CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Was wordt-document.pdf

RAAD 13 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 – actualisatie 2025 (VN2025-012779)45.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Pagina

224

Was met de gebieden van bijzondere waarde. Rondom de spoorlijnen en langs het IJ kan hoogbouw bijdragen aan de verdichtingsopgave. In het bijzonder biedt hoogbouw rondom een aantal ovstations een goed antwoord op de inzet om op goed bereikbare plekken hoge dichtheden te realiseren. Het zijn Sloterdijk, Amstel, Zuid, Amsterdam RAI, Lelylaan, Duivendrecht, Amsterdam Bijlmer-Arena, Bullewijk, Science Park en de Hemknoop (in Haven-Stad). Eventueel kan hoogbouw hier als baken voor het station fungeren en zo bijdragen aan de leesbaarheid van de stad. Ook in de stedelijke centra (Osdorp-Centrum, Amsterdamse Poort en Buikslotermeerplein) kan hoogbouw bijdragen aan de verdichtingsopgave en de plek markeren. Langs het IJ en in Haven-Stad geven hogere clusters en accenten van hoogbouw samen met de open ruimte van het water en de toekomstige bruggen het stadsbeeld vorm. In het havengebied zijn geen beperkingen op de bouwhoogte, waar het gaat om installaties als windmolens, kranen en schoorstenen. In andere delen van de stad gaan we terughoudender om met hoogbouw. Binnen de ring A10 ten zuiden van het IJ, op IJburg en in Buitenveldert is hoogbouw zeer beperkt mogelijk. Het zijn uitzonderingen in een stad die overwegend uit laagbouw en middelhoogbouw bestaat.

In Noord, Nieuw-West en Zuidoost is hoogbouw mogelijk langs de lange doorgaande straten en lanen en aan grote parken, mits goed ingepast in de stedenbouwkundige structuur. Ten slotte blijven we terughoudend op plekken van bijzondere waarde waar met hoogbouw een grote schaalbreuk zou ontstaan. De bestaande kwaliteiten van de stad zijn uitgangspunt voor de ontwikkeling van de stad. In sommige gebieden past hoogbouw daar niet bij. Om richting te geven aan het schaalniveau van het gebouw en de buurt kunnen een aantal principes houvast bieden: 1. Hoogbouw levert een bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte. 2. Hoogbouw maakt op een mooie manier deel uit van het stadssilhouet. 3. Er is een aangenaam verblijfsklimaat op het maaiveld rondom hoogbouw. 4. Het is fijn wonen en werken in hoogbouw. 5. Hoogbouw draagt bij aan een klimaatneutrale en circulaire stad. Bovenstaande uitgangspunten en principes dienen te worden uitgewerkt in vernieuwd hoogbouwbeleid. Tot dat vernieuwde beleid is vastgesteld geldt het vigerende beleid van de Structuurvisie 2011. Verdichting van de stad gebeurt niet alleen in gebiedsontwikkelingen, maar vindt ook spontaan plaats via kleinschalig opbouwen, aanbouwen en onderkeldering van panden in bestaande wijken.

Dat doen mensen natuurlijk vooral met het oog op hun eigen belang, maar tot voor kort was daar ook vanuit maatschappelijk belang niet zoveel tegenin te brengen: het gebeurde

Wordt

Verdichting van de gemeente gebeurt niet alleen in gebiedsontwikkelingen, maar vindt ook spontaan plaats via kleinschalig opbouwen, aanbouwen en onderkeldering van panden in bestaande wijken.

Pagina

224

224

Was mondjesmaat en verdichting op zichzelf is prima. Daarom was het beleid voor afwijkingen van het bestemmingsplan gericht op beperking van regeldruk. Hoewel vooral in naoorlogse stadsdelen deze woninguitbreidingen bij kunnen dragen aan vergroten van het wooncomfort, veroorzaakt het in de meer dichtbebouwde stadsdelen steeds vaker problemen. De ‘bouwdynamiek’, zoals we dat nu noemen, is met name in de stadsdelen Zuid en West zeer sterk toegenomen. Vanwege de concentratie van grote aantallen verbouwingen in een paar wijken ervaren bewoners overlast van stof, lawaai en gebruik van de openbare ruimte. Daarnaast worden privacy en daglichttoetreding van bewoners steeds vaker aangetast. Ook leidt bouwdynamiek tot wijzigingen in de ruimtelijke structuur van de stad, met consequenties voor bijvoorbeeld de klimaatbestendigheid van buurten. Ten slotte verandert het aangezicht van de stad, zowel aan de straat als aan de tuinzijde. We moeten een nieuwe balans vinden tussen de wens tot verdichting en de negatieve gevolgen ervan. De komende jaren worden de regels voor verbouwingen en vergrotingen van bestaande panden in de stad verscherpt. Wat betreft onderkelderingen is die afweging het gemakkelijkst.

Aangezien onderkelderingen kunnen leiden tot ernstige problemen met het grondwater, worden regels hier streng en via bestemmingsplannen (en later het omgevingsplan) juridisch waterdicht gemaakt. Zie hiervoor de paragraaf Ondergrond. Ook bovengrondse aanbouwen worden weer vaker vergunningplichtig. De voorwaarden voor een bouwvergunning worden bovendien verscherpt. Er komen meer regels voor onder meer bouwveiligheid, plaatsing van bouwmaterialen in de openbare ruimte, hijszones en communicatie met de omgeving. Hemelwaterverwerking op eigen terrein wordt vanwege klimaatbestendigheid verplicht.

225

Bestemmingsplannen in de stadsdelen Zuid en West, en later het Amsterdamse omgevingsplan, zullen op deze nieuwe richtingen worden toegesneden. Zij worden conserverender, ook wat uitbouwen in binnenterreinen betreft. Soms kan een buurt zelfs als beschermd stadsgezicht worden aangewezen. Vanwege de gebiedsspecifieke kenmerken spelen de stadsdelen een grote rol in beleid, uitvoering en handhaving van bouwdynamiek. Luchtfoto’s van Amsterdam gaan er de komende jaren gaandeweg anders uitzien. Aangezien de meeste daken geen gemeentelijk eigendom zijn, werken we hierin samen met woningcorporaties, huurderskoepels en vele andere gebouweigenaren. In de ‘Samenwerkingsafspraken 2020-2023 voor de volkshuisvesting’ zijn afspraken gemaakt over het verder benutten van daken. De Dakdokters is een organisatie die zich specifiek richt op het beter gebruiken van dakoppervlakken.

Wordt

Hoewel deze woninguitbreidingen vooral in naoorlogse wijken bij kunnen dragen aan vergroting van het wooncomfort, veroorzaakt het in de dichter bebouwde gebieden steeds vaker problemen. Omwonenden ervaren overlast van bouwmaterialen in de openbare ruimte, afsluitingen van wegen en stoepen, en overlast door lawaai, stof en trillingen, tot zelfs schade door de verbouwingen. De ‘bouwdynamiek’, zoals we dat nu noemen, is met name in de stadsdelen Zuid en West zeer sterk toegenomen.

In gebieden waar bouwdynamiek de afgelopen jaren het meest aan de orde was, is vergunningsvrij bouwen in binnentuinen beperkt en zijn bouwbeperkingen ingesteld ten dienste van cultuurhistorische bescherming van waardevolle panden. Er zijn eisen gesteld aan het maximale verhardingspercentage voor binnentuinen en maximale omvang van tuishuisjes en bergingen. Ook is het kruimelgevallenbeleid in Zuid en West aangepast door het opnemen van diverse bouwbeperkingen. Met de Omgevingswet is de invloed die bewoners op bouwactiviteiten kunnen uitoefenen toegenomen. Via participatie kunnen zij vroegtijdig hun onzekerheden en zorgen kenbaar maken. We willen bewoners en initiatiefnemers beter informeren over het proces van vergunningverlening en de rechten en plichten van verschillende partijen bij bouwactiviteiten. In de vervolgaanpak van bouwdynamiek richten we ons vooral op maatregelen in de openbare ruimte en op het gebied van communicatie.

