8. 200507 Quickscan natuur IJdoornschoollocatie.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Weesperstraat 430 1018 DN Amsterdam Postbus 12693 1100 AR Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl/ingenieursbureau
Notitie
Bijlage(n)
Freek van Bergen, Peter Witte, Wim Dijkman, Maarten Majoor Roel de Greeff, tel: 06-15179133, roel.degreeff@tauw.com Maurice Backerra 2 juni 2020 1. Foto’s van het plangebied
Onderwerp
Quickscan Natuur t.b.v. transformatie Werengouw 83-87 te Amsterdam
Aan Van Kopie aan Datum Ons kenmerk
Paraaf
Datum 3-12-19
Opsteller(s)
Sjoerd-Dirk Fiaschi van der Est
06-2-2020
Goedgekeurd 2e lezer Tauw
Roel de Greeff
30-3-2020
Goedgekeurd 2e lezer IB
M. Backerra
06-5-2020
Nog benodigd
Vrijgegeven
P.W.M. Knaven
02-06 2020
Nog benodigd
1. Inleiding De gemeente Amsterdam heeft plannen voor het realiseren van woningen ter hoogte van Werengouw 83-87 (hierna te noemen transformatie). Hier staan in de huidige situatie gebouwen en bomen. Sloop van de aanwezige panden en de kap van bomen is noodzakelijk. Om het plan uitvoerbaar te maken doorloopt de gemeente Amsterdam eerst een procedure om te komen tot een investeringsbesluit. Om de plannen voor woningbouw te realiseren is erna een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Gemeente Amsterdam bereidt vervolgens de verdere engineering van het project voor, maakt het terrein bouwrijp en levert dit tot slot op aan de woningcorporatie Ymere. Deze partij zal de woningbouw realiseren. Het is door de voorgenomen sloop van panden en kap van bomen noodzakelijk rekening te houden met beschermde flora en fauna en gebieden. De voorliggende quickscan natuur geeft inzicht in de huidige situatie, mogelijke effecten als gevolg van de transformatie en vervolgstappen in het verdere proces van ontwerp, voorbereiding en realisatie. De quickscan geeft antwoord op de volgende vragen: • • • • •
Welke wettelijke en beleidsmatige ecologische onderdelen zijn van belang voor het project? Welke mogelijke effecten heeft de ingreep op beschermde natuur? Welke mogelijke vervolgacties (vervolgonderzoek) zijn nodig om de effecten goed te kunnen beoordelen? Welke maatregelen kunnen al geadviseerd worden? Welke maatregelen dienen nader uitgewerkt te worden?
Het Ingenieursbureau is bereikbaar met metro 51, 53 en 54 of met tramlijn 7 en 10, halte Weesperplein. Een routebeschrijving vindt u op www.ingenieursbureau.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 2 van 15
2. Transitie De voorgenomen transitie bestaat uit het toevoegen van de woonfunctie in het plangebied. De uitbreiding van de woonfunctie gebeurt door middel van nieuwbouw. Hiervoor is de sloop van de aanwezige panden nodig. Voor wat betreft de kap van bomen wordt aangenomen dat een groot deel gekapt/gerooid wordt. Verder is het lokaal verwijderen van bosplantsoen nodig. Het plangebied bevat geen watergangen. Het dempen van wateren is dus geen onderdeel van de werkzaamheden.
Figuur 1: Plangebied transformatie Werengouw 83-87 (gebied binnen de rode kaders).
3. Werkwijze Tijdens een veldbezoek op 8 juli 2019 heeft Sjoerd-Dirk Fiaschi-van der Est (Adviseur ecologie) de (potentieel) aanwezige beschermde flora en fauna binnen het plangebied op waarden beoordeeld. Daarnaast zijn verschillende kaderstellende documenten van het landelijke en lokale beleid geraadpleegd zoals te weten; de Natura 2000-gebieden, gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Hoofdgroenstructuur of Ecologische structuur en de monumentale bomen van de gemeente Amsterdam. Tot slot is gekeken naar waarnemingen van
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 3 van 15
flora en fauna die geregistreerd staan in de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Ook is de stadsecoloog (de heer F. Haaijen) betrokken bij het literatuurbezoek en het veldonderzoek.
