8. Onderzoeksrapport HvA mini-burgerberaad
Tekst van het document
Informatie en kennisdeling De wijze waarop de onafhankelijke voorzitter en externe deskundigen omgingen met vragen vanuit de deelnemers werd als zeer prettig ervaren. De antwoorden die ter plekke door deskundigen werden gegeven met als doel deelnemers te helpen om tot maatregelen te komen, werd door de deelnemersgroep gewaardeerd. Ook het opstellen van een zelf samengesteld schrijfteam werd door de deelnemers geprezen. Het gaf hen gevoel van eigenaarschap over de uitkomsten van het beraad. De aangeboden informatie sloot in de beleving van de deelnemers niet altijd goed aan op hun behoefte. Op sommige momenten in het burgerberaad mistten de deelnemers ‘handvatten’ om tot weloverwogen keuzes te komen. Ze hadden daarnaast vaak het gevoel niet voldoende voorkennis te hebben en waren daardoor soms onzeker over de toegevoegde waarde van hun inbreng. Ook waren deelnemers niet altijd goed in staat om de huidige realiteit aan maatregelen te overzien en konden ze soms onvoldoende inschatten wat de consequenties waren van de keuzes die werden voorgelegd.
Verdere vervolgstappen van het beraad De deelnemers waren zeer positief over het proces van het mini-burgerberaad tot aan het advies, maar leken iets minder vertrouwen te hebben in de opvolging ervan. Desalniettemin waren de verwachtingen van deelnemers over hoe de gemeente met de uitkomsten van het burgerberaad om zou gaan overwegend positief.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
44 of 59
5.4. Reflectie (op de aanpak en het verloop van het mini-burgerberaad) We sluiten dit rapport af met een reflectie op de inzichten uit dit onderzoek. We benoemen aan de hand van de randvoorwaarden voor een burgerberaad (Adviescommissie Burgerbetrokkenheid, 2021, blz. 36) een aandachtspunten met betrekking tot vier onderwerpen: (1) representatie en samenstelling van de deelnemersgroep, (2) ondersteuning en kwaliteit van het proces (3) verbinding mini- en maxipubliek en (4) betrokkenheid bij het vervolg.
1. Representatie en samenstelling van de deelnemersgroep In de aanpak van het burgerberaad is een vorm van gestratificeerde loting toegepast om ervoor te zorgen dat de deelnemers aan het burgerberaad een afspiegeling vormden van de inwoners. Wat betreft de vertegenwoordiging van jongeren (onder de 30) en de verschillende stadsdelen is dat gelukt. Wat betreft het opleidingsniveau vormden de deelnemers geen afspiegeling van de stad. Verder was de betrokkenheid van deelnemers bij het klimaatvraagstuk hoog. Verklaringen voor de relatief grote groep hoog opgeleide klimaatbewuste deelnemers zijn de vraagstelling (klimaatmaatregelen), de aard van het vraagstuk (complex en abstract) en de participatievorm. Wanneer het gaat om een complex onderwerp zoals klimaat, staat wat er nodig is aan tijd, kennis en (gespreks)vaardigheden voor een goed verloop van een burgerberaad in de basis op gespannen voet met het streven naar inclusie en een evenredige vertegenwoordiging van verschillende groepen bewoners. De samenstelling van de deelnemersgroep op basis van deze gestratificeerde vorm van loting brengt aandachtspunten met betrekking tot inclusiviteit en diversiteit naar voren: -
Inclusiviteit: in aanvulling op de gebruikte vorm van loting kunnen andere manieren van werving worden ingezet. Groepen bewoners die ondervertegenwoordigd zijn, kunnen gericht en persoonlijk benaderd worden voor deelname waarbij belemmeringen of twijfels in dit contact met de organisatie kunnen worden weggenomen. Wanneer de deelnemersgroep meer een afspiegeling vormt van de stad brengt dit met zich mee dat verschillen in kennis en vaardigheden tussen deelnemers groter worden. Dit vraagt in het gesprek om nadrukkelijk aandacht voor gelijkwaardige deelname van burgers om te kunnen spreken van een inclusief burgerberaad.
