CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Zienswijze.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Toepassen van het gemeentelijk voorkeursrecht op de locatie van het westelijk gedeelte van de golfbaan Waterland in Amsterdam (VN2026-003672)2.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANGETEKEND

Eefje van Bommel MRE MRICS

Gemeenteraad van de gemeente Amsterdam

Advocaat

Postbus 202

T +31 (0)20 305 01 20

1000 AE AMSTERDAM

M +31 (0)6 12 05 78 65 E eefje@hemwood.nl Renée van Dam Advocaat T +31 (0)20 305 01 20 M +31 (0)6 22 91 65 05 E renee@hemwood.nl

Amsterdam, 9 maart 2026 Onze referentie

: RD/20265852

Uw referentie

: 2026-2547

Betreft

: Zienswijze tegen ontwerpbeschikking vestiging gemeentelijk voorkeursrecht (westelijk deel Golfbaan Waterland Amsterdam)

Geachte leden van de Raad, Namens cliënte, B.V. Exploitatiemaatschappij Golfbaan Waterland, dienen wij hierbij een zienswijze in tegen het voornemen tot vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht op de percelen behorend bij het westelijk deel van de Golfbaan Waterland te Amsterdam (plaatselijk bekend als Buikslotermeerdijk 141). De ontwerpbeschikking en de bekendmaking zijn gezamenlijk aangehecht als bijlage 1. Het Raadsvoorstel sluit aan op het raadsvoorstel dat is gebaseerd op het besluit van het College d.d. 27 januari 2026 (met kenmerk 2026-1843) tot de vestiging van een voorlopig voorkeursrecht op het oostelijk deel van de Golfbaan Waterland. Cliënte heeft tegen dit voornemen reeds op 24 februari jl. een zienswijze ingediend. 1.

INLEIDING

1.1.

Bij besluit van 10 februari 2026 met kenmerk 2026-2547 (bijlage 2) heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College) besloten om op grond van artikel 9.1, lid 2 Omgevingswet een voorlopig voorkeursrecht te vestigen op de volgende percelen (hierna: Percelen). Gemeente Amsterdam, sectie AL, nummer 2667, 4487, 4491; Gemeente Amsterdam, sectie B, nummer 927.

1.2.

De Percelen vormen het westelijk deel van de Golfbaan Waterland dat door cliënte als erfpachter aan derden wordt verhuurd. De globale ligging van de Percelen is op onderstaande figuur weergegeven.

Hemwood | Keizersgracht 477 | 1017 DL Amsterdam T +31 (0)20 30 50 120 | E info@hemwood.nl | W hemwood.nl

Figuur 1: overzicht van de Percelen 1.3.

Uw Raad is door het College verzocht op deze Percelen een definitief voorkeursrecht te vestigen (hierna: Raadsvoorstel). De stukken die aan dit verzoek ten grondslag liggen, zoals de toelichting op het Raadsvoorstel, zijn aangehecht als bijlage 3.

2.

OPMERKING VOORAF

2.1.

Mede gelet op de goede relatie met de gemeente Amsterdam en het constructieve overleg dat in het verleden over deze locatie heeft plaatsgevonden, was cliënte erg verbaasd over het plotselinge besluit van de gemeente om op de Percelen een voorkeursrecht te vestigen. Cliënte heeft in het verleden juist het initiatief genomen om in gezamenlijk overleg met de gemeente te onderzoeken welke ontwikkelmogelijkheden op deze locatie passend zouden kunnen zijn. In dat kader heeft zij Amvest bij uw gemeente geïntroduceerd. Gelet op haar aanwijzing van de Percelen is overgegaan.

2.2.

Ook door de wijze van bekendmaking van de besluiten was cliënte onaangenaam verrast. Zo zijn de besluiten niet toegestuurd naar het postadres van de hoofdvestiging van cliënte, maar uitsluitend naar het adres van de golfbaan. Dit heeft niet alleen tot onrust bij de huurder geleid, waardoor oneindigheid over de huurbetaling is ontstaan. Ook heeft cliënte pas later van de inhoud van de besluiten kennis kunnen nemen. Gelet op het goede contact met de gemeente had het

nog afgezien van de juridische vereisten - voor de hand

gelegen dat de gemeente - desnoods per mail - een kopie van de besluiten rechtstreeks aan cliënte had toegestuurd.

