7. Nota van beantwoording zienswijzen (anoniem).docx
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “Zuidas-Zuidasdok 2023”
Colofon Opdrachtgever
Directie Zuidas
Opdrachtnemer
Directie Ruimte & Duurzaamheid
Datum
11 juli 2024
Planstatus
Geaccordeerd bij raadsbesluit 13/14 november 2024
2
Algemeen Met ingang van 8 december 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan Zuidas-Zuidasdok 2022 (hierna: het bestemmingsplan), met de daarop betrekking hebbende stukken overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening voor de duur van 6 weken voor eenieder ter inzage gelegen, met de mogelijkheid zienswijzen naar voren te brengen. Er zijn 54 zienswijzen naar voren gebracht. Op deze zienswijzen zal hieronder worden ingegaan. De zienswijzen zullen daarbij in samengevatte vorm worden weergegeven.
Behandeling zienswijzen A.
Formele aspecten
Van de volgende adressanten zijn met betrekking tot het bestemmingsplan zienswijzen ontvangen: Adressant 1:
Werk- en beplantingscommissie Amstelglorie
Adressant 2:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 3:
Bewoners Irenebuurt
Adressant 4:
Vereniging Irenebuurt
Adressant 5:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 6:
NV Nederlandse Gasunie
Adressant 7:
Ocean Outdoor Nederland BV
Adressant 8: Adressant 9:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie (idem adressant 41)
Adressant 10:
VTP Amstelglorie
Adressant 11:
Fietsersbond
Adressant 12:
TenneT TSO BV
Adressant 13: Adressant 14: Adressant 15:
Vereniging Woonboten Groene Staart wgm
Adressant 16: Adressant 17: Adressant 18:
Lid Vereniging Woonboten Groene Staart wgm
Adressant 19:
Lid Vereniging Woonboten Groene Staart wgm
Adressant 20:
Lid Vereniging Woonboten Groene Staart wgm
Adressant 21:
Waternet
Adressant 22:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 23:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 24:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie 3
Adressant 25:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 26:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 27:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 28:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 29:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 30:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 31:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 32:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 33:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 34:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 35:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 36:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 37:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 38:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 39:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 40:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 41:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie (idem adressant 9)
Adressant 42:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 43:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 44:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 45:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant:46
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 47:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 48:
Tuinder Tuinpark Amstelglorie
Adressant 49: Adressant 50: Adressant 51: Adressant 52: Adressant 53: Adressant 54:
Lid Vereniging Woonboten Groene Staart wgm
De termijn voor het indienen van zienswijzen eindigde op 19 januari 2023. De zienswijzen van adressanten 18 t/m 21 zijn niet binnen de gestelde termijn naar voren gebracht zodat moet worden geconcludeerd dat deze zienswijzen niet-ontvankelijk zijn. Onverminderd deze niet-ontvankelijkheid wordt volledigheidshalve in deze Nota van Beantwoording ingegaan op deze zienswijzen.
4
Belanghebbendheid Overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is op de voorbereiding van een bestemmingsplan Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat zienswijzen omtrent het ontwerp door eenieder naar voren kunnen worden gebracht. Een beoordeling of de adressanten als belanghebbenden kunnen worden gekwalificeerd, is om die reden niet aan de orde.
B.
Inhoudelijke behandeling zienswijzen ontwerpbestemmingsplan
De door adressanten ingebrachte zienswijzen zijn onder te verdelen in een aantal inhoudelijke onderwerpen. Bij de beantwoording is ervoor gekozen om per thema de inhoud van de zienswijzen kort weer te gegeven, gevolgd door een beantwoording.
1.
Inleidend
Ten behoeve van de leesbaarheid en een goed begrip van de inhoud van het bestemmingsplan, wordt hieronder eerst een algemene toelichting gegeven. Er wordt ook informatie gegeven over de aanleiding en de noodzaak om dit bestemmingsplan vast te stellen. Tracébesluit Zuidasdok Om de bereikbaarheid van Zuidas en het noordelijk deel van de randstad in de toekomst te verbeteren, is het project Zuidasdok gestart. De Rijksweg A10 Zuid wordt verbreed en de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel worden aangepast. Ter hoogte van het centrumgebied van Zuidas komt de Rijksweg A10 Zuid in een noordelijke tunnel (lengte ca. 1,1 km) en een zuidelijke tunnel (lengte ca. 1 km) te liggen. Hierdoor ontstaat ruimte om een Openbaar Vervoer Terminal (OVT) te realiseren. Daarnaast verbetert door de tunnels in het centrumgebied van Zuidas de luchtkwaliteit en vermindert de geluidoverlast. Hierdoor kan het gebruik van het centrumgebied, waaronder ook de woningbouw en de openbare ruimte, worden geoptimaliseerd en is het mogelijk dat Zuidas zich ontwikkelt tot een duurzaam gemengd stedelijk centrum voor wonen, werken en voorzieningen. Voor de wijzigingen van de Rijksweg A10 Zuid en de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel is op 18 maart 2016 door de Minister van Infrastructuur en Milieu (nu: Infrastructuur en Waterstaat) het Tracébesluit Zuidasdok vastgesteld.
Voor een beperkt deel van het plangebied is op 20 april 2016 door de gemeenteraad van Amsterdam het bestemmingsplan Zuidasdok vastgesteld. In dat bestemmingsplan is enerzijds een deel van Tracébesluit 2016 doorvertaald, anderzijds ziet dat bestemmingsplan op het regelen 5
van een aantal onderdelen die niet met een tracébesluit kunnen worden geregeld namelijk de OVT, de ontwikkelingen op de tunneldaken, de aangrenzende gronden en een langzaam verkeersverbinding ter hoogte van het Beatrixpark. In 2016 en 2017 zijn er twee wijzigingen van het Tracébesluit Zuidasdok vastgesteld. Bijna parallel aan het onderhavige bestemmingsplan, is tevens een derde wijziging van het Tracébesluit Zuidasdok vastgesteld, het Tracébesluit Zuidasdok (wijziging 2023) (verder te noemen wTB 2023). Als in het onderstaande in het specifieke geval wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok, wordt daarmee tevens gedoeld op de genoemde wijzigingstracébesluiten die in 2016, 2017 en 2023 zijn vastgesteld. Een tracébesluit beschrijft wat er moet gebeuren om de infrastructuur aan te leggen, wat de gevolgen hiervan zijn voor de omgeving en het milieu en welke maatregelen er nodig zijn om nadelige gevolgen te beperken. Een tracébesluit is een op uitvoering gericht besluit. Het tracébesluit wordt door de minister vastgesteld en dient binnen een jaar nadat het onherroepelijk is geworden, op overeenkomstige wijze te worden opgenomen in een bestemmingsplan (artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet). Zolang dat niet is gebeurd, geldt het tracébesluit mede als een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan.
