7. Bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Aanpassing Geluidzone Industrieterrein Schinkel
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.K2205BPGST-VG01
Datum print
26 September 2025
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
7
Aanleiding Doel bestemmingsplan Leeswijzer
7 8 8
Hoofdstuk 2
Beschrijving planbeschrijving
9
2.1 2.2 2.3
Ligging plangebied en plangrens Historische ontwikkeling Geldende bestemmingsplannen
9 10 11
Beleidskader
17
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
17 19 20
Aanpassing geluidzonering
29
Wet- en regelgeving Geluidcontouren gewijzigd industrieterrein Nieuwe zonegrens Geluid op geluidgevoelige objecten Gevolgen voor bedrijven Conclusie
29 30 32 33 35 36
M.e.r.-(beoordeling)splicht
37
Wet- en regelgeving Bestemmingsplan Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier Wijziging spelregelkader en leefomgevingsfoto OER Conclusie
37 37 37 37 39
Juridische planbeschrijving
41
Algemeen Artikelsgewijze toelichting
41 41
Economische uitvoerbaarheid
45
Wet- en regelgeving Kostenverhaal Planschade Conclusie
45 45 45 45
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
47
Inspraak en participatie Wettelijk vooroverleg Bestemmingsplanprocedure
47 47 48
1.1 1.2 1.3
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 5
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 7
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op grond van artikel 40 van de Wet geluidhinder is bedrijventerrein Schinkel (zie afbeelding 1) in 1986 aangewezen als industrieterrein en is rondom het industrieterrein een zone vastgesteld. Destijds bevonden zich twee geluidzoneringsplichte inrichtingen (voorheen 'grote lawaaimakers') op het terrein: de reeds vertrokken betonmortelcentrale langs de Riekerhaven en het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (hierna: NLR) aan de Anthony Fokkerweg. Momenteel bevindt zich op het industrieterrein slechts nog één geluidzoneringsplichtig bedrijf: het NLR. Bovendien is de vestiging van nieuwe geluidzoneringsplichtige bedrijven planologisch niet toegestaan.
Afbeelding 1. Luchtfoto industrieterrein Schinkel (bron: Your Captain Luchtfotografie, 2022) Op 14 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders de projectnota Schinkelkwartier vastgesteld. In de projectnota zijn de ambities geformuleerd om Schinkelkwartier te transformeren van een geïsoleerd werkgebied tot een inclusieve, levendige en groene stadswijk, waar ruimte is voor 11.000 woningen, 1.020.000 m2 werkruimte en 450.000 m2 maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Schinkelkwartier is opgedeeld in zes deelgebieden waaronder Schinkelhaven. Deelgebied Schinkelhaven bestaat grotendeels uit het gezoneerde industrieterrein Schinkel. Voor de beoogde geleidelijke transformatie van het deelgebied Schinkelhaven naar gemengd werk-woongebied en om hier in de toekomst woningbouw mogelijk te kunnen maken, is het nodig de begrenzing van het gezoneerde industrieterrein te wijzigen. Op een gezoneerd industrieterrein is het realiseren van nieuwe geluidgevoelige objecten zoals woningen immers niet toegestaan. De grens van het gezoneerde
Gemeente Amsterdam
blz. 8
industrieterrein wordt verlegd naar de perceelsgrenzen van de enige nog geluidzoneringsplichtige inrichting op industrieterrein Schinkel, te weten het NLR.
1.2
Doel bestemmingsplan
Het voorliggende bestemmingsplan heeft tot doel om het gezoneerde industrieterrein Schinkel te verkleinen tot aan de perceelgrenzen van het NLR en de geluidzone van het industrieterrein daarop aan te passen. Op grond van artikel 41 van de Wet geluidhinder kan de begrenzing van een industrieterrein en bijbehorende zone uitsluitend worden gewijzigd bij vaststelling van een bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt de nieuwe zonegrens (50 dB(A) contour), tevens de buitengrens van de geluidzone, vastgelegd en wordt de huidige zonegrens opgeheven. Ook wordt een nieuwe begrenzing van het gezoneerde industrieterrein Schinkel, tevens de binnengrens van de geluidzone, vastgelegd. Aangezien het ontwerpbestemmingsplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd, blijft op grond van artikel 4.6 tweede lid van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht van toepassing tot het bestemmingsplan in werking is getreden. Met de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan vormt de aangepaste geluidzone het nieuwe toetsingskader voor vergunningverlening voor het NLR. Tevens vormt het bestemmingsplan het nieuwe toetsingskader voor het aspect industriegeluid in geval van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone en het verlenen van hogere waarden op grond van de Wet geluidhinder.
1.3
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In voorliggende toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen beleidsuitgangspunten en keuzes beschreven. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het plangebied en de huidige planologische situatie. De voor het plan relevante beleidskaders van rijk, provincie en gemeente zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 staat de voorgenomen aanpassing van de geluidzonering centraal. Daarbij wordt ingegaan op de resultaten van het akoestisch onderzoek en de overwegingen en keuzes ten aanzien van het wijzigen van de geluidzonering van industrieterrein Schinkel. In hoofdstuk 5 wordt de m.e.r.(beoordelingsplicht) beschreven. In hoofdstuk 6 zijn een toelichting op de juridische systematiek en een omschrijving van de afzonderlijke regels beschreven. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en hoofdstuk 8 gaat over de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de bestemmingsplanprocedure.
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 9
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving planbeschrijving
Ligging plangebied en plangrens
Het plangebied ligt in het zuidwesten van Amsterdam en ligt in de oksel van de Ringweg A10-Zuid en A10-West, zoals weergegeven op afbeelding 2. Het plangebied ligt grotendeels in stadsdeel Zuid, een klein deel ligt in stadsdeel Nieuw-West.
Afbeelding 2. Geografische ligging plangebied Het plangebied (zie zwarte lijn in afbeelding 3) komt overeen met de begrenzing van de geluidzone behorende bij de huidige begrenzing van industrieterrein Schinkel (zie paarse gebied in afbeelding 3), zoals deze gold voor vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. Het plangebied wordt grofweg begrensd door de Henk Sneevlietweg in het noorden, de Schinkel in het oosten, de Ringweg A10-Zuid in het zuiden en de Sportparklaan in het westen.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
Afbeelding 3. Begrenzing industrieterrein (paars) en geluidzone tevens plangebied (zwarte lijn)
2.2
Historische ontwikkeling
Het plangebied werd in het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam (1934) grotendeels als industrieterrein bestemd, voortkomend uit het streven om zwaardere industrie te kunnen scheiden van woonbebouwing en industrie uit de binnenstad op te kunnen vangen. In het Uitbreidingsplan industrieterrein Schinkel (vastgesteld in 1940, herzien in 1950) werden de bebouwingsrichtlijnen voor het terrein vastgelegd. In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw vestigden zich op industrieterrein Schinkel in hoog tempo uiteenlopende bedrijven. Op 20 augustus 1986 heeft de gemeenteraad van Amsterdam een geluidzone vastgesteld rondom industrieterrein Schinkel, dat bij Koninklijk Besluit is goedgekeurd (zie afbeelding 4). Destijds bevonden zich twee 'grote lawaaimakers' op het terrein: de reeds vertrokken betonmortelcentrale langs de bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 11
Riekerhaven en het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) aan de Anthony Fokkerweg.
