8. Onderzoeksrapport HvA mini-burgerberaad.pdf
Tekst van het document
Respect De verschillende onderdelen van het mini-burgerberaad verliepen grotendeels in een ontspannen en open sfeer. Het handelen van de voorzitter droeg hier in het bijzonder aan bij. Hij zocht actief contact met de deelnemers en kwam warm en benaderbaar over. Gedurende het beraad nodigde hij herhaaldelijk de deelnemers uit om, als er iets was, naar hem toe te komen. Humor en enthousiasme Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
24 of 59
werd door de voorzitter veelvuldig gebruikt om schurende thema’s bespreekbaar te maken en belangrijke uitspraken van deelnemers kracht bij te staan: ‘Iedereen van het gas af!’, ‘Mag ik een duw komen geven aan de raad?, ‘Voelt u zich niet ontmoedigd dat uw maatregel geen + heeft gekregen?’ De sfeer was over het algemeen goed en constructief. Gedurende de tafelgesprekken in het deliberatie-weekend werd op een respectvolle manier met elkaar gepraat. De deelnemers luisterden in de regel goed naar elkaar. Over het algemeen praatte iedereen mee, waarbij zo nu en dan één of twee deelnemers per groepje stiller waren. Af en toe kwam het voor dat deelnemers door elkaar praatten, maar dit was vooral aanvullend/versterkend. Vaak kwam het door enthousiasme. Kritische opmerkingen waren welkom: “Goed dat je het inbrengt.”. Over het algemeen leek de betrokkenheid en energie hoog. Er werd aan de tafels veel gelachen en de sfeer was gemiddeld genomen goed. Door de gemeente en de voorzitter werd meerdere malen het belang van het burgerberaad benadrukt. Zo gaf de wethouder onder meer expliciet aan graag ‘wijsheid van de groep te willen krijgen’ en ‘veel vertrouwen in de groep te hebben’. Ook impliciet werd vertrouwen uitgesproken in het burgerberaad.
Zo werd meerdere keren door zowel de voorzitter als de projectleiders gesproken over ‘het schrijven van geschiedenis’, ‘impact maken’ en “We gaan B&W versteld doen staan!” . Er is vanaf het begin ruim aandacht besteed aan de manier waarop men met elkaar om zou moeten gaan en welke verwachtingen daaromtrent waren. Voorzitter: ‘Het is belangrijk dat we echt goed in gesprek komen. Wat vindt u belangrijk om in redelijkheid met elkaar om te gaan?’. Ook was er veel aandacht voor eventueel ongemak bij deelnemers. Zo werd de onrust benoemd die ontstond over aanwezigheidsplicht in het deliberatie-weekend. Als er dingen niet goed gingen werd dit ook open benoemd, bijvoorbeeld bij technische storingen tijdens de digitale sessies waarbij de groep hierover werd geïnformeerd: “Goedenavond, we zijn nog even bezig met het controleren van de namen. U wordt zo toegelaten tot de sessie. Excuses voor de kleine vertraging.”
Voice Plenaire programmaonderdelen bij de start Spanningen werden tijdens de plenaire programmaonderdelen benoemd. Het omstreden en actueel onderwerp ‘windturbines’ werd eerst door de deelnemers tijdens de startavond en vervolgens door de organisatie meerdere malen aangekaart. Er kwamen tijdens de startavond veel vragen uit de zaal over de randvoorwaarden, reikwijdte en mandaat, waarbij relatief veel aandacht uitging naar enkele mannelijke deelnemers. Nadat een deelnemer na afloop van de startbijeenkomst aangaf dat hoofdzakelijk mannen aan het woord waren, werd hier doorgaans rekening mee gehouden: ‘Ik heb dit tegen de voorzitter gezegd en binnen no time stond de hele organisatie om mij heen’. Eén van de mannelijke deelnemers die tijdens de eerste sessie veel inbreng had, gaf later in het beraad aan meerdere punten te willen bespreken, waarop de voorzitter aangaf dat hij maar één punt mocht inbrengen. Dit wordt ook bevestigd door de deelnemer die dit had aangekaart: ‘Ik heb er extra opgelet. Ze hebben er zeker naar geluisterd en waren er bewust van.’ In de plenaire bijeenkomsten werd hier en daar scepsis en frustratie naar voren gebracht. Voor deelnemers was het tijdens de startavond niet duidelijk binnen welke grenzen het mini-burgerberaad zich zou moeten verhouden: ‘Als ze de scoop van tevoren hadden verteld, hadden ze ook niet de hele windmolen discussie gehad’.
Kritische inbreng van deelnemers werd serieus besproken en in veel gevallen meegenomen door zaken te verhelderen of uit te zoeken, of door de manier van werken aan Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
25 of 59
te passen. Zo werd duidelijk gemaakt dat ook over windmolens gesproken kon worden. Waarbij werd opgemerkt dat het schrappen van voorgenomen maatregelen, waaronder het bijplaatsen van een aantal windturbines, dan zou vragen om extra maatregelen om alsnog de beoogde CO2-reductie te behalen. Daarnaast werd tijdens de daaropvolgende bijeenkomst de onrust benoemd en zocht de voorzitter heel expliciet iemand op die een aantal randvoorwaarden had benoemd: ‘Kunt u die nog herhalen?’.
Het ophalen van de feedback van deelnemers op het verloop van het programma (aan het einde van ieder onderdeel) was een vast onderdeel van de opzet en gebeurde aan het begin veelvuldig, maar hier werd gaandeweg steeds minder aandacht aan besteed. Zo werd in het begin tijdens de eerste onlinebijeenkomst (poll)vragen gesteld over hoe zeker men was over de eigen kennis en welke kennis deelnemers dachten nodig te hebben om tot maatregelen te komen. Later in het beraad kwam dit – mede door tijdsdruk - nog nauwelijks terug.
Groepsgesprekken De rol van tafelleider en tafelondersteuner was tijdens de tafelgesprekken niet altijd even duidelijk voor deelnemers. Tijdens de tafelsessies of digitale break-out rooms ontbrak soms een ondersteuner of tafelleider en heel incidenteel waren bij een sessie beiden niet aanwezig. Het ontbreken van een tafelleider en/of ondersteuner werd door sommige deelnemers op bepaalde momenten als storend ervaren. De fase van de Dromer In de eerste fase (de Dromer) werden ideeën verzameld over mogelijke oplossingen en maatregelen. Gedurende de eerste rondes groepsgesprekken van het deliberatie-weekend besteedden de tafelleiders veel aandacht aan een zorgvuldige terugkoppeling naar de deelnemers en vroegen regelmatig door: ‘Hebben we nu alles?’. Ook werden er open vragen gesteld door zowel de tafelleiders/ tafelondersteuners als deelnemers zelf. Deelnemers leken zich over het algemeen te richten tot de gehele groep. Soms verliep bij een enkel groepje het gesprek minder soepel en was het wat chaotisch, omdat een tafelleider afwezig was. Per tafel verschilde het of door de tafelondersteuner getoetst werd of er herkenning was over de weergave van de uitkomsten van het gesprek. Soms spraken mensen direct naar de tafelleider of richting de persoon die op de flipover schreef. Er werd over het algemeen actief gereageerd op elkaars inbreng.
