6. Was wordt-document.pdf
Tekst van het document
Die bevat twaalf logische principes voor een gezonde leefomgeving. De komende jaren wordt de Gezondheidslogica gebruikt bij de plannen voor gebiedsontwikkeling en verder verbeterd op basis van ervaring en nieuwe inzichten. De ontwikkeling en transformatie van sportparken naar parken om in te sporten, bewegen, spelen en recreëren vergt maatwerk en zal tot stand komen in samenspraak met gebruikers en omliggende buurten.
Wordt riviercruise te halveren. Tevens wordt onderzocht of de PTA op termijn kan verplaatsen naar een locatie buiten het centrum. Schiphol vormt een belangrijk knooppunt in de internationale handelseconomie van Nederland en in het bijzonder van de Amsterdamse regio. Schiphol faciliteert iedere dag grote aantallen passagiers en werknemers. Voor Amsterdam is het van belang dat er op en rond dit knooppunt sprake is van een gezonde, schone en veilige leef- en werkomgeving. Op dit moment is dat onvoldoende het geval en is de balans ernstig verstoord. Vliegverkeer veroorzaakt met de uitstoot van fijnstof en stikstof een ongezonde leef- en werkomgeving voor mens en natuur. Vliegtuiggeluid creëert veel overlast en gezondheidsproblemen. Reductie van geluid, broeikasgassen en andere emissies, zoals ultrafijnstof, komt ten goede aan een gezondere leef- en werkomgeving voor huidige en toekomstige werknemers en omwonenden. Een halte voor internationale treinen op Schiphol versterkt de internationale connectiviteit van Nederland. Amsterdam pleit voor het terugdringen van het aantal (nacht)vluchten op Schiphol. Amsterdam zet in op een duurzame, veilige en selectieve beweging van Schiphol naar een multimodaal knooppunt van (inter)nationale verbindingen. 15. Gezond Amsterdam Thema's zijn: groei van de gemeente, arbeidsmarkt en onderwijs, data en technologie, acute en crisiszorg.
Gericht op de vier groepen: ouderen, GGZ, Jeugd en Gezin en mensen met chronische aandoeningen. Het Amsterdamse gezondheidsbeleid is vastgelegd in de Nota Volksgezondheid Amsterdam.
Het bevorderen en beschermen van de gezondheid is ook een basis voor de Groenvisie, het programma Luchtkwaliteit, De Gezondheidslogica, Amsterdam Autoluw, het Meerjarenprogramma Fiets, het Actieplan Geluid, Amsterdam Age Friendly City, Sportvisie 2025 en het nieuwe Horeca- en terrassenbeleid. Ook is er Amsterdams Geluidsbeleid en de strategie Klimaatadaptatie. De essentie van al dit beleid is terug te vinden op verschillende plaatsen in deze omgevingsvisie en wordt hier dus ook bekrachtigd. Om gezondheid onderdeel te maken van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente, is er de Amsterdamse Gezondheidslogica. Die bevat twaalf logische principes voor een gezonde leefomgeving. De Gezondheidslogica wordt gebruikt bij de plannen voor gebiedsontwikkeling en verder verbeterd op basis van ervaring en nieuwe inzichten. De ontwikkeling en transformatie van sportparken naar parken om in te sporten, bewegen, spelen en recreëren vergt maatwerk en zal tot stand komen in samenspraak met gebruikers en omliggende buurten. Deze uitgangspunten zijn verankerd in de Visie Amsterdamse Sportparken.
Pagina 200201
201
201
201
Was Amsterdam wil bijdragen aan een voedseltransitie naar een gezond, sociaal en duurzaam voedselsysteem. Daartoe onderscheiden we zes actielijnen: 1. de sociale functie van voedsel als verbinder tussen mensen; 2. minder afval en voedselverspilling; 3. een gezonde voedselomgeving; 4. regionale productie en distributie; 5. ondernemerschap; 6. dierenwelzijn en eiwittransitie. De gemeente wil een gezondere voedselomgeving in Amsterdam, waarin het aanbod van gezond en duurzaam voedsel de norm wordt. In woongebieden en vooral rondom scholen dient het aanbod van fastfood, gemaksvoedsel en winkels met calorierijke snacks te worden beperkt. Gemeentelijke inspanningen op dit vlak betreffen nu vooral voorlichting, bewustmaking en ondersteuning, en soms convenanten en subsidies. We zoeken en agenderen de komende jaren krachtiger instrumenten om hierop te sturen. In de paragraaf ‘Detailhandel’ (zie ‘Vitale Stad’) wordt dit punt daarom nadrukkelijk genoemd als een van de nieuwe richtingen voor de toekomst. Ook in het te vernieuwen horecabeleid wordt dit een punt van aandacht.
Qua ruimtelijke omgeving zijn er de volgende aandachtspunten: verduurzaming van het voedselproductielandschap; ruimte bieden aan stadslandbouw en moestuinen (zie ook hoofdstuk ‘Groen’); gezonde voedselomgeving; ruimte voor voedsel, in distributie en logistiek, bewerking en bereiding door lokale initiatieven; ruimte voor innovatieve productie van voedsel door technologisch geconditioneerde omstandigheden (vertical farming); eetbaar groen in de openbare ruimte (zie ook groen); voor zover mogelijk tegengaan van ongezond voedselaanbod in met name schoolomgevingen; afval scheiden en voedselverspilling tegengaan (zie ook elders).
Genoemde inspanningen zijn niet genoeg om de soms ambitieus geformuleerde doelen op dit vlak te halen. De komende jaren wordt daarom, in samenhang met het detailhandelsbeleid, uitgewerkt welke andere inspanningen en instrumenten nog aan de orde komen. Amsterdam onderzoekt bijvoorbeeld samen met enkele andere gemeenten de juridische mogelijkheden van gemeenten om de voedselomgeving gezonder te maken. Het is niet duidelijk hoever we kunnen gaan binnen de huidige wet- en regelgeving, die vooral het belang beschermt van ondernemers die ongezonde voeding aanbieden. Op rijksniveau is inmiddels benadrukt dat corona bewijst dat gezondheidsbevordering in onze leefomgeving meer aandacht verdient en dat de definitieve
Wordt Amsterdam draagt bij aan een voedseltransitie naar een gezond, eerlijk en duurzaam voedselsysteem. Dit is uitvoerbaar gemaakt in zes actielijnen in de Voedselstrategie Uitvoeringsagenda 2023-2026.
De gemeente wil een gezondere voedselomgeving in Amsterdam, waarin het aanbod van gezond en duurzaam voedsel de norm wordt. In woongebieden en vooral rondom scholen dient het aanbod van fastfood, gemaksvoedsel en winkels met calorierijke snacks te worden beperkt. Gemeentelijke inspanningen op dit vlak betreffen vaak voorlichting, bewustmaking en ondersteuning, en soms convenanten en subsidies. We zoeken en agenderen de komende jaren krachtiger instrumenten om hierop te sturen. In de paragraaf ‘Detailhandel’ (zie ‘Vitaal Amsterdam’) wordt dit punt daarom nadrukkelijk genoemd als een van de nieuwe richtingen voor de toekomst. Qua ruimtelijke omgeving zijn er de volgende aandachtspunten: verduurzaming van het voedselproductielandschap; ruimte bieden aan stadslandbouw en moestuinen (zie ook hoofdstuk ‘Groen’); gezonde voedselomgeving; ruimte voor voedsel, in distributie en logistiek, bewerking en bereiding door lokale initiatieven; ruimte voor innovatieve productie van voedsel door technologisch geconditioneerde omstandigheden (vertical farming); eetbaar groen in de openbare ruimte (zie ook groen); voor zover mogelijk tegengaan van ongezond voedselaanbod in met name schoolomgevingen; voedselverspilling tegengaan en afval verminderen; afval scheiden; beschikbaar maken van voedsel voor donatie.
