7_20211026 Samenvatting Nota van Beantwoording.pdf
Tekst van het document
Samenvatting Nota van Beantwoording - Lodewijk van Deysselbuurt Oktober 2021 De investeringsnota Lodewijk van Deysselbuurt heeft van 17 mei 2021 tot en met 2 juli 2021 voor inspraak ter inzage gelegen. Er zijn in totaal 35 inspraakreacties ingediend. De inspraakreacties zijn onderverdeeld in de thema’s bedrijfsruimtes – Van Deysselstraat, nieuwe school, social hub/community center, Burgermeester Röellstraat, planning, Woningen voor jongeren van 18 jaar tot 23 jaar, sloop, nieuwbouw, woningbouw, participatie, parkeren en (openbare) buitenruimte en overige. Bedrijfsruimtes – Van Deysselstraat De reacties van de insprekers geven aan dat ze niet willen dat de Lodewijk van Deysselstraat een drukke verkeersstraat wordt met winkels. Ook willen de bewoners van de Lodewijk van Deysselstraat niet dat hun woningen worden omgezet naar bedrijfsruimte. Het omzetten van de woonfunctie in de Van Deysselstraat is geen doel op zich. Het college streeft ernaar om de Van Deysselstraat een leefbare straat met betekenis voor de buurt te laten zijn. De Investeringsnota maakt het ruimtelijk mogelijk om in de Van Deysselstraat meer buurtgerichte voorzieningen te maken en bedrijfsruimten voor kleine – en startende – ondernemers die zich richten op de buurt.
Afspraken over het geschikte moment van omzetting van een woning naar bedrijfsruimte worden gemaakt in het sociaal plan tussen Rochdale en de bewoners die het betreft. De uitvoering van de veranderingen in de Van Deysselbuurt duurt zeker 10 jaar. Omdat bewoners en verschillende (maatschappelijke) organisaties aangeven dat er in de Van Deysselbuurt ook veel bewoners zijn die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken, wordt er vooral ook ruimte gereserveerd voor maatschappelijke voorzieningen. Doordat de voorzieningen buurtgericht zijn verwacht het college niet dat deze veel extra verkeer zullen aantrekken. Van een drukke winkelstraat is dus geen sprake. Te meer omdat het detailhandelbeleid nauwelijks uitbreiding van het aanbod buiten de omgeving van de winkelpleinen in Geuzenveld Slotermeer mogelijk maakt. (Nieuwe) school De insprekers geven dat zij geen extra school in de Lodewijk van Deysselbuurt willen, er zijn volgens hen al genoeg andere scholen in de omgeving van de buurt. Het college geeft aan dat de nieuwe school vervanging van de bestaande school betreft. Er komt dus geen extra school bij. De nieuwe locatie van de school ligt centraler in de buurt, tussen de Van Deysselstraat en de Burgemeester Röellstraat in. Met de verwachte toename van het aantal huishoudens door de vernieuwingsplannen blijft er behoefte aan een basisschool in de Van Deysselbuurt.
De verwachting is dat dit ook zal leiden tot een grotere vraag naar kinderopvang. In het huidige schoolgebouw aan de Van Moerkerkenstraat is hier geen ruimte voor. Social hub/community center De insprekers vrezen dat de bewoners van de buurt niet langs zullen gaan bij de nieuwe Social Hub/community center omdat bewoners zich schamen om hulp te vragen. Daarnaast vragen ze zich af of het imago van de buurt als zwakke buurt met sociale/maatschappelijke problemen juist niet 1
wordt versterkt door een Socialhub in het hart van de wijk te plaatsen. Buurtbewoners zijn bezorgd dat dit een aanzuigende werking heeft op bewoners met een hulpvraagstuk van buiten de buurt en minder bezocht zal worden door de directe omwonenden. Bovendien vrezen de insprekers voor hangjongeren. Het college geeft aan dat het community center samen met de maatschappelijke organisaties wordt ontwikkeld. Het idee van het community center in de buurt is dat buurtbewoners die dat nodig hebben makkelijker om hulp vragen dan nu het geval is. Het college onderschrijft dat het community center geen barrièrewerking moet hebben maar juist laagdrempelig toegankelijk moet zijn. Gemeente en Rochdale willen het makkelijk maken voor bewoners om binnen te stappen en een veilig gevoel geven bij een hulpvraag. Door een plek voor sociale ontmoetingen (het gezellig drinken van koffie en thee met buurtgenoten) en hulp en ondersteuning te combineren, borg je juist een veiligheidsgevoel. Bij binnenkomst kun je hiermee minder goed aflezen waarom diegene er is. Juist hierom vindt het college de locatie die nu in beeld is zeer geschikt. Centraal in de buurt op een zichtbare en goed toegankelijke plek. Het college is daarnaast bekend met de problematiek met hangjongeren in de Van Deysselbuurt.