Waarom een bestemmingsplan? Zoals hiervoor al is opgemerkt, schrijft de Tracéwet in artikel 13, tiende lid, voor dat een tracébesluit
moet
worden
ingepast
in
een
bestemmingsplan.
Voorliggend
bestemmingsplan geeft uitvoering aan dat artikel. De gemeenteraad heeft daarbij de verplichting om het bestemmingsplan overeenkomstig het tracébesluit (en de daaropvolgende wijzigingen) vast te stellen. Dat wil zeggen, alles waarin het tracébesluit voorziet, moet worden vertaald in het bestemmingsplan. De gemeenteraad heeft daarbij geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het tracébesluit. Daarbij is het belangrijk om op te merken dat een bestemmingsplan in tegenstelling tot een tracébesluit niet op uitvoering is gericht. Bij een bestemmingsplan gaat het om toelatingsplanologie waarbij mogelijkheden worden geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen. In een bestemmingsplan kunnen geen directe verplichtingen worden opgelegd om ontwikkelingen die mogelijk gemaakt worden ook daadwerkelijk uit te voeren. Het bestemmingsplan is vooral gericht op faciliteren of verbieden. Dit houdt ook in dat wanneer er bijvoorbeeld een bestemming of aanduiding voor water of groen in het 6
bestemmingsplan is opgenomen, dit nog niet betekent dat het water of het groen daadwerkelijk moeten worden gerealiseerd. Het geeft slechts aan dat daar water of groen gerealiseerd mag worden en geen andere functies. De aard van het bestemmingsplan brengt ook met zich mee dat er in de regel geen detaillering van de openbare ruimte wordt voorgeschreven. Deze kan immers toch niet worden afgedwongen. Daarom is een bestemmingsplan in de regel globaler van aard en wordt er enige flexibiliteit geboden, zodat de kans dat de beoogde functies gerealiseerd worden, toeneemt. Hierbij dient wel steeds te worden voldaan aan het uitgangspunt van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Daaronder wordt mede begrepen dat er sprake moet zijn van zorgvuldigheid en rechtszekerheid. Daarnaast zijn er ook aspecten die niet in een bestemmingsplan kunnen worden geregeld. Een bestemmingsplan kan immers slechts zaken bevatten die ruimtelijk relevant zijn. Naast het overeenkomstig opnemen van het Tracébesluit Zuidasdok, voorziet dit bestemmingsplan in het mogelijk maken van extra geluidschermen. Langs de Rijksweg A10 Zuid komen op diverse plekken geluidschermen te staan. Een deel van deze schermen komt voort uit de wettelijke verplichting om te voldoen aan de geluidnormen. Dit zijn de wettelijk noodzakelijk geluidschermen.
In aanvulling daarop zijn in het plan voor Zuidasdok ook aanvullende geluidschermen opgenomen. Deze komen voort uit de bestuursovereenkomst. In de voorbereiding van Zuidasdok (2011) werd in eerste instantie namelijk een lange tunnel ter hoogte van het centrumgebied van Zuidas voorzien die niet haalbaar bleek te zijn. Als alternatief is een kortere tunnel in de Voorkeursbeslissing Zuidasdok opgenomen, met daarbij de bestuurlijke afspraak (de bestuursovereenkomst) om aanvullende maatregelen te nemen om de geluidbelasting te beperken. Hierdoor kan de woningbouw-ambitie van Amsterdam in Zuidas overeind blijven (zo min mogelijk dove gevels). Bij de planuitwerking is vervolgens het aanvullend pakket aan geluidmaatregelen bepaald. Dit heeft geresulteerd in een pakket met aanvullende maatregelen bestaande uit enkele extra geluidschermen en het deels verhogen van een aantal doelmatige geluidschermen. Deze zijn opgenomen in het Tracébesluit Zuidasdok. Met toepassing van deze aanvullende maatregelen kan een groot deel van de te ontwikkelen woningbouw in Zuidas zonder dove gevels worden uitgevoerd.
Naar aanleiding van zienswijzen op het Ontwerptracébesluit in 2015 en nader geluidonderzoek bij de woningbouwlocatie Vivaldi en Ravel (bouwen zonder dove gevels om het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving), is naast de bovengenoemde aanvullende maatregelen, bekeken of nog extra geluidmaatregelen kunnen worden 7
getroffen. Dit onderzoek zag op locaties Amstel en Schinkel, het Beatrixpark, Amstelpark, tennispark Joy en de woningbouwlocaties Vivaldi en Ravel. Dit heeft geleid tot een bijbestelling vanuit Amsterdam richting Zuidasdok. De bijbestelling omvat extra (nieuw t.o.v. Tracébesluit Zuidasdok) schermen nabij tennispark Joy, het Beatrixpark en het Amstelpark en verhoging van reeds in de scope opgenomen schermen nabij woningbouwlocatie Vivaldi en Ravel. Deze aanvullende geluidmaatregelen zijn geen onderdeel van het Tracébesluit Zuidasdok (maar vallen wél binnen het plangebied van het Tracébesluit Zuidasdok). Dit bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch mogelijk maken van deze schermen. Met het plaatsen van schermen wordt de verblijfskwaliteit in de stadsparken in Zuidas verbeterd. De stadsparken vervullen een belangrijke functie in de kwaliteit van leven in de stad en het daar in zoveel mogelijk rust kunnen verblijven is belangrijk. Daarnaast zorgen de geluidschermen ervoor dat de woningen, bijvoorbeeld in de nieuwe woonbuurt van Vivaldi en Ravel (Zuidas), zoveel mogelijk zonder dove gevels gerealiseerd kunnen worden. Tot slot voorziet het bestemmingsplan in de mogelijkheid om ter hoogte van het Schinkelkwartier eveneens geluidschermen te realiseren om de geluidbelasting vanwege de A10 te beperken.
