8 Monitoringsrapport Haven-Stad 2021
Tekst van het document
Haven-Stad
48 dB(A) Lden
Haven-Stad
56 dB(A) Lden 70 dB(A) Lden 48 Lden-contour 58 Lden-contour
Afbeelding 12. Beperkingengebieden Amsterdam Heliport. Bron: Begeleidende notitie bij m.e.r.-beoordeling luchthavenbesluit Amsterdam Heliport
Beperkingengebied voor woningbouw Lden-contour 20 Ke Sloopzone Figuur 38. Luchtvaartgeluid Schiphol. Bron: Geluidsbelastingkaart Provincie Noord-Holland
Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER Het helikoptergeluid is niet meegenomen in het MER Haven-Stad en is zodoende een aanvulling op het MER. De geluidcontouren worden toegevoegd op de Leefomgevingsfoto inclusief de bijbehorende spelregel(s). Optimalisatie meetmethode n.v.t.
Gemeente Amsterdam
81
Milieucontouren luchtkwaliteit Definitie Kaartbeelden van de verandering van contouren van luchtkwaliteit. Doelstelling De EU-grenswaarde voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) is een jaargemiddelde van 40 μg/m3, voor ultrafijnstof (PM2,5) is dit 25 μg/m3. Deze waarden zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer. De landelijke regelgeving, vastgelegd in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen), heeft alleen betrekking op de bescherming van gevoelige bestemmingen langs rijkswegen en provinciale wegen. Hierin zijn afstandseisen opgenomen, waarbinnen een onderzoeksplicht geldt voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in een zone van 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter van provinciale wegen. Gevoelige bestemmingen zijn scholen, kinderdagverblijven, verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen, en vergelijkbare functies. In de Amsterdamse Richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit (5 januari 2010) gelden daarnaast ook afstandseisen voor drukke binnenstedelijke wegen. Er mogen geen nieuwe gevoelige bestemmingen worden gerealiseerd in de eerstelijnsbebouwing bij stedelijke wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal binnen een afstand van 50 meter van de rand van de weg.
Uit het Achtergrondrapport Luchtkwaliteit (bijlage 5 van het MER Haven-Stad) blijkt dat in Haven-Stad in 2017 alle concentraties onder de wettelijke waarden lagen. In de referentiesituatie (2030) dalen de concentraties sterk. Ook na volledige realisatie van Haven-Stad is op alle locaties een verbetering van de luchtkwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie berekend. Stand van zaken De uitgangspunten opgenomen in het achtergrondrapport van het MER zijn nog actueel. Actuele meetwaarden zijn te vinden op het landelijke Luchtmeetnet. Alhoewel in alle fasen van de gebiedsontwikkeling wordt voldaan aan de geldende grenswaarden voor de luchtkwaliteit, zijn bij de verdere uitwerking van de deelplannen maatregelen denkbaar om de effecten op de volksgezondheid als gevolg van het wegverkeer zoveel mogelijk te beperken. De directe emissie van bedrijven is al beperkt door het toestaan van een maximale milieucategorie voor deze bedrijven. Mogelijke bronmaatregelen (vermindering uitstoot): Minder verkeer Voorkomen stagnatie/verbetering doorstroming door slimme stoplichten, dynamische routeborden, etc.
Instellen milieuzone voor vrachtverkeer of een ‘emissiearme zone’ Mogelijke overdrachtsmaatregelen (verbetering verdunning concentratie): Plaatsen van schermen bij op- en afritten van snelwegen en tunnelmondingen Plaatsen van bomen, op ruime afstand van elkaar (bomenplan) Brede wegprofielen Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t.
Richtafstand tot gevoelige bestemmingen
Optimalisatie meetmethode Gebruik van (real-time) sensordata in plaats van modelgegevens.
