7. Oud West 2018 1e herziening_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Maar bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van dakterrassen spelen ook zichtbaarheid vanuit de omgeving en het gewenste meervoudige ruimtegebruik van juist de daken in de stad een rol. Het beperken van het (totaal beschikbare) platte dakoppervlak is nieuw ten opzichte van het eerder gevoerde beleid. Het realiseren van dakterrassen heeft in het stadsdeel met name de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Dit heeft als gevolg gehad dat het daklandschap in sommige straten en buurten aanmerkelijke veranderingen heeft ondergaan, die steeds breder gedeelde zorgen baren. Naast dit gegeven is bij het stellen van deze nieuwe voorwaarde ook van belang dat de daken in de stad kansen bieden voor (toekomstig) meervoudig ruimtegebruik. Deze kansen worden nog onvoldoende benut, terwijl het meervoudig ruimtegebruik van daken bijvoorbeeld nodig is om nu en in de toekomst ruimte te bieden voor daktuinen, regenwater-opvang en zonnepanelen, maar ook warmtepompsystemen. Juist in de bestaande stad is het vaak niet eenvoudig belangrijke duurzaamheidsopgaven te realiseren. De daken in de bestaande stad kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van regenwater-opvang door de aanleg van groene daken (is ook een bijdrage aan het toenemende probleem van 'hittestress') en aan duurzame energievoorziening door het aanbrengen van zonnepanelen/zonnecollectoren e.d.
De beperkende voorwaarde die nu wordt gesteld, maakt de kansen op het gewenste meervoudige ruimtegebruik van daken, met name ten behoeve van toekomstige duurzaamheidsmaatregelen, groter en draagt ook bij aan een breder bewustzijn. Voor platte daken geldt dat een nieuw dakterras niet groter mag zijn dan 50% van het platte dakoppervlak. Met dit maximum percentage blijft het enerzijds mogelijk dakterrassen te realiseren die het woongenot kunnen verhogen en anderzijds blijft er in voldoende mate ruimte gereserveerd voor Gemeente Amsterdam
blz. 28
bovengenoemde vormen van meervoudig ruimtegebruik. Hierbij is gerekend met een percentage van 50% om bijvoorbeeld in substantiële mate zonnepanelen te kunnen aanbrengen. Voor hierbij ondersteunende voorzieningen, (buitenunits van) waterpompen en/of groenvoorzieningen blijft dan ook nog ruimte, naast het ruimtebeslag voor het dakterras. De maatvoering van 50% geldt overigens niet voor de eventueel aan te brengen draagconstructie van het dakterras. Hiervoor kunnen (stalen) balken nodig zijn die het hele dakvlak overspannen, maar die het meervoudig ruimtegebruik niet beletten. De maatvoering van 50% geldt evenmin voor reeds vergunde dakterrasen die al aanwezig zijn of die op grond van een vergunning nog gebouwd kunnen worden. Rechtsgeldige vergunningen worden door vaststelling en inwerkingtreding van dit bestemmingsplan niet aangetast. Bovendien kunnen dakterrassen, na het uitvoeren van dakonderhoud of dakherstelwerkzaamheden, met de oorspronkelijke vergunde maatvoering worden terug geplaatst. Doorgaans is voor onderhoud- of herstelwerkzaamheden geen omgevingsvergunning vereist, noch voor het terugplaatsen van het dakterras. Indien een dakterras in zijn geheel vervangen moet worden, kan deze activiteit vergunningplichtig zijn. In die uitzonderlijke gevallen wordt terug gevallen op het overgangsrecht en kan dus alsnog terug gebouwd worden wat ooit vergund is.
