6. Stadsdeeladviezen compleet.docx
Tekst van het document
Dat komt omdat er alleen wordt gekeken naar het quota op wijkniveau, terwijl die voor stadsdeel Nieuw-West te grofmazig zijn om negatieve effecten op leefbaarheid te beperken. Daarnaast wordt er gekeken of er bij een aanvraag al meldingen zijn of overlast is. Bij een stadsdeel waar de meldingsbereidheid laag is, geeft dit geen goede graadmeter. Het DB adviseert de leefbaarheidstoets op buurtniveau in te richten, zodat er bij excessen kan worden ingegrepen, er (al dan niet tijdelijk) geen vergunningen meer worden verleend tot de leefbaarheid op niveau is en zoals eerder benoemd sneller overlast aangepakt kan worden.
Adviezen voor de uitvoering: - Gedogen hospitaverhuur Het is naar mening van het DB zeer ongebruikelijk om een gedoogverklaring te laten vaststellen voor een activiteit waarvoor een vergunning (in dit geval afwijken omgevingsplan) verleend kan worden. Het is naar mening van het DB ook niet erg logisch dat aanvragers van een B&B en verkamering een vergunning moeten aanvragen en degene die hospitaverhuur wil niet. Gedogen van een met de wet strijdige situatie kan alleen met zeer goede redenen en met concreet zicht op legalisatie. Het college loopt met de gedoogverklaring ook vooruit op het te zijner tijd vast te stellen omgevingsplan (waarin hospitaverhuur uiteindelijk wordt gelegaliseerd). Het omgevingsplan moet nog worden opgesteld en ter advies worden voorgesteld aan de stadsdelen. Een eventueel verzoek tot handhaving (op het feit dat een specifieke hospitaverhuursituatie in strijd is met het omgevingsplan) zal door de stadsdelen worden afgewezen met verwijzing naar de gedoogverklaring. Vanwege het ontbreken van ‘concreet zicht op legalisatie’ bestaat het risico dat deze afwijzingsbesluiten (‘gedoogbesluiten’) door de rechter zullen worden vernietigd. Tot slot levert een gedoogconstructie meer onzekerheid voor de hospitaverhuurder op dan een verleende vergunning en levert dit verminderde rechtsbeschermingsmogelijkheden voor omwonenden op.
Om deze redenen adviseert het DB dit eerst nader te onderzoeken voor dit in te voeren. - Plusquotum voor omzetten naar drie wooneenheden De huidige wijkquota geven nog ruimte voor zo’n 7.000 vergunningen. Redenerend vanuit drie onzelfstandige wooneenheden kunnen nog bijna 21.000 onzelfstandige woonruimtes gecreëerd worden. Op basis hiervan is invoering van een plusquotum niet nodig. Een plusquotum is relevant voor wijken waar het huidige wijkquotum vol is. In feite wordt hiermee extra ruimte gecreëerd in wijken waar al veel onzelfstandige woonruimtes zijn: de volle wijken. Dit kan de leefbaarheid in deze wijken verder onder druk zetten. Het DB is van mening dat het regelmatig wijzigen en de nu weer voorgenomen uitbreiding met een ‘plusquotum’ de regelgeving en daarmee de uitvoering nog complexer maken. Elke aanvraag zal Vergunningen Toezicht en Handhaving aan drie verschillende quota moeten toetsen: een wijkquotum, plusquotum en pandquotum, waarbij het pandquotum alleen handmatig gecontroleerd kan worden. Het wordt voor inwoners/initiatiefnemers steeds moeilijker om de regelgeving te begrijpen en daarmee ook lastiger zich aan de regels te houden. Daarnaast zal het negatief van invloed zijn op het draagvlak voor de regels die de overheid stelt.
Het college wil ‘woningdelen makkelijker maken’ maar de complexiteit van de regelgeving neemt met dit voorstel toe, ook een negatieve impact op de leefbaarheid is niet uit te sluiten. Het DB is om bovengenoemde redenen geen voorstander van dit voorstel. -
Verlagen of afschaffen leges bij omzettingen voor drie onzelfstandige woonruimtes.
Pagina 48 van 65
Het is de vraag of het juridisch haalbaar en ook uitlegbaar is dat iemand die omzet naar vier onzelfstandige wooneenheden leges moet betalen en degene naar drie niet. Het is ook de vraag of iemand het omzetten van een woning af laat hangen van het tarief van de leges. Bovendien worden leges geheven omdat de gemeente een dienst verleent aan de aanvrager. De kosten komen dan voor rekening van de aanvrager. Met dit voorstel zullen alle Amsterdammers (een deel van) de kosten gaan betalen voor een dienst waarvan zij geen profijt hebben. Omdat deze maatregel weinig effect zal hebben op het aantal omzettingen en het juist is dat degene die profijt heeft van een vergunning ook de kosten draagt, adviseert het DB de maatregel om de leges (deels) af te schaffen niet te nemen en de inkomsten te investeren in de voorzieningen en de leefbaarheid. Het Dagelijks Bestuur neemt daarnaast ook de meerderheidsadviezen van de stadsdeelcommissie Nieuw-West over.
I
Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Wijzigingsvoorstel HVV 2024 per 1 januari 2025 Portefeuille: Volkshuisvesting Directie: Wonen Datum behandeling staf WH 13 mei 2024 Datum adviesaanvraag: 3 juni 2024 Deadline ontvangst advies: 15 juli 2024 Advies mailen naar: s.hamimid@amsterdam.nl, s.toorenburg@amsterdam.nl en j.frielink@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Huisvestingsverordening, Nadere regels Heeft er consultatie vooraf Wetgevingsagenda is besproken in het BOSS van 13 mei 2024 plaatsgevonden?
Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Centrum Procesbegeleider: Arjen van der Leeuw/ Trees Tiesinga Datum weekstart/staf: 17 juni 2024 Datum stadsdeelcommissie: 2 juli en 16 juli 2024 Datum dagelijks bestuur: N.v.t. Registratienr. (optioneel): N.v.t.
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022: (art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of -
(art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in.
DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5)
Pagina 49 van 65
Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur
Het college geeft voorgenomen beleidsvoorstellen ter wijziging van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2025 vrij voor inspraak. Het voorstel omvat onder meer het invoeren van een vergunningplicht voor middeldure huurwoningen, introductie van urgentie voor de Actiecentrum Veiligheid en Zorg-doelgroep en wijziging van de voorrangregels voor rolstoelgebruikers. Ook worden er o.a. voorstellen gedaan ten aanzien van vakantiewoningruil, regels voor kortdurende huisbewaring en versoepeling van de regels voor inwoning. De belangrijkste voorstellen voor wijziging van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (HVV) per 1 januari 2025 zijn: k. Woonruimteverdeling -
Alle middeldure huurwoningen huisvestingsvergunningsplichtig maken Met de komst van de Wet betaalbare huur gaat er een maximale huur gelden voor middeldure huurwoningen. Invoering van deze wet staat gepland voor 1 juli 2024. Om te zorgen dat deze woningen verhuurd worden aan huishoudens met een middeninkomen is het voorstel om de huisvestingsvergunningsplicht uit te breiden met de categorie ‘middeldure huurwoning’. Het gaat om woningen in de bestaande voorraad met een huurprijs van €879,66 tot en met €1.165,81 (prijspeil: 2024). Het gaat om woningen tot en met 186 punten volgens het woningwaarderingsstelsel. Middeninkomens zijn huishoudens met een inkomen tot €75.362 voor eenpersoonshuishoudens en €82.921 voor meerpersoonshuishoudens. Voor een goede uitvoering van de vergunningplicht moet de vergunningverlening op orde zijn. Het instellen van toezicht en handhaving is daarnaast noodzakelijk. Gedurende 2024 moet de implementatie worden voorbereid. Dit traject staat los van de voorliggende juridische verankering in de huisvestingsverordening. De inwerkingtreding van de wijziging volgt op een datum die het college geschikt acht. Die bevoegdheid wordt door de gemeenteraad aan het college gedelegeerd.
