CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

9. 20210319 RCE advies 1100875 NDSM-werf.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Haalbaarheidsstudie Vergroening en Sport NDSM-werf Oost als basis voor een plan om groen- en sportvoorzieningen toe te voegen op de NDSM-werf Oost. (ZD2021-009050)1.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

> Retouradres Postbus 1600 3800 BP Amersfoort

Projectteam NDSM-werf gemeente Amsterdam t.a.v. mevr. S. Roelofsen Postbus 202 1000 AS Amsterdam

Smallepad 5 3811 MG Amersfoort Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl Contactpersoon Renate Pekaar +31334217497 R.Pekaar@cultureelerfgoed.nl Lodewijk van Roij +31334217498 L.van.Roij@cultureelerfgoed.nl

Datum Betreft

19 maart 2021 Haalbaarheidsstudie vergroening en sport NDSM-werf Oost

Onze referentie 1100875 Bijlagen 0

Gegevens beschermde monumenten Diverse objecten NDSM-werf Naam NDSM-plein 1 Adres 1033 WC Amsterdam Postcode/plaats Amsterdam; Noord-Holland; Gemeente/provincie 528252, 528254, 528251, 528253 en 528255 Monumentnummer

Geacht projectteam NDSM-werf, beste mevrouw Roelofsen, Op 19 januari 2021 ontving ik via Monumenten en Archeologie de Haalbaarheidsstudie Vergroening en sport NDSM-werf Oost 04.01.2021. In antwoord op uw verzoek, geef ik u hierbij graag mijn reactie op deze haalbaarheidsstudie en bijbehorende bijlagen. De Haalbaarheidsstudie is het resultaat van een onderzoek naar de mogelijkheden om groen en sportvoorzieningen toe te voegen aan het oostelijk deel van de NDSM-werf. Op dit deel van de werf bevinden zich gebouwde objecten -waaronder vijf rijksmonumenten- en structuren die resteren uit de tijd van de scheepsbouwwerf en die het karakter van het gebied bepalen. Naast de gebouwde structuren zijn de inrichting van het terrein en de visuele uitingen van transportbewegingen over het terrein (rails etc.) van belang voor het juiste begrip van de scheepsbouwwerf. Dit is ook expliciet benoemd in de complexomschrijving van de rijksmonumenten. Het terrein is grotendeels verhard en daarom wordt er in de studie kans gezien om de hoeveelheid groen en sport hier aanzienlijk te kunnen vergroten. Terecht wordt hierbij gesteld dat de monumentale en cultuurhistorische waarden van de NDSM-werf dienen te worden behouden en versterkt. Vanuit de RCE zien wij goede mogelijkheden voor een meer groene inrichting en het faciliteren van sportmogelijkheden.

Hierbij is van belang dat het industriële karakter van de werf -dat voor een belangrijk deel bepaald wordt door de robuustheid van de openbare ruimte- herkenbaar aanwezig blijft.

Pagina 1 van 4

Onze referentie

De normering voor groen blijkt het belangrijkste argument voor vergroening van NDSM-werf-Oost. Uiteraard is groen een belangrijke drager voor de kwaliteit van de leefomgeving. Het is echter jammer te moeten constateren dat NDSM-werf Oost achteraf de oplossing moet bieden voor het tekort aan groen in NDSM-West om aan de normering voor groen te kunnen voldoen. Aangegeven wordt dat het aandeel groen van 9,5% naar 63% gaat en het aandeel verharding evenredig omlaag. Hiermee wordt weliswaar voldaan aan de minimale groennorm, maar het roept wel de vraag op of dit niet ten koste gaat van een andere kwaliteit, namelijk de identiteit en de uitstraling van het NDSM-terrein.

1100875

Het is positief dat er cultuurhistorisch onderzoek is gedaan naar de inrichting en het gebruik van de buitenruimte van de werf en dat de belangrijkste bevindingen daarvan zijn meegenomen in de Haalbaarheidsstudie. Op hoofdlijnen kan ik mij vinden in de karakterisering van het gebied als ’functioneel, open en dynamisch’ en in de voorgestelde zonering, waarbij de richtingen in het gebied, de lengtes van de hellingen en de schaal van de tussenruimtes zijn gebruikt om de nieuwe ‘laag’ met groen en sportfuncties in te passen. Ten aanzien van de verdere uitwerking wil ik graag de volgende aandachtspunten meegeven: Inrichting Hoewel uit onderzoek is gebleken dat de werf vroeger minder verharding kende, is dit nu juist wel een kenmerk van het industriële werfkarakter. Een al te groene inrichting en opschoning van de ruimtes, evenals het toekennen van specifiek aangewezen sportterreinen kunnen afbreuk doen aan het karakter en de identiteit van het gebied. Het gaat om het zoeken naar een goede balans waarbij het aandeel verharding in de openbare ruimte voldoende proportioneel aanwezig blijft en waarbij de nieuwe inrichting en voorzieningen zich als vanzelfsprekend voegen in het gebied en niet nadrukkelijk aanwezig zijn. Daarbij vraag ik ook aandacht voor het materiaal- en kleurgebruik van nieuwe toevoegingen.