Dit is ingegeven door de ambitie om in dat gebied, op korte termijn, woningbouw te realiseren. Ten behoeve van deze schermen is geluidonderzoek uitgevoerd, is financiële dekking geregeld en lopen gesprekken met Zuidasdok om deze schermen te plaatsen. Beantwoording van de zienswijzen Uit het voorgaande volgt dat een groot deel van het bestemmingsplan de inpassing van het Tracébesluit Zuidasdok betreft. Zienswijzen die zien op een onderwerp dat uitputtend is geregeld in het tracébesluit kunnen in het kader van dit bestemmingsplan niet worden betrokken. Het tracébesluit heeft namelijk een eigen inspraak- en rechtsbeschermingsprocedure doorlopen. Om toch volledig te zijn, wordt in deze nota van beantwoording wel zoveel mogelijk gereageerd op alle ingekomen zienswijzen. Daarbij zal worden aangegeven bij welke onderwerpen geen ruimte meer bestaat voor een nadere afweging.
8
2.
Geluid
Adressanten 1, 2, 5, 9, 10, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 22, 23, 24, 25, 26 ,27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 48, 49, 50, 51, 52 en 54 hebben een zienswijze ingediend ten aanzien van het thema geluid; in het bijzonder de geluidschermen. Algemeen: Geluidmaatregelen Tracébesluit Zuidasdok In het Tracébesluit Zuidasdok zijn geluidmaatregelen (stil wegdektype en geluidschermen) opgenomen om te voldoen aan de wettelijke norm voor geluid. Deze geluidmaatregelen zijn bedoeld om de geluidsbelasting ter plaatse van de geluidgevoelige objecten (zoals woningen, ligplaatsen voor woonboten, scholen en gebouwen voor gezondheidszorg) te beperken tot de wettelijke norm. In het TB 2016 is voorts een pakket aan geluidmaatregelen is opgenomen ter beperking van de geluidafstraling van de bestaande en nieuwe beweegbare Schinkelbrug. De norm voor geluid die geldt voor de geluidgevoelige objecten wordt bepaald door de geluidbelasting op basis van het zogenoemde geluidproductieplafond. Het geluidproductieplafond geeft aan hoeveel geluid de rijksweg mag produceren. Met een computerrekenmodel is de maximale geluidproductie die de Rijksweg A10 mag produceren vertaald naar een maximale geluidbelasting. Deze maximale geluidbelasting zal daardoor per object verschillen.
Immers, een object dat dichter bij de weg ligt, zal doorgaans een hogere geluidbelasting hebben dan een object dat verder van de weg ligt. Met een wettelijk voorgeschreven afwegingscriterium, het zogenoemde doelmatigheidscriterium is een afweging gemaakt tussen enerzijds de geluidreductie die een maatregel oplevert en anderzijds de omvang van een maatregel. Met dit criterium worden geluidmaatregelen op een gelijke en eenduidige wijze afgewogen. Hiermee wordt geborgd dat de omvang van geluidmaatregelen in verschillende projecten op gelijke wijze bepaald worden (rechtsgelijkheid) en er wordt voorkomen dat er zeer omvangrijke en daarmee kostbare maatregelen worden getroffen die geen of slechts een zeer beperkt extra akoestisch effect hebben. De omvang van de eerder vastgestelde geluidmaatregelen (o.a. lengte en hoogte van de geluidschermen) verschilt per locatie. Ter hoogte van de dicht bebouwde woongebieden zijn er omvangrijke geluidschermen en ter plaatse van gebieden met een lage woningdichtheid geen of beperktere schermmaatregelen.
9
Langs de Rijksweg A10 Zuid komen aldus op diverse plekken geluidschermen te staan. Een deel van deze schermen komt voort uit de wettelijke verplichting om te voldoen aan de geluidnormen (ze hiervoor). In aanvulling daarop zijn in het plan voor Zuidasdok ook aanvullende geluidschermen opgenomen. Deze komen voort uit de bestuursovereenkomst, waarbij de afspraak is gemaakt om aanvullende maatregelen te nemen om de geluidbelasting te beperken. Hierdoor kan de woningbouw-ambitie van Amsterdam in Zuidas overeind blijven (zo min mogelijk dove gevels). Bij de planuitwerking is vervolgens het aanvullend pakket aan geluidmaatregelen bepaald. Dit heeft geresulteerd in een pakket met aanvullende maatregelen bestaande uit enkele extra geluidschermen en het deels verhogen van een aantal doelmatige geluidschermen. Deze zijn opgenomen in het Tracébesluit Zuidasdok. Naar aanleiding van zienswijzen op het Ontwerptracébesluit in 2015 en nader geluidonderzoek bij de woningbouwlocatie Vivaldi en Ravel, heeft Amsterdam een bijbestelling gedaan richting Zuidasdok. De bijbestelling omvat extra (nieuw t.o.v. Tracébesluit Zuidasdok) schermen nabij tennispark Joy, het Beatrixpark en het Amstelpark en verhoging van reeds in de scope opgenomen schermen nabij woningbouwlocatie Vivaldi en Ravel.