Figuur 39. Luchtkwaliteit. Bron: Leefomgevingsfoto Haven-Stad
82
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
Milieucontouren geur Definitie Kaartbeelden van de verandering van de geurcontouren. Doelstelling Het beleid in Nederland en de provincie Noord-Holland ten aanzien van geur is erop gericht om nieuwe hinder te voorkomen. Uitgangspunt is dat een nieuwe woonlocatie op zodanige afstand wordt gepland van stankbronnen dat geen of hooguit een acceptabele mate van hinder te verwachten is. Het is een bevoegdheid van het lokale gezag om vast te stellen welk niveau van geurhinder in een bepaalde situatie nog acceptabel is. Amsterdam heeft geen geurbeleid. Voor geur gelden de hiernaast weergegeven maximale afstanden tussen bedrijven en gevoelige bestemmingen. Een bedrijf is alleen mengbaar met woningen en andere gevoelige functies als het bedrijf op het milieuaspect geur niet hoger scoort dan milieucategorie 2 en de bedrijfsactiviteiten hoofdzakelijk inpandig en niet ‘s nachts plaatsvinden. De Leefomgevingsfoto Haven-Stad bevat gebiedsgerichte spelregels voor nieuwe gevoelige bestemmingen die binnen de richtafstanden van deze bedrijven en/of berekende cumulatieve geurcontour van de bedrijven gezamenlijk zijn gelegen. 2017 Nu
Stand van zaken Meer dan 90% van de geurbelasting in HavenStad wordt veroorzaakt door twee bedrijven in Haven-Stad (Cargill/Bunge Sojafabrieken en ICL Fertilizers) en door de cacao-bedrijven uit de Zaanstreek. Daarnaast zijn er nog 36 individuele bedrijven die vanwege geur een milieucategorie 3.1 of hoger hebben: Milieucategorie
Indicatieve hinderafstand geur
2017
2021
3.1
30 meter
10
21
3.2
50 meter
3
3
4.1
100 meter
5
8
4.2
200 meter
2
5
5.1
300 meter
1
1
21
38
Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode Gebruik van (real-time) sensordata in plaats van modelgegevens.
2021 Nu tijdelijk kaartje, wordt printscreen van leefomgevingsfoto
500 meter Geurhinder veroorzakende bedrijven (milieucategorie 3.1 of hoger vanwege hinderafstand geur) Indicatieve richtafstand voor geurhinder: Cumulatieve geurcontour 3 OUe/m3 98-percentiel * Cumulatieve geurcontour 2 OUe/m3 98-percentiel * Figuur 40. Milieucontouren geur. Bron: Leefomgevingsfoto Haven-Stad
Gemeente Amsterdam
* De geuremissie wordt uitgedrukt in Europese odour units per kubieke meter (OUe/m3). Eén OUe/m3 is de concentratie geurstoffen die door iemand van een geurpanel in een laboratorium met zekerheid kan worden geroken. De geurbelasting is uitgedrukt in percentielwaarden. Bijvoorbeeld 1 OUe/m3 als 98-percentiel. Dit betekent dat de uurgemiddelde geurconcentratie van 1 OUe/m3 gedurende 98% van het jaar niet wordt overschreden (2% van het jaar is de bron dus wel waarneembaar en kan hinder ervaren worden).
83
Milieucontouren (grof) stof Definitie Kaartbeelden van de verandering van de milieucontouren van (grof) stof. Grof stof zijn stofdeeltjes groter dan 10 micrometer. Doelstelling Voor grof stof is geen wetgeving of beleid vastgesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen. In het Activiteitenbesluit gelden voor bedrijven wel regels voor bijvoorbeeld de stuifgevoeligheid. Voorbeelden van stuifgevoelige stoffen zijn cement, grond, roestig schroot en kunstmest. Voor stof geldt, net als voor geur, de in tabel 1 weergegeven maximale afstanden tussen bedrijven en gevoelige bestemmingen. Een bedrijf is alleen mengbaar met woningen en andere gevoelige functies als het bedrijf op het milieuaspect stof niet hoger scoort dan milieucategorie 2 en de bedrijfsactiviteiten hoofdzakelijk inpandig en niet ‘s nachts plaatsvinden. Stand van zaken Het MER beschrijft dat er in 2017 geen verschil was tussen de huidige situatie en de referentiesituatie. De actuele contouren worden weergeven op de Leefomgevingsfoto Haven-Stad. In 2017 waren er 15 bedrijven aanwezig in Haven-Stad met een indicatieve hinderafstand voor stof van 30 tot 500 meter (milieucategorie 3.1 of hoger). Hiervan zijn er 6 niet meer aanwezig en er zijn er 21 bijgekomen. Dat kan ook deels alleen adminstratief zijn, door een betere registratie. 2017 Nu
Milieucategorie
Indicatieve hinderafstand stof
Aantal bedrijven in 2017
Aantal bedrijven in 2021
3.1
30 meter
5
20
3.2
50 meter
2
1
4.1
100 meter
4
4
4.2
200 meter
1
3
5.1
300 meter
0
0
5.2
500 meter
3
2
5.3
700 meter
0
0
15
30
Tabel 1. Richtafstanden tot ‘gemengd gebied’. Bron: VNG, Handreiking Bedrijven en milieuzonering
Als de contouren van een bedrijf niet buiten het eigen deelgebied liggen, zijn deze alleen relevant als het betreffende deelgebied getransformeerd wordt. Daarnaast geldt dat veel van deze bedrijven in de praktijk een veel kleinere milieucontrour hebben dan op basis van de richtafstanden mogelijk is. Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode Gebruik van (real-time) sensordata in plaats van modelgegevens.
