7a. Buiksloterham 7e part herz_bijlagen bij toelichting_Bijlage 1 Herijking Invsteringsnota Buiksloterham.pdf
Tekst van het document
8. Buiksloterham waardeert reststromen In het kader van circulariteit komt bij planuitwerkingen aandacht voor reststromen. Dit kan zich op verschillende schaalniveaus uiten.
Afbeelding 3.11.4: Stimuleren ontmoeting
Afbeelding 3.11.8: Reststromen Afbeelding 3.11.5: Collectieve voorzieningen
Afbeelding 3.11.7: Robuust groen-blauw en natuurinclusief
Afbeelding 3.11.6: Proeftuin voor nieuwe vormen van mobiliteit
68
9. Buiksloterham is inclusief en verbonden Buiksloterham is fysiek en sociaal verbonden. Het ontwikkelt zich samen met de omliggende wijken tot een rijk palet aan plekken die van elkaar profiteren. Belangrijke aspecten hierin zijn goede verbindingen naar de omliggende wijken, bereikbaarheid voor iedereen, veel maatschappelijke voorzieningen, betekenisvolle openbare ruimte en nieuwe kunst en cultuur.
Herijking investeringsnota Buiksloterham
Stedenbouw
6. Buiksloterham maakt duurzame mobiliteit mogelijk Buiksloterham wil een proeftuin blijven voor nieuwe vormen van mobiliteit. Er zijn vele kansen. In de structuur van de wijk wordt geanticipeerd op verdere keuzes voor duurzame mobiliteit, via ruimtelijke kwaliteit, meervoudig (ruimte)gebruik, hubs en deelmobiliteit.
Afbeelding 3.11.9: Inclusief en verbonden
69
4
Circulair, milieu, water
4.1
Algemeen circulair
De gemeente Amsterdam heeft in z’n algemeenheid al aanzienlijke duurzaamheidsambities. Ook is het bouwen van een gemengde stadsbuurt met prioriteit voor langzaam verkeer op zichzelf al een duurzame manier van ontwikkelen. Maar Buiksloterham moet koploper zijn. In 2015 ondertekenden ruim twintig partijen, waaronder de gemeente, daartoe het manifest Circulair Buiksloterham. Ook in de agenda Duurzaamheid (2015) en het Circulair Innovatieprogramma van de gemeente Amsterdam staat Buiksloterham genoemd als bijzonder gebied waarin samen met vele partijen wordt toegewerkt naar een circulaire stadswijk. Het in 2017 opgestelde programma Circulair Buiksloterham biedt hiervoor de richting.
Circulair, milieu, water
Circulariteit is tweerichtingsverkeer, vanuit de overheid en vanuit de wijk. Mede door ontwikkelingen van onderop kwam de wijk de afgelopen jaren op de kaart als circulaire hotspot. Denk aan de activiteiten van bewoners, Stadslab Buiksloterham, Schoon Schip, de CPO-projecten van kavel 20, de tijdelijke broedplaats De Ceuvel, Waternet, woningcorporaties, Westpoortwarmte en diverse marktpartijen. In Buiksloterham worden initiatieven met groene, duurzame doelstellingen door de gemeente gestimuleerd en ondersteund. Voorbeelden zijn smart grid-systemen, nieuwe sanitatie, deelmobiliteit, plantenbakken, geveltuinen en wellicht vormen van – al dan niet tijdelijke – stadslandbouw. Ook kan worden gedacht aan repairshops of wijkinitiatieven voor energiebesparing of afvalvrije weken. Aangezien circulariteit en duurzaamheid al het andere raken, zijn veel ambities verweven in de deelthema’s van deze investeringsnota, inclusief de ruimtelijke consequenties ervan. Met name worden hier genoemd de groenstructuur en mobiliteit in hoofdstuk 3. In dit hoofdstuk komen nog specifiek aan de orde: grondstoffen en materialen, energie, afval, bodem en water. Voor details wat betreft de te hanteren circulaire ambities wordt tevens verwezen naar de bijlage circulair.
foto: Isabel Nabuurs 70
71
Herijking investeringsnota Buiksloterham
De gemeente werkt in Buiksloterham toe naar een circulaire stadswijk met de volgende kenmerken: 1. Een wijk waarin we leren door te doen met ruimte voor innovatie en experiment 2. Een aardgasvrije wijk met energieneutrale of energieleverende nieuwbouw en een energieneutrale openbare ruimte 3. Een wijk met energieneutrale en circulaire scholen 4. Een wijk waar we ervaring opdoen met lokale duurzame opwek van elektriciteit, gekoppeld aan smart grid-systemen en energieopslag 5. Een wijk met optimale inzet van lokale duurzame energiebronnen om de gebouwen te verwarmen, koelen en van elektriciteit te voorzien 6. Een wijk waar bij gronduitgifte standaard wordt getenderd op circulair bouwen en dit selectiecriterium minimaal vijftig procent van de uitslag bepaalt 7. Een wijk waar gronden en materialen worden hergebruikt bij bouwrijp maken, ontwerp en inrichting van de openbare ruimte 8. Een wijk met een materialenpaspoort voor openbare ruimte en gebouwen 9. Een wijk met een materialenbank waar gemeente en bouwers tijdelijk spullen kunnen opslaan 10. Een wijk met flexibele en adaptieve nieuwbouw waarin gerecyclede en hernieuwbare materialen zijn toegepast 11. Een wijk waarin afval zoveel mogelijk wordt gescheiden door bewoners en bedrijven om verwerking tot nieuwe grondstoffen en/of hergebruik mogelijk te maken 12.
Een wijk met kwalitatief groen dat bijdraagt aan biodiversiteit en hittestress tegengaat 13. Een wijk die stevige regenbuien kan verwerken zonder schade aan gebouwen en vitale infrastructuur en waar water wordt opgevangen en hergebruikt voor toiletspoeling en bewatering
14. Een schone, veilige en bereikbare wijk met minimale lokale uitstoot, inzet van deelsystemen voor slimme benutting van schaarse ruimte en grondstoffen, autoluw, ruimte voor de fiets en slimme stadsdistributie 15. Een wijk met bewoners en bedrijven die zich onderdeel voelen van de circulaire opgave en daar ook hun bijdrage aan leveren. Duurzaamheid wordt bij voorkeur gerealiseerd langs publiekrechtelijke weg, maar ook privaatrechtelijke wegen worden benut. De volgende punten zijn hierbij in de uitvoering van belang: 1. Circulair Buiksloterham is een opgave voor iedereen: beleid, ontwerp, contractering, uitvoering en beheer. 2. Circulair Buiksloterham vergt lef, pragmatisme en soms wat risico. Het volgen van bestaande kaders is niet genoeg. 3. Tenders zijn essentieel om resultaat te bereiken. Selectiecriteria leiden tot innovatie door marktpartijen, wat nieuwe ontwikkelingen en technieken genereert. 4. Een strikte aanpak richting ontwikkelaars en partijen met een grondpositie. De gemeente werkt alleen mee aan ontwikkelingen waarin de circulaire uitgangspunten zijn opgenomen. Instrumenten daarbij zijn afsprakenbrieven en realisatieovereenkomsten, erfpachtconversies en bestemmingsplanafwijkingen. 5. Controle en toetsing bij voorlopige en definitieve ontwerpen, en steekproefsgewijs bij oplevering.
Circulair bouwen in Buiksloterham De gemeente zet binnen Buiksloterham in op circulair bouwen. Enerzijds via tenders en selectieprocedures, maar ook bij de herontwikkeling van bestaand erfpachtrecht of ontwikkelingen op eigen grond staat de realisatie van circulair Buiksloterham centraal. De uitgangspunten en ambities circulair bouwen in Buiksloterham worden daarom in een vroeg stadium besproken met de betreffende eigenaren of ontwikkelaars. Dit zijn uitgangspunten en ambities op de thema’s energie, grondstoffen en materialen, flexibel en toekomstbestendig bouwen, afval, water, groen & biodiversiteit en duurzame mobiliteit. De ontwikkelende partij moet voldoen aan de genoemde uitgangspunten en kiest daarnaast ook minimaal drie duurzaamheid thema’s uit waarbinnen de ontwikkelaar bovenop de uitgangspunten ook ambities zal realiseren. De uitgangspunten en afgesproken ambities krijgen een plek in de afspraken die onderdeel kunnen zijn van een overeenkomst. In de uitwerking wordt bij de het voorlopig en definitief ontwerp getoetst op realisatie van de uitgangspunten en afgesproken ambities. De uitgangspunten en ambities Circulair bouwen in BSH staan opgenomen in de bijlage Circulair van deze investeringsnota en daarnaast staan ze tevens opgenomen in de spelregels van hoofdstuk 5.
