CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Amstelkwartier derde fase West_Toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 15 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Amstelkwartier derde fase West (ZD2021-014767)43.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan Amstelkwartier Derde Fase West

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Amstelkwartier derde fase West

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.M1909BPGST-VG01

Datum print

18 Oktober 2021

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 Hoofdstuk 8 8.1 8.2

5 Inleiding

7

Aanleiding Doel bestemmingsplan Ligging plangebied en plangrens Geldende en in voorbereiding zijnde bestemmingsplannen Crisis- en herstelwet Leeswijzer

7 7 7 9 13 13

Het plan

15

Uitgangssituatie Het plan - Ruimtelijke hoofdopzet Het plan - Programma

15 18 28

Beleidskader

31

Inleiding Rijksbeleid en regelgeving Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

31 31 32 34 36

Milieuaspecten

47

Milieueffect Milieuzonering bedrijven Geluid - Wet geluidhinder Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodemkwaliteit

47 49 56 62 65 72

Omgevingsaspecten

77

Water Archeologie en cultuurhistorie Natuur Schiphol - luchthavenindelingsbesluit

77 79 81 83

Juridische toelichting

85

Algemeen Planvorm De bestemmingen

85 85 87

Economische uitvoerbaarheid

99

Kostenverhaal Financiële uitvoerbaarheid

99 99

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

101

Participatie en inspraak Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

101 102

Gemeente Amsterdam

blz. 4

8.3 8.4 8.5

Advies stadsdeel Zienswijzen Ambtshalve wijzigingen

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

103 104 104

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het bes 'Amstelkwartier derde fase West' heeft betrekking op het centrale deelgebied van het transformatiegebied Overamstel in Amsterdam. Het betreft een bestemmingsplan voor nieuwbouw van woningen, voorzieningen en werkruimtes op een locatie die nu nog gebruikt wordt voor bedrijvigheid van een netbeheerder. Het bestemmingsplan geeft concrete invulling aan ruimtelijk gemeentelijk beleid voor transformatie van het desbetreffende deel van het (voormalige) bedrijventerrein naar gemengd woon-werkgebied met voorzieningen. Als aanleiding voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor het plangebied 'Amstelkwartier derde fase West' in het transformatiegebied Overamstel hebben onder meer de volgende overwegingen een rol gespeeld: Amsterdam heeft de ambitie om de stad en de omgeving te ontwikkelen tot een economisch sterke en duurzame metropoolregio. Deze ambitie is vertaald in de Structuurvisie Amsterdam 2040 die de gemeenteraad in 2011 heeft vastgesteld. Een belangrijk element om te komen tot een economisch sterke en duurzame stad is verdichting van een aantal gebieden tot sterke stedelijke woon-/werkgebieden. Een van deze gebieden is het gebied Overamstel. Al langere tijd wordt gewerkt aan realisatie en uitvoering van de transformatie van het gebied Overamstel van "traditioneel" werkgebied naar een gemengd woon-werkgebied.

De transformatie van Overamstel is een complex proces, dat niet in één keer gerealiseerd kan worden. Het gebied is opgedeeld in deelgebieden die gefaseerd worden ontwikkeld. Een van de deelgebieden is "Amstelkwartier derde fase". Voor de transformatie van het westelijk deel van deze locatie is in maart 2020 het stedenbouwkundig plan Amstelkwartier derde fase vastgesteld met daarin ruimtelijke kaders voor de transformatie. De opgave voor dit deelgebied is om een nieuwe, duurzame stadsbuurt te maken die fungeert als het hart van Overamstel. De ontwikkeling van de nieuwe buurt met functiemenging is gericht op nieuwbouw voor een combinatie van wonen, werken, winkelen, voorzieningen en basisscholen. Middels een netwerk van openbare ruimtes wordt de derde fase verbonden met de rest van de deelgebieden in Overamstel. In voorliggend bestemmingsplan zijn de ruimtelijke kaders van het stedenbouwkundig plan vertaald naar nieuwe juridisch bindende bouwregels en regels over het toegestane gebruik van gronden en bebouwing in het gebied.

1.2

Doel bestemmingsplan

Voorliggend bestemmingsplan heeft tot doel de transformatie van een (voormalige) bedrijfslocatie naar gemengd woon-werkgebied met voorzieningen planologisch juridisch mogelijk te maken. Het geeft daarvoor aan op welke gronden welke functies toegestaan zijn en hoe deze gronden bebouwd mogen worden en welke afwegingen daaraan ten grondslag liggen.

1.3

Ligging plangebied en plangrens

Het bestemmingsplangebied Amstelkwartier derde fase West ligt ten zuidoosten van het stadscentrum van Amsterdam, in de nabijheid van de metrostations Spaklerweg en Overamstel en binnen de ring A10.

Gemeente Amsterdam

blz. 8

Afbeelding: Ligging plangebied in Amsterdam Het plangebied wordt begrensd door de Amstelstroomlaan met Amstelkwartier 1e en 2e fase in het noorden, de Duivendrechtsevaart in het westen, de kade van insteekhaven in de Duivendrechtsevaart met het Kauwgomballenkwartier in het zuiden en het terrein met perifere detailhandel aan de Daniël Goedkoopstraat in het oosten.

Afbeelding: Plangebied

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 9

1.4

Geldende en in voorbereiding zijnde bestemmingsplannen

In het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan zijn op het moment van het opstellen van voorliggend bestemmingsplan de volgende bestemmingsplannen van kracht: 1. Bestemmingsplan Amstelkwartier derde fase, vastgesteld op 22 juni 2016; 2. Bestemmingsplan Amstelkwartier tweede fase Weststrook Zuid e.o., vastgesteld op 14 februari 2019; 3. Bestemmingsplan Bedrijventerrein Overamstel, vastgesteld op 20 januari 2010.

Daarnaast is er tijdens de voorbereidingsprocedure van dit bestemmingsplan een ontwerp-bestemmingsplan ter inzage gelegd dat voor het gehele grondgebied van Amsterdam geldt. Het gaat om: 4. Het ontwerp van het (paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders.

Ook is met omgevingsvergunningen in 2016 en 2017: 5. een jachthaven voor elektrisch aangedreven vaartuigen mogelijk gemaakt in de insteekhaven van de Duivendrechtsevaart.

Gemeente Amsterdam

blz. 10

Afbeelding: Verbeeldingen huidige geldende bestemmingsplannen Hiervoor geldt tot aan het onherroepelijk zijn van voorliggende bestemmingsplan het volgende: Ad 1. Bestemmingsplan Amstelkwartier derde fase (2016) Het bestemmingsplan Amstelkwartier derde fase (2016) is van toepassing op de gronden van het gebied waarvoor voorliggend bestemmingsplan een transformatie mogelijk maakt en het noordelijk deel van de insteekhaven met beoogde aanlanding van een nieuwe brug over de insteekhaven voor langzaamverkeer. De noordelijk deel van deze brug is in dit bestemmingsplan al positief bestemd. De locatie heeft in het bestemmingsplan Amstelkwartier derde fase (2016) een 4 -tal (enkel)bestemmingen en een dubbelbestemming, namelijk Bedrijf, Verkeer - 1, Verkeer - 2, Water en Waterstaat - Waterkering. In 2019 is dit bestemmingsplan gedeeltelijk herzien met het vaststellen van het bestemmingsplan Amstelkwartier tweede fase Weststrook Zuid e.o. waarbij de ligging van de dubbelbestemming van een te verleggen gasleiding is gewijzigd en waarbij de gebiedsaanduiding van te verwijderen gasontvangstations en gasexpansieturbine zijn wegbestemd (zie ad 2. Bestemmingsplan Amstelkwartier tweede fase Weststrook Zuid e.o.). Ad 2. Bestemmingsplan Amstelkwartier tweede fase Weststrook Zuid e.o. (2019) Het bestemmingsplan Amstelkwartier tweede fase Weststrook Zuid e.o.