3.2
Daktoegangsopbouwen
In het bestemmingsplan Oud West 2018 zijn, conform het paraplubestemmingsplan stadsdeel West (vastgesteld 5 juni 2012), daktoegangsopbouwen toegestaan, met dien verstande dat: a. deze alleen zijn toegestaan indien een dakterras is toegestaan; b. daktoegangsopbouwen niet zijn toegestaan op orde-1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten; c. de toegangsopbouw een oppervlak heeft van maximaal 6 m2 (inclusief overstekken en dergelijke); d. de hoogte van de toegangsopbouw niet meer is dan 2,8 meter gemeten vanaf de bestaande dakhoogte; e. de afstand van de toegangsopbouw tot de dakrand minimaal de hoogte van de toegangsopbouw bedraagt. Deze voorwaarden zijn er op gericht het zicht op de daktoegangsopbouwen vanaf de straat zo veel mogelijk te beperken. Vanwege de maximum bouwhoogte en de minimale afstand tot de dakrand is er sprake van het 45-graden principe. De gemiddelde bouwhoogte en gemiddelde straatbreedte in Oud West is ongeveer 15 meter. Daktoegangsopbouwen zijn daardoor vanaf het straatpeil in veel gevallen niet goed zichtbaar. In de praktijk is gebleken dat de daktoegangsopbouwen desondanks een onaanvaardbare visuele verstoring vormen van en een te grote bijdrage leveren aan de verrommeling van het daklandschap.
Bij langere zichtlijnen (bijvoorbeeld bij straathoeken, pleinen, plantsoenen, parken, singels en kanalen) zijn de opbouwen goed zichtbaar. Ook vanuit binnentuinen en vanuit woningen op hoger gelegen bouwlagen worden de daktoegangsopbouwen ervaren als een storend element. Deze verstoring weegt niet op tegen de voordelen van de individuele dakterrasgebruiker. Daarom zijn de bouwmogelijkheden voor daktoegangsopbouwen geschrapt. Toegangen tot een dakterras blijven uiteraard nodig, maar hiervoor kan worden volstaan met een dakluik of scheepsluik. Bij een dakterras achter een 'schijnkap' kan een toegangsdeur in de kap worden gemaakt. Naast dit gegeven is bij het schrappen van de voorheen geldende mogelijkheid ook afgewogen dat de daken in de stad kansen bieden voor (toekomstig) meervoudige ruimtegebruik en dat deze kansen nog onvoldoende worden benut. Zie hiervoor 3.1 Dakterrassen
bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)
blz. 29
3.3
Balkons
In het bestemmingsplan Oud West 2018 zijn met toepassing van de binnenplanse afwijkingsregels uit artikel 28 balkons mogelijk tot een diepte van 2,00 meter. Gelijk de redenering met het reguleren van de aanbouwen wordt ook bij balkons het belang onderschreven van een prettig woon- en leefklimaat en de gezondheid en het welzijn van de bewoners. Dat betekent enerzijds dat het realiseren van een buitenruimte voor bewoners van groot belang wordt geacht. De balkons die kunnen worden gerealiseerd liggen aan de achterzijde van de woningen en manifesteren zich in de binnentuinen. Die moeten juist rust en ruimte bieden. In Oud West, waar aan de voorzijde van de (woon)bebouwing de drukte van de stad duidelijk aanwezig is en de mogelijkheden tot recreëren in een rustige omgeving zich op enige afstand van de woning bevinden, dient de rust aan achterzijde van de woning als compensatie. Dat waardevolle belang mag niet ten kosten gaan van het belang van het realiseren van een buitenruimte op de tweede bouwlaag en verder. Een balkon van een te grote omvang brengt de mogelijkheid van een te intensief gebruik met zich mee met het risico op overlast en hinder voor de omgeving. Dit gaat dat ten koste van de ruimtelijke beleving van de binnentuin. De diepte van balkons wordt daarom teruggebracht van 2,00 meter naar 1,50 meter.
Bovendien wordt voor het realiseren van balkons een voorwaarde opgenomen over daglichttoetreding. De aanvrager dient de negatieve gevolgen voor daglichttoetreding van de onderliggende woning in beeld te brengen. Met deze voorwaarde is geborgd dat de daglichttoetreding ook daadwerkelijk wordt betrokken bij de belangenweging. Enerzijds is daarmee verzekerd dat de onderliggende woning geen onevenredige hinder ondervindt door het plaatsen van het balkon en tegelijk is duidelijk dat bij de aanvrager de 'bewijslast' hiervoor ligt. Als referentie gelden daarbij de relevante eisen uit het Bouwbesluit 2012. Daarbij kan het overigens niet anders dan dat de onderliggende woning enige mate van hinder zal ondervinden. Dat is inherent aan de keuze om balkons mogelijk te maken. Met de situatie van de woningen op de begane grond zal daarbij extra omzichtig omgegaan moeten worden. Voor balkons die grenzen aan de openbare ruimte en zichtbaar zijn vanuit openbare ruimte is maatwerk nodig is. Datzelfde geldt voor balkons die aan hoekpanden worden bevestigd. Omdat de planregels waarin de balkons zijn opgenomen (binnenplanse afwijking) het bestuur enige ruimte laten voor aanvullende overwegingen, is het maatwerk voor dit type balkon ook verzekerd.