De fase van de Realist In de tweede fase (de Realist) was er ruimte voor het met elkaar uitwerken van voorstellen en ideeën. Over het algemeen leken de tafelleiders de rol van terugkoppeling minder zorgvuldig op te pakken dan in de eerste fase en namen zij meer deel aan het gesprek. Er werd soms vrij minimaal getoetst of deelnemers begrepen wat anderen zeiden. Niet iedereen werd de hele tijd bij het gesprek betrokken. In een aantal gevallen leek de tafelondersteuner, onafhankelijke expert of een deelnemer de rol als tafelleider op zich te nemen. In deze Realist fase werden de uitkomsten goed genoteerd. Een enkele keer splitsten groepjes zich op en soms was de mobiele telefoon een storende factor. Deelnemers kwamen in deze fase vooral met eigen inbreng en ideeën en vulden elkaar aan. Er ging vanuit de deelnemers over het algemeen meer aandacht uit naar de bedachte maatregelen van het eigen huidige groepje, dan dat er werd voortborduurt op de ideeën van het groepje daarvoor. De Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
26 of 59
betrokkenheid bij het onderwerp was hoog, maar er leek hierdoor minder ruimte en aandacht voor elkaars inbreng of afwijkende ideeën. De fase van de Criticus De derde fase (de Criticus) vond een dag later op zondagochtend plaats en was er op gericht om samen te kijken naar mogelijke problemen, risico’s en obstakels. Tijdens die ochtend leek er weinig tijd om iedereen aan bod te laten komen en om wat was gezegd goed samen te vatten. Doordat het tafelgesprek voortijdig werd onderbroken - vanwege tijdsgebrek - waren de uitkomsten bij de tafels nog niet echt een groepsopbrengst. Het was in deze fase niet mogelijk om aan de tafels iedereen aan het woord te laten of goed door te vragen. Mede doordat de groepjes samen werden gevoegd, werd het wat rommeliger en ontstonden er sneller informele gesprekjes. Hierbij voerden vaak enkele deelnemers het woord. Dit kwam ook terug toen de randvoorwaarden moesten worden toegepast op de voorstellen (‘Prioritering’). Sommige deelnemers zonderden zich van het gesprek af en werden niet meer bij het gesprek betrokken. Een aantal deelnemers per groepje (één of twee) leek het niet meer goed te begrijpen en/of zich te onttrekken van het gesprek. In deze fase werden er stapsgewijs keuzes gemaakt om te komen tot een set maatregelen. Ten opzichte van andere sessies, leken de meningen tijdens deze fase meer te schuren.
Voorafgaand aan de sessie is dit ook door de programmaleiders expliciet benoemd. De aanwezigheid van een neutrale tafelleider en tafelondersteuner die het proces in goede banen moest leiden, werd tijdens deze fase extra belangrijk. Zij moesten ervoor zorgen dat er voldoende ruimte zou zijn voor afwijkende opvattingen. Aan sommige tafels was de rol van tafelleider overgenomen door een andere deelnemer. Soms pakte de tafelleider de rol van ondersteuner en schreef vooral mee en probeerde wat werd gezegd te verwoorden. Naarmate het proces vorderde werd vaker door de tafelondersteuner getoetst of de weergave van de uitkomsten van het gesprek correct was. Elk groepje had een eigen strategie om de uitgesproken punten samen te vatten. Ook verschilde het per groepje of er werd doorgevraagd en in welke mate werd geverifieerd of hetgeen dat was opgeschreven, correct was - en dus of alle deelnemers zich in de punten konden vinden. De onderlinge verschillen tussen tafelleiders werden meer zichtbaar aan het einde van het burgerberaad. In de loop van het proces verwaterde de rol van de tafelleider. Soms werd deze overgenomen door een andere deelnemer, in andere groepen nam de tafelondersteuner deze rol op zich, sommigen waren sturend of subjectief.
Er waren tafelleiders die stille deelnemers actief uitnodigden deel te nemen aan het gesprek: “Heb je hier iets over te zeggen?”, “Ik zie nog wat lege gezichten. Hoe denk jij erover?”, of ingrepen wanneer een spreker te dominant was door bijvoorbeeld te zeggen dat het ook tijd moest zijn voor andere onderwerpen. Andere tafelleiders/ -ondersteuners lieten het gesprek op zijn beloop of gaven soms hun eigen mening over het onderwerp: “Ik ben dan wel tafelleider maar hebben jullie…” Explanation In de plenaire programmaonderdelen werd regelmatig informatie gegeven over proces en inhoud. Het verloop van het proces en het programma, en de onderbouwing van keuzes hierin (waarom doen we dit?) waren voor deelnemers niet altijd duidelijk: ‘Wat beter kon was de uitleg van het verloop van het burgerberaad. Het was vaak onduidelijk waar tafels over moesten praten. Hierdoor moest dit eerst besproken worden waardoor er minder tijd was voor het onderwerp zelf.’ Zo waren er tijdens de training van de tafelleiders en tijdens de bespreking van de randvoorwaarden (startavond) naast inhoudelijke vragen ook veel vragen over het proces. De deelnemers vertelden achteraf dat ze zich graag goed voor wilden bereiden op het mini-burgerberaad.
Ook gedurende de fase van het leren Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
27 of 59
(sessie 1 & 2), gaven deelnemers aan behoefte te hebben aan kennis en informatie. Deelnemers voelden zich in het begin soms wat overvallen door het gebrek aan kennis. Het niveau van het gesprek lag relatief hoog. Dit werd ook opgemerkt door deelnemers: ‘Nu kan ik redelijk goed leren en ik denk dat het opleidingsniveau vrij hoog was, maar je moet ook inspelen dat niet iedereen makkelijk leert en makkelijk beleidsstukken leest. Dat is wel een aandachtspuntje.’ Mede doordat het klimaatvraagstuk complex van aard is, werden in de plenaire gedeeltes de gesprekken al snel ingewikkeld. De complexiteit was onder andere zichtbaar in het verhaal van de wethouder, waarbij ze vrij formeel de opdracht formuleerde en hierbij een bord met daarop de opdracht vasthield. Ook de beantwoording van vragen door de experts van een onafhankelijk adviesbureau sloot niet altijd aan bij de behoefte van deelnemers. Zo volgde bijvoorbeeld op de vraag van deelnemers om iets meer gevoel te krijgen bij CO2-reductie, een complex verhaal waarbij een groot bedrag benoemd werd en een rijtje met ingrijpende – maar grotendeels onnavolgbare - maatregelen. Niet elke uitgenodigde plenaire spreker was begrijpelijk voor een breed publiek. In een aantal presentaties passeerden relatief veel technische termen de revue. Eén spreker sprak in het Engels.
Tijdsdruk De tijdsdruk werd gaandeweg meer voelbaar in de tafelgesprekken wat soms ten koste ging van de zorgvuldigheid waarmee de deelnemers betrokken werden. Een voorbeeld is de 15 minuten die de deelnemers kregen op de zondagochtend, om in groepjes na te denken over randvoorwaarden voor het maken van keuzes tussen maatregelen. De opdracht leidde hier en daar tot verwarring en de tijd was voor veel deelnemers te kort. Niet elke deelnemer leek het stemmen via post-its voor de maatregelen, die uitgewerkt zouden worden voor het eindrapport, duidelijk te vinden. Sommige deelnemers hadden het idee dat de aandacht naar interessante ideeën gingen (een nieuw Amsterdams’ bos) en niet per definitie naar het beste CO2-reductie-idee. Deelnemers gaven soms aan het erg moeilijk te vinden: ‘We zijn goed bezig en dit is een begin, maar ik weet niet of ik het af wil maken.’ Ook waren er twijfels over de ++ en -- die door de onafhankelijke experts op de flipovers waren gezet om sturing te geven aan de maatregelen: ‘Aan wie is de taak om de prioritering te doen?’