(2019) is vastgesteld om onder meer een verlegging van een gasleiding die voorheen gedeeltelijk in het plangebied van Amstelkwartier derde fase (2016) lag, mogelijk te maken. Dit door de ligging van de dubbelbestemming van Leiding Gas te wijzigen en daarbij de dubbelbestemming Leiding - Gas van het oude tracé weg te bestemmen. Voorts is met het bestemmingsplan een gebiedsaanduiding van te verwijderen gasontvangstations en gasexpansieturbine in het plangebied wegbestemd. Een deel van die nieuwe ligging van de gasleiding valt binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan. Dat tracé met bijbehorende dubbelbestemming wordt overgenomen in voorliggend bestemmingsplan en verandert met voorliggend bestemmingsplan dus niet. Ad 3. Bestemmingsplan Bedrijventerrein Overamstel (2010). Het bestemmingsplan Bedrijventerrein Overamstel (2010) is van toepassing op het zuidelijke deel van de insteekhaven en de beoogde aanlanding van een nieuwe brug over de insteekhaven voor langzaamverkeer. Het zuidelijk deel van deze brug is in het bestemmingsplan Bedrijventerrein Overamstel (2010) al positief bestemd, dus daarvoor hoeft het bestemmingsplan Bedrijventerrein Overamstel in beginsel niet herzien te worden. Het zuidelijk deel van de insteekhaven zou dus wat 'ontwikkeling' betreft niet in voorliggend bestemmingsplan opgenomen hoeven te worden.

Het zuidelijk deel van de insteekhaven is evenwel opgenomen in voorliggend bestemmingsplan vanwege de in 2016 met afwijkingsomgevingsvergunning verleende jachthaven. Nu valt het besluitgebied van de afwijkingsomgevingsvergunning van de jachthaven in twee bestemmingsplangebieden (zie ad 4). Door het zuidelijk deel van de insteekhaven toe te voegen aan het plangebied van voorliggend bestemmingsplan kan de afwijkingsomgevingsvergunning in 1 keer worden vertaald naar bestemmingsplanregels. Voor het overige worden de bestaande regelingen uit het bestemmingsplan Bedrijventerrein Overamstel overgenomen (betreft de dubbel bestemming Waarde - Archeologie).

Ad. 4.Het (paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders Uit onderzoek van Waternet en het Ingenieursbureau van Amsterdam, dat in maart 2019 werd afgerond, bleek dat in grote delen van de stad de effecten van (met name cumulatieve) kelderbouw negatief zijn. Door de barrièrewerking van meerdere kelders naast elkaar wordt de stand en stroom van het grondwater beïnvloed. Dit leidt tot onder- en overlast van het grondwater. Teneinde ongewenste ruimtelijke effecten en daarmee schade als gevolg van aanleg van kelders te voorkomen, is het bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 11

Afwegingskader Grondwaterneutrale kelders Amsterdam opgesteld. De (algemene) regels uit het Afwegingskader hebben primair betrekking op kelders met één verdieping, een oppervlakte van maximaal 300 m² en een diepte van maximaal 4 meter onder het grondoppervlak (maaiveld) gerekend aan de straatkant. Ten aanzien van de kelders die groter zijn dan 300 m² en/of dieper dan 4 meter wordt in het Afwegingskader bepaald dat medewerking alleen mogelijk is indien aan de hand van een geohydrologisch rapport wordt aangetoond dat de aanleg grondwaterneutraal zal plaatsvinden. De regels van het Afwegingskader zullen nog juridisch geborgd via het paraplubestemmingsplan "Grondwaterneutrale Kelders". Het ontwerp hiervan heeft vanaf 3 juni 2021 ter inzage gelegen en is te raadplegen op ruimtelijkeplannen.nl. Verwachting is dat het paraplubestemmingsplan in het najaar 2021 wordt vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan regelt - kort gezegd - dat kelderbouw alleen mogelijk is na vrijstelling van het college, mits deze grondwaterneutraal is. Voor kelders groter dan 300 m2 of dieper dan 4 meter geldt dat op basis van een geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat het bouwplan niet strijdig met het belang van grondwaterneutraal bouwen. In de watertoets die is uitgevoerd ter voorbereiding op het nu voorliggende bestemmingsplan zijn de effecten op de grondwaterstromen onderzocht.

Daaruit blijkt dat de efecten zeer beperkt zijn, mits het maaiveld wordt opgehoogd conform de voorgenomen uitvoering. Ter waarborging van de beleidsregels zoals opgenomen in het Afwegingskader Grondwaterneutrale kelders zijn de regels van het paraplubestemmingsplan overgenomen in dit bestemmingsplan. In de algemene bouwregels is vastgelegd dat kelders tot een oppervlakte van 300 m2 of een diepte van 4,0 meter moeten voldoen aan de regels van het Afwegingskader Grondwaterneutrale kelders.Voor kelders groter dan 300 m2 of dieper dan 4 meter geldt dat op basis van een geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat het bouwplan niet strijdig met het belang van grondwaterneutraal bouwen. Ad 5. Omgevingsvergunningen jachthaven Bij omgevingsvergunning d.d. 22 december 2016 (kenmerk 2486263/HZ_WABO-2016-00810) is voor realisatie van een 'E-Harbour' in de insteekhaven van de Duivendrechtsevaart toestemming verleend om te bouwen en af te wijken van de regels van de bestemmingsplannen Amstelkwartier 3e fase (zie ad 1) en het bestemmingsplan Bedrijventerrein Overamstel (zie ad 3).

Afbeelding: situatie plattegrond omgevingsvergunning 2486263/HZ_WABO-2016-00810

Gemeente Amsterdam

blz. 12

De omgevingsvergunning d.d. 22 december 2016 voor de E-Harbour betreft een stallingsjachthaven met 65 ligplaatsen voor elektrisch aangedreven passagiersvaartuigen en bedrijfsvaartuigen voor de opslag van voorraad/goederen voor de passagiersvaartuigen, alsmede het stallen en verhuur van voor verhuur bedoelde elektrisch aangedreven pleziervaartuigen en het gebruik ten behoeve van elektrisch aangedreven pleziervaartuigen. Dit met bijbehorende drijvende aanlegsteigers, toegangsloopbrug, sektiekasten en aansluitpunten voor het elektrisch opladen van de boten en drinkwatertappunten. Bij die omgevingsvergunning d.d. 22 december 2016 is tevens bepaald dat voor de duur van 10 jaar tijdelijk toestemming wordt verleend voor het plaatsen van de toegang naar de jachthaven op de kop van de Daniel Goedkoopstraat via een loopbrug. Bij tijdelijke omgevingsvergunning d.d. 11 mei 2017 (kenmerk 2770832/HZ_WABO-2017-000892) is voor de duur van 5 jaar toestemming verleend voor het plaatsen van een trafostation t.b.v. de E-Harbour op de locatie tussen de kop van de zijarm van de Duivendrechtsevaart en de Daniel Goedkoopstraat.

Afbeelding: situatie plattegrond omgevingsvergunning 2770832/HZ_WABO-2017-000892

Doelstelling Voorliggend bestemmingsplan vervangt, nadat het van kracht is geworden, de voornoemde bestemmingsplannen. Ook zijn hierin verleende omgevingsvergunningen verwerkt, zoals de in 2016 en 2017 verleende omgevingsvergunningen voor een jachthaven met 65 ligplaatsen in de insteekhaven van de Duivendrechtsevaart en trafostation op de kop van de insteekhaven.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 13

1.5

Crisis- en herstelwet

De Crisis- en herstelwet (Chw) is op 31 maart 2010 in werking getreden en is op het moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan nog steeds in werking. Afdeling 2 van de Chw is onder meer van toepassing op alle besluiten die krachtens enig wettelijk voorschrift zijn vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van de in bijlage I van deze wet bedoeld categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten. In bijlage I van de Chw is als categorie onder andere genoemd de 'ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 Wet ruimtelijke ordening ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden'. Het voorliggende bestemmingsplan heeft onder meer betrekking op de realisatie van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied als onderdeel van de transformatie van het werkgebied Overamstel in een woon- en werkgebied en valt daarom binnen de categorie waarop afdeling 2 van de Chw van toepassing is.

