7c. zienswijze 3.pdf
Tekst van het document
ProRail X Gerneentfi, X Amstar .-- 1NAARI 2022
AANGETEKEND Gemeenteraad van Amsterdam p/a Directeur Ruimte en Duurzaamheid Postbus 2758 1000 CT AMSTERDAM
Datum Ons kenmerk Bijlagen Onderwerp
28 februari 2022 LJV/ PLA/ZW /#11719 1 Amsterdam, zienswijze ontwerpbestemmingsplan "Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark"
Ontvangen
Eigenaar Telefoonnummer E-mail
Jeannette van Barreveld 088 231 15 15 jeannette.vbarreveld@prorail.nl
Geachte Raad, Financien Leefomgeving, Juridische zaken en Vastgoed Bezoekadres Tulpenburgh Moreelsepark 2 3511 EP Utrecht Nederland Postadres
Het ontwerpbestemmingsplan "Jan Evertsenstraat-West, deelgebied Tennispark", welke met ingang van 20 januari tot en met 2 maart 2022 ter inzage ligt, geeft ProRail aanleiding om de volgende zienswijze in te brengen. Algemeen In het plangebied is een onderstation (in het ontwerpbestemmingsplan ook genoemd trafogebouw) aanwezig (bestemming "Bedrijf', aanduiding 'nutsvoorziening'). Het onderstation is een belangrijk onderdeel van en essentieel voor het functioneren van de hoofdspoorweginfrastructuur. Ruimtelijke ontwikkelingen die het beheer, inclusief bereikbaarheid, onderhoud en vernieuwing, van dit onderstation belemmeren, kunnen gevolgen hebben voor het veilig en doelmatig gebruik van de spoorwegen.
Postbus 2038 3500 GA Utrecht Nederland www.prorail.n1
Een goede ruimtelijke ordening moet zijn gericht op het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat en/of het waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving Dat houdt onder andere in dat bij een woonbestemming in het onderhavige ontwerpbestemmingsplan binnen de bestemming "Gemengd", rekening dient te worden gehouden met het aanwezige onderstation. De aanwezigheid van een onderstation brengt een (verhoogd) risico op brandgevaar, geluidshinder, trillinghinder, hinder van fijnstof en de elektromagnetische golven (hoogspanning) met zich mee. Alvorens het bestemmingsplan kan worden vastgesteld, dient onderzoek te zijn gedaan naar de effecten van het onderstation op de omgeving en in het bijzonder op de nieuw te realiseren 1 woontoren en het gebruik daarvan, en 2 wat de effecten zijn van het bouwen en in stand houden (waaronder onderhoud en vernieuwing) van de beoogde woontoren op het onderstation en de werking daarvan. Indien uit deze onderzoeken volgt dat er nadelige effecten of risico's zijn en maatregelen moeten worden getroffen, dienen deze voor zover mogelijk te worden opgenomen in de planregels. Het ontbreken daarvan kan leiden tot overtreding van het wettelijk verbod in artikel 22 van de Spoorwegwet.
ProRail b.v., Kvk 30124359
ProR a i 1
ProRail is van mening dat onvoidoende onderzoek is gedaan naar de invloeden van de bouw en de exploitatie van het bouwwerk (i.c. de woontoren) op het onderstation. Het ontwerpbestemmingsplan kan zonder inachtneming van de zienswijze van ProRail, niet ongewijzigd worden vastgesteld. Hieronder wordt het bovenstaande nader aangevuld en toegelicht. Toelichting, paragraaf 2.2 onder "Beschrijving huidige situatie" In deze paragraaf is onder "Toegang tennispark" o.a. het volgende opgenomen: "Langs de spoorbaan ligt onderaan het spoortalud een onderstation van ProRail. Het plan blijft buiten de contour van een mogelijke NS-spooruitbreiding. Een mogelijk nieuw treinstation aan de Jan Evertsenstraat en een mogelijke nieuwe toegang van het bestaande metrostation buiten het plangebied aan de Jan Evertsenstraat vormen geen onderdeel van het plan. Vooralsnog is het niet aannemelijk dat binnen de termijn van het bestemmingsplan deze railprojecten worden uitgevoerd." ProRail merkt hierover het volgende op. In 2021 is de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 inclusief de ruimtereserveringen ten behoeve van spoor, vastgesteld.