-
Diversiteit: overweeg voldoende diversiteit aan perspectieven in plaats van representativiteit van deelnemers als uitgangspunt te hanteren voor de samenstelling van een deelnemersgroep. Dit betekent dat alle relevante perspectieven zijn vertegenwoordigd in het beraad maar dat deze worden ingebracht door een beperkt aantal deelnemers zonder dat er sprake hoeft te zijn van evenredige vertegenwoordiging (in aantallen). Met name bewoners met een kritische of sceptische houding tegenover een vraagstuk zullen ervoor kiezen een uitnodiging om mee te praten af te slaan. In het burgerberaad kan ruimte worden gemaakt voor kritische perspectieven, zonder dat deze groep daadwerkelijk vertegenwoordigd is (de lege stoel, de rol van dwarsdenker en de inbreng van informatie van dit afwijkende perspectief).
2. Ondersteuning en kwaliteit van het proces In de aanpak is op verschillende manieren voorzien in ondersteuning ten behoeve van de kwaliteit van het burgerberaad. Er is een neutrale, onafhankelijke voorzitter gevraagd het beraad te leiden. Deelnemers kregen de gelegenheid om de rol van tafelleider op zich te nemen en volgden hiervoor een trainingsbijeenkomst. Er was voorzien in tafelondersteuners. De programmering van het Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
45 of 59
burgerberaad werd verzorgd door een onafhankelijk deskundig bureau. Vooraf en tijdens het beraad was er toegang tot expertkennis (informatie op de website op basis van een open oproep, inleidingen van deskundigen en experts die ter plekke geraadpleegd konden worden). Op basis van het verloop van het burgerberaad komen de aandachtspunten gespreksbegeleiding en expertkennis naar voren: -
Gespreksbegeleiding (voorzitter en tafelleiders): een onafhankelijke, bekwame voorzitter is een belangrijke factor voor het succes van een burgerberaad. Een bekwame voorzitter is belangrijk voor het verloop van de deliberatie maar draagt ook bij aan het vertrouwen van deelnemers in het beraad. Het belang van bekwame tafelleiders is evenzo zeer belangrijk. Hoewel er uit oogpunt van eigenaarschap, onafhankelijkheid en autonomie veel voor te zeggen is om tafelleiders uit de groep te vragen, is er in dat geval meer nodig dan een trainingsbijeenkomst om de tafelgesprekken goed te kunnen begeleiden. Overwogen kan worden om al bij de uitnodiging de vraag te stellen wie er wil deelnemen aan het gesprek en wie een rol van tafelleider op zich wil nemen. Er zijn ongetwijfeld ook burgers die zich niet geroepen voelen om mee te praten over de inhoud maar wel een bijdrage willen leveren aan het burgerberaad.
-
Expertkennis: ontsluiten van informatie en inbreng van onafhankelijke experts is belangrijk als het om een complex onderwerp gaat. Belangrijk is dat informatie niet alleen beschikbaar is, maar ook bruikbaar is voor deelnemers. Het is niet vanzelfsprekend dat de informatie die beschikbaar wordt gesteld door deelnemers wordt benut. Hiervoor is het nodig om de informatie te integreren in het participatieproces door hier in het programma ruimte aan te bieden. De timing van de inbreng van informatie door deskundigen vraagt aandacht. Informatieve en inspirerende presentaties door deskundigen hebben vooral aan het begin van het proces meerwaarde. Tot slot is een aandachtspunt hoe voorkomen kan worden dat door het inzetten van externe experts onbedoeld toch eenzijdige, sturende invloed wordt uitgeoefend op de uitkomsten. Of dat dit beeld ontstaat. Het is allereerst belangrijk om hier transparant en open over te communiceren en ten tweede om deelnemers de ruimte te bieden om gebruik te maken van alternatieve bronnen voor expertinformatie.