Deze aanvullende geluidmaatregelen zijn geen onderdeel van het Tracébesluit Zuidasdok (maar vallen wél binnen het plangebied van het Tracébesluit). Dit bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch mogelijk maken van deze schermen. Met het plaatsen van schermen wordt de verblijfskwaliteit in de stadsparken in Zuidas verbeterd. De stadsparken vervullen een belangrijke functie in de kwaliteit van leven in de stad en het daar in zoveel mogelijk rust kunnen verblijven is belangrijk. Daarnaast zorgen de geluidschermen ervoor dat de woningen, bijvoorbeeld in de nieuwe woonbuurt van Vivaldi en Ravel (Zuidas), zoveel mogelijk zonder dove gevels gerealiseerd kunnen worden. Tot slot voorziet het bestemmingsplan in de mogelijkheid om ter hoogte van het Schinkelkwartier eveneens geluidschermen te realiseren om de geluidbelasting vanwege de A10 te beperken. Dit is ingegeven door de ambitie om in dat gebied, op korte termijn, woningbouw te realiseren. Ten behoeve van deze schermen is geluidonderzoek uitgevoerd, is financiële dekking geregeld en lopen gesprekken met Zuidasdok om deze schermen te plaatsen. In het wijziging Tracébesluit 2023 (wTB 2023) is het uitgangspunt opgenomen te voorkomen dat de geluidbelasting ter plaatse van de geluidgevoelige objecten verslechtert ten opzichte van de in 2016 en 2017 vastgestelde besluiten. Met de in het wTB 10
2023 opgenomen aanvullende geluidmaatregelen (tweelaags ZOAB fijn) wordt daaraan voldaan. De geluidbelasting ter plaatse van adressanten neemt ten gevolge van het wTB 2023 niet toe ten opzichte van de eerdere besluiten. Het is daarom wettelijk gezien niet nodig om de genoemde omvangrijkere geluidschermen toe te passen. 2.1. Geluidschermen knooppunt Amstel Adressanten 1, 2, 5, 9, 10, 15, 16, 17, 18, 22, 23, 24, 25, 26 ,27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 52, 53 en 54 geven aan dat (ook) geluidschermen moeten worden geplaatst tot knooppunt Amstel, ter hoogte van de Rijksweg A10 Zuid, aansluitend op het geluidscherm dat geplaatst wordt vanaf de Rozenoordbrug. Reactie: Het project Zuidasdok is, zoals hiervoor al aangegeven, opgestart om de bereikbaarheid van het centrumgebied van Zuidas en het noordelijke deel van de randstad te verbeteren. De tunnels worden daarnaast onder meer aangelegd om de leefbaarheid van het centrumgebied te optimaliseren en dragen ook bij het aan het kunnen realiseren van goede woningen. Langs de Rijksweg A10 Zuid komen aldus op diverse plekken geluidschermen te staan. Een deel van deze schermen komt voort uit de wettelijke verplichting om te voldoen aan de geluidnormen (ze hiervoor). In aanvulling daarop zijn in het plan voor Zuidasdok ook aanvullende
geluidschermen
opgenomen.
Deze
komen
voort
uit
de
bestuursovereenkomst, waarbij de afspraak is gemaakt om aanvullende maatregelen te nemen om de geluidbelasting te beperken, mede als gevolg van het besluit tot het inkorten van de tunnels. Hierdoor kan de woningbouw-ambitie van Amsterdam in Zuidas overeind blijven (zo min mogelijk dove gevels). Bij de planuitwerking is vervolgens het aanvullend pakket aan geluidmaatregelen bepaald. Dit heeft geresulteerd in een pakket met aanvullende maatregelen bestaande uit enkele extra geluidschermen en het deels verhogen van een aantal doelmatige geluidschermen. Deze zijn opgenomen in het Tracébesluit Zuidasdok. Naar aanleiding van zienswijzen op het Ontwerptracébesluit in 2015 en nader geluidonderzoek bij de woningbouwlocatie Vivaldi en Ravel, heeft Amsterdam een bijbestelling gedaan richting Zuidasdok. De bijbestelling omvat extra (nieuw t.o.v. Tracébesluit Zuidasdok) schermen nabij tennispark Joy, het Beatrixpark en het Amstelpark en verhoging van reeds in de scope opgenomen schermen nabij woningbouwlocatie Vivaldi en Ravel. Deze aanvullende geluidmaatregelen zijn geen onderdeel van het Tracébesluit Zuidasdok (maar vallen wél binnen het plangebied van het
11
Tracébesluit). Dit bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch mogelijk maken van deze schermen. Met het plaatsen van schermen wordt de verblijfskwaliteit in de stadsparken in Zuidas verbeterd. De stadsparken vervullen een belangrijke functie in de kwaliteit van leven in de stad en het daar in zoveel mogelijk rust kunnen verblijven is belangrijk. Daarnaast zorgen de geluidschermen ervoor dat de woningen, bijvoorbeeld in de nieuwe woonbuurt van Vivaldi en Ravel (Zuidas), zoveel mogelijk zonder dove gevels gerealiseerd kunnen worden. Tot slot voorziet het bestemmingsplan in de mogelijkheid om ter hoogte van het Schinkelkwartier eveneens geluidschermen te realiseren. Dit is ingegeven door de ambitie om in dat gebied, op korte termijn, woningbouw te realiseren, wat kort gezegd zonder geluidschermen niet mogelijk is. Ten behoeve van deze schermen is geluidonderzoek uitgevoerd, is financiële dekking geregeld en lopen gesprekken met Zuidasdok om deze schermen te plaatsen. 2.2. Geluid ter hoogte van het Beatrixpark Adressant 13 geeft aan dat uit artikel 4 Verkeer blijkt dat er verschillende soorten geluidschermen zullen worden gebruikt, maar dat de beschrijving en foto’s ontbreken. Adressant vraagt wat het snelweggeluid dB is na een reductie van 8dB bij het Beatrixpark? Reactie: In zowel de planregels als in de toelichting is het type geluidscherm opgenomen.
Vanwege het feit dat de nadere uitwerking van deze geluidschermen bij de aannemer van Zuidasdok ligt, is het niet mogelijk om van de geluidschermen een nadere beschrijving te geven of foto’s toe te voegen. De aannemer dient zich te houden aan het type geluidscherm zoals dat in de regels is opgenomen. In de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 6.2) zijn afbeeldingen opgenomen voor het Beatrixpark met links het aantal dB-referentiepunten met TB-maatregelen en rechts hetzelfde gebied met het aantal dB referentiepunten met TB-maatregelen én een extra geluidscherm van 180 meter met een hoogte van 3 meter. Hieruit blijkt dat door de toevoeging direct langs de Rijksweg A10 een maximale reductie van 8 dB is te behalen. Daarmee komt de geluidbelasting afhankelijk van de plek in het Beatrixpark tussen de 52 dB en 56 dB te liggen.
12
2.3. Dove gevels bij woningbouwontwikkeling Adressant 13 geeft aan dat in het bestemmingsplan vermeld wordt dat geluidschermen nodig zijn voor de bouwopgave in Zuidas tot bepaalde hoogte. Wat is die ‘bepaalde’ hoogte? Reactie: De hoogte van een gebouw tot waar geen dove gevels toegepast hoeven te worden, is niet in zijn algemeenheid aan te geven. Die hoogtemaat is namelijk afhankelijk van de hoogte van het geluidscherm en de afstand van het gebouw tot het geluidscherm. De betreffende hoogte kan dus slechts per locatie/gebouw bepaald worden. 2.4. Geluidschermen omgeving Amstel Adressant 14 heeft bezwaar aan tegen de verbreding van de Rijksweg A10 en de geringe hoogte van de geluidsschermen. Het ontbreken van geluidwering in de omgeving van de Amstel draagt bij aan overlast voor bewoners, recreanten en fauna. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure.