Omdat de exacte werkzaamheden nog niet bekend zijn, zijn effecten beoordeeld gebaseerd op een worst-case scenario. Hierin wordt aangenomen dat alle gebouwen gesloopt worden. Daarnaast worden alle bomen gekapt en bosschages gerooid. 4. Beschrijving plangebied Het plangebied bevindt zich in Amsterdam-Noord, ten westen van de snelweg A10 die van noordwest naar zuidoost loopt. Aan de oostkant wordt het plangebied begrensd door de Werengouw, ten zuiden door de Volendammerweg, ten westen en noorden door de Katrijpstraat. In de directe omgeving ligt de Ringsloot, dat in verbinding staat met de Schellingwouderbreek. In/direct bij het plangebied zijn de volgende elementen aanwezig: het oudste deel van het schoolcomplex, verschillende bijgebouwen van de school, een kinderdagverblijf, de openbare ruimte rondom de school, het bosplantsoen aan de oostzijde langs de Werengouw, de bomenrijen langs de Werengouw en de Volendammerweg en de Ringsloot ten westen van het plangebied. Zie ook bijlage 1 voor een impressie van het plangebied. De elementen worden hieronder afzonderlijk besproken: •
• •
•
• •
•
Het schoolgebouw bestaat uit twee verdiepingen en is opgetrokken uit metselwerk en kunststof met een plat dak (met grind). De gevel bestaat uit een spouwmuur en heeft open stootvoegen. Ook de schoorsteen bestaat uit metselwerk met open roosters aan de buitenzijde. Verder hebben de zijgevels daklijsten en houten betimmeringen. De bijgebouwen van de school bestaan uit een betonnen constructie en hebben een plat dak (met dakleer). Het kinderdagverblijf bestaat uit één verdieping en is opgetrokken uit metselwerk en kunststof met een plat dak (met grind). Er is een overkapping aanwezig. Daarbij bestaat de gevel uit een spouwmuur en zijn er open stootvoegen aanwezig. De openbare ruimte rondom de school bestaat uit voetpaden, een merendeels verhard schoolplein met wat bomen en struiken, zoals Canadese populier, hemelboom en gewone es. Het aanwezige gras wordt als gazon beheerd. Het bosplantsoen bestaat uit een dicht bestand van kruiden, struiken en lage bomen. De bomenrijen langs de Werengouw en de Volendammerweg bestaan hoofdzakelijk uit Amerikaanse lindes. De gemiddelde hoogte is tussen de 15-18 meter en het plantjaar is 1970. Het gras onder de bomenrijen wordt als gazon beheerd. De Ringsloot even buiten het plangebied is een brede watergang met aan beide zijden beplantingen langs de oevers, zoals gewone es, veldesdoorn en schietwilg.
5. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden De grens van de Natura 2000-gebieden ‘Markermeer & IJmeer’ en ‘Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske’ ligt op ongeveer 3 km en 3,2 km afstand van het plangebied.
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 4 van 15
Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied en daarom is geen sprake van oppervlakteverlies. Ook ligt de snelweg A10 tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied. Versnippering is daarom niet aan de orde. Effecten van de voorgenomen handeling op de Natura 2000-gebieden door geluid, licht, trilling, mechanische verstoring, verdroging, verontreiniging en verandering in populatiedynamiek zijn, gezien de afstand van het plangebied tot het Natura 2000-gebied, de ligging in de bebouwde kom en de aard van de handeling, uitgesloten. Een effect van de voorgenomen handeling op stikstofgevoelige habitattypen kan, gezien de aard van de ontwikkeling, niet op voorhand worden uitgesloten, omdat de voorgenomen handeling een tijdelijk en permanent verhoogde uitstoot van stikstof tot gevolg kan hebben. Het advies is om een stikstofberekening uit te voeren. Het heeft als doel om de hoeveelheid stikstof te bepalen als gevolg van het project op omliggende Natura 2000-gebieden. Op basis van de rekenresultaten kan worden bepaald of wijziging van het bestemmingsplan, op grond van stikstofdepositie en effecten op Natura 2000-gebieden, mogelijk is. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (zie figuur 2). Binnen dit natuurnetwerk zijn externe negatieve effecten niet van toepassing.