-
Maatwerk passendheidscriteria ten aanzien van koppeling huishoudgrootte en vierkante meters Op dit moment kent de Huisvestingsverordening 2024 (HVV) bepaalde passendheidscriteria voor gezinnen. Grotere sociale huurwoningen met een minimaal aantal kamers en minimaal aantal vierkante meters worden met voorrang toegewezen aan grote of kleine gezinnen. De praktijk leert dat de huidige voorrang niet altijd goed past bij de woonruimteverdeling van Amsterdam en bij de doelen van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting. Door het ontbreken van een afwijkingsbevoegdheid komen woningen die wel geschikt zouden zijn voor gezinnen soms niet terecht bij deze gezinnen. Om die reden is het voorstel om in de HVV een pilot voor twee jaar op te nemen dat corporaties de mogelijkheid biedt om maatwerk toe te passen en van de bestaande passendheidscriteria af te wijken. De huidige passendheidscriteria blijven wel het uitgangspunt en blijven opgenomen in de HVV. De verwachting is dat er hierdoor meer woningen met voorrang aan gezinnen worden toegewezen. Na twee jaar wordt onderzocht of de maatregel daadwerkelijk tot meer woningen voor gezinnen leidt.
-
Nieuwe urgentiecategorie Actiecentrum Veiligheid en Zorg-doelgroep In de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting staat opgenomen dat de bestaande groep die urgentie krijgt nog wordt uitgebreid met de groep Amsterdammers met een bepaalde openbare orde en veiligheidsachtergrond. Naast de meest kwetsbare daklozen is dit de laatste groep die nog aan de urgente doelgroepen wordt toegevoegd. Het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) mag op jaarbasis 10 cliënten voordragen voor een urgentie. Deze AcVZ-doelgroep zal net als de bestaande urgentie ‘uitstroom uit de Maatschappelijke Opvang of Beschermd Wonen’ (uitstroom MO/BW) met een omklapcontract worden gehuisvest. Dit betekent dat er ook voor deze groep een urgentie zal worden verleend onder opschortende voorwaarden waarbij het huurcontract eerst op naam van de zorgverlener zal worden gezet alvorens het wordt ‘omgeklapt’ op naam van de persoon. Het gaat om personen die door het AcVZ worden voorgedragen en zijn opgenomen in een persoonsgerichte aanpak van het AcVZ voor wie stabiele zelfstandige huisvesting met begeleiding cruciaal is
Pagina 50 van 65
om een duurzame verandering op meerdere leefgebieden te bewerkstellingen en een belangrijke factor is in het beëindigen van crimineel gedrag en/of het afhankelijk blijven van een crimineel netwerk. De ervaring leert dat het ontbreken van woonperspectief er voor deze groep toe leidt dat het moeilijk is om stappen te blijven zetten richting meer perspectief en stabiliteit. Het verlenen van urgentie zal naar verwachting bijdragen aan een afname van overlastgevend en delict gedrag. Na twee jaar wordt het toevoegen van deze doelgroep geëvalueerd. -
Toewijzingsregels voor particuliere flexcomplexen Het plan is om de komende drie jaar 2.500 - 3.000 flexwoningen (tijdelijke woningen) te realiseren in drie tranches. Dit is om te voldoen aan de grote vraag naar betaalbare woningen. Daarnaast is het doel om minimaal 30% van deze woningen toe te wijzen aan statushouders, om zo te voldoen aan de taakstelling vanuit het Rijk. De overige woningen worden toegewezen aan reguliere woningzoekenden die met spoed op zoek zijn naar een woning, waaronder jongeren, mensen uit specifieke beroepsgroepen en economisch daklozen. De flexcomplexen kunnen ontwikkeld of beheerd worden door corporaties, maar ook door particulieren. Op dit moment geldt volgens de HVV voor de toewijzing van sociale huurwoningen die geen eigendom zijn van corporaties enkel een inkomenseis. Dit betekent dat het niet mogelijk is om groepen, waaronder statushouders, met voorrang te huisvesten in flexcomplexen die niet in eigendom zijn van corporaties. Dit geldt ook voor het nog op te leveren complex Riekerpark, waarbij de units in eigendom zijn van de gemeente. Het is volgens de Huisvestingswet ook uitgesloten om voorrang aan specifieke groepen te regelen in anterieure overeenkomsten. Toewijzingsregels kunnen alleen worden opgenomen in een huisvestingsverordening.
Daarom wordt voorgesteld om per 1 januari 2025 voorrangsregels op te nemen die van toepassing kunnen zijn op particuliere flexcomplexen. Per complex zal uiteindelijk bekeken worden welke doelgroepenmix gewenst is.
-
Wijziging van de voorrang voor rolstoelgebruikers Rolstoelgebruikers die een rolstoelwoning zoeken krijgen een label acuut, dringend of noodzakelijk afhankelijk van de ernst van hun woonsituatie. Daarnaast gelden er passendheidslabels voor grote rolstoelwoningen die met voorrang gaan naar huishoudens met kinderen. Het voorstel is nu om de voorrang voor gezinnen met 1 of 2 kinderen voor rolstoelwoningen met 3 kamers te laten vervallen. De voorrang is namelijk belemmerend voor huishoudens zonder kinderen met verhuismotivatie acuut of dringend. Bij het reageren op een vrijkomende rolstoelwoning met 3 kamers werden ze ‘ingehaald’ door huishoudens met 1 of 2 kinderen die noodzakelijk zijn. Hierdoor bleven Amsterdammers bijvoorbeeld langer in het revalidatiecentrum liggen dan nodig. De verkeerde beddenproblematiek werd met de voorrang vergroot. Voortaan komen voor rolstoelwoningen met 3 kamers als eerste rolstoelgebonden woningzoekenden die acuut dienen te verhuizen aan de beurt, daarna volgt de categorie dringend en tot slot komen huishoudens met rolstoelwoningindicatie noodzakelijk.
-
Uitbreiding definitie ‘gemengde wooncomplexen’ Sinds 2015 worden gemengde wooncomplexen gebouwd in samenwerking met corporaties, waarbij kwetsbare huishoudens samenwonen met niet-kwetsbare jongeren. Volgens de huidige definitie in de HVV kunnen de woningcorporaties de woningen voor de niet-kwetsbare jongeren in deze gemengde complexen toewijzen op basis van de motivatie en geschiktheid van deze jongeren om de kwetsbare bewoners te ondersteunen. Zowel bij de te realiseren flexcomplexen (BrasaVillage) als bij het realiseren van Lang Leven Thuis Flats is er de wens om ook niet-kwetsbare huishoudens die ouder zijn dan 27 jaar te huisvesten in gemengde complexen. Ook hier is er een wens om de kandidaat-huurders te toetsen op motivatie. De definitie van gemengd wonencomplex in de HVV wordt daarom uitgebreid, zodat ook gemotiveerde kandidaten van boven de 27 jaar daar kunnen gaan wonen.
l.