3. Verbinding mini- en maxi-publiek In de aanpak is op verschillende manieren aandacht besteed aan het verbinden van wat er binnen het burgerberaad gebeurt met de buitenwereld. Zo was alle informatie over de aanpak en uitkomsten van het burgerberaad online toegankelijk, tussentijds heeft de voorzitter vlogs gemaakt over het verloop van het burgerberaad die zijn verspreid en hebben enkele journalisten het beraad bijgewoond (in overleg met deelnemers). Op basis van het verloop van het burgerberaad komt het aandachtspunt brede publiek naar voren: -
Brede publiek: hoewel er volledige openheid was over het burgerberaad heeft dit niet geleid tot grote betrokkenheid of instemming van het brede publiek. Om de verbinding te maken met de omgeving is meer nodig. Zo kunnen ideeën of tussentijdse opbrengsten van een burgerberaad doormiddel van een online peiling wordt getoetst of kunnen de uitkomsten achteraf via een referendum worden vastgesteld.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
46 of 59
4. Betrokkenheid bij het vervolg Voor de aanpak en planning van het burgerberaad was het op het participatieproces volgende gemeentelijke besluitvormingsproces leidend. Hierdoor was vooraf het interne, ambtelijke en bestuurlijke, proces geborgd waarin de uitkomsten besproken en vastgesteld zouden worden. De inbreng van burgers serieus nemen betekent dat juist na afloop het contact wordt voortgezet, zodat deelnemers betrokken kunnen blijven bij het vervolg. Hierbij gaat het om begrijpelijke informatie over het besluitvormingsproces en over de inhoudelijke keuzes die worden gemaakt op basis van het eindrapport van het burgerberaad. Deelnemers stellen hun definitieve oordeel over hun deelname aan een participatieproces uit tot het moment waarop duidelijk is wat er met hun inbreng is gebeurd. Na afloop van het burgerberaad zijn deelnemers drie keer geïnformeerd over het politieke besluitvormingsproces binnen de gemeente waarbij ambtelijke stukken als bijlage zijn bijgevoegd. Op basis van het verloop van het burgerberaad komt het aandachtspunt nazorg naar voren: -
Nazorg: zorgvuldig relatiebeheer van de gemeente door deelnemers te betrekken bij het verloop van het besluitvormingsproces en de inhoudelijke keuzes die hierin worden gemaakt is een aandachtspunt. Ook aan toezeggingen over het betrekken van deelnemers moet opvolging worden gegeven. Wanneer deelnemers tijdens het verdere besluitvormingsproces niet langer centraal staan, ondergraaft dit het vertrouwen dat gedurende het participatieproces zorgvuldig is opgebouwd. Deelnemers geven hun advies aan de gemeente en daarmee is hun opdracht afgerond. Het is niet aan hen om waakzaam te zijn over wat er met hun advies gebeurt, maar aan de gemeente om actief aan deelnemers te laten zien dat er zorgvuldig met hun inbreng wordt omgegaan.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
47 of 59
Literatuurlijst Bleijenberg, C., Renes, R. J., Aarts, N., & Moons, J. (2020). Het spel en de knikkers: ervaren rechtvaardigheid in vier lokale participatieprocessen. Bleijenberg, C. E. (2021). In gesprek of uitgepraat? Over de betekenis van gesprekken voor het verloop van lokale participatieprocessen (Doctoral dissertation, Sl: sn). Brenninkmeijer, A. (2021), Eindrapportage adviescommissie Burgerbetrokkenheid bij klimaatbeleid. Bohm, D. (1996). On dialogue. New York: Routledge. Fernbach, P., & Sloman, S. (2017). Why we believe obvious untruths. The New York Times, 3. Fernbach, P. M., Rogers, T., Fox, C. R., & Sloman, S. A. (2013). Political extremism is supported by an illusion of understanding. Psychological science, 24(6), 939-946. Grient van der, R., Lelij van der, B. (2019), Publieksmonitor Klimaat en Energie,2021, Ministerie van Economische Zaken, Project M211287 Isaacs, W. (1999). Dialogue and the art of thinking together. New York: Doubleday Lind, E. A., & Tyler, T. R. (1988). The social psychology of procedural justice. Springer Science & Business Media. Niet van der, S., Rooijers, F., van de Water, S. (2021), Monitor Amsterdam Klimaatneutraal – Effect van voorgenomen beleid op CO2-uitstoot – update 2021, CE Delft. Kerncijfers gebieden (2021) | Website Onderzoek en Statistiek, Kerncijfers gebieden | Website Onderzoek en Statistiek (amsterdam.nl)
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
48 of 59
Appendix A: Observatieschema plenair Datum + tijdstip deelsessie: Programma onderdeel/tijd: Observant: Verloop