Inzet van de Investeringsnota is om te investeren in de ontwikkeling van een jongerencentrum/talentenhuis dat jongeren kansen biedt en de overlast op straat kan inperken. Burgermeester Röellstraat Vanuit de inspraakreacties komt naar voren dat men graag wil dat de Burgermeester Röellstraat een straat wordt voor langzaam verkeer. Daarnaast is men niet tevreden over de 7 lagen hoogbouw die gepland is aan de Burgermeester Röellstraat. Omdat de insprekers vinden dat de identiteit van de westelijke tuinsteden met de bouw van zeven verdiepingen volledig verloren gaat. Zij stellen als suggestie om de woningen meer te verspreiden over de buurt. Het college onderzoekt de mogelijkheden om in Amsterdam van zoveel mogelijk 50 km wegen, 30 km wegen te maken. De plannen hiervoor staan op amsterdam.nl/30km. Daarnaast is gezien de schaal en breedte van de Burgemeester Röellstraat bebouwing van 8 á 9 lagen hier stedenbouwkundig goed mogelijk, mits dit geen problemen oplevert voor de achterliggende woningen, bijvoorbeeld ten aanzien van bezonning. Na uitgebreid onderzoek van verschillende mogelijkheden, is er gekozen voor een maximale bouwhoogte van 7 lagen. In de Investeringsnota is het beperkte effect op schaduwwerking nog extra toegelicht.
Om het groene karakter van deze buurt in de Westelijke Tuinsteden zo veel mogelijk te behouden is er juist niet gekozen voor de verspreiding van de nieuwe woningen over de gehele buurt. In de Investeringsnota staan de kaders die gehanteerd zijn bij de nieuwe stedenbouwkundige opzet, waaronder de Nota Cultuurhistorie, die juist uitgaat van de identiteit van de westelijke tuinsteden. Planning Insprekers geven aan liever te willen dat de gehele buurt in een keer wordt aangepakt zodat er minder overlast ontstaat voor de bewoners die later in het proces aan de beurt zijn. Het college stelt dat de herstructurering van de Lodewijk van Deysselbuurt een complex en langdurig traject (>10 jaar) is. De combinatie van de renovatie van de monumentale complexen en de sloop-nieuwbouw van de niet monumentale complexen maakt het ingewikkeld. Ook van alle renovatiewoningen moeten alle bewoners (tijdelijk) verhuizen. Voor bewoners die terug willen keren naar hun eigen woning heeft Rochdale ongeveer 100 wisselwoningen in de Lodewijk van 2
Deysselbuurt beschikbaar. Aangezien een renovatie een klein jaar duurt, betekent het dat de renovaties gefaseerd plaats vinden. Dat brengt inderdaad de nodige overlast met zich mee. Rochdale, de gemeente en de aannemers doen hun uiterste best om de overlast tot een minimum te beperken. Daartoe werkt de gemeente met zogenoemde BLVC plannen (bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie). De aannemers maken zo’n plan voor hun werk en de gemeente toetst deze. Woningen voor jongeren van 18 jaar tot 23 jaar, De insprekers geven aan dat ze graag willen dat er extra wordt gekeken naar de mogelijkheden voor huisvesting voor jongeren tussen de 18 en 23 jaar. Zij kunnen op dit moment geen urgentie krijgen en dit zorgt ervoor dat de bewoners het idee hebben dat de jongeren op straat worden gezet. Het college erkent dit probleem en werkt er hard aan samen met de corporaties een oplossing te vinden die dan voor alle corporaties en haar bewoners geldt. Naar verwachting wordt er uiterlijk 1 januari 2023 een concrete oplossing afgesproken. Tot die tijd lossen corporaties dit per huishouden dat gaat verhuizen op, door er afspraken over te maken in het sociaal plan tussen corporatie en bewoners. Dit geldt ook voor de huurders in de Van Deysselbuurt. Sloop Een aantal van de insprekers vraagt zich af waarom in de plannen is gekozen voor sloop in plaats van renovatie.