4.2
Grondstoffen en materialen
In Buiksloterham moet vijftig procent van het materiaal voor de constructie van gebouwen gerecycled zijn, en dertig procent hernieuwbaar. Denk daarbij aan hout, groen/sedum of gerecyclede stenen (Cycle Brick). Er wordt uitgegaan van een Milieu Prestatie Gebouw (MPG) van 0,5 of minder (exclusief invoer pv-panelen). Gezien de spanning tussen voldoende duurzame energieopwek op de kavel enerzijds en de MPG-methodiek anderzijds, telt het materiaalgebruik voor de opwek van duurzame energie bij de bepaling van de MPG niet mee. Het onderwerp grondstoffen en materialen wordt als 72
Flexibel en aanpasbaar bouwen zorgt uiteindelijk ook voor minder grondstoffengebruik en is daarom ook een uitgangspunt. Denk bijvoorbeeld aan parkeervoorzieningen die kunnen worden omgebouwd tot bedrijfsunits. Of aan starterswoningen die later kunnen worden samengevoegd tot grotere woningen. Bij ontwerp en inrichting van de openbare ruimte wordt uitgegaan van circulaire materialen, zoals bij parken, speeltuinen, schoolpleinen, bruggen en 30 km-straten met gerecyclede gebakken klinkers. Het streven is inzet van tachtig procent gerecyclede of hernieuwbare materialen. Door eerst te inventariseren welke materialen beschikbaar zijn, kan het percentage (hoogwaardig) hergebruik fors toenemen. Bij de inrichting van de tijdelijke mobiliteitshub op kavel 24 en de realisatie van het gemeentelijke informatiecentrum aan de Distelweg 90 heeft de gemeente deze werkwijze al toegepast. Ook voor een nieuwe brug wordt dit de aanpak, en wordt nu al in praktijk gebracht met het hergebruiken van een brug die beschikbaar komt vanuit de omgeving van het Centraal Station op locatie van brug 4. Stap voor stap wordt ervaring opgedaan. Dit alles betekent dat de stedelijke puccini-methode voor ontwerp en inrichting van de openbare ruimte niet altijd het uitgangspunt kan zijn.
Het ontwerp van de openbare ruimte is gebaseerd op een of meerdere passende circulaire ontwerpprincipes die terug te vinden zijn in de circulariteitsladder (addendum bij de bijlage Beheerparagraaf). Om circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte mogelijk te maken, werkt de gemeente in samenwerking met een aantal partners het concept materialen hub verder uit. De hub zal bestaan uit een digitale hub die zichtbaar maakt welke materialen uit BSH op welke termijn beschikbaar komen en wat de kwaliteit is van die materialen. Parallel zoekt de gemeente naar een geschikte plek voor een tijdelijke fysieke hub. De verwachting is dat eind 2020 een digitale hub beschikbaar is en er meer zicht is op de realisatiemogelijkheden voor de fysieke hub. Bij sanering en bouwrijp maken is de ambitie een gesloten grondbalans, om daarmee alle vrijkomende gronden te hergebruiken binnen of in de nabijheid van Buiksloterham. Zwaar verontreinigde grond zal conform wet- en regelgeving worden afgevoerd en niet worden hergebruikt; zie paragraaf 4.5. Er is voldoende opslagcapaciteit in het gebied nodig om grond tijdelijk op te slaan voorafgaand aan definitieve plaatsing. Er komt daarom een grond- en
materialenbank. Deze zal gedurende de gebiedsontwikkeling door het gebied verplaatsen, al naar gelang de beschikbare ruimte op gemeentelijke kavels.
4.3
Afvalinzameling
Een circulaire stadswijk vereist andere manieren van afvalinzameling dan tot nu toe gebruikelijk. Doel is om zo veel mogelijk van het huishoudelijk en bedrijfsafval gescheiden in te zamelen in minimaal zes fracties: glas, papier, textiel, plastic, groente/fruit/etensresten (GFE) en restafval. Want gescheiden fracties maken hergebruik mogelijk. De hoge toekomstige dichtheden in Buiksloterham bieden echter beperkt ruimte voor gescheiden afvalcontainers in de openbare ruimte. Tezamen met de wens om de loopafstanden zo beperkt mogelijk te houden en de hoogte van afvalstoffenheffing te beperken, lijkt een optimale oplossing (nog) niet te bestaan. Daarom is gekozen voor de volgende strategie: 1. Er komen ondergrondse afvalcontainers voor de verschillende fracties in de openbare ruimte in heel Buiksloterham. Een ontwerp daartoe wordt opgesteld. 2. Een deel daarvan wordt perscontainer, mits blijkt dat dat niet nadelig is voor de nascheiding van grondstoffen. In geperste vorm neemt afval minder volume in beslag, dus zijn er minder containers in de openbare ruimte nodig. 3. Er wordt een plan voor het realiseren van GFE-vermalers in keukens opgesteld. De gemeentelijke kavels 18, 19 en 39 dienen als pilot. Bij succes wordt dit systeem op meer kavels opgelegd. 4. Waar GFE-vermalers niet mogelijk zijn, worden GFEcontainers in de openbare ruimte geplaatst. 5.
Op korte termijn start een traject in samenwerking
met bewoners, bedrijven en ontwikkelaars om afvalreductie, scheiding en hergebruik in de wijk verder te faciliteren. De introductie van GFE-vermalers zal plaatsvinden via aanwijsbesluit, tenders, kavelpaspoorten en beheerovereenkomsten. De kosten voor de inpandige voorzieningen voor GFE-vermalers zijn voor rekening van de ontwikkelaar van het betreffende gebouw. Denk hierbij aan de noodzakelijke leidingen naar de woningen en een ruimte in het gebouw voor het plaatsen van een opvangtank die bereikbaar is voor de gemeentelijke ophaaldienst. De verplichte plaatsing van de inpandige GFE-vermalers, als onderdeel van de gemeentelijke inzamelinfrastructuur, is in Nederland nog niet eerder gedaan. Een goede samenwerking tussen ontwikkelaars, gemeente en toekomstige bewoners is noodzakelijk om het systeem goed te laten functioneren. Bedrijven die ongeveer net zoveel afval produceren als een huishouden, kunnen via de gemeente toegang krijgen tot het afvalinzamelsysteem voor huishoudens. Zij betalen dan via het reinigingsrecht voor de afvalinzameling en -verwerking. Bedrijven met een grotere afvalstroom dienen zelf te zorgen voor de afvalinzameling en –verwerking. Naar verwachting komt in 2020 een stadsbreed plan voor de verduurzaming van inzameling en verwerking van bedrijfsafval.
De directie Afval en Grondstoffen van de gemeente heeft een belangrijke rol in planning en (proces)financiering van het bovenstaande.
Locaties ondergrondse afvalcontainers Bijzondere containers (bij. textiel)
Herijking investeringsnota Buiksloterham
Circulair, milieu, water
In 2030 moet Nederland vijftig procent minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiel). Ook Amsterdam wil meer grondstoffen en materialen in de kringloop houden en wil in 2050 volledig circulair zijn. Gebouwen en wegen zijn verantwoordelijk voor naar schatting zestig procent van het materiaalgebruik op aarde. In de gebiedsontwikkeling kan met hergebruik van materialen in gebouwen en openbare ruimte dus een grote bijdrage aan deze ambitie worden geleverd. Buiksloterham wil haar grondstoffen in beeld krijgen en administreren met materialenpaspoorten, zodat zij ongelimiteerd beschikbaar blijven en niet tot afval kunnen vervallen.
belangrijk criterium meegenomen in de circulaire tenders en de afspraken met ontwikkelaars.