Luchtfoto’s van Amsterdam gaan er de komende jaren gaandeweg anders uitzien. Aangezien de meeste daken geen gemeentelijk eigendom zijn, werken we hierin samen met woningcorporaties, huurderskoepels en vele andere gebouweigenaren. Dit doen we door partnerschappen, pilots, kennisuitwisseling en stimuleren met subsidies. We gaan onderzoeken of en waar regels en beleid het gebruik of de inrichting van daken in de weg zitten. En zetten in op versterking van de uitvoering via bijvoorbeeld:

Pagina

225

225

Was Er komt voorlopig geen nieuw, geïntegreerd dakenbeleid. Meervoudiger gebruik van daken is als doel immers al in genoemde programma’s verankerd, en nu ook via deze omgevingsvisie. We zetten dus in op versterking van de uitvoering via bijvoorbeeld: kennisvermeerdering en -deling; opname van ‘multifunctionele daken’ als criterium in het Plaberum; intensiveren van bestaande programma’s, bijvoorbeeld het actief benaderen van nieuwprojecten; ruimhartige beoordeling van vergunningaanvragen voor multifunctioneel gebruik van daken; subsidiëring.

-

Wordt kennisvermeerdering en -deling; opname van ‘multifunctionele daken’ in beleidschecklists; intensiveren van bestaande programma’s, bijvoorbeeld het actief benaderen van nieuwe projecten; ruimhartige beoordeling van vergunningaanvragen voor multifunctioneel gebruik van daken; subsidiëring.

In tegenstelling tot de 16e eeuw ligt de ondergrond van Amsterdam tegenwoordig vol met infrastructuur: kabels, leidingen, ondergrondse parkeerruimtes en afvalcontainers, kelders en daarnaast ruimte voor infiltratie van regenwater en boomwortels. Dit zijn zaken die vaak niet gemakkelijk zijn te verplaatsen. Tegelijkertijd zijn de ambities van Amsterdam hoog. De komende jaren wordt in Amsterdam hard gewerkt aan bijvoorbeeld klimaatbestendigheid, circulariteit, aardgasvrij en digitalisering. Al deze ambities hebben een ondergronds ruimtebeslag en leggen dus meer druk op de al krappe ruimte in de ondergrond.

Tegenwoordig ligt de ondergrond van Amsterdam vol met infrastructuur en is er een sterke ruimteconcurrentie van kabels, leidingen, ondergrondse parkeerruimtes en afvalcontainers, kelders en daarnaast ruimte voor infiltratie van regenwater en boomwortels. Tegelijkertijd is er ruimte nodig voor de hoge ambities van Amsterdam, bijvoorbeeld klimaatbestendigheid, circulariteit, energiestrategie en digitalisering. Ook de woningbouwopgave vraagt ondergronds veel ruimte, juist in transformatiegebieden. Voorts speelt de vervangingsopgave van kademuren en bruggen en van de riolering.

Daar komt de woningbouwopgave nog bij, die veelal in transformatiegebieden plaatsvindt, waar weinig ruimte is voor extra ondergrondse infrastructuur. Voorts speelt de vervangingsopgave van kademuren en bruggen en van de riolering. Kortom: er is sprake van ruimteconcurrentie in de ondergrond.

Tot slot is het stedelijk bodem- en watersysteem door menselijk handelen historisch belast. De bodem is plaatselijk verontreinigd, bijvoorbeeld met lood en PFAS, en ook de bodembiodiversiteit is slechter dan vroeger.

Verder is het stedelijk bodem- en grondwatersysteem door menselijk handelen historisch belast en niet meer in topconditie. De bodem is plaatselijk verontreinigd, bijvoorbeeld met lood of PFAS, en ook de bodembiodiversiteit is slechter dan vroeger. Voorts hebben we, vooral in Amsterdam-Noord, te maken met bodemdaling. Zorgpunten genoeg dus, maar we treden ze ambitieus tegemoet. We willen toe naar een duurzaam beheerde vitale stadsbodem, die de door de stad gevraagde functies kan vervullen. Meer regie op de ondergrond is daarvoor een harde noodzaak. Het volwaardig meenemen van de ondergrond in afwegingen is echter complex door de onzichtbaarheid en onbekendheid ervan, en de traagheid van het bodem- en grondwatersysteem. We hebben uitgangspunten geformuleerd voor goede afwegingen in de toekomst. Zo moe- ten nut en noodzaak van gebruik van de ondergrond worden onderbouwd, en gaan combinaties van

We willen toe naar een duurzaam beheerde gezonde en vitale bodem, die de door de gemeente gevraagde functies kan vervullen. Meer regie op de ondergrond is daarvoor een harde noodzaak. Het volwaardig meenemen van de ondergrond in afwegingen is echter complex door de onzichtbaarheid en onbekendheid van het bodem- en watersysteem. We hebben uitgangspunten geformuleerd voor goede afwegingen. Ten eerste moeten nut- en noodzaak van gebruik van de ondergrond worden onderbouwd, en gaan combinaties van functies voor enkelvoudige functies. Bij het programma ‘Kademuren en bruggen’ wordt nagedacht over de

Pagina

227

Was functies voor enkelvoudige functies. Bij het programma ‘Kademuren en bruggen’ wordt nagedacht over de inpassing van extra functies. Voorts staan de kenmerken en identiteit van gebieden centraal. Activiteiten vinden liefst plaats op plekken waar de natuurlijke omstandigheden daarvoor het meest geschikt zijn. We streven naar circulariteit met een gesloten grondbalans voor de stad, onder meer via grondbanken. Langetermijnreserveringen worden goed afgewogen tegen kortetermijningrepen. De ondergrond, het bodem- en grondwatersysteem eindigen tot slot niet bij de gemeentegrens. Voor bijvoorbeeld geothermie (zie Duurzame stad) kijken we op het niveau van metropoolregio of provincie. Als eigenaar van de grond, als integraal ontwerper en beheerder van de openbare ruimte en als belangrijke ontwikkelaar van de stad is de gemeente de aangewezen regisseur voor de ondergrond. Dat wil niet zeggen dat de gemeente overal eigenaar van is, maar wel dat de gemeente eigendom en beheer van ondergrondse assets in beeld brengt en houdt. De gemeentelijke regisseur kan veel: prioriteren, gebieden aanwijzen, de ligging van kabel- en leidingnetwerken bepalen, medegebruik van voorzieningen opleggen en de samen- werking organiseren. Idealiter wordt de ondergrond integraal onderdeel van bestaande programma’s, zoals klimaatadaptatie en de energietransitie (zie Duurzame stad).

Dit kan vaak goed via een gebiedsgerichte aanpak, zoals dat al gebeurt op het Centrumeiland of in de Sluisbuurt op het Zeeburgereiland. Daar worden ambities voor energie, afval, rainproof en nutsvoorzieningen in samenhang boven- en ondergronds op een hoger niveau getild. In de bestaande stad is regievoering op de ondergrond een grotere uitdaging, maar evengoed een harde noodzaak. Regievoering is ook cruciaal voor de diepere ondergrond, bijvoorbeeld op de positionering van warme en koude bronnen van wko-systemen. Het datadossier Ondergrond helpt hierbij, omdat het inzicht geeft in de eigenschappen van de ondergrond en de in de ondergrond aanwezige assets.

227

warmte- en koudenetten, vaak in combinatie met wko of aquathermie als buffer en warmte- of koudebron;

Wordt inpassing van extra functies. Ten tweede staan de kenmerken en identiteit van gebieden centraal. Activiteiten vinden bij voorkeur plaats op plekken waar de natuurlijke omstandigheden daarvoor het meest geschikt zijn. Ten derde streven we naar circulariteit met een gesloten grondbalans via onze eigen grondbank, en wordt gezocht naar manieren om bagger die vrijkomt bij onderhoud van sloten als waardevolle grondstof te hergebruiken binnen Amsterdam. Tot slot: de ondergrond en het bodem- en watersysteem eindigen niet bij de gemeentegrens. Voor bijvoorbeeld de diepere ondergrond kijken we naar mogelijkheden voor geothermie (zie Duurzaam Amsterdam) samen met de metropoolregio en provincie Noord-Holland.