Gemeente Amsterdam
blz. 30
bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)
blz. 31
Hoofdstuk 4
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het dagelijks bestuur van stadsdeel West, gemeente Amsterdam heeft ten behoeve van participatie en het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening op 19 februari 2020 in de Staatscourant en in de gemeentelijke bekendmakingen bekend gemaakt dat het voorontwerpbestemmingsplan digitaal beschikbaar is gesteld op http://www.ruimtelijkeplannen.nl Vanwege de maatregelen rond het coronavirus kon een geplande bewonersavond begin april geen doorgang vinden. Om bewoners toch goed te kunnen betrekken bij de voorbereiding van het bestemmingsplan, was alle informatie online beschikbaar op een projectenwebsite van de gemeente. Via Facebook is deze website extra onder de aandacht gebracht. Tot 1 mei 2020 was het mogelijk om op het voorontwerpbestemmingsplan te reageren via bestemmingsplanoudwest@amsterdam.nl De reacties uit de participatie en het 3.1.1. vooroverleg zijn hieronder samengevat en van een reactie voorzien.
4.1
Particpatiereacties
Naast enkele steunbetuigingen hebben in totaal 7 verschillende partijen inhoudelijk gereageerd op het voorontwerp. 4.1.1
Rochdale
Rochdale onderschrijft in het algemeen het belang van de herziening van het bestemmingsplan, maar stelt dat er wordt miskend dat er binnen het plangebied grote verschillen zijn tussen de diverse bouwblokken en de bijbehorende binnentuinen. Sommige bouwblokken met binnentuinen lenen zich volgens Rochdale uitstekend voor uitbreiding van bebouwing. Verwezen wordt naar het specifieke voorbeeld van de Bellamystraat 31-37, waar de binnentuin circa 38 meter diep is. Volgens Rochdale is het realiseren van bebouwing aldaar mogelijk zonder onaanvaardbare aantasting van het rustige karakter, de cultuurhistorie, de verkoelende werking en de het waterbergend vermogen van de binnentuinen. Rochdale verzoekt maatwerk te leveren en percelen waar bebouwing en verharding wenselijk en mogelijk is, deze bebouwing en verharding niet te verbieden. Daarnaast wil Rochdale benadrukken dat het belang om hier en elders binnen het plangebied nieuwe woonruimte te realiseren niet slechts een particulier maar een maatschappelijk belang dient, dat Rochdale als woningcorporatie behartigt. Beantwoording Met de herziening van het bestemmingsplan wordt beoogd het vergunningvrij bouwen in het achtererfgebied te beperken.
Dat wil niet zeggen dat er een absoluut verbod wordt opgelegd, maar dat er een vergunningstelsel wordt geïntroduceerd, zodat de gemeente, gelet op een goede ruimtelijke ordening, per geval een betere afweging kan maken welke bouwwerken een onaanvaardbaar effect hebben op de waterberging, de verkoelende werking en de cultuurhistorie van de binnentuinen. Het genoemde voorbeeld in de Bellamystraat is een uitzonderlijk diepe binnentuin en één van de laatste grote onbebouwde tuinen van de Bellamybuurt. De buurt is in het kader van Amsterdam Rainproof (zie bijlage Bijlage 4 Advies Rainproof) gedefinieerd als een extreem urgent knelpunt met kans op schade aan vastgoed en ernstige verkeershinder. De buurt is een zeer gevoelig gebied vanwege de hoge mate van verharding en het lagergelegen polderpeil van maaiveld en binnentuinen. Bovendien heeft de buurt een gemengd rioolstelsel hetgeen betekent dat het regenwater vermengd met het afvalwater wordt
Gemeente Amsterdam
blz. 32
afgevoerd naar de zuivering. Als het harder regent dan het rioolgemaal aankan, vult het rioolstelsel zich. Uiteindelijk stroomt het regenwater vermengd met afvalwater via overstorten en bergbezinkbassins naar het oppervlaktewater en veroorzaakt daarmee een tijdelijke verslechtering van de waterkwaliteit. Het is wenselijk om ieder bouwplan in elk achtererfgebied in Oud West maar zeker in de Bellamybuurt, vergunningplichtig te maken, ongeacht de grootte of diepte van het binnenterrein. Op die manier kan per geval een bestuurlijke afweging worden gemaakt en worden beoordeeld of een vergunning al dan niet kan worden verleend. Verder onderschrijft de gemeente het maatschappelijk belang van woningcorporaties. In de woningbouwopgave trekken zij samen op. Dat betekent echter niet dat in alle gevallen de juridisch-planologische ruimte wordt geboden om woningbouw of uitbreidingen van specifieke woningen toe te staan. Deze reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.1.2