2021 Nu tijdelijk kaartje, wordt printscreen van leefomgevingsfoto
500 meter Stofhinder veroorzakende bedrijven (milieucategorie 3.1 of hoger vanwege hinderafstand stof) Indicatieve hinderafstand stof Figuur 41. Milieucontouren stof. Bron: Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
84
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
Milieucontouren externe veiligheid Definitie Kaartbeelden van de verandering van de contouren van externe veiligheid. Meetgegevens De actuele contouren worden weergeven op de Leefomgevingsfoto: Stationaire risicobronnen, waaronder windturbines Transportroutes gevaarlijke stoffen Buisleidingen Zone Wachtplaatsen Zone Bunkerschepen Beleidszone II (Coen- en Vlothaven) Beleidszone III (Minervahaven en Alfadriehoek) Stand van zaken Het MER Haven-Stad beschrijft dat er voor het thema externe veiligheid geen verschil is tussen de huidige situatie en de referentiesituatie. Er is geen aanleiding bekend waardoor de situatie verandert.
aanpassen kaartje
In en nabij Haven-Stad bevinden zich diverse bedrijven en inrichtingen die externe veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Er gelden risicoafstanden voor bedrijven die gevaarlijke stoffen opslaan en rondom de infrastructuur waardoor of waarover gevaarlijke stoffen getransporteerd worden. Dit is het plaatsgebonden risicio, waarbij de wet aangeeft dat er geen kwetsbare objecten (waaronder woningen) binnen de PR 10-6/ jaar contour zijn toegestaan. Ook geldt een invloedsgebied waarbinnnen bij een ongeval nog dodelijke slachtoffers kunnen vallen. Binnen de invloedsgebieden is een verantwoording van het groepsrisico verplicht en dient de veiligheidsregio om advies gevraagd te worden met betrekking tot rampbestrijding en zelfredzaamheid. Bevi-inrichtingen In het plangebied bevinden zich diverse bedrijven die externe veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Dit betreft voornamelijk LPG-tankstation, BRZO-bedrijven (Besluit risico’s zware ongevallen) en overige Bevi-bedrijven (Besluit externe veiligheid inrichtingen).
Windpark Nieuwe Hemweg
Stationaire risicobron: BRZO-bedrijven, LPG-tankstations en overige Bevi-bedrijven Invloedsgebied stationaire risicobron Plaatsgebonden risicocontour 10-6/jaar bij bestaande windturbine
Waterweg Rijkswegen Spoorwegen Invloedsgebied rondom transportroutes gevaarlijke stoffen Buisleidingen Invloedsgebied rondom ondergrondse transportroutes
Figuur 42. Milieucontouren externe veiligheid bedrijven met een risicocontour en windturbines. Bron: Achtergrondrapport Externe veiligheid (MER Haven-Stad, bijlage 7)
Gemeente Amsterdam
Figuur 43. Milieucontouren externe veiligheid (ondergrondse) transportroutes. Bron: Achtergrondrapport Externe veiligheid (MER Haven-Stad, bijlage 7)
85
Aantal woningen binnen milieucontouren Transportroutes Voor alle transportroutes in het plangebied bevindt de PR 10-6/jaar contour zich op de transportroute zelf. Hier hoeft geen rekening mee gehouden te worden. Het invloedgebied heeft een afstand van 200 meter (op basis van artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes). Buisleidingen Het invloedsgebied voor aardgasbuisleidingen is afhankelijk van de diameter. Bij een diameter van 16 inch is het invloedsgebied 170 meter. Bunkerschepen en wachtplaatsen De contouren bevinden zich grotendeels op het water en op niet-bebouwbaar gebied. De veiligheidscontoueren zijn daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling van Haven-Stad. Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode n.v.t.