Afbeelding 4. Oorspronkelijke begrenzing industrieterrein en geluidzone De oorspronkelijke begrenzing van de zone van industrieterrein Schinkel is tussentijds aangepast in de bestemmingsplannen Bedrijventerrein 1999, Aalsmeerplein e.o. 1999, Bedrijventerrein Schinkel Aalsmeerplein e.o., Nieuwe Meer e.o. en Groengebied Schinkel.
2.3
Geldende bestemmingsplannen
Bedrijventerrein Schinkel is in bestemmingsplan Bedrijventerrein Schinkel - Aalsmeerplein e.o. grotendeels aangewezen als gezoneerd industrieterrein. Ter plaatse van het perceel van het NLR is een geluidzoneringsplichtige inrichting als bedoeld in Bijlage 1 onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (voorheen ‘grote lawaaimaker’), te weten een lucht- en ruimtevaartcentrum, toegestaan. Op grond van het genoemde plan zijn andere geluidzoneringsplichtige bedrijven op het industrieterrein niet toegestaan. De geluidzone rondom het industrieterrein is planologisch vastgelegd in meerdere bestemmingsplannen (zie tabel 1). Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn deze bestemmingsplannen onderdeel geworden van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Amsterdam. Naam bestemmingsplan
Datum vaststelling
IMRO nummer
Zuidas-Zuidasdok 2023
13 november 2024
NL.IMRO.0363.K2201BPGST-VG01
Tennispark Jaagpad
25 januari 2017
NL.IMRO.0363.K1602BPGST-VG01
Olympiakanaal-Zuid
19 februari 2014
NL.IMRO.0363.K1306BPSTD-VG01
Gemeente Amsterdam
blz. 12
Nieuwe Meer e.o.
26 juni 2013
NL.IMRO.0363.F1108BPSTD-VG01
Bedrijventerrein Schinkel Aalsmeerplein e.o.
29 mei 2013
NL.IMRO.0363.K1203BPSTD-VG01
Groengebied Schinkel
29 oktober 2008
NL.IMRO.03630000K2008551BPSTD-.pdf
Tabel 1. Geldende bestemmingsplannen 2.3.1
Zuidas-Zuidasdok 2023
Het gedeelte van de geluidzone gelegen in het bestemmingsplan Zuidas-Zuidasdok 2023 is aangeduid met 'geluidzone - geluidzone - industrie - bedrijventerrein schinkel' (zie afbeelding 5). Dit gedeelte van de geluidzone ligt ten zuiden en westen van het industrieterrein en overlapt de Ring A10-West en A10-Zuid.
Afbeelding 5. Geluidzone in bestemmingsplan Zuidas-Zuidasdok 2023 2.3.2
Tennispark Jaagpad
Het gedeelte van de geluidzone gelegen in het bestemmingsplan Tennispark Jaagpad is aangeduid met 'geluidzone - industrie' (zie afbeelding 6). Dit gedeelte van de geluidzone ligt ten zuiden van het industrieterrein en wordt begrensd door de Pilotenstraat, het Jaagpad en de Ringweg A10-Zuid.
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 13
Afbeelding 6. Geluidzone in bestemmingsplan Tennispark Jaagpad 2.3.3
Olympiakanaal-Zuid
Het gedeelte van de geluidzone gelegen in het bestemmingsplan Olympiakanaal-Zuid is aangeduid met 'geluidzone - industrie' (zie afbeelding 7). Dit gedeelte van de geluidzone ligt ten oosten van het industrieterrein in de Schinkel, op de kop van het Olympiakanaal.
Afbeelding 7. Geluidzone in bestemmingsplan Olympiakanaal-Zuid
Gemeente Amsterdam
blz. 14
2.3.4
Nieuwe Meer e.o.
Het gedeelte van de geluidzone gelegen in het bestemmingsplan Nieuwe Meer e.o. is aangeduid met 'geluidzone - industrie - bedrijventerrein schinkel' (zie afbeelding 8). Dit gedeelte van de geluidzone ligt ten westen van de Ring A10-West en overlapt een deel van Sportpark Riekerhaven en de Overschiestraat.
Afbeelding 8. Geluidzone in bestemmingsplan Nieuwe Meer e.o. 2.3.5
Bedrijventerrein Schinkel - Aalsmeerplein e.o.
In het bestemmingsplan Bedrijventerrein Schinkel - Aalsmeerplein e.o. is het gezoneerde industrieterrein Schinkel aangewezen, dat wordt begrensd door de Ringweg A10-West, de Anthony Fokkerweg, de Generaal Vetterstraat, het Jaagpad, de Pilotenstraat en de Vliegtuigstraat. Het gedeelte van de geluidzone gelegen in het bestemmingsplan Bedrijventerrein Schinkel Aalsmeerplein e.o. is aangeduid met 'geluidzone - industrie'. Dit gedeelte van de geluidzone ligt deels ten zuiden en westen van de Pilotenstraat (zie afbeelding 9), deels ten westen en noorden van de Anthony Fokkerweg en ter hoogte van de Generaal Vetterstraat (zie afbeelding 10).
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 15
Afbeelding 9. Geluidzone in bestemmingsplan Bedrijventerrein Schinkel - Aalsmeerplein e.o. (1)
Afbeelding 10. Geluidzone in bestemmingsplan Bedrijventerrein Schinkel - Aalsmeerplein e.o. (2) 2.3.6
Groengebied Schinkel
Het gedeelte van de geluidzone gelegen in het bestemmingsplan Groengebied Schinkel is aangeduid met 'geluidszone bedrijventerrein'. Dit gedeelte van de geluidzone ligt ten oosten van het industrieterrein en overlapt een deel van de Schinkel en grenst aan Park Schinkeleilanden (zie afbeelding 11 en 12).
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Afbeelding 11 (noordelijk deel) en 12 (zuidelijk deel). Geluidzone in bestemmingsplan Groengebied Schinkel (rode lijn)
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 17
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het rijksbeleid opgenomen. De NOVI is een instrument van de Omgevingswet. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Visie De NOVI bevat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een groot aantal opgaven, op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI biedt daarbij een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Omgevingskwaliteit is daarbij het kernbegrip. De NOVI biedt een kader, geeft richting, maakt keuzes waar dat kan, maar laat ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt.