Het is dus uit te sluiten dat het voornemen een negatief effect heeft op het NNN. Hoofdgroenstructuur Het plangebied ligt niet in de Hoofdgroenstructuur (zie figuur 2). Voor de woningbouwplannen zijn geen vervolgstappen of aandachtspunten aan de orde. Ecologische Structuur Het plangebied ligt niet in de Ecologische Structuur (zie figuur 2). In het plangebied zijn ook geen ecologische knelpunten/ecopassages aanwezig. Voor de woningbouwplannen zijn geen vervolgstappen aan de orde. Wel ligt de Schellingwouderbreek en het omliggend park binnen de contouren van de Ecologische Structuur (zie figuur 2). Vanwege de verbinding tussen het plangebied en de Schellingwouderbreek zijn er natuurpotenties en kansen voor natuur. Zie hiervoor hoofdstuk 7.
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 5 van 15
Figuur 2: Plangebied met het plangebied in rood en de ligging ten opzichte van de Ecologische Structuur, de Hoofdgroenstructuur en ecopassages, het NNN en Natura 2000-gebieden. Al deze gebieden liggen buiten het plangebied.
6. Soortenbescherming Afbakening Hieronder zijn de resultaten van het bronnen- en veldonderzoek weergegeven van beschermde soorten. De effectenanalyse is integraal opgenomen in onderstaande subkopjes. Vanwege de afwezigheid van watergangen in het plangebied, is een effectenanalyse voor beschermde aquatische fauna niet nodig. De volgende soortgroepen en/of functies zijn daarom buiten beschouwing gelaten: -
Vissen (functie leefgebied); Amfibieën (functie voortplantingsplaatsen); Watergebonden zoogdieren (functie als leefgebied); Watergebonden insecten, zoals libellen (functie als leefgebied); Overige watergebonden ongewervelden (functie als leefgebied).
Flora Uit NDFF en maps.amsterdam.nl komen geen beschermde plantensoorten naar voren in de omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek is gelet op aanwezigheid en mogelijkheden voor beschermde planten, zowel onder de Wnb als de voormalige Flora- en faunawet. Het schoolgebouw is ongeschikt voor via de Wet natuurbescherming beschermde soorten. In het plangebied zijn geen beschermde soorten onder de Wnb aangetroffen en deze worden ook niet verwacht. Dit komt vanwege de verharding van het terrein en het beheer van het gras als gazon. Dit zijn ongeschikte omstandigheden voor groeiplaatsen van beschermde flora.
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 6 van 15
Wel is de soort steenbreekvaren aangetroffen op een schoorsteen van het schoolcomplex (zie foto 4 in bijlage 2). De soort is niet meer beschermd onder de Wet natuurbescherming. Toch geldt op het moment van opstellen van deze notitie de gedragscode Flora- en faunawet van gemeente Amsterdam nog (Gemeente Amsterdam, 2009). Daarbij is gemeente Amsterdam aanvullend beleid aan het voorbereiden voor een aantal bijzondere niet (meer) beschermde muurplanten (en orchideeën), gekoppeld aan de nieuwe gedragscode Wet natuurbescherming. Het betreft onder andere steenbreekvaren. Deze soort is het nog steeds waard om te beschermen. Aanvullende bescherming is gewenst. Dit betekent dat Amsterdam de bescherming voor deze bijzondere muurplant continueert. Dat verloopt via een aangepast regiem, gekoppeld aan de zorgplicht, waarbij de inzet is om ‘waar dat bij onderhoud en beheer inpasbaar is deze soorten te handhaven’. Het verplaatsen van deze soorten en/of compensatie van deze soorten (bij ruimtelijke ingrepen) is niet langer voorgeschreven. Om een goede invulling te geven aan de Zorgplicht én de voor Amsterdamse contracten geldende Gedragscode Flora- en faunawet, wordt geadviseerd de volgende maatregelen te treffen: 1. Het sparen van de groeiplaats van de steenbreekvaren is niet mogelijk, omdat de schoorsteen weggaat. 2.
