicht gemeenteraden via bestemmingsplannen stadsgezichten te beschermen. Deze wettelijke bepaling behoudt rechtskracht via de Wet op het Cultureel Erfgoed, in de paragraaf, die overgangsrecht vastlegt tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het vigerende Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad, vastgesteld door de Stadsdeelraad Centrum in 2010, voldoet -naar oordeel van adressant- aan deze bestuurlijke plicht door woningbouw op het werfterrein aan de Hoogte Kadijk 145B, met bestemming industrie, te verbieden. Dit bestemmingsplan is, ondanks het verloop van 10 jaar sindsdien, nog niet door de gemeenteraad van Amsterdam herzien. Adressant heeft vernomen van de behandelend ambtenaar van Ruimte & Duurzaamheid dat het gemeentebestuur wacht met het indienen van een omgevingsplan tot de Omgevingswet in werking treedt, naar verwachting per 01 januari 2022. Dan nemen omgevingsplannen de plaats in van bestemmingsplannen.

Adressant redeneert daarbij als volgt: “Al geldt het overgangsrecht, vastgesteld in de Wet op het Cultureel Erfgoed totdat de Omgevingswet in werking treedt, blijft het onverkort uw plicht als gemeenteraad om de Binnenstad binnen de Singelgracht als rijksbeschermd stadsgezicht te behoeden. Dit sluit de Kadijken in en strekt zich uit tot aan, inclusief, de monumentale panden aan de Katttenburgergracht, Wittenburgergracht en Oostenburgergracht, de Eilandenboulevard, in het bijzonder de Oosterkerk.”

Beantwoording 2.3.b. Beschermd stadsgezicht Allereerst wordt opgemerkt dat adressant de verwijzing naar een artikel in de aangehaalde Wet op het Cultureel Erfgoed, (overgangsrecht) open heeft gelaten. Vermoedelijk bedoelt adressant de sinds 1 juli 2016 geldende Erfgoedwet en het daarin opgenomen overgangsrecht (hoofdstuk 9). Deze Erfgoedwet bundelde 6 indertijd bestaande wetten (waaronder de Monumentenwet 1988) en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed in Nederland. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. De regelgeving rond beschermde stads- en dorpsgezichten wordt opgenomen in de toekomstige Omgevingswet; tot die tijd blijft deze geregeld in de Erfgoedwet. In januari 1999 is de binnenstad van Amsterdam aangewezen als Beschermd Stadsgezicht. Het aanwijzingsbesluit is onherroepelijk geworden op 24 januari 2003. De aanwijzing heeft ertoe geleid dat onder meer in zowel het geldende als het voorliggende bestemmingsplan regels zijn opgenomen ter bescherming en versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Deze regels zijn van toepassing op het hele plangebied en hiermee is het beschermd stadsgezicht, anders dan door adressant gesteld, afdoende gewaarborgd en conform de van toepassing zijnde

16

Gemeente Amsterdam

Pagina 17 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

regelgeving. Hierbij wordt verwezen naar regel 8: “Waarde – Cultuurhistorie”, van het voorliggend bestemmingsplan. Industrie De locatie Hoogte Kadijk 145B waarop de scheepswerf Koning William tot 2017 was gevestigd, heeft in het vigerend bestemmingsplan “Oostelijke binnenstad” een gebiedsaanduiding “Geluidzone-industrie” en maakt deel uit van het industriegebied 'Kadijken Oost'. De beoogde herontwikkeling van Hoogte Kadijk 145B past, zoals adressant terecht stelt, niet in het geldende bestemmingsplan 'Oostelijke binnenstad'. Om de herontwikkeling te kunnen realiseren is juist een planologische procedure noodzakelijk. Omdat de voormalige scheepswerf onderdeel uitmaakte van een industrieterrein is daarbij gekozen voor een bestemmingsplanprocedure waarbij, zoals reeds gesteld, de cultuurhistorische waarden / beschermd stadsgezicht in het voorliggend bestemmingsplan middels planregels afdoende zijn gewaarborgd. Door middel van een bestemmingsplanprocedure kan het planologisch toegestane gebruik als industrieterrein ter plaatse van het plangebied worden opgeheven.