Afbeelding 4.3.1: Schets verdeling ondergrondse afvalcontainers kavels 18 en 19 (pilotgebied grinders)
73
4.4
Energie
Amsterdam heeft als doel om in 2030 55 procent en in 2050 95 procent minder CO2-uitstoot te realiseren ten opzichte van 1990. Daarnaast streeft de stad naar honderd procent gebruik van duurzame energie in 2050. Deze doelen worden in 2019 uitgewerkt in een Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal en lokale klimaatakkoorden. Daarnaast streeft de stad naar aardgasvrij in 2040 en naar honderd procent gebruik van duurzame energie in 2050 Energieneutrale en energieleverende nieuwbouw Buiksloterham wordt aardgasvrij met energieneutrale of energieleverende nieuwbouw. De gebouwen (EPC ≤ 0,00 , alle functies) moeten zeer goed geïsoleerd zijn, geschikt zijn voor lage temperatuur warmte en op duurzame wijze van warmte en koude worden voorzien. Ook moeten de gebouwen optimaal profiteren van lokale duurzame energiebronnen zoals de zon, de bodem of het oppervlaktewater. Met uitzondering van stadswarmte moet de opwek van duurzame energie op de kavel zelf worden gerealiseerd.
Smart grid Een smart grid is een elektriciteitssysteem dat gebruik maakt van informatie, tweerichtingsverkeer, communicatietechnologieën en computerintelligentie, om energieopwekking, -distributie en –gebruik te optimaliseren. De tijdelijke duurzame broedplaats De Ceuvel, Schoon Schip en straks de kavels 14 en 3D hebben al of krijgen een smart grid. Hiermee doet Buiksloterham ervaring op, waarna opschaling volgt, via tenders op gemeentelijke kavels of via afspraken met erfpachters/particuliere grond74
Atelier energiepositieve wijk In Buiksloterham ontwikkelt zich op de kavels 14 en 3D een ‘energiepositieve subwijk’. Deze kavels gaan in navolging van Schoon Schip en de Ceuvel een smart grid-realiseren en krijgen een lokale energiemarkt waar bewoners en gebruikers energie kunnen verhandelen die zij zelf duurzaam hebben opgewekt en niet gebruiken. De Europese Commissie kende in mei 2019 een subsidie toe aan dit project ATELIER. ATELIER is een zogenaamd ‘smart city’- project waarin Amsterdam en Bilbao wijken ontwikkelen waar meer duurzame energie wordt opgewekt dan verbruikt. Bratislava, Budapest, Kopenhagen, Krakow, Matosinhos en Riga zijn fellow cities: steden die de in Amsterdam en Bilbao ontwikkelde innovaties en technieken gaan gebruiken om een dergelijke wijk in hun eigen stad op te zetten. De subsidie voor het project bedraagt € 19,5 miljoen, waarvan € 8,9 miljoen voor Amsterdam. In het project werken dertig steden, kennisinstellingen en bedrijven uit elf landen tot 2024 samen.
Afbeelding 4.4.1
Duurzame warmte- en koude-voorziening op wijkniveau Buiksloterham wordt een aardgasvrije wijk. Ook de bestaande bedrijven moeten op termijn overstappen op duurzame bronnen (zowel warmte alsook koude). In Buiksloterham is de toepassing van conventionele koelof verwarmingsinstallaties zoals HR-ketels, (traditionele) elektrische boilers en conventionele koelmachines in de nieuwbouw niet toegestaan. Ook de toepassing van lokale biomassaketels in de nieuwbouw en epc-transformatie zijn niet toegestaan i.v.m. aantasting van de lokale luchtkwaliteit. Met name de bodem-, het oppervlaktewater en de zon zijn de bronnen voor het verwarmen en koelen. Buiksloterham is al aangewezen als interferentiegebied en het ‘Bodemenergie Buiksloterham’ (2014) geeft de spelregels en ordening van bronnen voor bodemenergiesystemen. Tegelijkertijd is Buiksloterham onderdeel van de concessie-Noord. De basis hiervan is de Samenwerkingsovereenkomst levering stadswarmte en- koude Amsterdam Noord uit 2008 van WestpoortWarmte, de gemeente Amsterdam en enkele ontwikkelende partijen. Afbeelding 4.4.2 toont het huidige stadswarmtenetwerk in Buiksloterham. Gezien deze concessie geldt er in Buiksloterham een aansluitplicht op de stadswarmte. Een stadskoudenet is door WestpoortWarmte niet gerealiseerd.
Er kan in Buiksloterham een vrijstelling of ontheffing van de aansluitplicht worden aangevraagd indien het alternatief voldoende duurzaam is. Het stadswarmtenetwerk in Noord rolt zich verder uit en wordt ook van belang om de bestaande bouw in Amsterdam-Noord aardgasvrij te maken. WestpoortWarmte is als manifestpartner onderdeel van Circulair Buiksloterham en draait bijvoorbeeld projecten om lokale duurzame warmtebronnen in te voeden op het stadswarmtenetwerk. Indien nieuwbouw wordt aangesloten op stadswarmte, dan wordt met de erfpachter of particuliere grondeigenaar en WestpoortWarmte besproken hoe de eventuele koude-vraag duurzaam kan worden gedekt, welke innovaties mogelijk zijn en hoe lagetemperatuur-warmte kan worden gerealiseerd, in combinatie met lokale bronnen. Energieneutrale openbare ruimte Het energiegebruik voor straatverlichting, pompen en gemalen wil Buiksloterham duurzaam opwekken. Daarvoor dient 0,5 – 1 MW aan duurzame energie lokaal opgewekt te worden. Er komt een scan naar locaties om duurzame energie op te wekken. Mogelijke locaties zijn daken van bestaande bouw, plekken boven het water, zon-parkeren (zonnepanelen boven parkeerplaatsen). Ook zonnepanelen op palen of integratie van zonnepanelen in ontwerp van bruggen of andere bouwwerken zijn reële opties. Ook wordt de mogelijkheid voor de dekking via het stroomcontract van de gemeente Amsterdam bekeken.
Afbeelding 4.4.2: Huidige stadswarmtenetwerk Buiksloterham
De openbare verlichting in Buiksloterham zal voldoen aan het stadsbrede Beleidskader Verlichting uit 2017. In dit beleidskader wordt al veel rekening gehouden met duurzaamheid, onder meer met de overgang naar ledverlichting. In heel Buiksloterham zal ‘verlichting van de 21e eeuw’ worden toegepast. Energieneutrale en circulaire scholen De nieuwe scholen in het gebied, vooralsnog op kavel 19, kavel 25, kavel 39, kavel 57 en kavel 18a, worden energieneutraal en circulair. Dit zijn voorbeeldgebouwen waar de ambities kunnen worden vertaald in de praktijk.
4.5
Bodem, ondergrond
Verontreiniging Buiksloterham kent veel bodemverontreiniging. Door het aanleggen van ondergrondse voorzieningen (zoals parkeergarages) en het verplicht afvoeren van zwaar vervuilde grond komt er zo’n 280.000 m3 vervuilde grond vrij. Voor een klein deel bestaat dit uit mobiele vervuiling (bijvoorbeeld olie), welke afgevoerd en verwerkt moet worden. Het grotere deel (185.000 m3) is lichter en sterke immobiele vervuiling (bijvoorbeeld zware metalen). De ambitie voor deze grond is een gesloten grondbalans: gronden die vrijkomen volledig inzetten binnen of in nabijheid van het gebied. Grondwerk en bodemsaneringswerkzaamheden in Buiksloterham vallen onder de Wet Bodembescherming, Besluit Bodemkwaliteit en het Besluit Uniforme Saneringen. 75
Herijking investeringsnota Buiksloterham
Circulair, milieu, water
Lokale opwek duurzame energie Voor lokale duurzame energieopwekking worden in Buiksloterham de volgende kansen gezien: • Inzet daken en deel gevels voor opwek van elektriciteit met PV. De PV-panelen worden architectonisch in hetontwerp geïntegreerd. • Inzet oppervlaktewater IJ voor koeling en/of regeneratie van warmte en koude. • Inzet bodem voor warmte en koude levering. Bij verkaveling en gebouwontwerp moet rekening worden gehouden met bezonning vanuit het oosten, zuiden en westen. Open ruimten en leefruimtes moeten op de zonzijde worden georiënteerd, open gevels en raampartijen op het noorden beperkt. Noorddaken kunnen voor natuurlijk daglicht worden gebruikt. Hiermee kan tot veertig procent meer zonne-energie worden opgewekt. De daken in Buiksloterham zijn beschikbaar voor een combinatie van groen, waterberging en zon PV. Dit alles wordt meegenomen in de tenders en afspraken met ontwikkelaars.
eigenaren op de andere kavels. De EU-subsidie aan het project ‘Atelier’ (zie kader) die recent is toegekend, vormt een goede extra stimulans.