Toelichting In de toelichting worden 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving beschreven en de daarbij horende opgaven waarvoor het Rijk zich gesteld ziet. Steeds wordt per belang het huidige beleid gekoppeld en wordt de opgave gesteld die met het belang samenhangt. Uitvoeringsagenda In de uitvoeringsagenda staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen opgenomen. De Uitvoeringsagenda beschrijft de volgende vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: Combineren boven enkelvoudig Kenmerken en identiteit Afwentelen voorkomen Het voorliggend plan is in overeenstemming met de NOVI.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De nationale belangen worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) juridisch geborgd. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken in bestemmingsplannen. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. De uitbreiding van de ruimtelijke ordeningsregels Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden. Deze uitbreiding betreft rijksregels ten aanzien van de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet, de veiligheid rond rijksvaarwegen, de verstedelijking in het IJsselmeer, de bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en de toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Het voorliggend plan raakt niet aan nationale belangen waarvoor in het Barro (beschermende) regels zijn opgenomen. 3.1.3
Ladder duurzame verstedelijking
In artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte en een motivering daarvan moet plaatsvinden. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt op grond van artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Het doel dat hiermee wordt beoogd, is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en een goede ruimtelijke ordening bewerkstelligen, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. De behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom worden afgewogen en gemotiveerd. Het voorliggend plan maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk. Om die reden is er geen aanleiding om de behoefte te motiveren. 3.1.4
Luchthavenindelingbesluit Schiphol
Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stelt voor een gebied rondom luchthaven Schiphol beperkingen aan bebouwing en het gebruik van gronden. Deze beperkingen zijn enerzijds gesteld vanwege externe veiligheidsrisico's en geluidbelasting vanwege het luchtverkeer. Anderzijds hebben de beperkingen te maken met het waarborgen van veilig luchtverkeer van en naar Schiphol (beperkingen voor bouwhoogte en beperkingen voor functies die vogels aantrekken). Luchthaven Schiphol bevindt zich op enkele kilometers ten zuidwesten van het plangebied. Het voorliggend bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen en wijzigt geen bouwregels. Om die reden heeft het LIB geen consequenties voor het voorliggend bestemmingsplan.
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 19
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050
De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities: Leefomgeving a. Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. b. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. c. Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. b. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn.
Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. c. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. d. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie a. De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie. Daarnaast wordt met de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 een richting uitgezet en wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: 1. Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst; 2. Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging; 3. Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem; 4. Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal; 5. Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie; 6. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector. Er wordt in de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 uitgegaan van het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'.
Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
Het voorliggend plan is in lijn met de ambities uit de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050. 3.2.2
Omgevingsverordening Noord-Holland 2020
Sinds 17 november 2020 geldt de Omgevingsverordening Noord-Holland 2050. In hoofdstuk 6 van de Omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen. Dit zijn regels die door decentrale overheden in acht moeten worden genomen bij het opstellen van bestemmingsplannen. De instructieregels zien onder meer op nieuwe stedelijke ontwikkelingen, wonen binnen de LIB-5 zone Schiphol, bijzonder landschap, verblijfsrecreatie, detailhandel en klimaatadaptatie. Industrieterrein Schinkel is niet aangewezen als industrieterrein van provinciaal belang. Het voorliggend plan is in lijn met de regels uit de Omgevingsverordening.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Amsterdam 2050
Op 8 juli 2021 is de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld in de gemeenteraad. Deze vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040 en is een wettelijk verplicht instrument onder de Omgevingswet. Hierop zijn twee uitzonderingen: de Hoofdgroenstructuur en het hoogbouwbeleid, die integraal opgenomen waren in de structuurvisie. Deze blijven van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld. In de omgevingsvisie staan de opgaven waar Amsterdam voor staat. De visie beschrijft de gewenste ontwikkeling op basis van vijf strategische keuzes: meerkernige ontwikkeling, groeien binnen grenzen, duurzaam en gezond bewegen, rigoureus vergroenen en samen stadmaken. In lijn met deze strategische keuzes is Schinkelkwartier aangewezen als één van de grote ontwikkelgebieden, waar een belangrijke bijdrage kan worden geleverd aan de beoogde groei van de stad. Het plangebied is op de visiekaart aangewezen als onderdeel van 'gemengde stadsbuurt' (zie afbeelding 13).
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 21
Afbeelding 13. Uitsnede kaart uit de Omgevingsvisie Voor gemengde stadsbuurt geldt de volgende verdichtingsopgave: 'Ontwikkeling van woonbuurten met een stedelijke dichtheid en een flink aandeel niet-wonen (vooral in plinten en af en toe in een groter gebouw). Groen krijgt een plek in de straten, buurtparkjes en langs watergangen. Maatschappelijke voorzieningen, ruimte voor nutsvoorzieningen, groen en sport zijn naast ruimte voor wonen en werk en onderdeel van de opgave voor de ontwikkeling.' Met de Omgevingsvisie wordt een toekomstbeeld geschetst van de gemeente Amsterdam voor de komende 30 jaar. Voor het realiseren van woningbouw in Schinkelhaven is het verkleinen van het industrieterrein Schinkel en de bijbehorende geluidzone noodzakelijk. Het voorliggend plan is in overeenstemming met het beleid uit de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. 3.3.2
Koers 2025 - Ruimte voor de Stad
Koers 2025 - Ruimte voor de Stad is op 24 mei 2016 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. De ambitie van Koers 2025 is een verdichtende, bereikbare, groene, gemengde en duurzame stad. Om de beoogde groei met 50.000 woningen tot 2025 mogelijk te maken is in Koers 2025 een stadsbrede inventarisatie gemaakt van mogelijke woningbouwlocaties (zie afbeelding 14). Daarbij is industrieterrein Schinkel benoemd als strategische ruimte voor ontwikkeling na 2025.
Afbeelding 14. Uitsnede kaart Koers 2025 - Ruimte voor de Stad Het voorliggend plan is in overeenstemming met de uitgangspunten uit Koers 2025.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
3.3.3
Ruimte voor de Economie van Morgen
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 18 juli 2017 de economische uitwerking van de stedelijke groeistrategie Koers 2025 vastgesteld: Ruimte voor de Economie van Morgen. De economische uitwerking is opgesteld omdat in Koers 2025 is ingezet op de bouw van minstens 50.000 nieuwe woningen in 10 jaar maar dit ook samenhangt met werkgelegenheidsgroei. Er dient daarom ook voldoende ruimte te zijn voor economische groei. Ruimte voor de Economie van Morgen biedt een inventarisatie van economische kansen die verder worden uitgewerkt in gebiedsontwikkeling, ruimtelijke projecten en bij gronduitgifte voor kantoor- en bedrijventerreinen. Bij deze inventarisatie is onderscheid gemaakt tussen woon-werkgebieden, kantoorgebieden en productiezones. Industrieterrein Schinkel is gelet op de kansenkaart, aangewezen als een creatieve wijk (zie afbeelding 15).