Beleidszone II: Coen- en Vlothaven
Definitie Het aantal vergunde woningen dat binnen de milieucontouren van de Leefomgevingsfoto ligt. Stand van zaken De gerealiseerde en vergunde woningen in Haven-Stad bevinden zich allemaal in Sloterdijk-Centrum. In verband met de milieucontouren van het spoorweggeluid, verkeersgeluid metro, en verkeersgeluid lokale wegen zijn hogere waarden noodzakelijk om woningbouw te realiseren (met een stille zijde). Maar vanwege het industriegeluid én de A10 komt de geluidbelasting in Sloterdijk-Centrum voor alle vergunde woingen boven de maximaal te verlenen ontheffingswaarde uit. Woningbouw zonder maatregelen is niet direct mogelijk. Met het gebiedsgerichte spelregelkader en slimme positionering van gebouwen is woningbouw toch mogelijk gemaakt. Als voorbeeld, in het gebouw Crossroads moet bij 63 van de 393 woningen een dove gevel toegepast worden, omdat de geluidbelasting vanwege het industrieterrein Westpoort hoger is dan de maximale waarde van 55 dB(A). Het plan past binnen de kaders van het bestemmingsplan, waarin hogere waarden zijn vastgesteld. Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode n.v.t.
Beleidszone III: Minervahaven en Alfadriehoek
Beleidszone II en III Veiligheidscontouren bunkerschepen Veiligheidscontouren wachtplaatsen Figuur 44. Milieucontouren externe veiligheid overige. Bron: Achtergrondrapport Externe veiligheid (MER Haven-Stad, bijlage 7)
86
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
Gezond gedrag Aanwezigheid watertappunten Definitie Beoordeling van een voldoende beschikbaarheid van watertappunten. Watertappunten dragen bij aan het voorkomen van hittestress.
Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig.
Doelstelling Er is (nog) geen vastgesteld beleid of referentienorm voor openbare watertappunten. De GGD stimuleert Amsterdammers die sporten en spelen om water te drinken uit openbare watertappunten. De watertappunten moeten duidelijk zichtbaar zijn en worden geplaatst in parken en bij speelplekken en schoolpleinen.
Optimalisatie meetmethode Referentienorm bepalen in afstemming met GGD.
Actualisatie MER n.v.t.
Stand van zaken Waternet plaatst, onderhoudt en beheert de watertappunten namens de gemeente. Een actueel overzicht van de watertappunten in Amsterdam is te vinden op waternet.nl. Er zijn op dit moment 5 watertappunten in Haven-Stad. Nabij Minervahaven zijn 2 watertappunten net over de plangrens aan de overkant van de straat.
Toetsenbordweg 3
Isolatorweg 42 Houthavenkade 77 Haparandaweg 2
Naritaweg 151
Westerpark (2x)
Watertappunt
Figuur 45. Openbare watertappunten in en nabij Haven-Stad. Bron: Waternet (peildatum 1 oktober 2021)
Gemeente Amsterdam
87
Veiligheid Blackspots Definitie Een blackspot, ook wel red route, verkeersonveilige locatie of verkeersongevallenconcentratie (VOC), is een kruispunt met 3 of meer letsel- of dodelijke ongevallen in 3 jaar tijd, of een wegvak met 30 of meer ongevallen in 3 jaar tijd per kilometer met als afloop letsel of dodelijke slachtoffers. Doelstelling Geen onaanvaardbare effecten op de verkeersveiligheid. Stand van zaken Op de shortlist in de rapportage Blackspots 2019 (versie 26 maart 2019) stond één blackspot op de grens van Haven-Stad; op het kruispunt Haarlemmerweg en Limburg van Stirumstraat. De Werkgroep Blackspots Amsterdam heeft deze kruising aangepakt, met een bemoedigend ongevallenverloop. In de rapportage Blackspots 2021 (versie 15 januari 2020) staat het kruispunt niet meer op de shortlist, noch andere kruispunten of wegvakken in Haven-Stad.