Genoemde inspanningen zijn niet genoeg om de soms ambitieus geformuleerde doelen op dit vlak te halen. De komende jaren wordt daarom, in samenhang met het detailhandelsbeleid, uitgewerkt welke andere inspanningen en instrumenten nog aan de orde komen. Amsterdam onderzoekt bijvoorbeeld samen met enkele andere gemeenten de juridische mogelijkheden van gemeenten om de voedselomgeving gezonder te maken. De eerste resultaten hiervan zijn weergegeven in het rapport ‘Tussen mens en ruimte’. Het is niet duidelijk hoe ver we kunnen gaan binnen de huidige wet- en regelgeving, die vooral het belang beschermt van ondernemers die ongezonde voeding aanbieden. Ook onderzoeken we juridische en praktische mogelijkheden om voedselverspilling te voorkomen en over te schakelen naar meer plantaardig voedsel.
Pagina
202
202 202 202 204 204
204
204
Was NOVI op dit punt waar nodig zal worden aangescherpt. Deze omgevingsvisie sluit zich daarbij aan. Dat geldt bijvoorbeeld voor innovaties als elektrische auto’s en houtbouw, waarbij de bestaande wetgeving, zoals het Bouwbesluit, nog niet altijd voldoende is om een veilige leefomgeving te borgen. Met de Omgevingswet wordt veiligheid een belangrijk thema waarmee het reeds bestaande begrip externe veiligheid wordt uitgebreid. Activiteiten met gevaarlijke stoffen krijgen aandachtsgebieden voor die drie hoofdscenario’s (brand, explosie en gifwolk). Ook zullen deze aandachtsgebieden deels over stedelijk gebied komen te liggen en soms de gemeentegrens overschrijden. Deze Amsterdamse richtlijn is vastgesteld in 2010, geldt stadsbreed en wordt in deze omgevingsvisie doorgezet. Het eerste uitgangspunt van de richtlijn is dat er geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd langs snelwegen (aan weerszijden een zone van 300 meter) en provinciale wegen (aan weerszijden 50 meter). Het tweede uitgangspunt is dat er – ongeacht de luchtkwaliteit – geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd in de 1e-lijnsbebouwing binnen een afstand van 50 meter van stedelijke wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Hoogspanningsleidingen hebben een elektromagnetische straling.
Met het oog hierop is vanuit het Rijk beleid ontwikkeld en is een advies aan gemeenten en provincies gezonden over hoogspanningsverbindingen in de nabijheid van gevoelige bestemmingen in verband met gezondheidsrisico’s (hierna: het magneetveldvoorzorgsbeleid). Het advies houdt in om bij ruimtelijke plannen met tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied onder bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone). Er wordt geadviseerd zo weinig mogelijk gevoelige bestemmingen, zoals woningen, crèches en kinderopvangplaatsen, te situeren in de specifieke zone. Zoals ook in het advies vanuit het Rijk is opgenomen, is er mogelijk een verband aanwezig tussen het optreden van leukemie bij kinderen en de magnetische velden van bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Het gaat dan om een langdurig verblijf in ‘gevoelige bestemmingen’ binnen die zone. Onder het begrip ‘gevoelige bestemming’ wordt verstaan een woning, school, crèche en kinderopvangplaats. ‘Langdurig’ wil hier zeggen minimaal 14 tot 18 uur per dag gedurende minimaal één jaar.
Wordt
Dat geldt bijvoorbeeld voor innovaties als elektrische auto’s en houtbouw, waarbij de bestaande wetgeving, zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), nog niet altijd voldoende is om een veilige leefomgeving te borgen. Binnen de Omgevingswet is veiligheid een belangrijk thema. Het oude begrip externe veiligheid is uitgebreid tot omgevingsveiligheid. Activiteiten met gevaarlijke stoffen hebben aandachtsgebieden voor die drie hoofdscenario’s (brand, explosie en gifwolk). Ook liggen deze aandachtsgebieden deels over stedelijk gebied en overschrijden ze soms de gemeentegrens. Deze Amsterdamse richtlijn is geactualiseerd in 2024. De richtlijn geldt voor de hele gemeente en wordt in deze omgevingsvisie doorgezet. Het eerste uitgangspunt van de richtlijn is dat er geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd langs snelwegen (aan weerszijden een zone van 150 meter) en provinciale wegen (aan weerszijden 50 meter). Het tweede uitgangspunt is dat er – ongeacht de luchtkwaliteit – geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd in de 1e-lijnsbebouwing binnen een afstand van 25 meter van stedelijke wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. In Amsterdam komen steeds meer woningen en bedrijven én gaan we over van fossiele naar duurzame energie. Dit zorgt voor een toename van de elektriciteitsvraag.
Om hierin te kunnen voorzien moet het elektriciteitsnet fors worden uitgebreid. Hoogspanningsleidingen hebben een elektromagnetische straling. Met het oog hierop is vanuit het Rijk beleid ontwikkeld en is een advies aan gemeenten en provincies gezonden over hoogspanningsverbindingen in de nabijheid van gevoelige bestemmingen in verband met gezondheidsrisico’s (hierna: het magneetveldvoorzorgsbeleid). In 2023 heeft het Rijk een herijkt voorzorgbeleid vastgesteld in reactie op de adviezen van de Gezondheidsraad. Het bestaande beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen blijft, waarbij het herijkte voorzorgbeleid van toepassing is op zowel kinderen als volwassenen. Voor andere netcomponenten moeten netbeheerders proportionele technische maatregelen nemen om het magneetveld te verkleinen. Vanwege de mogelijke effecten op de gezondheid en vanwege de bezorgdheid bij veel Amsterdammers, blijft Amsterdam werken volgens een eigen uitgebreidere werkwijze die recht doet aan de adviezen van de Gezondheidsraad. Naast de standaard maatregelen, worden voor nieuwe situaties de gevoelige bestemmingen binnen de maximale magneetveldafstand van 0,4 microtesla altijd inzichtelijk gemaakt. Als er gevoelige bestemmingen liggen binnen de
Pagina
205
205 205
205 205
Was De minister heeft laten weten dat er regelgeving komt, ook voor ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Want ook de ondergrondse hoogspanningsleidingen hebben een elektromagnetische straling. De kern van het beleid is dat er in nieuwe situaties naar wordt gestreefd dat kinderen niet langdurig verblijven op plaatsen waar de jaargemiddelde magnetische fluxdichtheid hoger is dan 0,4 microtesla (μT). Dat betekent dat er in principe geen nieuwe gevoelige functies waar kinderen langdurig kunnen verblijven (zoals woningen, kinderdagverblijven en scholen) op die plaatsen worden gerealiseerd. Regelgeving rond geur is straks voor een deel opgenomen in standaard landelijke regelgeving voor elk omgevingsplan. Daarnaast heeft Amsterdam de beleidsvrijheid voor extra regels en maartwerk voor bepaalde gebieden. Via het genoemde hogerewaardenbeleid in het in 2019 geactualiseerde ‘Amsterdams Geluidbeleid 2016, hogere waarde Wet geluidhinder’ Via het genoemde hogerewaardenbeleid in het in 2019 geactualiseerde ‘Amsterdams Geluidbeleid 2016, hogere waarde Wet geluidhinder’ verbinden we bij bouwprojecten voorwaarden aan de verlening van ‘hogere waarden’: dat zijn geluidswaarden boven de wettelijke voorkeurswaarde, maar onder de maximale waarde.
Omdat we het vooral belangrijk vinden dat mensen met het raam open rustig kunnen slapen, worden in beginsel alleen hogere waarden vastgesteld als de woning ook een stille kant heeft, bijvoorbeeld in een gesloten bouwblok. Een stille gevel is een gevel met een geluidsbelasting van ten hoogste de voorkeursgrenswaarde.
Een stille gevel is een gevel met een geluidsbelasting van ten hoogste de voorkeursgrenswaarde. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, naar verwachting 1 juli 2022, zal de Wet geluidhinder overgaan in de Omgevingswet, meer specifiek de Aanvullingswet geluid Omgevingswet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de mogelijkheid hogere waarden vast te stellen. Bij het toelaten van woningen op een bepaalde locatie moet de aanvaardbaarheid van de geluidkwaliteit van de woningen aanvaardbaar zijn.
Wordt magneetveldzone van 0,4 microtesla onderzoekt de gemeente met de netbeheerders of er ruimtelijke aanpassingen mogelijk zijn. Als ook na aanpassingen de gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone blijven liggen geeft de GGD advies op maat.