Afbeelding 15. Uitsnede kaart Ruimte voor de Economie van Morgen Creatieve wijken zijn woon-werkwijken die door menging met zelfstandige kantoorruimtes voorzien in de behoefte aan informeel stedelijk werkmilieu, en daarbij programmatisch aansluiten op het bestaande centrummilieu binnen de ring A10. Dit type bedrijvigheid heeft behoefte aan een informeel stedelijk milieu waar wonen en werken goed kunnen worden gecombineerd. Het verkleinen van het industrieterrein Schinkel en de bijbehorende geluidzone is noodzakelijk om geluidgevoelige objecten mogelijk te maken, zoals woningen. Het voorliggend plan past binnen de uitgangspunten van dit beleid.
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 23
3.3.4
Bedrijvenstrategie Amsterdam 2020 - 2030
Op 20 mei 2020 is de Bedrijvenstrategie voor de periode 2020-2030 vastgesteld. Doel van de strategie is om binnen de bredere ontwikkeling van stad voldoende ruimte te creëren en te behouden voor bedrijven, zodat Amsterdam een diverse economie houdt met een inclusieve arbeidsmarkt, en duurzaam aantrekkelijk is voor ondernemers. Om uitvoering te geven aan de strategie zet Amsterdam in op de volgende speerpunten: 1. 2. 3. 4.
Maximaal kansen benutten om bedrijvigheid en wonen te combineren Bestendigen, intensiveren verduurzamen van bedrijventerreinen Selectief omgaan met de laatste vrije kavel bedrijventerreinen Eén regionale aanpak voor bedrijfslocaties
Industrieterrein Schinkel is één van de bedrijventerreinen in de stad met transformatieplannen naar wonen-werken (zie afbeelding 16). Voor bedrijventerreinen met transformatieplannen gaat het om het maximaal benutten van kansen om bedrijvigheid en wonen te combineren. Met het transformeren van bedrijventerreinen zoals Schinkel neemt het aanbod aan vestigingslocaties voor productieve bedrijven af, terwijl de vraag naar bedrijfsruimte toeneemt. Om hierop in te kunnen spelen zijn in de Bedrijvenstrategie uitspraken gedaan over de ruimtereservering voor en inpasbaarheid van bedrijven in transformatiegebieden. Daarnaast is uitgangspunt dat de maakindustrie in transformatiegebieden ook als zodanig worden beschermd en gestimuleerd.
Afbeelding 16. Uitsnede kaart Bedrijvenstrategie Amsterdam 2020-2030 Het voorliggend plan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen en past daarmee binnen de uitgangspunten van de Bedrijvenstrategie.
Gemeente Amsterdam
blz. 24
3.3.5
Projectnota Schinkelkwartier
Op 14 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders de projectnota Schinkelkwartier vastgesteld. In de projectnota zijn de ambities van het gemeentebestuur geformuleerd om Schinkelkwartier te transformeren van een geïsoleerd werkgebied tot een inclusieve, levendige en groene stadswijk die goed verbonden is met de omgeving. Met ruimte voor 11.000 woningen, 1.020.000 m² werkruimte (ten opzichte van circa 700.000 m² in de huidige situatie) en 450.000 m² maatschappelijke en commerciële voorzieningen. De meeste grond in Schinkelkwartier is door de gemeente in erfpacht uitgegeven of is in particulier eigendom. Als gevolg daarvan is de gemeente voor de transformatie afhankelijk van partijen met grondposities in het gebied, die bereid zijn om te investeren in de herontwikkeling van hun kavel. De gemeentelijke ontwikkelstrategie is 'regisseren waar het moet en faciliteren waar het kan'. Dit betekent dat de gemeente de juiste voorwaarden schept voor private initiatieven, per deelgebied toegesneden ontwikkelruimte biedt en voor een helder stedenbouwkundig raamwerk zorgt. In de projectnota is een stedenbouwkundig kader opgenomen, waarmee richting is gegeven aan de uitwerking van stedenbouwkundige plannen per deelgebied. In afbeelding 17 is een uitsnede van het stedenbouwkundig kader voor deelgebied Schinkelhaven opgenomen.
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 25
Afbeelding 17. Uitsnede stedenbouwkundig kader projectnota Schinkelkwartier
Gemeente Amsterdam
blz. 26
Voor woningbouw in deelgebied Schinkelhaven is het noodzakelijk om industrieterrein Schinkel (geheel of gedeeltelijk) te dezoneren. Het NLR is geluidzoneringsplichtig en heeft bovendien een lange geschiedenis in het gebied. Daarom is in de projectnota gekozen voor een gedeeltelijke dezonering, waarbij NLR gezoneerd terrein blijft en een eigen geluidzone houdt. In de projectnota is aangekondigd om voor deze dezonering een facetbestemmingsplan op te stellen, waarmee ook de 50 dB(A) geluidzone wordt teruggelegd. Voor Schinkelkwartier is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. In de geest van de aanstaande Omgevingswet is voor Schinkelkwartier het MER opgesteld als Omgevingseffectrapport (OER). Het concept OER is gelijktijdig met de concept projectnota Schinkelkwartier opgesteld, zodat het mogelijk was om de uitkomsten van het OER te verwerken in de projectnota. Op basis van een integrale beoordeling van alternatieven in het OER (zie afbeelding 18) is in de projectnota Schinkelkwartier gekozen voor een gedeeltelijke dezonering van Schinkelhaven waarbij het gezoneerd industrieterrein Schinkel wordt verkleind tot het terrein van het NLR.
Afbeelding 18. Scorebord dezonering Schinkelhaven In vervolg op de projectnota Schinkelkwartier wordt een investeringsnota voor deelgebied Schinkelhaven opgesteld. Daarin worden onder meer een stedenbouwkundig plan en een schetsontwerp voor de openbare ruimte opgenomen en worden de programmatische uitgangspunten nader uitgewerkt en op haalbaarheid onderzocht. Daarmee vormt de investeringsnota Schinkelhaven het kader waarbinnen particuliere initiatiefnemers bouwplannen voor onder andere geluidgevoelige objecten uitwerken.