De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Hieronder wordt dan ook volstaan met een reactie op de opmerking dat geluidwering in de omgeving van de Amstel zal bijdragen aan het verbeteren van de leefkwaliteit aldaar. Zoals hiervoor onder 2.1 is aangegeven, voorziet dit bestemmingsplan in de uitvoering van deze eerder gemaakte (bestuurlijke) afspraken. In zoverre is er ook geen ruimte om eventuele nieuwe maatregelen waarover nog geen bestuurlijke afspraken zijn gemaakt of financiële dekking bestaat, mee te nemen in dit bestemmingsplan. Als het gemeentebestuur op een later moment besluit om ook op andere locaties extra geluidmaatregelen
13
te willen treffen, dan kan alsdan daarvoor indien noodzakelijk een nieuw juridischplanologisch kader worden opgesteld. 2.5. Hoogte van de geluidschermen op de Rozenoordbrug Adressanten 15, 52 en 54 verbazen zich er over dat de geplande geluidschermen op het tracé over de Amstel en de wegdelen naast de brug een geringe hoogte hebben van 1 meter. De toezegging van de gemeente Amsterdam deze op haar kosten met een meter te verhogen kan adressant nergens in de planvorming terugvinden. Reactie: In het algemeen wordt allereerst het volgende opgemerkt: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen.
Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Voor zover de zienswijze betrekking heeft op de hoogte van de schermmaatregel van 1 m langs de zuidkant van de Amstelbrug in de noordelijke rijbaan van de Rijksweg A10 wordt opgemerkt dat deze maatregel voortkomt uit het wTB 2017. Deze maatregel is getroffen ter voorkoming van reflecties. Van een toezegging tot het verhogen van dit geluidscherm is ons niets bekend. Naar aanleiding van zienswijzen op het Ontwerptracébesluit in 2015 en nader geluidonderzoek bij de woningbouwlocatie Vivaldi en Ravel heeft de gemeente besloten om hier het geluidscherm te verhogen met 2 meter (zie paragraaf 3.3.2. van de toelichting). 2.6. Lengte van de geluidschermen op de Rozenoordbrug Adressanten 15, 52 en 54 geven aan dat op de kaart 4 van document 020TB ZAD 2022 is aangegeven dat de geluidschermen zeer snel na de brug eindigen. Het geluid van het verkeer zal er op deze wijze 'omheen' krullen en alsnog voor overlast zorgen, zeker daar de wind meestal uit westelijke richting komt. 14
Reactie: De verbreding van de Rijksweg A10 en de geluidmaatregelen die wettelijk noodzakelijk zijn, zijn geregeld in het Tracébesluit Zuidasdok. Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. De geluidschermen die op grond van het Tracébesluit Zuidasdok ter plaatse van Amstel gerealiseerd worden, zijn verplicht op grond van de wet- en regelgeving rondom geluid. Ten grondslag aan het moeten treffen van maatregelen, de locatie, lengte en hoogte ligt geluidonderzoek.
Uit dit geluidonderzoek volgt dat de schermen voldoende ‘lang’ zijn, zodat voldaan wordt aan de wettelijke normen. 2.7. Geluidschermen voor vleermuizen Adressant 17 geeft aan dat er geluidschermen nodig zijn ter bescherming van de (vliegroute) van vleermuizen. Reactie: De verbreding van de Rijksweg A10 en de geluidmaatregelen die wettelijke noodzakelijk zijn, zijn geregeld in het Tracébesluit Zuidasdok. Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidsasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het 15
voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Het klopt dat de taludbeplanting op het stuk tussen de Amstel en Knooppunt Amstel (extra) wordt aangetast, maar er vindt geen ruimtebeslag plaats op Tuinpark Amstelglorie. Vanwege de aantasting van de begroeiing is in het landschapsplan aandacht besteed aan een robuuste groene inpassing. Er is in de reeds verleende omgevingsvergunning voor het kappen van bomen als mitigerende maatregel voorgeschreven dat in de plantvakken en op de taluds een grotere plantmaat bomen wordt teruggeplaatst. Door de grotere plantmaat ontstaat er sneller een goede begroeiing en gezond leefgebied voor aanwezige diersoorten. Op deze wijze wordt zoveel mogelijk bijgedragen aan het herstellen van een groene Oost-West corridor. 2.8. Geluidschermen bij voegovergang Rozenoordbrug Adressant 17 geeft aan dat er geluidschermen nodig zijn bij de voegovergang (Rozenoordburgviaduct) vanwege geluidsoverlast ter plaatse. Adressant 17 verwijst naar Bijlage 1D Deelrapport akoestische onderzoek op pagina 7; het Bijlage register: Basisgegevens geluidregister.
In de tekening van de Rozenoordbrug en de referentiepunten lijkt er geen meting gedaan te zijn om het geluid van de voeg-overgang te weten. Het geluidonderzoek kan zo geen juiste uitslag geven aan de geluidbelasting voor de geluidgevoelige objecten in de buurt. Een juiste geluidmeting zal alsnog uitgevoerd dienen te worden, de geluidmeting is niet compleet. Reactie: De verbreding van de Rijksweg A10 en de geluidmaatregelen die wettelijke noodzakelijk zijn, zijn geregeld in het Tracébesluit Zuidasdok. Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn 16
grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Voegovergangen kunnen inderdaad geluidoverlast veroorzaken. In verband daarmee zijn in het Tracébesluit Zuidasdok dan ook eisen opgenomen ten aanzien van de voegovergangen (zie artikel 9, lid 4). De voegovergangen van vaste bruggen worden geluidarm gerealiseerd conform de Rijkswaterstaat richtlijn RTD-1007-3. Het wijziging Tracébesluit 2023 wijzigt overigens niets aan de Rozenoordbrug en aan de voegovergangen zoals opgenomen in het Tracébesluit 2016. 2.9. Geluidschermen ter hoogte van de Ouderkerkerdijk Adressant 19 pleit voor hogere geluidschermen bij de Ouderkerkerdijk. De geringe hoogte zorgt voor geluidoverlast. Reactie: De verbreding van de Rijksweg A10 en de geluidmaatregelen die wettelijke noodzakelijk zijn, zijn geregeld in het Tracébesluit Zuidasdok. Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure.