De gemeente is de regisseur voor de ondergrond. Hiervoor bestaat het Coördinatiestelsel Amsterdam, dat onlangs haar 100 jarig bestaan vierde. Daarnaast kent Amsterdam Werken in Openbare Ruimte (WIOR). Dit is een verordening waarin de aanvraag, beoordeling en de vergunningverlening voor het werken in de openbare ruimte wordt geregeld. De toenemende druk op de ondergrond vraagt om nieuwe oplossingen. De gemeente heeft allereerst een regisseur ondergrond aangewezen. Deze is verantwoordelijk voor een integraal perspectief op de ondergrond, bijvoorbeeld het afstemmen van programma’s voor boven- en ondergrond, het verbeteren van de informatiepositie, het implementeren van nieuwe technieken (zoals ondergrondse boringen), en het oplossen van acute en concrete problemen. Ook stelt de gemeente het Omgevingsprogramma Ondergrond (OPO) op. Het OPO is sturend voor de strategische langetermijninrichting van de ondergrond, en biedt ontwerpoplossingen aan. Daarnaast wordt gewerkt aan een herijking van het Bodembeleid Amsterdam. De gemeentelijke regisseur kan veel, maar niet alleen. Er zijn twee lijnen om de samenwerking vorm te geven. Volgens de eerste lijn kan de ondergrond integraal onderdeel worden van bestaande programma’s, zoals klimaatadaptatie en energietransitie (zie bijvoorbeeld het Ontwikkelperspectief distributienet Amsterdam).

De tweede lijn volgt een gebiedsgerichte aanpak met de zogenaamde Integrale Gebiedsplannen (IGP’s). Voorbeelden hiervan zijn het Centrumeiland, de Sluisbuurt, en de Buiksloterham. Daar worden ambities voor energie, afval, weerproof en nutsvoorzieningen in samenhang boven- en ondergronds op een hoger niveau getild. In de bestaande stad is regievoering op de ondergrond een grotere uitdaging, maar evengoed een harde noodzaak. Regievoering is ook cruciaal voor de diepere ondergrond, bijvoorbeeld op de positionering van warme en koude bronnen van WKO-systemen. warmte- en koudenetten, soms in combinatie met warmte-koudeopslag;

Pagina 227

228

228

Was Binnen de huidige werkwijze komen nuts- partijen vanuit hun eigen opgave met een voorgesteld tracé, dat binnen het Amsterdamse coördinatiestelsel wordt besproken. In de toekomst willen we afwegingen en keuzes over een tracé voor een nutsvoorziening niet meer reactief vanuit één nutsvoorziening maken, maar vanuit het geheel aan opgaven en bovendien op een hoger schaal- niveau. Daarom komt er een strategische netwerk- planning op stadsschaal en wordt onderzocht hoe de ongestoorde ligging van deze strategische ondergrondse hoofdinfrastructuur kan worden geregeld via het omgevingsplan. In gebieden met meerdere opgaven en veel nutsvoorzieningen gaan we ‘Gebiedsplannen Ondergrond en Nutsvoorzieningen’ op gebiedsniveau opstellen. We hebben de zorgplicht voor de beschik- baarheid en kwaliteit van drinkwater voor een groot deel van de Metropoolregio Amsterdam. Daarvoor laten we de vaak ondergrondse win-, productie- en distributiecapaciteit meegroeien met de drinkwatervraag. We beheren en beschermen de benodigde gebieden, vestigingen en systemen voor drinkwater goed. Daar- voor werken wij samen met overheden uit de regio’s waar ons drinkwater van afhankelijk is. Zo behouden wij de continuïteit, kwaliteit en betaalbaarheid van schoon drinkwater. De huidige waterwinlocaties, waar Amsterdams drinkwater van afhankelijk is, vragen om capaciteitsuitbreiding.

Die uitbreiding kan nog voor lange tijd op de huidige locaties plaatsvinden, maar er wordt al onderzoek gedaan naar een extra waterwinlocatie. In een groeiende en verdichtende stad moet het drinkwaterdistributiesysteem meer leveren binnen een krappere ondergrondse ruimte, zon- der dat dit ten koste mag gaan van de tempera- tuur, druk, continuïteit en kwaliteit. We zullen moeten voorkomen dat door klimaatverandering en de aanleg van hogetemperatuur-warmtenetten de drinkwaterleidingen opwarmen tot boven de toegestane grens van 25 o C. Daarnaast krijgt drinkwater mogelijk een rol in het transporteren van koude voor andere functies, zoals het momenteel koude aflevert bij de bloedbank.

Wordt Deze ontwikkelingen vergen een toenemende regie op alle niveaus. Alle partijen hebben hierbij een rol te vervullen. Het coördinatiestelsel en het WIOR zijn in ieder geval verantwoordelijk voor het tactisch en operationele niveau. Het OPO en de regisseur ondergrond richten zich meer op het strategische en de lange termijn.

In 2021 is de Toekomstvisie drinkwater vastgesteld. Hierin staat dat de win-, productie- en leveringscapaciteit fors moeten worden uitgebreid. De capaciteit van het leidingennet moet ook worden uitgebreid om het extra geproduceerde drinkwater te kunnen leveren. Ook neemt de druk toe op de beschikbaarheid en waterkwaliteit van de bronnen. Drinkwaterbedrijven zijn niet de enige partijen die gebruikmaken van waterbronnen. De opgave is om de goede waterbronnen beschikbaar te houden voor de drinkwaterproductie. De opgaven worden extra complex door de impact van klimaatverandering, door de energietransitie, de extra watervraag van industriële afnemers, de schaarste van grondstoffen en de biodiversiteitscrisis. Conform de Kamerbrief over de rol van Water en Bodem bij ruimtelijke ordening zetten we ook in op het verminderen van de drinkwatervraag.

Er zijn weinig zaken crucialer voor de gezondheid van Amsterdammers dan een goede riolering. De zorg voor een robuust rioleringssysteem is dan ook een prioriteit. De gemeentelijke taken op dit vlak worden hierbij efficiënt uitgevoerd, met een goede balans tussen maatschappelijke kosten en acceptabele risico’s.

In een groeiende en verdichtende gemeente moet het drinkwaterdistributiesysteem meer leveren binnen een krappere ondergrondse ruimte, zonder dat dit ten koste gaat van de temperatuur, druk, continuïteit en kwaliteit. We moeten voorkomen dat door klimaatverandering en de aanleg van hogetemperatuur-warmtenetten drinkwaterleidingen opwarmen tot boven de toegestane grens van 25 °C. Daarnaast krijgt drinkwater mogelijk een rol in het transporteren van koude voor andere functies, zoals het momenteel koude aflevert bij de bloedbank. Er zijn weinig zaken crucialer voor de gezondheid van Amsterdammers dan een goede riolering. De zorg voor een robuust rioleringssysteem is dan ook een prioriteit. De gemeentelijke taken op dit vlak worden hierbij efficiënt uitgevoerd, met een goede balans tussen maatschappelijke kosten en acceptabele risico’s.

Afvalwater is rijk aan grondstoffen en energie. Transport en zuivering zijn op elkaar afgestemd om het systeem als geheel goed te laten functioneren. Terugwinning gebeurt waar dit het meest duurzaam en efficiënt kan: bij de bron, in het transportsysteem en/of op een centrale zuivering. In samenwerking met het waterschap worden zo alle bruikbare componenten aan het afvalwater onttrokken en hergebruikt of vermarkt. Wat niet kan worden hergebruikt, wordt, na

Afvalwater is rijk aan grondstoffen en energie. Transport en zuivering zijn op elkaar afgestemd om het systeem als geheel goed te laten functioneren. Terugwinning gebeurt waar dit het meest duurzaam en efficiënt kan: bij de bron, in het transportsysteem en/of op een centrale zuivering. In samenwerking met het waterschap worden zo alle bruikbare componenten (eventueel ook warmte) aan het afvalwater onttrokken en hergebruikt of vermarkt. Wat niet kan worden

Pagina

228

229

Was eventueel behandeld te zijn, (lokaal) in het milieu teruggebracht. Dankzij duurzame terugwinning tegen acceptabele kosten, levert de circulariteit van afvalwater een belangrijke bijdrage aan het verduurzamen van de samenleving (zie ook Duurzame stad).

Wordt hergebruikt, wordt, na eventueel behandeld te zijn, (lokaal) in het milieu teruggebracht. Dankzij duurzame terugwinning tegen acceptabele kosten levert de circulariteit van afvalwater een belangrijke bijdrage aan het verduurzamen van de samenleving (zie ook Duurzame stad).