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 27
Het voorliggend plan is aangekondigd in de vastgestelde projectnota en is in overeenstemming met dit beleidskader. 3.3.6
Amsterdams geluidbeleid
Op 12 juli 2016 is het Amsterdams geluidbeleid 2016, hogere waarde Wet geluidhinder door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Het beleid is op 5 maart 2019 gewijzigd vastgesteld. Op 17 oktober 2023 is het Interim geluidbeleid Amsterdam 2024 vastgesteld. Het doel van het geluidbeleid is het borgen van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij het bouwen van woningen (inclusief plaatsen voor woonwagens/woonschepen) en andere geluidgevoelige objecten op geluidbelaste locaties. Volgens het Interim geluidbeleid blijft het gewijzigde Amsterdams geluidbeleid 2016 van toepassing op geluidgezoneerde industrieterreinen totdat zogeheten geluidproductieplafonds (GPP's) zijn vastgesteld. Uitgangspunt van het Amsterdams geluidbeleid is dat iedere woning een stille zijde of geluidluwe zijde (de termen zijn synoniem) heeft. Dit uitgangspunt geldt alleen voor een woonfunctie, niet voor andere functies. Een stille zijde is een (deel van een) gevel waar de geluidbelasting gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde op grond van de Wet geluidhinder of lager. De voorkeursgrenswaarde is de geluidbelasting die altijd toelaatbaar is op de gevel van geluidgevoelige objecten. Wanneer de stille zijde tevens beschikt over een buitenruimte heeft ook deze buitenruimte bij voorkeur een aanvaardbaar geluidniveau.
Aan de stille zijde worden bij voorkeur de slaapkamers gesitueerd zodat met open raam of deur geslapen kan worden. Er zijn in de gewijzigde geluidzone geen geluidgevoelige objecten gelegen. Het vaststellen van hogere waarden in het kader van voorliggend bestemmingsplan is om die reden niet aan de orde. Aangezien het plan geen nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk maakt, heeft het Amsterdams geluidbeleid geen consequenties voor voorliggend plan. Tot het moment dat GPP's voor industrieterrein Schinkel zijn vastgesteld is het Amsterdams geluidbeleid wel het toetsingskader voor toekomstige geluidgevoelige objecten binnen de nieuwe geluidzone van het industrieterrein.
Gemeente Amsterdam
blz. 28
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 29
Hoofdstuk 4 4.1
Aanpassing geluidzonering
Wet- en regelgeving
Systematiek geluidzonering industrie Geluidzonering is een instrument om voldoende afstand te houden tussen enerzijds geluidbelastende functies zoals bedrijven en anderzijds geluidgevoelige objecten zoals woningen. De regels voor geluidzonering van industrieterreinen zijn opgenomen in hoofdstuk V van de Wet geluidhinder. Als een bestemmingsplan geluidzoneringsplichtige inrichtingen mogelijk maakt moet een bedrijventerrein worden aangewezen als gezoneerd industrieterrein. Geluidzoneringsplichtige inrichtingen zijn bedrijven die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals opgenomen in het Besluit omgevingsrecht (Bor), bijlage 1, onderdeel D onder 1. Op grond van artikel 40 van de Wet geluidhinder moet rond een industrieterrein ook een geluidzone worden vastgesteld, waarop de geluidbelasting van de bedrijven op het industrieterrein gezamenlijk niet meer dan 50 dB(A) mag bedragen. Een geluidzone rond een industrieterrein heeft een binnengrens en een buitengrens. De binnengrens wordt gevormd door de grens van het industrieterrein. De buitengrens wordt gevormd door de geluidzone, gebaseerd op de 50 dB(A) geluidcontour rond het industrieterrein. Het industrieterrein zelf maakt geen onderdeel uit van de geluidzone.
Binnen de geluidzone worden grenzen gesteld aan de geluidbelasting vanwege het industrieterrein bij geluidgevoelige objecten, te weten woningen (uitgezonderd recreatiewoningen), andere geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen. Daarbij gaat het om woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen ten behoeve van woonschepen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen en verpleegtehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. De Wet geluidhinder biedt alleen bescherming tegen geluidgevoelige objecten in de zone en niet op het industrieterrein zelf. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting ter plaatse van geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone is 50 dB(A). In afwijking hiervan kan een hogere waarde worden vastgesteld tot 55 dB(A) voor nieuwe woningen en 60 dB(A) voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen. Het doel van het vaststellen van een geluidzone is tweeledig. Enerzijds worden geluidgevoelige objecten functies beschermd tegen een te hoge geluidbelasting vanwege het industrieterrein. Anderzijds wordt door het vastleggen van een geluidzone de maximale geluidruimte gedefinieerd waarover bedrijven op het gezoneerde industrieterrein gezamenlijk kunnen beschikken.
Zowel bij de vaststelling van ruimtelijke plannen als bij het verlenen van omgevingsvergunningen dient rekening te worden gehouden met de geluidzone rond een industrieterrein. Wijzigen geluidzonering industrieterrein Op hoofdlijnen zijn de randvoorwaarden bij wijziging van een bestaande geluidzone vergelijkbaar met die van de vastlegging van een nieuwe geluidzone. In artikel 41 lid 1 van de Wet geluidhinder is bepaald dat een geluidzone rond een industrieterrein uitsluitend bij vaststelling van een bestemmingsplan kan worden gewijzigd. Uit artikel 41 lid 2 volgt dat een wijziging van een zone er niet toe kan strekken dat enig gebied waarbinnen een hogere geluidbelasting vanwege het industrieterrein optreedt dan 50 dB(A) ophoudt van de zone deel uit te maken. In artikel 42 is bepaald dat bij het voorbereiden van de wijziging van een zone een akoestisch onderzoek moet worden gedaan naar de geluidbelasting vanwege het industrieterrein die door woningen en andere
Gemeente Amsterdam
blz. 30
geluidgevoelige objecten binnen de ontworpen zone zou kunnen worden ondervonden. Ook moeten maatregelen worden onderzocht, als het geluid op geluidgevoelige objecten hoger is dan de volgens de wet geldende of (eerder) vastgestelde waarden van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Overgangsrecht Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de Wet geluidhinder ingetrokken. De Wet geluidhinder blijft echter van toepassing op de besluitvorming over voorliggend bestemmingsplan, omdat het ontwerpbestemmingsplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd. Dit volgt uit artikel 4.6, lid 2, sub a, onder 1, van de Invoeringswet Omgevingswet. Zodra het voorliggend plan van kracht is, wordt het van rechtswege onderdeel van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Amsterdam. Dit volgt uit artikel 4.6, lid 1, van de Invoeringswet Omgevingswet. De Wet geluidhinder blijft ook van toepassing op het gewijzigde industrieterrein Schinkel. Dit volgt uit het overgangsrecht voor de Wet geluidhinder staat in hoofdstuk 3 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet (Awg). In artikel 3.6, eerste lid, onder a, Awg is namelijk bepaald dat op een op 1 januari 2024 bestaand industrieterrein (en bijbehorende geluidzone) het oude recht van toepassing blijft. Onder dat oude recht valt in ieder geval de Wet geluidhinder.
Het overgangsrecht blijft van toepassing tot het moment waarop het bevoegd gezag op grond van de Omgevingswet zogenaamde geluidproductieplafonds (GPP's) als omgevingswaarden vaststelt. Dit moet uiterlijk op 1 januari 2032 gebeuren.