1.6

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting bestaat uit 8 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft het plan met daarin een beschrijving van de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en welke ontwikkelingen zich voordoen in het plangebied. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en hoofdstuk 5 behandelt de overige relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspecten plaats. Een toelichting op de juridische systematiek, een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen is beschreven in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 8 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures.

Gemeente Amsterdam

blz. 14

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 15

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Uitgangssituatie

Historie omgeving Het plangebied Amstelkwartier 3e fase West is onderdeel van de transformatie van Overamstel (zie hierna onder 'Huidige situatie omgeving'). Overamstel bevindt zich in de Grote Duivendrechter Polder. Deze polder maakte in het verleden deel uit van het Amstelland, het landelijke gebied van Amsterdam rond de Amstel. De ontginning van dit gebied vond vanaf de 11de eeuw plaats, waarbij de Amstel als ontginningsas werd gebruikt. Het zogenaamde slagenlandschap is duidelijk te zien op historische kaarten. Bijzonder is dat de verkavelingsstructuur van het veenlandschap de basis vormt voor de wegenen bebouwingsstructuur. Hoewel nagenoeg niets meer over is van de poldersloten, is het verkavelingspatroon tot vandaag de dag zichtbaar in de oriëntatie van gebouwen, wegen en groen. Zo volgt de nieuwe verkaveling in de deelgebieden Amstelkwartier 1e en 2e fase overwegend deze eeuwenoude polderverkaveling.

Afbeelding: historische verkavelingsrichting De opening van de Rijnspoorweg in 1843, de spoorlijn tussen Amsterdam en Arnhem, leidde ertoe dat de Grote Duivendrechter Polder werd doorsneden. Begin 20e eeuw lag het gebied Overamstel nog als agrarisch polderlandschap aan de rand van de stad. In 1906 werd hier begonnen met de aanleg van de Zuidergasfabriek. Deze werd in 1913 in gebruik genomen en bevond zich ter hoogte van het gebied dat nu Amstelkwartier 2e fase en het noordoostelijke deel van Amstelkwartier 3e fase is. Naast de Zuidergasfabriek, vestigde zich vanaf het midden van de jaren '30 van de 20e eeuw ook de Rioolwaterzuivering Zuid ter hoogte van wat nu Amstelkwartier 1e fase is.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

Bij de overschakeling van kolen op aardgas sloot de gasfabriek en werden de gashouders eind jaren '60 - begin jaren '70 van de 20e eeuw afgebroken. Slechts enkele gebouwen zijn overbleven. Deze vormen nu in de deelgebieden Amstelkwartier 1e en 2e fase nog een tastbare herinnering aan de oude Zuidergasfabriek. Na sluiting van de gasfabriek in 1969 is in 1985 ter plaatse van het huidige Amstelkwartier 2e fase het hoofdkantoor van het Energiebedrijf Amsterdam gerealiseerd. Die bebouwing is gesloopt om plaats te maken voor de nieuwbouw van Amstelkwartier 2e fase. Ook in het deelgebied van voorliggend plangebied Amstelkwartier 3e fase is bebouwing gerealiseerd voor energie gerelateerde bedrijvigheid. Een deel van het voormalige gasfabriekterrein is na de sluiting ervan gebruikt als brandweeroefenterrein voor Brandweer Amsterdam-Amstelland. In de jaren '50 van de 20e eeuw is de Duivendrechtsevaart met insteekhaven gegraven en is Overamstel verder ontwikkeld als bedrijventerrein met benamingen als Amstel Business Park, Amstel Noord en Amstel I. De planontwikkeling hiervan vindt zijn oorsprong in het Algemeen Uitbreidingsplan Amsterdam (AUP) uit de jaren '30 van de 20e eeuw. De aanleg van de Zuidoosttak van de metrolijn in de jaren '70 en de aanleg van de A2 en de Spaklerweg gaf een impuls aan het bedrijvengebied Overamstel.

In 1990 werd het gebied nog beter bereikbaar met de voltooiing van de ringweg A10 en in 1997 met de ingebruikneming van de ringlijn van de metro. Met besluitvorming in 2000 over verplaatsing van de rioolwaterzuiveringsinstallatie werd feitelijk de discussie gestart over herijking van het gebied. In 2003 is het Structuurplan vastgesteld, waarin Overamstel werd aangewezen als gebied waar menging en intensivering wordt nagestreefd. Dit vanwege de vraag naar ruimte voor gemengde stedelijke milieus en in het bijzonder ruimte voor wonen. In 2002 en 2005 is de Visie Overamstel opgesteld en vastgesteld. Het transformatieproces is daarna gefaseerd tot ontwikkeling gekomen. Huidige situatie omgeving Enkele deelgebieden van Overamstel zijn wat transformatie betreft vrijwel gereed, zoals Amstelkwartier 1e fase en Kop Weespertrekvaart. Op moment van opstellen van voorliggende toelichting, zijn andere gebieden volop in ontwikkeling, zoals Amstelkwartier 2e fase en het Bajeskwartier. Andere realisatiefasen beginnen op korte tot middellange termijn, zoals Weespertrekvaart-Midden/Strook en Weespertrekvaart-Oost. Amstelkwartier 3e fase behoort tot die laatste categorie. Zo ontstaat stap voor stap de nieuwe stadswijk Overamstel, met uiteindelijk naast ruimte voor werken en voorzieningen, naar verwachting circa 8.000 - 9.000 woningen.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 17

Afbeelding: (transformatie)deelgebieden in omgeving plangebied Huidige situatie plangebied Op het moment van opstellen van het voorliggende bestemmingsplan zijn de gronden in het plangebied nog in gebruik door Liander, een beheerder van energienetwerk. Het terrein is ingericht met bedrijfsbebouwing voor opslagmagazijnen, kantoor, milieuplein en parkeerruimte. Voor de transformatie van het plangebied wordt het bedrijf verplaatst naar een locatie elders in Amsterdam. Het plangebied ligt aan twee zijden aan het water, namelijk aan de westzijde aan de Duivendrechtsevaart en aan de zuidzijde aan een insteekhaven van de Duivendrechtsevaart. Op 22 december 2016 is een omgevingsvergunning verleend waarmee het water ter plaatse van de insteekhaven mag worden gebruikt als jachthaven met 65 ligplaatsen. Daarbij is tevens bepaald dat de entree tot de drijvende steigers zich aan de kopse kant van de insteekhaven mag bevinden voor duur van 10 jaar. Op 11 mei 2017 is voor het (tijdelijk) plaatsen van een trafostation voor de E-Harbour toestemming verleend op de wal aan de kopse kant van de insteekhaven. De tijdelijkheid van de locatie van entree en trafostation hing samen met de op dat moment voorziene transformatie / herontwikkeling van Amstelkwartier 3e fase.