In voornoemde Omgevingsvisie (hoofdstuk 10) heeft de gemeente een (strategische) ruimtereservering gemaakt voor een eventueel toekomstige 4-sporige Westtak, het potentiele nieuwe station 'Amsterdam Sloterplas' en de voorziene extra (zuidelijke) toegang van het bestaande metrostation 'Jan van Galenstraat' om de door de gemeente Amsterdam gestelde ambities waar te maken. In paragraaf 3.4.1 wordt de conclusie getrokken dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de ambities uit voomoemde Omgevingsvisie. Nu het huidige tennispark aan het spoortalud van trein en metro ligt en het metrostation Jan van Galenstraat is gelegen aan de noordoostzijde van het plangebied, verzoekt ProRail om in het plan het volgende op te nemen: Bij de planontwikkeling dient, overeenkomstig de in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 opgenomen ruimtereservering voor het spoor, rekening to worden gehouden met een eventuele spoorverdubbeling en eventueel een NS-station en/of een extra metro-toegang aan de Jan Evertsenstraat. Het voorgaande is noodzakelijk om te voorkomen dat de in onderhavig plan mogelijk gemaakte woontoren op de voorziene locatie, in strijd komt met de in de Omgevingsvisie voorziene ontwikkelingen.
Toelichting, paragraaf 2.3 onder "Uitgangspunten verkeer" In deze paragraaf is onder andere het volgende opgenomen: "In het gebied zit een trafogebouw (zuidoosthook van het plangebied) in beheer- en gebruik door ProRail die bereikbaar is en zal blijven via de nieuwe voet-Ifietsbrug over de Jan Evertsenstraat." Het onderstation dient to alien tijde goed bereikbaar te zijn en te blijven voor in te zetten materieel (al dan niet gemotoriseerd) en voor het personeel van ProRail en haar opdrachtnemers. ProRail acht het noodzakelijk dat in de toelichting expliciet wordt beschreven dat de bereikbaarheid van het onderstation op generlei wijze mag worden belemmerd door de voorziene ruimtelijke ontwikkelingen. In de planregels kunnen hiervoor voorschriften worden opgenomen. Toelichting, hoofdstuk 3.3 In de toelichting hoofdstuk 3.3 is onder andere het volgende opgenomen: "In deze periode is er een schetsontwerp en een voorlopig ontwerp van het bouwplan gemaakt door de initiatiefnemer en getoetst door de gemeente. In mei 2021 heeft de erfpachter de ontwikkelaar gevolmachtigd om namens hen afspraken to maken met de gemeente. In juni 2021 is een afsprakenbrief overeengekomen tussen de ontwikkelaar en de gemeente. Hierin zijn afspraken gemaakt over het vervolgproces van de gebiedstransformatie."
2/5 Ons kenmerk LJV/ PLA/ZW /#11719
ProRail
Het bestemmingplan zal het mogelijk maken om een gebouw (woontoren met tennisbanen) te realiseren. Op basis van het schetsontwerp en voorlopig ontwerp van het bouwplan van ontwikkelaar is deze woontoren voorzien op 0,60 meter afstand van het onderstation. Het bouwen en exploiteren van een woontoren direct naast dit onderstation heeft verregaande implicaties voor de veiligheid van zowel de toekomstige gebruikers en bewoners van de woontoren en voor het operationele spoor. De risicoanalyse die de planontwikkelaar heeft opgesteld is volledig gericht op risico's vanuit de omgeving op de te bouwen woontoren. Risico's van de woontoren op de omgeving, in dit geval het onderstation, zijn geheel niet beschouwd. Daarnaast is met de risicoanalyse alleen naar de gebruiksfase gekeken en niet naar de bouwfase van de woontoren, waardoor belangrijke risico's niet zijn meegenomen in de analyse. ProRail heeft de risicoanalyse van ontwikkelaar laten toetsen door RHDHV, die in haar rapport van 23 december 2021 met het kenmerk B14235-MI-NT-211222-1433, dat als bijlage bij deze zienswijze is gevoegd, het volgende concludeert: "De door ontwikkelaar uitgevoerde risicoanalyse heeft zich alleen gericht op risico's van buiten op de woontoren. Ten onrechte zijn risico's van het bouwen van de woontoren alsmede van de gebruiksfase op het onderstation buiten beschouwing gelaten.
