CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Nota van beantwoording zienswijzen (anoniem).docx

RAAD 14 november 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Zuidas-Zuidasdok 2023 (VN2024-012742)21.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Het opnemen van de exacte locaties van voet- en fietspaden kan tot belemmeringen leiden voor de uitvoering van het Tracébesluit Zuidasdok en dat is niet toegestaan. Daarom mogen deze niet worden vastgelegd in het bestemmingsplan. Voor de beoogde uitvoering van de infrastructuur wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023. 4.5. Beatrixpark, Groene Zoom en ingang tunnel naar Vivaldistraat Adressanten 8 en 11 vragen zich af hoe de overgang van de Groene Zoom naar het Beatrixpark en de geplande onderdoorgang naar de Vivaldistraat worden ingericht. Het 28

laatste stuk van de Groene Zoom (fietspad en voetpad) valt binnen de plangrens. Hoe loopt dat fiets- en voetpad? Bij de ingang van het tunneltje van het Beatrixpark naar de Vivaldistraat staat in sommige tekeningen een groenblokje (groenbestemming?). Wat betekent dat? Het fietspad loopt daar toch door naar de Prinses Irenestraat? In de plannen van de Zuidas staat er een zuidelijk fietspad gepland van de ingang van het tunneltje naar de Christian Neefestraat (dus langs het dok). Dit voorgestelde fietspad zou genoemd moeten worden. Hetzelfde geldt voor de inrichting van de Christian Neefestraat waar ook een fietspad is gepland. Tevens vragen ze zich af waarom er op die plek een kleine uitstulping is in het plangebied Zuidasdok? Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen.

Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Het opnemen van de exacte locaties van voet- en fietspaden kan tot belemmeringen leiden voor de uitvoering van het Tracébesluit Zuidasdok en dat is niet toegestaan. Daarom mogen deze niet worden vastgelegd in het bestemmingsplan. Voor de beoogde uitvoering van de infrastructuur wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023. De reden voor de kleine uitstulping ter hoogte van het Beatrixpark is dat dit gebied deel uitmaakt van het tracébesluitgebied waarbij wordt afgeweken van de mogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan (Beethoven, tweede fase) hier biedt. Daarom moet dit stukje grond worden meegenomen in het onderhavige bestemmingsplan. 4.6. Brug over de Schinkel 29

Adressant 11 geeft aan dat het voorgestelde fietspad over de Schinkel aan de zuidzijde van de Rijksweg A10 nergens is aangegeven. Graag ook dit voorstel in het bestemmingsplan en de plankaart opnemen. Tevens is in het Mobiliteitsplan Zuidflank een brug opgenomen over de Amstelveenseweg in het verlengde van het fietspad over de Schinkel. Het verzoek is dit fietspad zo aan te brengen dat een verlenging op hoogte naar de toekomstige brug goed mogelijk is. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan.

Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Het opnemen van de exacte locaties van voet- en fietspaden kan tot belemmeringen leiden voor de uitvoering van het Tracébesluit Zuidasdok en dat is niet toegestaan. Daarom mogen deze niet worden vastgelegd in het bestemmingsplan. Voor de beoogde uitvoering van de infrastructuur wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023. 4.7. Fietsstraat Ouderkerkerdijk Adressanten 14 en 53 hebben bezwaar tegen de fietsstraat met auto te gast bij een gedeelte van de Ouderkerkerdijk (ter hoogte van de trainingscentra). Net als bij de rest van de Ouderkerkerdijk rijden er te veel auto’s. Ontsluiting zou via het bredere fietspad over de A2 moeten. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig 30

zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Een bestemmingsplan is een ruimtelijk kader waarin bestemmingen mogelijk gemaakt worden op basis van een goede ruimtelijke ordening. Een bestemmingsplan is niet zo gedetailleerd dat er geregeld wordt waar bijvoorbeeld fietsstraten en drempels worden gerealiseerd. Ter toelichting. Het toepassingscriterium voor een goede fietsstraat is een maximale intensiteit van 100 motorvoertuigen per uur. De Ouderkerkerdijk voldoet daaraan. Dat blijkt uit het Verkeersmodel Amsterdam (VMA), versie 4.51. Ook in een toekomstscenario met een hoge groei blijft de verwachte verkeersintensiteit in 2040 onder de 100 motorvoertuigen per uur.

Daarnaast is voor een fietsstraat een lage snelheid voor het autoverkeer gewenst (maximaal 60 km/h), in combinatie met inrichtingselementen die deze lage snelheid waarborgen. Het ontwerp voor de Ouderkerkerdijk voorziet hierin. Ook is met een breedte van 5 m gekozen voor een 'brede variant' zoals door CROW wordt aanbevolen voor fietsstraten buiten de bebouwde kom. 4.8. Fietsafrit Rozenoordbrug Adressant 14 geeft aan dat een goed plan voor de fietsafrit bij de Rozenoordbrug naar de Ouderkerkerdijk ontbreekt. Deze is momenteel veel te stijl en de hoeken te scherp, erg gevaarlijk bij het nemen van de bocht onderaan de afrit in verband met de permanent te hard rijdende auto's op de dijk. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De 31

gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Het hoogteverloop en de aansluiting op de Ouderkerkerdijk is in het Tracébesluit en de daaropvolgende wijzigingsbesluiten gelijk gebleven. Het voldoet aan de geldende normen en regelgeving met betrekking tot verkeersveiligheid. Er zijn meerdere vlakke stukken in het fietspad opgenomen om makkelijker snelheid te kunnen verminderen. Ook de aansluiting op de Ouderkerkerdijk is erop gericht om de snelheid van de weggebruikers te verminderen om daarmee een veilige aansluiting te kunnen realiseren. Het toepassen van een veel ruimere bocht zou juist snelheidsverhogend werken en een negatief effect hebben op de verkeersveiligheid. Het verschil is dat er in het wijziging Tracébesluit 2023 sprake is van een fietsstraat in plaats van een vrij liggend fietspad in het Tracébesluit 2016.