Gemeente Amsterdam

blz. 18

Afbeelding: situatie op moment van opstellen bestemmingsplan (2020)

2.2

Het plan - Ruimtelijke hoofdopzet

2.2.1

Planvorming - Eerdere besluitvorming

Stedenbouwkundig plan en beleidskaders Aan het bestemmingsplan Amstelkwartier 3e fase West ligt het stedenbouwkundig plan Amstelkwartier 3e fase ten grondslag dat op 11 maart 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het stedenbouwkundig plan Amstelkwartier 3e fase is het resultaat van meerdere bestuurlijke besluiten, waaronder: de Visie Overamstel (november 2005) waarin werd voorgesteld om het noordelijk deel van het bedrijventerrein Amstel Business Park te transformeren tot een stedelijk, gemengd woon/werkgebied. Deze opgave werd daarna tevens geagendeerd in de structuurvisie 2040 (februari 2011). de businesscase Amstelkwartier 2e fase (juli 2012) waarmee werd besloten om een knip te maken tussen de 2e en 3e fase van het Amstelkwartier om de transformatie beter beheersbaar te maken. Koers 2025 (april 2016) waarin Amstelkwartier 3e fase werd aangemerkt als nieuwe locatie voor woningbouw na 2016. Tegelijkertijd besloot de gemeenteraad (april 2016) tot aankoop van het Liander-terrein vanwege de dringende behoefte aan woningbouwlocaties. Amstelkwartier 3e fase is daarnaast in het Actieplan Woningbouw 2014-2018 aangewezen als versnellingslocatie. Motie bij vaststelling van het stedenbouwkundig plan d.d.

11 maart 2020: Bij de vaststelling van het stedenbouwkundig plan op 11 maart 2020 is een motie aangenomen die verband houdt met de eerder uitgedragen zorg van het stadsdeel Oost over de niet-geplande ruimte voor veldsport. Op basis van de referentienormen die de gemeente Amsterdam beleidsmatig hanteert bij nieuwe

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 19

opgaven, dient voor het gehele Amstelkwartier ca. 17.250 m² gerealiseerd te worden voor buitensporten (zoals voetbal, hockey etc.). Deze normen worden niet gehaald, voor de klassieke veldsporten is geen ruimte opgenomen. In het advies van Sport&Bos voor Overamstel (d.d. 7 november 2019) is de intensivering van Sportpark Drieburg aangedragen als locatie om in een deel van de behoefte te voorzien. Herinrichting en mogelijke uitbreiding van het sportpark levert nog een forse toename van sportvelden op. Voorwaarde hiervoor is dat de bereikbaarheid van het sportpark vanuit Overamstel verbeterd wordt. Aan deze voorwaarde wordt voldaan met de aanleg van de brug over de Weespertrekvaart naar de Watergraafsmeer (start bouw naar verwachting medio 2021). De kosten voor deze brug zijn gedekt via de vastgestelde grondexploitatie Kop Weespertrekvaart. In het licht van de sportopgave voor heel Overamstel wordt ook gekeken naar de groenzone langs de Amstel, de uitfasering van de Nieuwe Utrechtseweg (A2) en het openstellen van het APGS-terrein (Amsterdamse Politie Gymnastiek- & Sportvereniging). De motie bij vaststelling van het stedenbouwkundig plan ziet er op toe dat het gesprek wordt aangegaan met de Nationale Politie en dat het college zich inzet voor openstelling van de politie-sportfaciliteiten APGS in het weekend voor alle Amsterdammers, dus ook voor niet-leden van de Nationale Politie.

Bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan en het voorliggend bestemmingsplan, vormt naast voornoemde besluiten, ook het actuele beleid de uitgangspunten voor de planvorming, waaronder bijvoorbeeld duurzaamheidsbeleid. Hiervoor wordt volledigheidshalve verwezen naar hoofdstuk 3 Beleidskader. In navolgende paragrafen wordt het plan in hoofdlijnen beschreven en op onderdelen wat bouwregels en programma betreft nader gespecificeerd. Voor een volledige beschrijving van de ruimtelijke en functionele afwegingen en uitgangspunten voor de inrichting van het gebied wordt volledigheidshalve ook verwezen naar het stedenbouwkundig plan met bijlage in de bijlage van voorliggende toelichting. 2.2.2

Het plan

Hoofdopzet en samenhang met de omgeving De opgave voor dit gebied is om een nieuwe, duurzame stadsbuurt te maken die fungeert als het hart van Overamstel. De ontwikkeling van de nieuwe buurt met functiemenging richt zich op de bouw van circa 800 woningen en ruimte voor winkels, horeca, werkruimtes en overige (maatschappelijke) voorzieningen, waaronder twee basisscholen. Voor een volledige beschrijving van het stedenbouwkundig plan wordt verwezen naar het stedenbouwkundig plan met bijlagen in de bijlage van voorliggende toelichting. Hieruit is het volgende op te maken over de hoofdopzet: Verkavelingsstructuur Het plangebied ligt op een 'scharnierpunt' in bestaande verkavelingsstructuren. In Amstelkwartier 1e en 2e fase volgt de hoofdstructuur van straten de historische diagonale landschappelijke lijnen, met een oriëntatie op de Amstel. In het Kauwgomballenkwartier, de A2-zone en het westelijke deel van Amstelkwartier 3e fase is bij ontwikkelingen in het verleden gebroken met die oude verkavelingsstructuur van het slagenlandschap en is de verkavelingsstructuur in de huidige situatie wat oriëntatie betreft oost-west en meer gericht op de Duivendrechtsevaart. Deze twee oriëntatiestructuren ontmoeten elkaar in het voorliggende plangebied.

Gemeente Amsterdam

blz. 20

De ligging van het plangebied op een scharnierpunt van verkavelingsstructuren in Amstelkwartier wordt aangegrepen om hier het hart van de wijk te maken. Als gevolg van de functie als wijkcentrum van Overamstel wordt het plangebied in hoge dichtheid bebouwd en worden woningen gemengd met een winkelgebied, voorzieningen en twee basisscholen. Omwille van een optimale levendigheid komen veel functies in de gebouwplinten, liggen de scholen aan een gezamenlijk buurtplantsoen en worden langzaamverkeer routes naar alle windstreken verbeterd. Daartegenover staan een relatief rustige groene binnenstraat, gesloten binnentuinen in bouwblokken en een autoluwe kade aan de insteekhaven die vooral als verblijfsplek wordt ingericht. De winkels liggen geconcentreerd in de oosthoek van het plan (delen van blok 10, blok 11, blok 13 en blok 14) en worden volgens een ‘haltermodel’ ontwikkeld; twee uit elkaar liggende supermarkten (deel blok 10 en deel blok 14) zorgen voor aanloop in de hele winkelzone, waar kleinere winkels en voorzieningen tussen de supermarkten van mee kunnen profiteren.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 21

Bebouwing Bouwvelden De hoofdstructuur in het plangebied bestaat uit zes bouwvelden (blok 9, 10, 11, 12, 13, 14) die vooral met typisch Amsterdamse 'gesloten' bouwblokken worden ontwikkeld, maar ook met een solitair / vrijstaand gebouw (blok 11) met afwijkende driehoekige vorm, maat en een alzijdige oriëntatie. Aan de binnenzijde van de gesloten bouwblokken staan privacy en een groene binnenwereld centraal. Vanwege de afwijkende vorm, maat en positie heeft 'special' blok 11 geen binnentuin of binnenterrein. De bouwvelden bieden ruimte aan bouwblokken met uiteenlopende vormen. De belangrijkste uitgangspunten voor elk bouwblok zijn een hoge en flexibel in te vullen plint (begane grond), een strakke rooilijn aan de voorkant om de openbare ruimte stevig in te kaderen waardoor een gesloten bouwblok kan ontstaan en aan de achterkant een flexibele rooilijn om zo verschillende woontypologieën te kunnen realiseren.

Gemeente Amsterdam

blz. 22

Bouwhoogten Voor de bouwhoogten van de bouwblokken geldt dat de bebouwingswand langs de Amstelstroomlaan reageert op de hoogte van de bouwblokken aan de overzijde van de Amstelstroomlaan in Amstelkwartier 2e fase. De bouwhoogte is hier minimaal 24 meter en maximaal 30 meter. Achter de stedelijke wand langs de Amstelstroomlaan is variatie in bouwhoogten mogelijk waarbij de bouwhoogte maximaal 30 meter mag bedragen. Ter plaatse van 'special blok 11' is in dit bestemmingsplan een flexibiliteitsbepaling (afwijkingsbevoegdheid) opgenomen tot maximaal 40 meter. Hier ligt ten opzichte van het vastgestelde stedenbouwkundig plan een aanvullende stedenbouwkundig afweging aan ten grondslag. Blok 11 heeft een bijzondere positie in het stedenbouwkundig plan van Amstelkwartier 3e fase. Het blok is in het stedenbouwkundig plan benoemd als 'special'. Dat komt door de ligging aan zowel de Amstelstroomlaan, een belangrijke toegangsweg en de Rozenburgstraat, de toekomstige winkelstraat in Amstelkwartier 3e fase. Ook de diagonale vorm van de kavel, en de ligging tegenover het Bella Vistapark dragen hieraan bij. Vanwege de bijzondere ligging mag er voor de realisatie van een 'stedenbouwkundige markering / accent / verbijzondering', wat hoogte betreft worden afgeweken van de maximale hoogte van 30 meter tot 40 meter.

De windhinder rondom blok 11 dient daarbij te voldoen aan Verblijfskwaliteitseis A (NEN 8100:2006, aangetoond met een CFD studie). Rooilijnen - horizontale gebouwdiepten Uitgangspunten voor de voorgevelrooilijn zijn: 1. Incidenteel inspringen ten opzichte van de voorgevelrooilijn is mogelijk boven de plint; 2. Inspringen van het hoofdvolume ten opzichte van de voorgevelrooilijn is mogelijk vanaf de vierde bouwlaag; 3. Uitgangspunt voor balkons aan de voorzijde / straatzijde is dat deze in beginsel inpasbaar zijn vanaf de tweede bouwlaag (= op de 1e verdieping en hoger). De diepte van de balkons aan de voorzijde is in de regel 1 meter, maar in bepaalde situaties zijn balkons tot een diepte van 1,5 meter toegestaan. Bijvoorbeeld als de woningen aan de achterzijde geen balkon hebben. 4. Gevelaccenten (overstek, erkers of geleding) mogen maximaal 1 meter uit de voorgevelrooilijn steken, vanaf een hoogte van 5 meter. 5. Gevelaccenten moeten een integraal onderdeel vormen van het gevelbeeld en mogen het gevelbeeld niet overheersen. Gevelaccenten zijn ondergeschikte elementen in de gevelopbouw. Uitgangspunten voor de achtergevelrooilijn, horizontale gebouwdiepte en 'openingen' zijn: 1. De achtergevelrooilijn is indicatief en in beginsel vrij tot een maximale horizontale gebouwdiepte van 17,5 meter, gemeten vanaf de voorgevelrooilijn.

Er is een flexibileitsbepaling opgenomen om hiervan af te wijken. Voorwaarde is dat de afstand tussen twee tegenover elkaar gelegen achtergevels minimaal 19 meter bedraagt en er een opening (zogenaamde 'snede' / onbebouwd deel van de gronden) in het bouwblok van minstens 5 meter wordt gerealiseerd. Volledigheidshalve: de bepaling van de maximale horizontale gebouwdiepte van 17,5 meter geldt uiteraard niet op locaties waar in ieder geval de begane grond van een bouwveld volgens het stedenbouwkundig plan geheel bebouwd mag worden. Dit betreft de locaties van de supermarkten in blok 10 en 14, de locaties van de scholen in blok 12 en 13 en de locatie van 'special blok 11'. 2. Uitgangspunt voor balkons aan de achterzijde is dat deze in beginsel tot maximaal 1 meter voorbij de achtergevelrooilijn mogen uitsteken, maar dat op locaties ook verder uitstekende balkons zijn toegestaan. 3. Gevelaccenten (overstek, erkers of geleding) mogen maximaal 1 meter uit de achtergevelrooilijn steken.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 23

Groene binnentuinen Aan de binnenzijde van de bouwblokken staan privacy en een 'groene binnenwereld' centraal. Dit laatste niet alleen vanwege de ruimtelijke uitstraling en het daarmee samenhangende woon- en leefklimaat (relatief drukker aan de buitenzijde van de bouwblokken en relatief rustiger aan de binnenzijde van bouwblokken), maar onder meer ook vanwege bijkomende positief effect op aspecten als biodiversiteit, waterberging, klimaat ('hittestress'). Uitgangspunten voor de inrichting van het gebied voor het kunnen verkrijgen van een 'groene binnenwereld' zijn: de aanwezigheid 'groene' daken op de binnenterreinen. zo min mogelijk bebouwing in de binnentuin. Hiervoor zijn specifieke regelingen opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Voor toelichting daarop wordt verwezen naar paragraaf 6.3 onder 'Groene binnentuinen'. Plinten De plint (begane grond) vormt de fysieke verbinding tussen het gebouw en de omliggende openbare ruimte. Een zorgvuldig ontwerp van plinten draagt bij aan een prettige leefomgeving. Uitgangspunt voor de nieuwbouw is het realiseren van hoge plinten (hoge plafonds) die de ruimten op de begane grond aanpasbaar maken voor een palet aan mogelijke functies. Een 'flexibele' plint (flexibel in te richten / flexibel in gebruik) verhoogt de economische levensduur van de gebouwen.

Het hoogteverschil tussen de vloer van de begane grond en het maaiveld is maximaal 1 meter. Voor de plinthoogten gelden de volgende uitgangspunten: Langs de Amstelstroomlaan en winkelgebied, rondom blok 11: 1. Verdiepingshoogte van de begane grondverdieping minimaal 3,5 meter; 2. 50% van de werkplint dient een verdiepingshoogte van minimaal 5 meter te krijgen; 3. maximaal 30% van de plint mag ingericht en gebruikt worden met ruimten ten behoeve van bovenliggende woningen (bijvoorbeeld toegangsruimten, bergruimten). Woningen zijn hier echter niet toegestaan op de begane grond. Ter hoogte van de Amstelstroombrug: 1. Verdiepingshoogte van de begane grondverdieping minimaal 3,5 meter; 2. maximaal 30% van de plint mag ingericht en gebruikt worden met ruimten ten behoeve van bovenliggende woningen (bijvoorbeeld toegangsruimten, bergruimten). Woningen zijn hier echter niet toegestaan op de begane grond. 3. ter hoogte van de Amstelstroombrug is sprake van een oplopend maaiveld. Overige plinten: Verdiepingshoogte (bovenkant vloer tot en met bovenkant volgende bovenkant vloer) van de begane grondverdieping is minimaal 3,5 meter; De plint is te schakelen met naastgelegen ruimtes en uit te breiden naar achteren tot maximaal 17,5 meter vanaf de voorgevelrooilijn.

Inpandig parkeren (onderscheid in fiets, scooter en autoparkeren) en bergingen Gebouwde parkeeroplossingen (hieronder worden verstaan -elektrische laad- parkeerplekken voor (deel)auto's, fietsen scooters en gemeenschappelijke bergingen) worden gesitueerd in de bebouwing. Inpandige autoparkeervoorzieningen worden, geheel verdiept of halfverdiept, vanaf de openbare ruimte buiten het zicht gerealiseerd. Entrees zijn uiteraard wel zichtbaar. Voor fietsparkeeroplossingen en gemeenschappelijke bergingen geldt in beginsel ook dat die ook geheel verdiept of halfverdiept dienen te worden aangelegd, maar hiervoor geldt dat deze in bepaalde situaties ook op de begane grond gesitueerd mogen worden. Dit laatste geldt voor die gevallen waarin wordt voorzien in een stedenbouwkundig 'aantrekkelijk' vormgegeven en geprogrammeerde plint (begane Gemeente Amsterdam