Ten aanzien van brand zijn niet geheel correcte voorstellen gedaan, waarbij ook maatregelen in het onderstation zouden moeten worden genomen. Met betrekking tot het bouwen en het gebruiken van de woontoren is voorbijgegaan aan valgevaar op het onderstation. Daarnaast zijn risico's van het slaan van een damwand en/of het heien van paten niet uitgewerkt en doorgeschoven naar de ontwerpfase. Ook voor de gebruiksfase is vandalisme en dus beschadiging van buiten aan de trafo's niet als risico herkend. Onderhoud van de gevel van de woontoren (werkzaamheden boven onderstation) en van het onderstation (beschikbare ruimte) zijn niet beschouwd. Het is waarschijnlijk dat er omvangrijke, dure maatregelen moeten worden getroffen door de ontwikkelaar om zo dicht naast het onderstation te bouwen." ProRail stelt daarmee vast dat de opgestelde risicoanalyse van de projectontwikkelaar onvoldoende is om aan te tonen dat met zijn plan wordt voldaan aan de uitgangspunten voor een goede ruimtelijke ordening. Er dient een uitbreiding van deze risicoanalyse te komen met de door ProRail genoemde punten.
Uitkomsten van de door de ontwikkelaar nader uit te werken risicoanalyse die leiden tot extra te nemen maatregelen ten aanzien van onder meer brandpreventie, vandalismepreventie, trillingen tijdens bouw ter bescherming van het onderstation en het veilig en doelmatig functioneren daarvan, en maatregelen in verband met risico's valgevaar van objecten op het onderstation, dienen in de regels bij het bestemmingsplan te worden verwerkt. De (uitgebreide) risicoanalyse dient als bijlage in het vast te stellen bestemmingsplan te worden opgenomen. De noodzaak van nader onderzoek van (de werking van) een onderstation op nabijgelegen woningen, blijkt ook uit jurisprudentie (zaaknummer 201104688/1/A1, uitspraak: 21 maart 2012 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State; ECLI:NL:RVS:2012:BV9448). Toelichting, hoofdstuk 6.2 onder "planregels" Bij het gestelde onder "HOOFDSTUK 2 Bestemmingsregels, Bedrijf (artikel 3)" dient aan de alinea "Deze bestemming is opgenomen vanwege het onderstation van ProRaiL Dit gebouw is toegestaan binnen het bouwvlak, met een maximum bouwhoogte zoals op de verbeelding aangegeven. Binnen deze bestemming zijn ook voorzieningen ten behoeve van ondergrondse warmte- en koudeopslag toegestaan." het volgende te worden toegevoegd: "Er dient rekening te worden gehouden met de verbodsbepaling in artikel 22 van de Spoorwegwet"
3/5 Ons kenmerk LJV/ PLA / ZW /#11719
ProRail
Met deze toevoeging wordt duidelijk gemaakt dat binnen deze bestemming als gevolg van de aanwezigheid van een onderstation, zijnde onderdeel van de hoofdspoorweginfrastructuur, een wettelijke beperking aanwezig is die invloed heeft op het realiseren en/of in stand houden van voorzieningen/bouwwerken binnen deze bestemming. Het expliciet verwijzen van artikel 22 van de Spoorwegwet kan voorkomen dat aan dit verbodsartikel wordt voorbijgegaan. Het voorgaande is ook van toepassing op de bestemming "Gemengd". Planregels Artikel 3 "Bedrir Onder de bouwregels van artikel 3.1 of als toegevoegd artikel 3.2 als "Nadere eisen" dient te worden toegevoegd: de minimale afstand tussen het onderstation en andere bouwwerken/gebouwen dient 5 meter te zijn. Artikel 4 "Gemengd": Onder de bouwregels van artikel 4.2 of onder artikel 4.4 als "Nadere eisen" dient te worden toegevoegd: de minimale afstand tussen het onderstation en andere bouwwerken/gebouwen dient 5 meter te zijn. Zoals eerder in deze zienswijze aangegeven is in het huidige schetsontwerp en voorlopig ontwerp van de planontwikkelaar deze minimale afstand niet in acht genomen. Voorts is gebleken dat er sprake is van een zogenaamde overbouw boven grond van ProRail (boven het perceel in eigendom van RIT/ProRail kadastraal bekend als Sloten (N.H.) D 7842).