Vanwege de grotere breedte van deze fietsstraat in vergelijking met het fietspad, in combinatie met de lage verkeersintensiteiten van het autoverkeer en daarnaast de goede zichtlijnen, is hier geen sprake van een verslechterde verkeersveiligheid. 4.9. Fietsstraat Korte Ouderkerkerdijk en de Jan Vroegopsingel Adressant 20 geeft aan dat op de Korte Ouderkerkerdijk en de Jan Vroegopsingel te hard wordt gereden en verzoekt om hier een fietsstraat van te maken en drempels te verhogen. Adressant 48 stelt voor om van de hele Ouderkerkerdijk een fietsstraat te maken. Wanneer het wegdek fietspadkleurig wordt, is de trigger om daar hard te rijden minder. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover 32

een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Een bestemmingsplan is een ruimtelijk kader waarin bestemmingen mogelijk gemaakt worden op basis van een goede ruimtelijke ordening. Een bestemmingsplan is niet zo gedetailleerd dat er geregeld wordt waar fietsstraten en drempels worden gerealiseerd.

5.

Stikstof

Adressanten 3 en 4 hebben een zienswijze ingediend ten aanzien van het thema stikstof. 5.1. Stikstofdepositie Volgens adressanten 3 en 4 staat niet vast dat de stikstofdepositie van de bouwactiviteiten wegvalt tegen de autonome ontwikkelingen. De stelling dat de depositie kleiner is in de aanlegfase is willekeurig en niet onderbouwd. (4.3 Passende beoordeling en 4.2.2 Voortoets). Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze.

Het Tracébesluit Zuidasdok geldt op grond van de Tracéwet en de Wet natuurbescherming als natuurtoestemming. De passende beoordeling van het Tracébesluit Zuidasdok heeft betrekking op de gebruiksfase en op de aanlegfase. Bij de gebruiksfase gaat het met name om netwerkeffecten, bijvoorbeeld op de Rijksweg A10 Noord en de ten noorden daarvan gelegen Natura 2000 gebieden. De gebruiksfase en de aanlegfase hebben hetzelfde potentiële effect met dezelfde gevolgen en de toename van stikstofdepositie in de aanlegfase is kleiner dan in de gebruiksfase. Om deze redenen 33

omvat de passende beoordeling één beschrijving van de veranderingen als gevolg van het maximale effect, de verandering van depositie van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Verwezen wordt hierbij naar par. 4.3.1 (p. 18) van de passende beoordeling, die als bijlage 6 is gevoegd bij de toelichting van het Tracébesluit Zuidasdok. Op grond van de passende beoordeling is geconcludeerd dat significante effecten op Natura 2000gebieden zijn uitgesloten. Het wTB 2023 leidt ten opzichte van het Tracébesluit Zuidsdok niet tot een andere beoordeling van de gebruiksfase. Het wijzigen van de invoeger S108 in de noordelijke rijbaan van de Rijksweg A10 Zuid is de enige wijziging van de wegconfiguratie. Deze wijziging leidt niet tot een relevante toe- of afname van verkeer op de Rijksweg A10 Zuid en in het netwerk. Bij de aanvullende vluchtstroken is dat ook niet het geval. Andere onderdelen van het wTB 2023 hebben in het geheel geen betrekking op de wegconfiguratie. Het wTB 2023 leidt ten opzichte van het Tracébesluit Zuidasdok ook niet tot een andere beoordeling van de aanlegfase. Dit blijkt uit de uitgevoerde AERIUS-berekening waaruit blijkt dat er géén stikstofdepositie optreedt in de aanlegfase door de wijzigingen uit het wTB 2023. Deze AERIUS-berekening en de toelichting daarop zijn als bijlage 4 opgenomen bij de toelichting van het wTB 2023.

Voor de extra geluidschermen die ingevolge dit bestemmingsplan worden toegevoegd, geldt dat eveneens Aeriusberekeningen voor de aanleg zijn uitgevoerd. Deze zijn als bijlage 14 toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan. 5.2. Stikstofonderzoek aanlegfase en cumulatie Adressanten 3 en 4 zijn van mening dat het heel onwaarschijnlijk is dat er gedurende de aanlegfase geen of te verwaarlozen zouden zijn gezien de gigantische omvang van de bouwfase. Met ook de cumulatie van milieuoverlast door grootschalige (woning)bouwprojecten die staan gepland voor Zuidas. Reactie: Zie de beantwoording bij punt 5.1. 5.3. Stikstofschade Adressanten 3 en 4 geven aan dat de stikstofschade in Natura 2000 en NNN-gebieden veel ernstiger is dan wordt aangenomen en de invloeden van de nadelige effecten zijn nog tot op grote afstand waarneembaar en zullen nog verder versterkt worden door de voorgestelde wijzigingen van het wTB en wBP.

34

Reactie: Zie de beantwoording bij punt 5.1. 5.4. Stikstofonderzoek aanlegfase Adressanten 3 en 4 geven aan dat bij de totstandkoming van het Tracébesluit de stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase niet is onderzocht en beoordeeld en ook nu is dat niet gedaan. Redenen genoeg om nu eindelijk onderzoek te doen naar de effecten van stikstofdepositie tijdens de aanlegfase van het Zuidasdok. Reactie: Zie de beantwoording bij punt 5.1.

6.

Water

Adressant 21 heeft een zienswijze ingediend ten aanzien van het thema water. 6.1. Toename verhard oppervlak Voor adressant is het onduidelijk in hoeverre in het onderhavige plan de toename van verhard oppervlak in relatie met de te nemen maatregelen volstaat. Deze duidelijkheid is nodig. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. De enige aanvullingen die in dit bestemmingsplan worden geregeld is een aantal geluidschermen.