2.3.c. Behoud open zichtlijnen op Oosterkerk, brug Hoogte Kadijk met sluis, Museumwerf ’t Kromhout Adressant beschrijft: “Vanaf de hoge groene metalen ophaalbrug in de Hoogte Kadijk over de Entrepotdoksluis bestaan nu open zichtlijnen, die een mooi vrij uitzicht bieden op de Oosterkerk en vele andere rijksmonumenten, die aan de overzijde van de Nieuwevaart liggen, aan weerszijden van de pittoreske Oesjesduikersluis. Deze ophaalbrug in de Hoogte Kadijk is — met de Entrepotdoksluis eronder — een rijksmonument, als zodanig ingeschreven in het rijksmonumentenregister onder nummer ……….” Ook de Oosterkerk is een rijksmonument, evenals Museumwerf 't Kromhout (Hoogte Kadijk 147). Het gaat hier enerzijds om een museum, Museumwerf 't Kromhout met gesloten overkapte hallen en om werf 't Kromhout met open overkapte hallen (niet afgesloten door zijwanden) en een werkloods. Vele statige oude woonhuizen en andere gebouwen aan de Eilandenboulevard zijn rijksmonument. Adressant voegt toe: “Al deze rijksmonumenten vormen als geheel, met de open zichtlijnen over het water, waar de Nieuwevaart en de Entrepotdoksluis elkaar kruisen, ook vanaf de Armand Sunierburg (brug nr. 327) , de lage draaibrug over de Entrepotdoksluis langs het Entrepotdok goed te zien, tezamen een uniek ensemble, een karakteristiek en uniek stedelijk landschap, dat nog een nautisch karakter ademt.

Het weerspiegelt de geschiedenis van scheepvaart en werven op de Kadijken en de Oostelijke Eilanden in Amsterdam. In de stedenbouwkundige, archeologische en cultuurhistorische waardering van de werf aan Hoogte Kadijk 145B, opgesteld door R&D, leest adressant: “in de, deze werf omringende omgeving, zien gebouwen van arbeid en religie elkaar hier aan.”

17

Gemeente Amsterdam

Pagina 18 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

Beantwoording 2.3.c. Adressant stelt kort samengevat dat het plan de bestaande historische zichtlijn naar de Oosterkerk ontneemt en het samenspel van monumenten in de directe omgeving aantast. Deze zienswijze is reeds beantwoord. Zie hiervoor de beantwoording zoals opgenomen onder 2.2.b. onder het kopje “Het verdwijnen van de bestaande historische zichtlijn”.

2.3.d. Pakhuis Vriesseveem (Sibilla, bouwjaar 1902) verdient een gemeentelijke monumentenstatus Adressant is van mening dat Pakhuis Vriesseveem (voorheen Sibilla, gebouwd in 1902) eveneens van monumentale waarde is en een gemeentelijke monumentale status verdient. Adressant legt uit dat de buitengevel van dit pand nu bepalend is voor het aanzicht van de werf aan Hoogte Kadijk 145B over water van de Nieuwevaart en vanaf de brug. “Komt op de werfhelling een 'werfgebouw' van 20 meter hoog vanaf de Hoogte Kadijk bezien (22 m. vanaf het water bezien, de dijk is immers hoger gelegen, is het peilniveau voor de bouwtekeningen), dan valt het zicht op de monumentale zijgevel van Pakhuis Vriesseveem, zichtbepalend, geheel weg.” Beantwoording 2.3.d. Het pakhuis Vriesseveem (Hoogte Kadijk 143) is noch een rijks- noch een gemeentelijk monument. Het is eveneens geen stadsgezicht bepalende pand en heeft daardoor ook geen specifieke bouwaanduiding (orde 1, -orde 2 of -orde 3). Er is op dit moment geen aanleiding om te veronderstellen dat het pakhuis als monument wordt aangewezen. De door adressant verlangde monumentenstatus en bescherming kan niet met dit bestemmingsplan worden bewerkstelligd omdat dit bestemmingsplan enkel betrekking heeft op de herontwikkeling van de locatie Hoogte Kadijk 145B.