2/6

3.

GRONDEN ZIENSWIJZE

3.1.

Cliënte is zich bewust van het feit dat het voorkeursrecht door gemeenten wordt gebruikt om actieve grondpolitiek te kunnen voeren. Zij is bovendien bekend met de rechtspraak van de Afdeling, waaruit volgt dat de discretionaire bevoegdheid van de raad bij de vestiging van het voorkeursrecht als uitgangspunt heeft te gelden. 1

3.2.

Dit betekent echter niet dat voetstoots tot de vestiging van een voorkeursrecht kan worden overgegaan. Bij de toepassing van de bevoegdheid tot het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht dient strikt te worden getoetst of daarbij aan de voorgeschreven voorwaarden is voldaan. Zo komen voor aanwijzing alleen gronden in aanmerking waaraan een niet-agrarische bestemming is toegedacht. Dient te allen tijde nauwkeurig te worden gemotiveerd waarom voor een bepaalde toegedachte bestemming is gekozen en in hoeverre die bestemming afwijkt van het huidige gebruik. Daarnaast dient inzicht te worden geboden in een zorgvuldige en evenredige belangenafweging

3.3.

Cliënte concludeert dat het Raadsvoorstel niet aan alle voornoemde vestigingsvoorwaarden voldoet. Ter onderbouwing voert zij daartoe de volgende gronden aan: a.

De aan het Raadsvoorstel ten grondslag liggende motivering is gebrekkig, wat in strijd is met artikel 3:46 Awb;

b.

Aan het Raadsvoorstel ligt geen zorgvuldige en evenredige belangenafweging afweging ten grondslag, waardoor sprake is van strijd met artikel 3:2 en artikel 3:4 Awb;

c.

Het Raadsvoorstel vormt een onaanvaardbare beperking op het erfpachtrecht van cliënte, wat strijd oplevert met artikel 1 van het eerste protocol van het EVRM.

(a)

Strijd met het motiveringsbeginsel

3.4.

De motivering in het Raadsvoorstel voor de vestiging van het voorkeursrecht is summier. In het voorstel is slechts vermeld dat voor de vestiging van het voorkeursrecht is gekozen om te kunnen borgen dat er sport- en energievoorzieningen voor de inwoners van de gemeente worden gerealiseerd, evenals een experimentele woonwerkgemeenschap. De behoefte aan deze voorzieningen is in het Raadsvoorstel echter niet geconcretiseerd.

3.5.

Zo heeft cliënte in haar zienswijze over het raadsvoorstel voor het oostelijk deel van de golfbaan al opgemerkt dat de behoefte aan de sportvoorzieningen op geen enkele manier is onderbouwd. Niet in aantallen, niet in metrages en evenmin in type sportfaciliteiten. Hierdoor is onduidelijk welke intensivering van sportfaciliteiten wenselijk is en hoe die beoogde intensivering zal worden vormgegeven. Hiermee hangen veel vragen samen, waarop het antwoord onduidelijk is. Zoals de vraag of het noodzakelijk is om op alle percelen van de golfbaan een voorkeursrecht te vestigen. Zonder concreet onderzoek naar de daadwerkelijke behoefte is de aanwijzing van alle percelen voorbarig en niet gestoeld op een daadkrachtige motivering.

1

ABRvS 22 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3786.

3/6

3.6.