Die worden overigens gesitueerd op plekken waar in het Tracébesluit Zuidasdok al verhardingen zijn voorzien, zodat geen sprake is van een toename van

35

verharding vanwege het bestemmingsplan. Voor de wateraspecten wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023. 6.2. Doelstellingen bodem, water en klimaat Adressant geeft aan dat er een algemene doelstelling ontbreekt op het gebied van bodem, water, klimaat. Reactie: Zie de beantwoording bij punt 6.1. 6.3. Schinkelbruggen Adressant geeft aan dat paragraaf 3.3.1. de tekst ‘De bruggen over de Schinkel worden als volgt aangepast:’ aanvullen met: 3) wijzigingen van de voorzieningen t.b.v. veiligheid en bereikbaarheid van de Schinkelsluizen. Reactie: Deze paragraaf handelt over de zaken die in het bestemmingplan zijn opgenomen. Het wTB 2023 maakt inderdaad wijzigingen van de voorzieningen voor de scheepvaart van en naar de Nieuwemeersluis mogelijk. Maar omdat deze aanpassingen binnen de vigerende bestemmingsplannen passen, zijn die niet meegenomen in het onderhavige bestemmingsplan. Reden om dit aspect ook niet te benoemen in de toelichting van het bestemmingsplan. 6.4. Rijksbeleid Adressant geeft aan dat het volgende vigerende rijksbeleid ontbreekt in het bestemmingsplan: Bestuursakkoord water, Kamerbrief Water en bodem sturend, Kader Richtlijn Water en Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld.

De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, 36

tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Het opnemen van het vigerend waterbeleid is gelet hierop niet relevant. Voor de wateraspecten wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023. 6.5. Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 Adressant geeft aan dat wordt gesteld: ‘de omgevingsverordening bevat geen regels voor onderhavig bestemmingsplan en heeft daarmee geen gevolgen voor het plangebied.‘ In

de

omgevingsverordening

zijn

regels

opgenomen

voor

waterveiligheid,

overstromingsrisico's en wateroverlast die een impact kunnen hebben op de uitwerking van het bestemmingsplan. Het verzoek is om dit nader toe te lichten in relatie tot het gestelde. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Het opnemen van het vigerend (provinciaal) waterbeleid is gelet hierop niet relevant. Voor de wateraspecten wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023. 6.6.

Regionaal beleid Adressant geeft aan dat het beleidsdocument ‘Gebiedsperspectief & Beeldkwaliteit Amstelscheg’ ontbreekt.

37

Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Het opnemen van het vigerend beleid is gelet hierop niet relevant. Voor de betreffende aspecten wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023. 6.7.

Beleid gemeente Adressant geeft aan dat het volgende vigerende gemeentelijke beleid ontbreekt in het bestemmingsplan: Het bestemmingsplan grondwaterneutrale kelders, De hemelwaterverordening en het Omgevingsprogramma Riolering, inclusief Rainproof en ontwateringsnorm voor de openbare ruimte (geen schade bij bui van 70 mm/ 1 uur). Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan.

38

Het opnemen van het vigerend waterbeleid is gelet hierop niet relevant. Voor de wateraspecten wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023. 6.8. Beleid waterschap Adressant geeft aan dat het vigerende kader van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht in zijn geheel ontbreekt. Er moet een gedegen opsomming van alle relevante beleidsstukken worden opgenomen. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Het opnemen van het vigerend waterbeleid is gelet hierop niet relevant.

Voor de wateraspecten wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023. 6.9. MER-onderzoek Volgens adressant ontbreekt een beschouwing of doorkijk wat de consequenties kunnen zijn over het feit dat de MER al ruim 7 jaar oud is. Gezien de huidige situatie en beleidswijzigingen is een beschouwing op zijn plaats. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De 39

gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. De minister heeft beoordeeld of het milieueffectrapport redelijkerwijs ten grondslag kan worden gelegd aan het wTB 2023 of dat het moet worden geactualiseerd. Voor de aspecten geluid, natuur, landschap en water heeft aanvullend onderzoek plaatsgevonden. De overige aspecten zijn beoordeeld op basis van expert judgement. De resultaten hiervan zijn weergegeven in de toelichting bij het wTB 2023. Over het algemeen is sprake van slechts geringe verschillen in effecten. De conclusies uit het milieueffectrapport wijzigen niet door de effecten van maatregelen van het wTB 2023. Het eerdere milieueffectrapport kan ten grondslag worden gelegd aan wTB 2023.

Uit het milieueffectrapport, de daaraan ten grondslag liggende deelrapporten, de Rapportage Actualisatie Milieu informatie en de onderzoeken voor het wTB 2023 blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor de aanpassingen van de Rijksweg A10 Zuid en de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel zoals in het TB 2016 en het wTB 2023 zijn vastgelegd. Tevens wordt verwezen naar par. 3.1 van de toelichting bij het wTB 2023, waar dit nader is beschreven. In het nieuwe deelrapport Water wordt uitgebreid ingegaan op de impact van nieuwe wetgeving en beleid. 6.10. Toename verhard oppervlak Schinkelbruggen Adressant geeft aan dat gesteld wordt dat de extra geluidschermen niet leiden tot een ander effect dan de beschouwing uit het Tracébesluit. Echter heeft de wijziging ook betrekking op een toename van verhard oppervlak en de aanpassingen bij de Schinkelbruggen. Deze wijzigingen hebben wel een effect op het thema water: oppervlaktewater, waterkwaliteit, grondwater en nautisch beheer. Adressant vraagt de effecten hiervan in het bestemmingsplan beschrijven zodat kan worden getoetst aan de beleidslijnen van o.a. de kamerbrief Water & Bodem Sturend. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld.