Voorafgaand aan de herinrichting of herontwikkeling van percelen wordt de bodem onderzocht op eventuele bodemverontreinigingen. Indien sprake is van ‘een geval van ernstige bodemverontreiniging’ volgens de Wet Bodembescherming zal worden beoordeeld of er onaanvaardbare risico’s voor mens, ecosystemen en/of verspreiding zijn. Er wordt dan een saneringsplan opgesteld of er zal een melding worden gedaan in het kader van het Besluit Uniforme Saneringen (BUS-melding). Er worden saneringsmaatregelen en grondwerkzaamheden uitgewerkt om risico’s weg te nemen. Mobiele verontreinigingen zoals olie zullen zoveel mogelijk worden weggenomen om verspreiding te voorkomen. Immobiele verontreinigingen, zoals zware metalen, zullen zoveel mogelijk worden herschikt binnen het plangebied, zonder toekomstige risico’s. In eerste instantie vindt hergebruik plaats vanuit de ‘gevalsdefinitie’ uit de Wet Bodembescherming. Grondstromen die niet geschikt zijn voor hergebruik zullen worden afgevoerd naar een erkende verwerker of stortplaats.
Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving is in samenwerking met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied een raamsaneringsplan vastgesteld op 20 maart 2020 voor het openbaar gebied en de gemeentelijk uitgeefbare percelen. Later worden hier wellicht percelen van private partijen aan toegevoegd, om zoveel mogelijk vrijkomende grondstromen binnen het plangebied te hergebruiken. Hergebruik van grond geschiedt via ophoging van percelen 18 en 19 en het maaiveld van maximaal 1 meter, met landaanwinningsprojecten langs de IJ-oever en langs het Johan van Hasseltkanaal en door verondiepingen van met name het erg diepe Johan van Hasseltkanaal. Sterk verontreinigde grond die wordt hergebruikt in landaanwinningsprojecten wordt opgesloten in de damwandconstructie, om uitloging naar het oppervlaktewater tegen te gaan. Daarnaast 76
Voor dit investeringsbesluit is een grondbalans opgesteld voor grond die vrijkomt uit werken van de gemeente. Deze laat zien dat voor de herinrichting van het plangebied Buiksloterham de volgende grondstromen vrijkomen: • Circa 100.000m3 licht verontreinigde grond • Circa 85.000m3 sterk verontreinigde grond (immobiel) • Circa 50.000m3 sterk verontreinigde grond (mobiel). De licht verontreinigde grond zal indien deze milieutechnisch geschikt is worden verwerkt in de verondiepingen. Van de sterk verontreinigde immobiele grond zal circa 24.000m3 worden herschikt op bestaande percelen en ca 61.000m3 worden hergebruikt in landaanwinningsprojecten. De sterk verontreinigde grond met mobiele componenten zal worden afgevoerd naar verwerkers voor reiniging of stort. Ook het grondwater is op verschillende plaatsen in Buiksloterham sterk verontreinigd. Het freatisch grondwater (bovenste deel van het grondwater) zal worden gesaneerd tot beneden de tussenwaarde. De dieper gelegen grondwaterverontreinigingen zullen worden gesaneerd zodat binnen een periode van 30 jaar sprake is van een stabiele eindsituatie. Bommen Vanwege de Fokkerfabrieken aan de Papaverweg is Buiksloterham in de Tweede Wereldoorlog verscheidene malen doelwit geweest van bombardementen. Er is een kans dat er nog onontplofte bommen (blindgangers) in de bodem zijn achtergebleven.
Eind 2018 is voor de gemeente Amsterdam een geactualiseerde CE-Bodembelastingkaart vastgesteld, waarop de verdachte gebieden zijn weergegeven. Deze gebieden zijn minder omvangrijk dan in eerdere onderzoeken was aangegeven. Het is verplicht om in de risicogebieden, voorafgaand aan werkzaamheden in de grond, onderzoek uit te voeren dat veilig werken garandeert. In de praktijk kan dat betekenen dat bijvoorbeeld de locaties voor nieuwe heipalen worden vrijgegeven, waarna de werkzaamheden vervolgens op aangepaste wijze worden uitgevoerd. Detectieonderzoek dient te allen tijde door een gecertificeerd bedrijf (WSCSOCE) te worden uitgevoerd. De burgemeester wordt hiervan altijd in kennis gesteld. Als daadwerkelijk een blindganger wordt aangetroffen dan zal Openbare Orde en Veiligheid het ruimingsproces begeleiden om de veilig-
heid te waarborgen. De ruimingsfase valt onder de directe verantwoordelijkheid van de burgemeester. Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet zijn werkgevers verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van hun werknemers en van de omgeving. Projectontwikkelaars en aannemers kunnen zich op basis van de bommenkaart laten informeren over de risico’s van grondroerende werkzaamheden die in hun opdracht worden uitgevoerd en indien nodig aanvullend onderzoek laten uitvoeren en/of hun werkmethode aanpassen. De verantwoordelijkheid voor de kosten van dergelijk onderzoek ligt eveneens bij de grondeigenaar of initiatiefnemer. Bij gemeentelijke nieuwe gronduitgiften en bestaand erfpachtrecht maakt de gemeente Amsterdam hier afspraken over met de erfpachter, bij particulier grondeigendom is dat de particuliere initiatiefnemer. De bommenkaart is als bijlage bij deze investeringsnotagevoegd.
4.6
Water
Het klimaat verandert. De opwarming zet door, winters worden natter, zomers worden droger en extreme regenbuien komen vaker voor. In het extremer wordende limaat en de verdere verdichtende stad is ook in Amsterdam een extra inspanning nodig om de stad leefbaar te houden door het tegengaan van wateroverlast, hittestress en droogte. Zowel op de kavel als in de openbare ruimte krijgt deze opgave een plek via de realisatie van voldoende groen (zie hoofdstuk 3) en het slim omgaan met water. Het plangebied Buiksloterham ligt geheel binnen de gemeente Amsterdam, dat de zorg heeft voor de drie watertaken: stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. De gemeente heeft de uitvoering van deze taken aan Waternet gemandateerd. Voor al het oppervlaktewater in Buiksloterham is Rijkswaterstaat de gebiedsbeheerder. Ten behoeve van deze investeringsnota is een nieuwe waterparagraaf opgesteld die als bijlage bij deze investeringsnota is gevoegd. Veel punten uit deze paragraaf hebben directe gevolgen voor bouwplannen en inrichtingsplannen voor de openbare ruimte. Ook dienen tijdig watervergunningen te worden aangevraagd. Op deze plaats wordt volstaan met een samenvatting, waarin achtereenvolgens aan bod komen: grondwater, oppervlaktewater, waterveiligheid en oevers, afvalwater, hemelwater en nautische veiligheid.
Grondwater • Om grondwateroverlast te voorkomen, dient alle nieuwbouw te voldoen aan de gemeentelijke grondwaternorm. Voor Buiksloterham moet worden uitgegaan van een ontwatering van 0,9m in de openbare ruimte, die gewenst is voor bomen. • In de schetsontwerpfase dient onderzoek te worden verricht naar het effect van de aanleg van (parkeer) kelders op de ontwatering. • Buiksloterham kent relatief hoge grondwaterstanden. Dat komt onder andere door de aanwezigheid van een slecht doorlaatbare sliblaag waarmee Buiksloterham in het verleden is opgehoogd. Een combinatie van ophogen van het maaiveld, doorlatend maken van kadeconstructies, het toepassen van de cunettenmethode en aanleg van drainagemiddelen (oppervlaktewater of buisdrainage) moet de grondwaterhuishouding verbeteren. Momenteel wordt per locatie onderzocht welke maatregelen effectief zijn. • Op basis van de grondwatermonitoring en grondwatermodellering moeten in overleg met specialisten maatregelen worden bepaald om te voldoen aan de gewenste ontwatering. Oppervlaktewater • Het oppervlaktewater in Buiksloterham maakt deel uit van de Noordzeekanaalboezem, waarvan Rijkswaterstaat beheerder is. • Dempingen van oppervlaktewater dienen te worden gecompenseerd volgens het Nationaal Bestuursakkoord Water en de Keur AGV.
