6a. Onderstation Nieuwe Meer II_Bijlagen bij de regels.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Onderstation Nieuwe Meer II
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Onderstation Nieuwe Meer II
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.F2104BPSTD-VG01
Datum print
1 November 2022
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Bijlagen bij de regels
5
Bijlage 1
Ruimtelijk Programma van Eisen
6
Bijlage 2
Verbeelding als PDF
20
Bijlage 3
Regels als PDF
22
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Onderstation Nieuwe Meer II (vastgesteld)
blz. 5
Bijlagen bij de regels
Gemeente Amsterdam
blz. 6
Bijlage 1
Ruimtelijk Programma van Eisen
bestemmingsplan_Onderstation Nieuwe Meer II (vastgesteld)
Ruimtelijk Programma van Eisen Nieuwe onderstations Anderlechtlaan - Oude Haagseweg
Projectgroep Schinkelkwartier, Gemeente Amsterdam Definitief Concept, 13 April 2022
Colofon Titel: Ruimtelijk Programma van Eisen (Nieuwe onderstations Anderlechtlaan - Oude Haagseweg) Opdrachtgever: Gemeente Amsterdam Projectgroep Schinkelkwartier datum 13 April 2022 status Definitief Concept Opgesteld door Yiannis Tsoskounoglou contactpersoon Yolanda Backer e-mail: y.backer@amsterdam.nl
2
Ruimtelijk Programma van Eisen Nieuwe onderstations Anderlechtlaan - Oude Haagseweg
Ruimtelijk Programma van Eisen
Nieuwe onderstations Anderlechtlaan - Oude Haagseweg
Inhoudsopgave 1 2 3 4 5
Inleiding Kavelregels Beeldkwaliteit Poorten en Ontsluiting Duurzaamheid
3
4
Ruimtelijk Programma van Eisen Nieuwe onderstations Anderlechtlaan - Oude Haagseweg
1. Inleiding
Vanwege een sterk groeiende vermogensvraag in Zuidas, Schinkelkwartier en (en deel van) Amsterdam Nieuw-West én het gegeven dat de bestaande onderstations Zorgvlied (bij station RAI) en Nieuwe Meer (aan de Anderlechtlaan) ook na de actuele uitbreiding bijna aan het maximaal te leveren vermogen zitten, wordt een nieuw 160 MVA Liander onderstation én een nieuw TenneT GIS onderstation van twee velden (inclusief de realisatie van de bijbehorende kabelverbindingen) aan de zuidwestzijde van Amsterdam ontwikkeld.
In dit RPVE zijn de kaders en eisen vanuit de gemeente Amsterdam voor wat betreft de ruimtelijke kwaliteit en inpassing in het gebied vastgelegd. Het RPVE gaat in op de volgende aspecten: kavelregels, beeldkwaliteit, poorten, ontsluiting en duurzaamheid.
5
2. Kavelregels
Stedenbouwkundige context
Positionering van de onderstations De nieuwe onderstations en compensatiespoelen op het terrein dat in eigendom is van Liander, gelegen in de oksel Anderlechtlaan – Oude Haagseweg, vormen samen met het bestaande onderstation en het naastgelegen Gasstation een nutsvoorzieningencluster c.q. “energiecampus” met losse gebouwen in een landschappelijke/groene setting. Het aangrenzende landschapspark de Oeverlanden is, qua schaal, centrale ligging en de ruige en authentieke eigenschappen uniek in de Metropool Amsterdam. Het landschapspark heeft een belangrijke recreatieve functie voor de bewoners van de stadsdelen Nieuw West en Zuid. Het belang van het park zal in de toekomst toenemen als gevolg van de van de verder oprukkende stad, met de gebiedsontwikkeling in Zuidas (Verdi) en het Schinkelkwartier. De Oeverlanden zullen zich dan ook moeten voorbereiden op een toenemende recreatiedruk. De mensen die dit gebied bezoeken betreden het gebied via de
6
Anderlechtlaan. De Anderlechtlaan is daarmee een belangrijke toegangsweg. De ligging van het nutscomplex langs deze toegangsweg vraagt om een zorgvuldige afweging bij de positionering en inpassing van het nutscomplex in dit gebied. De Anderlechtlaan is tevens een hoofdroute voor langzaam verkeer tussen de woonbuurten van Nieuw West en de Oeverlanden/ Nieuwe Meer. In de plaatsing van de gebouwen wordt rekening gehouden met de beleving voor fietsers en voetgangers: de bebouwing ligt op ruime afstand van het fiets-/voetpad. Aan de Oude Haagse weg komen de compensatiespoelen in de kavelgrens ten noorden van het talud van de waterloop. Het te ontwikkelen terrein wordt aan de zijde van de Anderlechtlaan en Oude Haagseweg landschappelijk begrenst door de waterlopen die worden ingericht met natuurlijke taluds met rietkragen. Over de inrichting van de openbare ruimte zal nauw overleg plaatsvinden met de netbeheerders.