Respect
Voice
Explanation
-bejegening
-ruimte voor inbreng
-helderheid over aanpak
-luisteren
-helderheid over kaders (inhoud + proces)
-beschikbaarheid informatie
Proces
Inhoud
Voorzitter
Overige betrokkenen • • •
Procesbegeleiding/ organisatie Experts Technische ondersteuning
Bijzonderheden:
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
49 of 59
Appendix B: Observatieschema tafelgesprek Datum + tijdstip deelsessie: Tafelgroep: Observant: Elementen Dialoog
Gedrag in het tafelgesprek
Respect
Alle deelnemers praten mee
Toelichting bij het gedrag in het tafelgesprek van - deelnemers - tafelleider - ondersteuner
Gedrag is afwezig (-) OF aanwezig (+) ? +
De tafelleider biedt alle deelnemers de mogelijkheid om mee praten Deelnemers reageren respectvol op elkaars inbreng ook als deze afwijkt van hun eigen opvattingen
Listening
Voicing
De tafelleider reageert respectvol op de inbreng van deelnemers ongeacht de inhoud Deelnemers praten niet door elkaar heen Deelnemers luisteren zichtbaar naar elkaar De tafelleider toetst of deelnemers begrijpen wat anderen zeggen De tafelleider vat zorgvuldig samen en checkt of hij/zij hiermee recht doet aan wat is gezegd Als één deelnemer wat zegt, vraagt de tafelleider naar de opvatting van anderen over hetzelfde onderwerp Deelnemers richten zich tot de hele groep als ze wat zeggen Deelnemers herkennen zich in de weergave van de uitkomsten van het gesprek door de ondersteuner.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
50 of 59
Suspending De tafelleider stelt open vragen Deelnemers stellen waarom vragen aan elkaar De tafelleider vraagt door De tafelleider geeft ruimte aan moeilijke onderwerpen en/of spanning tussen deelnemers De tafelleider stelt vragen zonder acht te slaan op rollen of posities Kenmerken dialoog (o.a. Bohm, 1996; Isaacs, 1999; Lodders, 2013; Webler, 2000, 2001) Bijzonderheden:
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
51 of 59
Appendix C: Vragenlijst vooraf De vragen die inzoomen op de verwachtingen van het mini-burgerberaad zijn gesteld aan de hand van de 5-punts Likertschalen (mee oneens - beetje mee oneens – neutraal - beetje mee eens - mee eens - weet ik niet/ zeg ik liever niet). De kennisvragen met betrekking tot het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam bevragen drie huidig bestaande maatregelen; Milieuzones, Collectieve inkoop Zonnepanelen, Energiecoaches. Twee vragen met betrekking tot de kennis en houding ten aanzien van klimaatsverandering zijn overgenomen uit de Publieksmonitor Klimaat en Energie van het Ministerie van Economische zaken (2019).
Blok A: Achtergrondvragen 1. Wat is uw geslacht? 2. Hoe oud bent u? 3. Waar woont u? 4. Wat is de hoogste opleiding die u heeft gevolgd? 5. Heef u al eens eerder meegepraat tijdens een bijeenkomst van uw gemeente? Ja – Nee
Blok B: Houding ten aanzien van het mini-burgerberaad en de gemeente Amsterdam 6. Klik hier de belangrijkste reden(en) aan waarom u meedoet aan het mini-burgerberaad. U kunt maximaal 3 redenen aanklikken. Geen antwoord is ook mogelijk. • • • • • • • •
Ik doe mee, omdat ik ben uitgenodigd door de gemeente. Ik doe mee, omdat ik me betrokken voel bij de gemeente en mijn steentje bij wil dragen. Ik doe mee, omdat ik invloed uit wil oefenen op het klimaatbeleid van de gemeente. Ik doe mee, omdat ik een vergoeding krijg. Ik doe mee, omdat ik het belangrijk vind dat de CO2 uitstoot in de gemeente wordt verminderd. Ik doe mee, omdat ik de opvattingen van een groep waar ik deel van uitmaak naar voren wil brengen. Ik doe mee, omdat ik mijn eigen kennis en ervaring in wil brengen voor het vinden van oplossingen. Ik doe mee, omdat ik meer wil leren over democratie en hoe een burgerberaad werkt.
Ik heb (nog) een andere reden, namelijk …
7. In hoeverre bent u het oneens of eens met de volgende uitspraak: Mee eens – beetje mee oneens – neutraal – beetje mee eens – mee eens – weet ik niet/ zeg ik liever niet • •
Ik sta positief tegenover het mini-burgerberaad. Ik verwacht dat de uitkomsten van het mini-burgerberaad bijdragen aan een effectief en goed klimaatbeleid.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
52 of 59
• • •
Ik verwacht dat mijn bijdrage aan het mini-burgerberaad er toe doet. Ik heb vertrouwen in de wijze waarop de gemeente het mini-burgerberaad organiseert. Ik heb vertrouwen in wat de gemeente doet met de uitkomsten van het mini-burgerberaad.