De wetgeving geeft, met uitzondering van enkele specifieke activiteiten, niet aan wat een aanvaardbaar geurhinderniveau is. Amsterdam zal dat daarom in een geurbeleidskader vastleggen. Via het Interim Geluidbeleid Amsterdam 2024 en de Beleidsregel geluidluwe gevel. Via het Interim Geluidbeleid Amsterdam 2024 en de Beleidsregel geluidluwe gevel verbinden we bij bouwprojecten voorwaarden aan de verlening van ‘hogere waarden’: dat zijn geluidswaarden boven de wettelijke standaardwaarde, maar onder de maximale waarde. Omdat we het vooral belangrijk vinden dat mensen met het raam open rustig kunnen slapen, worden in beginsel alleen hogere waarden vastgesteld als de woning ook een stille kant heeft, bijvoorbeeld in een gesloten bouwblok. Een stille – ook wel ‘geluidsluwe’ - gevel is een gevel of geveldeel met een geluidsbelasting van ten hoogste de standaardwaarde. Met de Omgevingswet is het oude wettelijke kader voor geluid, de Wet geluidhinder, komen te vervallen. Ook het geluidbeleid dat op deze wetgeving was gebaseerd, is daarmee niet meer van toepassing. Om dit op te vangen is interimbeleid vastgesteld. Het interimbeleid is een beleidsneutrale omzetting van het voorgaande hogerewaardenbeleid en is niet volledig passend bij het nieuwe wettelijke kader van de omgevingswet.
Het interimbeleid wordt zo spoedig mogelijk vervangen door beleid dat wel volledig past binnen het kader van de Omgevingswet. Een stille – ook wel ‘geluidsluwe’ - gevel is een gevel of geveldeel met een geluidsbelasting van ten hoogste de standaardwaarde. Met de Omgevingswet is het oude wettelijke kader voor geluid, de Wet geluidhinder, komen te vervallen. Ook het geluidbeleid dat op deze wetgeving was gebaseerd, is daarmee niet meer van toepassing. Om dit op te vangen is interimbeleid vastgesteld. Het interimbeleid is een beleidsneutrale omzetting van het voorgaande hogerewaardenbeleid en is niet volledig passend bij het nieuwe wettelijke kader van de omgevingswet. Het interimbeleid wordt zo spoedig mogelijk vervangen door beleid dat wel volledig past binnen het kader van de Omgevingswet.
Pagina
206 206 206
Was Het hogere waardenbeleid zal hierop moeten worden aangepast. Uitgangspunt hierbij zal zijn dat het een beleidsneutrale aanpassing van beleid zal zijn en dat de materiele eisen uit het geluidbeleid zoveel mogelijk onveranderd zullen blijven. 16. Leefbare Stad De ambities uit deze visie zijn uitgewerkt in onder meer de Standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld, De Amsterdamse openbare ruimte omvat veel: wegen, pleinen, trottoirs, plantsoenen, water, bruggen, parken, sportvelden, speeltuinen. Veel van deze onderdelen komen elders in deze omgevingsvisie aan de orde, met name in de paragrafen Groen, water, gezond, sport en Verkeer en vervoer. Keuzes die daarin vaak terugkomen, zijn meer ruimte voor groen en verblijf, meer openbaarheid, uitnodigend tot beweging, en minder uitnodigend voor de auto.
206
De ambities uit deze visie zijn uitgewerkt in onder meer de Standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld, het Beleidskader Verlichting en het Stedelijk Kader Buitenreclame. En uiteraard de Agenda Autoluw, waarmee we ruimte maken.
207
Aangezien we uitgaan van een verdere verdichting van de stad, wordt openbare ruimte schaarser en waardevoller en willen we een groenere inrichting. We moeten dus des te scherpere keuzes maken. We zetten de belangrijkste nieuwe richtingen en consequenties voor de komende decennia hier op een rij.
207
Bij het (her)inrichten van de openbare ruimte zetten we onze prioriteitsvolgorde versterkt door: voetganger, fietser, openbaar vervoer, auto rijdend, en tot slot parkeren op straat. Door Amsterdam autoluw te maken, blijft er juist meer ruimte voor motorvoertuigen die voor de stad noodzakelijk zijn, zoals bevoorradings-, bouw- en onderhoudsverkeer, en nood- en hulpdiensten.
Wordt
16. Leefbaar Amsterdam De ambities uit deze visie zijn uitgewerkt in onder meer het Beleidskader Puccinimethode 2024, De Amsterdamse openbare ruimte omvat veel: wegen, pleinen, trottoirs, plantsoenen, water, bruggen, parken, sportvelden, speeltuinen. Veel van deze onderdelen komen elders in deze omgevingsvisie aan de orde, met name in de paragrafen Groen, water, gezond, duurzaam, sport en Verkeer en vervoer. Keuzes die daarin vaak terugkomen, zijn meer ruimte voor groen en verblijf, meer openbaarheid, uitnodigend tot beweging, circulair, en minder uitnodigend voor de auto. De ambities uit deze visie zijn uitgewerkt in onder meer het Beleidskader Puccinimethode 2024, het Beleidskader Verlichting en Amsterdam Maakt Ruimte. Het Stedelijk Kader Buitenreclame bepaalt onder meer dat hoge reclamemasten alleen op aangewezen bedrijvenlocaties langs rijkswegen mogen. Dit kader wordt nog geactualiseerd. Daarbij worden de mogelijkheden onderzocht reclame inhoudelijk te beperken indien deze verleidt tot gedrag dat strijdig is met de Amsterdamse beleidsdoelen op het gebied van klimaat, milieu en volksgezondheid. Aangezien we uitgaan van een verdere verdichting van de gemeente, wordt openbare ruimte schaarser en waardevoller en willen we een groenere inrichting. We gaan naar een nieuwe balans in ruimte voor opgroeien, ontmoeten, gezond leven en verplaatsen.
In Amsterdam Maakt Ruimte (2023) worden ingrijpender keuzes voorgesteld voor veilige, toegankelijke en aantrekkelijke openbare ruimtes voor alle Amsterdammers. We gaan van meer, sneller en groter naar sociaal, ecologisch en uitvoerbaar, en van investeringen in doorstroming naar brede welvaart. De belangrijkste nieuwe richtingen voor de komende decennia zijn: In een nieuw beleidskader verkeersnetten komt te staan wat wenselijk is per vervoerstype, hoe er specifieker naar doelgroepen gekeken kan worden en wat de ruimtelijke impact is van die wensen. We gaan niet meer alle knelpunten voor autoverkeer oplossen, we gaan snelheid niet meer het belangrijkste vinden en we gaan kijken naar brede welvaart. Bij het (her)inrichten van de openbare ruimte zetten we onze prioriteitsvolgorde versterkt door: voetganger, fietser, openbaar vervoer, auto rijdend, en tot slot auto parkeren. Door Amsterdam autoluw te maken, komt er juist meer ruimte voor motorvoertuigen die voor de stad belangrijk zijn, zoals bevoorradings-, bouw- en onderhoudsverkeer, of hulpdiensten. Om preciezer te bepalen welke doelgroepen we in hun mobiliteit willen ondersteunen en welke we willen ontmoedigen, werken we aan een Afwegingskader Doelgroepen.
Pagina 207
Was Het draagt bij aan de leefbaarheid, klimaatbestendigheid en geeft ruimte voor ontspanning.
208
Nog een reden om een meer integrale ontwerppraktijk na te streven is het feit dat duurzaamheid steeds meer aan de basis komt te liggen van het inrichten van de Amsterdamse openbare ruimte. Een van de strategische keuzes van deze omgevingsvisie is rigoureus vergroenen. De komende jaren neemt het oppervlak aan verharde openbare ruimte dus af. Er komen meer groenstroken, bomen, graskeien, wadi’s, geveltuinen. De openbare ruimte wordt natuurinclusiever en klimaatbestendiger, met meer circulaire materialen. Zie Duurzame stad en de paragraaf Groen. Dit alles betekent dat onze Puccinistandaard voor inrichting van de openbare ruimte hier voldoende mogelijkheden voor moet blijven bieden. De Puccinihandboeken dienen dan ook regelmatig te worden geactualiseerd.