• Bij het slaan of trekken van palen, dempen en het plaatsen van objecten moet rekening worden gehouden met sanerende maatregelen om verspreiding van verontreiniging in de diepte tegen te gaan. • Nieuwe doodlopende watergangen dienen te worden voorkomen Waterveiligheid en oevers • Het AGV ambieert in het kader van klimaatverandering voor nieuwe hoogstedelijke ontwikkelingen langs de IJ-oever een toekomstig maaiveldniveau voor wonen van minimaal NAP+1,0m. Om aan de ambitie van het AGV te voldoen, dienen de Papaverweg, Distelweg, Asterweg, Grasweg, Klaprozenweg en Vlierstraat circa 10 à 20cm te worden opgehoogd. • De voorkeur gaat uit naar ‘zachte oevers’. • Kades dienen waterdoorlatend te worden uitgevoerd. • Het is vanuit de watervisie Amsterdam 2040 gewenst om de kades en oevers openbaar toegankelijk te maken . 77
Herijking investeringsnota Buiksloterham
Circulair, milieu, water
Via de “Aanvullingswet bodem” en het ”Aanvullingsbesluit bodem” zullen de regels voor grondwerk en bodemsanering in 2021 worden onderbracht in de Omgevingswet, waarmee de Wet Bodembescherming komt te vervallen. Deze Aanvullingswet gaat uit van een meer gebiedsgerichte aanpak van historische verontreinigingen. Het nieuwe wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers: 1. Preventie: voorkomen van nieuwe verontreinigingen 2. Toedeling van functies: het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een bredere afweging over de kwaliteit van de leefomgeving 3. Beheer historische verontreinigingen: het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen
wordt de verontreinigde grond afgedekt met een meter schone leeflaag. Verondiepingen worden alleen uitgevoerd met licht verontreinigde grond, zodat geen risico bestaat op vermindering van de kwaliteit van het oppervlaktewater.
definitieve plek in de wijk. • Ook uit grijs water (overig afvalwater) kan warmte worden teruggewonnen, die lokaal kan worden hergebruikt als bron van duurzame energie. Dit gebeurt in Buiksloterham aanvankelijk nog niet. Hemelwater • Conform het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016 – 2021 moet de capaciteit voor hemelwaterberging in de openbare ruimte en op de te ontwikkelen kavels minimaal 60mm/uur zijn. Een regenbui van 60 mm – en liefst van 90mm - in 1 uur moet worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur te veroorzaken. Daarbij geldt op kavelniveau dat 60mm neerslag (=60 liter per m2) langer dan 24 uur wordt vastgehouden. Dat kan met groene daken, polderdaken of met bijvoorbeeld wateropvang in kelders. Het water wordt vertraagd afgevoerd met een maximaal debiet van 2,5 liter/m2/uur. • Regenwaterknelpunten dienen te worden onderzocht via locatiebezoek, inmeting of berekening. Daarna komen maatregelen om Buiksloterham regenbestendiger te maken. • In rainproof-oplossingenkaarten is inzichtelijk gemaakt waar de kansen liggen om water vast te houden of te bergen. Twee concept rainproof-oplossingenkaarten
van de deelgebieden Distelweg, Grasweg en Asterweg (63a), en Van Hasseltkade, Papaverweg en Klaprozenweg (62a), zijn gepresenteerd in een bijlage. • Op basis van het nieuwe stedenbouwkundig plan, de regenwaterknelpuntenkaart en de rainproof-oplossingenkaarten wordt een regenbestendig ontwerp van het maaiveld gemaakt. • Aan de noordzijde van het Van Hasselkanaal komt een nog nader te ontwerpen hemelwateropvang in de openbare ruimte van circa 12.000m3. Met water vanuit deze opvang kunnen beheertaken in de wijk, zoals bewatering van het groen, worden uitgevoerd. • Hergebruik van hemelwater of grijswater op kavelniveau door bewoners wordt meegenomen in tenders en bij afspraken met ontwikkelaars. Dergelijk water kan worden gebruikt voor het doorspoelen van toiletten en of het beregenen van sedum daken of groene gevels. Nautische veiligheid • Bij de aanleg van bruggen of dempingen dient rekening te worden gehouden met doorvaartprofielen en binnenvaartvaarwegklassen.
4.7
Een groot deel van de openbare ruimte in Buiksloterham wordt de komende jaren duurzaam heringericht met meer groen en verblijfskwaliteit. Om deze heringerichte openbare ruimte langdurig in stand te houden, dient het te worden onderhouden op het kwaliteitsniveau ‘Verzorgd’. Dit beheerniveau sluit aan op de algemene gemeentelijke onderhoudsambities voor woon(werk)gebieden. Naast de herinrichting van de huidige openbare ruimte worden op enkele gemeentelijke kavels openbare ruimte toegevoegd, waardoor het beheerareaal zal toenemen. Dit heeft consequenties voor de jaarlijks benodigde beheerbudgetten voor de openbare ruimte. Uit een beheertoets op basis van de Technische Raamwerkkaart Openbare Ruimte is berekend welke structurele budgetverhoging nodig is om Buiksloterham na herinrichting in stand te houden op kwaliteitsniveau Verzorgd. De beheerkwaliteit met bijbehorende kosten worden uiteengezet in een uitgebreide beheerparagraaf die als bijlage bij deze investeringsnota is gevoegd. Aan de beheerparagraaf is een addendum toegevoegd die -aanvullend aan de beheerparagraaf- de doelen, werkwijze en de verankering van circulariteit in de ruimtelijke structuur van Buiksloterham beschrijft.
4.8 Afbeelding 4.6.1: Visualisatie kringloop
78
Beheerparagraaf
Overige milieuaspecten
Ten behoeve van deze herijkte investeringsnota is op een aantal thema’s onderzoek gedaan, die de uitvoerbaarheid van en randvoorwaarden bij het geactualiseerde program-
ma in beeld brengen. Deze onderzoeken omvatten mede een actualisatie van de onderzoeken die destijds in het kader van het vigerende bestemmingsplan zijn gedaan en voor initiatieven die in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan hun gelding nog niet hebben verloren. De resultaten van deze op het programma afgestemde onderzoeken kunnen als basis dienen bij de ruimtelijke onderbouwing van nieuwe initiatieven die gebruik maken van de extra mogelijkheden die deze herijkte investeringsnota biedt. Voor sommige thema’s zal afhankelijk van het concrete initiatief nader onderzoek nodig zijn. Enkele van deze onderzoeken zijn als bijlage bij deze investeringsnota opgenomen. Zie ook paragraaf 5.8. MER-beoordeling Voor het huidige investeringsbesluit en het daarop gevolgde geldende bestemmingsplan Buiksloterham in 2009 is destijds een Milieu Effect Rapportage (MER) uitgevoerd. Deze heeft zijn gelding nog niet verloren, al zijn de daaraan ten grondslag gelegde onderzoeken op onderdelen, afhankelijk van de soort initiatieven, wel aan actualisering toe. Algemeen uitgangspunt voor deze herijkte investeringsnota is dat er, zolang de vigerende bestemmingsplanruimte nog niet is opgebruikt, nog kan worden ontwikkeld op basis van de bestaande MER.