Ook de behoefte aan de experimentele woonwerkgemeenschap is onvoldoende in het Raadsvoorstel onderbouwd. Niet alleen mist het Raadsvoorstel een duidelijke omschrijving van wat hieronder wordt verstaan, ook is onvoldoende onderbouwd waarom dit gebruik wenselijk is. Het gebruik wijkt immers niet alleen af van de huidige planologische bestemming, maar ook van het gebruik dat in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (d.d. 28 juli 2021) aan de Percelen is toegekend dat bestaat uit een sportfunctie. Het Raadsvoorstel

beschikbaar komen van het westelijk deel van de

golfbaan er ruimte ontstaat voor de experimentele woonwerkgemeenschap. Cliënte kan deze zinsnede niet volgen, nu op geen enkele wijze is aangegeven hoe en waarom het westelijk deel van de golfbaan beschikbaar komt. (b)

Ontbreken van een zorgvuldige en evenredige belangenafweging

3.7.

Uw Raad is verplicht om voorafgaand aan de vestiging van het voorkeursrecht de situatie, de betrokken belangen en de noodzaak van het voorkeursrecht in kaart te brengen, om vervolgens een goede afweging te kunnen maken over de

vestiging van het

voorkeursrecht. 3.8.

In het Raadsvoorstel staat dat de gemeente met de vestiging van het voorkeursrecht wil voorkomen dat de Percelen worden verkocht aan een ongewenste derde partij die de percelen wil inzetten voor een ander gebruik dan sport. De noodzaak van het voorkeursrecht bestaat zodoende enkel uit de behoefte van de gemeente om haar regierol te versterken. Met het Raadsvoorstel lijkt echter te worden miskend dat de gemeente ten aanzien van de Percelen al over een aanzienlijke mate van regie beschikt, zodat van een directe noodzaak geen sprake is.

3.9.

Ten eerste laat het vigerende omgevingsplan op de Percelen al uitsluitend een sportfunctie toe. Voor elk ander gebruik is een wijziging of afwijking van het omgevingsplan vereist. Daarvoor is de actieve juridisch-planologische medewerking van de gemeente benodigd. Met andere woorden: de gemeente kan alle door haar ongewenst geachte ontwikkelingen (niet zijnde sport) tegenhouden, enkel door medewerking aan die ontwikkeling te weigeren. Daar komt bij dat de gemeente eigenaar/erfverpachter is van de Percelen. Dat betekent dat de gemeente via het erfpachtcontract over de mogelijkheid beschikt om invloed uit te oefenen op het gebruik van de Percelen. Ter voorkoming van een ongewenste ontwikkeling is de vestiging van het voorkeursrecht dus geenszins noodzakelijk.

3.10.

In dit verband is van belang dat de vestiging van een voorkeursrecht moet worden voorkeursrecht niet lichtzinnig mag worden omgegaan. Alleen als de oplegging effectief is en het effect niet op een andere manier kan worden bereikt, mag van de bevoegdheid gebruikt worden gemaakt. Nu de gemeente reeds over voldoende andere mogelijkheden beschikt om regie over de Percelen uit te oefenen, wordt aan deze voorwaarden niet voldaan.

3.11.

Uit het Raadsvoorstel maakt cliënte verder op dat er nog niet bekend is of de toegedachte bestemming überhaupt haalbaar is. Momenteel wordt er nog een zoneringsplan opgesteld voor het Groene Veld. Dit betreft de grond onder de Percelen van cliënte. Op dit deel is zal het grootste deel van de experimentele woonwerkgemeenschap worden gerealiseerd. Duidelijkheid over de inrichting van gebied is derhalve noodzakelijk, om de haalbaarheid

4/6

en wenselijkheid van een experimentele woonwerkgemeenschap op de Percelen te kunnen beoordelen. 3.12.

Verder

geldt

dat

de

woonwerkgemeenschap wezenlijk

verschillende

toegedachte

en

functies

sport,

energievoorzieningen

(waaronder

functies

zijn

met

uiteenlopende

een een

experimentele onderstation)

effecten

op

diverse

omgevingsaspecten. Het Raadsbesluit gaat niet in op de onderlinge verenigbaarheid van deze functies, noch op hun inpassen in de omgeving, terwijl deze verenigbaarheid bepalend is voor de uitvoerbaarheid van de beoogde herontwikkeling van de Percelen. Op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 Awb) en het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 Awb) rust op de gemeente de verplichting eerst te onderzoeken in hoeverre de voorgenomen herontwikkeling mogelijk is, voordat tot aanwijzing van de Percelen kan worden overgegaan. 3.13.