208
209
209
Voor zover dat logistiek haalbaar is, combineren we renovaties van kades en bruggen altijd met andere doelen in deze omgevingsvisie, zoals de agenda autoluw, klimaatadaptieve maatregelen of voorzieningen ten behoeve van de energietransitie. De groei van Amsterdam heeft geleid tot toenemende druk op het water. De recente coronacrisis heeft die druk wat verminderd, maar we moeten er rekening mee houden dat allerlei vormen van scheepsverkeer, recreatie, oevergebruik, evenementen enzovoorts toch weer gaan toenemen. Dat vergt keuzes, ook omdat een onbelemmerde waterdoorstroming grenzen stelt aan wat we op het water doen. Gebruik van het water: beleid tot nu toe Er is al het nodige waterbeleid vastgesteld. Recent zijn de Watervisie Amsterdam 2040 (2016), Welstand op het water (2018), Nota Varen deel 1 (2019) en deel 2 (2020). In de watervisie is meer ruimte voor groei en spreiding van functies op het water. Met de nota’s Varen ligt de nadruk op de aanpak van drukte, beperking van overlast, ambitie voor emissievrij varen en meer goederenvervoer over het water. De grote lijn in het waterbeleid tot nu toe is behoud van evenwicht tussen de verschillende functies en behoud van kwaliteit. Deze lijn wordt in deze omgevingsvisie voortgezet. Veel punten uit de Watervisie Amsterdam 2040 en de bijbehorende uitvoeringsagenda zijn nog actueel.
Voor de uitvoeringsagenda is een beperkte actualisatie gewenst.
Wordt Het draagt bij aan de leefbaarheid, klimaatbestendigheid, biodiversiteit en geeft ruimte voor ontspanning. Duurzaamheid komt steeds meer aan de basis te liggen van het inrichten van de Amsterdamse openbare ruimte. ‘Rigoureus vergroenen’ betekent dat het oppervlak aan verharde openbare ruimte de komende jaren afneemt. Er komen meer groenstroken, bomen, hagen, geveltuinen, bloemrijk grasland, graskeien, wadi’s, natuurvriendelijke oevers. Alle openbare ruimte-projecten werken volgens de ‘Aanpak Duurzaam Tenzij’ en bijbehorende Toolbox Duurzaam Tenzij. We ontwerpen met een lage milieudruk (MKI-score) en doen zo lang mogelijk met de spullen die we aanleggen. In projecten behouden we in principe het bestaande verhardingsmateriaal zolang de technische staat dat toelaat en passen we conform Puccini hergebruikte materialen toe. Zie ook Duurzaam Amsterdam en de paragraaf Groen. Dit alles betekent dat onze Puccinistandaard voor inrichting van de openbare ruimte hier voldoende mogelijkheden voor moet blijven bieden. De Puccinihandboeken dienen dan ook regelmatig te worden geactualiseerd. Voor zover dat logistiek haalbaar is, combineren we renovaties van kades en bruggen altijd met andere doelen in deze omgevingsvisie, zoals de agenda autoluw, klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen of voorzieningen ten behoeve van de energietransitie.
De groei van Amsterdam geeft toenemende druk op het water. Toerisme en recreatie op en aan het water zijn de afgelopen decennia sterk gegroeid. Ook worden er steeds meer gebieden langs de oevers van het IJ getransformeerd, wat leidt tot uitplaatsing van watergebonden functies. Dit alles vraagt om keuzes vanuit een stedelijke afweging. Daarbij speelt ook mee dat een onbelemmerde waterdoorstroming grenzen stelt aan wat we op het water doen. Gebruik van het water: beleid tot nu toe en volgende stappen Er is de afgelopen jaren al het nodige waterbeleid vastgesteld: de Watervisie Amsterdam 2040 (2016), Welstand op het water (2018), Nota Varen deel 1 (2019) en deel 2 (2020). De Watervisie 2040 gaat nog uit van groei (en spreiding) van toerisme op het water en richt zich sterk op de economische betekenis en kansen van water in de gemeente. Met de nota’s Varen ligt de nadruk op de aanpak van drukte, beperking van overlast, vlot en veilig scheepvaartverkeer, ambitie voor emissievrij varen en meer goederenvervoer over het water. De grote lijn in het waterbeleid tot nu toe is behoud van evenwicht tussen de verschillende functies en behoud van ruimtelijke en cultuurhistorische waarden, en een verbetering van de ecologische waterkwaliteit. Deze lijn is in deze omgevingsvisie voortgezet.
Veel punten uit de Watervisie Amsterdam 2040 en de bijbehorende uitvoeringsagenda zijn nog actueel en vragen om nadere uitwerking of uitvoering. Op het IJ, IJmeer, de Grachtengordel en regionale vaarroutes is de druk op de ruimte dermate groot dat ruimtelijke keuzes nodig zijn. Daartoe wordt in 2025 het Beleidskader Ruimte op het
Pagina
209 210
210 211
Was
De geharmoniseerde regels worden te zijner tijd in het omgevingsplan opgenomen. Omdat de stad groeit, willen meer mensen het IJ oversteken. Allerlei vormen van recreatief passagiersvervoer kunnen weer gaan toenemen, ook buiten het centrum: zee- en riviercruises, recreatieve veerverbindingen, chartervaart, enzovoorts. We noemen de volgende accenten voor de komende jaren: 1. Ter verbetering van de kwaliteit van de IJ-oever in het centrumgebied moeten riviercruiseschepen worden verspreid naar de flanken van de stad. Ook voldoende ligplaatsen voor de binnenvaart in haven-water zijn belangrijk. 2. Ruimte voor meer recreatieve veerverbindingen over het IJ, bijvoorbeeld een oostwestverbinding over het IJ. 3. Er komt beleid voor toeristenvervoer en partyschepen op het IJ. Ook is een visie nodig op de chartervaart op IJmeer en IJsselmeer, met aandacht voor regionale recreatieve veerverbindingen. De Passenger Terminal Amsterdam wordt mogelijk verplaatst naar de Coenhaven. 4. Binnenwater dient te worden toegewezen aan functies en activiteiten die daaraan gebonden zijn. Functies die zijn gericht op activiteiten in de regio of in havenwater kunnen beter worden verplaatst. Maar dergelijke ontwikkelingen belemmeren wel steeds meer uitzicht op het water, de doorstroom en de waterkwaliteit.
Maar dergelijke ontwikkelingen belemmeren wel steeds meer uitzicht op het water, de doorstroom en de waterkwaliteit. We willen deze waarden beter beschermen en herstellen. Het huidige beleid om het aantal woonboten niet uit te breiden, om via kleinschalige herschikkingen knelpunten op te lossen en overtredingen te handhaven, blijft daarom staan. Behoud van historische woonboten heeft een breed draagvlak.
Wordt Water ontwikkeld. Hierin krijgen ook de eventuele ruimtelijke implicaties van de Raad van Stateuitspraken inzake het passagiersvaartbeleid een plek en wordt het beleid met betrekking tot woonboten beter verankerd. Een volgende logische stap is een actualisatie van de Watervisie, die niet meer over groei van toerisme zal gaan, maar over het bredere belang van het watersysteem (met name afvoer van piekbelasting, maar ook omgaan met droogte), waterveiligheid, klimaatadaptatie en waterkwaliteit. Dit laatste punt neemt toe in belang, doordat veel waterlichamen momenteel niet voldoen aan de Kaderrichtlijn Water. De ecologische waterkwaliteit moet verbeteren. De geharmoniseerde regels worden in het omgevingsplan opgenomen. Omdat Amsterdam groeit, willen meer mensen het IJ oversteken. We noemen de volgende accenten voor de komende jaren: 1. Er wordt uitvoering gegeven aan het besluit om het aantal zeecruises te verminderen en het aantal riviercruises te halveren. 2. In het kader van Sprong over het IJ komen er extra ligplaatsen voor binnenvaart. 3. De vloot van ponten groeit. Mede daarom zijn investeringen in een toekomstbestendige Ponthaven met voldoende capaciteit nodig. 4. Er komt beleid voor toeristenvervoer en partyschepen op het IJ. Ook is een visie nodig op de chartervaart op IJmeer en IJsselmeer, met aandacht voor regionale recreatieve veerverbindingen.
Er wordt onderzocht of de Passenger Terminal op termijn kan verplaatsen naar een locatie buiten het centrum.