De gemeentelijke ambitie is om het aantal ernstig verkeersgewonden en verkeersdoden met 25% te verminderen in 2020 ten opzichte van 2010 (Meerjarenplan Verkeersveiligheid 2016-2021, vastgesteld door de gemeenteraad op 14 september 2016). De gemeente zet zich in om in 2020 maximaal 90 ernstig verkeersgewonden te hebben per 100.000 inwoners. Hierbij wordt aangesloten bij de ambities die de Rijksoverheid heeft gesteld in het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2008-2020. Ook de Stadsregio Amsterdam heeft deze ambitie onderschreven in haar Investeringsagenda Verkeersveiligheid. Bijsturing Verkeersveiligheid neemt een belangrijke rol in bij het (her)ontwerpen van de openbare ruimte in Haven-Stad. Bijsturing is op dit moment niet nodig.
Blackspots 2019 Actualisatie MER n.v.t.
Optimalisatie meetmethode n.v.t.
Haven-Stad
Haarlemmerweg / Van Limburg Stirumstraat
Figuur 46. Kaart shortlist (werklijst) blackspots in Amsterdam in 2019. Bron: Rapportage Blackspots 2019, Team Onderzoek en Kennis, Gemeente Amsterdam (26 maart 2019)
88
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
8. Actualisatie milieueffectrapport (MER)
Het MER heeft geen specifieke plantermijn, maar wordt gedurende de ontwikkelperiode van Haven-Stad actueel gehouden met behulp van monitoring. Het actuele MER is te raadplegen is op www.amsterdam.nl/ haven-stad en bestaat uit het oorspronkelijke MER, eventuele wijzigingen naar aanleiding van bijsturing, eventuele aanvullingen op het MER, de actuele Leefomgevingsfoto, het actuele spelregelkader, de meest recente onderzoeken en het laatste monitoringsrapport. Het MER zal de basis zijn en blijven voor ruimtelijke besluiten in Haven-Stad. Het is daarbij zaak dat de ontwikkeling van het MER, inclusief de monitoringsrapporten, goed navolgbaar blijft. Er kan vervolgens bij elk ruimtelijk besluit op basis van het levende MER worden onderbouwd dat aan de wettelijke m.e.r.-plicht is voldaan door te toetsen of de uitgangspunten overeenkomen met hetgeen in het MER is opgenomen. Dit is in ieder geval waar het de ontwikkelingen van woon- en werkgebieden betreft, maar ook de noodzakelijke voorzieningen vallen binnen de reikwijdte van het MER. Dit neemt niet weg dat er nadere onderzoeken nodig zullen zijn op deelgebiedniveau of op het niveau van een concreet project, bijvoorbeeld ten aanzien van de geluidimmissie op een concreet bouwplan. Kleine afwijkingen zijn niet erg. Een bedrijfsverplaatsing zal over het algemeen geen invloed hebben op de hoofdkeuzes in het MER.
Deze ontwikkeling kan direct in de Leefomgevingsfoto en in het eerstvolgende monitoringsrapport worden opgenomen. Een aanvulling op het MER kan wel nodig zijn in geval van nieuwe hoofdkeuzes en bijbehorende alternatievenafweging, nieuwe belanghebbenden of significante wijziging van hoofdkeuzes en/of hoofdstructuur. Bijvoorbeeld een ingrijpende wijziging van de verkeersstructuur ten opzichte van de Ontwikkelstrategie of significante autonome ontwikkelingen zoals nieuwe wetgeving of beleid. In de aanvulling op het MER kan worden onderzocht of de wijzigingen leiden tot andere of meer nadelige milieugevolgen, dan wel andere keuzes, spelregels of maatregelen.