Naar een Omgevingsprogramma Riolering Het beleid over afvalwater is beschreven in het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 20162021. Hierin is onder andere opgenomen dat Amsterdam inzet op het behoud van een robuust en goed functionerend rioolstelsel; zoveel mogelijk scheiding aan de bron realiseert, mede voor het hergebruik van grondstoffen; een ‘ver- zorgde’ onderhoudsstatus van de riolering beoogt, met bijpassende maatschappelijke kosten en risico’s; en samenwerkt met het waterschap AGV om de waterzorgtaken op elkaar af te stemmen.

Het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027 (OPR) beschrijft de gemeentelijke taken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Het programma is tot stand gekomen in samenwerking tussen gemeente, Waternet en Amsterdam Weerproof. Het OPR heeft als doel om de gemeente beter te laten omgaan met extreme neerslag. Hiervoor moet de openbare ruimte zo worden ingericht dat deze bestand is tegen extreme buien, zowel boven als onder de grond. Denk hierbij aan het aanleggen van verlaagd groen waar water naartoe kan stromen (wadi).

Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016- 2021 zal worden opgevolgd door het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027. Deze opvolger geeft uitwerking aan opgaven en ambities zoals geformuleerd in de omgevingsvisie en wordt een nieuw uitvoeringsgericht beleidskader voor de uitvoering van gemeentelijke water- taken rond stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Een vitaal bodem- en grondwatersysteem Een vitaal bodem- en grondwatersysteem kent meerdere facetten die tot nu toe vaak los van elkaar zijn beschouwd, zoals opnamecapaciteit en hoogte van de bodem, milieuhygiënische bodemkwaliteit, kwaliteit en kwantiteit van het grondwater, bodemdiversiteit onder stadsgroen, enzovoorts. Dat moet meer samenkomen. De ambities op het gebied van groen en klimaatadaptatie, stadslandbouw (zie Duurzaam Amsterdam en Leefbaar Amsterdam) geven al wat meer richting. De komende jaren gaan we aan de slag met de ontwikkeling van een soil health index (SHI) om de vitaliteit van de bodem inzichtelijk te maken. Vervolgens zal de huidige kwaliteit van de bodem in beeld worden gebracht, als ijkpunt voor een betere toekomst.

Door de eeuwenlange invloed van de mens is de bodem van Amsterdam verontreinigd geraakt. De afgelopen jaren zijn veel bodem- verontreinigingslocaties gesaneerd en zijn de risico’s van bodemverontreinigingen sterk gereduceerd. Maar bodemverontreiniging blijft veel aandacht vragen.

Een gezond en vitaal bodem- en watersysteem Een gezond en vitaal bodem- en watersysteem vervult meerdere functies, zoals waterberging, het ondersteunen van groenstructuren, het bevorderen van de (bodem)biodiversiteit en het tegengaan van hittestress. Deze functies worden momenteel vaak afzonderlijk benaderd, terwijl een integrale benadering noodzakelijk is. De ambities op het gebied van groen en klimaatadaptatie, stadslandbouw (zie Duurzaam Amsterdam en Leefbaar Amsterdam) en de Koersnota Gezonde Bodem 2023 geven al wat meer richting in het werken aan een gezonde en vitale bodem. De afgelopen jaren is er gewerkt aan de ontwikkeling van de Bodemgezondheidsindex Amsterdam (BGI). Vervolgens zal de BGI worden getest in pilotprojecten zodat, naast de chemische- en fysische kwaliteit van de bodem, ook de biologische kwaliteit van de bodem wordt gemeten. Op basis van de opgedane ervaringen wordt de BGI waar nodig aangepast, waarna een bredere toepassing volgt. De bodem van Amsterdam is verontreinigd geraakt door de eeuwenlange invloed van de mens. De afgelopen jaren zijn veel bodemverontreinigingslocaties gesaneerd en zijn de risico’s van bodemverontreinigingen sterk gereduceerd. Maar bodemverontreiniging blijft veel aandacht vragen.

Het milieuhygiënische bodembeleid is vastgelegd in de Amsterdamse Nota Bodem- beheer uit 2019. Dit beleid zoekt een balans tussen benutten en beschermen van de bodem. Hoofddoel is

Sinds 2018 is de loodverontreiniging in de bodem beter in beeld gebracht. Alle plekken in de openbare ruimte waar kinderen tot zes jaar spelen, zijn indien nodig gesaneerd. Vanaf 2022 wordt

Pagina

Was dat de milieuhygiënische bodem- kwaliteit niet mag verslechteren (standstillprincipe) en liefst wordt verbeterd. Sinds 2018 is de loodverontreiniging in de bodem beter in beeld gebracht. Alle plekken in de openbare ruimte waar kinderen tot zes jaar spelen, worden indien nodig gesaneerd. Mogelijk wordt de loodaanpak uitgebreid naar particuliere tuinen in gebieden met een risico op hoge loodgehaltes. Verder zijn de beleids- regels over PFAS erg in beweging. Voorts gaan we zeer zorgwekkende stoffen beter in kaart brengen. Verbetering van de bodemkwaliteit streven we vooral na op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld wanneer een gebied wordt herontwikkeld. Ook gaan we aan de slag met de programmatische aanpak spoedlocaties Amsterdam (PASA).

229

Voor de openbare ruimte willen we de bodemkwaliteitskaart verbeteren. Waardevolle ecologische gebieden, maar ook bijvoorbeeld voedselbossen, moeten schoon en vitaal blijven. Hier willen we daarom beter zorgen voor een gezonde bodem. Sowieso is dit van belang als we de stad rigoureus willen vergroenen. We beogen een goede zorg voor het grondwater en een robuust maaiveldniveau voor de stad, dat voldoende boven het grondwater ligt om alle functies toekomstbestendig mogelijk te maken, zoals bebouwing, wegen, bomen. Dit doen we onder andere door het toepassen van actief grondwaterbeheer. Een voldoende hoog maaiveld ten opzichte van de grondwaterstand geeft mogelijkheden om hemelwater te infiltreren en draagt zo bij aan klimaatadaptatie (zie Duurzame stad). Dat kan alleen als er in de ondergrond ruimte wordt gereserveerd voor drainage- en infiltratieriolering. Een hoger maaiveld vormt ook een betere basis voor groenontwikkeling. Voor de gewenste ontwateringsdiepte, dus de afstand tussen maaiveld en grondwaterstand, gaan we een maat van 0,90 m hanteren bij de ontwikkeling van nieuwe (binnendijkse) gebieden. Dit vereist veelal ophoging, wat bovendien veiliger is in het licht van verwachte waterspiegelstijging. Daarom gebeurt dit waar mogelijk met ophoogmaterialen die de bodemdaling niet verder versterken.

Grote delen van Amsterdam staan op diepe veengrond die gevoelig is voor bodemdaling. Deze publieke én private opgave speelt het meest in Amsterdam-Noord, zowel het stedelijke als het landelijke gebied. De bodemdaling bedraagt hier tot wel vijf millimeter per jaar. Door klimaatverandering, met langere perioden van droogte en lagere grondwaterstanden, wordt dit proces versneld. Ook verlaging van waterpeilen zorgt voor extra bodemdaling.

Wordt de lood-check actief aangeboden aan bewoners met een tuin en vanaf 2024 ook aan volkstuinders in gebieden met een risico op hoge loodgehaltes. Ook wordt gezocht naar mogelijkheden om tuinders beter te faciliteren in het verbeteren van de bodemkwaliteit in tuinen waar lood verhoogd voorkomt. De lood-check was gericht op ‘klassieke’ verontreinigingen als olie, teer en zware metalen zoals lood. ‘Nieuwe’ of opkomende schadelijke stoffen zoals PFAS zijn lang onderbelicht geweest. Er wordt onderzocht of er in Amsterdam nog onbekende plekken zijn waar mogelijk PFAS verhoogd in de bodem aanwezig is door industriële activiteiten of het gebruik van PFAS houdend blusmateriaal bij grote branden. De regels voor Amsterdam zijn samengevat in het Beleidskader bodem. Hierbij hoort een bodemkwaliteitskaart. Deze geeft een beeld van de gemiddelde bodemkwaliteit in bepaalde gebieden en de mogelijkheden bij grondverzet. Het bodembeleid wordt herijkt om beter aan te sluiten op de integrale opgaven die de Amsterdamse bodem kent. Hierbij zal met name aandacht komen voor circulariteit en klimaatadaptatie. We beogen een goede zorg voor het grondwater en een robuust maaiveldniveau in Amsterdam, dat voldoende boven het grondwater ligt om alle functies toekomstbestendig mogelijk te maken, zoals bebouwing, wegen, bomen. Dit doen we onder andere door het toepassen van actief grondwaterbeheer.