Cliënte is van oordeel dat het voorkeursrecht, een gemeentelijk instrument dat dient te gelden als ultimum remedium, in redelijkheid niet kan worden gevestigd nu allesbehalve zeker is of de realisatie van de beoogde gebiedsontwikkeling überhaupt uitvoerbaar is. In het Raadsvoorstel is ten onrechte verzuimd voormelde doorslaggevende omstandigheden op voorhand goed in kaart te brengen.

3.14.

Het Raadsvoorstel geeft überhaupt geen inzicht in de wijze waarop de belangen van cliënte zijn afgewogen. Cliënte concludeert ook om die reden dat aan het voornemen geen evenredige en zorgvuldige belangenafweging ten grondslag ligt.

(c)

Onaanvaardbare beperking van het erfpachtrecht

3.15.

Met de voorgenomen vestiging van het voorkeursrecht zal cliënte aanzienlijk in haar erfpachtrecht worden beperkt. Dat is niet louter een financieel belang, maar ook het legitieme belang om vrijelijk over haar erfpachtrecht te kunnen beschikken. Die vrijheid wordt door het voorkeursrecht belemmerd. Door het voorkeursrecht is er bij een voorgenomen verkoop feitelijk maar één onderhandelingspartner en dat is de gemeente. Daarmee drukt het voorkeursrecht tevens de waarde van de Percelen.

3.16.

Cliënte is bekend met de standaardjurisprudentie onder de Wet voorkeursrecht gemeenten (oud), waaruit blijkt dat bij het vestigen van een voorkeursrecht weliswaar sprake is van een inbreuk op het ongestoorde genot van het eigendomsrecht, maar dat deze inbreuk plaatsvindt in het algemeen belang en onder de voorwaarden in de wet. Tegelijkertijd geldt dat met de vestiging van een voorkeursrecht sprake is van de uitoefening van een discretionaire bevoegdheid: uw Raad kan een voorkeursrecht vestigen, maar kan dat ook niet doen of in beperkte(re) mate. Dit vergt een evenredigheidsafweging van uw Raad.

3.17.

In het Raadsvoorstel wordt slechts één algemeen belang aangedragen voor de vestiging van het voorkeursrecht, namelijk de borging van de realisatie van de sport- en energievoorzieningen evenals een experimentele woonwerkgemeenschap voor inwoners van de gemeente. Op geen enkele wijze is beoordeeld wat de gevolgen van het voorkeursrecht zijn voor cliënte en of de vestiging van het voorkeursrecht, gelet op de specifieke feiten en omstandigheden, gerechtvaardigd is. Van een evenredigheidsafweging is daarom geen sprake.

5/6

4.

CONCLUSIE

4.1.

Gelet op het voorgaande concludeert cliënte dat: Het Raadsvoorstel niet is voorzien van een daadkrachtige motivering, hetgeen strijd oplevert met artikel 3:47 Awb; Het Raadsvoorstel ook in strijd is met het zorgvuldigheids- (artikel 3:2 Awb) en evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 Awb), nu iedere onderbouwing althans een deugdelijke, zorgvuldige en evenredige onderbouwing ontbreekt. Dit klemt te meer omdat: o

De gemeente gelet op het omgevingsplan en haar eigendomsrecht al over veel mogelijkheden beschikt om regie over de Percelen uit te kunnen oefenen;

o

De haalbaarheid van de beoogde herontwikkeling onzeker is.

Het Raadsvoorstel een onaanvaardbare inbreuk oplevert op het erfpachtrecht van cliënte. 4.2.

Cliënte verzoekt uw Raad af te zien van de vestiging van het voorkeursrecht op de Percelen. Desgewenst is cliënte bereid deze zienswijze mondeling aan uw Raad nader toe te lichten.

Hoogachtend,

Eefje van Bommel MRE MRICS

Renée van Dam

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16789038/1