764.21.Amendement Van Soest wees zuinig op onze woonwagenbewoners
Tekst van het document
Amendement Datum raadsvergadering Ingekomen onder nummer Status Onderwerp
11 november 2021 764 Ingetrokken Amendement van het lid Van Soest inzake Wees zuinig op onze woonwagenbewoners
Onderwerp Wees zuinig op onze woonwagenbewoners
Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over de Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam 2022.
Besluit:
dat Artikel 2.7.6. Volgordebepaling standplaatsen lid 2 wordt geschrapt; dat de nummering van lid 3 tot en met 5 worden aangepast in lid 2 tot en met 4.
1.
dat Artikel 2.7.6 Volgordebepaling standplaatsen als volgt zal komen te luiden: Voor de toewijzing van een standplaats door burgemeester en wethouders komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: de woningzoekende die behoort tot de traditionele doelgroep en van wie de sociale omstandigheden zodanig ernstig van aard zijn, dat verhuizing van de huidige standplaats/woning in Amsterdam naar een (andere) standplaats dringend noodzakelijk is en hiervoor een urgentieverklaring is afgegeven; een kind dat inwonend is geweest bij familie in de eerste of tweede graad op de woonwagenlocatie in Amsterdam waar de standplaats vrijkomt; indien er geen woningzoekende zoals onder b is, het inwonend kind op dezelfde locatie dat het langst als woningzoekende staat ingeschreven; de woningzoekende die in Amsterdam een standplaats huurt en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op dezelfde locatie, mits deze woningzoekende de eigen standplaats leeg achterlaat en de nieuwe standplaats passend is voor het huishouden; een kind dat inwonend is geweest bij familie in de eerste graad op een andere woonwagenlocatie in Amsterdam; de woningzoekende die in Amsterdam een standplaats huurt en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op een andere locatie, mits de woningzoekende de eigen standplaats leeg achterlaat en de nieuwe standplaats passend is voor het huishouden;
a.
b. c. d.
e. f.
Gemeente Amsterdam
Status Ingetrokken Pagina 2 van 2
g.
de woningzoekende die op de peildatum naar het oordeel van burgemeester en wethouders moet worden; h. een spijtoptant, waarvoor geldt dat deze spijtoptant; I. op dit moment ingeschreven en woonachtig is in Amsterdam; II. op een Amsterdamse woonwagenlocatie een standplaats heeft achtergelaten of als kind (in de eerste graad) van de hoofdbewoners is verhuisd, en; III. niet te maken heeft met een onvrijwillig vertrek; i. overige woningzoekenden. 2. Binnen de categorieën genoemd in het eerste lid, onderdelen d en f, geldt dat de woningzoekende met de oudste inschrijfdatum voorgaat op andere woningzoekenden uit de desbetreffende categorie, en dat bij gelijke inschrijfduur de oudste in leeftijd voorgaat. 3. Binnen de categorie genoemd in het eerste lid, onderdeel a, geldt dat de woningzoekende met de oudste urgentiedatum voorgaat op andere woningzoekenden uit deze categorie, en dat bij gelijke urgentiedatum degene met de langste woonduur voorgaat. 4. Binnen de categorieën genoemd in het eerste lid, onderdelen b, e, h, en i, geldt dat de woningzoekende met de oudste inschrijfdatum voorgaat op andere woningzoekenden uit de desbetreffende categorie.
En gaat over tot de orde van de dag.
Toelichting: Sinds 2018 is er een nieuw landelijk beleidskader voor gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid vastgesteld waarmee de grondwettelijke zorg voor voldoende woongelegenheid sindsdien ook voor woonwagenbewoners geldt. Daarbij moet vanuit het mensenrechten oogpunt nadrukkelijk rekening gehouden worden met de cultuur van woonwagenbewoners waarvan het wonen in familieverband en onderlinge verbondenheid een wezenlijk kenmerk is. De gemeente Amsterdam en de Bewonerscommissie Woonwagenbelangen Amsterdam hebben de afgelopen jaren gesproken over een gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid dat zich voegt naar het nieuwe beleidskader. Helaas is het college er nog niet aan toegekomen dit voor te leggen aan de raad. Er zijn nog enkele belangrijke verschillen van mening zijn tussen het college en de Bewonerscommissie Woonwagenbelangen Amsterdam waarvan de volgordebepaling bij toewijzing van standplaatsen er een betreft. Het college heeft niet willen wachten op het vaststellen van het nieuwe beleid en vooruitlopend daarop alvast een wijziging van de volgordebepaling standplaatsen voorgesteld zonder de Bewonerscommissie Woonwagenbelang Amsterdam hierbij te betrekken. Het college heeft de raad daarmee de mogelijkheid onthouden om een eigenstandige afweging te maken. De voorgestelde volgordebepaling in lid 1.
houdt onvoldoende rekening met de cultuur van het wonen in familieverband en onderlinge verbondenheid. De eis in lid 2, dat kermismensen en circusreizigers ten minste 70% van hun gemiddeld jaarinkomen uit hun bedrijf moeten halen, is niet houdbaar gezien de huidige onzekere economische tijden voor zelfstandige ondernemers. Deze eis zou daarnaast tot gevolg hebben dat gepensioneerde kermismensen of circusreizigers hun standplaats kwijtraken. Met dit amendement willen we bovenstaande punten netjes regelen.
Indiener W. van Soest