Gemeente Amsterdam
9.1 Aanpassingen naar aanleiding van het monitoringsrapport Aanpassing plangebied Haven-Stad op Leefomgevingsfoto Het groengebied Noorder IJ-plas is niet meegenomen in het MER Haven-Stad, omdat de ontwikkelperspectieven nog niet waren uitgewerkt. Een eventuele keuze voor een ontwikkelperspectief kan mogelijk in een later stadium leiden tot een aanvulling op het MER. Er zijn vooralsnog geen activiteiten beoogd in het gebied die het milieu belasten. Een nieuwe m.e.r.procedure is alleen aan de orde als er sprake is van m.e.r.-plichtige activiteiten. De Noorder IJ-plas is wel toegevoegd aan het plangebied in de Leefomgevingsfoto. Inmiddels is het Ruimtelijke Toetsingskader Noorder IJ-plas 2020-2030 opgesteld, vanuit de wens om een samenhangend ruimtelijk beeld te verkrijgen, waaraan initiatieven die zich nu al in het gebied voordoen zich kunnen toetsen. Programmatische uitgangspunten In bijlage 2 van het MER is het programma voor Haven-Stad weergegeven. In het Integraal Raamwerk Haven-Stad is het programma minimaal gewijzigd. Omdat het om een afname van het aantal woningen en aantal arbeidsplaatsen gaat, is er geen sprake van een extra belasting op het milieu en leidt niet tot andere afwegingen in het kader van het MER. Bij nieuwe onderzoeken zal uitgegaan worden van de laatst vastgestelde programmatische uitgangspunten.
Wijzigingen aantal woningen: Het totale programma voor Haven-Stad komt op 72.650 woningen in plaats van 73.300. In de programmatische uitgangspunten van het MER worden 650 extra woningen meegeteld in SloterdijkCentrum Noord. Dit noordelijke deel is echter onderdeel van het bestemmingsplan Sloterdijk waarvoor een maximum van 7.410 woningen geldt. Daarnaast is in het MER een andere verdeling toegepast van de 11.220 woningen over Sloterdijk I Zuid (5.600 i.p.v. 4.700 woningen) en Sloterdijk I Noord (5.620 i.p.v. 6.520 woningen).
89
Wijzigingen aantal arbeidsplaatsen: In het MER worden voor SloterdijkCentrum 433 extra arbeidsplaatsen meegeteld. Deze zijn in het Integraal Raamwerk vervallen. Het totaal voor Haven-Stad komt daarmee op 58.208 arbeidsplaatsen in het Integraal Raamwerk tegenover 58.641 in het MER.
9.2 Actualisatie Leefomgevingsfoto De Leefomgevingsfoto wordt op de volgende punten geactualiseerd: Toevoegen Noorder IJ-plas aan plangebied Actualiseren geluidproducerende bedrijven en richtafstanden Actualiseren stof- en geurhinder veroorzakende bedrijven en richtafstanden Aanpassen huidige situatie windturbines op kaart ‘Energie en afval’, ‘Externe veiligheid’ en ‘Geluid’ Zoekgebieden wind- en zonne-energie toevoegen aan kaart ‘Energie en afval’ en ‘Externe veiligheid’ Aanpassen zone voorzorgmaatregel trillinghinder Watertappunten toevoegen aan kaart ‘Gezondheid’ Bestaande hittekaart op Maps Amsterdam toevoegen aan kaart ‘Gezondheid’ Bestaande kaart met bomen in beheer van de gemeente toevoegen aan kaart ‘Natuur’ Hoogspanningsmasten bij Noorder IJ-plas toevoegen aan kaart ‘Kabels en leidingen’
9.3 Actualisatie spelregelkader Het gebiedsgericht spelregelkader (bijlage 1 bij het MER Haven-Stad) wordt op de volgende punten aangepast en aangevuld: Bij Algemene spelregels ‘Energie en afval’ EPC-norm vervangen door BENG-eisen Nieuwe spelregel(s) omtrent helikoptergeluid in het kader van het Luchthavenbesluit Amsterdam Heliport De Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen (18 juli 2019) van het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat omtrent trillinghinder spreekt van een onderzoeksplicht binnen 100 tot 250
90
meter van het spoor. In het MER staat nog een onderzoeksplicht tot 50 meter. In het MER is middels een voorzorgsmaatregel een zone van 50 meter rondom het spoor opgenomen. Hierbinnen moet onderzoek gedaan worden naar mogelijke trillinghinder voor nieuwe gevoelige functies (zoals wonen). In de handreiking staat beschreven dat binnen een afstand van 100 meter tot het spoor bij nieuwbouw rekening moet worden gehouden met spoortrillingen en het voorkomen van hinder hierdoor. Dit betekent niet dat er altijd maatregelen nodig zijn. Er wordt een quickscan gedaan om te beoordelen of nader trillingsonderzoek nodig is. Wanneer klachten, bodemopbouw en/of treinbeeld aanleiding geven moet een zone van 250 meter woren aangehouden. In het spelregelkader wordt het TAVGA twee keer genoemd bij het onderdeel geluid industrie, wegen, metro en spoor. Het TAVGA is per 1 september 2021 in het nieuwe adviesstelstel voor Plaberum en PBI overgegaan in het Expertiseteam Ruimtelijke ordening. Daar waar TAVGA staat, moet dit vervangen worden door Expertiseteam Ruimtelijke ordening.