Zo lang ProRail geen overeenstemming heeft bereikt met de ontwikkelaar over een recht van overbouw, is er sprake van een privaatrechtelijke belemmering tot realisatie van de bestemming. Bovendien is het niet mogelijk om de gevel van woontoren zoals nu voorzien op basis van het schetsontwerp en VO te bouwen en te onderhouden zonder het perceel in eigendom van ProRail te gebruiken. De ontwikkelaar dient een gebruiksrecht te hebben om het ProRail-terrein te kunnen betreden en te gebruiken ten behoeve van het onderhoud en vernieuwing van deze gevel. Als de ontwikkelaar dit gebruiksrecht niet heeft is er sprake van een privaatrechtelijke belemmering die vaststelling van het bestemmingsplan in de weg staat. Artikel 5 "Groen": Onder de bouwregels van artikel 5.2 dient te worden toegevoegd: de minimale afstand tussen het onderstation en andere bouwwerken/gebouwen dient 5 meter te zijn. De aanvulling van deze bouwregels met het benoemen van een minimale afstand van het onderstation ten opzichte van andere bouwwerken en/of gebouwen, is overeenkomstig hetgeen aan richtafstanden wordt genoemd in de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering van de VNG. Volgens de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' wordt in verband met het aspect gevaar een afstand aanbevolen van tenminste 10 m tussen een woning en een onderstation. ProRail acht een afstand van minimaal 5 meter voldoende.
Bijlagen De uitgevoerde risicoanalyse (inclusief de door ProRail gevraagde uitbreiding van deze analyse) dient als bijlage bij het bestemmingsplan te worden opgenomen.
4/5 Ons kenmerk LJV/ PLA/ZW/#11719
ProRail
BiPage 5 Onderzoek luchtkwaliteit Het onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet volledig. In het voorliggende onderzoek is alleen onderzoek gedaan naar de effecten van de bestemmingsplanwijziging op de lokale luchtkwaliteit waaronder de emissies van het wegverkeer. Er is geen onderzoek gedaan naar de luchtkwaliteit van het bouwwerk als gevolg van bouwen naast een onderstation. BiPage 8 Trillinqhinderonderzoek Het trillinghinderonderzoek is niet volledig. In het voorliggende onderzoek is alleen onderzoek gedaan naar de kans op hinder ten gevolge van rail- en metroverkeer. Er is geen onderzoek gedaan naar trillinghinder tijdens de bouw en exploitatie van het bouwwerk op het onderstation. ProRail verzoekt u om bij de vaststelling van het bestemmingsplan de zienswijze van ProRail in acht te nemen. ProRail behoudt zich het recht voor om in de verdere procedure aanvullende c.q. nieuwe zienswijzen kenbaar te maken.