8. In hoeverre bent u het oneens of eens met de volgende uitspraak: • • • • • •
Ik verwacht dat het mini-burgerberaad burgers invloed geeft op het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam. Ik verwacht dat het mini-burgerberaad goede extra klimaatmaatregelen oplevert. Ik verwacht dat het mini-burgerberaad de inbreng van burgers serieus neemt. Ik verwacht dat het mini-burgerberaad ruimte geeft aan de kennis van burgers die normaal gesproken onbenut blijft. Ik verwacht dat het mini-burgerberaad de mogelijkheid biedt om zorgen van burgers een plek te geven in het klimaatbeleid. Ik verwacht dat het mini-burgerberaad tot maatregelen leidt waar de gemeente ook echt iets mee gaat doen. Ik weet niet zo goed wat ik van het mini-burgerberaad moet verwachten en begin er open aan.
Blok C: Houding en kennis klimaatvraagstuk en klimaatbeleid 9. Er wordt veel over klimaatverandering gesproken. Hoe denkt u hierover? Klik hieronder het antwoord aan dat het meeste overeenkomt met hoe u er over denkt. • • • • • •
Er is geen klimaatverandering Ik weet niet of er klimaatverandering is Er is wel klimaatverandering, maar dit komt niet door toedoen van de mens Er is wel klimaatverandering, maar ik weet niet of dit komt door toedoen van de mens Er is wel klimaatverandering en dit komt deels door toedoen van de mens Er is wel klimaatverandering en dit komt volledig door toedoen van de mens
10a. Wat weet u over het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam? Niets – weinig – neutraal – redelijk wat – veel – weet ik niet/ zeg ik liever niet
10b. Bent u bekend met de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050? • • • •
Ja heb ik goed gelezen Ja, een keer vluchtig doorgenomen Ja, wel van gehoord maar niet gezien Nee ik weet niet wat dat is
11. Hoeveel vertrouwen heeft u in de manier waarop de gemeente het klimaatvraagstuk aanpakt? Geen vertrouwen – Weinig vertrouwen – Neutraal – Beetje vertrouwen – Vertrouwen – Heel veel vertrouwen – Weet ik niet/ zeg ik liever niet Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
53 of 59
12, 13 & 14 Collectieve Inkoop Zonnepanelen (via de stadsdelen), Milieuzones, Energiecoaches. a. Kent u de volgende maatregel? b. Kunt u aangeven hoe u tegenover deze maatregel staat? c. Hoeveel weet u over de impact van deze maatregel op het terugdringen van CO2-uitstoot en de consequenties op het dagelijks leven van bewoners? 15. Hieronder staat een aantal stellingen. Per stelling zijn twee uitersten weergegeven met daartussen 5 vakjes. Een voorbeeld van een stelling is of de klimaatverandering voor u heel langzaam of juist heel snel gaat. Klik het vakje aan dat het beste uw gevoel beschrijft. De klimaatverandering… Voelt als heel dichtbij …..voelt als heel ver weg … gaat heel langzaam ….. gaat heel snel … baart me helemaal geen zorgen …. baart me heel veel zorgen …geeft me geen hulpeloos gevoel ….. geeft me een hulpeloos gevoel
Blok D: opmerkingen Wilt u nog iets kwijt, of ons nog iets meegeven?
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
54 of 59
Appendix D: Vragenlijst achteraf Blok A: Houding ten aanzien van het verloop In hoeverre bent u het oneens of eens met de volgende uitspraak: Mee oneens – beetje mee oneens – neutraal - beetje mee eens – mee eens – weet ik niet/ zeg ik liever niet • • • • • •
• • • • • • • • • • • • • •
Ik voelde me welkom bij het mini-burgerberaad. Ik ben op een beleefde manier behandeld tijdens het mini-burgerberaad. Het contact met de mensen van de organisatie verliep prettig. Ik kon mijn mening voldoende geven. Er is met aandacht naar mijn mening geluisterd. De tafelleiders, deelnemers die deze rol op zich namen, luisterden met aandacht naar iedereen in het groepje. Let op: deze uitspraak gaat dus niet over de ondersteuners van de gemeente. Ik heb voldoende invloed gehad op de uitkomsten van het mini-burgerberaad. Feedback op het programma en de manier van werken werd serieus genomen. De voorzitter - Alex Brenninkmeijer - was onpartijdig. Het mini-burgerberaad is eerlijk verlopen. Ik heb voldoende informatie gekregen om mee te kunnen praten. Ik heb informatie gekregen die bruikbaar was bij het bedenken van maatregelen. Ik heb voldoende informatie gekregen over de opzet en het programma. Ik heb voldoende informatie gekregen over wat er gebeurt met de uitkomsten. Ik ben tevreden met de uitkomsten van het mini-burgerberaad. De uitkomsten van het mini-burgerberaad komen overeen met wat ik vind dat er moet gebeuren. Ik steun de uitkomsten van het mini-burgerberaad, ook als ze niet helemaal overeenkomen met wat ik belangrijk vind. Als het onderwerp me interesseert, zou ik een volgende keer weer willen deelnemen aan een mini-burgerberaad.