4.2
Geluidcontouren gewijzigd industrieterrein
Uitgangspunt voor het akoestisch onderzoek (zie bijlage 1 bij deze plantoelichting) is dat het bestaande industrieterrein Schinkel wordt verkleind tot aan de perceelgrenzen van het NLR (zie paarse aanduiding afbeelding 19 t/m 23). Voor deze begrenzing is gekozen omdat het NLR als enige bedrijf op het industrieterrein Schinkel nog geluidzoneringsplichtig is en daarom op een gezoneerd industrieterrein moet liggen. Bovendien zijn nieuwe zoneringsplichtige bedrijven planologisch niet toegestaan. Het NLR valt in de categorie uit de lijst in bijlage 1 van het Bor: 'een inrichting waar een of meerdere elektromotoren of verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een totaal geïnstalleerd vermogen van 15 MW of meer, voor zover deze motoren gelijktijdig in gebruik zijn'. In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van twee bedrijfssituaties bij het NLR: het gebruik van de hogesnelheid windtunnel (hierna: HST) en de supersone windtunnel (hierna: SST). Beide bedrijfssituaties zijn in 2012 vergund. Voor het berekenen van het geluid in de omgeving is gebruik gemaakt van de vergunde situatie (2012) en de actuele situatie (2025), waarbij rekening is gehouden met actuele gegevens over het geluidvermogen van geluidbronnen. In de berekening zijn voor de HST en SST (in vergunde en actuele situatie) twee situaties in beeld gebracht: omgevingsmodel bebouwde omgeving en omgevingsmodel vrije veld.
In de bebouwde omgeving wordt uitgegaan van bebouwing in de omgeving van het gewijzigde industrieterrein, waardoor sprake kan zijn van afscherming en reflectie. In een vrije veld situatie is alleen uitgegaan van de bebouwing op het gewijzigde industrieterrein zelf, daarbuiten zijn geen gebouwen gemodelleerd. In die situatie wordt de geluidbelasting van het NLR niet afgeschermd of gereflecteerd. Door ook uit te gaan van een vrije veld situatie, wordt voorkomen dat de geluidcontouren van het NLR in vergunde situatie, als gevolg van de eventuele sloop van bebouwing binnen de geluidzone, buiten de geluidzone komen te liggen. Hieronder volgen afbeeldingen van de geluidcontouren in de vergunde situatie in zowel bebouwde omgeving als een vrije veld situatie (afbeelding 19 en 20) en in de actuele situatie in zowel de bebouwde omgeving als in een vrije veld situatie (afbeelding 21 en 22). Op deze afbeeldingen zijn de geluidcontouren voor de HST getrokken, de geluidcontouren voor de SST zijn gestippeld. Alle contouren bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 31
zijn berekend op de een hoogte van 5 meter boven maaiveld, zoals voorgeschreven in het Reken- en meetvoorschrift van de Wet geluidhinder (2012).
Afbeelding 19. Vergunde situatie, bebouwde omgeving
Afbeelding 20. Vergunde situatie, vrije veld
Gemeente Amsterdam
blz. 32
Afbeelding 21. Actuele situatie, bebouwde omgeving
Afbeelding 22. Actuele situatie, vrije veld
4.3
Nieuwe zonegrens
Met dit bestemmingsplan wordt de nieuwe zonegrens (50 dB(A) contour) van het gewijzigde industrieterrein, tevens de buitengrens van de geluidzone, vastgelegd en wordt de oude zonegrens van het industrieterrein opgeheven.
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 33
De nieuwe zonegrens is gebaseerd op de geluidcontouren van het NLR (bedrijfssituaties HST en SST) in de vergunde situatie (zowel in bebouwde omgeving als in vrije veld situatie) en de actuele situatie (zowel in bebouwde omgeving als in vrije veld situatie). De zonegrens vormt de omhullende contour van deze contouren (totaal acht stuks). Daarmee omvat de nieuwe geluidzone de geluidruimte voor de vergunde situatie en voor de actuele situatie van het NLR. Conclusie is dat de vergunde en de actuele bedrijfssituatie van het NLR worden gerespecteerd.
Afbeelding 23. Nieuwe zonegrens (blauw) Het verschil tussen de actuele en de vergunde contouren geeft aan dat het NLR in bepaalde richtingen nog enige geluidruimte heeft voor uitbreiding binnen de vergunning. De actuele geluidcontouren liggen in bepaalde richtingen ook buiten de vergunde geluidcontouren. In die richtingen is binnen de vergunning geen ruimte voor uitbreiding. Een aanvraag voor uitbreiding van de activiteiten zal aan de nieuwe geluidzone worden getoetst. Tussen de nieuwe zonegrens en de actuele en vergunde contouren zit in bepaalde richtingen nog ruimte. Dit betekent dat het NLR in die richtingen ruimte heeft voor uitbreiding. Op dit moment zijn geen concrete uitbreidingsplannen van het NLR bekend.
4.4
Geluid op geluidgevoelige objecten
Op het huidige industrieterrein Schinkel liggen geen bestaande geluidgevoelige objecten. Op het industrieterrein zijn geluidgevoelige objecten planologisch ook niet toegestaan. De illegale woonboten die in de Westlandgracht (en dus op het industrieterrein) lagen zijn inmiddels verwijderd. In de geluidzone van het huidige industrieterrein Schinkel liggen echter wel geluidgevoelige objecten. Op grond van artikel 42 van de Wet geluidhinder moet de geluidbelasting vanwege het gewijzigde
Gemeente Amsterdam
blz. 34
industrieterrein Schinkel op geluidgevoelige objecten binnen de nieuwe zone worden onderzocht. Met de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan wordt de geluidzone van industrieterrein Schinkel gewijzigd. De geluidgevoelige objecten die eerst binnen de geluidzone lagen komen daardoor buiten de nieuwe geluidzone te liggen. Zo komen ook de ligplaatsen van de woonboten langs het Jaagpad in de Schinkel buiten de nieuwe zone te liggen. Dit is alleen anders voor het gebouw van de basisschool 'De Leertuin' (Generaal Vetterstraat 27a): deze ligt nog gedeeltelijk binnen de nieuwe geluidzone (zie afbeelding 24). Omdat deze school in 2022 tijdelijk is vergund is de Wet geluidhinder hierop niet van toepassing.
Afbeelding 24. Schoolgebouw, huidige geluidzone (gestippeld), nieuwe geluidzone (getrokken) Aangezien er (met uitzondering van de basisschool) geen geluidgevoelige objecten in de nieuwe geluidzone liggen, is het wettelijk gezien niet nodig om de geluidbelasting vanwege het gewijzigde industrieterrein Schinkel op geluidgevoelige objecten te onderzoeken. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is voor geluidgevoelige objecten die buiten de nieuwe geluidzone, maar binnen de huidige geluidzone liggen, volledigheidshalve de geluidbelasting inzichtelijk gemaakt. Dat is gedaan voor zowel de vergunde als de actuele situatie (in bebouwde omgeving en vrije veld situatie). De resultaten hiervan zijn opgenomen in tabel 2.