De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Voor geluidschermen in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok wordt verwezen naar de inleidende tekst van het aspect geluid (pagina 9). Voor zover adressant verzoekt bovenwettelijk geluidschermen te plaatsen of de noodzakelijk geluidschermen bovenwettelijk te verhogen, wordt het volgende opgemerkt: Zoals hiervoor onder 2.1 is aangegeven, voorziet dit bestemmingsplan in de uitvoering van deze eerder gemaakte (bestuurlijke) afspraken. In zoverre is er ook geen ruimte om eventuele nieuwe 17
maatregelen waarover nog geen bestuurlijke afspraken zijn gemaakt of financiële dekking bestaat, mee te nemen in dit bestemmingsplan. Als het gemeentebestuur op een later moment besluit om ook op andere locaties extra geluidmaatregelen te willen treffen, dan kan alsdan daarvoor indien noodzakelijk een nieuw juridisch-planologisch kader worden opgesteld. 2.10. Geluidschermen rondom de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam Adressant 20 verzoekt om langs de gehele Rijkswegen A10 & A2 rondom de hoofd groenstructuur goede geluidschermen te plaatsen. Reactie: Zoals hiervoor onder 2.1 is aangegeven, voorziet dit bestemmingsplan in de uitvoering van deze eerder gemaakte (bestuurlijke) afspraken. In zoverre is er ook geen ruimte om eventuele nieuwe maatregelen waarover nog geen bestuurlijke afspraken zijn gemaakt of financiële dekking bestaat, mee te nemen in dit bestemmingsplan. Als het gemeentebestuur op een later moment besluit om ook op andere locaties extra geluidmaatregelen te willen treffen, dan kan alsdan daarvoor indien noodzakelijk een nieuw juridisch-planologisch kader worden opgesteld. Een dergelijke omvangrijke maatregel voor de groenstructuur (het plaatsen van geluidschermen) valt buiten de scope van dit project. Door het project wordt op zichzelf de bestaande situatie niet in zodanige mate aangetast dat een dergelijke maatregel aan de orde is.
Zie tevens de beantwoording bij punt 2.9. 2.11 Geluidschermen A2 tot met Rozenoordbrug Adressanten 48, 49, 50, 51 & 53 verzoeken om geluidschermen in het gebied vanaf de A2 tot en met de Rozenoordbrug vanwege de geluidsoverlast die zij ervaren of vrezen te gaan ervaren. Reactie: Zoals hiervoor onder 2.1 is aangegeven, voorziet dit bestemmingsplan in de uitvoering van deze eerder gemaakte (bestuurlijke) afspraken. In zoverre is er ook geen ruimte om eventuele nieuwe maatregelen waarover nog geen bestuurlijke afspraken zijn gemaakt of financiële dekking bestaat, mee te nemen in dit bestemmingsplan. Als het gemeentebestuur op een later moment besluit om ook op andere locaties extra geluidmaatregelen te willen treffen, dan kan alsdan daarvoor indien noodzakelijk een nieuw juridisch-planologisch kader worden opgesteld. 18
3.
Groen
Adressanten 1, 2, 3, 5, 9, 10, 19, 22, 23, 25, 26 ,27, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46 en 53 hebben een zienswijze ingediend ten aanzien van het thema groen. 3.1. Groenkwaliteit van het tuinpark Amstelglorie Adressanten 1, 2, 5, 9, 10, 22, 23, 25, 26 ,27, 29, 30, 31, 32, 33, 34 , 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46 en 53 geven aan dat door het ontwerpbestemmingsplan ZuidasZuidasdok de groenkwaliteit van tuinpark Amstelglorie afneemt door de verbreding van de Rijksweg A10 (die komt meters dichterbij Amstelglorie), door de noodzakelijke kap in het talud (toename geluid/fijnstof, afname groen), door toenemende verkeersdruk die bij een verbreding ontstaat en door een toename van het verkeer in het algemeen. Het gevolg zal ook zijn dat de biodiversiteit op tuinpark Amstelglorie afneemt. Adressant 3 geeft aan dat dit overigens zeker niet de laatste veranderingen zullen zijn (zie de a.s. procedure van het 5e en 6e spoor c.a. en de verlenging van de metrolijnen). Daardoor blijft er in feite niets over van de `groene belofte' van het stadsbestuur van Amsterdam. Die beloofde "het slechten van de barrière tussen de stadsdeel Zuid en Buitenveldert annex een nieuw "groen stadspark op de flanken van Zuidasdok".
Adressant betreurt het dat die belofte zonder enige uitleg en noodzaak gebroken wordt en de nadelen van Zuidasdok nog meer de overhand krijgen. Adressant 53 vraagt om het kappen van bomen in dit gebied te compenseren. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze.
19
Het klopt dat de taludbeplanting op deze locatie (extra) wordt aangetast, maar er vindt geen ruimtebeslag plaats op Tuinpark Amstelglorie. Vanwege de aantasting van de begroeiing is in het landschapsplan aandacht besteed aan een robuuste groene inpassing. Er is in de reeds verleende omgevingsvergunning voor het kappen van bomen als mitigerende maatregel voorgeschreven dat in de plantvakken en op de taluds een grotere plantmaat bomen wordt teruggeplaatst. Door de grotere plantmaat ontstaat er sneller een goede begroeiing en gezond leefgebied voor aanwezige diersoorten. Op deze wijze wordt zoveel mogelijk bijgedragen aan het herstellen van een groene Oost-West corridor. De vluchtstrook leidt niet tot meer ruimtebeslag, alleen wordt het talud anders vormgegeven. Door de maatregelen aan de rijksweg in dit wTB 2023 is geen sprake van toename van verkeersdruk ten opzichte van het TB 2016. Met betrekking tot de opmerking over de ‘Groene belofte’ het volgende. Aangenomen wordt dat hierbij wordt verwezen naar het plan om, kort gezegd, de tunneldaken zo groen als mogelijk in te richten. Het plan Daklaan bleek in 2017 niet haalbaar, dat is ook zo gecommuniceerd. Er is gewerkt aan een nieuw plan, het Dokdakpark (of Zuidasdokpark), dat in 2018 is vastgesteld.