De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde 40

onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. De enige aanvullingen die in dit bestemmingsplan worden geregeld is een aantal geluidschermen. Die worden overigens gesitueerd op plekken waar in het Tracébesluit Zuidasdok al verhardingen zijn voorzien, zodat geen sprake is van een toename van verharding vanwege het bestemmingsplan. Voor de wateraspecten wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023. 6.11. Natuur Adressant geeft aan dat er niets is opgenomen over het versterken van de ecologische waarde binnen het gebied, zowel boven als onder water. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit.

Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. De enige aanvullingen die in dit bestemmingsplan worden geregeld is een aantal geluidschermen. Die worden overigens gesitueerd op plekken waar in het Tracébesluit Zuidasdok al verhardingen zijn voorzien, zodat geen sprake is van een toename van verharding vanwege het bestemmingsplan. Voor de wateraspecten wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023.

41

Voor het eventueel versterken van de ecologische waarden wordt verwezen naar het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023. 6.12. Doorvaarthoogtes Adressant geeft aan dat In paragraaf 7.2d het volgende is opgenomen: “Overeenkomstig de uitmeet- en flexibiliteitsbepaling van het Tracébesluit is opgenomen dat de begrenzing van de hoofdrijbanen in het verticale vlak met 2 meter omhoog en naar beneden zonder nader te nemen besluit kan worden overschreden.” Dit kan mogelijk een conflict geven met de doorvaarthoogtes van de Schinkelbruggen en/of de bruggen over de Amstel. Hoe worden de benodigde doorvaarthoogtes gewaarborgd met het bestemmingsplan? Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen.

Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. De in acht te nemen doorvaarthoogtes zijn opgenomen in het Tracébesluit Zuidasdok en de wijzigingen daarvan van 2016, 2017 en 2023. In artikel 4.2, sub c, onder 3, van het bestemmingsplan zijn eveneens deze doorvaarthoogtes opgenomen. 6.13. Artikelsgewijze toelichting Adressant geeft aan dat in artikel 7 het volgende wordt gesteld: “ter plaatse van de waterkering geldt dan ook geen algeheel bouwverbod. Wel dienen bouwinitiatieven aan de keur te worden getoetst. “ Het verzoek is om dit artikel anders te omschrijven: ter plaatse van de waterkering en de kernzone geldt een algemeen bouwverbod. Afwijkingen op dit bouwverbod kunnen via een watervergunning worden aangevraagd. 42

In de toelichting zou de ontwateringsdiepte moeten worden opgenomen. De ontwateringsdiepte is door gemeente Amsterdam vastgesteld op 90 centimeter als duurzame norm voor een robuuste maaiveldhoogte. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Het opnemen van het tekstvoorstel kan tot een belemmering leiden voor de uitvoering van het Tracébesluit Zuidasdok en dat is niet toegestaan. Reden om het tekstvoorstel niet over te nemen in dit bestemmingsplan.

7.

Hinder tijdens de bouw

Adressanten 3, 4 en 13 hebben een zienswijze ingediend ten aanzien van het thema hinder tijdens de bouw. Het aspect hinder tijdens de bouw heeft geen relatie met het bestemmingsplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. 7.1. Bouwmethoden Adressanten 3 en 4 geven aan dat het niet vaststaat dat ondernemers zullen kiezen voor bouwmethoden die een minimale overlast voor de omgeving veroorzaken, in het bijzonder voor geluidgevoelige woningen zoals die van de nabijgelegen Irenebuurt. In het oorspronkelijke Tracébesluit en bestemmingsplan, werd gekozen de aannemer beperkingen op te leggen t.a.v. overlast veroorzakende bouwmethoden, die zijn nu losgelaten. Reactie: 43

Bouwwerkzaamheden brengen onvermijdelijk hinder met zich mee. Om de hinder voor de directe omgeving, OV-reizigers en het wegverkeer te beperken, worden maatregelen genomen. De aannemers moeten voldoen aan specifieke wet- en regelgeving ter voorkoming van hinder en in het bouwcontract worden eisen opgenomen over het beperken van hinder. De aannemer van de tunnel wordt al in de aanbestedingsfase uitgedaagd om met oplossingen te komen om de hinder voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Ook de toekomstige aannemer wordt in het bouwcontract met eisen over geluid, stof, verkeer, trillingen, wegafsluitingen en veiligheid uitgedaagd om het project te bouwen met zoveel mogelijk oog voor de omgeving. Deze eisen zijn niet losgelaten. Ook de aannemer en Zuidasdok werken het liefst op doordeweekse dagen tijdens kantooruren. Naast het feit dat de hinder dan over het algemeen als minder heftig wordt ervaren, is het ook eenvoudiger aan voldoende personeel te komen en is het werk goedkoper. Maar aangezien de stationsverbouwing en later ook de tunnelbouw en snelwegverbreding in zo'n druk gebruikt gebied moeten plaatsvinden, is het vanwege de veiligheid vaak noodzakelijk de meest verkeersluwe momenten te kiezen of de tijdstippen dat er geen of een minimaal aantal reizigers het station gebruikt. Werkzaamheden die geluidshinder kunnen veroorzaken vinden dan plaats tot uiterlijk 21.00 uur.