Ruimtelijk Programma van Eisen Nieuwe onderstations Anderlechtlaan - Oude Haagseweg
n laa cht erle And
250
A
D
n
aa
htl ec
erl
d An
30
B
ABRI
C
an tla ch rle ) m dezijde 0 - 4,0 : Anuid C lte (z 0D
Ha
e 160
RI
typ
AB
0m
00
e 16
- 4,0
an
tla )
ch typ rlede de zij rd : An lte (noo
RI
AB
Ha
Coördinaten terrein De kavel wordt gedefinieerd door de coördinaten: g
A
we X: 115915.9 se ag a Y:e H 483340.31 ud
C
X: 115865.47 Y: 483211.89
D
X: 115863.96 Y: 483334.85
O
B
X: 115954.24 Y: 483277.47
Perceelen 2910 , 2292 en 3256 zijn eigendom van Liander
7
n laa cht erle And
2. Kavelregels 250 n
aa
htl ec
erl
d An
30
ABRI
an tla ch rle ) m dezijde 0 - 4,0 : Anuid C lte (z 0D
Ha
e 160
RI
typ
AB
0m
00
e 16
- 4,0
an
tla )
ch typ rlede de zij rd : An lte (noo
RI
AB
Ha
Positie en afmetingen De positionering en de afmetingen van de Tennet en g we se g Liander bouwwerken en gebouwen zijn bij benadering a Ha de Ou als volgt: •
•
8
De twee TenneT GIShallen hebben een footprint van ongeveer 39 bij 18 meter en een bouwhoogte van (naar verwachting) 15,0 meter Het Liander gebouw heeft een footprint van ongeveer 57 bij 21 meter en een bouwhoogte van (naar verwachting) 9,5 meter.
•
De compensatiespoelen hebben een footprint van ongeveer 23 bij 12 meter en een bouwhoogte van (naar verwachting) 8,5 meter.
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden geplaatst voor zover technisch noodzakelijk of noodzakelijk ten behoeve van een goede inpassing. Deze hebben een hoogte en afmeting die beperkt is en passend zullen worden gemaakt binnen de gewenste beeldkwaliteit zoals omschreven in p.10.