Met vriendelijke groet,
drs. ing. C.M.J. (Karen) te Boome Manager Leefomgeving, Juridische zaken en Vastgoed
5/5 Ons kenmerk LJV/ PLA/ZW/#11719
Royal HaskoningDHV Enhancing Society Together
Notitie / Memo
HaskoningDHV Nederland B.V. Mobility & Infrastructure
Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Goedgekeurd door:
ProRail t.a.v. mevrouw M. van Bemmel Kees Meinema-Linders 23 december 2021 Ge Schepes, Ron de Vries, Kees de Leeuw B14235-MI-NT-211222-1433 Projectgerelateerd Ge Schepes
Onderwerp:
Second Opinion Risicoanalyse Onderstation Sloterplas (versie 3)
Geachte mevrouw van Bemmel, Voor het project "Second opinion risicoanalyse onderstation Sloterplas" hebben wij de aangeleverde documenten gereviewed en vervolgens beoordeeld of de risicoanalyse volledig was. In deze notitie geven wij onze bevindingen weer. Achtergrond Naast het onderstation Sloterplas zijn plannen voor de bouw van een woontoren. De projectontwikkelaar VORM van deze woontoren heeft een risicoanalyse laten uitvoeren omdat de woontoren circa 1,5 meter afstand van het onderstation wordt gebouwd.
23 december 2021
B14235-MI-NT-211222-1433
1/4
Royal HaskoningDHV
Bovenstaande afbeeldingen laten duidelijk zien, dat de beoogde woontoren op circa 1,5 m is gepland vanaf het onderstation en dat er gebouwd gaat worden tot aan de perceelgrens. Ter hoogte van de transformatoren is de perceelgrens slechts 0,6 m ver. Het onderstation Sloterplas is een twintig jaar oud onderstation. Het bestaat uit een betonnen prefabachtig gebouw met buiten opgestelde tractietransformatoren. Er is geen lekbak voor de trafo olie. De opbouw en de constructieve samenhang zijn niet bekend, er is alleen een inschatting op basis van een visuele inspectie beschikbaar. Dit geldt ook voor de fundatie. Algemene indruk De risicoanalyse die projectontwikkelaar VORM heeft opgesteld is volledig gericht op risico's vanuit de omgeving op de te bouwen woontoren. Risico's van de woontoren op de omgeving, in dit geval het onderstation, zijn niet beschouwd. Daarnaast is alleen naar de gebruiksfase gekeken en niet ook naar de bouw, waardoor risico's niet zijn beschouwd. Risicoanalyse In de risicoanalyse is gekeken naar risico's van het onderstation op de woontoren: Geluid: wordt niet als probleem beschouwd. Om dit beter in te kunnen schatten wordt • geadviseerd om het te meten Straling: wordt niet als probleem beschouwd.
Om dit beter in te kunnen schatten wordt • geadviseerd om het te meten Warmte: boven de tractietransformatoren moet minimaal 3-5 meter vrije ruimte zijn voor • ventilatie. Zolang er dus niet boven het onderstation wordt gebouwd, is dit geen probleem. Zicht: dit is een persoonlijk oordeel van mensen. Er worden suggesties gedaan om het aanzien • van het onderstation te verbeteren. Kabels en leidingen: deze zijn in kaart gebracht en er is aangegeven waar de risico's liggen. • Vanwege de aanwezigheid van kabels en leidingen wordt voorgesteld om proefsleuven te graven. Er zullen wel duidelijke afspraken met de projectontwikkelaar moeten worden gemaakt met betrekking tot bescherming van de kabels en leidingen. De omvang van het bouwterrein is niet bekend, dus de omvang van mogelijke risico's ook nog niet. Overbouwing: er is hierbij vooral gekeken naar het inhijsen van transformatoren en de daarvoor • benodigde bovenruimte. Dat geeft een beperking voor de aanwezigheid van balkons op die hoogte. Trillingen: er is gekeken naar trillingen van het metro- en treinverkeer op de woontoren. De • conclusie is dat er geen hinder voor de woontoren zal optreden. Daarnaast is gekeken naar het risico van brand.