De maatregelen van het wTB 2023 leiden wat betreft de bouwfase niet tot andere effecten dan het Tracébesluit 2016. In de afgelopen jaren is afscheid genomen van aanneemcombinatie ZuidPlus die Zuidasdok in zijn totaliteit zou bouwen. Zuidasdok wordt nu in afzonderlijke contracten opnieuw aanbesteed. Elke aannemer wordt echter in het bouwcontract met eisen over geluid, stof, verkeer, trillingen, wegafsluitingen en veiligheid uitgedaagd om het project te bouwen met zoveel mogelijk oog voor de omgeving. Zuidasdok schrijft niet een bepaalde bouwmethode voor, maar stuurt naast voortgang ook op bouwtechnieken die zo min mogelijk hinder opleveren voor de omgeving. 7.2. Overlastbeperkingen Andressanten 3 en 4 geven aan dat het loslaten van allerlei milieueisen en overlastbeperkingen betekent dat het oorspronkelijke TB en bestemmingsplan achterhaald zijn en in feite ongeldig. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het 44

bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. Door de minister is beoordeeld of het milieueffectrapport redelijkerwijs ten grondslag kan worden gelegd aan het wTB 2023 of dat het moet worden geactualiseerd. Voor de aspecten geluid, natuur, landschap en water heeft aanvullend onderzoek plaatsgevonden. De overige aspecten zijn beoordeeld op basis van expert judgement. De resultaten hiervan zijn weergegeven in de toelichting bij het wTB 2023. Over het algemeen is sprake van slechts geringe verschillen in effecten. De conclusies uit het milieueffectrapport wijzigen niet door de effecten van maatregelen van het wTB 2023.

Het eerdere milieueffectrapport kan ten grondslag worden gelegd aan wTB 2023. Uit het milieueffectrapport, de daaraan ten grondslag liggende deelrapporten, de Rapportage Actualisatie Milieu informatie en de onderzoeken voor het wTB 2023 blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor de aanpassingen van de Rijksweg A10 Zuid en de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel zoals in het TB 2016 en het wTB 2023 zijn vastgelegd. Tevens wordt verwezen naar par. 3.1 van de toelichting bij het wTB 2023, waar dit nader is beschreven. In het nieuwe deelrapport Water wordt uitgebreid ingegaan op de impact van nieuwe wetgeving en beleid. 7.3. Mitigatiemaatregelen water Adressant 13 vraagt zich af wanneer en welke mitigerende maatregelen voor de waterhuishouding getroffen zullen worden. Wordt de directe omgeving hiervan op de hoogte gesteld en betrokken bij het overleg? De waarden van de peilbuizen moeten regelmatiger dan nu het geval is doorgegeven worden op de website. Dit geldt voor de Beethovenstraat en de Irenebuurt. Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het 45

bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. De aanpassingen aan de weginfrastructuur in het TB 2016 vormen onderdeel van de gehele ontwikkeling van Zuidasdok. Naast de aanpassingen aan de weginfrastructuur maken aanpassingen rond het treinstation Amsterdam Zuid daarvan onderdeel uit. Waterhuishouding heeft binnen het programma een hoge prioriteit. Zuidasdok is namens de gemeente Amsterdam, Rijkswaterstaat en ProRail verantwoordelijk voor het bewaken van een goede waterhuishouding binnen het plangebied van het TB Zuidasdok.

Alle aspecten die betrekking hebben op de waterhuishouding (oppervlaktewater, hemelwater, grondwater en waterveiligheid) worden daarom integraal beschouwd voor de bovengenoemde ontwikkelingen in het gebied. In de ontwerpen van de hiervoor genoemde ontwikkelingen worden maatregelen opgenomen zodat er geen nadelige gevolgen optreden voor de omgeving. Het ontwerp van (maatregelen voor) de waterhuishouding wordt grotendeels voorbereid door de projectorganisatie en voorgeschreven aan de aannemer. Er is dus weinig ontwerpvrijheid voor de aannemer op het gebied van de waterhuishouding. De projectorganisatie Zuidasdok heeft daarvoor meerdere modellen gemaakt, zodat de effecten van de bouw van de tunnel, het station en aansluitende wegen kunnen worden berekend. Maatregelen worden ook worden voorgeschreven door het bevoegd gezag en in vergunningen vastgelegd. De gemeente Amsterdam en Waterschap Amstel Gooi en Vecht hebben via Waternet een toetsende rol. Waternet toetst alle modellen die worden uitgebracht. Na een positieve toets worden de modellen gebruikt voor het bepalen van maatregelen. Na vaststelling van het Tracébesluit Zuidasdok is buiten het plangebied, binnen de afzonderlijke polders, oppervlaktewater gerealiseerd in de vorm van sloten en 46

waterplassen. Deze watercompensatie is vastgelegd in bestemmingsplannen, zodanig dat een directe relatie ontstaat tussen de watercompensatie binnen en buiten het plangebied en dat duidelijk wordt dat het nieuwe oppervlaktewater is gerealiseerd om Zuidasdok mogelijk te maken. De waterbergingsboekhouding van Zuidas houdt bij wat al is gecompenseerd en wat nog gecompenseerd moet worden. Dit principe is niet gewijzigd in het wTB 2023. De relatief kleine aanpassingen in het watersysteem door het wTB 2023 hebben geen negatieve gevolgen. Er wordt nog een verdiepingsslag gedaan om inzichtelijk te maken hoeveel compensatie voor de eindsituatie nodig is en hoeveel voor de bouwfase. Daarover vindt overleg plaats met Waternet. Als deze informatie bekend is, wordt dit ook verwerkt in de waterbergingsboekhouding. Paragraaf 3.2 van het Rapport Water bij het wTB 2023 is aangevuld met de resultaten van de hydrologische analyse van de verschillende stadia van ontwikkeling van Zuidas. Daaruit blijkt dat tijdens de bouwfase de situatie enigszins verslechtert, maar nog steeds voldoet aan de geldende afvoernormen. 7.4. Luchtkwaliteit Adressant 13 stelt vast dat er een negatief effect is ter plaatse van de tunnelmonden. Adressant vraagt een verklaring voor "De A-10 varianten die per saldo neutraal zijn beoordeeld voor het railverkeer". Het railverkeer maakt geen gebruik van de Rijksweg A10.