Ruimtelijk Programma van Eisen Nieuwe onderstations Anderlechtlaan - Oude Haagseweg
15,0 m 15,0 m 15,0 m 15,0 m 9,5 m
15,0 m 15,0 m
8,5 m 8,5 m
9,5 m
Maximale bouwvolumes
9
3. Beeldkwaliteit
Architectuurfamilie Nieuwe gebouwen zijn een architectuur familie
Nieuwe gebouwen krijgen niet allemaal een eigen vormgeving
Geleding gevels
Anderlechtlaan
Oude Haagseweg
Omdat de stedelijke context van deze locatie in de komende jaren sterk zal veranderen en aan betekenis zal toenemen is het van belang dat er voldoende aandacht is voor de kwaliteit van de bebouwing en de inrichting van het terrein, rekening houdend met de toekomstige ontwikkelingen zoals aangegeven in de omgevingsvisie. Architectonische kwaliteit Er wordt gezocht naar een integraal ontwerp waarin de bebouwing, buitenruimte en de directe omgeving als één samenhangend geheel tot stand komen. De toegangsweg en terreinafscheidingen voegen zich binnen het landschap. Het programma en de kwaliteiten van de omgeving worden architectonische samengevoegd in een passend gebouwontwerp. Voor de nieuwbouw, is het van belang dat de gebouwen in samenhang met elkaar zijn ontworpen en dezelfde architectonische kwaliteit en uitstraling hebben: m.a.w. ze moeten tot één architectonische familie behoren. Voor dit gebied geldt Welstandsniveau “Gewoon”. Bepaald is daarom dat het onderstation zich op een van-
10
zelfsprekende manier moet ‘nestelen’ in het landschap van grootschalige infrastructuur en rekening houden met de toekomstige stedelijke context. Daarmee wordt voldaan aan de eisen van Welstand Geleding gevels en materialisering Omdat het Liander-gebouw aan de Anderlechtlaan aan een belangrijke fietsroute ligt wordt extra aandacht gevraagd voor de kwaliteit en de uitstraling van de gevel. De gevel dient bij te dragen aan het gevoel van sociale veiligheid. De langgerekte raampartij in de gevel van het bestaande onderstation is daar een goed voorbeeld van. Er wordt gevraagd in de architectonische samenstelling rekening te houden met een sociaalveilige uitstraling. Ook de gevels van de TenneT compensatiespoelen aan de Oude Haagseweg vragen extra aandacht. Een doorlopende blinde gevel is hier eveneens niet wenselijk. Voor de beleving van passanten is het van belang dat er een geleding in de verschillende gebouwdelen en/of in de gevelstructuur wordt aangebracht.
Ruimtelijk Programma van Eisen Nieuwe onderstations Anderlechtlaan - Oude Haagseweg
Inspiratiebeelden voor de beeldkwaliteit van de gebouwen en buitenruimte
Transformatorstation, Amsterdam
Transformatorstation IJburg, Amsterdam
Station Science Park, Amsterdam 18
Vergroening Vanwege de ligging aan het groene recreatiegebied de Oeverlanden, dient bij het ontwerp van de nieuwe gebouwen maximaal ingezet te worden op vergroening (waar mogelijk) van het gebouw en terrein. Met name de gevels van de nieuwe gebouwen van TenneT en Liander die gericht zijn naar de Anderlechtlaan en de Oude Haagseweg dienen zoveel als mogelijk een groen aanzien te hebben. Gemeente en de netbeheerders onderzoeken gezamenlijk wat maximaal haalbaar is (ook in relatie tot hetgeen al onder geleding gevels wordt gevraagd).
Voor het behalen van het gewenste groene eindbeeld zijn de netbeheerders verantwoordelijk voor de inrichting van de kavel welke in eigendom is van Liander / TenneT en is de gemeente verantwoordelijk voor de inrichting van het openbare gebied buiten dit terrein (waterlopen en beplanting). Voor de inrichting van het openbare gebied zal afstemming plaatsvinden met de netbeheerders. Wenselijk voor de toekomstige inrichting van de Oude Haagseweg is een profiel met groen en bomen in de zijbermen waarbij rekening wordt gehouden met bestaande ondergrondse infrastructuur.
Verharding wordt toegepast waar dat functioneel noodzakelijk is voor het functioneren van het station. Daar waar dat niet per se noodzakelijk is wordt gezocht naar duurzame oplossingen die eveneens zoveel als mogelijk kunnen bijdragen aan het verhogen van de biodiversiteit op de locatie zelf.
11
4. Poorten en Ontsluiting
Groene randen
Natuurlijke oevers
Bestaande poort (hoofdontsluiting)
Voorbeeld van gewenste brug (nood-ontsluiting)
250
250
Poorten De nieuwe (nood)ontsluiting aan de Oude Haagseweg dient een toegangspoort te krijgen passend en aansluitend bij het bestaande hekwerk.