Een deel van de schoorsteen met steenbreekvarens (indien mogelijk) te realiseren in een nieuwe constructie. 3. Het maken van een geschikte muur voor steenbreekvarens (en andere muurflora) in de nieuwe situatie (zie ook hst. 7). Vleermuizen Verblijfplaatsen in gebouwen Het voorkomen van kraam-, paar-, zomer- en winterverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen is in het plangebied niet uit te sluiten. In het oude schoolgebouw zijn geschikte verblijfplaatsen aanwezig in de vorm van open stootvoegen in de spouwmuur en kleine kieren onder daklijsten, achter houten betimmeringen en achter zonweringen (zie ook figuur 3). Soorten, die in de zijgevel kunnen voorkomen zijn gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger en tweekleurige vleermuis. Hierbij is de trefkans op de gewone en ruige dwergvleermuis het grootst (gebaseerd op het voorkomen van de soorten en ervaringen met vleermuisonderzoek in vergelijkbare panden). Aanvullend ecologisch onderzoek is hier noodzakelijk naar beide soorten, maar ook naar laatvlieger en tweekleurige vleermuis. De schoorsteen van de school bevatte in 2018 een kraamkolonie meervleermuis (Bron: NDFF & persoonlijke mededeling van de heer F. Haaijen, stadsecoloog van het stadsdeel noord). Zie ook figuur 3 voor de locatie en foto 4 in bijlage 2. Ook in 2019 is meervleermuis waargenomen tijdens ecologisch onderzoek naar deze soort.
De vleermuizen vliegen door een rooster naar binnen en vinden aan de binnenkant geschikte smalle ruimtes om te verblijven. Mogelijk is de schoorsteen ook in gebruik als paar-, winter- en zomerverblijf. Aanvullend ecologisch onderzoek is hier noodzakelijk. Vanwege de sloop van het gebouw verdwijnt de schoorsteen en daarmee het (kraam)verblijf van de meervleermuis. Dit betekent dat sloop van het gebouw ontheffingsplichtig is. Om een ontheffing te kunnen krijgen is het nodig om compensatie- en mitigatiemaatregelen te
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 7 van 15
nemen en rekening te houden met de kwetsbare periode van de meervleermuis. De maatregelen en periodisering dienen in een activiteitenplan beschreven te worden dat als begeleidend document voor de ontheffingsaanvraag dient. Het kinderdagverblijf is vermoedelijk minder geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Dit komt door de combinatie van veel ramen, licht, een overkapping en open stootvoegen die vrij laag in het metselwerk zitten (op ongeveer 2 à 3 m hoogte). Toch kan een (solitair) verblijf van een vleermuis niet worden uitgesloten. Hierbij is de trefkans op een solitair verblijf van de gewone en ruige dwergvleermuis het grootst (gebaseerd op eigen ervaringen met vleermuisonderzoek in vergelijkbare panden). Ook bij dit pand is dus onderzoek nodig. De bijgebouwen van de school bestaan uit een andere constructie. Hier ontbreekt een holle tussenmuur en open stootvoegen. Daardoor ontbreken hier invliegopeningen en verblijfsruimten voor vleermuizen. Het is in deze bijgebouwen dan ook uitgesloten dat verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Verblijfplaatsen in te kappen bomen De ecoloog heeft geen aanwijzingen voor verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen aangetroffen.
In de bomen in het plangebied zijn de meeste bomen te klein van omvang en ontbreekt het aan spleten, scheuren of holten die als verblijfplaats kunnen dienen voor boombewonende vleermuizen. De ecoloog heeft geen geschikte holten of scheuren in Canadese populieren langs de Katrijpstraat kunnen vinden. Toch kunnen verblijven niet met 100% zekerheid worden uitgesloten, omdat het bladerdek van de bomen ten tijde van het veldbezoek gesloten was. Het gaat mogelijk om zomerkraam- en paarverblijfplaatsen van gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, en watervleermuis. Daarnaast kunnen winterverblijfplaatsen van rosse vleermuis en watervleermuis voorkomen. Tot slot is het ook mogelijk dat paarverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis in deze bomen voorkomen. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen zijn uitgesloten als geen sprake is van bomenkap. Een inspectie op holten in deze populieren is wel nodig in het geval van kap, mogelijk gevolgd door nader onderzoek. De Amerikaanse lindes langs de Werengouw en de Volendammerweg blijven behouden. Daarom is er geen effect op eventueel aanwezige verblijfplaatsen in holtes of scheuren in deze bomen. Indien blijkt dat deze bomen toch moeten wijken, is ook bij deze bomen een nader onderzoek nodig naar het gebruik ervan door de hiervoor genoemde vleermuissoorten.