Woonruimtevoorraad
Pagina 51 van 65
-
Vrijstellen huizenruil zonder enige vorm van betaling Woningen zijn om in te wonen, aldus de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting. Daarom reguleren we het gebruik van de woningvoorraad, ook bij toeristisch gebruik van woningen. De laatste tijd is huizenruil als vorm van toeristisch gebruik in opkomst. Alle vormen van kortdurend verblijf hebben invloed op de woningvoorraad en op de leefbaarheid in wijken en buurten. Na Airbnb is HomeExchange inmiddels de tweede aanbieder van woningen voor toeristisch verblijf in de stad. In de raadsinformatiebrief van 23 april 2024 over de afhandeling van de moties 665.23 en 697.23 heeft het college aangegeven dat huizenruil zonder enige vorm van betaling niet onder de vakantieverhuurregels valt. Om deze vorm van huizenruil mogelijk te maken moet de Huisvestingsverordening wel nog worden aangepast. Deze vorm van in gebruik geven van de woning valt namelijk wel onder woningonttrekking. Er is pas sprake van wonen als je langer dan zes maanden ergens verblijft. Voorgesteld wordt om voor kortdurend verblijf ten behoeve van huizenruil zonder enige vorm van betaling een vrijstelling van de woningonttrekkingsvergunningplicht op te nemen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2025.
-
Kort verblijf in woningen toestaan (korte huisbewaring); Eén van de doelstellingen van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting is het creëren van meer woonruimte in de bestaande woningvoorraad. Dit kan door bewoners toe te staan om hun woning tijdelijk in gebruik te geven aan iemand anders als zij een aantal maanden afwezig zijn door bijvoorbeeld een lange reis of uitwisselingssemester. Deze mogelijkheid zou onder andere een uitkomst kunnen zijn voor mensen die met spoed een woning zoeken zoals economisch daklozen, gescheiden mensen en studenten. Op dit moment is dit echter nog niet toegestaan in de Huisvestingsverordening omdat het, afhankelijk van de situatie, formeel onder woningonttrekking en/of toeristische verhuur valt. Voor beiden geldt een vergunningplicht die voor deze situaties niet worden verleend. Om dit toch mogelijk te maken is het voorliggende voorstel om het tijdelijk in gebruik geven van je woning vrij te stellen van de vergunningplicht voor onttrekking en toeristische verhuur. Deze vrijstelling geldt voor maximaal één aaneengesloten periode van minimaal drie tot maximaal zes maanden. Voor particuliere woningen wordt dit voor één keer per jaar vrijgesteld en voor corporatiewoningen één keer per vijf jaar. Dit beperkt de mogelijkheid dat corporatiewoningen tijdelijk worden bewoond door mensen buiten hun doelgroep en voor boven de sociale huurprijs.
Anderzijds wordt hiermee alsnog tegemoet gekomen aan de behoefte vanuit corporaties die dit in bijzondere gevallen willen kunnen toestaan. De aanvrager die de woning tijdelijk achterlaat moet ingeschreven staan op het betreffende woonadres. De tijdelijke bewoner mag tijdens de periode niet op een ander woonadres in Amsterdam staan ingeschreven. Bij een huurwoning is altijd toestemming nodig van de verhuurder. Om te zorgen dat deze regeling daadwerkelijk tijdelijke woonplekken oplevert en leegstand tegengaat kiest het college ervoor om geen meldplicht of vergunningplicht te introduceren voor korte huisbewaring. Hoewel dit het risico op misbruik van de regeling iets vergroot, heeft het als grote voordeel dat daardoor veel Amsterdammers tijdelijk onderdak kunnen krijgen en onnodige leegstand voorkomen wordt.
-
Regels voor woningdelen en inwoning herzien; Een woonplek vinden in Amsterdam is bijzonder moeilijk. Het gebrek aan passende en betaalbare woningen is erg groot. Woningdelen kan bijdragen aan het creëren van meer woonplekken. Maar woningdelen schuurt soms ook met andere uitgangspunten. Het kan leiden tot meer overlast voor andere Amsterdammers. We willen grote woningen beschikbaar houden voor gezinnen en de huurrechten van woningdelers goed beschermen. We hebben dus gezocht naar maatregelen die in balans zijn: woningdelen makkelijker maken én de leefbaarheid in de stad beschermen. Voorgesteld wordt om de regels voor inwoning/hospitaverhuur te verruimen. Het college wil de termijn waarna iemand mag komen inwonen verkorten van twee naar één jaar. Dit betekent dat een huishouden al na één jaar een ander huishouden in huis mag nemen, in plaats van na twee jaar. Verder wordt inwoning direct, dus niet pas na één jaar, toestaan als het inwoning verlenende of het inwonende huishouden getrouwd is of een geregistreerd partnerschap heeft. Ten derde wil het college inwoning van twee huishoudens toestaan (in
Pagina 52 van 65
plaats van maximaal één inwonend huishouden) als het gaat om familie tot en met de vierde graad of als er sprake is van mantelzorg. Naast het huishouden van de hoofdbewoner mogen dan dus twee andere huishoudens komen inwonen. Een huishouden kan uit meerdere personen bestaan. Het kan bijvoorbeeld gaan om een gezin met kinderen. Woningdelen door drie personen willen we stimuleren en makkelijker maken. Voorgesteld wordt om een plusquotum voor vergunningen voor omzetting naar drie onzelfstandige woonruimten in te voeren. Dat betekent dat als het algemene wijkquotum (waarin geen onderscheid wordt gemaakt naar aantal kamers) vol is, er een beperkt aantal extra vergunningen per wijk beschikbaar zijn. Dit geldt alleen voor een omzetting naar drie onzelfstandige woonruimten. Per wijk komen gemiddeld 55 extra plekken en in totaal circa 6000 plekken beschikbaar in het quotum. Het voorstel om de leges bij omzettingsvergunningen voor drie onzelfstandige woonruimten af te schaffen of drastisch te verlagen wordt meegenomen voor de aanstaande wijziging van de Legesverordening Amsterdam. Dat proces loopt parallel aan de wijziging van de Huisvestingsverordening. Door de leges te verlagen willen we de drempel om een vergunning aan te vragen verlagen. Het delen van een huis met bijvoorbeeld drie vrienden maken we op die manier makkelijker.
De gemeente wil de vergunning om te woningdelen met drie personen niet helemaal afschaffen (vergunningvrij maken), omdat we dan niet meer kunnen sturen op de samenstelling van de woningvoorraadwijkquota. Financiering voor het verlaagde legestarief is, voorlopig incidenteel tot en met 1 januari 2026, gevonden binnen het budget van de Directie Wonen. Voorgesteld zal worden om het legestarief te verlagen tot € 31,- of € 62,-, een verlaging van ongeveer € 600,- per vergunning. Op dit moment worden ongeveer 20 omzettingsvergunningen per maand verleend, waarvan ongeveer 60% voor omzetting naar drie onzelfstandige woonruimten. Uitgaande van 12 x 12 = 144 omzettingsvergunningen voor drie onzelfstandige woonruimten op jaarbasis gaat het om een bedrag van grofweg 144 x € 600,00 = € 86.400,- per jaar. Bij de daadwerkelijke wijziging van legesverordening door de gemeenteraad zullen de definitieve financiële gevolgen kenbaar zijn. -
Tijdelijke verplaatsing woonboten met B&B als gevolg van kadeherstel; De komende jaren ligt bij werkzaamheden in de openbare ruimte in Amsterdam er een grote en urgente opgave bij het onderhouden en herstellen van de bruggen en kademuren. Hierdoor zullen de komende tientallen jaren naar schatting 2800 woonboten tijdelijk moeten worden verplaatst om ruimte te maken voor onderhouds- en herstelwerkzaamheden. Een verplaatste woonboot blijft gemiddeld twee jaar liggen op de tijdelijke ligplaats alvorens terug te verhuizen naar de vaste/oude ligplaats. Gezien het langdurige hersteltraject van Amsterdamse kades en bruggen en het aantal woonboten met een B&B dat te zijner tijd verplaatst moet worden, naar schatting 190, is het wenselijk hierover regels op te nemen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2025. Het college wil niet dat een voor de eigenaar al ingrijpende tijdelijke verhuizing nog meer wordt belast door mogelijk extra procedure obstakels voor de B&B. Het voorstel is dat een B&B tijdelijk mag worden geëxploiteerd op een andere ligplaats. Er vindt geen toetsing plaats aan het wijkquotum.