Het college en Rochdale willen een gevarieerd en duurzaam woonprogramma realiseren in de Deysselbuurt. In de eerste plaats om de huidige bewoners een betere woning aan te kunnen bieden. Dat een aantal blokken wordt gerenoveerd heeft in de meeste gevallen te maken met het feit dat die blokken cultuur historisch hoog gewaardeerd worden en daarom niet gesloopt mogen worden (dit geldt niet voor Melis Stokehof en Henric van Veldehof). Redenen waarom bij de overige woningen sloop de voorkeur heeft ten opzichte van renoveren zijn: De slechte staat van de woningen. Veel van de bewoners hebben in de aanloop naar de planvorming aangegeven een voorkeur te hebben voor een nieuwe (en niet een gerenoveerde) woning; De voor sloop aangewezen blokken hebben geen monumentale status waardoor de extra investeringen in renovatie ten opzichte van nieuwbouw maatschappelijk niet te verantwoorden zijn; Daar waar gesloopt wordt, kunnen extra woningen gebouwd worden. Daarmee ontstaan er kansen om de grote woningnood die in Amsterdam aanwezig is te verhelpen; Het slopen van de woningen heeft daarnaast een aantal voordelen ten opzichte van renovatie.
Rochdale kan met nieuwbouw: Woningen realiseren die duurzamer zijn; Woningen realiseren die beter geschikt zijn voor de gewenste doelgroepen, zoals grote woningen voor gezinnen, woningen met lift voor ouderen en jongerenwoningen; Woningen realiseren die veel aantrekkelijker zijn (gebruiksruimten optimaler, goede buitenruimte, bergingen, etc.); Woningen realiseren die in het onderhoud eenvoudiger en goedkoper zijn te beheren; Op dit moment zijn bijvoorbeeld nergens woningen beschikbaar met een lift, waardoor het voor ouderen onmogelijk is om in de buurt te blijven wonen. Slechts 219 van de bestaande woningen 3
hebben een oppervlakte van meer dan 70m2, dat worden er circa 380. Daarmee zijn er op dit moment weinig geschikte woningen voor gezinnen, jongeren en senioren. Bovendien zijn veel plattegronden niet meer van deze tijd (badkamer te bereiken door keuken, kleine keukens, balkon niet aan de woonkamer). Daarom maakt de Investeringsnota het ruimtelijk mogelijk om 512 gedateerde woningen te slopen en hiervoor 1200 nieuwbouw woningen gericht op de toekomst terug te bouwen. Woningbouw In reacties op de investeringsnota wordt gesteld dat voor de bewoners nog niet duidelijk is wat de plannen betekenen voor de individuele bewoners. Ze vragen zich af of de plannen wel ten goede komen aan de huidige bewoners en de buurt en of ze wel terug kunnen keren in de buurt Het college geeft aan dat er in de Lodewijk van Deysselbuurt in eerste instantie meer sociale huurwoningen worden teruggebouwd (ca. 700) dan er worden gesloopt (512). Het aantal sociale huurwoningen neemt daardoor per saldo toe. Dit betreft verschillende typen: jongeren-, ouderenen gezinswoningen. Op die manier willen gemeente en Rochdale aan de huidige bewoners die dat wensen, de kans bieden om door te verhuizen naar een passende sociale huurwoning in de buurt.
De Investeringsnota geeft het eindbeeld voor het programma weer waarbij, wanneer alle buurtbewoners die dat wensen een passende woning in de buurt hebben gevonden, er een gevarieerdere woningvoorraad in de Van Deysselbuurt beschikbaar is. Dit wordt bereikt door het bijbouwen van woningen in andere prijsklassen maar ook door transformatie van bestaand bezit (na mutatie). Zowel voor bewoners die aangewezen blijven op een sociale huurwoning als voor bewoners die wanneer het hen (financieel) beter gaat niet de buurt uit hoeven te verhuizen omdat er in de buurt geen aanbod is. Door het type aanbod, de fasering van de sloop-nieuwbouw (beginnen op een plek waar relatief weinig hoeft te worden gesloopt om relatief veel terug te kunnen bouwen), en het bieden van terugkeermogelijkheden biedt Rochdale aan zo veel mogelijk bewoners de mogelijkheid om daadwerkelijk geherhuisvest te kunnen worden in de eigen buurt. Een garantie daartoe wordt niet gegeven omdat Rochdale daar binnen de huidige afspraken met de gemeente geen mogelijkheid toe ziet.