Ten Kateschool
Ten Kateschool V.O.F. en Stedelijke Ontwikkel Maatschappij I B.V. zijn respectievelijk ontwikkelaar van de voormalige Ten Kateschool en mede-erfpachter van het perceel Ten Katestraat 8/Wenslauerstraat 1. Beide partijen stellen dat met de dubbelbestemming Waarde - Landschap de bestaande rechten voor het binnenterrein bij de Ten Kateschool niet of onvoldoende worden gerespecteerd. Ten eerste is het terrein al lange tijd verhard en is het te beschermen groen niet aanwezig zodat de te beschermen landschappelijke waarden hier geen rol spelen. Bovendien verdraagt de dubbelbestemming zich niet met het recent vastgestelde bestemmingsplan Oud West 2018, waarin het terrein een functieaanduiding 'parkeerterrein' heeft gekregen, waardoor ongebouwde parkeervoorzieningen zijn toegestaan. Ten slotte wordt het terrein al jaren feitelijk als parkeerterrein gebouwd. Dit zal ook in de toekomst zo zijn. De school is recent verbouwd tot appartementencomplex. Het parkeerterrein zal worden gebruikt ten behoeve van deze woningen. Beantwoording De bestaande rechten worden niet weggenomen met de dubbelbestemming Waarde - Landschap. Het gebruik als parkeerterrein blijft toegestaan. Uit de planregeling blijkt tevens dat het slechts verboden is nieuwe verharding aan te brengen en dat bestaande verharding mag blijven bestaan.
Daarnaast beletten de planregels het niet om parkeerplaatsen voor de nieuwe woningen te realiseren in een deel van het binnenterrein dat nu nog niet verhard is, aangezien er een binnenplanse afwijking is opgenomen om, in afwijking van de verbodsregel, een vergunning te verlenen ten behoeve van verharding van de gronden indien aangetoond wordt dat het waterbergend vermogen van de tuin minstens 60 millimeter per uur bedraagt én de gronden binnen deze bestemming niet voor meer dan 50% wordt verhard, waarbij de oppervlakte van bebouwde gronden als verharding wordt meeberekend. Daardoor is het mogelijk om met de bestaande verharding 'te schuiven' of om parkeerplaatsen aan te leggen die niet volledig maar deels verhard zijn. Deze reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.1.3
Jan Pieter Heijestraat/Borgerstraat
De C.V. Jan Pieter Heijestraat heeft voor de locatie Jan Pieter Heijestraat 66 t/m 74 / hoek Borgerstraat 186 t/m 198 een bouwplan dat bestaat uit een (appartementen)hotel, detailhandel op de begane grond en in de kelder waarvan 500 m² voor een (biologische) supermarkt, en een café-restaurant op de begane grond en kelder.
bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)
blz. 33
Ten behoeve van de realisatie van dit bouwplan is op 22 juli 2015 een omgevingsvergunning (1e fase) verleend waarover langjarig is geprocedeerd. De huidige stand van zaken is dat het College van B en W thans tot een nieuw besluit dient te komen op de aanvraag voor de omgevingsvergunning, welke aanvraag dateert van 2014. De C.V. stelt dat het bouwplan ten onrechte niet is meegenomen in het bestemmingsplan omdat ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan niet alleen sprake was van een vergund recht maar dat de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het bouwplan bovendien meermaals is bekrachtigd door het College en de gemeenteraad. De C.V. verzoekt dit in deze 1e herziening 'recht te zetten' door het bouwplan conform te bestemmen waardoor het alsnog mogelijk zal zijn het gebouw te realiseren én te gebruiken, temeer omdat, indien na afronding van de hiervoor bedoelde besluitvorming er alsnog/opnieuw over een omgevingsvergunning wordt beschikt, er sprake is van een concreet voornemen waaraan medewerking wordt verleend. Beantwoording De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 22 januari 2020 uitspraak gedaan inzake de verleende omgevingsvergunning van 22 juli 2015. Het hoger beroep van de Huurdersvereniging Oud-West en drie overige appellanten is gegrond verklaard. De uitspraak vernietigt onder andere het besluit van 22 juli 2015.