2.3.e. Ontwerp-Bestemmingsplan 145B doorbreekt bescherming Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B geeft adressant aan dat het College van B&W specifiek voor dit perceel grond het bestemmingsplan heeft opgesteld om woningbouw — hoogbouw — vergunbaar te maken op dit werfterrein. Daarbij is adressant van mening dat wanneer het College van B&W dit ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B in een voordracht ter vaststelling aan de raad voorlegt, B&W daarmee de raad uitnodigt de bescherming van het beschermd stadsgezicht, die vigerend Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad nu biedt, op te heffen. (Hoogbouw van 20 m. en 10 m. hoog op 76% van het werfoppervlak doorbreekt deze zichtlijnen radicaal en onomkeerbaar). Deze voordracht –zo voegt adressant toe- zal naar verwachting binnen 8 weken na 18 augustus 2021, de sluiting van de termijn voor het indienen van zienswijzen plaatsvinden,

18

Gemeente Amsterdam

Pagina 19 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

zodra het College van B&W zijn antwoord op alle ingediende zienswijzen in de bestuurlijke motivering voor dit bestemmingsplan heeft verwerkt. Adressant zegt tevens dat dit ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B er ook toe dient om een omgevingsvergunning te kunnen verlenen (aanvraag d.d.27 december 2017, OLO-nummer 3387303) aan projectontwikkelaars BLVG/Hubstudios en Boot Service Amsterdam, samen met andere investeerders (zoals QSolid BV) die verenigd zijn in de commanditaire vennootschap Hoogte Kadijk C.V. (KvK nr. 70428883, gevestigd aan Koningslaan 52 te Amsterdam, het adres van BLVG) Een C.V. die tot statutair doel heeft het zo veel mogelijk winst maken met dit werfterrein, als investeringsobject. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) behandelt deze aanvraag in mandaat namens het College van B&W van Amsterdam en zal uiteindelijk namens B&W op de aanvraag beslissen. Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad staat het bouwen van bouwwerken slechts toe tot een maximale hoogte van 4 meter en tot maximaal 50% van de oppervlakte van deze werf (voorheen bekend kadastraal perceel 0 4589, nu — na door de wethouder RO in 2018 vergunde verticale splitsing — kadastrale percelen 0 5202 en 0 5203).

Adressant geeft aan dat het College van B&W de raad nu verzoekt met dit ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B, bebouwing toe te staan tot 76% van het grondoppervlak en tot een hoogte van 20 meter, werfgebouw en 10 meter, appartementencomplex. Beantwoording 2.3.e. In het algemeen kunnen aan een geldend bestemmingsplan (in dit geval de het bestemmingsplan “Oostelijke binnenstad”) geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en voorschriften voor gronden vaststellen. Zo ook in het geval van Hoogte Kadijk 145B: de overlast gevende scheepswerf van milieucategorie V wordt vervangen door een gemengd woonwerkmilieu: woningen, een jachthaven met servicecenter en een werkplaats. Adressant stelt dat het college met het plan de raad uitnodigt de bescherming van het beschermd stadsgezicht, die vigerend Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad nu biedt, op te heffen (hoogbouw van 20 m. en 10 m. hoog op 76% van het werfoppervlak doorbreekt deze zichtlijnen radicaal en onomkeerbaar). Opgemerkt moet worden dat in zowel het geldende als het voorliggende bestemmingsplan regels zijn opgenomen ter bescherming en versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden.