9.4 Actualisatie onderzoeken Als onderdeel van de m.e.r.-procedure zijn de daadwerkelijke milieugevolgen onderzocht. In deze onderzoeken is de Noorder IJplas buiten beschouwing gelaten. In de Leefomgevingsfoto De beoogde activiteiten in de Noorder IJ-plas geven geen noodzaak om de onderzoeken per direct aan te vullen met dit gebied. Bij toekomstige onderzoeken zal voor de volledigheid het gehele gebied binnen de plangrens van Haven-Stad worden meegenomen. Onderstaand een overzicht van onderzoeken die gebruikt zijn als onderbouwing van het MER en (mogelijk) niet meer actueel zijn: Verkeersmodel Amsterdam Voor de onderbouwing van de verkeerscijfers voor het bepalen van het geluid door wegverkeer is gebruik gemaakt van het Verkeersmodel Amsterdam (VMA) versie 1.4. Het verkeersmodel wordt
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
om de paar jaar geactualiseerd. Hierbij worden de meest recente inzichten en gegevens verwerkt. Inmiddels is versie 3.5 beschikbaar. Er moet worden onderzocht of het nieuwe model tot andere geluidcontouren voor het wegverkeer in Haven-Stad leiden.
Gemeente Amsterdam
91
9. Bijsturing en evaluatie
Deze en de opvolgende monitoringsrapporten bieden informatie om besluiten te nemen ten behoeve van het (tijdig) treffen van in de Ontwikkelstrategie beschreven maatregelen. Ook kan op basis van de monitoring worden besloten tot het treffen van aanvullende of vervangende maatregelen om ambities te behalen. De monitoring en evaluatie kan tenslotte ook leiden tot het bijstellen van ambities, indien blijkt dat deze niet realistisch zijn of niet meer in lijn zijn met de actualiteit.
9.1 Bijsturing Afwijkingen en trends Er zijn op dit moment voor de thema’s hoogstedelijkheid, bereikbaarheid en gezondheid geen afwijkingen en trends die niet verklaarbaar zijn of die het behalen van de doelstelling in gevaar brengen. Er is vooralsnog bij deze thema’s geen aanleiding om de maatregelen die beschreven staan in de Ontwikkelstrategie eerder te treffen, aan te vullen of te vervangen om de ambities te behalen.
Voor het thema duurzaamheid zijn er wel doelstellingen die in gevaar komen als er nu niets gedaan wordt. Daarvoor is bijsturing met maatregelen nodig. Knelpunten klimaatadaptatie: Er wordt geadviseerd hoger in te zetten. In het Werkplan Duurzaamheid is beschreven hoe. Waterbergend vermogen: In de huidige situatie treden knelpunten op bij piekbuien van 90mm/2h. Externe ontwikkelingen Niet alleen de ontwikkelingen binnen HavenStad zijn van belang. Externe factoren kunnen een grote impact hebben op de ontwikkeling van Haven-Stad. Er zijn op dit moment geen technologische, sociaal-economische of politieke ontwikkelingen, of ontwikkelingen op het gebied van klimaatverandering die het behalen van de ambities voor Haven-Stad beïnvloeden. Raakvlakprojecten De raakvlakprojecten passen niet in het MER voor Haven-Stad. Er zijn twee nieuwe raakvlakprojecten, die niet in het MER zijn genoemd; Zaan-IJ en het LHB Heliport. Deze ontwikkelingen hebben nog niet te meten effecten op de indicatoren.