Vervolgproces Na verwerking van uw advies en de reacties uit de inspraakronde, worden definitieve voorstellen gedaan aan de gemeenteraad voor vaststelling. Besluitvorming voor definitieve wijzigingsvoorstellen voor de Huisvestingsverordening per 1 januari 2025 volgt in het najaar. Aan het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum wordt gevraagd uiterlijk 15 juli 2024 advies uit te brengen over de beleidsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2025.
Pagina 53 van 65
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier -indien van toepassing- t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
De door het college van B&W voorgestelde wijzigingen in 2025 van de Huisvestingsverordening Amsterdam leiden niet allemaal tot daadwerkelijk ander uitvoeringsbeleid. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum reageert dan ook alleen op een aantal voor het stadsdeel belangrijke onderwerpen.
A. Woonruimteverdeling Alle middeldure huurwoningen huisvestingsvergunningsplichtig maken Met de komst van de Wet betaalbare huur gaat er een maximale huur gelden voor middeldure huurwoningen. Met dit voorstel wordt het instellen van een huisvestingsvergunning voor middenhuur juridisch verankerd in de huisvestingsverordening. Het dagelijks bestuur staat positief tegenover het voorstel een huisvestingsvergunning ook verplicht te maken bij de verhuur van middeldure huurwoningen (tot 186 WWS-punten). Daardoor kunnen ook middeldure huurwoningen bij mutatie passend, aan huishoudens met een middeninkomen, worden toegewezen. Maatwerk passendheidscriteria ten aanzien van koppeling huishoudgrootte en vierkante meters In de huidige HVV geldt minimaal 61 m2 en drie kamers voor kleine gezinnen en 70 m2 en vier kamers voor grote gezinnen met drie of meer minderjarige kinderen. Het voorstel is om gemotiveerd van deze toewijzingscriteria af te kunnen wijken wanneer een woning enkele vierkante meters te klein is maar de plattegrond wel geschikt is voor een gezin. Het dagelijks bestuur staat positief tegenover het binnen bepaalde marges afwijken van de criteria waardoor meer gezinnen voor een woning in aanmerking kunnen komen.
Nieuwe urgentiecategorie Actiecentrum Veiligheid en Zorg-doelgroep Het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) mag op jaarbasis 10 cliënten voordragen voor een urgentie. Deze AcVZ-doelgroep zal net als de bestaande urgentie ‘uitstroom uit de Maatschappelijke Opvang of Beschermd Wonen’ (uitstroom MO/BW) met een omklapcontract worden gehuisvest. Dit betekent dat voor deze groep een urgentie zal worden verleend onder opschortende voorwaarden waarbij het huurcontract eerst op naam van de zorgverlener zal worden gezet alvorens het wordt ‘omgeklapt’ op naam van de persoon. Het dagelijks bestuur staat positief tegenover het toevoegen van deze doelgroep aan urgente doelgroepen omdat de verwachting is dat dit zal bijdragen aan een afname van overlastgevend en delinquent gedrag. Toewijzingsregels voor particuliere flexcomplexen Flexcomplexen kunnen ontwikkeld of beheerd worden door corporaties, maar ook door particulieren. Op dit moment geldt volgens de HVV voor de toewijzing van sociale huurwoningen die geen eigendom zijn van corporaties enkel een inkomenseis. Daarom wordt voorgesteld om per 1 januari 2025 voorrangsregels op te nemen die van toepassing kunnen zijn op particuliere flexcomplexen. Per complex zal uiteindelijk bekeken worden welke doelgroepenmix gewenst is.
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum ziet deze wijziging als een logische stap om op deze manier meer statushouders te kunnen huisvesten. Wijziging van de voorrang voor rolstoelgebruikers Bij toewijzing van rolstoelwoningen met 3 kamers geldt er voorrang voor gezinnen met 1 of 2 kinderen. Deze voorrang is echter belemmerend voor huishoudens zonder kinderen met verhuismotivatie acuut of dringend. Het voorstel is daarom de voorrang voor gezinnen met kinderen voor rolstoelwoningen met drie kamers te schrappen om huishoudens zonder kinderen die acuut of dringend dienen te verhuizen meer kans te geven op een rolstoelwoning. Het dagelijks bestuur is voorstander van het als eerste in aanmerking laten komen van de acute en dringende gevallen. Uitbreiding definitie ‘gemengde wooncomplexen’ Sinds 2015 worden gemengde wooncomplexen gebouwd in samenwerking met corporaties, waarbij kwetsbare huishoudens samenwonen met niet-kwetsbare jongeren. Het voorstel is om ook huishoudens die Pagina 54 van 65
niet horen tot de doelgroep niet-kwetsbare jongeren (= tot 27 jaar) op basis van motivatie en geschiktheid een woning aan te bieden in gemengde flexcomplexen. Omdat het huisvesten van geschikte en gemotiveerde “ondersteuners” deze gemengde complexen versterken, is het dagelijks bestuur voorstander van deze wijziging.
B. Woonruimtevoorraad Vrijstellen huizenruil zonder enige vorm van betaling Het college heeft aangegeven dat huizenruil zonder enige vorm van betaling niet onder de vakantieverhuurregels valt. Bij betaling kan het gaan om geld maar ook om een bepaalde puntenwaardering bij huizenruil. Om de vorm huizenruil zonder enige vorm van betaling mogelijk te maken wordt de Huisvestingsverordening aangepast. Omdat niet duidelijk is wat het effect van dit voorstel is, stelt dagelijks bestuur voor om na twee jaar deze beleidswijziging te evalueren; het gaat hierbij om hoeveel woningen via deze vorm van huizenruil worden ingezet en of dit extra druk op het toerisme te weeg brengt. Kort verblijf in woningen toestaan (korte huisbewaring) Een van de doelstellingen is het creëren van meer woonruimte in de bestaande woningvoorraad. Deze wijziging van de Huisvestingsverordening heeft tot doel om ‘korte huisbewaring’ van 3 tot 6 maanden juridisch mogelijk te maken. Deze mogelijkheid zou onder andere een uitkomst kunnen zijn voor mensen die met spoed een woning zoeken zoals economisch daklozen, gescheiden mensen en studenten. Het dagelijks bestuur kan zich vinden dit voorstel waarbij Amsterdammers tijdelijk onderdak kunnen krijgen en onnodige leegstand voorkomen wordt.
Regels voor woningdelen en inwoning herzien Om het aantal woonplekken in de stad te laten groeien, wordt voorgesteld om de regels voor inwonen en kamergewijze verhuur te versoepelen. Stadsdeel Centrum heeft, behalve in de wijken Burgwallen Oude Zijde en Burgwallen Nieuwe Zijde, nog ruim voldoende quotum. Het dagelijks bestuur staat positief tegenover het benutten van bestaande woningen maar het toevoegen van een plusquotum zal vooral effect hebben op de Burgwallen Oude Zijde en Burgwallen Nieuwe Zijde. En dat zijn net de wijken waar het toevoegen van extra quotum effect kan hebben op de leefbaarheid. Het dagelijks bestuur adviseert daarom om het plusquotum niet door te voeren in stadsdeel Centrum.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
Het concept advies van het dagelijks bestuur is besproken in de stadsdeelcommissie van 16 juli 2024.
Finaal advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
De door het college van B&W voorgestelde wijzigingen in 2025 van de Huisvestingsverordening Amsterdam leiden niet allemaal tot daadwerkelijk ander uitvoeringsbeleid. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum reageert dan ook alleen op een aantal voor het stadsdeel belangrijke onderwerpen. A.