Op dit moment ligt er nog de aanvraag omgevingsvergunning van 25 juni 2014 voor onder andere een appartementenhotel. Op deze aanvraag zal het stadsdeel opnieuw moeten beslissen. Er is zodoende geen sprake van een verleende omgevingsvergunning. Daarnaast wordt opgemerkt dat de C.V. bovenstaande gronden reeds heeft aangevoerd in het beroep dat zij heeft ingesteld tegen de vaststelling van bestemmingsplan Oud West 2018. De zitting en de uitspraak wordt verwacht binnen een jaar na afloop van de beroepstermijn (16 januari 2020). Deze stand van zaken geeft geen aanleiding om het bouwplan in de 1e herziening van bestemmingsplan Oud West 2018 mee te nemen. 4.1.4
Overige reacties bewoners
Reactie 4: dakterras Het overgangsrecht in artikel 12 borgt onvoldoende dat vergunde dakterrassen weer volledig mogen worden opgebouwd na het uitvoeren van dakherstelwerkzaamheden of het vervangen van het dak. Beantwoording Rechtsgeldige vergunningen worden door vaststelling en inwerkingtreding van dit bestemmingsplan niet aangetast. Na het uitvoeren van dakonderhoud of dakherstelwerkzaamheden kunnen dakterrassen met de oorspronkelijke vergunde maatvoering worden terug geplaatst. Doorgaans is voor onderhoud- of herstelwerkzaamheden geen omgevingsvergunning vereist, noch voor het terugplaatsen van het dakterras. Indien een dakterras in zijn geheel vervangen moet worden, kan deze activiteit vergunningplichtig zijn. In die uitzonderlijke gevallen wordt terug gevallen op het overgangsrecht en kan dus alsnog terug gebouwd worden wat ooit vergund is. Deze reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Reactie 5: Tollenstraat 301 Kan de bestemming van Tollenstraat 301 gewijzigd worden naar Wonen? Gemeente Amsterdam
blz. 34
Beantwoording Bij de vaststelling van bestemmingsplan Oud West 2018 heeft het pand Tollenstraat 301 de bestemming 'Gemengd – 2' met de aanduiding 'parkeergarage' gekregen, overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan en de bestaande situatie. Het beleid van de gemeente is om kleinschalige bedrijfsruimtes zoveel mogelijk te behouden, met name op zichtlocaties zoals straathoeken. Zie onder andere de uitgangspunten uit de vastgestelde beleidsnotitie 'Ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in West' en het Amsterdams Ondernemers Programma (AOP) 'Ruimte voor ondernemers!' 2015-2018. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het beleidsuitgangspunt van de gemeente (Structuurvisie Amsterdam 2040) dat de voorraad (kleinschalige) bedrijfsruimten op peil blijft en dat een gedifferentieerde mix van functies van belang is voor de (wijk)economie en de leefbaarheid. Verdringing van bedrijfsruimtes door een dominante woningmarkt is ongewenst.Deze reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Reactie 6: dakterrassen en daktoegangsopbouwen De maatregelen ten aanzien van dakterrassen en daktoegangsopbouwen beperken de mogelijkheden om op het dak groenten te telen en zaailingen te starten als het nog te koud is om buiten te planten. Beantwoording Ook zonder daktoegangsopbouw is het mogelijk om groenten te telen, bijvoorbeeld in kweekbakken.