HOOFDONTSLUITING
an
tla
ch
rle
de
An
an
tla
ch
rle
de
An
Ontsluiting Om de ruimtelijke structuur van de brede waterloop en natuurlijke oevers zo min mogelijk aan te tasten, en in het belang van de waterberging, wordt voor de (nood) ontsluiting aan de Oude Haagseweg een zo smal mogelijke dam met “duikerbrug” aangelegd. Daarbij wordt er rekening mee gehouden dat de dam toegankelijk moet zijn voor zwaar vrachtverkeer. 30
30
ABRI
ABRI
an
an
chtla ) erle m And zijde - 4,00 C e: (zuid
Halt
type
chtla ) erle m And zijde - 4,00 C e: (zuid
Halt
1600D
ABRI
- 4,00
m
- 4,00
an
1600 chtla erlejde) Andrdzi e:(noo
type ABRI
type
1600D
ABRI
m
an
1600 chtla erlejde) Andrdzi e:(noo
type ABRI
Halt
Halt
(NOOD)ONTSLUITING
de
Ou
g
we
se
ag
Ha
de
Ou
10
12
g
we
se
ag
Ha
Ontsluitingen
Ruimtelijk Programma van Eisen Nieuwe onderstations Anderlechtlaan - Oude Haagseweg
10
5. Duurzaamheid De gemeente Amsterdam heeft hoge ambities ten aanzien van duurzaam bouwen. Zie hiervoor ook de website https://duurzaamontwikkelen.amsterdam, waar alle actuele eisen en ambities zijn opgenomen ten aanzien van dit thema. Gelet op de specifieke randvoorwaarden en eisen die worden gesteld aan het ontwerp van deze onderstations, ihkv van oa het aspect leveringszekerheid, kunnen de netbeheerders niet aan alle wensen van de gemeente voldoen. Het volgende wordt haalbaar geacht. Energie neutrale gebouwen / natuurinclusief bouwen Ten aanzien van de EPC/BENG-eis streven de netbeheerders naar energieneutrale gebouwen. Proactief hanteren TenneT en Liander de eis voor thermische isolatie. TenneT hanteert de thermische isolatie voor utiliteitsbouw en Liander voor overige gebruiksfuncties conform bouwbesluit. Om het energie gebruik te verminderen passen de netwerkbeheerders vrije koeling (koelen met buitenlucht) en ledverlichting toe. Daarbij zijn er mogelijkheden voor het toepassen van andere duurzaamheidseisen en –ambities en natuurinclusiviteit. Circulair Bouwen De keuze van materialen is van invloed op het lokale klimaat en de juiste materialen dragen bij aan duurzaamheid. Bij circulair bouwen worden de gebouwen zo ontworpen dat de materialen een zo lang mogelijke levensduur krijgen door middel van hergebruik of herbestemming.
Door een grondstoffenpaspoort toe te passen kan hergebruik worden gestimuleerd en de transparantie worden vergroot. Het gebruik van materialen met een lage milieu-impact is verplicht waar dit mogelijk is. Uitgangspunt is daarbij een zo laag mogelijke MPGscore (milieuprestatie gebouw). Voor zowel het bouwen van energieneutrale gebouwen, natuurinclusief bouwen als circulair bouwen wordt voor de uitgangspunten verwezen naar de brochure Modulair Bouwen, inpassen en bouwen van verdeelstations, uitgave van Liander december 2021.