Dit in de wetenschap, dat er te zijner tijd een moment komt dat een nieuw plan de vigerende planruimte overschrijdt en er op dat moment voor dat initiatief (als ‘eerste ruimtelijke besluit’) een nieuwe MER-beoordelingsplicht voor de hele ontwikkeling in Buiksloterham ontstaat. Om daarop voorbereid te zijn is bij de opstelling van de herijkte investeringsnota voor zover concreet mogelijk al onderzoek uitgevoerd die rekening houdt met de volledige programma omvang waar naar wordt streeft. Op die manier liggen deze onderzoeken alvast op de plank. Enerzijds te gebruiken als basis onderzoek om komende initiatieven die vanwege het afwijken van het vigerende planologisch juridische kader van een ruimtelijke onderbouwing te kunnen voorzien en anderzijds om als basis te dienen voor het moment dat een MER-beoordeling dient te worden opgesteld. Milieuhinder bedrijven In het huidige investeringsbesluit is uitgesproken waar menging met wonen gewenst en mogelijk is. In het geldende bestemmingsplan zijn regels opgenomen ten aanzien van de toegestane milieuhindercategorieën voor bedrijven. Zowel binnen de bestemming Bedrijf als Gemengd gelden voor nieuwe bedrijven maximaal toegestane milieuhindercategorieën (1,2 en 3.1 onder voorwaarden). Bedrijven die deze maximale categorie niet overschrijden zijn toegestaan. Be79
Herijking investeringsnota Buiksloterham
Circulair, milieu, water
Afvalwater • Er wordt in Buiksloterham aangestuurd op een gescheiden rioolstelsel. Afstromend hemelwater dient hierbij niet verontreinigd te zijn, anders moet het bestaande gemengde rioolstelsel ter plaatse nog niet worden afgekoppeld. • Zwart afvalwater van de toiletten van Cityplot (550 woningen), Schoon Schip en mogelijk enkele woningen op kavel 14 wordt via een nieuw aan te leggen vacuümsysteem ingezameld. Deze vacuümriolering zamelt het zwarte water veel geconcentreerder in. Daardoor is tot zeven liter minder drinkwater per spoelbeurt nodig en kan in een grondstoffenstation meer fosfaat worden teruggewonnen en meer biogas worden gemaakt. Van fosfaat wordt een kunstmestvervanger gemaakt en met het biogas wordt warmte en elektriciteit opgewekt, die weer wordt gebruikt om het afvalwater te zuiveren. Zo wordt met deze nieuwe sanitatie de kringloop binnen Buiksloterham gesloten. Ook kunnen bepaalde probleemstoffen, zoals hormonen en medicijnresten, beter worden verwijderd. Verder kan wellicht een deel van het GF-afval uit de wijk langs deze weg worden verwerkt. Het grondstoffenstation krijgt voor tien jaar een plek in het Van Hasseltkanaal, ter hoogte van de beoogde groenstrook naast kavel 39, op een drijvende ark. Bij succes krijgt het station in 2028 hopelijk een
staande bedrijven die de maximale milieuhindercategorie overschrijden hebben in het geldende bestemmingplan Buiksloterham 2009 een maatbestemming gekregen, die erin voorziet dat hun aanwezigheid niet tot onacceptabele milieuhygiënische situaties leidt.Het overgrote deel van het plangebied heeft de bestemming Gemengd. Daar waar bestaande bedrijven met een hogere milieuhindercategorie dan toegestaan gevestigd zijn, is door middel van een aanduiding op de plankaart “milieuzone, zone Wet milieubeheer”, bepaald dat wonen en andere milieugevoelige functies niet zijn toegestaan. Ontheffing is met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid mogelijk als de locatie op meer dan 50 meter van de bestemming Bedrijf is gelegen en de initiatiefnemer aantoont dat belangen en rechten van bestaande bedrijven door de woningbouw niet worden ingeperkt. De regeling beschermt zittende bedrijven tegen de mogelijke, voor hen nadelige, inperkende gevolgen van de komst van woningen in hun nabijheid. Deze systematiek die op basis van individuele initiatieven maatwerk kan leveren, is nog steeds goed bruikbaar en zal ook onder de werking van deze investeringsnota kunnen blijven functioneren.
Een aantal van de benoemde, bestaande bedrijven is inmiddels vertrokken en mogelijk zullen in de toekomst meer bedrijven vertrekken of zich zodanig aanpassen, dat er meer ruimte voor wonen, gecombineerd met lichtere bedrijvigheid, ontstaat.
Industriegeluid Wat betreft industriegeluid zijn er geen wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie en systematiek. In het plangebied maken twee deelgebieden deel uit van een ‘gezoneerd industrieterrein’ als bedoeld in de Wet geluidhinder. Het gaat om het zuidoostelijk deel van Buiksloterham en het noordwestelijk deel van Buiksloterham en betreft het gezoneerd industrieterrein J. v. Hasseltkanaal, deelgebied Buiksloterham (onder andere Shell) en deelgebied Stella Maris. Deze deelgebieden hebben in het geldende bestemmingsplan de bestemming Bedrijf, die in een regeling voorziet dat de bestaande zwaardere bedrijven zijn beschermd tegen de komst van geluidge80
Bedrijfsgeluid De Wet milieubeheer stelt regels ten aanzien van mogelijke hinder, waaronder geluid, veroorzaakt door bedrijven. Grotere bedrijven vallen onder de vergunningplicht, in welk kader geluidsvoorschriften kunnen worden gesteld; het merendeel van de (kleinere) bedrijven valt onder het op grond van de Wet milieubeheer opgestelde algemene regels in het Activiteitenbesluit. Zoals hierboven onder het kopje Milieuhinder en bedrijvigheid is omschreven bevat het huidige bestemmingsplan binnen de bestemming Gemengd een regeling om binnen de aanduiding ‘milieuzone, zone Wet milieubeheer’, bij uitzondering en onder voorwaarden tot een verantwoorde menging van wonen en werken te komen. Bedrijfsgeluid is een van de hinderaspecten die bij toepassing van deze planregeling wordt beoordeeld. Zoals gezegd is deze systematiek die o.b.v. individuele initiatieven maatwerk kan leveren, nog steeds goed bruikbaar en ook onder de werking van deze investeringsnota kan deze blijven functioneren. Wegverkeersgeluid Voor wegverkeersgeluid heeft actueel onderzoek plaatsgevonden; het rapport is als bijlage bij deze investeringsnota opgenomen. Aanleiding hiervoor is dat de intensivering en ophoging van het programma voor een andere verkeersafwikkeling zullen zorgen, die mogelijk een gewijzigde geluidbelasting teweeg brengen.
Ten behoeve van deze herijkte investeringsnota is er met het actuele Verkeersmodel Amsterdam (VMA) nieuw verkeersonderzoek uitgevoerd. Daarbij is de in deze nota opgevoerde
verdeling in 30- en 50-km-wegen aangehouden en is rekening gehouden met aanleg van de westelijke ontsluitingsweg. Dit geluidsonderzoek is gebaseerd op de actuele verkeerscijfers. Het geluidsonderzoek is globaal van aard. Dat komt omdat voor een groot deel van het plangebied nog niet zeker is hoe de bouwvlakken zich concreet zullen ontwikkelen. Met de gewijzigde uitgangspunten voor de verkeersafwikkeling is de te verwachten geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer berekend op de uiterste grenzen van de bouwvlakken, waar de hoogste belasting te verwachten is. Uit het onderzoek blijkt het volgende. Voor alle onderzochte wegen (Kamperfoelieweg, Johan van Hasseltweg, Distelweg, Klaprozenweg / Mosplein, Floraweg / Ridderspoorweg / Asterweg / Docklandsweg), wordt de voorkeursgrenswaarde van 48dB overschreden, maar wordt de maximale ontheffingswaarde van 63dB niet overschreden. Voor 30 km/uur-wegen (figuur 3.7) geldt dat de samengestelde geluidbelasting op de eerstelijnsbebouwing vrijwel overal hoger dan 53dB (grenswaarde zonder aftrek). Bij de uitwerkingsplannen is in het kader van een goede ruimtelijke ordening extra aandacht voor de kwalificatie nodig.
Realisatie van woningen of andere geluidgevoelige functies binnen de invloedssfeer van de Kamperfoelieweg, Johan van Hasseltweg, Distelweg, Klaprozenweg / Mosplein, Floraweg / Ridderspoorweg / Asterweg / Docklandsweg: een hogere waarde moet worden vastgesteld door de gemeente Amsterdam. Daar zijn voorwaarden (paragraaf 3.2 van de rapportage) aan verbonden. Er kan worden voldaan aan de (doelstelling van de) gemeentelijke indelingseisen. Bij de plan-uitwerking moet dat getoetst worden. Voor een aantal woningen is daarbij naar verwachting extra aandacht nodig.
telijke normen en is er geen wettelijke berekeningsmethode voor de geluidbelasting door de varende schepen. Vanuit oogpunt van goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting echter wel inzichtelijk gemaakt. Uit de in bijlage II bij de rapportage opgenomen geluidcontouren op verschillende hoogten is te zien dat de 50dB(A) etmaalwaarde geluidcontour op de lagere hoogte van circa 5 meter tot 30 meter tot de eerstelijnsbebouwing (vanaf het water gezien) blijft steken. Vanaf 30 meter en hoger neemt de afscherming van de gebouwen op de eerstelijnsbebouwing af en reiken de geluidcontouren verder het plangebied in. Bij de realisatie van nieuwe woningen kan bij de bepaling van de geluidwering rekening worden gehouden met deze geluidbelasting. Dit is ook weer afhankelijk van de andere geluidbronnen en objecten in de omgeving. Hierover kunnen in het kader van goede ruimtelijke ordening nadere voorwaarden worden gesteld in het kader van een nieuw bestemmingsplan, Wabo-afwijkingsbesluiten, tenders en bouwenveloppen. Overwogen kan worden om in dat kader op te nemen dat bij nieuwbouw van woningen bij de bepaling van de geluidwering ook rekening moet worden gehouden met scheepsvaartlawaai. Bij scheepvaart zijn voornamelijk de lage frequenties van de dieselmotoren van belang in de bepaling van de geluidwering.