Woonruimteverdeling
• Alle middeldure huurwoningen huisvestingsvergunningsplichtig maken Met de komst van de Wet betaalbare huur gaat er een maximale huur gelden voor middeldure huurwoningen. Met dit voorstel wordt het instellen van een huisvestingsvergunning voor middenhuur juridisch verankerd in de huisvestingsverordening. Het dagelijks bestuur staat positief tegenover het voorstel een huisvestingsvergunning ook verplicht te maken bij de verhuur van middeldure huurwoningen (tot 186 WWS-punten). Daardoor kunnen ook middeldure huurwoningen bij mutatie passend, aan huishoudens met een middeninkomen, worden toegewezen.
Pagina 55 van 65
• Maatwerk passendheidscriteria ten aanzien van koppeling huishoudgrootte en vierkante meters In de huidige HVV geldt minimaal 61 m2 en drie kamers voor kleine gezinnen en 70 m2 en vier kamers voor grote gezinnen met drie of meer minderjarige kinderen. Het voorstel is om gemotiveerd van deze toewijzingscriteria af te kunnen wijken wanneer een woning enkele vierkante meters te klein is maar de plattegrond wel geschikt is voor een gezin. Het dagelijks bestuur staat positief tegenover het binnen bepaalde marges afwijken van de criteria waardoor meer gezinnen voor een woning in aanmerking kunnen komen. • Nieuwe urgentiecategorie Actiecentrum Veiligheid en Zorg-doelgroep Het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) mag op jaarbasis 10 cliënten voordragen voor een urgentie. Deze AcVZdoelgroep zal net als de bestaande urgentie ‘uitstroom uit de Maatschappelijke Opvang of Beschermd Wonen’ (uitstroom MO/BW) met een omklapcontract worden gehuisvest. Dit betekent dat voor deze groep een urgentie zal worden verleend onder opschortende voorwaarden waarbij het huurcontract eerst op naam van de zorgverlener zal worden gezet alvorens het wordt ‘omgeklapt’ op naam van de persoon. Het dagelijks bestuur staat positief tegenover het toevoegen van deze doelgroep aan urgente doelgroepen omdat de verwachting is dat dit zal bijdragen aan een afname van overlastgevend en delinquent gedrag.
• Toewijzingsregels voor particuliere flexcomplexen Flexcomplexen kunnen ontwikkeld of beheerd worden door corporaties, maar ook door particulieren. Op dit moment geldt volgens de HVV voor de toewijzing van sociale huurwoningen die geen eigendom zijn van corporaties enkel een inkomenseis. Daarom wordt voorgesteld om per 1 januari 2025 voorrangsregels op te nemen die van toepassing kunnen zijn op particuliere flexcomplexen. Per complex zal uiteindelijk bekeken worden welke doelgroepenmix gewenst is. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum ziet deze wijziging als een logische stap om op deze manier meer statushouders te kunnen huisvesten. • Wijziging van de voorrang voor rolstoelgebruikers Bij toewijzing van rolstoelwoningen met 3 kamers geldt er voorrang voor gezinnen met 1 of 2 kinderen. Deze voorrang is echter belemmerend voor huishoudens zonder kinderen met verhuismotivatie acuut of dringend. Het voorstel is daarom de voorrang voor gezinnen met kinderen voor rolstoelwoningen met drie kamers te schrappen om huishoudens zonder kinderen die acuut of dringend dienen te verhuizen meer kans te geven op een rolstoelwoning. Het dagelijks bestuur is voorstander van het als eerste in aanmerking laten komen van de acute en dringende gevallen.
• Uitbreiding definitie ‘gemengde wooncomplexen’ Sinds 2015 worden gemengde wooncomplexen gebouwd in samenwerking met corporaties, waarbij kwetsbare huishoudens samenwonen met niet-kwetsbare jongeren. Het voorstel is om ook huishoudens die niet horen tot de doelgroep niet-kwetsbare jongeren (= tot 27 jaar) op basis van motivatie en geschiktheid een woning aan te bieden in gemengde flexcomplexen. Omdat het huisvesten van geschikte en gemotiveerde “ondersteuners” deze gemengde complexen versterken, is het dagelijks bestuur voorstander van deze wijziging. B. Woonruimtevoorraad • Vrijstellen huizenruil zonder enige vorm van betaling Het college heeft aangegeven dat huizenruil zonder enige vorm van betaling niet onder de vakantieverhuurregels valt. Bij betaling kan het gaan om geld maar ook om een bepaalde puntenwaardering bij huizenruil. Om de vorm huizenruil zonder enige vorm van betaling mogelijk te maken wordt de Huisvestingsverordening aangepast. Omdat niet duidelijk is wat het effect van dit voorstel is, stelt dagelijks bestuur voor om na twee jaar deze beleidswijziging te evalueren; het gaat hierbij om hoeveel woningen via deze vorm van huizenruil worden ingezet en of dit extra druk op het toerisme te weeg brengt. • Kort verblijf in woningen toestaan (korte huisbewaring) Een van de doelstellingen is het creëren van meer woonruimte in de bestaande woningvoorraad.
Deze wijziging van Pagina 56 van 65
de Huisvestingsverordening heeft tot doel om ‘korte huisbewaring’ van 3 tot 6 maanden juridisch mogelijk te maken. Deze mogelijkheid zou onder andere een uitkomst kunnen zijn voor mensen die met spoed een woning zoeken zoals economisch daklozen, gescheiden mensen en studenten. Het dagelijks bestuur kan zich vinden dit voorstel waarbij Amsterdammers tijdelijk onderdak kunnen krijgen en onnodige leegstand voorkomen wordt. • Regels voor woningdelen en inwoning herzien Om het aantal woonplekken in de stad te laten groeien, wordt voorgesteld om de regels voor inwonen en kamergewijze verhuur te versoepelen. Stadsdeel Centrum heeft, behalve in de wijken Burgwallen Oude Zijde en Burgwallen Nieuwe Zijde, nog ruim voldoende quotum. Het dagelijks bestuur staat positief tegenover het benutten van bestaande woningen maar het toevoegen van een plusquotum zal vooral effect hebben op de Burgwallen Oude Zijde en Burgwallen Nieuwe Zijde. En dat zijn net de wijken waar het toevoegen van extra quotum effect kan hebben op de leefbaarheid. Het dagelijks bestuur adviseert daarom om het plusquotum niet door te voeren in stadsdeel Centrum.
Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Wijzigingsvoorstel HVV 2024 per 1 januari 2025 Portefeuille: Volkshuisvesting Directie: Wonen Datum behandeling staf WH 13 mei 2024 Datum adviesaanvraag: 3 juni 2024 Deadline ontvangst advies: 15 juli 2024 Advies mailen naar: s.hamimid@amsterdam.nl, s.toorenburg@amsterdam.nl en j.frielink@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Huisvestingsverordening, Nadere regels Heeft er consultatie vooraf Wetgevingsagenda is besproken in het BOSS van 13 mei 2024 plaatsgevonden?
Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: West Procesbegeleider: Rian Lelieveld Datum weekstart/staf: 17 juni 2024 bespreking stadsdeelbestuurder Thomas Hermans Datum stadsdeelcommissie: 2 juli 2024 oordeelsvormend
16 juli 2024 besluitvormend Datum dagelijks bestuur: Registratienr. (optioneel):
25 juni 2024 …
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022: (art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of -
(art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in.
DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende
Pagina 57 van 65
standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5)
Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur
Het college geeft voorgenomen beleidsvoorstellen ter wijziging van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2025 vrij voor inspraak. Het voorstel omvat onder meer het invoeren van een vergunningplicht voor middeldure huurwoningen, introductie van urgentie voor de Actiecentrum Veiligheid en Zorg-doelgroep en wijziging van de voorrangregels voor rolstoelgebruikers. Ook worden er o.a. voorstellen gedaan ten aanzien van vakantiewoningruil, regels voor kortdurende huisbewaring en versoepeling van de regels voor inwoning. De belangrijkste voorstellen voor wijziging van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (HVV) per 1 januari 2025 zijn: m. Woonruimteverdeling -
Alle middeldure huurwoningen huisvestingsvergunningsplichtig maken Met de komst van de Wet betaalbare huur gaat er een maximale huur gelden voor middeldure huurwoningen. Invoering van deze wet staat gepland voor 1 juli 2024. Om te zorgen dat deze woningen verhuurd worden aan huishoudens met een middeninkomen is het voorstel om de huisvestingsvergunningsplicht uit te breiden met de categorie ‘middeldure huurwoning’. Het gaat om woningen in de bestaande voorraad met een huurprijs van €879,66 tot en met €1.165,81 (prijspeil: 2024). Het gaat om woningen tot en met 186 punten volgens het woningwaarderingsstelsel. Middeninkomens zijn huishoudens met een inkomen tot €75.362 voor eenpersoonshuishoudens en €82.921 voor meerpersoonshuishoudens. Voor een goede uitvoering van de vergunningplicht moet de vergunningverlening op orde zijn. Het instellen van toezicht en handhaving is daarnaast noodzakelijk. Gedurende 2024 moet de implementatie worden voorbereid. Dit traject staat los van de voorliggende juridische verankering in de huisvestingsverordening. De inwerkingtreding van de wijziging volgt op een datum die het college geschikt acht. Die bevoegdheid wordt door de gemeenteraad aan het college gedelegeerd.
-
Maatwerk passendheidscriteria ten aanzien van koppeling huishoudgrootte en vierkante meters Op dit moment kent de Huisvestingsverordening 2024 (HVV) bepaalde passendheidscriteria voor gezinnen. Grotere sociale huurwoningen met een minimaal aantal kamers en minimaal aantal vierkante meters worden met voorrang toegewezen aan grote of kleine gezinnen. De praktijk leert dat de huidige voorrang niet altijd goed past bij de woonruimteverdeling van Amsterdam en bij de doelen van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting. Door het ontbreken van een afwijkingsbevoegdheid komen woningen die wel geschikt zouden zijn voor gezinnen soms niet terecht bij deze gezinnen. Om die reden is het voorstel om in de HVV een pilot voor twee jaar op te nemen dat corporaties de mogelijkheid biedt om maatwerk toe te passen en van de bestaande passendheidscriteria af te wijken. De huidige passendheidscriteria blijven wel het uitgangspunt en blijven opgenomen in de HVV. De verwachting is dat er hierdoor meer woningen met voorrang aan gezinnen worden toegewezen. Na twee jaar wordt onderzocht of de maatregel daadwerkelijk tot meer woningen voor gezinnen leidt.
-
Nieuwe urgentiecategorie Actiecentrum Veiligheid en Zorg-doelgroep In de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting staat opgenomen dat de bestaande groep die urgentie krijgt nog wordt uitgebreid met de groep Amsterdammers met een bepaalde openbare orde en veiligheidsachtergrond. Naast de meest kwetsbare daklozen is dit de laatste groep die nog aan de urgente doelgroepen wordt toegevoegd. Het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) mag op jaarbasis 10 cliënten voordragen voor een urgentie. Deze AcVZ-doelgroep zal net als de bestaande urgentie ‘uitstroom uit de Maatschappelijke Opvang of Beschermd Wonen’ (uitstroom MO/BW) met een omklapcontract worden gehuisvest. Dit betekent dat er ook voor deze groep een urgentie zal worden verleend onder opschortende voorwaarden waarbij het huurcontract eerst op naam van de zorgverlener zal worden gezet alvorens het wordt ‘omgeklapt’ op naam
Pagina 58 van 65
van de persoon. Het gaat om personen die door het AcVZ worden voorgedragen en zijn opgenomen in een persoonsgerichte aanpak van het AcVZ voor wie stabiele zelfstandige huisvesting met begeleiding cruciaal is om een duurzame verandering op meerdere leefgebieden te bewerkstellingen en een belangrijke factor is in het beëindigen van crimineel gedrag en/of het afhankelijk blijven van een crimineel netwerk. De ervaring leert dat het ontbreken van woonperspectief er voor deze groep toe leidt dat het moeilijk is om stappen te blijven zetten richting meer perspectief en stabiliteit. Het verlenen van urgentie zal naar verwachting bijdragen aan een afname van overlastgevend en delict gedrag. Na twee jaar wordt het toevoegen van deze doelgroep geëvalueerd. -
Toewijzingsregels voor particuliere flexcomplexen Het plan is om de komende drie jaar 2.500 - 3.000 flexwoningen (tijdelijke woningen) te realiseren in drie tranches. Dit is om te voldoen aan de grote vraag naar betaalbare woningen. Daarnaast is het doel om minimaal 30% van deze woningen toe te wijzen aan statushouders, om zo te voldoen aan de taakstelling vanuit het Rijk. De overige woningen worden toegewezen aan reguliere woningzoekenden die met spoed op zoek zijn naar een woning, waaronder jongeren, mensen uit specifieke beroepsgroepen en economisch daklozen. De flexcomplexen kunnen ontwikkeld of beheerd worden door corporaties, maar ook door particulieren. Op dit moment geldt volgens de HVV voor de toewijzing van sociale huurwoningen die geen eigendom zijn van corporaties enkel een inkomenseis. Dit betekent dat het niet mogelijk is om groepen, waaronder statushouders, met voorrang te huisvesten in flexcomplexen die niet in eigendom zijn van corporaties. Dit geldt ook voor het nog op te leveren complex Riekerpark, waarbij de units in eigendom zijn van de gemeente. Het is volgens de Huisvestingswet ook uitgesloten om voorrang aan specifieke groepen te regelen in anterieure overeenkomsten. Toewijzingsregels kunnen alleen worden opgenomen in een huisvestingsverordening.
Daarom wordt voorgesteld om per 1 januari 2025 voorrangsregels op te nemen die van toepassing kunnen zijn op particuliere flexcomplexen. Per complex zal uiteindelijk bekeken worden welke doelgroepenmix gewenst is.
-
Wijziging van de voorrang voor rolstoelgebruikers Rolstoelgebruikers die een rolstoelwoning zoeken krijgen een label acuut, dringend of noodzakelijk afhankelijk van de ernst van hun woonsituatie. Daarnaast gelden er passendheidslabels voor grote rolstoelwoningen die met voorrang gaan naar huishoudens met kinderen. Het voorstel is nu om de voorrang voor gezinnen met 1 of 2 kinderen voor rolstoelwoningen met 3 kamers te laten vervallen. De voorrang is namelijk belemmerend voor huishoudens zonder kinderen met verhuismotivatie acuut of dringend. Bij het reageren op een vrijkomende rolstoelwoning met 3 kamers werden ze ‘ingehaald’ door huishoudens met 1 of 2 kinderen die noodzakelijk zijn. Hierdoor bleven Amsterdammers bijvoorbeeld langer in het revalidatiecentrum liggen dan nodig. De verkeerde beddenproblematiek werd met de voorrang vergroot. Voortaan komen voor rolstoelwoningen met 3 kamers als eerste rolstoelgebonden woningzoekenden die acuut dienen te verhuizen aan de beurt, daarna volgt de categorie dringend en tot slot komen huishoudens met rolstoelwoningindicatie noodzakelijk.