13
blz. 20
Bijlage 2
Verbeelding als PDF
bestemmingsplan_Onderstation Nieuwe Meer II (vastgesteld)
seweg
Nieuwe Haag
we Nieu
weg gse Haa
Plangebied Onderstation Nieuwe Meer II
20
aan chtl erle And
Enkelbestemmingen
5 250
7
Bedrijf
B
Dubbelbestemmingen
eg sew
aag
O
H ude
Leiding - Gas
L-G
Waarde - Archeologie 2
WR-A2
[sba-1]
Gebiedsaanduidingen
An lec
der
B
geluidzone - industrie 1
aan
htl
9,5 30
WR-A2 L-G
geluidzone - industrie 2
g
e ew gs aa eH d Ou
15
luchtvaartverkeerzone - lib artikel 2.2.3 (vogels)
8,5
Bouwvlakken bouwvlak
Bouwaanduidingen specifieke bouwaanduiding - 1
[sba-1]
ABRI
L-G
Maatvoeringen maximum bouwhoogte (m)
8,5
eg
ew gs
aa
H de Ou
kadastrale en topografische ondergrond
2345
2360
10
r pe
n
A
o nt
le ch
Onderstation Nieuwe Meer II
ad sp
S
NL.IMRO.0363.F2104BPSTD-VG01 Bevoegd gezag:Gemeente Amsterdam Ter visie:
Ter inzage:
0
15
Schaal 1:1500
30
45
60m
Projectnummer 510005387
Vastgesteld:
Gecontroleerd doorLV
Tekeningnummer510005387.ehv.311.K01a Getekend door
MvdL
schaal
Vastgesteld
Formaat
1 : 1500 A2
Plotdatum: 22-9-2022 15:04:49
Status Documentnaam
510005387.ehv.311.K01g
blz. 22
Bijlage 3
Regels als PDF
bestemmingsplan_Onderstation Nieuwe Meer II (vastgesteld)
Bestemmingsplan Onderstation Nieuwe Meer II
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Onderstation Nieuwe Meer II
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.F2104BPSTD-VG01
Datum print
7 Oktober 2022
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Hoofdstuk 4
5 Inleidende regels
6
Begrippen Wijze van meten
6 8
Bestemmingsregels
9
Bedrijf Leiding - Gas Waarde - Archeologie 2
9 11 13
Algemene regels
15
Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Overige regels
15 16 17
Overgangs- en slotregels
18
Artikel 9 Overgangsregels Artikel 10 Slotregel
18 19
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Onderstation Nieuwe Meer II (vastgesteld)
blz. 5
Regels
Gemeente Amsterdam
blz. 6
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
plan
Het bestemmingsplan 'Onderstation Nieuwe Meer II' met identificatienummer NL.IMRO.0363.F2104BPSTD-VG01 van de gemeente Amsterdam. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3
aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.6
afspanportaal
Een portaal welke geplaatst wordt tussen de laatste hoogspanningsmast van een lijn en de onderdelen op een station. 1.7
belemmeringenstrook
Een strook grond ter plaatse van en aan weerszijden van de hoogspanningslijn of -kabel die dient om de veiligheid en het ongestoord functioneren van de leiding te kunnen garanderen. 1.8
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.9
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.10
bliksempieken
Masten die voorkomen dat de gevoelige onderdelen op het station geraakt worden door de bliksem.
bestemmingsplan_Onderstation Nieuwe Meer II (vastgesteld)
blz. 7
1.11
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.12
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.13
bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.14
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.15
geluidgevoelige bestemming
Geluidsgevoelige gebouwen en terreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. 1.16
geluidzone - industrie
De met de aanduiding 'geluizone - industrie' aangegeven zone, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege een gezoneerd industrieterrein of inrichting de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. 1.17
geluidzoneringsplichtige inrichting
Een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een inpassingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld. 1.18
peil
a. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang. b. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. c. Indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil).
Gemeente Amsterdam
blz. 8
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2
de inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.3
de oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
bestemmingsplan_Onderstation Nieuwe Meer II (vastgesteld)
blz. 9
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een transformatorstation al dan niet zijnde een geluidzoneringsplichtige inrichting (oftewel gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen in een niet gesloten gebouw van meer dan 200 MVA), voorzieningen ten behoeve van de aansluiting op de (hoog)spanningsnet, alsmede groenvoorzieningen; met de daarbij behorende: b. c. d. e. f. g.
kabels en leidingen; gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; water; waterhuishoudkundige voorzieningen; wegen, paden en verhardingen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op en onder in 3.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 3.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.
gebouwen zijn alleen toegestaan binnen een bouwvlak; maximum bebouwingspercentage: 100% van het bouwvlak; maximum bouwhoogte: zoals met de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' staat aangegeven; ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding 1' is het bouwen van gebouwen alleen toegestaan als wordt voldaan aan Bijlage 1 Ruimtelijk Programma van Eisen.