Bij gebiedsontwikkeling biedt een voldoende hoog maaiveld ten opzichte van de grondwaterstand de mogelijkheid om hemelwater te infiltreren en te bergen en draagt zo bij aan klimaatadaptatie (zie Duurzaam Amsterdam). Uitgangspunt is het benutten van de natuurlijke bergingscapaciteit van de ondergrond. Waar dit niet mogelijk is, kan worden gedacht aan wadi's, klimaatadaptieve drainagesystemen en infiltratieriolering. De komende jaren wordt bekeken of een Omgevingsprogramma Maaiveldhoogtes noodzakelijk is om de opgaven op dit thema het hoofd te bieden. Een hoger maaiveld vormt ook een betere basis voor groenontwikkeling. Voor de gewenste ontwateringsdiepte, dus de afstand tussen maaiveld en grondwaterstand, hanteren we een maat van 0,90 m bij de ontwikkeling van nieuwe (binnendijkse) gebieden. Dit vereist veelal ophoging met zand, wat bovendien toekomstbestendig is in het licht van de verwachte weersextremen. Amsterdam is gebouwd op een veenbodem. Veenbodems zijn gevoelig voor bodemdaling. Bodemdaling speelt zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied en is een grotendeels autonoom fenomeen. Het is een complicerende factor voor omgaan met klimaatadaptatie. Door bodemdaling worden lage delen van Amsterdam nog dieper, komen er broeikasgassen vrij en de

Pagina

Was Bodemdaling willen we beperken, al was het maar omdat daarbij broeikasgassen vrijkomen. Andere mogelijke nadelige gevolgen zijn rotting van paalfunderingen, verwrongen en afbrekende rioleringen en verzakking van wegen en stoepen, die vooral optreden bij verschillen in funderingswijze. Voor het stedelijk gebied is van belang dat het grondwaterpeilverschil tussen de huizen en een aantal parken niet mag toenemen. De hui- zen lopen het risico dat de houten funderingen worden aangetast als het grondwater naar de parken sijpelt. De bomen in de parken hebben minder overlevingskans als de dieper gelegen parken natter worden. Soms is ophoging van tuinen en parken een oplossing, hoewel niet gemakkelijk. In landelijk gebied willen we onderzoeken hoe we bodemdaling kunnen beperken, bijvoorbeeld door het waterpeil zelfs te verhogen. De oplossing moet niet alleen natuurwaarden ver- sterken, maar ook agrarische functies behouden. Hier en daar breiden we natuur uit, waar dat urgent is vanwege veenbehoud of voor de biodiversiteit. Op die plekken kan het waterpeil veel sterker stijgen of met de seizoenen variëren.

230

We gaan de stad vergroenen, met meer en vitalere bomen. Zie Leefbare stad, hoofdstuk Groen. Dan is er dus ook ondergrondse ruimte nodig voor boomwortels. Globaal genomen heeft het ondergrondse wortelstelsel een vergelijkbare omvang als de kruin van een boom. We gaan de bodem- en groeiplaatscondities voor bomen verbeteren.

Wordt kans op wateroverlast en waterveiligheidsrisico’s worden groter. Naast broeikasgassen komt er extra stikstof en fosfaat vrij. Dat laatste belast de kwaliteit van het oppervlaktewater met negatieve gevolgen voor de natuur- en recreatieve waarden. Verdere effecten van bodemdaling zijn een toenemend risico op ernstige gevolgen bij een overstroming, verzakking en funderingsschade aan dijken, wegen en woningen. Een voorbeeld van bodemdaling is de Sluisbuurt. Over een periode van 30 jaar daalt deze niet 20 centimeter zoals werd verwacht, maar 50 tot 80 centimeter. Hier worden maatregelen getroffen tegen bodemdaling door middel van drukterpen, verticale drainage en door het gebied op te hogen met bouwmateriaal. Een ander voorbeeld waar bodemdaling een enorme impact uitoefent is Tuindorp Oostzaan. Door bodemdaling loopt het water lastig weg waardoor bomen scheef staan en het hemelwater bij hevige regenval niet meer wegloopt in de bodem. Hier wordt vanuit Europees initiatief door de gemeente met vier partners de komende jaren gewerkt aan een fundamenteel andere planningsaanpak voor de openbare ruimte, om zo Tuindorp Oostzaan toekomstbestendig te maken. Landelijk Noord en Waterland Oost hebben een veenbodem van 2 tot 6 meter dik. Doordat de veengronden worden ontwaterd en hierdoor het veen oxideert is het veenpakket aan het inklinken.

Met als gevolg verzakking van het maaiveld en verzilting van de bodem, wat weer nadelig is voor de landbouw. Het Rijk en de provincie Noord-Holland hebben in het Ruimtelijk arrangement 2025 afgesproken samen te werken aan de vernattingsopgave in veenweidegebieden. Voorbeelden zijn natte teelten, het opbrengen van klei in veengrond en verhogen van het grondwaterpeil naar 20-40 cm onder maaiveld met greppels en onderwaterdrainage. De gemeente Amsterdam ambieert hiermee ook de natuurwaarden te versterken, maar de agrarische functie te behouden. Hier en daar breiden we natuur uit, waar dat urgent is vanwege veenbehoud of voor de biodiversiteit. Op die plekken kan het waterpeil veel sterker stijgen of met de seizoenen variëren. We gaan de gemeente vergroenen, met meer en vitalere bomen. Het beleid hiervoor is in verschillende documenten weergegeven: de hoofdgroenstructuur, Groenvisie 2050 en het Strategisch Huisvestingsplan Bovenwijks Groen. Meer bomen vragen ook ondergrondse ruimte voor boomwortels. Globaal genomen heeft het ondergrondse wortelstelsel een vergelijkbare omvang als de kruin van een boom. We gaan de bodem- en groeiplaatscondities voor bomen verbeteren. Door te kiezen voor een robuust maaiveldniveau wordt de bewortelingsdiepte voor bomen vergroot. Hoe beter de

Pagina

230

Was

In een dichtbevolkte stad als Amsterdam is de druk op de beschikbare ruimte groot. Daarom worden steeds meer functies ondergronds gerealiseerd, zoals parkeergarages, verkeerstunnels, gasstations en ondergrondse woonruimtes. Deze ondergrondse bouwwerken kunnen echter grote gevolgen hebben voor stromend grondwater. Bij aaneengesloten ondergrondse bouwwerken kan grondwater niet weg- of toestromen en verandert de grondwaterstand. Het gevolg is dat het te nat of juist te droog wordt. Bomen kunnen daardoor doodgaan, kruipruimtes kunnen nat worden, houten funderingen kunnen gaan rotten. Kortom: hier moeten regels voor zijn. Tot voor kort ging onderkeldering gemakkelijk en gebeurde het dan ook steeds vaker. De komende jaren worden we een stuk strenger. Amsterdam hanteert vanaf 2021 een Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders voor grote en kleine kelders onder publiek en privaat terrein. Kelderbouw kan alleen onder voorwaar- den, en is in bepaalde gebieden niet toegestaan. Grotere ondergrondse bouwwerken vergen meer maatwerk, onder andere in de vorm van een geohydrologisch rapport.