Participatie Een aantal van de insprekers geeft aan dat ze het gevoel hebben dat ze niet goed zijn meegenomen met de plannen en dat ze niet goed zijn geïnformeerd over de individuele consequenties ervan Het college heeft in de Investeringsnota gedetailleerd uiteengezet hoe de participatie over de verbeter- en vernieuwingsplannen voor de Van Deysselbuurt tot nu toe verlopen is, inhoudelijk en procesmatig. Evenals welke manieren van communicatie over de voorbereiding van de plannen er zijn ingezet, ook in coronatijd. In de Investeringsnota staat ook het volledige plan voor de vernieuwing op hoofdlijnen, ook in tekst. Deze is te vinden op de website van de gemeente en daar ook op te vragen. Bij het buurtpunt van Rochdale aan de Van Deysselstraat kan de Investeringsnota worden ingezien. Het is echter onmogelijk om in de Investeringsnota, met het plan voor de vernieuwing van de gehele buurt, de praktische consequenties ervan voor alle ongeveer 1200 huishoudens op te nemen. De komende jaren verschijnen er nog vele publiekskranten om de voortgang van de plannen toe te lichten en op te roepen tot participatie, zoals voor de sociaal plannen voor de verschillende 4
complexen in de buurt. Hierin worden de concrete gevolgen voor de bewoners afgesproken. Mensen die niet (goed) (Nederlands) kunnen lezen kunnen bij het buurtpunt van Rochdale in de Van Deysselstraat terecht. Mensen die slecht ter been zijn kunnen bellen met Rochdale waar ook medewerkers beschikbaar zijn die een andere taal spreken om vragen over de persoonlijke situatie te beantwoorden. Ondanks dat er regelmatig nieuwsbrieven worden verstrekt, er een website is waar actuele informatie op wordt gedeeld, er webinars zijn gehouden, de buurtbus is ingezet en er regelmatig overleg met het Buurtplatform is, wordt de informatieverstrekking als onvoldoende ervaren. Ook de aanwezigheid van een Buurtpunt van Rochdale (voorheen aan de Burgermeester van Leeuwlaan, nu in de Lodewijk van Deysselstraat) lijkt de drempel om in gesprek te komen en informatie op te halen niet te verlagen. Gemeente en Rochdale blijven eraan werken om bewoners van de buurt te bereiken. Parkeren Men wil aandacht vestigen op de huidige parkeerdruk die er is in Nieuw-West. Daarnaast is men tegen privatisering van de parkeerplekken. Het is beleid van de gemeente Amsterdam om bij nieuwbouw parkeren op eigen terrein te laten organiseren. Huidige bewoners met een ontheffing die niet naar een nieuwbouwwoning met parkeren op eigen terrein verhuizen behouden hun ontheffing van de blauwe zone.
Om de haalbaarheid van het stedenbouwkundig plan voor de vernieuwing van de buurt te kunnen bepalen is voor het aantal benodigde parkeerplaatsen in de openbare ruimte van een aantal feiten en een aantal aannames uitgegaan. Dit gaat om: de geldende parkeernormen; het geldende parkeerregime (blauwe zone); het huidig aantal ontheffingen; bezettingsgraad; het aantal verwachte herhuisvesters; het vereiste en voorgenomen aantal parkeerplaatsen op eigen terrein voor nieuwbouw in respectievelijk de vrije sector en sociale- en middeldure huur. Het college onderkent dat handhaving van het parkeerregime (blauwe zone) noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat de parkeerdruk niet onacceptabel (meer dan 90%) hoog wordt. Zodat mensen die echt in de Van Deysselbuurt moeten zijn er ook daadwerkelijk kunnen parkeren. (Openbare) buitenruimte en overige Opgemerkt wordt dat men twijfels heeft bij de open structuur van het middengebied. Men vreest overlast in de collectieve hoven als deze openbaar toegankelijk worden voor iedereen. Daarnaast wordt waardering uitgesproken voor het initiatief dat organisatie Cascoland in de buurt ontplooit ter bevordering van verbinding in de buurt, verbetering van de sociale veiligheid en bevordering van gezonde voeding. Het college geeft aan waarde te hechten aan de publieke toegankelijkheid van de groene hoven maar ziet ook de risico’s ervan.
Uitgangspunt voor de uitwerking ervan moet zijn dat het groen in de buurt veilig is en de leefbaarheid versterkt. Het college nodigt de initiatiefnemer van de moestuin en verschillende (actie)onderzoeken in de buurt uit om mee te denken over de uitwerking van de investeringsnota. 5