VORM moet volgens de wetgever brandveiligheidsvoorzieningen op zijn perceel treffen, zodat de buurman (ProRail met onderstation) er geen last van heeft als er brand is op zijn eigen perceel. Hiervoor stelt de wetgever dat VORM een bouwvergunning krijgt als de weerstand tegen brand doorslag en brand overslag (WBDBO) 60 minuten is naar het perceel van zijn buurman. VORM bouwt op de perceelgrens, dus de gehele 60 minuten moet worden gerealiseerd door VORM (kortom de hele gevel dient 60 minuten te zijn). Als mogelijk alternatief heeft VORM bedacht om beide gebouwen als een gebied te beschouwen. Hierdoor zouden ook brandveiligheidsvoorzieningen moeten worden getroffen op het perceel van ProRail. Dit is niet in lijn met de regelgeving.
23 december 2021
814235-MI-NT-211222-1433
2/4
Royal HaskoningDHV
Vervolgens wordt aangegeven dat op gelijkwaardigheid de brandwerendheid van de woontoren wordt ingevuld. Maar hierbij wordt het risico benaderd alsof woongebouw en onderstation op een perceel staan en het risico op brand alleen vanuit het onderstation komt. Dat is niet juist. Het oplossen van het brandveiligheidstekort van de woontoren door maatregelen in het onderstation te nemen kan niet. Immers de EN61936-1 (= ontwerp eisen van trafo en locatie trafo) en OVS00112 (ontwerp eisen nieuwe spoor gebonden gebouwen) hebben geen betrekking op woongebouw maar de veiligheid van (nieuwe) trafo. De OVS00112 is een toevoeging op wetgeving aangezien ProRail ook een maatschappelijk functie heeft gezien de continuiteit van de beschikbaarheid van een baanvak. Met andere woorden, Bouwregelgeving en EN61936-1 zijn wettelijke eisen waaraan ProRail moet voldoen. De OVS00112 wordt tamelijk eenzijdig geInterpreteerd door VORM adviseurs; immers alleen eis 5 wordt van toepassing verklaard. Een trafo valt onder 'EV' en dat is een pakket van maatregelen die van toepassing zijn. Zodoende zijn andere brandveiligheidseisen om vrije ruimte om vandalisme te beperken en veilig te kunnen werken nabij hoogspanning niet meegenomen in de risico beoordeling.
Missende risico's Trillingen: In de risicoanalyse is, zoals hierboven is vermeld, gekeken naar trillingen veroorzaakt door rail- en metroverkeer op de woontoren. Hiervoor zijn berekeningen uitgevoerd door VORM. Deze zijn echter niet meegeleverd. Trillingen veroorzaakt door bouwactiviteiten (aanbrengen en verwijderen damwand, aanbrengen heipalen) is niet uitgewerkt. In de risico-matrix staat het volgende: T.z.t. getoetst aan de geldende normen en voorschriften, waarbij vanzelfsprekend rekening wordt gehouden met onderstation; Volgt t.z.t. Uitgangspunt voor VORM is dat er geen ongewenste zettingen mogen optreden a.g.v. deze werkzaamheden; Dit zal als uitgangspunt worden meegenomen in de engineering en realisatiefase. ProRail geeft aan, dat in het eerste overleg met VORM duidelijke eisen zijn gesteld aan trillingen en dat is gesteld, dat dit door middel van berekeningen vooraf moet worden aangetoond. Dit is niet gebeurd. De fundering van het onderstation is onbekend. Het slaan en trekken van een damwand en/of het heien van lange palen kan een nadelige invloed hebben op het onderstation. Het is dan ook aan te bevelen om de dialoog aan te gaan met de projectontwikkelaar om de wensen c.q. eisen van ProRail duidelijk te maken. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan trillingsarme, grondverdringende palen. Vandalisme: Ook het aspect vandalisme is onvoldoende belicht.
Er staan twee buiten trafo's op 1,5 m van een woongebouw. Als iemand een (zwaarder) object vanuit het woongebouw op de trafo's laat vallen/expres werpt, dan kan de trafo uitvallen en is er een risico op baanvakuitval (als een ander trafostation het niet overneemt). Er zullen dus maatregelen moeten worden getroffen om de buiten trafo's te beschermen. Onderhoud woontoren: Er is geen informatie beschikbare over het beoogde onderhoud van de woontoren aan de zijde van het onderstation. Activiteiten ten behoeve van gevelonderhoud of ramenlappen mogen ook niet plaatsvinden boven het onderstation zonder maatregelen te treffen om vallen op de transformatoren te voorkomen.