231 231 233 239 240 242

Wordt bodemcondities, hoe groter de boom, hoe groter het positieve effect op bijvoorbeeld hittestress en biodiversiteit. De druk op de beschikbare ruimte in Amsterdam is groot. Daarom worden steeds meer functies ondergronds gerealiseerd, zoals parkeergarages, verkeerstunnels, gasstations en ondergrondse woonruimtes. Deze ondergrondse bouwwerken kunnen echter grote gevolgen hebben voor stromend grondwater. Bij aaneengesloten ondergrondse bouwwerken kan grondwater niet wegof toestromen en verandert de grondwaterstand. Het gevolg is dat het te nat of juist te droog wordt. Bomen kunnen daardoor doodgaan, kruipruimtes kunnen nat worden, houten funderingen kunnen gaan rotten. Tot een aantal jaren geleden ging onderkeldering gemakkelijk en gebeurde het dan ook steeds vaker. Het beleid is echter aangescherpt. Amsterdam hanteerde sinds 2021 een Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders. Het afwegingskader is inmiddels uitgewerkt in het omgevingsplan. Kelderbouw kan alleen onder voorwaarden, en is in bepaalde gebieden niet toegestaan. Grotere ondergrondse bouwwerken vergen meer maatwerk, rekening houdend met de geohydrologische omstandigheden.

Hard uitgangspunt is dat kelders voortaan grondwaterneutraal moeten worden aangelegd. Dat Hard uitgangspunt is dat kelders voortaan grondwaterneutraal moeten worden aangelegd. Dat betekent dat door de bouw van de kelder de grondwaterstanden en -stromingen niet mogen betekent dat door de bouw van de kelder de grondwaterstanden en -stromingen niet mogen wijzigen. Omdat de samenstelling van de ondergrond en de grondwatersituatie per buurt kan wijzigen. Omdat de samenstelling van de ondergrond en de grondwatersituatie per buurt kan verschillen, verschillen de regels per buurt of stadsdeel ook. Op sommige plekken kan er niets, op verschillen, verschillen de regels per buurt of stadsdeel ook. Op sommige plekken kan er niets, andere plekken moeten bij kelderbouw speciale technische maatregelen worden getroffen, op op andere plekken moeten bij kelderbouw speciale technische maatregelen worden getroffen, weer andere plekken kunnen kelders geen kwaad. Deze verschillende uitgangsposities zijn in kaart op weer andere plekken kunnen kelders geen kwaad. Deze verschillende uitgangsposities zijn in gebracht in het genoemde afwegingskader. kaart gebracht in het genoemde afwegingskader. Wij achten hier het belang voor het grondwater zo groot, dat regels over ondergronds bouwen spoedig worden vastgelegd in alle bestemmingsplannen en daarna in het omgevingsplan van Amsterdam.

Hiermee wordt de juridische afdwingbaarheid van grondwaterneutraal ondergronds bouwen duurzaam geregeld. 18. Genoemde beleidsdocumenten en uitwerkingsopgaven Zie voor de geactualiseerde lijst met genoemde beleidsdocumenten de geactualiseerde Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Zie voor de geactualiseerde lijst met uitwerkingsopgaven de geactualiseerde Omgevingsvisie Amsterdam 2050. IV HOE 19. Hoe we aan de stad werken 19. Hoe we aan Amsterdam werken De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vervangt, na vaststelling door de gemeenteraad, de De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is richtinggevend kader voor de ontwikkeling van de Structuurvisie Amsterdam 2040 als richtinggevend kader voor de ontwikkeling van de stad. De gemeente. Hij werkt door in verschillende planningspraktijken: infraprojecten, herinrichting van omgevingsvisie zal vanaf dan doorwerken in verschillende planningspraktijken. Denk aan

Pagina

242

242

246 246

246

Was Wordt infraprojecten, herinrichting van de buitenruimte, gebiedsontwikkeling, beleidsprogramma’s, de buitenruimte, gebiedsontwikkeling, beleidsprogramma’s, regionale samenwerking, bottom-up regionale samenwerking, bottomupinitiatieven en regelgeving in het omgevingsplan. Dit wordt initiatieven en regelgeving in het omgevingsplan. uitgewerkt in een nader vast te stellen Uitvoeringsagenda omgevingsvisie Amsterdam. Maar voor het samen werken aan de toekomst van de stad biedt digitalisering ook kansen voor Maar voor het samen werken aan de toekomst van de gemeente biedt digitalisering ook kansen het delen van kennis en het toegankelijker maken van het invloed uitoefen op gemeentelijke voor het delen van kennis en het toegankelijker maken van gemeentelijke besluitvorming. Positief besluitvorming. De online participatietools op OpenStad zijn daar een mooi voorbeeld van. De geformuleerd kan digitalisering bijdragen aan het versnellen en het toegankelijker maken van rijksoverheid werkt samen met andere overheden aan een Digitaal Stelsel Omgevingswet. ontwikkelprocessen. Positief geformuleerd kan digitalisering bijdragen aan versnellen en het toegankelijker maken van ontwikkelprocessen. De invoering van de Omgevingswet Een laatste aanleiding is gelegen in het planologischEen laatste aanleiding is gelegen in het planologisch-juridisch domein. Sinds 2024 zorgt de juridisch domein.

Momenteel wordt gewerkt aan een Omgevingswet. Deze wet zorgt voor een Omgevingswet voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Met deze wet is het bestaande stelsel van snellere besluitvorming. Met de wet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt, wordt het ruimtelijke regels volledig herzien. Daarnaast wordt participatie bevorderd. Met de bestaande stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. Daarnaast wordt participatie Omgevingswet hebben ook een aantal nieuwe ruimtelijke planfiguren hun intrede gedaan: bevorderd. Met de Omgevingswet doen ook een aantal nieuwe ruimtelijke planfiguren hun omgevingsvisie, omgevingsplan, omgevingsprogramma’s. Dit betekent een nieuwe wettelijke intrede. De omgevingsvisie is er daar een van, maar daarnaast is iedere gemeente verplicht een context: een grote verandering in de regelgeving en het beleid voor de fysieke leefomgeving. omgevingsplan op te stellen en biedt de wet de mogelijkheid voor omgevingsprogramma’s. Dit Deze nieuwe context is bepalend voor hoe de omgevingsvisie haar doorwerking vindt. betekent een nieuwe wettelijke context: een grote verandering in de regelgeving en het beleid voor de fysieke leefomgeving.

Deze nieuwe context is bepalend voor hoe de omgevingsvisie haar doorwerking vindt in omgevingsplan en -programma’s, maar ook wat hiervan de consequenties zijn voor ruimtelijke projecten en vergunningverlening. 20. Onderdeel van de beleidscyclus Integraal stedelijk programma Tekst is geschrapt. Om op de voortgang van stedelijke doelen te sturen en stedelijke samenhang tussen sectorale en gebiedspecifieke beleidsdoorwerking te bewaken, wordt een integraal stedelijk omgevingsprogramma opgesteld. Hierin wordt de optelsom van ingrepen in de leefomgeving voor de stad inzichtelijk gemaakt en het bestuur om keuzes gevraagd. Hiermee wordt ook bijgedragen aan monitoring en evaluatie van de omgevingsvisie. Het stedelijk programma wordt vierjaarlijks (aan het begin van een collegeperiode) opgesteld. Het beschrijft de ambities uit de omgevingsvisie voor de middellange termijn. Hiervoor worden opbrengsten van sectorale en gebiedsgerichte programma’s gebruikt en wordt de koppeling gelegd met de ontwikkelingen die vanuit markt en maatschappij autonoom plaatsvinden. De wijze waarop de omgevingsvisie als basis dient voor nieuwe projecten wordt nog verder Voor nieuwe projecten is de omgevingsvisie een belangrijke basis. Vanaf het begin geven nieuwe onderzocht.