Maar dergelijke ontwikkelingen belemmeren wel steeds meer uitzicht op het water, het vaarweggebruik, de doorstroom en de waterkwaliteit. Maar dergelijke ontwikkelingen belemmeren wel steeds meer uitzicht op het water, het vaarweggebruik, de doorstroom en de waterkwaliteit. We willen deze waarden beter beschermen en herstellen. Het huidige beleid om het aantal woonboten niet uit te breiden, om via kleinschalige herschikkingen knelpunten op te lossen en overtredingen te handhaven, blijft daarom staan. Behoud van historische woonboten heeft een breed draagvlak. De laatste bedrijventerreinen aan het water worden in rap tempo vervangen door kantoren, woningen en hotels. Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan, want die ruimte hebben we nodig voor watergebonden bedrijvigheid, onze ambities om de passagiers- en pleziervaart te
Pagina
211
Was De laatste bedrijventerreinen aan het water worden in rap tempo vervangen door kantoren, woningen en hotels. Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan, want die ruimte hebben we nodig voor watergebonden bedrijvigheid, onze ambities om de passagiers- en pleziervaart te verduurzamen en om goederenvervoer over het water te stimuleren. Nieuwe accenten worden: 1. Toekomstbestendige jachthavens, met vooral forse investeringen in laadinfrastructuur voor duurzame boten. 2. Nieuwe waterverbindingen. Met de ontwikkeling van nieuwe woongebieden ontstaat de uitdaging om deze via het water te verbinden met de rest van de stad. Zo kan bij de ontwikkeling van Haven-Stad een nieuwe vaarverbinding tussen de Vlothaven en het westelijk Marktkanaal in West interessant zijn. Ook het doortrekken van de Westlandgracht blijft een optie. Daarnaast willen we knelpunten in sloepennetwerken oplossen en stedelijk met landelijk noord verbinden. 3. Nieuw water in nieuwe wijken wordt volgens ecologische principes ontworpen en aangelegd. Het water is dan direct geschikt voor mens en natuur. 4. De transformatie van voormalig industrieel gebied in woongebied vraagt vaak om sanering van (water)bodemvervuiling of betere kwaliteit van het oppervlaktewater, om recreatie of natuurontwikkeling mogelijk te maken. De kwaliteitsdoelen van de Kaderrichtlijn Water worden dan misschien niet gehaald.
211
Gebruik van diep oppervlaktewater voor koudeopslag voor stadskoeling. Nu worden alleen de Nieuwe Meer en de in de gemeente Ouder-Amstel gelegen Ouderkerkerplas hiervoor gebruikt, maar de komende jaren wordt gezocht naar meer mogelijkheden hiervoor. Zie verder de paragraaf Warmte- en koudenetten in het hoofdstuk Duurzame stad.
211
Opzet van een waternatuurcentrum, met informatie over de bijzondere ecologische waarde van het water in en om Amsterdam (haring in het IJ, Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer, natuurontwikkelingsprojecten, vistrekroutes, mosselbanken, enzovoorts). Nieuwe stadsbuurten aan het water zoals in Haven-Stad, bieden ruimte voor meer watersport en -recreatie. Daar is nu nog weinig druk. Ook stadsdeel Noord heeft een enorm areaal aan water met nu nog beperkte mogelijkheden voor watersport en -recreatie. De IJ-oevers krijgen zo voor heel Noord en het westelijk deel van de stad een recreatieve functie. Bij inrichting en beheer van groen kiezen we voor behoud of versterking van zoveel mogelijk groene waarden. Maar niet overal op dezelfde manier. In het groen is voor ieder wat wils, maar stads- en buurtparken kunnen zich specialiseren in gebruiksmogelijkheden, waardoor elk stadspark een eigen karakter krijgt. Daarbij zoeken we naar innovatieve oplossingen, zoals tiny
212
213
Wordt verduurzamen en om goederenvervoer over het water te stimuleren. De transformatie van voormalig industrieel gebied in woongebied vraagt vaak om sanering van (water)bodemvervuiling of betere kwaliteit van het oppervlaktewater, om recreatie of natuurontwikkeling mogelijk te maken. Nieuwe accenten worden: 1. Toekomstbestendige en slim gesitueerde jachthavens, met vooral forse investeringen in laadinfrastructuur voor duurzame boten. 2. Nieuwe waterverbindingen. Met de ontwikkeling van nieuwe woongebieden ontstaat de uitdaging om deze via het water te verbinden met de rest van de gemeente. Zo is het doortrekken van de Westlandgracht onderdeel van de gebiedsontwikkelingen rond het Schinkelkwartier. Daarnaast willen we knelpunten in sloepennetwerken oplossen en stedelijk met landelijk noord verbinden. 3. Nieuw water in nieuwe wijken wordt volgens ecologische principes ontworpen en aangelegd. Het water is dan direct geschikt voor mens en natuur.
De kwaliteitsdoelen van de Kaderrichtlijn Water worden mede daardoor dan mogelijk niet gehaald. Gebruik van diep oppervlaktewater voor koudeopslag voor stadskoeling. Koud water uit de Nieuwe Meer en de in de gemeente Ouder-Amstel gelegen Ouderkerkerplas wordt gebruikt voor koeling. Er zijn geen plannen voor nieuwe koudebronnen die gebruik maken van diep oppervlaktewater; nieuwe koudenetten zullen waarschijnlijk vooral gebruikmaken van warmtekoudeopslagsystemen in de bodem. Mogelijkheden in diep oppervlaktewater worden wel meegenomen in toekomstige potentieonderzoeken. Opzet van een educatief centrum gericht op waterkwaliteit, watersystemen en de ecologie van het water in en om Amsterdam (haring in het IJ, Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer, natuurontwikkelingsprojecten, vistrekroutes, mosselbanken enzovoorts). Nieuwe stadsbuurten aan het water zoals in Haven-Stad bieden ruimte voor meer watersport en recreatie. Daar is nu nog weinig druk. Ook stadsdeel Noord heeft een enorm areaal aan water met nu nog beperkte mogelijkheden voor watersport en -recreatie. Bij inrichting en beheer van groen kiezen we voor behoud of versterking van zoveel mogelijk groene waarden. Maar niet overal op dezelfde manier. In het groen is voor ieder wat wils, maar stads- en buurtparken kunnen zich specialiseren in gebruiksmogelijkheden, waardoor elk stadspark een eigen karakter krijgt.
Daarbij zoeken we naar innovatieve oplossingen, zoals buurt-
Pagina
214 214
216
216
Was forests, voedselbossen en natuurvriendelijker bermbeheer. Ook dubbel gebruik als verticaal groen, meer groen langs het spoor, daken van abri’s en gebouwdaken. We stimuleren dat tegels uit tuinen gaan, en halen tegels uit zeer brede trottoirs. Voor vogels en insecten maken we de stad aantrekkelijk met nestkasten, zwaluw- en ijsvogelwanden, takkenrillen, en dood hout in groengebieden en infra-passages. Een aaneengesloten ecologische structuur, met hoge biodiversiteit. Deze is opgenomen in de nieuwe hoofdgroenstructuur (zie hierna). Een vernieuwde Hoofdgroenstructuur We handhaven en versterken het instrument van de Hoofdgroenstructuur en blijven gebruikmaken van de adviezen van een onafhankelijke adviescommissie. Wel wordt de Hoofdgroenstructuur met deze omgevingsvisie op een aantal onderdelen vernieuwd. Er zijn twee grote wijzigingen ten opzichte van de Hoofdgroenstructuur in de Structuurvisie 2040: het wordt een groen-blauw raamwerk en hij wordt dynamischer. Opgavenkaart hoofdgroenstructuur We gaan de visie op de hoofdgroenstructuur voor de lange termijn vertalen naar de belangrijkste opgaven voor de korte en middellange termijn. In een uitwerking brengen we de grootste en belangrijkste opgaven voor de komende tien jaar in woord en beeld. We maken een opgavenkaart 2030, waarop te zien is waar de prioriteit ligt in het versterken van de hoofdgroenstructuur.