Opgemerkt wordt dat de modernere schepen tegenwoordig uitgevoerd worden met motoren die een hoog toerental hebben en zijn de lagere frequenties minder aanwezig. Door het nemen van maatregelen om de laag frequente geluidhinder te voorkomen wordt een beter woon en leefklimaat gerealiseerd.
In een later stadium moet voor ieder initiatief de geluidbelasting vanwege het wegverkeer voor dat specifieke initiatief gedetailleerd worden bepaald. Als het gaat om een initiatief binnen de zone Wet milieubeheer moet ook de geluidbelasting vanwege de industrie worden bepaald. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de belangen van bestaande, hinder veroorzakende bedrijven worden beschermd.
Luchtkwaliteit Voor luchtkwaliteit heeft actueel onderzoek plaatsgevonden op basis van actuele verkeerscijfers. Het rapport is als bijlage bij deze investeringsnota gevoegd. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkelingen waar deze investeringsnota op ziet, geen overschrijdingen van de geldende normen opleveren. Wat betreft de gestelde eisen in het besluit luchtkwaliteit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit en de Amsterdamse richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit, leveren de opgenomen (zoek)locaties voor gevoelige bestemmingen (zoals scholen), gezien de afstand tot de relevante wegen, evenmin knelpunten op.
Railverkeersgeluid Het plangebied Buiksloterham valt buiten de geluidszone waarbinnen de geluidbelasting aan de normen volgens de Wet geluidhinder moet worden getoetst. Scheepvaartverkeersgeluid Voor scheepvaartlawaai bestaan in Nederland geen wet-
Externe veiligheid Ook op dit onderwerp heeft een actuele beoordeling plaatsgevonden. De rapportage is als bijlage bij deze investeringsnota gevoegd. Relevant in Buiksloterham zijn de volgende risicobronnen. Transport van gevaarlijke stoffen over Klaprozenweg 81
Herijking investeringsnota Buiksloterham
Circulair, milieu, water
Geluid Bij het vervolg van de transformatie van Buiksloterham van voormalig industrieterrein naar gemengd woon- en werkgebied moet worden voldaan aan de gestelde normen in de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer. De Wet geluidhinder stelt regels ter bestrijding van geluidhinder door onder andere wegverkeer, railverkeer, luchtvaartverkeer en industrie (geluid rondom aangewezen industrieterreinen). De Wet milieubeheer stelt regels ter bestrijding van geluid afkomstig van (individuele) bedrijven.
voelige functies door geen wonen of andere geluidsgevoelige functies toe te staan. Voor nieuwe bedrijven is geregeld dat deze slechts zijn toegestaan in de milieucategorie van maximaal 3.2. Zo wordt ervoor gezorgd dat de aanwezigheid van zware bedrijvigheid, als deze geleidelijk vertrekken, in de toekomst wordt afgebouwd. De industriële geluidzones behorende bij deze twee aangewezen terreinen beslaan het hele plangebied Buiksloterham. In het geldende bestemmingsplan is met deze industriële geluidzones op grond van de Wet geluidhinder rekening gehouden en zijn daarop afgestemde regels van toepassing bij het (buiten het als Bedrijf bestemde gebied) oprichten van geluidsgevoelige bebouwing. Deze regeling blijft ook na vaststelling van deze investeringsnota van toepassing. Nieuwe initiatieven die in afwijking van het bestemmingsplan en overeenkomstig deze investeringsnota worden ingediend, hebben, net als nu, met deze regeling vanwege aanwezige industriële terreinen en bijbehorende zones zoals aangeduid in het geldende bestemmingsplan te maken. (In de Omgevingswet komen de huidige industriële geluidzones te vervallen en wordt voor een andere systematiek gekozen.)
in verband met LPG transport van en naar tankstation Klaprozenbuurt: er geldt geen persoonsgebonden risico (PR), maar wel is er door verdichting een verhoging van het groepsrisico (GR) van 16%, waarvoor bij toekomstige planontwikkeling (een bestemmingsplan of Wabo-besluit) verantwoording moet worden afgelegd. Transport gevaarlijke stoffen ten behoeve van Shell Research betreft geen grootschalige transporten met tankwagens en ze vinden maar sporadisch plaats. De conclusie luidt dat deze transportroute geen significante gevolgen heeft voor de investeringsnota en daarop gebaseerde toekomstige planvorming. Transport gevaarlijke stoffen over het IJ (scenario’s plasbrand, wolkbrand en giftige ammoniakwolk) leveren op grond van de achtergrondstudies voor vigerende wet- en regelgeving zeer lage risico’s op en zijn daarom in het kader van deze investeringsnota niet verder onderzocht. Bij verdere planontwikkeling is wel behoefte aan meer inzicht. Nader onderzoek volgt. Shell Technology Center is als BEVI-inrichting een van de relevante risicobronnen. Er is een kwantitatieve berekening (QRA) uitgevoerd om PR en GR in kaart te brengen. Het PR valt voor een klein deel in het plangebied Buiksloterham (op kavel 75).
Geconcludeerd wordt dat bij concrete planvorming voor (her)ontwikkeling van kavel 75 in het kader van het ruimtelijk besluit beperkingen moeten worden opgenomen voor (beperkt)kwetsbare functies. Er ligt een hogedruk aardgasleiding 160 meter ten noorden van plangebied. Het plangebied valt buiten invloedsgebied. Het PR is niet relevant, er is momenteel geen overschrijding van het GR en de programmawijziging heeft geen invloed op het GR. De conclusie luidt dat er geen knelpunten bestaan voor deze investeringsnota en daaruit volgende planvorming.
Gebiedsbescherming De omvorming van de Buiksloterham heeft geen nadelige gevolgen voor de natuurwaarden in de beschermde lokale, nationale en Europees beschermde gebieden in de regio. Net als ook nu het geval is, blijft het gebied vrijwel volledig bebouwd. Wel wordt de bebouwing intensiever met ook meer hoogbouw. Er is daarom wel het risico op meer verkeersbewegingen wat tot hogere emissies kan leiden. De Natura2000 gebieden liggen echter op een zodanige afstand dat ook daarvan geen negatieve effecten 82
Soortenbescherming Er zijn te beschermen soorten waarvoor maatregelen worden aanbevolen. Ook liggen er kansen voor verbetering. De conclusies en aanbevelingen ten aanzien van soortenbescherming luiden samengevat als volgt: • Voorafgaand aan sloop van bebouwing is onderzoek naar vleermuizen en broedvogels met een jaarrond beschermd nest (huismus en gierzwaluw) noodzakelijk. Start daar minimaal 1,5 à 2 jaar van te voren mee. • Indien één of meer van deze soorten wordt aangetroffen, is een ontheffing noodzakelijk. • Beheer- en andere maatregelen in begroeide kavels dienen buiten het broedseizoen (veilige periode september tot en met februari) gestart te worden. • Voorafgaand aan de kap van bomen altijd (dus ook in de veilige periode) een schouw naar broedvogels laten uitvoeren. • Voor de overige beschermde dieren in het gebied geldt dat ze in de verordening Vrijstelling soorten Noord-Holland zijn opgenomen. • Bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ingrepen, vervalt dan hun bescherming. Wel blijft ook dan voor alle werkzaamheden de zorgplicht van kracht. • Werk zodanig dat zo min mogelijk schade aan flora en fauna ontstaat, ook de niet beschermde soorten. • Volg bij de komende nieuwbouwprojecten de richtlijnen voor natuurinclusief bouwen. Planschaderisico In het kader van de voorbereiding van deze herijking investeringsbesluit is geen planschaderisicoanalyse gedaan.