Figuur 47. Stroomschema voor monitoring, evaluatie en bijsturing. Bron: Monitoringsplan Haven-Stad
92
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
9.2 Evaluatie monitoringssystematiek Het doorlopen van de eerste monitoringscyclus heeft geleid tot de volgende inzichten: Functionele database Nog niet van alle indicatoren zijn de benodigde meetgegevens beschikbaar. In aanloop naar het tweede monitoringsrapport wordt er gewerkt aan het beschikbaar krijgen hiervan. Daarnaast is bij een groot aantal indicatoren voor dit eerste monitoringsrapport nog gebruik gemaakt van het handmatig verzamelen van gegevens. In de aanloop naar het volgende rapport staat het opzetten van de functionele database voorop. Met het ontwikkelen van een actuele en volledige database over de fysieke leefomgeving is Haven-Stad goed voorbereid op de komst van de Omgevingswet en het bijbehorende Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Informatie van vergunningverlening Voor een groot gedeelte van de meetgegevens is de vergunningverlening een belangrijke bron, zoals verleende hogere waardes, vloeroppervlaktes, toepassing innovatieve wetgeving en compensatiemaatregelen, hoeveelheid (her) gebruike grondstoffen en de MPG-score. Hiervoor moet een proces opgesteld worden om de informatie zo efficent mogelijk te verzamelen en zoveel mogelijk aan te sluiten bij al bestaande processen en/of nieuwe geautomatiseerde datastromen. Dataverzameling Voor het verzamelen van meetgegevens zullen in de toekomst nieuwe methoden en bronnen beschikbaar komen.
Eén van de belangrijkste ontwikkelingen dat zich op het vlak van meetgegevens zal voordoen is de transitie van het gebruik van modellen naar het gebruik van (real-time) sensordata. Dit speelt met name op het gebied van de monitoring van geluid, geur, stof en luchtkwaliteit.
Gemeente Amsterdam
Leefomgevingsfoto Het is technisch nog niet mogelijk om een ‘historie-functie’ in te bouwen in de Leefomgevingsfoto, waarmee wijzigingen ten opzichte van de ‘oorspronkelijke’ huidige situatie inzichtelijk gemaakt kunnen worden. Om het beheer van de Leefomgevingsfoto zo efficiënt mogelijk in te richten, wordt er verkend of de functionaliteit van de bestaande Buurtradar kan worden toegepast op de Leefomgevingsfoto. Andere optimalisaties zijn van de Leefomgevingsfoto zijn: Verdere optimalisatie van de datastromen Opnemen locaties van woningen, voorzieningen, bedrijven en andere relevante objecten (bijvoorbeeld de Amsterdamse Functiekaart) Uitbreiden van de Leefomgevingsfoto met nieuwe informatie en tools
9.3 Optimalisatie meetmethodes Met name bij het thema duurzaamheid zijn er een groot aantal voorstellen gedaan om de huidige meetmethodes te optimaliseren. Nieuwe indicatoren Er zijn ook een aantal nieuwe indicatoren toegevoegd, die nog niet in het Monitoringsplan Haven-Stad stonden: Hoeveelheid afval Aantal bomen en bladerdek Koele plekken Zij dragen bij aan het inzichtelijk maken van het duurzaam grondstoffengebruik en de klimaatbestendigheid in Haven-Stad. Toevoegen indicatoren sociale impact Bij het ontwerpen en ontwikkelen van Haven-Stad wordt er ook gekeken welke maatschappelijke voorzieningen er nodig zijn en waar deze het beste geplaatst kunnen worden. Wie gaan hier straks wonen en welke impact hebben groen, een stratenplan, het mobiliteitsnetwerk en de ligging van woningen op mensen? Maar ook hoe Haven-Stad een antwoord kan geven op huidige maatschappelijke vraagstukken als: segregatie, kansenongelijkheid, eenzaamheid, of het lerarentekort.
93
Bijlagen
Hiervoor zijn in het Monitoringsplan HavenStad nog geen indicatoren en bijbehorende meetgegevens bepaald. Een mogelijkheid is het toepassen van een Social Impact Assessment (SIA). Dit instrument kan ingezet worden als gestructureerde risicomanagementmethode om de sociale gevolgen van grote, complexe projecten in de fysieke leefomgeving te analyseren, monitoren en mitigeren. Het uitgangspunt van een SIA is een nulmeting, het sociaaleconomisch basisonderzoek (SEB).
1. Wijzigingen Milieueffectrapportage Haven-Stad 2. Wijzigingen Gebiedsgericht spelregelkader Haven-Stad
In aanloop naar het volgende monitoringsrapport wordt het monitoren van de sociale impact verder verkend.
94
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021