Vliegroute/foerageergebied Meervleermuizen gebruiken het plangebied en de directe omgeving als vliegroute en als foerageergebied (zie figuur 3). Ze vliegen vanuit de schoorsteen van het schoolgebouw uit, waarschijnlijk in de richting van de Volendammerweg. Ze gebruiken de Amerikaanse lindes langs dezelfde weg daarbij vermoedelijk als vliegroute in westelijke richting. Vervolgens vliegen ze waarschijnlijk in zuidelijke richting, over de Ringsloot, en gebruiken ze de Schellingwouderbreek ook als vliegroute/jachtgebied. De bomen langs de Volendammerweg vervullen hiermee een essentiële functie voor vleermuizen (essentieel punt is dat het gaat om een kraamkolonie dat de
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 8 van 15
bomenrij gebruikt). De bomen blijven behouden, maar een effect op de essentiële functie is niet uitgesloten. Dit komt omdat wel wat bomen in het plangebied gekapt worden en de lichtsituatie naar verwachting wijzigt, zowel binnen als buiten het plangebied (zowel tijdens de werkzaamheden als in de fase dat de woningen in het gebied na transformatie in gebruik zijn). Figuur 3: Plangebied met (mogelijke) functies voor vleermuizen. De oranje plus is het meervleermuisverblijf, de groene cirkel is de zone met de hoogste kans op (andere) vleermuisverblijven. De blauwe pijl is de vermoedelijke vliegbeweging van meervleermuizen. De paarse pijlen staan voor andere groenstructuren, die als vliegroute en foerageergebieden kunnen worden gebruikt.
Aanvullend ecologisch onderzoek is nodig naar de wijze waarop meervleermuizen het plangebied en de directe omgeving gebruiken als vliegroute en als foerageergebied. Ook is het noodzakelijk om de verdere inrichtingsplannen af te stemmen op vleermuizen. De inzet van een deskundige ecoloog is daarbij noodzakelijk. Dit betekent zo weinig mogelijk verlichting in de nabijheid van de verblijven, foerageergebieden en vliegroutes. Indien sprake is van aantasting van de geschiktheid van de bomenrij als essentiële vliegroute en foerageergebied, is ontheffing van de wet nodig om de werkzaamheden uit te voeren. Ook andere vleermuizen gebruiken het plangebied (bosplantsoen aan de oostzijde van het plangebied, de Canadese populieren of de Amerikaanse lindes langs de Volendammerweg en de Werengouw) mogelijk als essentieel foerageergebied en vliegroute. Aanvullend ecologisch onderzoek is nodig naar de wijze waarop overige vleermuizen het plangebied en de directe omgeving gebruiken als vliegroute en als foerageergebied. Indien sprake is van aantasting van de geschiktheid van de groenstructuren als essentiële vliegroute en foerageergebied, is ontheffing van de wet nodig om de werkzaamheden uit te voeren.
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 9 van 15
Kleine marterachtigen In provincie Noord Holland geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wnb voor kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) voor ruimtelijke ontwikkelingen. Een ontwikkeling mag dan ook niet zonder meer doorgaan als een van deze soorten in het plangebied voorkomt. In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van bunzing, hermelijn en wezel bekend. Het plangebied is echter, vanwege het grotendeels ontbreken van groene en dekkende elementen (veel wegen, verharding en gras, solitaire bomen en struiken en bermen, die als gazon in beheer zijn), niet geschikt als vast verblijf voor kleine marterachtigen. Hoewel het bosplantsoen aan de oostzijde dicht is, is het te klein van omvang en ligt het erg geïsoleerd ten opzichte van de directe omgeving (ligging tussen gebouwen en de Werengouw). Wel zijn naar verwachting kleine marterachtigen aanwezig buiten het plangebied, zoals in het park bij de Schellingwouderbreek. Hier vinden geen werkzaamheden plaats. Een negatief effect op kleine marterachtigen is er daarom niet. Nader onderzoek en/of een ontheffing voor deze soorten is derhalve niet nodig. Overige grondgebonden zoogdieren In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van onder Wnb beschermde boomen steenmarter. Van de boommarter zijn geen verblijfplaatsen of potentiele verblijfplaatsen aangetroffen in het plangebied.