Ik vertrouw erop dat de uitkomsten van het mini-burgerberaad door de gemeente zullen worden overgenomen. Ik heb meer vertrouwen gekregen in het klimaatbeleid van de gemeente.
Welk rapportcijfer geeft u het mini-burgerberaad?
Blok B: Tips en tops 22. Als u terugkijkt op het mini-burgerberaad, wat kan dan volgens u beter? 23. Als u terugkijkt op het mini-burgerberaad, wat ging dan goed? 24. Wat zou u - op basis van uw ervaring met het mini-burgerberaad - de gemeente verder nog heel graag willen meegeven? Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
55 of 59
Blok C: Houdingen ten aanzien van het mini-burgerberaad en de gemeente Amsterdam In hoeverre bent u het oneens of eens met de volgende uitspraak: Mee oneens – beetje mee oneens – neutraal - beetje mee eens – mee eens – weet ik niet/ zeg ik liever niet • • • • • • • • • • •
Ik sta positief tegenover het mini-burgerberaad. Ik verwacht dat de uitkomsten van het mini-burgerberaad bijdragen aan een effectief en goed klimaatbeleid. Ik verwacht dat mijn bijdrage aan het mini-burgerberaad er toe heeft gedaan. Ik ben positief over de wijze waarop de gemeente Amsterdam het mini-burgerberaad heeft georganiseerd. Ik heb vertrouwen dat de gemeente Amsterdam wat gaat doen met de uitkomsten van het mini-burgerberaad. Bij het bepalen van extra klimaatmaatregelen denk ik dat de uitkomsten van het miniburgerberaad zeer serieus worden genomen door de gemeente. Bij het bepalen van extra klimaatmaatregelen denk ik dat de gemeente duidelijk uitlegt wat er met de uitkomsten van het mini-burgerberaad gebeurd. Bij het bepalen van extra klimaatmaatregelen denk ik dat de gemeente de inhoudelijke keuzes die worden gemaakt voor extra klimaatmaatregelen goed uit zal leggen. Bij het bepalen van extra klimaatmaatregelen denk ik dat de gemeente afspraken die zijn gemaakt met de deelnemers aan het mini-burgerberaad nakomt. Bij het bepalen van extra klimaatmaatregelen denk ik dat de gemeente een eerlijke afweging maakt tussen verschillende maatschappelijke belangen. Bij het bepalen van extra klimaatmaatregelen denk ik dat de gemeente rekening houdt met verschillende opvattingen van deelnemers aan het mini-burgerberaad.