Dat is in dit stadium niet zinvol. Bij concrete planvorming op initiatief van de gemeente dan wel particuliere eigenaren/gebruikers, dient de aanvragende partij bij (binnenplanse en buitenplanse) afwijking van het geldende bestemmingsplan bij de aanvraag een planschaderisico analyse te overleggen en is het sluiten van een planschadeverhaalsovereenkomst verplicht.
Spelregels en ontwikkelstrategie
5.1
Inleiding
De ambities van deze herijkte investeringsnota worden in dit hoofdstuk samengevat in spelregels, inclusief kaart. Dit hoofdstuk beschrijft eveneens hoe en waar de spelregels worden gehanteerd: de ontwikkelstrategie. Bij ontwikkeling van de particuliere percelen wordt vertrouwd op een geleidelijke, organische manier van ontwikkelen, waarbij de gemeente niet aan het roer staat, maar faciliteert. Kleine uitzonderingen daargelaten zijn de volgende algemene uitgangspunten van kracht: • De gemeente ontwikkelt de nog in erfpacht uit te geven percelen en de openbare ruimte. • De gemeente verwerft niet actief om extra uitgeefbare grond of extra openbare ruimte te creëren, enkele uitzonderingen daargelaten. Er wordt gebruik gemaakt van kansen die zich in de praktijk voordoen. • Niemand wordt van gemeentewege gedwongen om te transformeren of om weg te gaan. • Het vigerende bestemmingsplan wordt inhoudelijk nog niet herzien.
5.2
Spelregels circulair De spelregels die betrekking hebben op circulair bouwen bestaan uit uitgangspunten en ambities. Deze uitgangspunten en ambities circulair bouwen in Buiksloterham worden daarom in een vroeg stadium besproken met de betreffende eigenaar / ontwikkelaar die wil ontwikkelen. Iedere ontwikkelende partij moet voldoen aan de genoemde uitgangspunten Circulair Bouwen . Daarnaast kiest de ontwikkelende partij ook minimaal drie duurzaamheid thema’s uit waar binnen de ontwikkelaar bovenop de uitgangspunten ook ambities zal realiseren. De uitganspunten en ambities staan opgenomen in de algemene spelregellijst in paragraaf 5.2. De met * aangegeven spelregels zijn onderdeel van de aanpak Circulair bouwen in Buiksloterham. Dezelfde spelregels staan ook in de bijlage Circulair van deze investeringsnota. Deze bijlage geeft het totaal overzicht van de uitgangspunten en ambities circulair bouwen die we meegeven aan ontwikkelende partijen in Buiksloterham.
Kaart en spelregels
Voor alle nieuwe ontwikkelingen in Buiksloterham gelden duidelijke regels. Voor wie binnen het vigerende bestemmingsplan blijft, gelden de betreffende bestemmingsplanregels en actueel beleid voor zover passend binnen het bestemmingsplan. Wie wil afwijken van het bestemmingsplan, heeft te maken met de spelregelkaart en de spelregels in dit hoofdstuk. De kaart en de regels vloeien logisch voort uit voorgaande hoofdstukken en kunnen daar niet los van worden gezien. Ze vormen nadrukkelijk één geheel. De spelregelkaart is verderop in deze paragraaf opgenomen. Onderstaande spelregels zijn direct gekoppeld aan de legenda van de spelregelkaart. In hoofdstuk 3 is ook nog een technische raamwerkkaart te vinden. Op deze kaart staan belangrijke uitgangspunten voor het raamwerk van groen en openbare ruimte in de wijk. Deze dient mede als onderlegger voor de grondexploitatie en bevat als aanvulling op de spelregelkaart enkele relevante spelregels voor erfpachters en particuliere grondeigenaren die willen ontwikkelen. Een voorbeeld hiervan is ‘zoekgebied groene corridors’.
Herijking investeringsnota Buiksloterham
Circulair, milieu, water
Natuurtoets In het kader van deze investeringsnota is een actuele natuurtoets opgesteld. De rapportage Natuurtoets Buiksloterham van 19 juni 2019 is als bijlage bij deze investeringsnota gevoegd.
verwacht worden. Bij concrete planvorming moet op dit punt wel nader onderzoek plaatsvinden.
5
83
Tabel 5.2: Spelregels Onderwerp
Definitie
Doel/toelichting
Spelregels
Ruimtelijke definities
Particuliere percelen
Percelen die in erfpacht zijn uitgegeven of in vol particulier eigendom zijn
Reeds getransformeerd of in ontwikkeling
Reeds getransformeerde gebieden, vergunde of in aanbouw zijnde projecten
Ontwikkeleenheid
Gebied bestaande uit één of meer percelen waarop de spelregels van toepassing zijn
Reservering transformatiegebied
Voor percelen met deze aanduiding geldt dat een aanvullende spelregelkaart wordt gemaakt nadat bestuurlijke besluitvorming “Sprong over het IJ” heeft plaatsgevonden
Nieuw land IJ-Oeverpark
Aanduiding voor welk deel van het IJ-Oeverpark binnen de looptijd van de investeringsnota de voorbereiding van aanleg wordt gestart
Tijdig voorzien in nieuw deel van het IJ-Oeverpark. Wordt aangegeven als onderdeel van het raamwerk
Niet relevant voor bouwontwikkelingen
Nieuw land IJOeverpark lange termijn
Aanduiding voor welk deel van het IJ-Oeverpark op langere termijn de voorbereiding van aanleg wordt gestart
Op lange termijn voorzien in nieuw deel van het IJ-Oeverpark. Wordt aangegeven als onderdeel van het raamwerk
Niet relevant voor bouwontwikkelingen
Nieuwe brug
Geografische duiding van de locatie van een nieuw te bouwen brug
Verbeteren van de ontsluitingsstructuur
Zoeklocatie bijzonder programma op het water
Maakt inzichtelijk waar bijzondere functies (horeca, voorzieningen) op het water mogelijk zijn.
Draagt bij aan levendigheid van kades die een bijzondere relatie met water aangaan
• Bouwhoogte maximaal 4,00 m boven de waterlijn.
Afwijkende rooilijn
Uiterste rooilijn die qua ligging niet overeenkomt met grens ontwikkeleenheid
Private uitenruimte creeëren aan stadsstraat om de interactie tussen straat en programma in plint tot uitdrukking te laten komen
• De onbebouwde ruimte moet bijdragen aan de openbare ruimtebeleving door deze (deels) publiekelijk toegankelijk te maken • Met bijvoorbeeld inrichtingsmateriaal moet duidelijk worden dat dit geen openbare ruimte is maar wel in het verlengde ervan ligt, dus niet feitelijk afgescheiden van de openbare ruimte.
Zoekgebied verbijzondering Asterdorp
Gebied waar bijzonder groenprogramma wordt gerealiseerd
Inachtneming van deze historische plek met een bijzondere groene publieke ruimte met een parkachtig karakter waar men ook kan verblijven en ontmoeten
• Groene ruimte samenhangend met flankerende bebouwing te bepalen; • Ontwerp en inrichting moeten zich verhouden tot historische karakter van de plek; • Symmetrie speelt een belangrijke rol in de totaalcompositie van het gebied (zie ook As Asterdorp).
As Asterdorp
Centrale as van het voormalige Asterdorp als ordeningsprincipe voor openbare ruimte, flankerende bebouwing en programma
Deze historische plek opnieuw betekenis te geven met symmetrie en monumentaliteit als ordeningsprincipe
• Voor nieuwe bebouwing rondom deze as is monumentaliteit en symmetrie belangrijk; • Bebouwing wordt qua volume en architectuur op elkaar afgestemd; • Bebouwing en openbare ruimte worden samenhangend ontworpen. De ruimtelijke opbouw van het voormalige Asterdorp vormt de inspiratiebron voor nieuwe bebouwing.
Spelregels en ontwikkelstrategie
Percelen die door de gemeente worden getenderd of waar een ontwikkelrecht op ligt
84
• Gebieden die op basis van eerdere kaders zijn/worden ontwikkeld. Nieuwe ontwikkeling ligt hier niet voor de hand, deze spelregels zijn hier niet relevant. Aangeven binnen welk gebied aanduidingen als FSI en programmamix en zaken als circulair van toepassing zijn