Uit dat plan volgt dat een stadspark wordt gerealiseerd op tunnels, zie ook de Omgevingsvisie 2050 – een menselijk Metropool van de gemeente Amsterdam. 3.2. Gevolgen geplande vluchtstrook voor tuinpark Amstelglorie Adressant 5 vraagt de gemeente af te zien van de geplande nieuwe vluchtstrook vanwege de gevolgen voor tuinders in Amstelglorie. De bestaande groenstrook op en tegen het huidige dijklichaam van de Rijksweg A10 zal (grotendeels) verdwijnen en daarmee een belangrijke buffer tegen fijnstof en geluid en de habitat van veel vogels en andere dieren. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit
20
zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Ter hoogte van Tuinpark Amstelglorie voorziet het wTB 2023 in het verlengen van de vluchtstrook langs de noordelijke hoofdrijbaan van de Rijksweg A10 Zuid tot aan de Amstelbrug. Om ruimte te maken voor de vluchtstrook schuift de parallelrijbaan beperkt mee binnen de bestaande begrenzing van het Tracébesluit Zuidasdok (2016). De nieuwe vluchtstrook leidt niet tot meer verkeer. Er is geen sprake van toename van fijnstof. In het Tracébesluit Zuidasdok zijn geluidmaatregelen opgenomen om te voldoen aan de wettelijke normen voor geluid. Deze wettelijke normen zijn alleen van toepassing voor objecten die wettelijk zijn aangewezen als ‘geluidgevoelig’. Hierbij gaat het onder meer om woningen, ligplaatsen voor woonboten, scholen en gebouwen voor gezondheidszorg. Bestemmingen zoals kantoren, bedrijven, verenigingsgebouwen, volkstuincomplexen, tuinparken etc. zijn wettelijk niet aangemerkt als geluidgevoelig. Voor deze bestemmingen gelden daarom geen wettelijke normen voor geluid. Omdat er voor het tuinpark geen wettelijke norm voor geluid geldt, is er ook geen wettelijke aanleiding voor het toepassen van geluidmaatregelen. Wel heeft het tuinpark profijt van de geluidmaatregelen in het Tracébesluit Zuidasdok.
Het gaat daarbij onder andere om de aanleg van een stiller wegdek bestaande uit tweelaags ZOAB (in de bestaande situatie ligt ter hoogte van het tuinpark Amstelglorie het minder stille wegdektype enkellaags ZOAB en dicht asfaltbeton) en een tussenbermscherm van 2 meter hoog deels ter hoogte van het tuinpark Amstelglorie. In het wTB 2023 is, ondanks dat er geen wettelijke geluidnomen gelden voor het tuinpark, onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting ter plaatse van het tuinpark (bijlage B van het akoestische onderzoek). Hieruit volgt dat de geluidbelasting ter plaatse van het tuinpark niet toeneemt ten opzichte van het Tracébesluit Zuidasdok. Uit het akoestisch onderzoek voor het Tracébesluit Zuidasdok bleek dat ter plaatse van het tuinpark de geluidbelasting met enkele decibellen afneemt ten opzichte van de geluidbelasting die op grond van de geluidproductieplafonds van voor het Tracébesluit was toegestaan. Met het wTB 2023 verandert dat dus niet. Wat betreft de groenkwaliteit en biodiversiteit wordt verwezen naar de reactie bij 3.1. 3.3. Gevolgen voor natuurwaarden tuinpark Amstelglorie
21
Adressant 10 geeft aan dat compenserende maatregelen voor het verlies aan natuurwaarden door de sterk verhoogde stikstof- en fijnstofuitstoot op en nabij het tuinpark Amstelglorie ontbreken. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Het klopt dat de taludbeplanting op deze locatie (extra) wordt aangetast, maar er vindt geen ruimtebeslag plaats op Tuinpark Amstelglorie.
Vanwege de aantasting van de begroeiing is in het landschapsplan aandacht besteed aan een robuuste groene inpassing. Er is in de reeds verleende omgevingsvergunning voor het kappen van bomen als mitigerende maatregel voorgeschreven dat in de plantvakken en op de taluds een grotere plantmaat bomen wordt teruggeplaatst. Door de grotere plantmaat ontstaat er sneller een goede begroeiing en gezond leefgebied voor aanwezige diersoorten. Op deze wijze wordt zoveel mogelijk bijgedragen aan het herstellen van een groene Oost-West corridor. De vluchtstrook leidt niet tot meer ruimtebeslag, alleen wordt het talud anders vormgegeven. Door de maatregelen aan de rijksweg in dit wTB 2023 is geen sprake van toename van verkeersdruk ten opzichte van het Tracébesluit Zuidadsok 2016. 3.4. Gevolgen oppervlaktewater tuinpark Amstelglorie Adressant 10 geeft aan dat compenserende maatregelen voor de structurele vervuiling van het oppervlaktewater in de polder van Amstelglorie ontbreken. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het 22
bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. In het algemeen kan het volgende worden opgemerkt. Rijkswaterstaat heeft een zorgplicht volgend uit het Besluit lozingen buiten inrichtingen. Immers, autoverkeer produceert milieubelastende stoffen door verbranding van brandstof, slijtage van voertuigen en slijtage van het wegdek. Verspreiding van die milieubelastende stoffen vindt deels plaats naar de atmosfeer (luchtverontreiniging) en deels via neerslag op het wegdek.
Daarnaast komen door corrosie van het wegmeubilair milieubelastende stoffen vrij, die voor een deel op het wegdek terecht komen en voor een deel verwaaien (droge en natte verwaaiing) naar de naastgelegen berm. Door afstroming met regenwater komen deze verontreinigingen vanaf het wegdek in de naastgelegen berm terecht. Het beleid van Rijkswaterstaat om op grote schaal ZOAB als deklaag op snelwegen toe te passen wordt nu uit oogpunt van kosteneffectiviteit en milieurendement, als afdoende maatregel gezien om het afstromend wegwater in de naastgelegen wegberm te infiltreren. Dit gegeven heeft Rijkswaterstaat gebruikt om invulling te geven aan hun zorgplicht, met het kader afstromend wegwater als resultaat. De hierin uitgewerkte beheersystematiek wordt “good housekeeping” genoemd. Daaruit volgt onder meer dat Rijkswaterstaat periodiek vluchtstroken schoonmaakt, bermen afgeschraapt waarbij het bermschraapsel wordt afgevoerd naar een erkende verwerker, lozingsvoorzieningen (retentiebekkens, rijbaangoten, kolken) aanbrengt en bermsloten opschoont en calamiteitenplannen heeft voor calamiteiten. 3.5. Gevolgen biodiversiteit tuinpark Amstelglorie Adressant 10 geeft aan dat het waarborgen voor 30% biodiversiteitsherstel op Tuinpark Amstelglorie volgens de recent gemaakte internationale afspraken hierover ontbreekt. Reactie:
23
Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Adressant verwijst naar alle waarschijnlijkheid naar het door de Verenigde Naties in december 2022 in Montreal gesloten akkoord over biodiversiteit: In 2030 moet 30% van de aarde beschermd gebied zijn. Het klopt dat de taludbeplanting op deze locatie (extra) wordt aangetast, maar er vindt geen ruimtebeslag plaats op Tuinpark Amstelglorie.