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 35
Tabel 2. Geluidbelasting (etmaalwaarde) op geluidgevoelige objecten buiten geluidzone Uit de tabel blijkt dat de uit te werken woonbestemming de hoogste geluidbelasting ondervindt: 51,7 dB(A) op 15 meter hoog en 50,3 dB(A) op 10 meter hoog. Deze uit te werken woonbestemming ligt net buiten de nieuwe geluidzone, die conform het Reken- en meetvoorschrift is vastgelegd op 5 meter boven maaiveld. Op alle andere objecten die buiten de nieuwe zonegrens liggen is de geluidbelasting 50 dB(A) of lager (zie voor complete overzicht bijlage VII in akoestisch onderzoek). Opgemerkt wordt dat omdat het een uit te werken woonbestemming betreft, woningbouw ter plaatse planologisch nog niet bij recht is toegestaan. Dat betekent dat in geval van een toekomstig woningbouwplan beoordeeld moet worden of het plan voldoet aan de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving en of het plan vanuit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties (voorheen: goede ruimtelijke ordening) aanvaardbaar is. Voorliggend bestemmingsplan voorziet uitsluitend in het aanpassen van de geluidzonering van industrieterrein Schinkel en niet in het toestaan van nieuwe functies.
Het realiseren van nieuwe geluidgevoelige objecten ter plaatse is alleen mogelijk na het doorlopen van een planologische procedure, te weten een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) of het wijzigen van het Omgevingsplan. In het kader van toekomstige initiatieven met geluidgevoelige objecten zal op basis van nader onderzoek moeten worden aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.5
Gevolgen voor bedrijven
Als gevolg van de aanpassing van de begrenzing van het industrieterrein komen de bedrijven, met uitzondering van het NLR, buiten het gezoneerde industrieterrein te liggen. Daarmee verandert voor deze bedrijven het juridisch regime. De geluidbelasting van deze bedrijven wordt niet meer beoordeeld op grond van de Wet geluidhinder, maar moeten voldoen aan de regels voor 'milieubelastende activiteiten' uit het Omgevingsplan Amsterdam (voor inwerkingtreding van de Omgevingswet waren deze regels opgenomen in het Activiteitenbesluit). Op het gezoneerde industrieterrein geldt dat de geluidbelasting van milieubelastende activiteiten 50 dB(A) op 50 meter van de begrenzing van de locatie mag bedragen. Buiten het gezoneerde industrieterrein geldt een etmaalwaarde van 50 dB(A) op de dichtstbijzijnde geluidgevoelige objecten. Als er op minder dan 50 meter van de inrichtingsgrens geluidgevoelige objecten aanwezig zijn, wordt mogelijk de geluidruimte en/of bedrijfsvoering van de bedrijven ingeperkt. In dat geval kan het vaststellen van maatwerkvoorschriften of het treffen van maatregelen nodig zijn. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied heeft onderzoek gedaan naar de bedrijfsactiviteiten binnen 50 meter afstand van de meest nabijgelegen geluidgevoelige objecten (zie bijlage 2 bij deze plantoelichting). Dit zijn de woonbootligplaatsen langs het Jaagpad in de Schinkel (zie afbeelding 25).
Gemeente Amsterdam
blz. 36
Afbeelding 25. Bedrijven binnen 50 meter van woonbootligplaatsen Voor deze woonbootligplaatsen gelden grenswaarden van 55, 50 en 45 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond-, en nachtperiode. Dat is 5 dB(A) meer dan de standaard normen voor geluidgevoelige objecten. Dit komt omdat de woonboten in de Schinkel reeds voor 1 juli 2012 in het bestemmingsplan Groengebied Schinkel (vastgesteld 29 oktober 2008) als zodanig zijn bestemd. Deze grenswaarden worden door geen van de bedrijven binnen de 50 meter contour overschreden. Er is onderzocht welke bedrijven binnen een afstand van 50 meter mogelijk effecten of beperkingen ondervinden ten aanzien van de geluidruimte en/of bedrijfsvoering. Daartoe is de geluidemissie van de bedrijven binnen 50 meter van de woonboten geïnventariseerd. Uit deze inventarisatie blijkt dat de grenswaarde voor de woonbootligplaatsen door geen van de bedrijven wordt overschreden. Conclusie is dat de aanpassing van de geluidzonering van industrieterrein Schinkel niet leidt tot een beperking voor de geluidruimte en/of bedrijfsvoering van de gevestigde bedrijven.
4.6
Conclusie
Aan de hand van akoestisch onderzoek zijn de geluidcontouren van het gewijzigde industrieterrein (het NLR-terrein) berekend, waarbij rekening is gehouden met de vergunde en de actuele situatie van het NLR en is uitgegaan van zowel een bebouwde omgeving als een vrije veld situatie. Op basis van deze contouren is de nieuwe zonegrens van het gewijzigde industrieterrein bepaald. De aanpassing van de geluidzonering leidt ertoe dat er geen geluidgevoelige objecten (met uitzondering van een tijdelijke basisschool) meer binnen de geluidzone liggen. Daarnaast leidt de aanpassing niet tot een beperking voor de geluidruimte en/of bedrijfsvoering van de gevestigde bedrijven die niet meer op het gezoneerde industrieterrein liggen.
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 37
Hoofdstuk 5 5.1
M.e.r.-(beoordeling)splicht
Wet- en regelgeving
Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in plan- en besluitvormingsprocessen te geven. De regelgeving met betrekking tot de milieueffectrapportage is verankerd in de Wet milieubeheer. Voor sommige plannen of activiteiten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken (m.e.r.-beoordeling). Ook kan er sprake zijn van een zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling. In het Besluit m.e.r. is opgenomen voor welke activiteiten de m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben.
5.2
Bestemmingsplan
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het wijzigen van de begrenzing van het gezoneerde industrieterrein Schinkel en de bijbehorende zone. Deze activiteit is niet opgenomen in de lijst van activiteiten behorende bij het Besluit m.e.r. Er is geen sprake van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Evenmin is het bepaalde ten aanzien van de vormvrije m.e.r.-beoordeling van toepassing.