In veel gevallen zal een omgevingsvergunning, gelet op de beperkte afmetingen van kweekbakken, niet nodig zijn. Vergunningplichtige kweekbakken of plantenkassen op het dak zijn uitzonderingen waarvoor per geval een maatwerkbeoordeling nodig is. Daarom zijn in dit bestemmingsplan geen criteria opgenomen voor kweekbakken of plantenkassen. Deze reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Reactie 7: dakterrassen en daktoegangsopbouwen Maximaal 50 procent van het dak bebouwen is te weinig omdat de daken al niet zo groot zijn. Langs de randen van het dak wordt ook al niet bebouwd. Het dak van de dakopbouw is ook met groen te beplanten. Groene dakbedekking zou juist gestimuleerd moeten worden door beter toegankelijke subsidies in plaats van de maximaal bebouwbare oppervlakte bepalen.Momenteel krijg je alleen subsidie bij (ik dacht) 30 vierkante meter groene dakbedekking. Dan wordt het best duur terwijl ik best iets minder vierkante meters wél groen zou willen bedekken maar dat nu dus niet doe. Beantwoording Uitgangspunt van de maatregelen ten aanzien van het dakterras is het stimuleren van meervoudig ruimtegebruik van daken, bijvoorbeeld om nu en in de toekomst ruimte te bieden voor daktuinen, regenwater-opvang en zonnepanelen, maar ook warmtepompsystemen.
Dat gebeurt enerzijds door een subsidieregeling en anderzijds door in dit bestemmingsplan te borgen dat maximaal de helft van het dak in beslag wordt genomen door een dakterras. Alleen groene daken met een oppervlak van 30 m2 of meer komen in aanmerking voor een subsidie maar het is mogelijk meerdere daken in 1 aanvraag samen te voegen om boven de 30 m2 uit te komen, bijvoorbeeld samen met buren. Daarnaast zijn de afmetingen van dakterrassen al beperkt omdat er 2 meter afstand vanaf de dakrand in acht moet worden genomen voor dakranden die grenzen aan de lager gelegen openbare ruimte en 1 meter voor dakranden die grenzen aan lager gelegen tuinen of gemeenschappelijke binnentuinen. Het schrappen van de bouwmogelijkheden voor daktoegangsopbouwen is niet alleen vanwege het bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)
blz. 35
stimuleren van meervoudig ruimtegebruik maar ook vanwege de onaanvaardbare visuele verstoring en verrommeling van het daklandschap, zie 3.2 Daktoegangsopbouwen. Deze reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
4.2
Vooroverleg artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening
Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Waternet, Brandweer Amsterdam Amstelland en Gasunie is om een reactie gevraagd. De Brandweer heeft niet gereageerd. Aangenomen wordt dat het voorontwerp voor de Brandweer geen aanleiding gaf voor een inhoudelijke reactie en dat zij daarmee instemt. Waternet is positief over het voornemen de principes van Rainproof op deze manier te vertalen in het voorontwerpbestemmingsplan en gaat er vanuit dat de voorgestelde maatregelen zullen bijdragen aan een klimaatbestendige stad. Waternet heeft geen aanvullende opmerkingen. Gasunie heeft het voorontwerpbestemmingsplan getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van I&M voor aardgastransportleidingen, zoals bepaald in het per 1 januari 2011 in werking getreden Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en komt op grond van deze toetsing tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens van de dichtstbij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling.
Liander heeft verzocht om aan de grond waarop de gasdrukmeet- en regelstations aan het Bellamyplein 40 aan de Tesselschadestraat 12 zijn gevestigd, de functieaanduiding 'nutsvoorziening' te koppelen en te voorzien van de daarbij behorende veiligheidscontour (Activiteitenbesluit - zone). Omdat deze gasdrukmeet- en regelstations echter niet onder de externe veiligheid regelgeving vallen, op grond waarvan toetsing aan grenswaarden in het bestemmingsplan plaats zou moeten vinden, is er geen gevolg gegeven aan dit verzoek. Het bestemmingsplan is niet gewijzigd.
4.3
Ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 10 september tot en met 21 oktober 2020 voor zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn drie zienswijzen naar voren gebracht. De zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in Bijlage 7 Nota van beantwoording zienswijzen. Eén van de zienswijzen heeft geleid tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Naar aanleiding van de zienswijze van Kess Corporation zijn bestaande bouwwerken, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze herziening vergunningvrij zijn gerealiseerd, positief bestemd in Artikel 10 van de planregels. In Artikel 13 Overgangsrecht zijn de overgangsregels voor gebruik toegevoegd. Deze standaardregels zijn verplicht op grond van artikel 3.2.2. van het Besluit ruimtelijke ordening.
Gemeente Amsterdam