Vanwege de aantasting van de begroeiing is in het landschapsplan aandacht besteed aan een robuuste groene inpassing. Er is in de reeds verleende omgevingsvergunning voor het kappen van bomen als mitigerende maatregel voorgeschreven dat in de plantvakken en op de taluds een grotere plantmaat bomen wordt teruggeplaatst. Door de grotere plantmaat ontstaat er sneller een goede begroeiing en gezond leefgebied voor aanwezige diersoorten. Op deze wijze wordt zoveel mogelijk bijgedragen aan het herstellen van een groene Oost-West corridor. De vluchtstrook leidt niet tot meer ruimtebeslag, alleen wordt het talud anders vormgegeven. 3.6. Ontbreken natuurvergunning Adressant 10 geeft aan dat voor de beoogde planontwikkeling de hiervoor vereiste natuur- en omgevingsvergunningen ontbreken. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen 24
afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Vergunningen en andere toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van Zuidasdok worden tijdig aangevraagd. Dit geldt ook voor natuur- en omgevingsvergunningen die in de zienswijze worden genoemd. Een voorbeeld hiervan is de soortenontheffing op grond van de Wet natuurbescherming die in november 2022 is verleend voor de realisatie van de wijzigingen van het knooppunt De Nieuwe Meer (Ontheffingsaanvraag voor Tracébesluit Zuidasdok (rvo.nl)). Ook voor de wijzigingen van het knooppunt Amstel zullen benodigde vergunningen tijdig worden aangevraagd. 3.7. Gevolgen gezondheid Adressant 19 maakt zich zorgen over de gezondheid van mens en dier (en ook overige natuur) ten gevolge van het toenemende fijnstof en de stikstofproductie. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld.
De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Bij de voorbereiding van het Tracébesluit Zuidasdok is een milieueffectrapport opgesteld waarin effecten van Zuidasdok zijn onderzocht en beschreven, onder andere wat betreft emissie van fijnstof en stikstof. Dit ProjectMER Zuidasdok is samen met het Ontwerptracébesluit Zuidasdok ter inzage gelegd. Voor de vaststelling van het
25
Tracébesluit Zuidasdok en ook voor de later wijzigingen daarvan zijn uitgevoerde onderzoeken waar nodig geactualiseerd. Uit de monitoring van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit blijkt dat de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ruim lager zijn dan de wettelijke grenswaarden. Met een passende beoordeling is vastgesteld dat de maatregelen van het Tracébesluit Zuidasdok geen significante effecten hebben op beschermde natuurgebieden. De maatregelen van het wTB 2023 leiden wat betreft emissie van fijnstof en stikstof niet tot andere effecten dan het Tracébesluit Zuidasdok. De rapportages van de verschillende onderzoeken kunnen worden ingezien bij Platform Participatie (vindplaats: Zuidasdok | Platform Participatie).
4.
Fietsen
Adressanten 8, 11, 14, 20, 48 en 53 hebben een zienswijze ingediend ten aanzien van het thema fietsen. 4.1. Fietspaden - algemeen Adressant 8 geeft aan dat op de verbeeldingen zelfs met een loep niet te zien is waar een autoweg loopt en waar een fietspad. Van Beatrixpark en Amstelpark (amoveren speeltoestel) worden kennelijk stukken afgesnoept waar nu fietspaden liggen. Kan dit niet duidelijker aangegeven worden? Reactie: Het bestemmingsplan wordt in ruimelijkeplannen.nl geprojecteerd op de daarin beschikbare ondergronden. De analoge verbeeldingen maken gebruik van de beschikbare digitale ondergronden. Daar kunnen en mogen geen aanpassingen aan worden gedaan en kan het inderdaad moeilijker leesbaar zijn vanwege de grijze kleur die gebruikt moet worden voor de bestemming ‘Verkeer’. Binnen de bestemming Verkeer zijn eveneens fiets- en voetpaden toegestaan en blijven fiets- en voetpaden behouden of worden conform het tracébesluit gewijzigd. Voor de beoogde uitvoering van de infrastructuur wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023. 4.2. Aangeven locaties autowegen en fietspaden Adressanten 8 en 11 verzoeken duidelijk aan te geven waar autowegen en fietspaden lopen binnen het aangegeven plangebied. En hoe de fietspaden aansluiten op de bestaande fietspaden buiten het plangebied? Reactie: 26
Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. De verbeelding van het bestemmingsplan geeft aan waar de bestemming ‘Verkeer’ is gelegen. Binnen de bestemming ‘Verkeer’ zijn ook fiets- en voetpaden toegestaan, overeenkomstig het Tracébesluit. Uit het Tracébesluit blijkt waar fietspaden komen te liggen en waar die aansluiten op de bestaande fietspaden buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. 4.3.
Fietspad Ouderkerkerdijk Adressant 11 vraagt zich af of het fietspad aan de Ouderkerkerdijk binnen het plangebied valt. Adressant verzoekt om informatie over de realisatie van de fietsstraat en wijziging van de plangrens. In de oude situatie staat keurig de aansluiting van fietspad met het fietspad over de Amstel (kleur bruin). Blijft het fietspad over de Amstel liggen? Of wordt er een nieuw fietspad inclusief het noodzakelijke voetpad gerealiseerd over de Amstel en wie regelt dat? Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover 27
een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Het fietspad aan de Ouderkerkerdijk is binnen het plangebied gelegen en valt zowel in de bestemming ‘Verkeer’ als de bestemming ‘Groen’. Het is niet duidelijk wat bedoeld wordt met de ‘oude situatie’. Wel kan bevestigd worden dat het fietspad over de Amstel behouden blijft. 4.4. Fietspad brug over de Amstel Voor adressanten 8 en 11 is het onduidelijk hoe de oprit langs het Amstelpark naar de brug loopt. Tevens is onduidelijk of de afrit naar de Amstel (is een voetpad) gehandhaafd blijft en hoe het fietspad gaat lopen en wat er van het Amstelpark "afgesnoept" wordt. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure.