CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

7 Advies dagelijks bestuur Stadsdeel Oost.pdf

RAAD 26 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de vestiging van het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum op het Java-eiland (VN2024-007214)2.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Locatie van het Nationaal Slavernijmuseum

Kunst & Cultuur/Diversiteit Kunst & Cultuur/Diversiteit Datum behandeling staf WH 5 februari 2024 Datum adviesaanvraag: 13 februari 2024 Deadline ontvangst advies: 2 april 2024 Advies mailen naar: xxx - ‘Vertel het hele verhaal’, Plan voor de oprichting en bouw van een Nationaal Meegestuurde stukken: Slavernijmuseum o Bijlage 1: Locatieadvies o Bijlage 2: Programma van Eisen o Bijlage 3: Architectenselectie - ‘Over ons en met ons’, Participatieverslag Heeft er consultatie vooraf Ja. Er heeft een intensief participatietraject plaatsgevonden. Zie hiervoor het plaatsgevonden? participatieverslag. Daarnaast heeft er consultatie plaatsgevonden met omwonenden en nabijgelegen ondernemers. Portefeuille: Directie:

Invullen door stadsdeel: Oost xxx Datum weekstart/staf: 26-02-2024 Datum stadsdeelcommissie: 12-03-2024 (voorbereidend) 26-03-2024 (besluitvormend) Datum dagelijks bestuur: 05-03-2024 (concept advies) 02-04-2024 (finaal advies) Registratienr. (optioneel): Z-24-52887 Stadsdeel: Procesbegeleider:

Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022: -

(art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of

-

(art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of

BM bij DB advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5)

Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur

Inleiding De Amsterdamse gemeenteraad heeft eind 2017 unaniem het initiatief omarmd een verkenning uit te voeren naar de mogelijkheden voor een nationale museale voorziening over het slavernijverleden. De afgelopen jaren hebben verschillende belangenorganisaties en experts dit initiatief verder uitgedacht en uitgewerkt. Vanaf september 2022 zijn door het college drie kwartiermakers aangesteld om op verschillende deelonderwerpen (museaal, maatschappelijk en fysiek) de voorbereiding en de realisatie van een nationaal slavernijmuseum dichterbij te brengen. Pagina 1 van 6

Op 13 februari 2024 hebben de kwartiermakers hun bevindingen en adviezen aangeboden aan het college van B&W en op 15 februari zijn deze gepresenteerd aan pers en publiek. De kwartiermakers adviseren om het museum op de kop van het Java-eiland in Stadsdeel Oost te vestigen, in een nieuw, iconisch en hoogwaardig museumgebouw van ca. 9000 m² omringd door een park. Voordat het college van B&W en de gemeenteraad een besluit nemen over de locatie vraagt het college advies aan het dagelijks bestuur, met het verzoek om bij dit advies ook de stadsdeelcommissie te betrekken. Participatie en onderzoek Een uitvoerig participatietraject behoorde nadrukkelijk tot de opdracht van de kwartiermakers. Gedurende heel 2023 en middels vele bijeenkomsten (17 in totaal) – in Amsterdam, in de rest van Europees Nederland, Caribisch Nederland, Aruba en Suriname – is er met vele betrokkenen gesproken over het museum. In Amsterdam zijn in totaal 4 grote participatiebijeenkomsten georganiseerd, waaronder één in Oost. Daarnaast heeft R&D in opdracht van de kwartiermaker fysiek een locatieonderzoek uitgevoerd (zie bijlage). Hierbij is specifiek gekeken naar stedenbouwkundige en planologische kenmerken en mogelijkheden, met als doel uit een shortlist van negen locaties één voorkeurslocatie te kiezen.

Voorkeurslocatie Het advies van de kwartiermakers is om het toekomstige museum te situeren op Java-eiland, in stadsdeel Oost. Dit advies is het resultaat van het participatietraject en het locatieonderzoek. Participatietraject Tijdens de participatiebijeenkomsten worden Java-eiland, Marineterrein en Gaasperplas het vaakst genoemd als locatie. In gesprekken met verschillende belangenorganisaties komt Java-eiland het vaakst naar voren als favoriete locatie, en worden af en toe Amstelpark, Marineterrein en Sixhaven genoemd. Hieruit volgt dat uit het participatietraject Java-eiland als voorkeur naar voren komt. Met omwonenden en Hotel Jakarta is in het afgelopen jaar een aantal keer gesproken en een aantal bewoners heeft een aangepast plan voor het park inclusief museum overhandigd. R&D-onderzoek Het locatieonderzoek laat zien dat op basis van stedenbouwkundige en planologische criteria drie van de negen locaties eruit springen; deze locaties sluiten goed aan op het programma van eisen en zijn ruimtelijk inpasbaar. Javaeiland, Gaasperplas en Sixhaven hebben alle drie de fysieke ruimte voor een alleenstaand museum met park op een zichtbare, prominente locatie en liggen aan stromend water. Het zijn plekken die bereikbaar en zichtbaar zijn, zonder dat ze in het centrum van de stad liggen en de druk op de binnenstad door bezoekers nog verder doen toenemen.

Met de inzichten uit het participatietraject en gekeken naar de haalbaarheid in ontwikkeltempo en kosten, schuift dit onderzoek tenslotte de locatie Java-eiland nadrukkelijk als voorkeurslocatie naar voren. Gaasperplas heeft minder de voorkeur vanwege de meer decentrale ligging waarbij de verwachting is dat minder verschillende groepen de weg naar het museum gaan vinden. Sixhaven scoort minder vanwege de complexe herontwikkeling van het gebied dat gepaard gaat met hoge kosten en een langere looptijd o.a. vanwege de inpassing of verplaatsing van de jachthaven en de woonarken. Samenvattend concludeert het R&D-onderzoek dat Java-eiland een centrale prominente plek aan stromend water inneemt, op een bereikbare plek en met een sterke visuele relatie met het centrale deel van het IJ. Tegelijkertijd ligt het op voldoende afstand van het drukke centrum waardoor er ruimte is voor rust en reflectie. Doordat het op enige afstand ligt van het centrum zorgt het er ook voor dat de gebieden met hoge toeristische druk niet verder belast worden. Relatie met de Omgevingsvisie

Pagina 2 van 6

De locatie Java-eiland sluit goed aan bij de ambitie van Amsterdam om zich meer naar het IJ te richten. Het IJ speelt een centrale rol in Amsterdam en haar ontwikkeling en het realiseren van een stedelijke voorziening op deze plek versterkt het waterfront. In de Omgevingsvisie 2050 ‘Amsterdam een Menselijke Metropool’ is deze ambitie vertaald naar een kralenketting aan voorzieningen aan de noordkant van het IJ en een aantal groenblauwe hotspots ten zuiden van het IJ, waaronder de Kop Java-eiland. De inzet op deze plekken is om, gebruikmakend van de landschappelijke kwaliteit, hun stedelijke betekenis te vergroten door vrijetijdsvoorzieningen te realiseren. Bezoekerseconomie De gemeente werkt met de visie ‘Bezoekerseconomie 2035’ aan een toekomstbestendige bezoekerseconomie die bijdraagt aan leefbaarheid en een divers voorzieningenniveau in de hele stad. Dit betekent concreet de ontwikkeling van een meerkernige bezoekerseconomie met voorzieningen in andere delen van de stad dan het centrum. De opgave is de bezoekers, maar ook attracties en (culturele) voorzieningen die interessant zijn voor bezoekers zo veel mogelijk te spreiden over de stad. Het positioneren van grootstedelijke voorzieningen aan het water en buiten het centrum kan hier een rol bij spelen.

De locatiekeuze voor het Nationaal Slavernijmuseum sluit goed aan op deze gedachte, omdat het een plek is waar op dit moment geen grote aantallen bezoekers zijn of overlast gevend bezoek. Relatie met de omgeving De realisatie van het Nationale Slavernijmuseum biedt voor het stadsdeel kansen voor een definitieve invulling van de kop van Java-eiland. De invulling van dit gebied door middel van een openbaar toegankelijk park is een lang gekoesterde wens van vele omwonenden. Conclusie De kwartiermakers concluderen dat uit de participatie en uit het locatieonderzoek Java-eiland als meest geschikte locatie voor het museum naar voren is gekomen. Zij onderschrijven deze conclusie, zien vanuit hun expertise veel mogelijkheden voor het museum op deze plek en adviseren het college daarom om het museum op deze plek te vestigen. Adviesaanvraag Het college van B&W verneemt graag van het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost of het DB zich vinden in het aanwijzen van deze locatie voor het Nationaal Slavernijmuseum. En welke aandachtspunten, kansen en mogelijkheden het DB ziet ten aanzien van deze locatie. Het college vraagt het DB nadrukkelijk om ook de stadsdeelcommissie te raadplegen bij het opstellen van haar advies. Het advies dient uiterlijk op 2 april binnen te zijn.

Vervolg Naar verwachting zal het college op 16 april met een bestuurlijke reactie komen op het eindadvies van de kwartiermakers, mede gebaseerd op verschillende extra ingewonnen adviezen, waaronder het advies van het stadsdeel. Instemming met een locatie zal in mei 2024 aan de raad worden voorgelegd.

Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier -indien van toepassing- t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies

Inleiding Bij het begin van deze bestuursperiode heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oost haar zelf voorgenomen dat een van de belangrijkste opgave is het creëren van waardige plekken en programmering rondom het slavernijverleden. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost ziet dan ook de waarde en de noodzaak van de komst van een Nationaal Slavernijmuseum. Zij is verheugd dat Kop Java in stadsdeel Oost door de kwartiermakers als voorkeurslocatie is aangewezen voor de komst van het Nationaal Slavernijmuseum. Wij zien het als een eer om deze belangrijke functie in ons stadsdeel te mogen huisvesten. Hierbij zien wij ook de kansen om een mooie verbinding te leggen tussen onder andere het Nationaal Slavernijmonument, het Wereldmuseum en de komst van het Suriname museum. Daarbij zien wij de ontwikkeling van het park rondom het museum ook als grote toegevoegde waarden.

Pagina 3 van 6

Het is onze wens om aan de voorkant maximaal voorbereid te zijn op een goede inpassing van het museum op de Kop van Java. Dit betekent dat het van belang is om de komst van het museum te bezien in een bredere context en rekening te houden met de opgaven en ontwikkelingen die spelen in Oost en aanpalende gebieden. Hierbij gaat het ook onder andere om de samenhang met andere omvangrijke ontwikkelingen in de omgeving zoals plannen voor de Oostbrug, het Marineterrein en de ontwikkelingen in Noord. De komst van het museum biedt niet alleen de kans om het centrum gebied te ontlasten maar ook om het ondernemerschap en de economie van het gebied rondom het museum een impuls te geven. Dit is een kans én een uitdaging. Het is van belang om bewoners en ondernemers vroegtijdig te betrekken bij de planvorming en gesprekken te voeren over de impact en noodzakelijke voorwaarden om de leefbaarheid en draagkracht van de buurt in balans te houden. Hierbij dragen wij vanuit het stadsdeel graag mee vanuit de kennis en relaties die wij de afgelopen jaren hebben opgedaan. Als stadsdeel hebben we een aantal aandachtspunten en vragen die we graag meegeven aan het college voor het verdere traject voor de ontwikkeling en bouw van het Nationaal Slavernijmuseum. Participatie Afgelopen jaar hebben de kwartiermakers veel participatiemomenten georganiseerd.

Deze waren er om te bepalen hoe het museum eruit moest komen te zien, wat er in het museum moet komen en waar de locatie voor het museum aan moest voldoen. Dit is een mooi en intensief proces geweest waar wij positief op terug kijken. Ook bij de verdere ontwikkeling zal participatie en betrokkenheid georganiseerd worden voor de verdere ontwikkeling van het museum. Wij vragen hierbij aandacht om ook de buurt (bewoners, ondernemers en gebruikers) hierbij te betrekken. In de afgelopen jaren zijn er meerdere plannen voor de Kop van Java de revue gepasseerd die uiteindelijk niet door zijn gegaan. Dit heeft meerdere malen tot teleurstelling in de buurt geresulteerd. Daarnaast zijn er op de Kop van Java door de jaren heen verschillende voorzieningen ontstaan die voor de buurt van waarde zijn. Ook is het van belang om tijdens de uitvoering rekening te houden met de impact van projecten in de omgeving. Hierbij in het bijzonder de ontwikkeling van de Oostbrug. De komst van het museum aan de ene kant van het Javaeiland en de Oostbrug aan de andere kant zal gevolgen hebben voor de drukte op het eiland. De ervaringen van het stadsdeel zijn dat de bewoners, ondernemers en gebruikers van het Oostelijk Havengebied heel betrokken zijn bij, en trots op hun omgeving.

Door in een vroeg stadium in gesprek te gaan zal niet alleen het draagvlak voor het museum vergroten, maar zal ook uiteindelijk plan verbeteren. Wij verwachten de grootste betrokkenheid uit de buurt bij het ontwerpen van het park. Wij verzoeken het college van B&W om bij de vervolg opdracht aandacht te vragen voor de participatie met de buurt. Kunst en cultuur De komst van het museum is voor de kunst en cultuur in Oost een iconische aanvulling zowel op het gebied van de inhoud als het gebouw zelf. Wij zien kansen om een verbinding te maken tussen deze verschillende plekken en instellingen. Daarbij zien wij ook kansen om de plek van het museum tijdens de ontwikkeling al tot leven te brengen door rondom de plek van het museum al te starten met het vertellen van het verhaal van het museum. Verder zouden we bij voorbaat aandacht willen vragen voor kunst in het park. Het te ontwikkelen park is in onze ogen bij uitstek geschikt om het verhaal van het museum ook via kunst in het park te vertellen. Een goed voorbeeld hiervan is de podcast (Oostcast) in Oost over het koloniaal verleden. Dit alles met het doel om ook buiten het museum het verhaal te vertellen. Openbaar park Zoals in de stukken staat beschreven is de wens van de bewoners van het Java-eiland, maar ook breder in de stad, dat de Kop van het Java-eiland groen wordt.