blz. 24

grond). Individuele bergingen zijn in alle bouwlagen toegestaan. In het algemeen geldt dat een halfverdiepte auto- of scooter-/fietsparkeervoorziening en gemeenschappelijke berging 5 meter terug dient te liggen vanaf de voorgevel om zodoende aansluitend op straatniveau een woon-/werkfunctie te kunnen situeren. Een geheel verdiepte auto- of scooter/fietsparkeervoorziening en gemeenschappelijke berging mag vanaf de voorgevel gerealiseerd worden, met uitzondering van blok 9. Ter plaatste van blok 9 dienen ten behoeve van de constructie van de brug over de Duivendrechtsevaart, alle (half)verdiepte parkeeroplossingen en gemeenschappelijke bergingen ten minste 5 meter van de voorgevel te liggen. De geheel verdiepte en halfverdiepte parkeergarages en gemeenschappelijke bergingen in/onder bebouwing langs de Duivendrechtsevaart en de insteekhaven (blok 9, 12a-12b, 13 en 14) dienen buiten het theoretische dijkprofiel te blijven (zie o.a. figuur 13.4, 13.5 en 13.6 in bijlage 13 van het stedenbouwkundig plan). Inritten van parkeergarages worden geïntegreerd in de bebouwing waarbij de hellingbaan volledig inpandig gesitueerd wordt. In verband met de verkeersveiligheid dient op eigen terrein een vlakstand gerealiseerd te worden van tenminste 5 meter, en een helling van maximaal 3 graden. Garagedeuren- of hekken mogen maximaal 0,5 meter terug liggen ten opzichte van de voorgevelrooilijn.

Ondergronds bouwen - horizontale en verticale gebouwdiepte Zoals hiervoor onder 'inpandig parkeren (onderscheid in fiets, scooter en autoparkeren) en bergingen' is aangegeven, is de mogelijkheid voor ontgraving voor halfverdiepte of geheel verdiepte parkeervoorzieningen onderdeel van het plan. Dit is in beginsel toegestaan onder alle gebouwen tot een horizontale gebouwdiepte van 17,5 meter. Op locaties waar bebouwing is toegestaan met een grotere horizontale gebouwdiepte (twee supermarktlocaties blok 10 en 14, twee schoollocaties blok 12 en 13 en ter plaatse van 'special' blok 11) geldt die bepaling niet en is dus een grotere horizontale gebouwdiepte bij recht toegestaan voor bepaalde bouwlagen. Voorts kan voor de andere locaties onder voorwaarde voor verdiepte en halfverdiepte gebouwde parkeervoorzieningen worden afgeweken van deze maximale toegestane horizontale gebouwdiepte van 17,5 meter. Bij geheel verdiept wordt voor de verticale gebouwdiepte uitgegaan van een diepte van 1 bouwlaag, maar ook meerlaagse ondergrondse parkeervoorzieningen zijn toegestaan, mits de kelder niet de kleilaag raakt. Dit vanwege grondwatergerelateerde en bodemvervuiling problematiek. Voor ondergrondse gebouwen / ondergronds bouwen gelden dan ook grondwatergerelateerde voorwaarden waarmee bij realisatie van ondergrondse gebouwen rekening moet worden gehouden.

Hiervoor wordt verwezen naar de waterparagraaf 5.1.2. Ook gelden er voor ondergronds bouwen aandachtspunten die verband houden met de bodemkwaliteit (milieuhygiëne). Daarvoor wordt verwezen naar paragraaf 4.6. Ontsluiting plangebied Autoverk eer en langzaamverkeer Het plangebied grenst aan de Amstelstroomlaan. De Amstelstroomlaan sluit aan op de Spaklerweg en, na realisatie van de brug over de Duivendrechtsevaart (gepland 2021), ook op de Joan Muyskenweg. De Amstelstroomlaan is voor autoverkeer de hoofdontsluiting van het plangebied. Binnen het plangebied is een structuur van binnenstraten met onderscheid in een parallel aan de Amstelstroomlaan liggende centrale binnenstraat en zij(binnen)straten die aansluiten op de bestaande kruispunten van de Amstelstroomlaan en de kade langs de Duivendrechtsevaart. Waar voor de auto maar beperkte toegang is, kan per fiets en te voet op diverse plekken de wijk worden ingestoken. Het passeren van de

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 25

Amstelstroomlaan kan via de kade langs de Duivendrechtsevaart (onder de brug door), over een zebrapad ter hoogte van het park en langs de verkeerslichten bij de Spaklerweg. Nieuwe brug voor langzaam verkeer Voor verbetering van de langzaamverkeerstructuur wordt een fietsbrug over de insteekhaven gerealiseerd om een directe verbinding te creëren richting het Kauwgomballenkwartier en het metrostation Overamstel.

Groen Inrichting Door een profielbreedte van 20 meter in de binnenstraat is er voldoende ruimte voor brede stoepen, volgroeide bomen en groenvakken. Door benodigde sanering moeten circa 50 bomen van middelmatige kwaliteit worden gekapt. In het huidige schetsontwerp worden hier circa 120 bomen voor terug geplant in het gebied. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 10 van het op 11 maart 2020 door de gemeenteraad vastgestelde stedenbouwkundig plan. Tussen de twee basisscholen wordt het buurtplantsoen ingericht voor dubbelgebruik, namelijk

Gemeente Amsterdam

blz. 26

schoolplein en buurtplantsoen. Het buurtplantsoen vormt de link tussen de insteekhaven en de centrale binnenstraat. De kade aan de insteekhaven wordt een informeel ’shared space gebied’ met veel verblijfskwaliteit: aan de oostelijke kant is plek voor horeca, als uitloper van het winkelgebied, terwijl de rest van de kade meer als groen wordt ingericht.

Groen en sportvoorzieningen - samenhang met de omgeving De groeiende behoefte om te wonen in hoog stedelijke gebieden in Amsterdam, legitimeert veel aandacht voor groene openbare ruimte gericht op verblijven. Stedelijk wonen resulteert in minder woonoppervlak per huishouden, hiervoor wordt compensatie gezocht in de openbare ruimte. Bovendien wordt het gebruik van de openbare ruimte meer divers door het vervlechten van werk- en vrije tijd en ons wisselende activiteitenpatroon. Groen is nodig voor verblijven, rust, ontmoeting en bewegen maar ook voor biodiversiteit, natuur en een regen- en hittebestendige stad. In de planvorming voor Amstelkwartier 3e fase is onder meer rekenschap gegeven aan samenhang met de omgeving bij het bepalen van het programma voor maatschappelijke voorzieningen, groen, sport en spelen. Verwezen wordt naar onder meer paragraaf 7.3, bijlage 11 en bijlage 20 van het stedenbouwkundig plan. Daaruit is onder meer het volgende op te maken: Groennormen: Bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan is uitgegaan van beleidsmatige Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen. De gemeentelijke beleidsmatige referentienorm gaat voor wat betreft het groen uit van twee typen groen. Gebruiksgroen voor recreatie en verblijven en Ecosysteemgroen voor biodiversiteit en klimaat adaptatie.

Bij het ontwerpen van de openbare ruimte binnen het stedenbouwkundig plan voor Amstelkwartier 3e fase is gekeken naar de ontwikkeling van het Amstelkwartier in zijn geheel (Amstelkwartier 1e, 2e en 3e fase). De genoemde referentienorm groen is dan ook voor het gehele Amstelkwartier bekeken. De reden hiervoor is mede de aanwezigheid van gebied overstijgende

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 27

parken die alle drie de fase van het Amstelkwartier bedienen. Voor ecoysteemgroen geldt een norm van 6 m² per woning en voor gebruiksgroen 16 m² per woning. Voor het gehele Amstelkwartier komt dit neer op circa 55.000 m² gebruiksgroen en circa 20.700 m² ecosysteemgroen. Het gebiedsoverstijgende park Somerlust en het Bella Vistapark dat nu wordt aangelegd dragen hier vooral aan bij (circa 45.000 m² aan groen). Door in Amstelkwartier 3e fase in te zetten op groene straten, kades en daken worden de groennormen in het Amstelkwartier gehaald conform de normen (Zie ook bijlage 11 van het stedenbouwkundige plan). Sport en spelnormen: Voor heel Overamstel is een advies opgesteld door het team Maatschappelijke Voorzieningen waarin ook sport en spelen in de openbare ruimte is opgenomen (zie bijlage 11 en bijlage 20 van het stedenbouwkundig plan). Voor heel Overamstel geldt dat er 31 speelplekken en 9 speelvelden gerealiseerd moeten worden. Dit is en wordt in elk van de deelgebieden meegenomen in de planvorming in de vorm van kleine speelplekken, grotere speelruimte en sportfaciliteiten die deels overlappen met het gebruiksgroen.

