CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6a. 210930 Def. Samenvatting Cult. Hist. onderzoek NDSM-werf Oost. Inrichting en gebruik buitenruimte .pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Haalbaarheidsstudie Vergroening en Sport NDSM-werf Oost als basis voor een plan om groen- en sportvoorzieningen toe te voegen op de NDSM-werf Oost. (ZD2021-009050)1.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting Cultuurhistorisch onderzoek NDSM-werf Oost Inrichting en gebruik buitenruimte Aanleiding voor dit onderzoek was de Haalbaarheidsstudie Vergroening en sport NDSM-werf Oost. Het cultuurhistorisch onderzoek richt zich op de inrichting en gebruik van de buitenruimte in het kader van het productieproces van de scheepsnieuwbouw, en de samenhang daarvan met de bestaande erfgoedwaarden. De uitkomsten ervan zijn verwerkt in de strategie van de Haalbaarheidsstudie. Conclusie De NDSM-werf is een voor Amsterdam uniek gebied waarvan het historische scheepswerfkarakter nog goed herkenbaar is. Het is een ruimtelijke eenheid die bestaat uit gebouwen en losse objecten, samengebonden door grote open ruimtes en water. Al deze aspecten hangen met elkaar samen en vinden hun oorsprong in het productieproces voor schepen dat tot op de dag van vandaag herkenbaar is op het terrein. Het Amsterdamse verhaal van de scheepsbouw en de roerige geschiedenis daarvan kan aan de hand van de gebouwde en landschappelijke elementen die nog op het terrein aanwezig zijn, in zijn geheel verteld worden. Aandachtspunt bij de transformatie is om ook de minder opvallende zones en ongebruikelijke kenmerken, die niettemin een integraal onderdeel van het productieproces waren, te betrekken. Het gaat dan vooral om het gebied langs Zijkanaal I en de afbouwhaven aan de Ms. Van Riemsdijkweg.

Beide locaties bieden historische aanknopingspunten voor de voorliggende opgave. Verder, verdienen ook de kleinschalige loodsen en kleinste werfrelicten zoals bolders en dergelijke aandacht. Dit omdat ze in bijzondere mate bijdragen aan de sfeer van de werf. Geschiedenis Op de NDSM-werf opereerden aan de scheepsbouw gerelateerde bedrijven. De belangrijkste daarvan waren de NSM, welke in 1894 opgericht werd en vanaf 1919 dit terrein aan de noordelijke IJ-oevers beheerde, en vanaf 1946 de NDSM, een fusie uit de NSM en de aangrenzende repartiewerf NDM. Tijdens de hoogtijdagen (1953) werkten ongeveer 6.000 mannen op deze werf. In 1984 sloot het zijn deuren. Gedurende deze tijd groeide de werf organisch; gebouwen en terreinen werden continu aangepast. In het cultuurhistorisch onderzoek is de bedrijfsgeschiedenis en de ruimtelijke ontwikkeling van de werf beschreven en is de situatie ter plekke geïnventariseerd. Hieruit komen de volgende erfgoedwaarden naar voren:  herkenbaarheid van de historische scheepsbouwindustrie,  herkenbaarheid van het productieproces op diverse schaalniveaus,  en een kenmerkend landschap bestaande uit een open werfterrein en het water. Historisch productieproces De bouw van een schip volgde een strak productieproces. Alle stappen van dit proces zijn tot op de dag van vandaag terug te zien op het NDSM-terrein.

De volgende structuren/objecten zijn nog herkenbaar: - Strook langs Zijkanaal I voor aanlevering van het ruwe materiaal - Scheepbouwloods en lasloods voor bewerking 1

-

Rails en grote open (verkeers-)ruimte tussen de loodsen en de helling Hellingen en kranen voor de samenstelling van een scheepsromp: van de oorspronkelijk 5 hellingen zijn er nog twee volledig en één gedeeltelijk aanwezig. Afbouwkade langs de Ms. van Riemsdijkweg met bijhorende loodsen Landtong aan de zuidkant voor het testen van een schip Hoofdkantoor aan de Klaprozenweg en gebouw Kersten, nu de IJ-Kantine, als laatste herinneringen aan de kantoren en tekenkamers, onder meer, die bij de werf hoorden.