Deze verslechtering van de luchtkwaliteit kan voor het gebied buiten het Centrum niet vallen onder een verbetering. Reactie: Dit onderdeel van de zienswijze raakt aan par. 5.2 van de toelichting van het bestemmingsplan, waarin de bevindingen van het projectMER voor Zuidasdok worden beschreven. De tekst over luchtkwaliteit is toegesneden op de realisatie van de OVT. De OVT valt echter binnen het plangebied van het in 2016 vastgestelde bestemmingsplan Zuidasdok en niet binnen het plangebied van het onderhavig (ontwerp)bestemmingsplan. Adressant merkt terecht op dat de tekst niet van toepassing is op het gebied aan weerszijden van de tunnels. De tekst zal worden aangepast. 7.5. Herplant bomen Adressant 13 merkt op dat de herplant van de 4000 bomen in het Zuidasdokgebied niet worden genoemd. Adressant vraagt een update over de resterende plantruimte tussen spoor en snelweg n.a.v. technische eisen m.b.t. de afstand van de beplanting t.o.v. weg en spoor en de verminderde ruimte voor de gewenste beplanting rond het OVT. 47

Reactie: Het bestemmingsplan dient overeenkomstig het Tracébesluit Zuidasdok te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dus geen mogelijkheden om in het bestemmingsplan af te wijken van het Tracébesluit, tenzij deze afwijkingen niet strijdig zijn met het Tracébesluit. Ook de in het kader van het Tracébesluit Zuidasdok uitgevoerde onderzoeken zijn daarmee een gegeven in de bestemmingsplanprocedure. De gemeenteraad heeft in dit kader dus geen bevoegdheid tot het maken van een eigen afweging, bijvoorbeeld over de verbreding van de Rijksweg A10 in het algemeen, het aanleggen van de tunnels of de hoogte van de wettelijke geluidschermen. Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet onderschrijft het voorstaande door te bepalen dat voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het Tracébesluit zienswijzen geen betrekking kunnen hebben op dat deel van het ontwerpplan. Volledigheidshalve wordt hieronder inhoudelijk gereageerd op de zienswijze. De inzichten over herplant zijn niet anders dan waarvan in het Tracébesluit Zuidasdok en de verleende omgevingsvergunning voor het kappen van bomen is uitgegaan. In de omgevingsvergunning is voorgeschreven dat in de plantvakken en op de taluds bomen met een grotere plantmaat worden teruggeplaatst. Door de grotere plantmaat ontstaat sneller een goede begroeiing. Bij de herplant wordt rekening gehouden met relevante eisen.

Met verminderde ruimte rond de OVT lijkt adressant te doelen op de aanleg van een 5e en 6e treinspoor. De planuitwerking hiervoor moet nog plaatsvinden en verminderde ruimte voor herplant moet in dat kader worden beoordeeld en indien nodig gecompenseerd. 7.6. Belangrijke nadelige gevolgen natuur Adressant 13 mist wie aansprakelijk gesteld kan worden als tijdens de bouw en de eerste jaren daarna blijkt dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu/de natuur zijn. Hieronder valt ook eventuele schade door een waterprobleem voor bewoners in de directe omgeving. Verschillende flatgebouwen in de Beethovenstraat en Irenebuurt zijn gebouwd op houten palen, waarvan de koppen niet droog mogen komen te staan. Reactie: In het geval van bouwschade zijn de bepalingen over onrechtmatige daad in het Burgerlijk Wetboek het juridisch kader en bouwschade dient volledig te worden hersteld of vergoed. Bij bouwschade gaat het om schade die tijdens bouwwerkzaamheden ontstaat aan een gebouw of een andere zaak van een derde. Bouwschadeclaims worden behandeld door de aannemer van het bouwcontract. 48

Voor nadeelcompensatie hebben de gemeente Amsterdam en Zuidasdok een gezamenlijk schadeloket ingericht. Via het schadeloket worden verzoeken in behandeling genomen en wordt de indiener geholpen om gebruik te maken van de juiste schaderegeling. Voor schade door realisatie van ontwikkelingen uit het bestemmingsplan is de ‘Algemene Verordening Nadeelcompensatie’ (www.amsterdam.nl) vastgesteld. Voor schade door realisatie van ontwikkelingen uit het Tracébesluit is de ‘Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019’ vastgesteld. 7.7. Cumulatie bouwprojecten Volgens adressant 13 moet ter voorkoming van te verwachten overlast bij de cumulatie van veel bouwprojecten als eis worden gesteld: bij slopen en bouwen het volledige "BLVCkader Zuidas voor bouwactiviteiten en werken in de openbare ruimte" + niet werken op zondag (alleen ontheffing met verleende vergunning) + handhaving + monitoring geluid en grondwater. Reactie: Voor de bouw van het project Zuidasdok is een vergunning vereist op grond van de Verordening werken in de openbare ruimte (WIOR) van de gemeente Amsterdam. De afspraken over de bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie (BLVC) bij projecten zijn met de WIOR publiekrechtelijk vastgelegd. Als onderdeel van de aanvraag dient door de aannemer een BLVC-plan te worden opgesteld.

Op basis van de WIORverordening kan op overtredingen rondom werk in uitvoering worden gehandhaafd. Vergunningplichtige bouwactiviteiten moeten voor het geluid van bouw- en sloopwerkzaamheden verder voldoen aan het toetsingskader van het Bouwbesluit 2012. Het Bouwbesluit stelt eisen aan de geluidsniveaus vanwege bouw- en sloopwerkzaamheden op geluidsgevoelige gebouwen en terreinen. Uitgangspunt is dat bouw- en sloopwerkzaamheden op werkdagen en op zaterdag tussen 07:00 en 19:00 uur worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag, de vergunningverlener, kan van deze eisen ontheffing verlenen mits bij de uitvoering gebruik wordt gemaakt van de best beschikbare technieken. De afwegingen met betrekking tot aanvaardbare hinder en het eventueel toepassen van hinderbeperkende maatregelen komen onder meer in de besluitvorming rondom de omgevingsvergunning aan de orde. De borging van de uitvoering van deze maatregelen geschiedt via handhaving van de voorwaarden die bij de vergunningen worden gesteld, evenals aan de hierboven genoemde algemene regels die gelden bij de uitvoering van bouw- en sloopwerken.