In de planfase van Amstelkwartier fase 1 en 2 is al eerder voorzien in plekken voor sport en bewegen waar ook de bewoners en bezoekers van Amstelkwartier 3e fase gebruik van kunnen maken, zoals het Bellavistapark, de recreatieve routes langs de Amstel, en de verschillende sport en speelplekken in de openbare ruimte. Om de gestelde normen van sport en spel in Amstelkwartier 3e fase te behalen, is dubbelgebruik noodzakelijk. Een goed voorbeeld voor het optimaliseren van het recreatief groen is het buurtplantsoen en de groen ingerichte kade in Amstelkwartier 3e fase. Daar komt verblijven, sport (ca. 800 m²) en spel (ca. 1200 m²) samen in het groen. Voor Amstelkwartier 3e fase is er daarnaast op ingezet om de buurt in te richten volgens de principes van de Bewegende Stad zodat toekomstige bewoners en gebruikers worden gestimuleerd om vooral de fiets te pakken of te gaan lopen, en minder gebruik te maken van de auto. Zo wordt er een autoluwe kade en een autovrije winkelstraat voorzien. Ook hier zal in de uitwerking van de openbare ruimte aandacht zijn voor het toepassen van sport en spel aanleidingen. Sportvelden: Zie hiervoor in paragraaf 2.2.1 van voorliggende toelichting bij 'Motie bij vaststelling van het stedenbouwkundig plan d.d. 11 maart 2020'.

Parkeren, laden en lossen, kiss&ride Voor de toekomstige inrichting van het plangebied zijn de aandachtspunten voor parkeren, laden en lossen, kiss&ride voor de scholen en fiets- en scooterparkeren uiteengezet in hoofdtuk 7 en bijlage 14 van het stedenbouwkundig plan. In bijlage 14 van het stedenbouwkundig plan is ook een parkeerbalans opgenomen. Sturing op de verwezenlijking van de toekomstige inrichting van de voorzieningen in de openbare ruimte en op eigen terrein zoals in het stedenbouwkundig plan uiteengezet vindt plaats via de algemene regels van het bestemmingsplan over parkeren en via de randvoorwaarden die worden meegegeven bij uitgifte(n)/tenders. In het stedenbouwkundig plan is uitgegaan van het parkeerbeleid zoals bepaald met de vaststelling van de Nota Parkeernormen Auto d.d. 29 november 2017 en Nota Parkeernormen Fiets en Scooter d.d. 19 maart 2018. Dit betekent onder meer dat er geen parkeervergunningen worden uitgegeven aan bewoners en ondernemers en dat, behoudens parkeervoorzieningen voor bezoekers, het parkeren voor woningen en overige functies op eigen terrein wordt opgelost. Ingangen van de parkeergarages op eigen terrein zijn in de centrale binnenstraat gesitueerd. Voor het autoparkeren op eigen terrein en het fietsparkeren gelden de parkeernormen van het meest actuele parkeerbeleid.

De parkeernormen die gelden op het moment van opstellen van het stedenbouwkundig plan zijn weergegeven in bijlage 14 van het stedenbouwkundig plan. Het autoparkeren van bezoekers is voorzien in de openbare ruimte van de binnenstraten, maar dit mag ook worden opgelost in de parkeervoorzieningen op eigen terrein. Voor het ruimtebeslag dat hiermee gemoeid is, is uitgegaan van een parkeernorm van 0,1 parkeerplaats per woning.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

Kadeconstructies Uit het kadeonderzoek Overamstel uit 2018 is geconcludeerd op basis van restlevensduur dat de kade langs de Duivendrechtsevaart vervangen moet worden. Door een kleine landinwaartse verplaatsing van de nieuwe kademuur ontstaat een positieve watercompensatie (zie ook paragraaf 5.1.2). Insteekhaven Het gebied van de insteekhaven is de plek waar het Kauwgomballenkwartier en Amstelkwartier 3e fase elkaar 'ontmoeten'. Deze plek krijgt een gebiedsoverstijgend karakter met bijzonder ingerichte verblijfsruimte, horeca en een getrapte kade naar het water. Daardoor ontstaat een levendige plek met vrij uitzicht over de insteekhaven, goed op de zon georiënteerd. Het water van de insteekhaven blijft de functie als jachthaven voor elektrisch aangedreven vaartuigen (E-Harbour) behouden. Onderdeel van de opgave voor de inrichting van het gebied van de insteekhaven is de inpassing van de entree naar de bestaande drijvende steigers van de E-Harbour en voorzieningen voor de elektriciteit voor de E-Harbour. De bestemmingsplanregels zijn afgestemd op de bestaande situatie en de resterende ontwerpopgave voor locatie van entree en trafostation. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 6.3 van voorliggende toelichting onder 'Artikel 8 Water' en onder 'Artikel 7 Verkeer'.

2.3

Het plan - Programma

2.3.1

Programma in hoofdlijnen

In het plangebied is ruimte voor een veelheid aan buurtfuncties. Naast woningen wordt in het plangebied ook voorzien in horeca, kantoren, detailhandel en twee supermarkten, twee 'Alles-in-1' basisscholen en diverse maatschappelijke voorzieningen. Het totale bouwprogramma bedraagt circa 98.270 m² BVO (bruto vloer oppervlak) met een verdeling in circa 75 % wonen en circa 25 % niet-wonen met daarin de volgende uitgangssituatie voor wat betreft de bruto vloer oppervlakte verdeling per hoofdfunctie: Wonen: circa 74.000 m². De omvang van het bruto vloeroppervlak van de woonfunctie is in het voorliggend bestemmingsplan circa 10% groter dan waar in het stedenbouwkundig plan is uitgegaan. Dit in aansluiting op het bouwvolume. Detailhandel: maximaal 5.000 m² Horeca: circa 1.250 m² Maatschappelijke voorzieningen en culturele voorzieningen: circa 11.520 m² Werken, waaronder bedrijven, broedplaats, kantoor en andersoortige consumentendienstverlening: circa 6.500 m² 2.3.2

Wonen

Het woonbeleid zoals dat geldt op moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan gaat uit van: sociale huur: 40% middeldure huur of koop: 40% vrije sectorwoningen: 20% Gerekend op een totaal van circa 800 woningen komen er in Amstelkwartier 3e fase met deze verdeling circa 320 sociale huurwoningen, 320 middensegment huur- of koopwoningen en 160 vrije sector woningen.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 29

2.3.3

Detailhandel, horeca

In het huidige Overamstel zijn op het moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan nog relatief weinig winkels. Het aantal inwoners in Overamstel wordt, na afronding van alle deelprojecten, geschat op ongeveer 17.000 mensen. Dat aantal kan nog wat verder groeien als ook aanpalende gebieden (her)ontwikkeld worden. Voor een verzorgingsgebied van deze omvang wordt met voorliggend bestemmingsplan ingezet op maximaal 5.000 m² BVO detailhandelsvoorzieningen, met onderverdeling in: Supermarkten: 3.750 m² Overige dagelijkse detailhandel: 625 m² Niet-dagelijkse detailhandel: 625 m² Bij de detailhandelfuncties zijn ondergeschikte afhaalpunten toegestaan. Zelfstandige afhaalpunten voor (post)pakketten zijn niet toegestaan. Daarnaast is er ruimte voor circa 1.250 m² BVO aan horeca in het gebied. 2.3.4