Deze regels zijn van toepassing op het hele plangebied en hiermee is het beschermd stadsgezicht afdoende gewaarborgd (artikel 8 Waarde – Cultuurhistorie). Er is geen sprake van een door adressant gesuggereerde opheffing van het beschermd stadsgezicht ten opzichte van de locatie Hoogte Kadijk 145B. Ook moet worden opgemerkt dat de stelling van adressant dat er 76% van de locatie bebouwd zal worden, onjuist is. Voor de beoogde herontwikkeling van het plangebied geldt geen maximum bebouwingspercentage en wordt na realisatie 64,5%. Er is ten opzichte van het nog geldend bestemmingsplan een toename van 14,5%.

19

Gemeente Amsterdam

Pagina 20 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

Wederom wordt opgemerkt dat de beoogde nieuwbouw conform het gemeentelijk hoogbouwbeleid niet leidt tot een HER-plicht. Zie ook de beantwoording onder 2.2.b, onder het kopje ‘Structuurvisie, hoogbouwbeleid en Unesco werelderfgoed’.

2.3.f. Ontwerp Eerste Herziening Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad (Hoogte Kadijk 147) vervallen? Adressant merkt het volgende op: “Museum en werf hebben nu gezamenlijk de bestemming 'gemengd'. Bij de ontwerpbesluiten, die het College van B&W en het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Centrum — benoemde ambtenaren handelend in mandaat namens B&W— op 05 januari 2021 en 19 januari 2021 in de agenda van de Stadsdeelcommissie Centrum publiceerden, was ook sprake van een Ontwerp Eerste Herziening Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad, dat alleen op werf 't Kromhout aan Hoogte Kadijk 147 betrekking had. Daarin werd gesteld, dat dit perceel grond aan Hoogte Kadijk 147 "abusievelijk" op de kaart behorend bij Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad met de bestemming "gemengd" was ingetekend en dat dit veranderd zou moeten worden in de bestemming "industrie". Adressant merkt daarbij op dat de hallen van Museumwerf 't Kromhout echter een culturele functie hebben, als museum, incidenteel ook voor muziekconcerten en bovendien als stemlokaal bij gemeentelijke, landelijke en andere verkiezingen worden gebruikt. Werf 't Kromhout kreeg in 1997 een omgevingsvergunning voor het bewerken van houten schepen. Het is adressant nu onduidelijk in hoeverre de huidige eigenaar zijn bedrijfsvoering op deze werf wil voortzetten.

Inkrimpen of uitbreiden? Samenwerken met BSA? Daarover geven de tot nu toe geopenbaarde stukken geen uitsluitsel. Adressant geeft aan dat op de door haar ingediende WOB-verzoeken is geantwoord, dat er geen nieuwe aanvraag voorligt tot uitbreiding of wijziging van de bedrijfsvoering op Werf 't Kromhout. Ontwerp Eerste Herziening Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad komt niet (meer) voor in de stukken, zoals deze bij besluit d.d. 08 juni 2021 van het College van B&W tot terinzagelegging van Ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B met de twee daarmee gecoördineerde ontwerpbesluiten door B&W inzake de MER en tot vergunning van hogere maximale geluidswaarden als belasting op de buitengevels van de nieuw te bouwen woningen, in het bijzonder de Hubstudios was opgenomen. Dit besluit van 08 juni 2021 is openbaar gemaakt eerst in de Staatscourant nr. 31989 van 23 juni 2021 onder kennisgeving van terinzagelegging van alle ontwerpbesluiten met recht tot indiening van zienswijzen van 24 juni tot en met 04 augustus 2021 en vervolgens door B&W gerectificeerd in het Gemeenteblad nr. 217071 van 07 juli 2021, waarbij de termijn van terinzagelegging en tot indiening van zienswijzen is verlegd van 08 juli tot en met 18 augustus 2021.

Adressant vraagt naar aanleiding hiervan of B&W dit ontwerp Eerste Herziening Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad hebben ingetrokken dat het later in een andere vorm terugkeert?”