Schaalniveaus Het samenspeel van verschillende schaalniveaus is bepalend voor het karakter van de werf.  De schaal van de werf is buitengewoon: de loodsen, hellingen, de enige volledig overgebleven kraan en de buitenruimtes hebben enorme dimensies. Elementen met deze schaal, zorg(d)en ervoor dat het complex ook vanuit de verte van alle zijden zichtbaar en herkenbaar was en is.  Middelgrote gebouwen zoals de afbramerij, de herontwikkelde smederij, de timmerwerkplaats en de IJ-kantine vormen de ruggengraat van de werf en maken stappen in het productieproces zichtbaar.  Kleinschalige, tijdelijke gebouwen maakten het mogelijk om het werfterrein flexibel in te richten. Deze kleinschaligheid is vandaag de dag vooral in het straatpatroon en de verkaveling langs de afbouwkade terug te zien.  Diverse werfrelicten dragen bij aan het leesbaar houden van de meer menselijke schaal van de werf. Daaronder zijn objecten zoals bolders, kielblokken, kraanbaan funderingen, -gewichten en -rails, de kraan en het Goedkoop monument. Zij illustreren bepaalde werkprocessen, zoals het aanmeren, de kiellegging of het transport.  De driedimensionale werf: de enorme schaal van de schepen leidde er ook toe dat er op meerder niveaus gewerkt moest worden met onder andere hulp van steigers, kranen en onderwater liggende lastunnels.

Landschap De inrichting van het werfterrein heeft naast gebouwde ook landschappelijke waarden.  Het omliggende water is onlosmakelijk verbonden met het gebied en het werkproces. De werf ligt op een prominente plek aan het IJ. Het water werd als werkruimte gebruikt: niet alleen werden de schepen in het water gelaten en afgebouwd, maar het diende ook als transport- en opslagruimte. De overgang tussen land en water werd steeds aangepast aan de behoeftes: dit resulteerde in harde kades langs de afbouwen aanmeerplekken, en meer natuurlijke oevers in de rest van de werf.  Het gebied is een groot werkveld, dat flexibel heringericht kon worden. De werf was in feite een groot werkterrein waarop het werkproces zich afspeelde. Als gevolg daarvan waren de buitenruimtes van de werf in de eerste plaats rationeel en utilitair ingericht. Op het terrein zelf was geen sprake van erfafscheidingen of obstakels in het maaiveld, zelfs niet bij de overgang van buiten naar binnen. Een minimale inrichting maakte niet alleen veranderingen in het ruimtegebruik eenvoudig maar bespaarde ook kosten. Grote delen van het terrein bleven dan ook onverhard. Pas na WOII en de opkomst van de vrachtwagens werd het gebied stapsgewijs verhaard. In de huidige inrichting van de buitenruimtes zijn de principes uit de werftijd nog steeds afleesbaar.

Onder andere is er geen groenaanleg te vinden en is het terrein alleen maar grof afgewerkt. Dat bepaalt het eigen, industriële karakter van ruigheid, kaalheid en onverwoestbaarheid.

2

Foto uit 1938. Op de voorgrond liggen twee schepen in de afbouwhaven. Goed ter herkennen is de scheepsbouwloods aan de linke kant. (A04139000143 SAA/ Fototechnisch- en Cartografisch Bedrijf KLM (auteursrechtenvrij))

Foto uit 1977. Een stuk van een mammoettanker in aanbouw op helling 2 en 3. Het hele terrein is gestructuurerd en systematiseerd. (B00000035211 SAA (rechten SAA))

3

Stoomkraan en torenkranen op rails voor de hellingen (1929). (010179000378 SAA (auteursrechtenvrij))

Bij de tewaterlating van de fregat Hr. Ms. Van Speijk werd de hellingdeur geopend (1965). (SAA (rechthebbende onbekend))

Monumenten en Archeologie September 2021

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10689783/1