Door het ontbreken van bossen en oude bomen met holten is het voorkomen van boommarter in het plangebied uitgesloten. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op boommarter. Aan de buitenzijde van het pand zijn van buitenaf geen openingen gezien, die door steenmarter gebruikt kan worden. Ook zijn bij de school geen meldingen bekend van overlast van steenmarter. Het voorkomen van steenmarter is dan ook uit te sluiten in het plangebied. Nader onderzoek naar steen- en boommarter is niet noodzakelijk en ook een ontheffing is niet nodig voor deze soorten. Van egel en mol zijn ook waarnemingen bekend. Mogelijk komen in het bosplantsoen ook algemene muizen, zoals huisspitsmuis, huismuis en dwergspitsmuis voor. Daarnaast kunnen mogelijk nog andere algemene zoogdieren binnen het plangebied voorkomen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen bij kap van het plantsoen. Er moet dan een melding ingediend worden bij de OD NHN voor werkzaamheden waar algemene zoogdieren bij aanwezig zijn. Vogels Jaarrond beschermde nesten De bomen in het plangebied zijn met zekerheid ongeschikt voor broedvogels waarvan het nest jaarrond beschermd is, zoals buizerd en havik. Dit is omdat er veel verstoring van de weg is. In de bomen zijn ook geen nesten aangetroffen van roofvogels.
Om deze reden is het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van roofvogels, zoals boomvalk, buizerd en sperwer ook uitgesloten. Door de ligging aan de drukke weg en het ontbreken van foerageergebied is het voorkomen van ransuil ook uitgesloten. Door de afwezigheid van nestkasten, geschikte roestplekken en kalksporen is het voorkomen van steenuil en kerkuil uitgesloten. Door de afwezigheid van hoge richels en nissen in gebouwen is het voorkomen van slechtvalk ook uitgesloten.
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 10 van 15
De huismus en gierzwaluw, beiden gebouw bewonende soorten met een jaarrond beschermd nest, komen in de omgeving van het plangebied voor. De gebouwen in het plangebied zijn echter met zekerheid ongeschikt als nestgelegenheid voor huismus en gierzwaluw, vanwege het ontbreken van dakpannen, grote openingen tussen boeiboorden en andere geschikte plekken. Het platte dak en de smalle open stootvoegen bieden geen ruimte voor deze soorten om er te nestelen. Het is dus uit te sluiten dat de transitie negatieve effecten heeft op vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. Nader onderzoek en/of een ontheffing voor deze soorten is derhalve niet nodig. Tijdens broedseizoen beschermde nesten De nesten algemene broedvogels zijn tijdens de broedperiode beschermd. Het is niet uit te sluiten dat de bomen, daken of bosschages in het plangebied gebruikt worden door deze soorten en andere algemene broedvogels. Door op een moment te werken dat vogels niet broeden, wordt voorkomen dat in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield raken. Zo kan een overtreding van de verbodsbepalingen worden voorkomen. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient altijd een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd. Dit omdat met het zachte weer van de laatste jaren vogels in de stad potentieel het hele jaar tot broeden kunnen komen.
Als bij een broedvogelcontrole blijkt dat in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn, dan dient een verstoringsvrije zone aangehouden te worden. Deze verstoringsvrije zone dient door een ecoloog bepaald te worden en dient aangehouden te worden totdat het broedgeval vertrokken is. Amfibieën en reptielen In de omgeving van het plangebied komen rugstreeppad en ringlang voor. Van deze twee soorten zijn in het plangebied geen waarnemingen bekend. Door het ontbreken van broeihopen en onbegroeid en ondiep water is er geen geschikt leefgebied aanwezig voor rugstreeppad en ringslang. Negatieve effecten op beschermde amfibieën en reptielen is daarom uitgesloten. Het voorkomen van algemene amfibieën, zoals gewone pad, bruine en groene kikker en kleine watersalamander in het plangebied is mogelijk in het plangebied in het bosplantsoen. Bij werkzaamheden in het bosplantsoen dient een melding bij de OD NHN te worden ingediend. Dagvlinders Van de beschermde iepenpage zijn waarnemingen op een afstand van circa 4 kilometer ten opzichte van het plangebied. In het plangebied zijn echter geen iepen aanwezig. Daarom ontbreekt het aan geschikt leefgebied voor de iepenpage, negatieve effecten op iepenpage worden daarom uitgesloten.