49

8.

Reclamemast

Adressant 7 heefteen zienswijze ingediend ten aanzien van de aanwezige reclamemast langs de Rijksweg A10-west. 8.1.Reclamemast: zorgplicht gemeente Het ontwerpbestemmingsplan heeft gronden aangewezen voor de bestemming "Groen" en "Verkeer" waarbij is voorzien in 5 meter hoge zijbermschermen ter hoogte van de reclamemast en waarbij is afgezien van verdere detaillering of specificering. Adressant is van mening dat de gemeente voorbijgaat aan de zorgplicht jegens adressant en aan de nakomingsverplichting voor wat betreft het voldoen aan de huurovereenkomst tussen partijen, te weten het waarborgen van de zichtbaarheid van de reclameschermen zoals deze bestond op 1 juli 1994. Reactie: De gemeente heeft in 1994 een huurovereenkomst afgesloten met de adressant voor het exploiteren van de reclamemast nabij de Anthony Fokkerweg/Henk Sneevlietweg langs de Rijksweg A10. De huurovereenkomst is sindsdien elke 10 jaar verlengd, waarvan de laatste verlenging zal komen te vervallen op 31 december 2023. In 2020 is alsnog besloten tot een definitief laatste verlenging tot 31 december 2024, waarna het contract van rechtswege eindigt.

In de privaatrechtelijke overeenkomst met adressant is opgenomen dat de gemeente zich zal inspannen dat de reclamemast zichtbaar blijft zoals bij het aangaan van het contract en dat indien de zichtbaarheid van de reclamemast niet meer voldoet aan dat criterium, de huurder het recht heeft te ontbinden. Adressant kan er gerust op zijn dat gedurende de resterende looptijd van het contract niets zal veranderen aan de inspanningsplicht van de gemeente. Wel moet in dat verband op worden gewezen dat de privaatrechtelijke overeenkomst met de adressant er niet toe leidt dat de gemeente geen uitvoering meer kan geven aan publiekrechtelijke besluiten. Gelet op de zorgplicht naar de adressant kan worden meegedeeld dat al in 2010 kennis van is gegeven dat de gemeente zich aan het beraden is op het toekomstige gebruik van de locatie aan de Henk Sneevlietweg. Ook recent heeft de gemeente desgevraagd nogmaals op gewezen dat er niet wordt overgegaan tot het verlengen van bestaande overeenkomsten. Voor de volledigheid wordt vermeld dat indien toch besloten wordt tot exploitatie van een nieuwe reclamemast op de locatie, dat hierop de wettelijke aanbestedingsregels van toepassing zijn. Vooralsnog is er geen formeel besluit, maar het bevoegd gezag zal binnen afzienbare tijd hierover een beslissing nemen. De door het College vastgestelde project50

nota Schinkelkwartier, die voorziet in bebouwing, zal naar verwachting meewegen in deze beslissing. 8.2. Reclamemast: belangen van exploitant Adressant is van oordeel dat met het voorliggende ontwerpbestemmingsplan uit oogpunt van rechtszekerheid en zorgvuldigheid geen recht wordt gedaan aan haar belangen en dat de gemeenteraad geen blijk geeft van een behoorlijke en kenbare afweging van alle bij het plan betrokken belangen. Reactie: De gemeente heeft bij de plannen voor Schinkelkwartier de belangen van alle betrokkenen, waaronder adressant, zorgvuldig meegenomen. Het uitgangspunt bij de afweging van de belangen van adressant is de definitieve einddatum van het contract. De beoogde ontwikkelingen in Schinkelkwartier zijn voorzien in de periode hierna. Daarmee wordt uitgesloten dat adressant nadeel zal ondervinden van de beoogde ontwikkelingen. 8.3. Zicht op reclamemast Het informatieve karakter van de reclamemast langs de Rijksweg A10-west in beide richtingen moet volledig en onbelemmerd worden behouden.

Dit houdt in dat in het bestemmingsplan wordt bepaald dat in de nabijheid, althans binnen de huidige vrije zichtzone ‘s, van de reclamemast ten opzichte van beide rijrichtingen geen bouwkundige voorzieningen als (geluid)schermen, afscheidingen en ander obstakels en/of hoog opgaande beplantingen en/of bomen worden geplant die, direct of op termijn, de zichtbaarheid en daarmee de functionaliteit van de mast kunnen aantasten. Reactie: Zoals in de beantwoording bij punt 8.1 is aangegeven heeft de gemeente een inspanningsplicht om ervoor te zorgen dat de reclamemast goed zichtbaar blijft vanaf de Rijksweg A10. Om die reden is bij de fasering van de plannen voor Schinkelkwartier rekening gehouden met de lopende contracten. Naar verwachting bevinden de plannen voor het aanbrengen van de geluidschermen zich op de vervaldatum van het contract met adressant nog verre van de realisatiefase. 8.4.Reclamemast Voor zover de geluidschermen, gelet op de toekomstplannen van de gemeente voor het gebied, toch noodzakelijk zouden zijn, is de zichtbaarheid van de reclamemast te