Op de kaart zullen kwantitatieve opgaven (nieuwe parken en ontbrekende verbindingen) en kwalitatieve opgaven (zoals versterking van ecologische, recreatieve, gezondheidswaarden, vergroten toegankelijkheid) zichtbaar zijn. Zo wordt richting gegeven aan investeringsprogramma’s en initiatieven die gericht zijn op een kwaliteitsimpuls van de hoofdgroenstructuur. Er komt ook aandacht voor nieuwe sport- en beweegmogelijkheden in samenhang met ecologische waarden.
Het volkstuinenbeleid uit 2005 zal in samenwerking met de tuinverenigingen worden geactualiseerd, met als intentie om de tuinparken te behouden voor de toekomst en de toegankelijkheid en het maatschappelijk medegebruik op alle tuinparken te laten toenemen.
Wordt en wijkbossen, voedselbossen en natuurvriendelijker bermbeheer. Ook dubbel gebruik als verticaal groen, meer groen langs het spoor, daken van abri’s en gebouwdaken. We stimuleren dat tegels uit tuinen gaan, en halen tegels uit zeer brede trottoirs. Voor vogels en insecten maken we de gemeente aantrekkelijk met nestkasten, zwaluw- en ijsvogelwanden, takkenrillen, en dood hout in groengebieden en infra-passages. Een aaneengesloten ecologische structuur, met hoge biodiversiteit. Deze wordt opgenomen in een nieuwe hoofdgroenstructuur (zie hierna). Een te vernieuwen hoofdgroenstructuur We handhaven en versterken het instrument van de hoofdgroenstructuur en blijven gebruikmaken van de adviezen van een onafhankelijke adviescommissie. Wel is de ambitie om de hoofdgroenstructuur op een aantal onderdelen te vernieuwen: een groen-blauw raamwerk, en dynamischer met altijd per saldo een verbetering. Realisatie van onderstaande ambities is mede afhankelijk van adviezen van het Burgerberaad Groene Stad; tot die tijd geldt nog de hoofdgroenstructuur uit 2011. In juni 2024 is een referendum gehouden over een voorstel voor nieuw hoofdgroenstructuurbeleid.
Omdat een meerderheid tegen het nieuwe beleid heeft gestemd, heeft de raad het voorstel voor het nieuwe beleid verworpen en een motie aangenomen waarin verzocht wordt om een burgerberaad te organiseren over 'rigoureus vergroenen in een groeiende stad'. De uitkomsten van het burgerberaad (2025) zijn bepalend voor actualisatie van het beleidskader hoofdgroenstructuur. Opgavenkaart Groen De ambities voor het groen in de gemeente zijn vastgelegd in Rigoureus vergroenen en de Groenvisie. Die vertalen we naar de belangrijkste opgaven voor de korte en middellange termijn. De Opgavenkaart Groen geeft in woord en beeld weer waar de prioriteit ligt voor verbetering en aanleg van groen op alle schaalniveaus. Daarbij wordt de waarde van het groen voor ecologie, klimaatadaptatie, sociaal welzijn en gezondheid betrokken. Zo wordt richting gegeven aan investeringsprogramma’s, programmering en initiatieven. Het volkstuinenbeleid uit 2005 is in samenwerking met de tuinverenigingen aangevuld met een afsprakenkader dat in 2021 is vastgesteld. De kern hiervan is dat het bestaande tuinparkenaanbod in de gemeente wordt veiliggesteld voor de toekomst als belangrijke onderdelen van de hoofdgroenstructuur en dat de toegankelijkheid, de groenwaarden en het maatschappelijk medegebruik op alle tuinparken gaan toenemen.
De volkstuinen binnen de gemeente dragen op die manier bij aan meer groene ruimte voor alle Amsterdammers en vormen zo een broodnodige aanvulling op de soms overbelaste stadsparken.
Pagina 216 216
217 217
Was In Amsterdam zijn verschillende begraafplaatsen. Sommige zijn in gemeentelijk eigendom (De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder), anders zijn in particulier bezit bij een stichting. Toch ontstaat er een groeiende vraag naar een nieuw soort capaciteit, vooral vanuit nieuwe culturen. Deze worden zo goed mogelijk op de bestaande locaties gefaciliteerd. De coronacrisis in 2020 heeft door de beperkingen op het begraven in landen van herkomst de vraag naar begraven met eeuwigdurende grafrust in een stroomversnelling gebracht, met name vanuit moslims. De verwachting is dat dit een blijvend effect zal hebben op de vraag naar ruimte v oor eeuwigdurende grafrust. De wenselijkheid en mogelijkheden daartoe worden onderzocht. In samenwerking met omringende gemeenten wordt gekeken naar mogelijkheden voor nieuwe begraafplaatsen (of uitbreidingen van bestaande), met ruimte voor grafrust voor onbepaalde tijd voor verschillende geloofsrichtingen. Het landschap is van iedereen en tegelijk van niemand Achteroverleunen is geen optie, omdat de kwaliteiten van het landschap, onderdeel van de kwaliteit van onze leefomgeving, daarmee te veel achteruitgaan.
218
Het landschap is van levensbelang voor Amsterdam en vraagt daarom meer sturing en meer inzet door de gemeente, liefst in samenhang met hogere bijdragen van andere overheden en inzet van private partijen en burgers. Amsterdam kan zijn doelen niet alleen en niet top-down realiseren: we hebben de inzet van anderen nodig om het doel van een duurzaam, met de stad verbonden landschap van hoge kwaliteit te realiseren. Samenwerking, cocreatie en participatie is een onlosmakelijk deel van de manier waarop we werken.
218
Een ontwikkeling naar landschapspark, denk aan aanleg van een tweede Amsterdamse Bos, ligt daar dan ook voor de hand.
Wordt Amsterdam kent zowel gemeentelijke begraafplaatsen (zoals De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder) als bijzondere begraafplaatsen (zoals Buitenveldert en Westgaarde). Zodra bij wet mogelijk, komt daar de mogelijkheid van alkalische hydrolyse (resomeren in een hydrolisatorium) bij als nieuwe bestemming voor het lichaam van overledenen. Verder signaleren we – mede op basis van demografische inzichten - een toenemende vraag naar begraafmogelijkheden voor onbepaalde tijd. Deze worden zo goed mogelijk binnen het bestaande begraafaanbod gefaciliteerd. Hoewel bij wet voor de gemeente een primaire taak in het faciliteren van ruimte hiervoor, gaan we de regionale samenwerking aan om tot zo efficiënt mogelijke oplossingen te komen en doelgroepen zo goed mogelijk te bedienen. Aanvullend zullen voor de middellange termijn de mogelijkheden en wenselijkheid van een gedenkpark nieuwe stijl aan het water op Buiteneiland (Ijburg 2e fase) worden onderzocht. Tekst is geschrapt. Bovendien liggen er in het landschap grote kansen om bij te dragen aan klimaatadaptatie, denk aan het tegengaan van hitte door de aanleg van moeras of nattere weilanden. Daardoor ontstaat meer koele lucht die Amsterdam kan instromen. Of denk aan opvang van piekwater in diepere polders, dat overstroming van de gemeente deels kan voorkómen.
Het landschap is van levensbelang voor Amsterdam en vraagt daarom meer sturing door de gemeente, samen met andere overheden, private partijen en burgers. Zo werken we met regio en Rijk aan de NOVEX-MRA, waarin maatregelen voor het regionale groenblauwe netwerk worden opgenomen. We nemen deel aan gemeenschappelijke regelingen: de zogenaamde recreatieschappen (Twiske-Waterland, Spaarnwoude en Groengebied Amstelland). Ook zijn we partner in het maatschappelijke initiatief ‘De Groene Stelling’, dat werkt aan een natuurrijker en beter toegankelijk landschap waarin meer streekproducten worden gemaakt. Een ontwikkeling naar regionaal landschapspark is, in samenwerking met buurgemeenten, waterschap, provincie en recreatieschappen, ingezet in de Diemer-, Amstel- en Westeinderscheg. De gemeente Amsterdam erkent de belangrijke rol van agrariërs in de transitie van het Amsterdamse buitengebied. Zij dragen niet alleen bij aan de voedselvoorziening, maar spelen ook een sleutelrol in het beheer van het landschap. Tegelijkertijd stellen provinciale, nationale en Europese regelgeving hoge eisen aan de sector, met ingrijpende veranderingen tot gevolg om de landbouw toekomstbestendig te maken. De agrarische sector staat hierdoor voor grote uitdagingen.