23 december 2021
814235-MI-NT-211222-1433
3/4
Royal HaskoningDHV
Hijswericaamheden: Tijdens de bouw en (groot) onderhoud zal er met een kraan moeten worden gewerkt. Deze kraan moet geaard zijn en de hijszone mag niet over de ProRail ruimtes liggen (grootte van de hijszones is afhankelijk van het projectieoppervlak van te hijsen elementen). In deze zone mogen geen personen aanwezig zijn. Bij een gebouwhoogte/hijslasthoogte van 70 meter geldt een minimaal vrij te houden bouwveiligheidszone van 10 meter. Dit is hoger bij grote elementen en bij hijsen langs de gevel. Om het onderstation te beschermen zal een overkluizende beschermingsconstructie moeten worden toegepast. Bereikbaarheid: Het perceel van het onderstation is niet heel groot, er is aan alle zijden net voldoende ruimte om er bij te kunnen. Aan de noordkant van het perceel is een toegangsweg. Vanaf de Jan Evertsenstraat is het onderstation bereikbaar via het trottoir en een smal voetpad. Dit zal veranderen, omdat er een breed fietspad wordt aangelegd. In de risicoanalyse wordt het volgende opgemerkt: Nu is er een pad rondom het onderstation ten behoeve van onderhoud en schoonmaak, welke ProRail waarschijnlijk deels wenst te behouden; Indien er strak tegen het onderstation aangebouwd wenst te worden, kunnen er afspraken met ProRail gemaakt worden wat betreft het onderhoudspad en de grond rondom het onderstation.
Een duidelijk plan ontbreekt dus wat betreft de wensen en eisen van ProRail ten aanzien van de bereikbaarheid van het onderstation, voor beheer en onderhoud. Tevens wordt de indruk gewekt, dat ProRail bereid zou zijn een deel van het perceel te verkopen. Dit is geenszins zeker. VORM beoogt het terrein rondom het onderstation danwel een deel van het onderstationperceel te kunnen gebruiken als werklocatie. Deze openbare ruimte dient ook beschikbaar te zijn als vluchtroute vanaf het spoor. Daarnaast staat er op het terrein een ProRail-project op de rol, waarbij een 1,5 kV kabel zal worden gelegd/vervangen. Dit project moet zonder problemen doorgang kunnen vinden. Conclusies: De door VORM uitgevoerde risicoanalyse heeft zich alleen gericht op risico's van buiten op de woontoren. Ten onrechte zijn risico's van het bouwen van de woontoren alsmede van de gebruiksfase op het onderstation buiten beschouwing gelaten. Ten aanzien van brand zijn niet geheel correcte voorstellen gedaan, waarbij ook maatregelen in het onderstation zouden moeten worden genomen. Met betrekking tot het bouwen en het gebruiken van de woontoren is voorbij gegaan aan valgevaar op het onderstation. Daarnaast zijn risico's van het slaan van een damwand en/of het heien van palen niet uitgewerkt en doorgeschoven naar de ontwerpfase.
Ook voor de gebruiksfase is vandalisme en dus beschadiging van de buiten aan de trafo's niet als risico herkend. Onderhoud van de gevel van de woontoren (werkzaamheden boven onderstation) en van het onderstation (beschikbare ruimte) zijn niet beschouwd. Het is daarom aan te bevelen om met de projectontwikkelaar de dialoog aan te gaan en de eisen en wensen van ProRail kenbaar te maken. Het is waarschijnlijk dat er omvangrijke, dure maatregelen moeten worden getroffen door de projectontwikkelaar om zo dicht naast het onderstation te bouwen.
23 december 2021
1314235-MI-NT-211222-1433
4/4