20

Gemeente Amsterdam

Pagina 21 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

Beantwoording 2.3.f. De 1e Partiele herziening van het moederplan die in voorbereiding was maakt geen deel uit van het onderhavige coördinatiebesluit en deze herziening is nimmer ter inzage gelegd. De voorgenomen 1e herziening van het bestemmingsplan “Oostelijke binnenstad” zal bij de eerstvolgende actualisatie van het omgevingsplan worden opgepakt. Dit is in een eerder stadium herhaaldelijk aan adressant medegedeeld. De herziening die in voorbereiding was, is niet nodig om de beoogde transformatie van het plangebied te realiseren. In het geldende bestemmingsplan is rekening gehouden met het in het plangebied gelegen industrieterrein 'Kadijken Oost', welke indertijd bestond uit de scheepswerf Koning William (Hoogte Kadijk 145B), scheepswerf 't- Kromhout (Hoogte Kadijk 147), het onderstation van Liander en de voormalige elektriciteitscentrale van NUON (Hoogte Kadijk tegenover 147 t/m 189). Aangezien het industrieterrein 'Kadijken Oost' in de praktijk alleen nog uit scheepswerf 't Kromhout bestaat, zal een herziening voor het aanwijzen van het gezoneerde industrieterrein alleen betrekking hebben op de gronden ter plaatse van deze scheepswerf. Adressant vraagt zich nog af in hoeverre de huidige eigenaar van scheepswerf 't Kromhout zijn bedrijfsvoering op deze werf wil voortzetten.

Inkrimpen of uitbreiden? Samenwerken met BSA? Daarover geven de, aldus adressant, tot nu toe geopenbaarde stukken geen uitsluitsel. Op de vragen van adressant kan simpelweg geen antwoord worden gegeven nu scheepswerf 't Kromhout en de eigenaar geen onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan “Hoogte Kadijk 145B”. Daarnaast beperkt het voorliggende plan de scheepswerf ’t Kromhout niet in de bedrijfsvoering.

2.3.g. Recht op indiening nadere gronden gedurende 2 weken na afloop van termijn van terinzagelegging Kort samengevat stelt adressant met verwijzing naar de regelgeving en de jurisprudentie het recht te hebben de zienswijze ook buiten de terinzageleggingstermijn nader aan te vullen. Adressant behoudt zich het recht voor om nog tot 1 september 2021 de zienswijze nader aan te vullen. Beantwoording 2.3.g. Het recht van adressant om de zienswijze nader aan te vullen staat niet ter discussie. Er is geen rechtsregel die zich ertegen verzet dat een zienswijze na afloop van de termijn nader wordt gemotiveerd. Volgens de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 19 april 2021: ECLI:NL:RVS:2021:807) kan hierop een uitzondering worden gemaakt voor de situatie dat het bestuursorgaan de aanvulling, gelet op de datum van de indiening, in redelijkheid niet meer behoeft mee te nemen in de besluitvorming. De terinzagelegging is door de rectificatie niet 6 maar 8 weken geweest, tot en met 18 augustus 2021. Adressant heeft inmiddels op 18, 22, 23 augustus en 16, 18, 19, 20 en 22 september 2021 aanvullende zienswijzen verstuurd. Al deze zienswijzen zijn in behandeling genomen en in deze Nota beantwoord. Adressant is niet in haar belangen geschaad en is ruimschoots in gelegenheid

21

Gemeente Amsterdam

Pagina 22 van 72

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

gesteld om zienswijzen aan te leveren en kan op een later tijdstip haar bezwaren ook mondeling in de raadscommissie toelichten. Overigens is adressant ook persoonlijk via e-mail op de hoogte gehouden van de procedure en is ruim tevoren op de hoogte gesteld van de terinzagelegging. Daarnaast heeft adressant via de Wob procedure, ruim voor de terinzagelegging, een groot aantal stukken mogen ontvangen die nadien deel zijn gaan uitmaken van de ter inzage gelegde ontwerpbesluiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11092513/1