Plenaire onderdelen bij de afronding De werkvorm (en het tempo) waarmee tijdens de afsluitende digitale avondsessie, uit alle voorstellen een keuze werd gemaakt voor het advies aan de gemeente, bood relatief weinig ruimte voor onderlinge uitwisseling en afweging. Zo ontstond bij het opstellen van het adviesrapport wat onenigheid rondom de mandaatvraag (‘Heeft de voorzitter met de schrijfgroep uw mandaat om de gedane suggesties mee te nemen in de eindredactie?’). Het ongenoegen werd versterkt doordat vanwege tijdsgebrek de doorberekeningen van de experts nog niet in de conceptversie van het rapport verwerkt waren: ‘Het voelt alsof je blind gaat stemmen, omdat CO2-uitstoot nog niet duidelijk is. Vind het wel spannend, want op een gegeven moment moet je het ook vertrouwen.’ Door de druk vanuit de organisatie om alles op tijd af te ronden, ontstonden er in de fase van het eindrapport bij een kleine groep deelnemers twijfels over het democratische gehalte van het proces: ‘Jullie nemen wel veel ruimte voor eigen interpretatie en om dan het geheel ter stemming te brengen is wel behoorlijk manipulatief’. Daarnaast had niet elke deelnemer de tijd gehad om het rapport door te lezen, wat voor ongemak zorgde tijdens de digitale bespreking van het rapport. Bij de bespreking werd wel de aanname gedaan dat iedereen de toegezonden stukken van tevoren had doorgelezen.
Desalniettemin bleven de meeste deelnemers ook in deze fase positief en hielden ze vertrouwen in het proces. Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
28 of 59
Aan de hand van de kritische geluiden werd tijdens de eindfase in overleg met de groep het proces van het beraad aangepast, door onder anderen een extra stemsessie in te lassen. Dit bood deelnemers de tijd om het vernieuwde eindrapport inclusief doorberekeningen van het adviesbureau, in het weekend van 13 en 14 november door te lezen. Tevens kon men per maatregel stemmen, iets waar deelnemers om vroegen. Hierdoor werd het omstreden en actuele onderwerp ‘windmolens’, dat tijdens de startavond door deelnemers onder de aandacht werd gebracht, apart behandeld. De stemming vond online plaats, waarbij het zichtbaar was hoeveel procent al voor een maatregel was gestemd. Zo kon men inzicht krijgen of het vooraf besproken mandaat reeds behaald zou worden of niet. Het voorstel overwindmolens behaalde onvoldoende steun en werd niet opgenomen in het advies.
Aanbieding van het rapport Door de aangescherpte corona-maatregelen kon de afsluitende bijeenkomst niet in de raadszaal plaatsvinden, maar werd een onlinebijeenkomst georganiseerd. Gedurende de sessie werd er teruggeblikt op het gehele beraad en werden onder anderen de kritische geluiden over tijdsdruk erkend. De bijeenkomst bracht - na de erkenning dat niet alles vlekkeloos verlopen was - een goede sfeer met zich mee en werd afgesloten met een collagefilm van foto’s van het beraad. De voorzitter sprak lof uit voor het schrijfteam: “Een betere bijdrage dan als dit uit ambtelijke boezem gedaan wordt’. Tijdens de afsluitende presentatie werd samen met de deelnemers vooruitgeblikt op de vervolgstappen. De bereidheid onder deelnemers om eventuele maatregelen verder uit te werken was hoog (rond de 80%).
Betrokkenheid bij het vervolgproces De wethouder heeft na de aanbieding van het rapport met maatregelen aan de gemeenteraad een bedankbrief verstuurd aan de deelnemers. Hierin werd het vervolgproces uiteengezet van het politieke besluitvormingsproces over het advies. In deze brief gaf de wethouder aan dat de deelnemers zullen worden betrokken bij de uitwerking van de voorstellen om na te gaan of deze voldoet aan de door het beraad opgestelde randvoorwaarden. Over het advies om een klimaatraad in te stellen zal na de gemeenteraadsverkiezingen door een nieuw college een besluit worden genomen, zo werd eveneens verteld. Na de bespreking van het advies door het College van B&W (eind januari) zijn deelnemers vervolgens geïnformeerd over de aanbieding aan de raad. Ook de raadsinformatiebrief waarin te lezen was welke maatregelen door het college werden voorgelegd aan de raad werd bijgevoegd. Hierin was bijvoorbeeld te lezen dat een Nieuw Amsterdams bos, een van de maatregelen met brede steun, uitsluitend in samenwerking met andere overheden kan worden gerealiseerd. Leden van het schrijfteam werden uitgenodigd bij de bespreking door de raadscommissie. Deelnemers hebben het verloop en de inhoud van het vervolgproces verder kunnen volgen via de gangbare informatiekanalen van de gemeente.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
29 of 59
4.3. Hoe hebben de deelnemers het verloop ervaren? Om een beeld te krijgen hoe deelnemers hun deelname aan het mini-burgerberaad hebben ervaren, wordt in dit hoofdstuk ingegaan op (1) de verwachtingen van deelnemers vooraf aan het miniburgerberaad, (2) de ervaringen van de deelnemers; wat vonden ze goed gaan en wat kan er volgens hen beter? en (3) de houding van de deelnemers ten opzichte van het beraad en de gemeente Amsterdam.
Verwachtingen van deelnemers vooraf aan het mini-burgerberaad Aan de hand van stellingen is getoetst wat de verwachtingen van de deelnemers waren voorafgaand aan het mini-burgerberaad. Hierbij is telkens de vraag gesteld: ‘In hoeverre bent u het oneens of eens met de volgende uitspraken?’. Op basis van een 5-puntsschaal lopend van - mee oneens tot mee eens -, konden zij hun ervaringen scoren. De verwachtingen van de deelnemers aan het mini-burgerberaad waren overwegend positief (zie figuur 12), waarbij met name relatief hoog werd gescoord op de stellingen: ‘Ik sta positief tegenover het mini-burgerberaad’ (4.5). De deelnemers waren iets minder positief, wanneer gevraagd werd naar het vertrouwen in de follow up van het burgerberaad: ‘Ik heb vertrouwen in wat de gemeente doet met de uitkomsten van het mini-burgerberaad’ (3.7). De vragen over de verwachtingen van deelnemers aan het mini-burgerberaad zijn onder te verdelen in drie dimensies: (1) ruimte geven aan burgers, (2) vertrouwen in het proces en (3) houding ten aanzien van het mini-burgerberaad. De eerste dimensie gaat in op het geven van ruimte aan burgers om gedurende het burgerberaad hun ideeën te delen. Deelnemers gaven aan te verwachten dat de gemeente Amsterdam de kennis en zorgen van deelnemers een plek in het burgerberaad zouden geven, zodat zij op die manier invloed hadden op het klimaatbeleid.
Zo verwachtten de deelnemers onder meer dat het mini-burgerberaad ‘de inbreng van burgers serieus’ zou nemen. De tweede dimensie grijpt aan op het vertrouwen van deelnemers in het proces en de vervolgstappen van het proces. De deelnemers hadden relatief positieve verwachtingen over hoe het proces zou verlopen. Zo gaven de deelnemers aan vertrouwen te hebben in ‘de wijze waarop de gemeente het miniburgerberaad organiseert’ (4.4). Over de vervolgstappen na afloop van het mini-burgerberaad – bijvoorbeeld wat er zou gebeuren met de uitkomsten - waren de verwachtingen ook positief, maar de scores lagen daar wel relatief iets lager. De derde dimensie gaat in op de algemene houding van deelnemers ten aanzien van het mini-burgerberaad voorafgaand aan het proces. Over het algemeen gaven deelnemers aan niet zo goed te weten wat ze van het mini-burgerberaad moesten verwachten, maar ze stapten er wel met een positieve houding in.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
30 of 59
Verwachtingen (Gemiddelde per item)
Ik sta positief tegenover het mini-burgerberaad (n = 81)
4,5
Ik heb vertrouwen in de wijze waarop de gemeente het mini-burgerberaad organiseert (n = 78)
4,4
Ik verwacht dat het mini-burgerberaad de inbreng van burgers serieus neemt (n = 81 )
4,4
Ik verwacht dat het mini-burgerberaad ruimte geeft aan de kennis van burgers die normaal gesproken onbenut blijft (n = 83 ) Ik weet niet zo goed wat ik van het mini-burgerberaad moet verwachten en begin er open aan (n = 84 )
4,4
4,2
Ik verwacht dat mijn bijdrage aan het miniburgerberaad ertoe doet (n = 80)
4
Ik verwacht dat de uitkomsten van het miniburgerberaad bijdragen aan een effectief en goed klimaatbeleid (n = 75) Ik verwacht dat het mini-burgerberaad burgers invloed geeft op het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam (n = 83) Ik verwacht dat het mini-burgerberaad de mogelijkheid biedt om zorgen van burgers een plek te geven in het klimaatbeleid (n = 82) Ik verwacht dat het mini-burgerberaad goede extra klimaatmaatregelen oplevert (n = 80 )
4
4
4
3,9
Ik heb vertrouwen in wat de gemeente doet met de uitkomsten van het mini-burgerberaad (n = 80)
3,7 1
2
3
4
5
Mee oneens - Beetje mee oneens - Neutraal - Beetje mee eens - Mee eens
Figuur 12: Verwachtingen deelnemers voorafgaand aan het mini-burgerberaad. Een factoranalyse is uitgevoerd op de 11 items van verwachtingen. Hieruit kwamen drie dimensies: (1) ruimte geven aan burgers om hun kennis en zorgen te delen om op die manier invloed uit te oefenen op het klimaatbeleid, (2) vertrouwen in het proces en de vervolgstappen, (3) onzekerheid t.o.v. het mini-burgerberaad.