Ook de Amsterdamse ambitie om kringlooplandbouw de norm te maken en het buitengebied in te zetten voor klimaatadaptatie en recreatie, wordt door veel agrariërs als ingrijpend ervaren. Dit geldt eveneens voor de ontwikkeling van multifunctionele landbouw in het buitengebied van stadsgebied Weesp.
Pagina
220 220 220
221
221
Was
17. Compacte stad Meer richting geven aan ruimtelijke kwaliteit gaat prima samen met ruimte bieden aan allerlei vrije vormen van stadmaken, een andere prioriteit van deze omgevingsvisie. De criteria die de commissie gebruikt zijn vastgelegd in de welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam’ (2016, herzien 2019) en in ‘Waarderingskaarten architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit’. In 2017 is de oude Commissie voor Welstand en Monumenten omgevormd tot een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De belangrijkste wijziging ten opzichte van de oude commissie is de toevoeging van een subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit. Deze adviseert het bestuur én initiatiefnemers van bouwprojecten in een vroeg stadium van de planvorming over de kansen en beperkingen die een initiatief met zich meebrengt. Om tegemoet te komen aan de wens van integrale advisering is de commissie breed samengesteld uit architecten, stedenbouwkundigen, cultuurhistorici, landschapsarchitecten en ontwerpers openbare ruimte. De CRK is daarmee qua werkwijze en samenstelling geschikt voor kwaliteitsadvisering onder de Omgevingswet.
Om die reden wordt geëxperimenteerd met regiemodellen waarin supervisie, CRK en ontwerpers intensief samen optrekken om in een open en transparant proces voor de stad te werken aan een optimaal resultaat. Begeleiding door de CRK staat in dat model garant voor een openbaar proces en publieke verantwoording. Om de enorme opgave van verduurzaming optimaal te kunnen begeleiden, is de commissie versterkt met specialisten op het gebied van energietransitie en circulair bouwen. Daarin wordt bijvoorbeeld door middel van het project ‘Mooi Verduurzamen’ nadrukkelijk de samenwerking gezocht met corporaties en vve’s. Wat moet nader worden uitgewerkt? 1. Verankering van de welstandsnota en waarderingskaarten in het omgevingsplan; door het maken van (gebiedsgerichte) regels voor veelvoorkomende kleine bouwplannen (pv-panelen, warmtepompen, dakkapellen en ingrepen aan de binnenzijde van gesloten bouwblokken) worden deze vergunningvrij en hoeven niet meer getoetst te worden. Daardoor komt voor de CRK ruimte vrij voor advisering aan de voorkant in plaats van toetsing aan de achterkant.
Wordt De komende jaren gaat de gemeente in gesprek met ondernemers in het Amsterdamse buitengebied om gezamenlijk te verkennen hoe er beter kan worden samengewerkt aan een toekomstbestendig en aantrekkelijk perspectief voor de landbouw. 17. Compact Amsterdam Meer richting geven aan ruimtelijke- of omgevingskwaliteit gaat prima samen met ruimte bieden aan allerlei vrije vormen van stadmaken, een andere prioriteit van deze omgevingsvisie. De criteria die de commissie gebruikt zijn vastgelegd in de welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam’ en in ‘Waarderingskaarten architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit’. In 2024 is de oude Commissie Ruimtelijke Kwaliteit omgevormd tot een Commissie Omgevingskwaliteit (COK). Deze adviseert nog steeds over de individuele kwaliteit van bouwplannen in de fase van vergunningverlening, maar heeft ook een subcommissie Integrale Omgevingskwaliteit. Deze adviseert bestuur én initiatiefnemers van bouwprojecten in een vroeg stadium van planvorming. Om integraal te kunnen adviseren, is de commissie breed samengesteld: architecten, stedenbouwkundigen, cultuurhistorici, landschapsarchitecten en ontwerpers openbare ruimte. Per 1-1-2024 zijn daar de expertises duurzaam bouwen en woonkwaliteit aan toegevoegd. Beide thema's zijn op dit moment echter geen weigeringsgrond voor een omgevingsvergunning.
Vanaf 2025 worden stappen gezet om binnen de formele taakstelling van de COK invulling te geven aan het begrip ‘omgevingskwaliteit’ onder de Omgevingswet. Hieraan verbonden is de stap om de gewenste mate van verbreding beleidsmatig te verankeren. Om die reden wordt geëxperimenteerd met regiemodellen waarin supervisie, COK en ontwerpers intensief samen optrekken om in een open en transparant proces voor de gemeente te werken aan een optimaal resultaat. Begeleiding door de COK staat in dat model garant voor een openbaar proces en publieke verantwoording. Om de enorme opgave van verduurzaming optimaal te kunnen begeleiden, is de commissie versterkt met specialisten op het gebied van energietransitie en circulair bouwen. Daarin wordt bijvoorbeeld door middel van het project Duurzaam Renoveren nadrukkelijk de samenwerking gezocht met corporaties en VvE’s. Wat moet nader worden uitgewerkt? 1. Verankering van de welstandsnota en waarderingskaarten in het omgevingsplan; door het maken van (gebiedsgerichte) regels voor veelvoorkomende kleine bouwplannen (pvpanelen, warmtepompen, dakkapellen en ingrepen aan de binnenzijde van gesloten bouwblokken) hoeven deze niet meer te worden getoetst. Daardoor komt voor de COK meer ruimte vrij voor advisering aan de voorkant in plaats van toetsing in de slotfase van het proces.
Pagina 2.
221
Was Door de raad moet worden aangegeven welke bouwplannen en stedenbouwkundige ingrepen worden voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit of Omgevingskwaliteit.
Erfgoed bepaalt in hoge mate de identiteit en de kwaliteit van Amsterdam. De cultuurhistorisch rijke en bijzondere woonomgeving is bepalend voor hoe bewoners en bezoekers de stad beleven. Door de eeuwen heen zijn unieke plekken ontstaan die ieder op eigen wijze bijdragen aan de kwaliteit van de stad en waarmee mensen zich verbonden voelen. Niet alleen de beschermde stadsgezichten als de grachtengordel, Plan Zuid van H.P. Berlage, een deel van de Westelijke Tuinsteden en de vele gebouwde monumenten in de stad hebben cultuurhistorische waarde. Ook historische landschappelijke structuren en elementen zoals waterwegen, dijken, en archeologische resten in de bodem zijn waardevol. Hetzelfde geldt voor de ruimtelijke opbouw van Amsterdam als lobbenstad, gelegen te midden van waardevolle cultuurlandschappen. Ten slotte is ook de rijke traditie van integraal stedenbouwkundig ontwerpen in Amsterdam een vorm van (immaterieel) erfgoed.
221 222
222
Veel gebouwen en buurten hebben daarom een beschermde status via de Erfgoedwet of de gemeentelijke erfgoedverordening. De eventuele meerwaarde van cultuurhistorie bij verduurzamen, verdichten en vergroenen willen we onderzoeken in een Bestuursopdracht erfgoed in een dynamische stad. De Hoogbouwvisie uit 2011, onderdeel van de Structuurvisie Amsterdam 2040, sluit aan op de vier grote bewegingen uit die Structuurvisie: uitrol binnenstad, het waterfront, de zuidflank en het metropolitane landschap. Een belangrijk uitgangspunt van de visie is dat het Unesco-gebied beschermd wordt. In de visie wordt hoogbouw gestimuleerd op plekken met hoge dynamiek en ontwikkeldruk (locaties direct grenzend aan het centrum en bij ov-knooppunten). Bovendien wordt hoogbouw ingezet ter accentuering van de koppen van de scheggen en ter bescherming van de landschappelijke kenmerken rondom het IJ. Hoogbouw staat aan de open ruimtes van de scheggen en het IJ altijd in de ‘tweede linie’ om het open karakter te behouden. Daarnaast zijn de ruimtelijke karakteristieken van de verschillende ‘ruimtelijke systemen’ (de stedenbouwkundige en architectonische opzet van de verschillende gebieden in de stad) beschreven. Bij elk ruimtelijk systeem hoort een eigen inpassing van hoogbouw.
Dit alles zonder inbreuk te doen op de het Unesco-gebied, andere gebieden van bijzondere waarde en het waardevolle omliggende landschap.