51

behouden door medewerking te verlenen aan een vergunning voor het verhogen van de reclamemast en door de geluidschermen niet met de afrit 'op te laten lopen'. De hoogte van de geluidschermen dient dan beperkt te blijven tot 5 meter boven het peil van het wegdek van de Rijksweg A10-west waarna de eventuele resterende zichtbeperking is te verhelpen met een verhoging van de reclamemast. Reactie: Zoals in de beantwoording bij punt 8.1 is aangegeven heeft de gemeente een inspanningsplicht om ervoor te zorgen dat de reclamemast goed zichtbaar blijft vanaf de Rijksweg A10. In de privaatrechtelijke overeenkomst met adressant is opgenomen dat de gemeente zich zal inspannen dat de reclamemast zichtbaar blijft zoals bij het aangaan van het contract en dat indien de zichtbaarheid van de reclamemast niet meer voldoet aan dat criterium, de huurder het recht heeft te ontbinden. Adressant kan er gerust op zijn dat gedurende de resterende looptijd van het contract niets zal veranderen aan de inspanningsplicht van de gemeente. Wel moet in dat verband op worden gewezen dat de privaatrechtelijke overeenkomst met de adressant er niet toe leidt dat de gemeente geen uitvoering meer kan geven aan publiekrechtelijke besluiten.

9.

Toelichting

Adressanten 6, 11 en 13 hebben een zienswijze ingediend ten aanzien van de toelichting van het bestemmingsplan. 9.1. Externe veiligheid Adressant 6 geeft aan dat in de toelichting (hoofdstuk 6.4) geen aandacht wordt besteed aan de externe veiligheidsaspecten van de aardgastransportleidingen. Op grond van de artikelen 11 en 12 Bevb is dit wettelijk verplicht. Met behulp van het rekenpakket 'CAROLA' kunnen de externe veiligheidsrisico's van ondergrondse (hogedruk) aardgastransportleidingen worden berekend. Reactie: Uit de artikelen 11 en 12 van de Besluit externe veiligheid buisleidingen blijkt dat deze uitsluitend aan de orde zijn wanneer een bestemmingsplan kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toelaat. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk. Een CAROLA berekening is dan ook niet aan de orde. 9.2. Mobiliteitsplan Zuidoostflank 52

In de toelichting van het bestemmingsplan wordt onder 4.3.1. gesproken over het Mobiliteitsplan Zuidoostflank. Adressant 11 en 13 vragen zich af of hier het Mobiliteitsplan Zuidflank bedoeld wordt? Reactie: Naast het Mobiliteitsplan Zuidoostflank is in november 2022 de conceptversie van het Mobiliteitsplan Zuidflank opgesteld. In juli 2023 is het Mobiliteitsplan Zuidflank vastgesteld. Het gaat dus om twee verschillende Mobiliteitsplannen. De mobiliteitsplannen hebben betrekking op het onderliggende wegennet, terwijl dit bestemmingsplan grotendeels betrekking heeft op de Rijksweg A10. Los daarvan doorkruist dit bestemmingsplan het mobiliteitsplan niet. De in de uitvoering te maken keuzen over bijvoorbeeld de wijze van de herinrichting van het fietspad vallen buiten de scope van het bestemmingsplan. 9.3. Mobiliteitsplan Zuidflank Het is adressant 11 verder onduidelijk hoe de conceptvoorstellen van de Mobiliteitsplan Zuidflank mogelijk zijn binnen in het bestemmingsplan. Reactie: Het

Mobiliteitsplan

Zuidflank

was

ten

tijde

van

het

opstellen

van

het

ontwerpbestemmingsplan nog niet vastgesteld. In juli 2023 is het Mobiliteitsplan Zuidflank vastgesteld en is deze verwerkt in de toelichting bij het bestemmingsplan. Het mobiliteitsplan Zuidflank heeft alleen betrekking op het onderliggende wegennet, de snelwegen zijn in het beheer bij het Rijk. 9.4. Visie Zuidas Adressant 13 geeft aan dat de uitsnede van de visiekaart Amsterdam zonder legenda niet is te begrijpen. Reactie: Bij de kaart van de omgevingsvisie zit een legenda die zo uitgebreid is, dat deze niet of nauwelijks presentabel binnen het bestemmingsplan is weer te geven. Gelet op het feit dat de visiekaart slechts ter illustratie is opgenomen, is dan ook van het toevoegen van de legenda afgezien. Mocht u toch kennis willen nemen van de legenda dan verwijzen wij u met deze link naar de Omgevingsvisie Amsterdam 2050, waar op pagina 4 de visiekaart met legenda staan weergegeven (www.amsterdam2050.nl).

53

10.

Regels

Adressanten 12, 13 en 21 hebben een zienswijze ingediend ten aanzien van de regels van het bestemmingsplan. 10.1. Leiding - Hoogspanning Adressant 12 geeft aan dat zich binnen het plangebied ondergrondse hoogspanningsverbindingen aanwezig zijn, te weten Nieuwe Meer – Amstelveen, Nieuwe Meer – Zorgvlied en Zorgvlied – Venserweg. In veel bestemmingsplannen in Amsterdam is voor de hoogspanningsinfrastructuur van TenneT een dubbelbestemming "LeidingHoogspanning" opgenomen. Dan is er planologisch bescherming tegen eventuele bodemingrepen die kunnen leiden tot schade en de leveringszekerheid daardoor in gevaar brengen. Reactie: De planregels van beide bestemmingsplannen (gemeenten Amsterdam en OuderAmstel) worden aangevuld met de dubbelbestemming ‘Leiding - Hoogspanning’. 10.2. Bijlage 1 Adressant 13 geeft aan dat bijlage 1 bij de regels om de kilometrering te vinden en de punten 7, 8 en 9 beter te kunnen zien, niet was te openen. Reactie: Bij een bezoek aan www.ruimtelijkeplannen.nl constateren wij dat bijlage 1 in te zien is. Wel kan daarbij de opmerking worden gemaakt dat het om een groot bestand gaat en dat enig geduld nodig is om het totale bestand op de computer binnen te halen. Dit is mede afhankelijk van de snelheid en stabiliteit van de internetverbinding. 10.3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14805660/1