7. Risicosoorten Dit betreft soorten waarmee risico’s kunnen worden gelopen in verband met veiligheid, volksgezondheid en/of dat het exoten betreft die vanwege hun invasieve karakter ongewenst zijn. In de omgeving van het plangebied komt de Japanse duizendknoop voor (bron: www.maps.amsterdam.nl). In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen Aziatische duizendknopen aangetroffen. Mocht er tijdens werkzaamheden toch Aziatische duizendknoop worden aangetroffen moet hier rekening mee worden gehouden. Tijdens het veldbezoek zijn
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 11 van 15
geen stadsduiven gezien. Andere risicosoorten zijn onbekend van het plangebied.
8. Kansen De ontwikkeling biedt, naast de wettelijke verplichtingen, ook mogelijkheden om natuur te versterken. De gemeente Amsterdam heeft met de aangenomen motie ‘natuurinclusief bouwen’ (2017) en het recent vrijgegeven handboek Natuurinclusief bouwen (2018) het belang onderstreept van het onderkennen van stadsnatuur bij uitvoering van projecten. In het handboek heeft de gemeentes ambities uitgewerkt voor het versterken van de biodiversiteit en het vergroenen van de stad. De uitvoering van ruimtelijke projecten, waaronder vervanging van infrastructuur in de stad, biedt mogelijkheden om invulling te geven aan de ambities van de stad. In het onderhavige project zijn de volgende maatregelen geschikt om in te passen in het werk: o o o o o o o
o o o o
Nieuwe aanplant van bos(plantsoen) in het plangebied; Behoud bosplantsoen en Canadese populieren in het plangebied; Aanleg van een faunapassage in noord-zuidrichting onder de Volendammerweg van de Ringsloot naar de Schellingwouderbreek, zoals een loopplank. Inpassen van bij- en vlindervriendelijke beplanting in de vrijgekomen ruimte en plantsoenen; Het ophangen van nestkasten voor vogels en/of verblijfplaatsen voor vleermuizen aan bestaande bomen; Het aanbrengen van groene daken en gevels in de te bouwen gebouwen; Het aanbrengen van natuurvriendelijke oevers langs de watergangen van de Ringsloot en/of de Schellingwouderbreek aan de randen of nabijheid van het plangebied. Het ophangen van nestkasten voor vogels en/of verblijfplaatsen voor vleermuizen aan bestaande bomen; Het aanbrengen van huismuis- en gierzwaluwstenen aan de oost- en noordgevel van nieuwe gebouwen; Het aanbrengen van een “varenmuur” in de nieuwe inrichting van het plangebied; Het aanbrengen van groenen daken en gevels in de te bouwen gebouwen;
9. Conclusies De volgende conclusies zijn te trekken naar aanleiding van deze quickscan: • De ontwikkeling heeft geen negatief effect op beschermde NNN-gebieden. Een negatief effect door een toename in stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden is niet uit te sluiten. Een stikstofberekening wordt geadviseerd om hier uitsluitsel over te geven; • Negatieve effecten door de werkzaamheden op de Hoofdgroenstructuur (HGS) Ecologische Structuur (ES), ecologische passages en andere ecologische knelpunten zijn uitgesloten. • De schoorsteen op het oude schoolgebouw is in gebruik als (kraam)verblijf van meervleermuis. Met de sloop van de school verdwijnt de schoorsteen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden is meer aanvullend onderzoek nodig naar functies van het plangebied als kraam-, winter-, paar- en zomerverblijf. Daarnaast dient ook onderzoek
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 12 van 15
•
•
•
•
•
naar vliegroutes uitgevoerd te worden. Ook is een ontheffing zeker nodig voor de sloop van de school. Om de ontheffing te kunnen krijgen is een passend compensatie- en mitigatieplan nodig. Het oude schoolgebouw en mogelijk ook het kinderdagverblijf vormt mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. Bij sloop van één of meerdere gebouwen is nader onderzoek naar de functie van het plangebied als kraam-, winter-, paar- en zomerverblijf. Afhankelijk van de uitkomsten geldt mogelijk een ontheffingsplicht. Doordat mogelijk bomen gerooid worden, is het niet uitgesloten dat essentiële vliegroutes van andere vleermuissoorten dan meervleermuis vernietigd worden. Dit geldt ook voor essentieel foerageergebied. Naar deze functies is eveneens nader onderzoek nodig. Indien ze aanwezig zijn en er ontstaan negatieve effecten op, is een ontheffing eveneens nodig. Het voorkomen van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen is nagenoeg uitgesloten. Een aanvullende holte-inspectie aan Canadese populieren sluit de aanwezigheid van geschikte invliegopeningen zeer waarschijnlijk uit. Om verstoring van essentiële vliegroutes of foerageergebied van vleermuizen te voorkomen zijn maatregelen nodig. Allereerst is onderzoek nodig naar de functie van de beplanting in en direct nabij het plangebied nodig. Vervolgens is een inpassingsplan nodig voor vleermuizen.