Blok D: Houding en kennis klimaatvraagstuk en klimaatbeleid 36. Wat weet u over het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam? Niets – weinig – neutraal – redelijk wat – veel – weet ik niet/ zeg ik liever niet 37. Hoeveel vertrouwen heeft u in de manier waarop de gemeente Amsterdam het klimaatvraagstuk aanpakt? 38a. In hoeverre bent u het oneens of eens met de volgende uitspraak: Door mijn deelname aan het burgerberaad heb ik nu meer kennis over het klimaatvraagstuk. 38b. Graag willen we u vragen om uw antwoord op de hierboven gestelde vraag kort toe te lichten: 39a. In hoeverre bent u het oneens of eens met de volgende uitspraak: Door mijn deelname aan het burgerberaad heb ik nu meer kennis over het klimaatbeleid van de gemeente. 39b. Graag willen we u vragen om uw antwoord op de hierboven gestelde vraag kort toe te lichten:
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
56 of 59
40, 41 & 42 Collectieve Inkoop Zonnepanelen (via de stadsdelen), Milieuzones, Energiecoaches. a. Kent u de volgende maatregel? b. Kunt u aangeven hoe u tegenover deze maatregel staat? c. Hoeveel weet u over de impact van deze maatregel op het terugdringen van CO2-uitstoot en de consequenties op het dagelijks leven van bewoners? 43. Er wordt veel over klimaatverandering gesproken. Hoe denkt u hierover? Klik hieronder het antwoord aan dat het meeste overeenkomt met hoe u er over denkt. • • • • • •
Er is geen klimaatverandering Ik weet niet of er klimaatverandering is Er is wel klimaatverandering, maar dit komt niet door toedoen van de mens Er is wel klimaatverandering, maar ik weet niet of dit komt door toedoen van de mens Er is wel klimaatverandering en dit komt deels door toedoen van de mens Er is wel klimaatverandering en dit komt volledig door toedoen van de mens
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
57 of 59
Appendix E: Interviewschema Doel interviews: -
Verdieping op uitkomsten / items uit vragenlijst achteraf. Mogelijk een aanvulling op de inzichten uit observaties Korte interviews, max 30 min., via videobellen. Geluidsopname maken. Toestemming vragen.
Opzet Starten met een algemene vraag: 1. Hoe kijkt u terug op uw deelname aan het burgerberaad? -
Ruimte bieden aan respondenten om te zeggen wat ze op hun hart hebben. Focus aanbrengen in de wijze waarop we analyseren / luisteren / aantekeningen maken: o
o o
Zeggen geïnterviewden of ze het burgerbaard een goede manier vinden om burgers mee te laten denken over beleid? Dus een goede manier van betrekken van burgers door de gemeente? Zeggen geïnterviewden dat ze denken dat het burgerberaad / deze aanpak leidt tot betere oplossingen? Zeggen geïnterviewden dat ze over hun deelname met het burgerberaad hebben gesproken of zullen spreken met anderen?
Verwachtingen van de follow up / vervolgproces en besluitvorming 2. Hoe verwacht u dat het verder gaat met de uitkomsten van het burgerberaad? ▪ Doorvragen op proces: hoe verwacht u op de hoogte gehouden te worden etc. ▪ Doorvragen op in houd: hoe denkt u dat het verder gaat met de inhoud van het advies / verschillende adviezen Kennis en houding klimaatvraagstuk en -beleid 3. Denkt u na uw deelname aan het burgerberaad anders over het klimaatvraagstuk en klimaatbeleid? Afsluiting: bedanken
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
58 of 59
Appendix F: Mandaat Het college van B&W heeft op 7 september 2021 besloten om de aanbevelingen uit het miniburgerberaad, die binnen de randvoorwaarden van het mini-burgerberaad worden aangeboden, over te nemen en aan de raad voor te leggen. De randvoorwaarden zijn verder uitgewerkt en er is vanuit het college steun toegezegd voor het mini-burgerberaad om vanuit een ja-mits houding mee te denken over maatregelen die door de deelnemers geopperd worden. De randvoorwaarden voor het mini-burgerberaad zijn als volgt: 1. Passend binnen vastgesteld beleid van de gemeenteraad • Hierbij is het uitgangspunt dat de routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 de 0lijn vormt en dat maatregelen uit het mini-burgerberaad moeten passen bij de doelstellingen van de gemeenteraad op het gebied van duurzaamheid. 2. Aanbevelingen moeten gaan over beleid en domeinen waar de gemeente over gaat • Hierbij is het uitgangspunt dat het past bij de verschillende rollen die de gemeente heeft. Daarvoor zijn de NSOB-rollen van de overheid de leidraad. 3. Het moet passen binnen het budget. • Het uitgangspunt is dat maatregelen een financieel realistisch karakter moeten hebben binnen veranderende toekomstige financiële kaders vanuit de gemeentebegroting, mogelijke business cases of financieringsmogelijkheden vanuit Rijk of EU. 4.
75% van de deelnemers moet de maatregel ondersteunen • Op maatregelniveau wordt gestemd, daar waar mensen “nee” stemmen willen we de “nee” begrijpen en het “waarom” achterhalen.
Evaluatie mini-burgerberaad gemeente Amsterdam 2021 AKMI / Psychologie voor een Duurzame Stad/ Faculteit Maatschappij en Recht © 2022 Copyright Hogeschool van Amsterdam
59 of 59