Er wordt gedacht aan een beknopt advies dat als kader meegegeven wordt in de projecten actief aan in hoeverre zij in lijn zijn met letter en geest van de omgevingsvisie. Daarbij initiatieffase. Dit advies bevat ruimtelijke en programmatische uitgangspunten voor een project, gaat het in elk geval om de vijf strategische keuzes, het ruimtelijk-programmatisch kader en de gebaseerd op de omgevingsvisie, het ruimtelijk-programmatisch kader, de

Pagina

248 248

250

250251

Was Wordt Hoofdgroenstructuur en ruimtelijke reserveringen voor infrastructuur en openbare ruimte. Het ruimtelijke reserveringen. Daarover is brede interne advisering mogelijk en gebruikelijk. Over is van belang dat dit advies in samenwerking met het fysieke, sociale en economische domein evidente afwijkingen dient transparant en onderbouwd te worden besloten. wordt opgesteld. Dit advies helpt om aan het begin van het project goede keuzes te maken over strategische uitgangspunten en biedt duidelijkheid naar betrokken partijen. De verwachting is dat hiermee in latere procesfasen minder interne afstemming en onderzoek nodig zal zijn. Pas in latere projectfasen wordt getoetst op sectoraal beleid en op het kaderstellend advies, waardoor de toetsing eenvoudiger zal verlopen. Indien zich grote veranderingen in een project voordoen, is een aangepast kaderstellend advies op basis van de omgevingsvisie wenselijk. 21. Samen Stadmaken Met Samen stadmaken willen we meer ruimte voor diversiteit en eigenheid in de manier waarop Samen stadmaken betekent zo vroegtijdig en gelijkwaardig mogelijk samenwerken met we aan de stad bouwen. We hebben een open en nieuwsgierige houding en zijn gericht op belanghebbenden. We willen meer ruimte voor diversiteit en eigenheid in de manier waarop we goede samenwerking. We werken samen met professionele partijen, zoals de aan Amsterdam bouwen.

We hebben een open en nieuwsgierige houding. We werken als vanouds woningbouwcorporaties, projectontwikkelaars, beleggers en grote instellingen, maar zijn samen met professionele partijen als woningbouwcorporaties, projectontwikkelaars, beleggers en tegelijk op zoek naar het verbreden van het ontwikkelpalet. Een uitdrukkelijke wens is om grote instellingen, maar zijn tegelijk op zoek naar verbreding van het ontwikkelpalet. Een Amsterdammers een meer actieve en gelijkwaardige rol te geven. Dat geldt voor beheer en uitdrukkelijke wens is om Amsterdammers een actievere en bepalender rol te geven. Dat geldt programmering van de eigen leefomgeving, ruimte voor lokaal ondernemerschap, maar ook bij voor beheer en programmering van de eigen leefomgeving, ruimte voor lokaal ondernemerschap, het daadwerkelijk bouwen aan de stad en het invulling geven aan de energietransitie. maar ook bij het daadwerkelijk bouwen aan Amsterdam en het invulling geven aan de energietransitie. Er komt ook meer ruimte voor woon- en energiecoöperaties en verschillende vormen van Er komt ook meer ruimte voor woon- en energiecoöperaties en verschillende vormen van collectief zelf beheer (commons, zie kader). Stadslandbouw, woon- en energiecoöperaties zijn collectief zelfbeheer.

Stadslandbouw, woon- en energiecoöperaties zijn voorbeelden van hoe voorbeelden van hoe bewoners verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de directe bewoners verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de directe leefomgeving. Ruimte maken voor leefomgeving. Ruimte maken voor collectief zelf beheer in de stad betekent niet alleen ruimte collectief zelfbeheer in de gemeente betekent niet alleen ruimte maken voor lokale netwerken en maken voor lokale netwerken en coöperatieven, ook maken we daarmee ruimte voor coöperatieven, ook maken we daarmee ruimte voor democratische vernieuwing en sociale democratische vernieuwing en sociale innovatie, met meer gezamenlijke vormen van publieke innovatie, met meer gezamenlijke vormen van publieke waardecreatie in de wijk en de buurt. Om waardecreatie in de wijk en de buurt. Daarom verbindt deze Agenda Samen stadmaken zich met de benodigde samenwerking tussen de gemeente en lokale coöperatieven om de publiekde democratiseringsagenda van het college, waarin afspraken gemaakt worden over de collectieve samenwerking te verankeren is het Actieprogramma AmsterDOEN! in het leven samenwerking tussen de gemeente en lokale coöperatieven om de publiek-collectieve geroepen samenwerking te verankeren. Concreter zullen we ook kleinere, bottom-up-initiatieven ondersteunen en volgen, zoals de Tekst is geschrapt. Community Land Trust Bijlmer (CLT).

In de H-buurt in Zuidoost is een collectief bezig met het realiseren van duurzame, betaalbare woningen voor en door de lokale gemeenschap. Groepen als deze pionieren op het gebied van nieuwe, collectieve vormen van eigenaarschap en zeggenschap over zowel vastgoed en grond, als ‘losgoed’ (spullen) en diensten (denk o.a. aan beheer). In dit soort projecten wordt ook het belang van capaciteitsopbouw erkend. Dit is nodig om op langere termijn een mate van zelforganisatie bij brede groepen te ontwikkelen, om

Pagina

251

251

252

Was dingen effectief voor elkaar te krijgen, ook (of juist) voor burgers bij wie dit nu niet zo vanzelfsprekend is (zoals nieuwkomers, burgers met beperkingen en/of achterstand t.o.v. de ‘gemiddelde Amsterdammer’). Een investering aan de voorkant verdient zich op die manier op termijn terug, want bewoners kunnen zelf aan de slag en weten effectief wensen, zorgen Deel IV | Hoe 251 en ideeën om te zetten naar acties, met onder andere de gemeente als partner. Met de omgevingsvisie willen we de stadmakerscultuur en de hoge mate van zelforganisatie in Amsterdam versterken. De Agenda Samen stadmaken maakt de ruimte hiervoor groter en gelijkwaardiger. Uiteindelijk is iedereen die actief bijdraagt aan de stad een stadmaker. Er zijn stadmakers die zich hebben ontwikkeld tot (semi)professionele sleutelfiguren die zeer betrokken zijn bij lokale ontwikkelingen en initiatieven. Zij zijn in staat te schakelen tussen de formele wereld van plan- en besluitvorming en de informele wereld van de alledaagse praktijk in de buurten. Ook zijn creatieve makers nodig om complexe, maatschappelijke uitdagingen, zoals gebiedsontwikkeling, mede het hoofd te bieden. Zij zijn in staat met innovatieve werkwijzen anders te kijken naar problemen en oplossingen. De gemeente gaat daarom nauwer samenwerken met de Sociaal Creatieve Raad.

Als gemeente gaan we met de stadmakersbeweging en creatieve makers uit van het principe dat alle deelnemers (van buurtbewoner tot projectontwikkelaar) aan het samen stadmaken experts zijn, allen op verschillende manieren. Dit komt onder andere tot uiting in het verankeren van organisch ontwikkelen met buurtfocus. In aansluiting op de grotere vormen van gebiedsontwikkeling is het met name in de toekomst nodig om de aandacht te verschuiven van uitleg van de stad naar zorgvuldige ingrepen in de bestaande stad. Organisch ontwikkelen met buurtfocus gaat over het koesteren van wat waardevol is, de kleinere ingrepen die als kantelpunt werken, de alledaagse praktijk van beheer en onderhoud, sociale veiligheid, toegankelijkheid, het organiseren en uitlokken van ontmoeting, het alledaagse werk van bewonerscommissies enzovoort. Het gaat om met een liefdevolle en verfijnde blik kijken naar wat er al is en groeit en hoe buurtbewoners betekenis aan hun eigen leven en leefomgeving geven. In de Visie op de Binnenstad van Amsterdam 2040 wordt dit uitgelegd als ‘tuinieren’. Met deze benadering blijven we dichter bij de leefwereld van buurten en lokaal initiatief. Werken aan de geleefde stad Daarvoor is openheid naar de collectieve kennis uit de stad nodig.

We dagen onszelf als gemeente en professionele partijen uit manieren te zoeken om de geplande stad beter te laten aansluiten op de geleefde stad. De planners, ontwerpers, bouwers en ontwikkelaars van de stad zijn hierin partners met onmisbare expertise en capaciteiten. Om dit te oefenen gaan we aan de hand van de nieuwste inzichten over planningsprocessen het experiment aan in een nader te bepalen ruimtelijk project (werktitel voor het experiment: Werken aan de geleefde stad).

Wordt

Met de omgevingsvisie willen we de stadmakerscultuur en de hoge mate van zelforganisatie in Amsterdam versterken. De Agenda Samen stadmaken maakt de ruimte hiervoor groter en gelijkwaardiger. Uiteindelijk is iedereen die actief bijdraagt aan de stad een stadmaker. Er zijn stadmakers die zich hebben ontwikkeld tot (semi)professionele sleutelfiguren die zeer betrokken zijn bij lokale ontwikkelingen en initiatieven. Zij zijn in staat te schakelen tussen de formele wereld van plan- en besluitvorming en de informele wereld van de alledaagse praktijk in de buurten. Ook zijn creatieve makers nodig om complexe uitdagingen, zoals gebiedsontwikkeling, mede het hoofd te bieden.