-
Uitbreiding definitie ‘gemengde wooncomplexen’ Sinds 2015 worden gemengde wooncomplexen gebouwd in samenwerking met corporaties, waarbij kwetsbare huishoudens samenwonen met niet-kwetsbare jongeren. Volgens de huidige definitie in de HVV kunnen de woningcorporaties de woningen voor de niet-kwetsbare jongeren in deze gemengde complexen toewijzen op basis van de motivatie en geschiktheid van deze jongeren om de kwetsbare bewoners te ondersteunen. Zowel bij de te realiseren flexcomplexen (BrasaVillage) als bij het realiseren van Lang Leven Thuis Flats is er de wens om ook niet-kwetsbare huishoudens die ouder zijn dan 27 jaar te huisvesten in gemengde complexen. Ook hier is er een wens om de kandidaat-huurders te toetsen op motivatie. De definitie van gemengd wonencomplex in de HVV wordt daarom uitgebreid, zodat ook gemotiveerde kandidaten van boven de 27 jaar daar kunnen gaan wonen.
Pagina 59 van 65
n. Woonruimtevoorraad -
Vrijstellen huizenruil zonder enige vorm van betaling Woningen zijn om in te wonen, aldus de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting. Daarom reguleren we het gebruik van de woningvoorraad, ook bij toeristisch gebruik van woningen. De laatste tijd is huizenruil als vorm van toeristisch gebruik in opkomst. Alle vormen van kortdurend verblijf hebben invloed op de woningvoorraad en op de leefbaarheid in wijken en buurten. Na Airbnb is HomeExchange inmiddels de tweede aanbieder van woningen voor toeristisch verblijf in de stad. In de raadsinformatiebrief van 23 april 2024 over de afhandeling van de moties 665.23 en 697.23 heeft het college aangegeven dat huizenruil zonder enige vorm van betaling niet onder de vakantieverhuurregels valt. Om deze vorm van huizenruil mogelijk te maken moet de Huisvestingsverordening wel nog worden aangepast. Deze vorm van in gebruik geven van de woning valt namelijk wel onder woningonttrekking. Er is pas sprake van wonen als je langer dan zes maanden ergens verblijft. Voorgesteld wordt om voor kortdurend verblijf ten behoeve van huizenruil zonder enige vorm van betaling een vrijstelling van de woningonttrekkingsvergunningplicht op te nemen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2025.
-
Kort verblijf in woningen toestaan (korte huisbewaring); Eén van de doelstellingen van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting is het creëren van meer woonruimte in de bestaande woningvoorraad. Dit kan door bewoners toe te staan om hun woning tijdelijk in gebruik te geven aan iemand anders als zij een aantal maanden afwezig zijn door bijvoorbeeld een lange reis of uitwisselingssemester. Deze mogelijkheid zou onder andere een uitkomst kunnen zijn voor mensen die met spoed een woning zoeken zoals economisch daklozen, gescheiden mensen en studenten. Op dit moment is dit echter nog niet toegestaan in de Huisvestingsverordening omdat het, afhankelijk van de situatie, formeel onder woningonttrekking en/of toeristische verhuur valt. Voor beiden geldt een vergunningplicht die voor deze situaties niet worden verleend. Om dit toch mogelijk te maken is het voorliggende voorstel om het tijdelijk in gebruik geven van je woning vrij te stellen van de vergunningplicht voor onttrekking en toeristische verhuur. Deze vrijstelling geldt voor maximaal één aaneengesloten periode van minimaal drie tot maximaal zes maanden. Voor particuliere woningen wordt dit voor één keer per jaar vrijgesteld en voor corporatiewoningen één keer per vijf jaar. Dit beperkt de mogelijkheid dat corporatiewoningen tijdelijk worden bewoond door mensen buiten hun doelgroep en voor boven de sociale huurprijs.
Anderzijds wordt hiermee alsnog tegemoetgekomen aan de behoefte vanuit corporaties die dit in bijzondere gevallen willen kunnen toestaan. De aanvrager die de woning tijdelijk achterlaat moet ingeschreven staan op het betreffende woonadres. De tijdelijke bewoner mag tijdens de periode niet op een ander woonadres in Amsterdam staan ingeschreven. Bij een huurwoning is altijd toestemming nodig van de verhuurder. Om te zorgen dat deze regeling daadwerkelijk tijdelijke woonplekken oplevert en leegstand tegengaat kiest het college ervoor om geen meldplicht of vergunningplicht te introduceren voor korte huisbewaring. Hoewel dit het risico op misbruik van de regeling iets vergroot, heeft het als grote voordeel dat daardoor veel Amsterdammers tijdelijk onderdak kunnen krijgen en onnodige leegstand voorkomen wordt.
-
Regels voor woningdelen en inwoning herzien; Een woonplek vinden in Amsterdam is bijzonder moeilijk. Het gebrek aan passende en betaalbare woningen is erg groot. Woningdelen kan bijdragen aan het creëren van meer woonplekken. Maar woningdelen schuurt soms ook met andere uitgangspunten. Het kan leiden tot meer overlast voor andere Amsterdammers. We willen grote woningen beschikbaar houden voor gezinnen en de huurrechten van woningdelers goed beschermen. We hebben dus gezocht naar maatregelen die in balans zijn: woningdelen makkelijker maken én de leefbaarheid in de stad beschermen. Voorgesteld wordt om de regels voor inwoning/hospitaverhuur te verruimen. Het college wil de termijn waarna iemand mag komen inwonen verkorten van twee naar één jaar. Dit betekent dat een huishouden al na één jaar een ander huishouden in huis mag nemen, in plaats van na twee jaar. Verder wordt inwoning direct,
Pagina 60 van 65
dus niet pas na één jaar, toestaan als het inwoning verlenende of het inwonende huishouden getrouwd is of een geregistreerd partnerschap heeft. Ten derde wil het college inwoning van twee huishoudens toestaan (in plaats van maximaal één inwonend huishouden) als het gaat om familie tot en met de vierde graad of als er sprake is van mantelzorg. Naast het huishouden van de hoofdbewoner mogen dan dus twee andere huishoudens komen inwonen. Een huishouden kan uit meerdere personen bestaan. Het kan bijvoorbeeld gaan om een gezin met kinderen. Woningdelen door drie personen willen we stimuleren en makkelijker maken. Voorgesteld wordt om een plusquotum voor vergunningen voor omzetting naar drie onzelfstandige woonruimten in te voeren. Dat betekent dat als het algemene wijkquotum (waarin geen onderscheid wordt gemaakt naar aantal kamers) vol is, er een beperkt aantal extra vergunningen per wijk beschikbaar zijn. Dit geldt alleen voor een omzetting naar drie onzelfstandige woonruimten. Per wijk komen gemiddeld 55 extra plekken en in totaal circa 6000 plekken beschikbaar in het quotum. Het voorstel om de leges bij omzettingsvergunningen voor drie onzelfstandige woonruimten af te schaffen of drastisch te verlagen wordt meegenomen voor de aanstaande wijziging van de Legesverordening Amsterdam. Dat proces loopt parallel aan de wijziging van de Huisvestingsverordening.