2.
Wordt Door de raad kan nader worden aangegeven welke bouwplannen en stedenbouwkundige ingrepen worden voorgelegd aan de Commissie Omgevingskwaliteit.
Erfgoed bepaalt in hoge mate de identiteit en de kwaliteit van Amsterdam. De cultuurhistorisch rijke en bijzondere woonomgeving is bepalend voor hoe bewoners en bezoekers Amsterdam beleven. Daarnaast is de gemeente als gevolg van de fusie met Weesp een grote hoeveelheid objecten en plekken met cultuurhistorische waarde rijker geworden. Door de eeuwen heen zijn unieke plekken ontstaan die ieder op eigen wijze bijdragen aan de kwaliteit van Amsterdam en waarmee mensen zich verbonden voelen. Niet alleen de beschermde stadsgezichten als de grachtengordel, de binnenstad van Weesp, Plan Zuid van H.P. Berlage, een deel van de Westelijke Tuinsteden en de vele gebouwde monumenten in de gemeente hebben cultuurhistorische waarde. Ook historische landschappelijke structuren en elementen zoals waterwegen, dijken, de Hollandse Waterlinies en archeologische resten in de bodem zijn waardevol. Hetzelfde geldt voor de ruimtelijke opbouw van Amsterdam, gelegen te midden van waardevolle cultuurlandschappen. Ten slotte is ook de rijke traditie van integraal stedenbouwkundig ontwerpen in Amsterdam een vorm van (immaterieel) erfgoed. Veel gebouwen en buurten hebben daarom een beschermde status. De meerwaarde van cultuurhistorie bij verduurzamen, verdichten en vergroenen hebben we onderstreept in de Bestuursopdracht Erfgoed in een dynamische stad en de Uitvoeringsagenda Duurzaam Erfgoed.
Groeien binnen grenzen betekent verdichting van het bestaande stedelijk gebied. Dat vraagt op sommige plekken om buurten met hoge dichtheden. Deze omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen richting aan verdichting, concentratie en functiemenging. Hoogbouw (wat meestal wil zeggen: hoger dan 30 meter) kan worden gebruikt om zeer hoge dichtheden te realiseren op plekken waar de druk op de ruimte hoog is en die goed zijn ontsloten via openbaar vervoer en fiets, terwijl er ook ruimte blijft voor groene plekken. Daarnaast maken hoogbouwclusters Amsterdam leesbaar. Ze zijn een uitdrukking van de meerkernige ontwikkeling van de gemeente. Om de ontwikkeling van hoogbouw in goede banen te leiden, is het Hoogbouwbeleid 2024 vastgesteld. Het Hoogbouwbeleid 2024 heeft verschillende consequenties voor verschillende delen van de gemeente. In een aantal gebieden is hoogbouw heel goed mogelijk, onder voorwaarde van een zorgvuldig samenspel met gebieden van bijzondere waarde. Rondom de spoorlijnen en langs het IJ kan hoogbouw bijdragen aan de verdichtingsopgave. Hoogbouw rondom een aantal ov-stations
Pagina
Was Nieuwe richtingen De ontwikkeling van de stad gaat sneller dan was voorzien in 2011, toen de vigerende hoogbouwvisie werd vastgesteld als onderdeel van de Structuurvisie. Dat is onder andere terug te zien in de toename van de ontwikkeling van hoogbouw. Daarnaast zijn in de huidige visie voor een aantal gebieden de ruimtelijke kaders in relatie tot hoogbouw nog niet benoemd (bijv. Haven-Stad). De versnelling van de ontwikkeling van hoogbouw is aanleiding voor een vernieuwing van het hoogbouwbeleid. Door actualisatie van het hoogbouwbeleid kunnen nieuwe ontwikkelingen in samenhang een plek krijgen. Bovendien is in de afgelopen jaren gebleken dat meer specifieke richtlijnen, duidelijkheid over waar wel en waar niet, de planvorming van en de besluitvorming met betrekking tot hoogbouw zou vergemakkelijken en aan de voorkant meer helderheid en houvast zou geven. De hoofdlijnen uit de vigerende visie blijven van kracht. Verdichting en hoogbouw Amsterdam groeit binnen zijn grenzen en daarmee werken we aan een compacte stad. Dat vraagt op sommige plekken om buurten met hoge dichtheden. Deze omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen richting aan verdichting, concentratie en functiemenging.
Hoogbouw kan worden gebruikt om zeer hoge dichtheden te realiseren op plekken waar de druk op de ruimte hoog is en die goed zijn ontsloten door openbaar vervoer en fiets, terwijl er ook ruimte blijft voor groene plekken in een buurt. Richting vernieuwd beleid De belangrijkste uitgangspunten voor nieuw Amsterdams hoogbouwbeleid zijn, in lijn met het vigerende beleid: i. We spreken van hoogbouw bij gebouwen hoger dan 30 meter. ii. Bij elke bouwvorm staat de kwaliteit van de openbare ruimte en het leven op straat voorop. iii. We willen flink verdichten op plekken met hoge dynamiek en ontwikkeldruk. Dit zijn locaties direct grenzend aan het centrum en rondom de grote ov-stations. Hoogbouw kan een geschikte gebouwvorm zijn om te verdichten. iv. Rondom het IJ, een centrale open plek in de stad, wordt hoogbouw ingezet om het stadslandschap leesbaar te maken en het stadsbeeld vorm te geven. v. We beschermen gebieden en landschappen van bijzondere waarde, in het bijzonder het Unesco-erfgoed. vi. Elke stedenbouwkundige opzet vraagt om een specifieke inpassing van hoogbouw. Dit heeft verschillende consequenties voor de verschillende delen van de stad. In een aantal gebieden is hoogbouw heel goed mogelijk, onder voorwaarde van een zorgvuldig samenspel
Wordt biedt een goed antwoord op de inzet om op goed bereikbare plekken hoge dichtheden te realiseren. Dat zijn onder meer Sloterdijk, Amstel, Zuid, RAI, Lelylaan, Duivendrecht, BijlmerArena, Science Park en de Hemknoop in Haven-Stad. Hoogbouw kan hier als baken voor het station fungeren en zo bijdragen aan de leesbaarheid van Amsterdam. Ook in Osdorp-Centrum, Amsterdamse Poort en Buikslotermeerplein kan hoogbouw bijdragen aan verdichting en tevens de plek markeren. Langs het IJ en in Haven-Stad geven hogere clusters en accenten van hoogbouw samen met de open ruimte van het water en de toekomstige bruggen het stadsbeeld vorm. In het havengebied zijn - met uitzondering van het luchthavenindelingsbesluit (LiB) - geen beperkingen op de bouwhoogte van installaties als windmolens, kranen en schoorstenen. In andere delen van de gemeente gaan we terughoudender om met hoogbouw. Binnen de ring A10 ten zuiden van het IJ, op IJburg en in Buitenveldert is hoogbouw zeer beperkt mogelijk, als uitzonderingen in een gemeente die overwegend uit laagbouw en middelhoogbouw bestaat. In Noord, Nieuw-West en Zuidoost is hoogbouw mogelijk langs de lange doorgaande straten en lanen en langs infrastructurele lijnen, mits goed ingepast in de stedenbouwkundige structuur. Tenslotte blijven we terughoudend op plekken van bijzondere waarde, waar met hoogbouw een grote schaalbreuk zou ontstaan.
Dit geldt bijvoorbeeld voor de Amsterdamse grachtengordel en de binnenstad van Weesp. De bestaande kwaliteiten van de gemeente zijn uitgangspunt voor de ontwikkeling van de gemeente. Naast de zorgvuldige inpassing van hoogbouw in de gemeente als geheel, vinden we het belangrijk om hoge gebouwen op een zorgvuldige wijze in de directe omgeving in te passen, vorm te geven en rekening te houden met functionaliteit en bruikbaarheid voor langere tijd. Daarom kent het hoogbouwbeleid vier principes: 1. Hoogbouw draagt bij aan de levendigheid van de openbare ruimte 2. Het is fijn wonen en werken in hoogbouw 3. Hoogbouw gaat lang mee 4. Hoogbouw maakt op een mooie manier onderdeel uit van het stadssilhouet.