Maatschappelijke en culturele voorzieningen

De opgave voor maatschappelijke en culturele voorzieningen hangt samen met het totaal te realiseren aantal woningen in het gebied en de samenstelling van doelgroepen voor die woningen. Het stedelijk Team Maatschappelijke Voorzieningen heeft in januari 2019 een advies opgesteld voor heel Overamstel (zie bijlage 20 van het stedenbouwkundig plan). Daarbij heeft zij met het zogeheten Voorzieningenmodel gekeken welke voorziening per deelgebied het beste op zijn plaats zou zijn. Volgens dat advies is de inzet om de volgende voorzieningen in Amstelkwartier 3e fase met een totale omvang van circa 11.520 m² BVO een plek te laten krijgen: Twee 'Alles-in-1 basisscholen' (combinatie basisschool, kinderopvang en naschoolse opvang), inclusief 2 gymzalen: circa 7.800 m² voor maximaal circa 400 leerlingen Buurtkamer (multifunctionele ontmoetingsruimte): circa 120 m² Gezondheidscentrum (eerstelijnszorg): circa 1.100 m² Praktijkruimte jeugdhulpverlening (flexwerkplekken t.b.v. jeugdhulpverlening): circa 300 m² Gecombineerde behandel/woonlocatie jeugd (opvangen en begeleiding van jongeren): circa 200 m² Opvanglocatie voor 24-uursopvang voor o.a. dak- en thuislozen en mensen met persoonlijke problemen, inclusief gemeenschappelijke ruimte, kantoorruimte voor personeel en werkplekken voor ambulante en maatschappelijke hulpverleners: circa 1.000 m² Culturele voorzieningen: circa 1.000 m². 2.3.5

Werken

In het stedelijk beleidsdocument ‘Ruimte voor de Economie van Morgen’ (2017) wordt Amstelkwartier 3e fase getypeerd als een ‘creatieve wijk’. Dit type wijk richt zich op een informeel stedelijk werkmilieu, met een mix van zelfstandige kantoor- en werkruimtes, die zich in de buurt van horeca en andere voorzieningen bevinden. Om dit te bewerkstelligen is er in overleg met de Werkgroep Kantoren en Bureau Broedplaatsen circa 6.500 m² BVO in het stedenbouwkundig plan opgenomen voor werkruimtes, bestaande uit een bedrijfsverzamelgebouw (in combinatie met woningen en (winkel)voorzieningen), een broedplaats (1.000 - 1.500 m² BVO) en kleinschalige werkruimtes in de plinten langs de Amstelstroomlaan. Het betreft in dit geval dus een menging van 'werkfuncties', namelijk bedrijf, broedplaats, kantoor en consumentverzorgende en zakelijke dienstverlening. Dit net het oog op de toekomstbestendigheid van de bebouwing. In aansluiting op gemeentelijk beleid dat specifiek gericht is op de functie kantoor wordt de omvang van alle kantoorruimte in het gehele plangebied gemaximeerd op maximaal 5.000 m2 bvo.

Gemeente Amsterdam

blz. 30

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 31

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

Aan de transformatie van het gebied Overamstel van "traditioneel" werkgebied naar een gemengd woon-werkgebied wordt al langere tijd gewerkt. De herontwikkeling van Overamstel is gestart met de vaststelling van de "Visie Overamstel" in 2002 en actualisatie daarvan in 2005. Gedurende de gefaseerde transformatie van Overamstel vindt op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau actualisatie van beleid plaats en wordt nieuw beleid gemaakt voor actuele ruimtelijke gerelateerde vraagstukken. Het ruimtelijk gerelateerd beleidskader waarbinnen voorliggend bestemmingsplan wordt/is opgesteld, is in de navolgende paragrafen uiteengezet. Hierbij is tevens aangegeven in hoeverre en hoe dit beleid doorwerkt in voorliggende plan.

3.2

Rijksbeleid en regelgeving

3.2.1

Nationale omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld en komt voort uit de voorbereiding op de Omgevingswet, die op moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan, naar verwachting in 2022 in werking treedt. In deze nieuwe aanpak wordt als uitgangspunt gesteld dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het Rijk wijst in zijn Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vier prioriteiten aan: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's, en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De kracht van Nederland ligt in een polycentrische netwerkstructuur. Stedelijke en landelijke regio's werken door het transport- en mobiliteitsnetwerk complementair als één systeem. De vier metropoolregio's (Amsterdam, Rotterdam Den Haag, Utrecht en Eindhoven) hebben daarbinnen de grootste aantrekkingskracht op internationale kennis, arbeid en kapitaal. De Amsterdamse metropoolregio is volgens de visie herkenbaar als internationaal zakencentrum en toeristische trekpleister, met Schiphol als schakel naar alle continenten. Deze regio kent een complexe verstedelijkingsopgave die samenvalt met meerdere nationale belangen. Een van de nationale belangen in de visie is de zorg voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Het Rijk geeft daarmee het belang aan van de realisatie van voldoende betaalbare woningen met een goede kwaliteit. Bij kwaliteit gaat het niet alleen om de woning, maar ook om de woon- en leefomgeving. De herontwikkeling van het Cruquiusgebied sluit aan bij de doelstelling van het Rijk om sterke en gezonde steden en regio’s te ontwikkelen. Met voorliggend plan wordt woningbouw mogelijk gemaakt in de sociale huursector en mddeldure huur. Het plan biedt ook ruimte aan voorzieningen die bijdragen leveren aan oplossingen voor maatschappelijke en sociale vraagstukken. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

De rijksregels waarmee in de planvorming en in het bestemmingsplan rekening moet worden gehouden zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Voorliggend plan betreft de transformatie van een "traditioneel" werkgebied in het stedelijk gebied van Amsterdam naar een gemengd grootstedelijk woon-werkgebied. Het plan raakt niet aan nationale belangen waarvoor in het Barro (beschermende) regels zijn opgenomen.

Gemeente Amsterdam

blz. 32

3.2.3

Ladder Duurzame verstedelijking

De Ladder voor Duurzame Verstedelijking (LvDV) is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en is als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd, is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en een goede ruimtelijke ordening bewerkstelligen, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. De behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom worden afgewogen en gemotiveerd. Voorliggend bestemmingsplan geeft concrete invulling aan het ruimtelijk gemeentelijk beleid voor een gefaseerde transformatie van het (voormalige) bedrijventerrein Overamstel naar gemengd woon-werkgebied met voorzieningen. Voorliggend bestemmingsplan betreft een deelgebied van die transformatie-opgave. Het bestemmingsplan ziet toe op de realisatie van een deel van de woningbouwopgave voor Overamstel en de daarvoor benodigde voorzieningen als scholen, detailhandel (wijkcentrum), dienstverlening en kleinschalige bedrijvigheid.

Zoals onder meer uit de paragrafen 3.5.4, 3.5.5, 3.5.6, 3.5.8 van voorliggende toelichting en bijlage 20 van het stedenbouwkundig plan is op te maken voorziet het plan daarmee in de behoefte aan woningbouw in Amsterdam met de daarmee gepaard gaande nieuwe vraag aan bijbehorende voorzieningen.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie NH 2050

Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden van de provincie ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. De provinciale visie ten aanzien van Amsterdam en de metropool rond Amsterdam is opgenomen in de Omgevingsvisie. De metropool rond Amsterdam is een stedelijk systeem van grotere en kleinere kernen, met Amsterdam als hoog stedelijke kernstad, een landschap met hoge gebruiks- en belevingswaarde, een multimodale bereikbaarheid, een havengebied met energietransitie en circulaire economie als dragers en Schiphol als internationale hub. De ontwikkeling komt tot uiting door een snel groeiend aantal inwoners, arbeidsplaatsen en bezoekers, leidend tot een tendens van concentraties van economische functies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10878284/1