Ervaringen van deelnemers met het mini-burgerberaad Naast de verwachtingen van deelnemers over het verloop van het mini-burgerberaad vóórafgaand aan het mini-burgerberaad, is aan de deelnemers achteraf gevraagd hoe zij het verloop daadwerkelijk hebben ervaren. Hierbij is opnieuw de vraag gesteld in hoeverre ze het oneens of eens zijn met de uitspraken, waarbij wederom gebruik is gemaakt van een 5-puntsschaal.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
31 of 59
Ervaringen (gemiddelde per item) Als het onderwerp me interesseert, zou ik een volgende keer weer willen deelnemen (n = 63)
4,8
De voorzitter was onpartijdig (n = 64)
4,7
De tafelleiders luisterden met aandacht naar iedereen in het groepje (n = 62) Ik steun de uitkomsten, ook als ze niet helemaal overeenkomen met wat ik belangrijk vind (n = 64) Feedback op het programma en de manier van werken werd serieus genomen (n = 63)
4,6
Er is met aandacht naar mijn mening geluisterd (n = 64)
4,6
Ik kon mijn mening voldoende geven (n = 64)
4,6
4,7
4,6
Ik heb voldoende informatie gekregen over de opzet en het programma (n = 64)
4,4
Het mini-burgerberaad is eerlijk verlopen (n = 63)
4,3
Ik heb voldoende informatie gekregen over wat er gebeurt met de uitkomsten (n = 64) Ik heb voldoende invloed gehad op de uitkomsten (n = 64)
4,2 4,1
Ik ben tevreden met de uitkomsten (n = 62)
4,1
De uitkomsten komen overeen met wat ik vind dat er moet gebeuren (n = 63) Ik heb informatie gekregen die bruikbaar was bij het bedenken van maatregelen (n = 64) Ik heb voldoende informatie gekregen om mee te kunnen praten (n = 64) Ik heb meer vertrouwen gekregen in het klimaatbeleid van de gemeente (n = 64)
4 3,9 3,8 3,8 1
2
3
4
5
Mee oneens - Beetje mee oneens - Neutraal - Beetje mee eens - Mee eens
Figuur 13: Ervaringen van deelnemers aan de hand van de elementen van procedurele rechtvaardigheid.
De ervaringen van deelnemers na deelname aan het beraad waren overwegend zeer positief (zie figuur 13). De voorzitter werd als onpartijdig ervaren (4.7). Deze waardering kwam ook naar voren uit de opmerkingen die deelnemers konden geven: ‘De voorzitter deed het heel goed. Hij hield orde, was zeer alert op wat er bij de deelnemers speelde, en hield de sfeer goed met af en toe een dosis humor’. Volgens de deelnemers werd door de tafelleiders met aandacht geluisterd (4.7). Ook gaven de deelnemers aan de volgende keer weer mee te willen doen ‘als het onderwerp mij interesseert’ (4.8). Aanvullend op wat uit de vragenlijst naar voren kwam, spraken de geïnterviewde deelnemers ook over de rijke opbrengst van het mini-burgerberaad in relatief korte tijd: ‘In korte tijd zijn veel uiteenlopende meningen en ideeën toch tot redelijk concrete en steekhoudende voorstellen gekomen’ en werd het bredere bereik van het mini-burgerberaad – buiten de eigen deelnemers - benoemd: ‘Het zijn dan wel 100 mensen, maar die mensen spreken ook weer met familie en vrienden. Ik heb dat ook heel erg gedaan’. Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
32 of 59
Afgezet tegen de overall zeer positieve scores waren de deelnemers relatief iets minder positief over de informatie die gedurende het beraad is verstrekt (3.8 en 3.9) en ook de stelling over het vertrouwen in het klimaatbeleid van de gemeente scoorde relatief iets minder positief (3.8). Aanvullend werd tijdsgebrek veruit het meest kritisch besproken, waarbij deelnemers aangaven meer tijd gehad te willen hebben voor een kwalitatieve verdiepingsslag: ‘Meer tijd is nodig om ideeën en voorstellen meer doordacht en in detail uit te werken.’ De deelnemers hadden voornamelijk behoefte aan een verdiepingsslag op: ‘de impact van de maatregelen in relatie tot de complexiteit’, ‘CO2 doorberekeningen’, ‘de urgentie doorvoelen’, ‘nadenken over de gevolgen van de maatregel’ en ‘de praktische uitvoering’. Ook werd de tijdsindeling van het beraad kritisch besproken, waarbij het voor sommige deelnemers niet altijd duidelijk was waarom voor een aantal onderdelen - zoals het opstellen van de randvoorwaarden - (te) veel tijd werd gespendeerd, waarbij voor andere onderdelen (te) weinig tijd was: ‘lezen van het rapport’ en ‘tijd inruimen om over het onderwerp na te denken en te bespreken met vrienden’. Verschillen tussen verwachtingen en ervaringen? De resultaten van de nameting laten zien dat deelnemers over het algemeen zeer positief zijn over het verloop van het mini-burgerberaad.
De verschillen tussen voor- en achteraf scores zijn niet significant (en kunnen vanwege verschillende samenstelling van de groepen niet een op een vergeleken worden), maar de ‘ervaringen achteraf’ scores zijn vrijwel zonder uitzondering net zo positief of zelfs iets positiever dan de ‘verwachtingen vooraf’ scores.
Ervaren deelnemers het proces als rechtvaardig? Dat deelnemers het proces als rechtvaardig hebben ervaren, is terug te zien in de diverse onderdelen van procedurele rechtvaardigheid – ‘respect’, ‘voice’ & ‘explanation’. Hieruit wordt duidelijk dat deelnemers het meest positief zijn over de dimensie ‘respect’ en dat er meer kritische geluiden zijn wat betreft de dimensie ‘explanation’. Respect Deelnemers spreken zeer expliciet hun waardering uit over de omgangsvormen van de organisatie. Deelnemers geven aan dat ze zich gezien voelden door de organisatie en dat ze het gevoel hadden aan iets belangrijks deel te nemen: ‘Ik had vanaf het eerste moment het gevoel dat ik onderdeel was van iets belangrijks en dat onze mening echt ertoe deed’. Ook de manier waarop het miniburgerberaad was opgezet werd gewaardeerd: ‘Heel goed georganiseerd, zowel de live bijeenkomsten als online. Het zat gewoon goed in elkaar en er was over alles nagedacht. Er werd continu gereflecteerd op het democratisch proces en de beleving van de deelnemers stond daarin centraal.’ Voice Met betrekking tot de dimensie ‘voice’ zijn de deelnemers positief over de prettige sfeer en de ruimte die geboden werd om je mening te geven.
De organisatie ging in hun beleving serieus om met de feedback die ze gaven op het proces: ‘Er hing een hele prettige sfeer en er werd goed naar iedereen geluisterd.’, ‘Het is heel positief dat er geluisterd werd naar alle feedback over het beoordelen van het eindrapport en de maatregelen, en we alsnog de mogelijkheid kregen om beiden te beoordelen.’
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
33 of 59
Explanation Wat betreft de dimensie ‘explanation’ misten de deelnemers soms ‘handvatten’ om tot goede geïnformeerde keuzes te komen. Ze misten vaak voorkennis en waren daardoor soms onzeker over de toegevoegde waarde van hun inbreng: ‘Ons werd verteld dat er geen voorkennis over dit onderwerp nodig was, dat bleek niet helemaal waar, hoe moeten wij plannen verzinnen wanneer wij nauwelijks verstand hebben van dit probleem?’. Ook waren deelnemers niet altijd goed in staat om de huidige realiteit aan maatregelen te overzien (‘Meer achtergrondinformatie over waar huidig beleid van de gemeente op is vastgelopen of wat al is geprobeerd. Actiever informatie delen over initiatieven in andere steden’.) en konden ze soms onvoldoende inschatten wat de consequenties waren van de keuzes die werden voorgelegd (‘Voorzie informatie over doorgerekende impact van maatregelen, alvorens hier voorkeuren voor uit te laten spreken’.) Er was waardering voor de wijze waarop er werd omgegaan met vragen vanuit deelnemers (‘De gemeente en medewerkers van het adviesbureau gingen goed in op de vragen van de deelnemer’.) en de antwoorden die ter plekke door deskundigen werden gegeven, hielpen de deelnemers om tot maatregelen te komen: ‘De interactie met de gemeentevertegenwoordiger en het adviesbureau was ook erg behulpzaam om over hindernissen heen te komen (zoals de begroting etc).’
Hoe verder? Houding deelnemers ten opzichte van de vervolgstappen. Nadat het adviesrapport was opgeleverd aan de wethouder, is aan de deelnemers gevraagd hoe ze denken over de vervolgstappen. Hoe gaat de gemeente om met de adviezen en wat verwachten ze wat er met de uitkomsten zal worden gedaan? Afgezet tegen hoe positief de deelnemers zijn over het verloop van het burgerberaad (veel scores ruim boven de 4), zijn ze iets terughoudender in hun overtuigingen over hoe de gemeente met de uitkomsten van het burgerberaad om zal gaan (zie figuur 14). De deelnemers verwachten echter wel degelijk dat de gemeente de gemaakte afspraken nakomt (3.9) en dat ze het burgerberaad als iets serieus ziet (3.9). Deelnemers zijn gemiddeld genomen iets neutraler in hun antwoord over of ze denken dat de gemeente rekening houdt met de verschillende opvattingen van deelnemers aan het mini-burgerberaad (3.5). De verwachtingen over wat de gemeente doet met de uitkomsten van het mini-burgerberaad zijn na deelname (3.8) vergelijkbaar met de verwachtingen vooraf (3.7).
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
34 of 59
Bij het bepalen van extra maatregelen denk ik dat ... ... de gemeente een eerlijke afweging maakt tussen verschillende maatschappelijke belangen (n = 63)
3,9
... de gemeente afspraken die zijn gemaakt met de deelnemers nakomt (n = 62)
3,9
... de gemeente de inhoudelijke keuzes die worden gemaakt voor extra klimaatmaatregelen goed uit zal leggen (n = 61)
3,9
... de gemeente duidelijk uitlegt wat er met de uitkomsten gebeurd (n = 63)
3,9
... de uitkomsten zeer serieus worden genomen door de gemeente (n = 61)
3,9
Ik heb vertrouwen in wat de gemeente doet met de uitkomsten (n = 64)
3,8
… de gemeente rekening houdt met verschillende opvattingen van deelnemers (n = 64)
3,5 1
2
3
4
5
Mee oneens - Beetje mee oneens - Neutraal - Beetje mee eens - Mee eens
Figuur 14: Houding van deelnemers over het verdere verloop van het mini-burgerberaad en de rol die de gemeente Amsterdam hierin heeft.
Is er sprake van een ‘fair process effect’? Op basis van deze dataset (n=64) kon geen fair process effect worden aangetoond. De uitkomsten laten zien dat deelnemers hebben ervaren dat hun opvattingen er toe deden en serieus genomen zijn door de gemeente. Na afloop van het mini-burgerberaad zijn deelnemers er nog meer van overtuigd dat hun bijdrage ertoe heeft gedaan. Deelnemers zijn over het algemeen tevreden met de uitkomsten van het mini-burgerberaad en - door de opzet en uitvoering van het burgerberaad - zijn deze ook zoals zij dat hadden gewild. Tot slot is het vertrouwen in het klimaatbeleid van de gemeente toegenomen.
4.4. Heeft er een verandering in kennis en houding bij de deelnemers plaatsgevonden? Naast de ervaringen van deelnemers over het verloop van het mini-burgerberaad is in dit onderzoek ook gekeken of na deelname de kennis en houding ten opzichte van (1) het klimaatvraagstuk en (2) het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam is veranderd.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
35 of 59
Kennis en houding klimaatverandering Aan de hand van een viertal stellingen is aan de deelnemers zowel voor- als achteraf gevraagd hoe ze tegenover klimaatverandering staan. Zo konden ze op een 5-puntsschaal bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze zich zorgen maakten over de klimaatverandering en in welke mate ze het als dichtbij ervoeren (zie figuur 15 voor alle stellingen). Zoals al eerder beschreven zien we dat de deelnemers zich zorgen maken over klimaatverandering, het ook als dichtbij ervaren en het gevoel hebben dat het best snel gaat. Dit is ook terug te zien in de interviews onder de deelnemers na afloop van burgerberaad: ‘Ik was al behoorlijk bewust van duurzaamheid, maar dit proces heeft het wel weer opnieuw geactiveerd.’ Na deelname aan het burgerberaad is hun zorgelijke houding grotendeels gelijk gebleven. De zorgen over klimaatverandering lijken iets toegenomen, echter de dataset en de verschillen in scores zijn te klein om er harde conclusies over te trekken. De ervaren zorgen geven de deelnemers niet per se een heel hulpeloos gevoel.
De klimaatverandering... 4,1 4,4
4,3 4,4
Vooraf
4,1
Achteraf
4,1
3,2 3,3
1
2
3
4
5
Figuur 15: Houding voor- (n=84) en achteraf (n=64) ten aanzien van klimaatverandering
Kennis en houding klimaatbeleid Zowel voor- als achteraf is aan de deelnemers de vraag gesteld hoeveel ze weten van het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam (zie figuur 16). Het burgerberaad lijkt de kennis van deelnemers vergroot te hebben. Ze geven na deelname aan redelijk tot veel kennis over het klimaatbeleid van de gemeente te hebben (4.9). Een duidelijk verschil met de meting vooraf, toen ze aangaven weinig tot neutrale kennis te hebben (2.6).
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
36 of 59
Kennis over klimaatbeleid gemeente
2,6
Wat weet u over het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam?
4,9
Vooraf Achteraf
1
2
3
4
5
Niets - weinig - neutraal - redelijk wat - veel
Figuur 16: Kennis deelnemers over klimaatbeleid gemeente Amsterdam (vooraf n = 84, achteraf n = 64).
Deelnemers gaven zelf ook aan na deelname meer kennis in huis te hebben over het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam en het klimaatvraagstuk (zie figuur 17). Deze uitkomsten worden ondersteund door interviews die met deelnemers zijn afgenomen: ‘Door alle informatie heb ik meer voor ogen welke dilemma’s we hebben en hoe complex het vraagstuk is. Ook welke moeilijke keuzes de politiek moet maken, daar heb ik meer begrip voor gekregen. Ik heb een beter beeld gekregen waar nog heel veel werk te doen is.’
Verandering in kennis klimaatvraagstuk en -beleid Door mijn deelname aan het MBB heb ik nu meer kennis over het klimaatbeleid van de gemeente.
4,5
Door mijn deelname aan het MBB heb ik nu meer kennis over het klimaatvraagstuk.
4,5 1
2
3
4
5
Mee oneens - Beetje mee oneens - Neutraal - Beetje mee eens - Mee eens
Figuur 17: Verandering in kennis klimaatvraagstuk en het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam (n = 64).
De kennis en houding van deelnemers over het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam is verder uitgevraagd aan de hand van drie concrete maatregelen (Collectieve Inkoop Zonnepanelen, Milieuzones en Energiecoaches) die de gemeente in het huidige beleid hanteert (zie tabel 3). Vooren achteraf is per maatregel gevraagd of de deelnemers bekend zijn met de maatregel, hoe ze tegenover de maatregel staan en hoeveel kennis ze denken te hebben over de impact die de maatregel heeft op CO2-reductie en het dagelijks leven. Meer deelnemers lijken na afloop van het beraad bekend te zijn met de maatregelen Collectieve Inkoop Zonnepanelen (toename van 27%) en de Energiecoaches (toename van 42%). Het aantal deelnemers dat na afloop bekend is met de Milieuzones lijkt nagenoeg gelijk met het aantal voorafgaand aan het beraad (toename van 4%). De houding ten aanzien van de maatregelen lijkt nagenoeg gelijk te zijn gebleven. De kennis die deelnemers hebben opgedaan over de impact op CO2-reductie lijkt voor alle maatregelen te zijn gestegen, waarbij de grootste stijging zichtbaar is bij de maatregel Milieuzones (2.3 versus 3.5). Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
37 of 59
Tabel 2 De kennis en houding van deelnemers over het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam aan de hand van drie maatregelen: Collectieve Inkoop Zonnepanelen, Milieuzones en Energiecoaches (vooraf n = 84, achteraf n = 64).
Collectieve Inkoop Zonnepanelen
Milieuzones
Energiecoaches
Vooraf
Achteraf
Vooraf
Achteraf
Vooraf
Achteraf
Kent u de volgende maatregel?
Ja: 37%
Ja: 64%
Ja: 94%
Ja: 100%
Ja: 30%
Ja: 72%
Hoe staat u tegenover deze maatregel?
4.6(0.7), 4.8(0.5),
4.5(1.0),
4.5(0.9),
4.3(0.9),
4.3(0.9),
n = 30
n = 77
n = 64
n = 24
n = 46
Hoeveel weet u over de impact van deze maatregel…(CO2, dagelijkse leven)?
2,8(1.4), 3.3(1.2),
2.3(1.1),
3.5(1.0),
2.5(1.3),
3.2(1.2),
n = 31
n = 78
n = 64
n = 24
n = 46
n = 41
n = 41
Het vertrouwen dat de deelnemers hebben in de manier waarop de gemeente het klimaatvraagstuk aanpakt (zie figuur 18), lijkt iets te zijn gegroeid na afloop van het beraad (3.6 versus 3.9).
Vertrouwen in de gemeente Hoeveel vertrouwen heeft u in de manier waarop de gemeente het klimaatvraagstuk aanpakt?
3,6 Vooraf
3,9
Achteraf 1
2
3
4
5
Geen - Weinig - Neutraal - Beetje - Veel vertrouwen Figuur 18: Vertrouwen in de gemeente over hoe ze klimaatvraagstuk aanpakken (vooraf n = 81, achteraf n = 63)
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
38 of 59
5. Wat kunnen we leren van het mini-burgerberaad? Om te voldoen aan de klimaatdoelen moet de gemeente Amsterdam grote stappen ondernemen in de energietransitie. De stad ambieert een reductie van CO2-uitstoot in 2030 met 55% ten opzichte van 1990. De huidige maatregelen zijn niet toereikend om dit doel te behalen, waardoor er extra aanvullende maatregelen nodig zijn. Om tot deze besluitvorming te komen, heeft de gemeente het mini-burgerberaad georganiseerd. Een burgerberaad is een vorm van burgerparticipatie waarbij gelote burgers op een intensieve manier bij besluitvorming betrokken worden. Het doel hierbij is om politici te helpen beslissingen te nemen over complexe onderwerpen. De gemeente Amsterdam spreekt van een ‘mini’-burgerberaad gezien de relatief korte doorlooptijd van ruim twee weken. In november 2021 heeft het mini-burgerberaad plaatsgevonden, waarbij 100 willekeurig ingelote Amsterdammers waren uitgenodigd om zich te ontfermen over het klimaatvraagstuk. De positieve effecten die een burgerberaad kan hebben - waarbij goede organisatie vereist is – zijn onder meer een verhoogde betrokkenheid van burgers en het optimaal benutten van de kennis die verscholen ligt in de samenleving (Adviescommissie Burgerbetrokkenheid, 2021).
Een kans wordt hierbij geboden voor het versterken van een open dialoog in de maatschappij waarbij polarisatie over een complex vraagstuk kan worden teruggedrongen. Echter in Nederland is er weinig bekend over de praktische opzet en uitvoering van deze vorm van burgerparticipatie. In dit onderzoek hebben we ons gefocust op het verkrijgen van inzicht in de aanpak - zoals dat door de gemeente is ontwikkeld - en in de effecten van het mini-burgerberaad op de deelnemers. Hierbij hebben we ons toegespitst op de kennis, motivatie en verwachtingen van deelnemers en aan de hand van de elementen van procedurele rechtvaardigheid is exploratief onderzocht hoe de deelnemers het participatieproces hebben ervaren. Daarnaast is - gebaseerd op de theorie ‘illusion of explantory depth’ - gekeken of een verandering in kennis en houding bij de deelnemers heeft plaatsvonden.
Het onderzoek geeft antwoord op de volgende vragen: (1) Hoe is het mini-burgerberaad opgezet en hoe is het participatieproces in de praktijk verlopen? (2) Zijn elementen van ervaren procedurele rechtvaardigheid in de opzet en verloop terug te vinden? (3) Wat waren de motieven en verwachtingen van de deelnemers en hoe hebben ze hun deelname aan het beraad ervaren? (4) Heeft er een verandering in kennis en houding over het klimaatvraagstuk en het klimaatbeleid bij de deelnemers plaatsgevonden? Op basis van de resultaten van het onderzoek kan de gemeente Amsterdam leren van de ervaringen die zijn opgedaan met de opzet en het verloop van een (mini)-burgerberaad, alsmede de ervaringen van de deelnemers aan het beraad. De inzichten van het onderzoek dragen bij aan het verbeteren van de opzet van een burgerberaad, zodat het instrument in de toekomst mogelijk vaker effectief kan worden ingezet om burgers bij complexe maatschappelijke vraagstukken te betrekken.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
39 of 59
5.1. De opzet van het mini-burgerberaad: belangrijkste inzichten Inclusiviteit Een belangrijke startvoorwaarde voor het mini-burgerberaad was het gegeven dat iedereen mee mag doen, mee mag praten en mee mag beslissen. In de werving van deelnemers voor het miniburgerberaad is gebruik gemaakt van een lotingssysteem waarbij de aanname was dat hiermee alle Amsterdammers een kans hadden om mee te doen. Om tot een evenwichtige spreiding te komen werden twee keer zoveel jongeren (onder de dertig jaar) en bewoners van Amsterdam Noord, Zuidoost, en Nieuw-West geselecteerd. Het streven was om burgers te bereiken die normaal gesproken niet snel meedoen met participatietrajecten. In de opzet is getracht de deelnemers zo min mogelijk te overbelasten met informatie en kennis en ze tegelijkertijd voldoende mee te nemen in de genomen stappen; zowel wat betreft het proces als de inhoud. Door heel gericht bepaalde keuzes te maken werd er naar gestreefd zo veel mogelijk burgers aangehaakt te houden en ze actief te laten deelnemen.
Zo (1) bestond het programma afwisselend uit tafelgesprekken waarin deelnemers onder begeleiding met elkaar in gesprek konden en plenaire sessies waarin onder begeleiding van de onafhankelijke voorzitter sprekers hun kennis deelden over het klimaatvraagstuk, werden (2) de fysieke, tijdsintensieve bijeenkomsten afgewisseld met korte digitale sessies, die minder inspanning vereisten van deelnemers en was er (3) ruimte uitgetrokken in het programma voor een toelichting op de verschillende programmaonderdelen om zo deelnemers voldoende mee te nemen in het doel en de opzet van het beraad. Tevens (4) werden onafhankelijke experts ingezet om deelnemers tijdens het proces daar waar nodig te ondersteunen met de juiste inhoudelijke kennis.
Een beraad van de burgers De beleving van de deelnemers stond in de opzet van het mini-burgerberaad centraal. Dit uitte zich bijvoorbeeld in het kiezen van een goed bereikbare locatie, het aanbieden van kinderopvang en het persoonlijk bellen van deelnemers na de eerste bijeenkomst. In de opzet was veel aandacht besteed aan het creëren van een veilige sfeer, waarbij deelnemers zich welkom en gehoord voelen. Zo was er onder andere gekozen voor (1) een onafhankelijke voorzitter met een duidelijke opdracht de inbreng van de deelnemers zoveel mogelijk aan bod te laten komen, (2) een wethouder die bij de opening de opdracht van het beraad aan de burgers overdraagt en (3) het gezamenlijk opstellen en bespreken van de omgangsnormen en randvoorwaarden. Tevens (4) was in de opzet van het beraad ingebouwd dat deelnemers invloed uit konden oefenen op zowel het proces als de inhoud, waarbij de inhoudelijke opbrengst van een bijeenkomst of ronde werd gebruikt als input voor de volgende. Niet alles was voorafgaand aan het participatieproces vastgelegd, wat ruimte bood voor invloed van deelnemers. Daarnaast was er de mogelijkheid voor deelnemers om (5) zelf informatie over het klimaatvraagstuk en sprekers aan te dragen voor de plenaire kennissessies en (6) om zelf een ‘eigen’ schrijfteam op te stellen bestaande uit deelnemers en de voorzitter dat tot taak had het adviesrapport op te stellen.
Tot slot (7) werd één van de beperkingen bij de opzet van het burgerberaad - de korte doorlooptijd van het participatieproces - herhaaldelijk expliciet en transparant benoemd.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
40 of 59
Handvatten voor een goed dialoog Gestreefd werd naar een zorgvuldig deliberatief proces met als uiteindelijke doel om tot concrete maatregelen te komen. Om dit te realiseren is (1) een structuur van afwisselend plenaire programmaonderdelen en tafelsessies opgesteld, zijn (2) getrainde tafelleiders die uit de eigen deelnemersgroep kwamen ingezet en werden (3) tafelondersteuners vanuit de gemeente Amsterdam verzorgd1. Tevens zijn (4) vooraf inhoudelijke kaders en een mandaat door het college van B&W vastgesteld om deelnemers sturing te geven tijdens de deliberatie en werden (5) ‘open spaces’ geïntroduceerd, waarbij deelnemers zelf mochten bepalen over welk onderwerp zij spraken (binnen de gegeven kaders).
Transparantie Er werd gestreefd naar een verbinding tussen de deelnemersgroep van het burgerberaad en het brede Amsterdamse publiek, door transparantie te bieden in het proces. Dit uitte zich onder meer in (1) een daarvoor ingerichte website die voor iedereen (deelnemers en het brede publiek) toegankelijk is, waarop achtergrondinformatie, videoverslagen van de voorzitter na elke bijeenkomst en de uitkomsten van het beraad zichtbaar waren. Tevens werd (2) een beperkt aantal journalisten uitgenodigd om verslag te doen van het proces en hiermee openheid te bieden aan de rest van de stad.
5.2. Het verloop: belangrijkste inzichten Samenstelling deelnemersgroep Aan de hand van een lotingssysteem is geprobeerd alle Amsterdammers een eerlijke kans te geven deel te nemen aan het beraad én burgers te bereiken die doorgaans niet meedoen aan soortgelijke burgerparticipatietrajecten. Dat laatste lijkt gelukt. Een opvallend hoog percentage van deelnemers (90%) gaf aan voor het eerst mee te doen aan een participatieproces van de gemeente. In grote lijnen is er sprake van evenredige deelname van burgers van verschillende leeftijdscategorieën, geslacht en stadsdelen. Alle stadsdelen van Amsterdam en inwoners van Weesp waren vertegenwoordigd. Er was sprake van een goede afspiegeling van deelnemers wat betreft leeftijd. Vergeleken met andere participatietrajecten hebben relatief veel jongeren van onder de dertig deelgenomen. Er was sprake van een oververtegenwoordiging van hoger opgeleide, klimaatbewuste Amsterdammers. Aan het mini-burgerberaad praatten relatief veel deelnemers met een frisse blik op het vraagstuk mee als belangenbehartiger van een specifieke groep en er was nauwelijks sprake van vooringenomen standpunten of overtuigingen.
De meest genoemde motieven van participanten voor deelname waren het invloed willen uitoefenen op het klimaatbeleid van de gemeente, de betrokkenheid die gevoeld werd om een bijdrage te leveren en omdat de deelnemers waren uitgenodigd door de gemeente.
Voetnoot 1: De tafelleiders hadden voornamelijk als taak de gesprekken aan tafel te modereren en zo het gesprek in goede banen te leiden. De tafelondersteuners zorgden voor de praktische ondersteuning, zoals bijvoorbeeld notuleren en tijdbewaking indien dat gewenst was.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
41 of 59
Streven naar een open sfeer en onderling vertrouwen Veel elementen in de opzet van het burgerberaad hadden als doel een veilige en vertrouwelijke setting te creëren. Mede hierdoor verliep het participatieproces in een prettige sfeer, waarbij er veel betrokkenheid en enthousiasme was bij zowel de deelnemers als de organisatie. De rol van de onafhankelijke voorzitter was groot in het creëren van een setting, waarbij iedereen op een respectvolle manier met elkaar omging. De facilitaire voorzieningen waren professioneel geregeld en zorgden voor een goede sfeer. Gedurende het beraad werd de inbreng van burgers serieus genomen. Indien daar behoefte aan was werden sommige zaken beter uitgelegd of het proces en/of de inhoud werden aangepast wanneer de deelnemers daarom vroegen. Voorbeelden hiervan waren het werken in kleinere groepjes tijdens het deliberatie-weekend en het organiseren van een extra stemsessie. Beiden kwamen tot stand op verzoek van de deelnemers. Het vertrouwen in de deelnemers werd meerdere malen benadrukt en veiligheid werd geboden door het gezamenlijk bespreken van de omgangsnormen. Er was veel animo en enthousiasme vanuit de deelnemersgroep om een ‘eigen’ schrijfteam te formeren voor het opstellen van het adviesrapport.
Aansluiten op behoefte van de deelnemers Om deelnemers mee te nemen in de gedachtegang van de ondernomen processtappen en inhoudelijke uitkomsten, is tijdens de plenaire programmaonderdelen veelvuldig informatie verschaft over het proces en de inhoud van het mini-burgerberaad. Desondanks was het voor de deelnemers niet altijd duidelijk wat van hen verwacht werd of waarvoor het bedoeld was. Dit werd met name zichtbaar tijdens het opstellen van de algemeen geldende randvoorwaarden en het prioriteren van de maatregelen. Meerdere strategieën zijn voorafgaand aan het beraad ingezet om deelnemers – vooraf en tijdens het beraad - niet te overbelasten met informatie. Echter, het klimaatvraagstuk is een complex en abstract onderwerp. Mede hierdoor bewoog het gesprek zich soms ook op dat niveau. De complexe en soms gedetailleerde informatie die werd aangeboden door aanwezige onafhankelijke experts en deskundige sprekers werd zichtbaar gewaardeerd, maar leek niet altijd goed aan te sluiten bij de behoefte van de deelnemers. Desondanks bleven de meeste deelnemers betrokken en mede dankzij de voorzitter en de aanwezige experts van buitenaf werd tot aan het einde van het beraad met veel enthousiasme en energie doorgewerkt.
Deliberatie Door de inzet van tafelleiders en door de tafelgesprekken af te wisselen met plenaire programmaonderdelen is getracht de deliberatie eerlijk en open te laten verlopen met tot doel gezamenlijk tot concrete uitkomsten te komen. De constructieve sfeer met veel ruimte voor deliberatie kwam gaandeweg onder druk te staan door de tijdnood, die meer voelbaar werd. Aan het einde van het beraad werd de ruimte om over belangrijke zaken van gedachten te wisselen kleiner en werd het lastiger iedereen aan het woord te laten. Naarmate de tijd vorderde werd het moeilijker om gezamenlijk tot weloverwogen keuzes te komen. Dit werd onder andere zichtbaar tijdens het opstellen van de algemene randvoorwaarden, waarbij de uitkomsten van de tafelgroepen nog geen resultaat van een goed doorlopen groepsproces was en het niet mogelijk was om alle perspectieven aan bod te laten komen. Desondanks werden de meeste gesprekken aan tafel gedurende het beraad op een respectvolle manier gevoerd. Deelnemers leken zich betrokken te voelen bij het onderwerp en het participatieproces en de energie van de deelnemers was tot op de laatste dag opmerkelijk hoog.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
42 of 59
De tafelleiders bleken een belangrijke rol te hebben in een goed verloop van de deliberatie. Vanuit het oogpunt van autonomie en eigenaarschap is het positief dat de tafelleiders uit de deelnemers zijn geselecteerd. Echter, dit betekende wel dat de kwaliteit van de tafelgesprekken wisselend was en mede afhing van de vaardigheden van de vrijwillige deelnemer die zich hiervoor had gemeld. Naarmate het proces vorderde was sturing vanuit de tafelleiders meer gewenst om voortgang te kunnen boeken. Niet altijd was het even duidelijk voor de deelnemers wie de tafelleider/ tafelondersteuner was. Soms kwam het voor dat een tafelleider en/of tafelondersteuner afwezig was, wat door de deelnemers soms als storend werd ervaren.
Transparantie Gedurende het mini-burgerberaad is actief geprobeerd verbinding te leggen met de buitenwereld. Er was pers aanwezig en de voorzitter maakte kleine filmpjes over het proces. Deze filmpjes werden meteen online gezet. De aanwezigheid van journalisten en de toegankelijke videoverslagen van de voorzitter van het mini-burgerberaad hebben bijgedragen aan transparantie over het participatieproces. De berichtgeving in de media en de korte onlinefilmpjes van de voorzitter na afloop van elke bijeenkomst zorgden ervoor dat het algemene publiek kennis kon nemen van het verloop van het mini-burgerberaad.
Betrokkenheid bij het vervolgproces Deelnemers zijn na de aanbieding van het rapport bedankt door de wethouder. In de daarop volgende weken zijn deelnemers per mail geïnformeerd over het gemeentelijke besluitvormingsproces waarin werd verwezen naar de gangbare informatiekanalen van de gemeente. Er is voor zover bekend geen op deelnemers afgestemde informatie - op maat - gegeven over de inhoudelijke keuzes die na afloop zijn gemaakt; bijvoorbeeld waarom het advies voor een Nieuw Amsterdams bos niet overgenomen werd. Ook is niet duidelijk hoe invulling is gegeven aan het toezien op het naleven van de randvoorwaarden, een toezegging die tijdens en na afloop van het burgerberaad aan deelnemers werd gedaan. In het vervolgproces is de aandacht verschoven naar het interne besluitvormingsproces en leek er minder aandacht voor het betrekken van deelnemers in het vervolgproces.
5.3. De ervaringen van deelnemers: belangrijkste inzichten De deelnemers: verwachtingen, houding en kennis De deelnemers begonnen met verschillende verwachtingen aan het mini-burgerberaad. Over het algemeen gaven deelnemers aan eigenlijk niet zo goed te weten wat ze konden verwachten, maar ze stapten er desondanks met een positieve houding in. De deelnemers vertrouwden op een goede organisatie van het participatieproces, waarbij ze verwachtten dat hun kennis en zorgen over het klimaatvraagstuk een plekje in het proces zouden krijgen, waardoor zij invloed konden uitoefenen op het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam. Er werd verwacht dat de gemeente hun inbreng serieus zou nemen. Na afloop van het mini-burgerberaad kwamen de ervaringen van de deelnemers grotendeels met hun (positieve) verwachtingen overeen. Deelnemers waren het meest te spreken over hoe ze door de organisatie op een respectvolle manier zijn behandeld en de goede sfeer dat tijdens het beraad. De voorzitter werd als onpartijdig ervaren en deelnemers voelden zich gezien door de organisatie en hadden het gevoel aan iets belangrijks deel te nemen. De manier waarop het mini-burgerberaad was opgezet werd gewaardeerd en de organisatie ging in hun beleving serieus om met de feedback die ze gaven op het proces.
De houding van deelnemers tegenover het mini-burgerberaad was na deelname aanhoudend positief, waarbij deelnemers vertrouwen uitspraken over de wijze waar op de Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
43 of 59
gemeente het heeft georganiseerd. Het vertrouwen van de deelnemers in de wijze waarop de gemeente het klimaatvraagstuk aanpakt lijkt iets groter te zijn geworden. Deelnemers gaven aan tevreden te zijn met de uitkomsten van het mini-burgerberaad wat uiteindelijk heeft geresulteerd in meer vertrouwen in de overheid. Er zijn indicaties voor een ‘fair process effect’ onder de deelnemers van het mini-burgerberaad. Het merendeel van de deelnemers was voor deelname al klimaatbewust en de urgentie van klimaatverandering werd door de meesten gevoeld. Na deelname aan het burgerberaad is hun houding over het klimaatvraagstuk grotendeels gelijk gebleven. De zorgen over klimaatverandering lijken iets te zijn toegenomen. De deelnemersgroep bestond grotendeels uit burgers die relatief weinig kennis hadden over het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam. Na deelname is de kennis over het klimaatvraagstuk en het beleid van de gemeente bij de meeste deelnemers toegenomen.
Deliberatie Deelnemers spraken hun waardering uit over de ruimte die geboden werd tijdens de tafelgesprekken en over de aandacht die er was voor elkaars mening. De tafelleiders en de wijze waarop ze hun rol invulden werden door de deelnemers veelvuldig aangehaald als een belangrijke factor voor een open en eerlijke deliberatie. Wanneer in een tafelsessie de tafelleider ontbrak – wat soms het geval was – werd dit vaak als storend ervaren. De toegevoegde waarde van de tafelleiders zat onder meer in de aandacht die ze gaven aan wat de deelnemers te zeggen hadden en de wijze waarop ze iedereen bij het gesprek betrokken. Tijd speelde ook een belangrijke rol in de gesprekken – en dan met name het gebrek aan tijd. De beleving van te weinig tijd heeft een belemmerende werking gehad op de deliberatie, waarbij deelnemers aangaven dat er meer tijd nodig was voor een kwalitatieve verdiepingsslag van de bedachte maatregelen. Desondanks werd door de deelnemersgroep na afloop waardering uitgesproken over een rijke opbrengst in relatief korte tijd, waarbij er veel vertrouwen is in de mate waarin de uitkomsten bijdragen aan een effectief klimaatbeleid.