3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat: a. voor bliksempieken een maximum bouwhoogte van 24 meter is toegestaan; b. voor erf- en terreinafscheidingen een maximum bouwhoogte van 3 meter ten opzichte van het aansluitende maaiveld is toegestaan; c. voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de maximum bouwhoogte zoals met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' staat aangegeven; d. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding 1' is het bouwen alleen toegestaan als wordt voldaan aan Bijlage 1 Ruimtelijk Programma van Eisen.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
3.3
Specifieke gebruiksregels
De gebouwen en gronden mogen slechts in gebruik worden genomen als de gronden van de bestemming zijn ingericht en in stand worden gehouden volgens de eisen in Bijlage 1 Ruimtelijk Programma van Eisen.
bestemmingsplan_Onderstation Nieuwe Meer II (vastgesteld)
blz. 11
Artikel 4 4.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van (ondergrondse) gasleidingen met de daarbijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Het is niet toegestaan om op de in 4.1 genoemde gronden gebouwen op te richten. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximum bouwhoogte van 3 meter. 4.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening in afwijking van het bepaalde in 4.2 een omgevingsvergunning te verlenen ten aanzien van het bouwen van bouwwerken en toestaan dat op of in deze gronden een bij de andere bestemming toelaatbaar bouwwerk wordt gebouwd, mits positief advies is verkregen bij de betrokken leidingbeheerder en de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en kwetsbare objecten niet zijn toegestaan. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden op de in 4.1 bedoelde gronden uit te voeren: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding en ophoging; c. het verrichten van grondroerende activiteiten (bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) ander dan normaal spit- en ploegwerk; d. diepploegen; e. het aanbrengen van gesloten verhardingen; f. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; g. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; h. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; i. het indrijven van voorwerpen in de bodem. 4.4.2
Uitzonderingen op de vergunningplicht
Het bepaalde in 4.4.1 is niet van toepassing op de volgende werken en werkzaamheden: a. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van
Gemeente Amsterdam
blz. 12
inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde danwel verleende vergunning. 4.4.3
Toetsingscriteria
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld 4.4.1 mag slechts worden verleend, indien: a. het uitvoeren van een werk of werkzaamheden of de daaraan direct of indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding; b. door het stellen van voorwaarden ten aanzien van plaats, omvang, wijze en tijd van uitvoering geen onevenredige afbreuk van de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding plaatsvindt en daarover advies is verkregen van de betrokken leidingbeheerder. 4.5
Wijzigingsbevoegdheid
Het dagelijks bestuur is bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, de gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' te wijzigen door de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' te verwijderen, mits de leiding is verwijderd of niet langer als zodanig wordt gebruikt en de betreffende leidingbeheerder hierover heeft geadviseerd.
bestemmingsplan_Onderstation Nieuwe Meer II (vastgesteld)
blz. 13
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
De aanvrager van een omgevingsvergunning dient een inventariserend veldonderzoek (IVO) te overleggen, waarin de archeologische waarde van het terrein, die blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, indien de aanvraag betrekking leidt tot grondroerende werkzaamheden: a. van 10.000 m² of meer en; b. dieper dan 0,5 meter onder peil. 5.2.2
Uitzondering onderzoeksplicht
Het bepaalde in 5.2.1 is niet van toepassing indien uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 5.2.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen die voorzien in grondroerende werkzaamheden. Het bevoegd gezag stelt, indien een Inventariserend veldonderzoek (IVO) daartoe aanleiding geeft, nadere eisen aan bouwplannen die kunnen strekken tot: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door dagelijks bestuur bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerkn zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1
Verbodsregel
Op en onder de in 5.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen over een oppervlakte van meer dan 10.000 m² in combinatie met werken op een diepte van 0,50 meter of meer, waartoe onder meer wordt gerekend het egaliseren, roeren en omwoelen van gronden; b. het aanbrengen van drainage op een diepte van 0,50 meter of meer; c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen op een diepte van 0,50 meter of meer.