Het doel ervan is om het plangebied en de directe omgeving zo min mogelijk extra aan te lichten. Indien sprake is van essentiële functies van beplanting en verlichting vormt een zo groot probleem dat deze de functies kan aantasten, is een ontheffing van de wet nodig om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van reptielen, amfibieën, vissen, dagvlinders, libellen grondgebonden zoogdieren, jaarrond beschermde nesten van vogels, andere insecten en overige ongewervelden. Voor algemene amfibieën en grondgebonden zoogdieren geldt een meldingsplicht bij de OD DHN bij het verwijderen van het bosplantsoen; Enkele kansen die de ontwikkeling voor natuur en biodiversiteit biedt zijn: o Nieuwe aanplant van bos(plantsoen) in het plangebied; o Behoud bosplantsoen en Canadese populieren in het plangebied; o Aanleg van een faunapassage in noord-zuidrichting onder de Volendammerweg van de Ringsloot naar de Schellingwouderbreek, zoals een loopplank.
o Inpassen van bij- en vlindervriendelijke beplanting in de vrijgekomen ruimte en plantsoenen; o Het ophangen van nestkasten voor vogels en/of verblijfplaatsen voor vleermuizen aan bestaande bomen; o Het aanbrengen van groene daken en gevels in de te bouwen gebouwen; o Het aanbrengen van natuurvriendelijke oevers langs de watergangen van de Ringsloot en/of de Schellingwouderbreek aan de randen of nabijheid van het plangebied. o Het ophangen van nestkasten voor vogels en/of verblijfplaatsen voor vleermuizen aan bestaande bomen; o Het aanbrengen van huismuis- en gierzwaluwstenen aan de oost- en noordgevel van nieuwe gebouwen;
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 13 van 15
o o
Het aanbrengen van een “varenmuur” in de nieuwe inrichting van het plangebied; Het aanbrengen van groenen daken en gevels in de te bouwen gebouwen;
10. Literatuurlijst Gemeente Amsterdam, 2009. Gedragscode Flora- en faunawet gemeente Amsterdam. Gemeente Amsterdam, 2018. Natuurinclusief bouwen en ontwerpen in twintig ideeën. Gemeente Amsterdam, 2017. Motie van het lid Boomsma inzake de Voorjaarsnota 2017 (natuurinclusief bouwen).
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 14 van 15
Bijlage 1: Foto’s van het plangebied
Foto 1: Sfeerimpressie van het plangebied bezien vanaf de Volendammerweg, met zicht op het kinderdagverblijf en de school (Bron: Google Earth).
Foto 2: Sfeerimpressie van het plangebied bezien vanaf de Werengouw, met zicht op het bosplantsoen en het schoolgebouw erachter (Bron: Google Earth).
Gemeente Amsterdam
2 juni 2020
Quickscan t.b.v. herontwikkeling Werengouw 83-87 te Amsterdam
Pagina 15 van 15
Foto 3: een deel van de school, met zicht op het schoolplein, een deel van het oude gebouw met metselwerk en een deel van de bijgebouwen met een betonconstructie.
Foto 4: de schoorsteen van het oude schoolgebouw bevatte in 2018 een kraamkolonie meervleermuis.