850.21.Motie Vink c.s. AEB herijking deelnemingen
Tekst van het document
Motie Datum raadsvergadering Ingekomen onder nummer Status Onderwerp
23 december 2021 850 Aangenomen Motie van de leden Vink, Türkkol en Kuiper inzake Rapportage enquêtecommissie Afvalenergiebedrijf (AEB)
Onderwerp Herijking deelnemingen
Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over Rapportage enquêtecommissie Afvalenergiebedrijf (AEB). Constaterende dat: – het rapport belangrijke conclusies trekt over de verzelfstandiging van het AEB, waaronder dat het publiek belang onvoldoende expliciet en operationeel werd gemaakt; – de enquêtecommissie hiertoe een belangrijke aanbeveling doet: ”Expliciteer het publiek belang van iedere deelneming. [..]” – de reactie op deze aanbeveling vanuit het college aangeeft dat het staand beleid is dat de gemeente alleen taken uitvoert die voortkomen uit een gemeentelijk publiek belang en daarbij geldt dat de gemeente beziet of volledige gemeentelijke betrokkenheid noodzakelijk is, in hoeverre de markt een activiteit kan uitvoeren, of dat de gemeente andere instrumenten tot haar beschikking heeft waarmee het publieke belang ook of beter kan worden geborgd (Collegebrief bestuurlijke reactie raadsenquête AEB, 10 december 2021, p. 3); – bij de verzelfstandiging van het AEB, en de jaren daaropvolgend, desondanks onvoldoende is getoetst of de markt deze activiteit beter kon uitvoeren dan wel of de eerdere aanleiding voor het aangaan van de deelneming nog onverkort bestond; – bij de verzelfstandiging, en de jaren daaropvolgend, desondanks het publiek belang onvoldoende expliciet werd gemaakt.
Overwegende dat: – de casus van het AEB het college en de raad belangrijke lessen leert over de omgang met deelnemingen;
Gemeente Amsterdam
–
– – – –
Status Aangenomen Pagina 2 van 2
het rapport laat zien dat het AEB niet zo zeer de kenmerken van een “publieke dienstverlener” bezat (die zich richt op de nutsfunctie voor de bewoners van de gemeente en zich vooral met huishoudelijk afval bezighoudt), maar eerder die van een marktspeler (die min of meer gelijke hoeveelheden huishoudelijk en bedrijfsafval verwerkt, innovaties in gang zet en diverse marktrisico’s loopt), maar dat dit er desondanks niet toe leidde dat de aandelen van het bedrijf werden verkocht; de meeste andere overheden in ons land hun afvalverwerker deze eeuw hebben geprivatiseerd, inclusief de grote van Rotterdam (AVR) en Noord-Brabant (Attero); ook geprivatiseerde afvalverwerkers zoals AVR en Attero, mede op basis van de bij verkoop aan hen gestelde eisen, goede resultaten boeken op het gebied van duurzaamheid; het rapport laat zien dat de verzelfstandiging van het AEB niet tot de gewenste resultaten heeft geleid; de gemeente in principe alleen een deelneming neemt en aanhoudt als er sprake is van een expliciet publiek belang én van “marktfalen” waardoor het betreffende belang niet of niet voldoende tot zijn recht zou komen in een private c.q. vrije marktsituatie.
Verzoekt het college van burgemeester en wethouders –
– –
bij volgende herijkingen van de gemeentelijke deelnemingen per deelneming expliciet de vraag aan de raad voor te leggen of het instrument ‘deelneming’ nog altijd wenselijk is door in elk geval te toetsen op de criteria van publiek belang en marktfalen; in lijn met de aanbeveling van de enquêtecommissie, daarbij het eventuele publiek belang expliciet te formuleren en te operationaliseren; daarbij deskundigen te betrekken die kunnen adviseren en de voor- en nadelen van eventuele uitvoering door de markt in beeld brengen.
Indieners B.L. Vink N. Türkkol T. Kuiper