Groen Voor de groeninvulling worden onder andere twee typologieën geïntroduceerd, namelijk ‘open ruig veld’ en ‘ruig veld’. In de bijlage Groen en Sport worden deze typologieën uitgewerkt met voorbeelden. Deze voorbeelden zijn echter nogal uiteenlopend van aard (invulling met smalle stroken of brede groenstroken, laag groen, middelhoog groen of bomen) zodat onduidelijk blijft welk beeld men nu voor ogen heeft. Vanwege het strategisch niveau van dit rapport hoeft de keuze in het soort groen nog niet te worden gemaakt, maar het is wel belangrijk om een idee te hebben of het hier om daadwerkelijk open velden gaat of ruimtes met veel (middel-)hoog opgaand groen. Het is immers niet wenselijk het open zicht naar het IJ te verstoren. Water Opvallend is dat het water relatief weinig aandacht krijgt in de haalbaarheidsstudie, terwijl een van de conclusies uit het cultuurhistorisch onderzoek is dat het water altijd als functionele en toepasbare ruimte waargenomen werd. Een uitgangspunt voor ontwikkeling zou kunnen zijn dat de waterfunctie deels de groenfunctie zou kunnen vervangen. De ligging aan het water -met name aan de IJ-zijde- in combinatie met het industriële erfgoed vormt een van de belangrijkste kwaliteiten voor het gebied. Belangrijk is dat de historische harde kades gehandhaafd blijven als herkenbaar onderdeel van de voormalige werffunctie.

Pagina 2 van 4

Onze referentie

Vanwege de kwaliteiten van het zicht op het water en de functionele rol van het water aan met name de IJ-zijde zijn we geen voorstander van vaste drijvende groenelementen zoals in de bijlage Groen en Sport aangegeven. Elementen met een meer industrieel en tijdelijk karakter achten wij hier passender. Daarbij zou overigens ook gedacht kunnen worden aan sportvoorzieningen op drijvende elementen. Zo zijn er creatieve oplossingen denkbaar voor recreatief gebruik van het water, passend bij het dynamische karakter van de werf. Daarnaast denken we dat hier meer mogelijkheden zijn met betrekking tot waterecologie (dat in de studie niet of nauwelijks aan bod komt). Ook daarvoor geldt dat de ingreep afgestemd zou moeten worden op de karakteristiek (dus geen aanplemping met een rietkraag ter plaatse van stenen kades, maar ecologische ingrepen die passen bij het industriële karakter).

1100875

Saneren Omdat de grond is vervuild, moet deze worden gesaneerd en in het plangebied worden opgeslagen of afgevoerd naar elders. Voor de opslag in het plangebied worden twee scenario’s voorgesteld. Scenario 1 bestaat uit het ophogen van het terrein door een grondlichaam te maken ter plaatse van de vroegere Helling 1 (optie 1a) of door een nieuwe hellingbaan te introduceren (optie 1b). Optie 1a is denkbaar, maar tegen optie 1b zijn bezwaren omdat op de aangegeven locatie niet eerder een hellingbaan heeft gelegen en hier juist het open zicht op het IJ kwaliteit biedt. Scenario 2 bestaat uit een aanplemping voor de kade, maar dat is niet wenselijk omdat dit naar verwachting het karakter van het waterdeel van de werf en van de kade en te zeer zal wijzigen. Parkeren We onderschrijven het voorstel om op een geconcentreerde locatie te parkeren en verspreide autobereikbaarheid op het terrein tegen te gaan. Wanneer parkeren vorm krijgt in een gebouw tussen Lashal en Scheepsbouwloods zal dat gevolgen hebben voor de ruimtelijke beleving van de twee gebouwen en de beleefbaarheid van de historische routing van het fabricageproces. Bij voorkeur zien wij hier een ondergrondse parkeergarage of een oplossing elders op of buiten het terrein. Werfrelicten Graag vragen we aandacht voor de inpassing van de werfrelicten die verspreid over het terrein aanwezig zijn.

Zoals ook in het cultuurhistorisch onderzoek wordt geconcludeerd, wordt het karakter van het gebied bepaald door het samenspel van verschillende schaalniveaus. Daarbij springen de grote gebouwen wellicht het meest in het oog, maar ook de kleinere relicten die verwijzen naar de voormalige werf zijn identiteitsdragers. Het is van belang dat deze structuren en objecten gehandhaafd blijven. Gelet op bovenstaande ziet de RCE mogelijkheden voor het toevoegen van groen en sportvoorzieningen aan de NDSM-werf, zolang daarbij het behoud van het monumentale en cultureel erfgoed, als ook het industriële, ruige karakter van dit bijzondere gebied voorop staat. De uitgangspunten die daarvoor zijn geformuleerd kan ik onderschrijven, maar ten aanzien van de uitwerking heb ik enkele punten van zorg en aandacht benoemd. Ik vertrouw er op dat deze worden meegenomen in de verdere uitwerking van de studie.

Pagina 3 van 4

Onze referentie

Met deze reactie op de Haalbaarheidsstudie hoop ik een constructieve bijdrage te leveren aan de verdere planvorming. Gelet op de impact van de plannen op (de beleving van) het scheepswerfcomplex, blijft de RCE graag als adviseur betrokken.

1100875

Mocht u nog vragen hebben over de inhoud van bijgevoegde reactie, dan kunt u contact opnemen met de contactpersonen die in het briefhoofd vermeld staan. Een afschrift van deze reactie stuur ik aan Monumenten en Archeologie. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, namens deze, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,

Renate Pekaar adviseur architectuurhistorie

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10689786/1