Gemeente Amsterdam
blz. 14
5.3.2
Uitzondering verbodsregel
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in 5.3.1 is niet vereist voor de volgende werken en werkzaamheden: a. het normale onderhoud van wegen, water, groenvoorzieningen en tuinen; b. werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen uitgevoerd door een ter zake deskundige; d. indien uit archeologisch bureau-onderzoek blijkt dat er ter plaatse sprake is van een negatieve archeologische verwachting. 5.3.3
Weigeringsgrond omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden kan worden geweigerd indien door de werken of werkzaamheden, het belang van de archeologie onevenredig wordt geschaad. 5.3.4
Onderzoeksplicht
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden kan slechts worden verleend indien een Inventariserend veldonderzoek (IVO) naar mogelijk aanwezige archeologische waarden in de betrokken gronden heeft plaatsgevonden en waarin de archeologische waarde van het terrein, die blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 5.3.5
Uitzondering onderzoeksplicht
Het bepaalde in 5.3.4 is niet van toepassing indien uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 5.3.6
Nadere eisen
Aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden kunnen in het belang van de archeologische waarden de volgende nadere eisen worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door dagelijks bestuur bij de vergunning te stellen kwalificaties.
bestemmingsplan_Onderstation Nieuwe Meer II (vastgesteld)
blz. 15
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Artikel 7 7.1
Algemene aanduidingsregels
Geluidzone
a. Ter plaatse van de aanduidingen 'geluidzone - industrie 1' en 'geluidzone - industrie 2' zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege de industrieterreinen 'Schiphol' en 'transformatorstation' op geluidsgevoelige bestemmingen. b. In afwijking van het bepaalde bij de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen geldt ter plaatse van de aanduidingen 'geluidzone - industrie 1' en 'geluidzone - industrie 2' de volgende regel: 1. een op grond van de andere aangewezen bestemmingen toelaatbaar gebouw, of de uitbreiding daarvan, welk aangemerkt kan worden als een geluidsgevoelige bestemming, mag slechts worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege de industrieterreinen op de gevels van dit gebouw niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. 7.2
Luchtvaartverkeerzone
Binnen de aangegeven aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - lib artikel 2.2.3 (vogels)' geldt dat geen nieuwe vogelaantrekkende functies (zoals viskwekerijen en grote waterpartijen) zijn toegestaan, conform hetgeen bepaald in artikel 2.2.3 van het 'Luchthavenindelingsbesluit Schiphol'.
bestemmingsplan_Onderstation Nieuwe Meer II (vastgesteld)
blz. 17
Artikel 8 8.1
Overige regels
Van toepassing verklaring
a. Het bestemmingsplan Onderstation Nieuwe Meer II geldt in aanvulling op de regels en verbeelding van onderstaande bestemmingsplannen: 1. Bestemmingsplan Nieuwe Meer e.o., onherroepelijk, vastgesteld op 24 september 2014; 2. Bestemmingsplan Drijvende bouwwerken, onherroepelijk, vastgesteld op 20 september 2019; 3. Bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders, vastgesteld op 7 oktober 2021; b. in afwijking van het bepaalde in artikel 8.1 sub a geldt voor de gronden waar dit plan de bestemming 'Bedrijf' aan toekent, dat de regels en verbeelding van voorliggend plan volledig in de plaats treden van de regels en verbeelding van de in artikel 8.1 sub a onder 1 en 2 genoemde bestemmingsplannen.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1
Overgangs- en slotregels Overgangsregels
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan_Onderstation Nieuwe Meer II (vastgesteld)
blz. 19
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Onderstation Nieuwe Meer II'.
Gemeente Amsterdam