Het Oostelijk Havengebied kenmerkt zich door prachtige architectuur, maar is ook heel stenig en groen is schaars. Het voornemen om het museum te situeren in een openbaar toegankelijk park

Pagina 4 van 6

wordt dan ook gezien als een prachtige kans om de Kop Java groen te maken. Wij gaan graag met het college vroegtijdig in gesprek om te spreken over de invulling van het park maar ook het beheer hiervan. In onze ogen zijn het museum en het park niet los van elkaar te zien en vraagt dit daarom ook goede afspraken ten aanzien van het beheer. Voorzieningen op de Kop Java Momenteel lijkt de Kop Java leeg, maar er zijn toch een aantal voorzieningen die van belang zijn voor de buurt. Wij kijken graag samen met het college en de buurt op welke wijze recht gedaan kan worden aan deze voorzieningen en de behoefte vanuit de buurt hieraan. Mobiliteit & Bezoekersstromen In het plan wordt aangegeven dat de verwachting is dat er 270.000 bezoekers per jaar zullen komen. Ook wordt aangeven dat de locatie goed bereikbaar moet zijn en dat hier voor het openbaarvervoer en voor de auto nog niet aan wordt voldaan. Vooral het gebrek aan parkeer mogelijkheden voor auto’s wordt benoemd als een tekortkoming. Voor de bereikbaarheid met het openbaarvervoer wordt aangegeven dat er gekeken kan worden naar een ontsluiting over het water. Dat laatste zien wij als een zeer aantrekkelijke optie. Niet alleen als toevoeging voor de beleving van het bezoek aan het museum, maar ook als ontlasting van de toevoer van bezoekers die anders via de Jan Schaeferbrug zullen reizen.

Daarnaast moet er een goede oplossing gevonden worden voor de komst van bezoekers per touringcar. Vooral voor het parkeren van de touringcars zal op een ander locatie dan op Java-eiland een oplossing gevonden moeten worden. Ook zien wij graag expliciete aandacht voor goede voorzieningen ten aanzien van fietsers en fietsparkeren. Te verwachten is dat bezoekers zich niet zullen beperken tot alleen het museum en ook andere musea of plekken in de stad aan zullen doen. Het is goed om hier al vroegtijdig aandacht voor te hebben en hierbij goed te kijken naar de te verwachten bezoekersstromen. Hier ligt ook de uitdaging om logische verbindingen te leggen om de verkeer en vervoersstromen van en naar het museum in goede banen te leiden. Wij vragen het college van B&W dan ook om aandacht te besteden aan de afwikkeling van de bezoekers aan het Nationaal Slavernijmuseum en geven mee dat wij zeer positief staan ten opzichte van een extra verbinding over het water. Beheer nu en in de toekomst In het plan staat dat de verwachting is dat het museum in 2030 de deuren zal openen. Voor de periode tussen het besluit dat het museum op de Kop Java-eiland gerealiseerd gaat worden en het moment dat de deuren open moeten duidelijk afspraken gemaakt worden wie er verantwoordelijk is voor wat er op deze locatie gebeurd en wie het onderhoud doet.

Wij zien dit als een interim beheer periode waar indien er geen goede afspraken gemaakt worden niemand zich verantwoordelijk voelt. Voor het stadsdeel is het belangrijk dat ook in deze periode de Kop van Javaeiland een prettige locatie blijft waar men kan verblijven. Wij vragen het college van B&W om deze periode van interim beheer serieus te nemen en op te nemen in de planvorming. Tot slot Wij kijken uit naar de komst van het museum en het traject van de totstandkoming hiervan. Als stadsdeel en stadsdeelcommissie blijven we graag nauw betrokken bij de ontwikkelingen.

Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB

De stadsdeelcommissie heeft de adviesvraag in de vergaderingen van 12 maart voorbereidend besproken en in de vergadering van 26 maar besloten dat zij niet aanvullend of anders wil adviseren.

Pagina 5 van 6

Finaal advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders

Gelet op het feit dat de stadsdeelcommissie niet aanvullend of anders heeft geadviseerd is het concept advies vastgesteld als het finaal advies van het stadsdeel.

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14297067/1