Door de leges te verlagen willen we de drempel om een vergunning aan te vragen verlagen. Het delen van een huis met bijvoorbeeld drie vrienden maken we op die manier makkelijker. De gemeente wil de vergunning om te woningdelen met drie personen niet helemaal afschaffen (vergunningvrij maken), omdat we dan niet meer kunnen sturen op de samenstelling van de woningvoorraadwijkquota. Financiering voor het verlaagde legestarief is, voorlopig incidenteel tot en met 1 januari 2026, gevonden binnen het budget van de Directie Wonen. Voorgesteld zal worden om het legestarief te verlagen tot € 31,- of € 62,-, een verlaging van ongeveer € 600,- per vergunning. Op dit moment worden ongeveer 20 omzettingsvergunningen per maand verleend, waarvan ongeveer 60% voor omzetting naar drie onzelfstandige woonruimten. Uitgaande van 12 x 12 = 144 omzettingsvergunningen voor drie onzelfstandige woonruimten op jaarbasis gaat het om een bedrag van grofweg 144 x € 600,00 = € 86.400,- per jaar. Bij de daadwerkelijke wijziging van legesverordening door de gemeenteraad zullen de definitieve financiële gevolgen kenbaar zijn. -
Tijdelijke verplaatsing woonboten met B&B als gevolg van kadeherstel; De komende jaren ligt bij werkzaamheden in de openbare ruimte in Amsterdam er een grote en urgente opgave bij het onderhouden en herstellen van de bruggen en kademuren. Hierdoor zullen de komende tientallen jaren naar schatting 2800 woonboten tijdelijk moeten worden verplaatst om ruimte te maken voor onderhouds- en herstelwerkzaamheden. Naar schatting gaat het om 190 woonboten met een B&B die gemiddeld twee jaar zullen liggen op de tijdelijke ligplaats alvorens terug te verhuizen naar de vaste/oude ligplaats. Het college wil niet dat een voor de eigenaar al ingrijpende tijdelijke verhuizing nog meer wordt belast door mogelijk extra procedure obstakels voor de B&B. Het voorstel is dat een B&B tijdelijk mag worden geëxploiteerd op een andere ligplaats. Er vindt geen toetsing plaats aan het wijkquotum.
Vervolgproces Na verwerking van uw advies en de reacties uit de inspraakronde, worden definitieve voorstellen gedaan aan de gemeenteraad voor vaststelling. Besluitvorming voor definitieve wijzigingsvoorstellen voor de Huisvestingsverordening per 1 januari 2025 volgt in het najaar. Aan het dagelijks bestuur van stadsdeel West wordt gevraagd uiterlijk 16 juli 2024 advies uit te brengen over de beleidsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2025.
Pagina 61 van 65
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier -indien van toepassing- t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
In zijn algemeenheid kan het stadsdeel zich vinden in het merendeel van de wijzigingen die worden voorgesteld voor de HVV 2025. Het stadsdeel is wel kritisch over de verruiming van de regels voor woningdelen. Woonruimteverdeling Alle middeldure huurwoningen huisvestingsvergunningsplichtig maken De Wet Betaalbare Huur gaat ervoor zorgen dat een groter deel van de woningvoorraad in West gereguleerd wordt. Met de wet is een dwingend instrument beschikbaar waarmee te hoge huurprijzen omlaag kunnen. Het stadsdeel ziet dit als een belangrijke stap om meer grip te krijgen de overspannen woningmarkt en is positief over de mogelijkheden. Het vergunningsplichtig maken van huurwoningen tot 186 WWS-punten is in voorbereiding op de Wet Betaalbare Huur. Bij de behandeling van deze wet is een motie aangenomen die bepaalt dat de gemeentelijke handhaving alsmede de verplichte puntentelling voor verhuurders pas per 1 januari 2025 in werking treedt in plaats van 1 juli 2024. Dit geeft gemeenten en verhuurders meer tijd om zich voor te bereiden. De huurprijs wordt dus gereguleerd vanaf 1 januari 2025. p het laatste moment is een motie aangenomen Daarbij wil West aandacht vragen voor handhaving en goede communicatie en informatie richting huurders.
Maatwerk passendheidscriteria ten aanzien van koppeling huishoudgrootte en vierkante meters Nu geldt minimaal 61 m2 en drie kamers voor kleine gezinnen en 70 m2 en vier kamers voor grote gezinnen met drie of meer minderjarige kinderen. Het voorstel is om gemotiveerd van deze toewijzingscriteria af te kunnen wijken wanneer een woning bijvoorbeeld enkele vierkante meters te klein is, maar de plattegrond wel geschikt is voor een gezin. Stadsdeel West kan het waarderen dat er pragmatisch wordt omgegaan met de passendheidscriteria voor gezinnen en daarnaast kan de voorgestelde pilot kan de huisvesting van gezinnen vergemakkelijken. Het stadsdeel wil wel benadrukken dat (te) kleine woningen voor gezinnen geen standaard moeten worden, het zou alleen kunnen gaan om woningen die enkele meters afwijken en over een goede plattegrond beschikken. Urgentie voor de AcVZ-doelgroep West kan zich vinden in het voorstel om deze groep urgentie te bieden. Wel vraagt zij aandacht voor de monitoring van overlast waar veel huishoudens met urgentie worden gehuisvest. Toewijzingsregels voor particuliere flexcomplexen Er worden in West (vooralsnog) geen flexwoningen ontwikkeld. Deze wijziging is daarom niet relevant voor West.
Wijziging van de voorrang voor rolstoelgebruikers West gunt elk gezin een passende rolstoelwoning, maar heeft begrip voor de keuze van het college om de meest urgente rolstoelgebruikers meer kans te bieden op een schaarse rolstoelwoning ook als deze woning ‘te’ groot is. Uitbreiding definitie ‘gemengde wooncomplexen’ De definitie van een gemengd complex wordt uitgebreid. Zodat bij flexcomplexen en Lang Leven Thuis flats ook niet-kwetsbare huishoudens die niet tot de doelgroep jongeren worden gerekend (ouder zijn dan 27 jaar) er op basis van motivatie en geschiktheid om te ondersteunen gehuisvest kunnen worden. Omdat het huisvesten van geschikte en gemotiveerde “ondersteuners” deze gemengde complexen versterken is het stadsdeel voorstander van deze wijziging. Woonruimtevoorraad Vrijstellen huizenruil zonder enige vorm van betaling West vindt de aanpassing sympathiek om huizenruil zonder enige vorm van betaling mogelijk te maken.
Kort verblijf in woningen toestaan (korte huisbewaring) Pagina 62 van 65
De wijziging van de Huisvestingsverordening heeft tot doel om ‘korte huisbewaring van 3 tot 6 maanden’ juridisch goed te borgen en vrij te stellen van een vergunningsplicht. West vindt de ook deze aanpassing sympathiek. Regels voor woningdelen en inwoning herzien; West kijkt met gemengde gevoelens naar dit voorstel. West kent veel gehorige, kleine woningen en is het meest dichtbevolkte stadsdeel van Amsterdam. West wil meer woonplekken creëren, maar dit mag niet ten koste gaan van leefbaarheid. West heeft daarnaast al veel wijken die meer verkamerde woningen hebben dan het huidige quotum toestaat (dit komt doordat bij invoering van het quotum bestaande situaties zijn gelegaliseerd). Voornaamste bezwaren en zorgen: - Op vele plekken is er last van de overlast van verkamering. Deze ‘woon’ intensivering leidt hoogstwaarschijnlijk ook tot meer overlast en kan leiden tot aantasting van de leefbaarheid. - Een plusquotum zou zijn voor wijken waar het huidige wijkquotum vol is. In feite wordt hiermee extra ruimte gecreëerd in wijken waar al veel onzelfstandige woonruimtes zijn: de volle wijken. Het plusquotum wordt alleen voor het omzetten naar drie wooneenheden ingezet, in West zijn er echter relatief veel 3kamerwoningen waardoor het extra quotum veel gebruikt kan worden.
West adviseert met nadruk om de wijken die nu al meer verkamerde woningen kennen dan het bestaande quotum toelaat te ontzien bij de invoering van het plusquotum. Het plusquotum zou enkel toegepast dienen te worden bij wijken waar het huidige quotum niet overschreden is. Stadsdeel West geeft het advies om de gevolgen voor leefbaarheid goed te monitoren, ook op buurtniveau. Daarbij dienen er goede mogelijkheden te zijn om bij excessen adequaat in te grijpen en zo nodig te besluiten om tijdelijk geen woningdelen meer toe te staan.
Verplaatsen woonboten in verband met kadeherstel West kan zich vinden in dit pragmatische voorstel om woonboten die fungeren als B&B gedurende een tijdelijke verplaatsing in verband met kadeherstel niet mee te rekenen in het lokale quotum.