5.3
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Op grond van het Besluit m.e.r. is Schinkelkwartier als stedelijk ontwikkelingsproject (categorie 11.2 uit lijst D van het Besluit m.e.r.) m.e.r.-beoordelingsplichtig. Omdat belangrijke nadelige milieugevolgen voor de plannen in Schinkelkwartier niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is voor Schinkelkwartier een milieueffectrapport (MER) opgesteld en is een m.e.r.-procedure doorlopen. Het MER voor Schinkelkwartier is in de geest van de Omgevingswet opgesteld als Omgevingseffectrapport (OER). Het OER heeft dezelfde functie en status als een MER, maar kent een bredere reikwijdte. Het OER Schinkelkwartier is gelijktijdig met de projectnota Schinkelkwartier opgesteld, zodat het mogelijk was om de uitkomsten van het OER in de projectnota te verwerken. In het OER zijn onder andere alternatieven afgewogen voor het aanpassen van de geluidzone van industrieterrein Schinkel (zie paragraaf 3.3.5). Op basis daarvan is in de projectnota Schinkelkwartier gekozen voor een aanpassing van de geluidzonering, waarbij het gezoneerde industrieterrein wordt verkleind tot het terrein van het NLR. De m.e.r.-procedure voor Schinkelkwartier is gekoppeld aan het eerste ruimtelijk besluit waarmee uitvoering wordt gegeven aan het stedelijk ontwikkelingsproject Schinkelkwartier, te weten het bestemmingsplan Overschiestraat 182 en 188.
In het kader van de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft de gemeenteraad op 21 december 2023 het OER Schinkelkwartier aanvaard en het spelregelkader OER en de bijbehorende leefomgevingsfoto vastgesteld als toetsingskader voor juridisch-planologische besluiten voor stedelijke ontwikkelingsprojecten in Schinkelkwartier.
5.4
Wijziging spelregelkader en leefomgevingsfoto OER
De vaststelling van voorliggend bestemmingsplan geeft aanleiding om het spelregelkader OER Schinkelkwartier en de daarbij behorende leefomgevingsfoto te wijzigen. De wijzigingen zijn opgenomen in de notitie Wijziging spelregelkader en leefomgevingsfoto OER Schinkelkwartier inzake geluidzonering industrieterrein Schinkel (zie bijlage 3 bij deze plantoelichting). De eerste wijziging heeft betrekking op de aanpassing van de begrenzing van het gezoneerde Gemeente Amsterdam
blz. 38
industrieterrein Schinkel en bijbehorende geluidzone. De aanpassing van de geluidzonering moet ook worden verwerkt in het spelregelkader OER en op de daarbij behorende leefomgevingsfoto, aangezien daarin nog wordt uitgegaan van het huidige gezoneerde industrieterrein en de huidige geluidzone. Met deze wijzigingen worden het spelregelkader en de leefomgevingsfoto OER Schinkelkwartier in overeenstemming gebracht met het vastgestelde bestemmingsplan. De tweede wijziging heeft betrekking op de verplichting om in geval van toekomstige ontwikkeling van geluidgevoelige objecten onderzoek te doen naar de geluidbelasting vanwege het gewijzigde industrieterrein Schinkel. In voorliggend bestemmingsplan is de nieuwe geluidzone vastgelegd op de voorgeschreven beoordelingshoogte van 5 meter boven maaiveld. In het geval binnen deze geluidzone geluidgevoelige objecten worden geprojecteerd, moet op grond van de Wet geluidhinder onderzoek worden gedaan naar de geluidbelasting en moeten eventueel hogere waarden worden vastgesteld. Voor geluidgevoelige objecten die buiten de geluidzone worden geprojecteerd geldt deze onderzoeksplicht op grond van de Wet geluidhinder niet. Wel is het zo dat ook voor deze objecten geluidonderzoek verplicht is, maar dan op grond van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, voorheen een goede ruimtelijk ordening.
Om te borgen dat ook in het geval nieuwe geluidgevoelige objecten buiten de geluidzone worden geprojecteerd onderzoek wordt gedaan naar de geluidbelasting vanwege het industrieterrein is in het spelregelkader OER Schinkelkwartier een spelregel toegevoegd. Deze spelregel is gekoppeld aan een gebiedsaanduiding op de leefomgevingsfoto. De uitkomsten van het onderzoek moeten worden betrokken bij het beoordelen van de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat en het treffen van eventueel benodigde gebouwgebonden maatregelen. Hiermee wordt geborgd dat de bedrijfsvoering van het NLR niet wordt beperkt. Dit onderzoeksgebied, dat om de geluidzone heen ligt (zie gele gebied in afbeelding 26), is gebaseerd op de geluidbelasting van 50 dB(A) etmaalwaarde vanwege het gewijzigde industrieterrein Schinkel (vergunde en actuele situatie van het NLR, in zowel een bebouwde omgeving als in een vrije veld situatie) op een waarneemhoogte van 40 meter. Er is voor deze hoogte gekozen omdat de beoogde toekomstige bouwhoogte in Schinkelhaven in verband met de hoogtebeperkingen op grond van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol overal in het gebied sowieso lager is dan 40 meter.
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 39
Afbeelding 26. Gewijzigd industrieterrein, gewijzigde geluidzone en onderzoeksgebied
5.5
Conclusie
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het wijzigen van het gezoneerde industrieterrein Schinkel en de bijbehorende zone. Deze activiteit is niet opgenomen in de lijst van activiteiten behorende bij het Besluit m.e.r. Er is geen sprake van een m.e.r.(beoordelings)plicht. Evenmin is het bepaalde ten aanzien van de vormvrije m.e.r.-beoordeling van toepassing. Wel zijn naar aanleiding van de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan het spelregelkader OER Schinkelkwartier en bijbehorende leefomgevingsfoto aangepast. Enerzijds is daarin de geluidzonering in overeenstemming gebracht met het bestemmingsplan, anderzijds is een onderzoeksgebied toegevoegd om te borgen dat in een gebied buiten de geluidzone onderzoek naar de geluidbelasting vanwege het industrieterrein wordt gedaan.
Gemeente Amsterdam
blz. 40
bestemmingsplan_Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel (vastgesteld)
blz. 41
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat kaart en regels te allen tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding zijn voor de gronden binnen het plangebied aanduidingen opgenomen. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is deze uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding is opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). De verbeelding is opgebouwd en gecodeerd volgens IMRO 2012 en de Praktijkrichtlijn bestemmingsplannen 2012. Hiermee wordt aangesloten bij de landelijke richtlijn voor het benoemen van de bestemmingen, het bijbehorende kleurgebruik en het gebruik en de vorm van aanduidingen. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden.
De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Per hoofdstuk worden hieronder de diverse bepalingen artikelsgewijs toegelicht. In hoofdstuk 1 van de planregels (inleidende regels) worden enkele in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. In hoofdstuk 2 (bestemmingsregels) is de reikwijdte en toepassing van het plan omschreven. Daarin wordt omschreven op welke wijze de opgesomde bestemmingsplannen worden gewijzigd. Hoofdstuk 3 (algemene regels) bevat naast de anti-dubbeltelregel de algemene aanduidingsregels voor de geluidzone en het industrieterrein. In hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels) komen het overgangsrecht en de slotregel aan de orde. Toelichting De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van aanduidingen en regels. In de toelichting worden de beleidsintenties aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. Daarbij wordt een gebiedsbeschrijving gegeven en wordt een relatie met het relevante beleid gelegd.