Als gemeente gaan we met stadmakersbeweging en creatieve makers uit van het principe dat alle deelnemers (van buurtbewoner tot projectontwikkelaar) experts zijn, allen op verschillende manieren. De aandacht verschuift van uitleg naar zorgvuldige ingrepen in het bestaande stedelijk gebied. Organisch ontwikkelen met buurtfocus gaat over het koesteren van wat waardevol is, kleinere ingrepen die als kantelpunt werken, beheer en onderhoud, sociale veiligheid, toegankelijkheid, het uitlokken van ontmoeting, het alledaagse werk van bewonerscommissies enzovoort. Het gaat om met een liefdevolle en verfijnde blik kijken naar wat er al is en groeit en hoe buurtbewoners betekenis aan hun eigen leven en leefomgeving geven. In het Masterplan Zuidoost, Nationaal Programma Samen Nieuw-West en de Aanpak Noord is dit opgenomen als een belangrijk uitgangspunt.

Werken aan geleefd Amsterdam Daarvoor is openheid naar de collectieve kennis uit de gemeente nodig. We dagen onszelf als gemeente en professionele partijen uit manieren te zoeken om gepland Amsterdam beter te laten aansluiten op geleefd Amsterdam. De planners, ontwerpers, bouwers en ontwikkelaars van de gemeente zijn hierin partners met onmisbare expertise en capaciteiten.

Pagina 254

Was Zo zoeken we naar een manier waarde-extractie uit de buurten te voorkomen, en juist waardecreatie in de buurten te bevorderen. Een interessant experiment om te ondersteunen vanuit deze agenda is de actielijn Community Wealth Building (vrij vertaald: bouwen aan gemeenschapswelzijn) van het Fearless Cityprogramma van de gemeente

254

Tegelijkertijd wordt de maatschappelijke meerwaarde van collectieve zelforganisaties beter zichtbaar gemaakt met het nog te ontwikkelen ‘Waarderend Kader’. Zo zal lokaal initiatief gewaardeerd worden op basis van de maatschappelijke, economische, democratische én duurzame waarde. Daarbij wordt ook gebruikgemaakt van het donutmodel. Uiteindelijk willen we maatschappelijke meerwaarde zichtbaar maken én meer ruimte bieden. Dit betekent dat in de toekomst maatschappelijke, sociale en duurzame criteria zwaarder gaan wegen bij aanbestedingen. Om publieke waardecreatie op een krachtige manier te ondersteunen, gaan we verkennen wat de mogelijkheden zijn van een woningbouwfonds voor coöperaties, met als uitgangspunt dat betaalbare woningen en werkruimtes binnen werkbare financiële kaders moeten kunnen worden aangeboden. Als onderdeel van het eindrapport Aan de slag met Wooncoöperaties worden ook al een leningsfaciliteit uitgewerkt voor wooncoöperaties en de mogelijkheid van een solidariteitsfonds onderzocht. Het geeft bovendien de mogelijkheid met partijen van eigen keuze te werken. Dit betekent dat zelfbouwinitiatieven zoals wooncollectieven en coöperaties een serieuze mogelijkheid worden om middeldure huurwoningen en multifunctionele ruimtes te bouwen.

Dit zou een verbreding van het huidige palet aan ontwikkelvormen betekenen, met grote maatschappelijke meerwaarde, zeker in de verdichtingsgebieden in de naoorlogse stad. Daarnaast onderzoeken we de optie van een regionaal investeringsfonds. Zoals uitgelegd in hoofdstuk Inclusieve stad kent vrije ruimte vele verschijningsvormen, met als gemeenschappelijk kenmerk dat vrijeruimte-initiatieven van onderop zijn ontstaan en collectief zijn vormgegeven. Het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, reflecteren en kunnen experimenteren. De kracht van deze vorm van ruimtegebruik is dat het initiatief bij burgers ligt, in de luwte van marktwerking en overheidsbeleid. Dit betekent kansen voor lokale waardecreatie. Daarom zal een duurzame, coöperatieve samenwerking worden opgericht tussen de gemeente, gebruikers en experts, ter bevordering van vrije ruimte. In een leeromgeving gaan we experimenteren en onderzoeken hoe vrije ruimte op de langere termijn een vast onderdeel kan worden in de planvorming van de stad Tot slot verkennen we hoe de invoering van buurtrechten bij kan dragen aan het creëren van een gelijker speelveld tussen gemeente, professionele partijen en buurtgroepen en initiatieven van onderop. Mogelijke buurtrechten zijn: 1) Het recht om uit te dagen - Bewonersgroepen krijgen

254255

255

255256

Wordt Zo zoeken we naar een manier om waarde-extractie uit buurten te voorkomen, en juist waardecreatie in de buurten te bevorderen. Aan deze benadering geven we vorm op verschillende plekken in de gemeente, onder andere in Nieuw-West onder de paraplu van het Nationaal programma Samen Nieuw-West. Community wealth building-projecten (vrij vertaald: bouwen aan gemeenschapswelzijn) gaan wij verder stimuleren, gericht op duurzame waardeontwikkeling en -behoud. Tegelijkertijd wordt de meerwaarde van collectieve zelforganisaties beter zichtbaar gemaakt met instrumentarium dat wordt ontwikkeld vanuit het Actieprogramma AmsterDOEN. Het is belangrijk dat lokaal initiatief gewaardeerd kan worden vanuit maatschappelijk, economisch, democratisch én duurzaam perspectief. Ook onderzoeken we hoe we meer ruimte kunnen maken voor maatschappelijke, sociale en duurzame criteria bij aanbestedingen en inkoop, en bij andere vormen van samenwerking met belanghebbenden. Om publieke waardecreatie op een krachtige manier te ondersteunen, is als onderdeel van het Eindrapport ‘Aan de slag met Wooncoöperaties’ in 2021 de stimuleringslening wooncoöperaties uitgewerkt, met als uitgangspunt dat betaalbare woningen en werkruimtes binnen werkbare financiële kaders beschikbaar zijn. Met het verstrekken van een lening maakt de gemeente hoofdfinanciering door banken mogelijk.

Daarnaast is de rijksoverheid bezig met het opzetten van een landelijk leenfonds ter ondersteuning van initiatieven. Wooncoöperaties zijn bezig met het opzetten van een solidariteitsfonds om initiatieven te financieren.

Zoals benoemd onder ‘Inclusief Amsterdam’ kent vrije ruimte vele verschijningsvormen, met als gemeenschappelijk kenmerk dat vrijeruimte-initiatieven van onderop zijn ontstaan en collectief zijn vormgegeven. Het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, waar ze reflecteren en waar ze kunnen experimenteren. De kracht van deze vorm van ruimtegebruik is dat het initiatief bij burgers ligt, in de luwte van marktwerking en overheidsbeleid. Het gaat om lokale waardecreatie op het gebied van circulariteit, ecologie en sociale verbinding. In samenwerking met gebruikers en experts onderzoeken we hoe vrije ruimte op de langere termijn een vast onderdeel kan worden in de planvorming van de gemeente. Tot slot zijn met de in 2024 vastgestelde Amsterdamse Participatieverordening verschillende buurtrechten ingevoerd. Deze dragen bij aan het creëren van een gelijker speelveld tussen gemeente, professionele partijen en buurtgroepen en initiatieven van onderop. De buurtrechten

Pagina

Was het recht om lokale dienstverlening vorm te geven en uit te voeren. 2) Het eerste biedingsrecht – georganiseerde bewoners en maatschappelijke ondernemers mogen als eerste bieden op grond en vastgoed. Zo zorgen we ervoor dat lokale initiatieven niet door kapitaalkrachtige marktpartijen weggedrukt worden. 3) Het recht om te plannen – bewoners krijgen het recht om zelf ruimtelijke plannen te initiëren. 4) Het buurtplatformrecht – buurtgroepen krijgen de ondersteuning om zich te organiseren als lokale vertegenwoordiging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16220801/1