6. Ontwerpbestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
Ligging van het perceel
Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status
RHO 20.337 8 september 2020 Michel Nieuwhof P.J.H. van der linden concept
Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl
Pagina 2
H02
Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De planlocatie betreft een boerenerf met woning, opslagschuren en veestallen. De locatie bevind zich aan de lintbebouwing van het dorp Durgerdam. Het Natura 2000gebied ligt op korte afstand. Op 170 meter van de onderzoekslocatie ligt Natura 2000gebied Markermeer & IJmeer. Dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op 50 meter afstand van de onderzoekslocatie. Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000 gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt is een berekening noodzakelijk van de effecten.
Ligging van de Natura 2000-gebieden (rood) en Weidevogelleefgebieden (raster).
Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk van Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd. Weidevogelleefgebied De belangrijke gebieden voor weidevogels zijn in Noord-Holland beschermd. Binnen de gebieden gelden strikte regels, de weidevogels mogen niet verstoord worden. Het weidevogelleefgebied kent geen externe werking. De planlocatie ligt deels binnen een gebied dat is aangewezen als weidevogelleefgebied. De bestaande bebouwing en verhardingen zijn geëxclaveerd. Ecologische structuur en hoofdgroenstructuur In Amsterdam is een ecologische infrastructuur en hoofdgroenstructuur vastgelegd. Bij ruimtelijke ingrepen wordt gevraag hiermee rekening te houden. Beide structuren zijn niet afdwingbaar.
Ligging van de Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000-gebieden
Pagina 3
H03
Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek. De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locaties worden beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Voor de aangetroffen strikt beschermde soorten wordt, door een beschrijving van de ecologische functionaliteit van het gebied (foerageergebied, migratieroute, voortplantingsgebied of winterverblijf, enz.), aangegeven hoe het gebied door iedere soort wordt gebruikt. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk en Weidevogelleefgebied).
Om een goed oordeel te kunnen geven is op 27 augustus 2020 door een ecoloog een bezoek gebracht aan de planlocatie. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. Daarvoor is gezocht naar sporen en andere aanwijzingen van planten en dieren. Op basis van de aanwezige herkenbare begroeiing en habitats, is beoordeeld of er leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde soorten. Aanvullend is een bureaustudie uitgevoerd naar de potentieel voorkomende planten en dieren in de directe omgeving van de planlocatie. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij de verschillende relevante en actuele informatiebronnen zijn geraadpleegd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij is naast de planlocatie sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving. In de voorliggende notitie worden de resultaten van de quick scan ecologie besproken. Waarnemingen In onderstaande paragrafen worden de soortengroepen beschreven die binnen de planlocatie en de directe omgeving zijn aangetroffen of te verwachten.
Tijdens het veldbezoek van 27 augustus 2020 is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek betrof licht bewolkt, droog weer met een temperatuur van 16 ºC en windkracht 1 Bft uit het zuidoosten.
Pagina 4
Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd. Er zijn waarnemingen van vleermuizen bekend langs de Durgerdammerdijk ten westen van het perceel. Huismussen zijn bekend in de woningen aan de Durgerdammerdijk aan de zuidzijde van het perceel. Gierzwaluwen worden waargenomen ten oosten aan de Durgerdammerdijk ver van het perceel. Waarnemingen van weidevogels zijn bekend ten oosten en zuidoosten van Durgerdam. Er zijn geen waarnemingen van marters, amfibieën, reptielen, uilen en overige roofvogels bekend in de omgeving. Vegetatie en planten Rond op het perceel rond de bebouwing en langs de randen van het perceel zijn op een aantal plaatsen bomen aanwezig zoals wilg, es, esdoorn en berken. Rond de woning voornamelijk algemene tuinplanten. Op het perceel is langs de bebouwing en rond de verharding op een aantal plaatsen gras, grote brandnetel, paardenbloem, hondsdraf en braam aangetroffen. Langs de slootkanten rond het perceel is riet en lisdodde aan te treffen. Aan de noordzijde van het perceel zijn weilanden aanwezig met aan de noordoostzijde een appelboomgaard met 12 appelbomen. Tijdens het oriënterend onderzoek zijn binnen de planlocatie geen beschermde plantensoorten aangetroffen.
Beschermde plantensoorten zijn binnen de planlocatie ook niet te verwachten. Zoogdieren Juridisch zwaarder beschermde soorten Vleermuizen zijn de belangrijkste groep strikt beschermde dieren die verwacht kunnen worden. Vleermuizen kunnen schade ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen en kunnen hierdoor een belemmering zijn. De planlocaties en de directe omgeving zijn daarom nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen, evenals essentiële vliegroutes en foerageergebieden. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn in twee groepen te verdelen; enerzijds de soorten die in gebouwen een verblijfplaats hebben en anderzijds de soorten die in bomen een verblijfplaats hebben. De kraamkolonie van de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) komen – voor zover bekend - alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen. De vaste verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en de watervleermuis (Myotis daubentonii) kunnen zowel in spleten en gaten in bomen, als in gebouwen voorkomen. Ze kiezen in de regel gebieden met een groot aanbod aan geschikte holten op een klein oppervlak.
Pagina 5
De woning heeft een schuin dak bedekt met dakpannen. Het dak is in goede staat en vertoond geen openingen. De dakrand is van hout en vertoond op meerdere plekken kieren. De openingen de dakrand maakt het mogelijk voor vleermuizen om zich hier onder en achter op te houden. De gevels zijn opgebouwd met opgemelde stenen. Deze zijn in goede staat en vertonen geen zichtbare openingen. De kozijnen en deur posten zijn van hout. Deze vertonen geen zichtbare openingen of kieren. De veestallen en opslagschuren zijn opgebouwd met platen daken. De daken zijn open in de nokken en langs de randen van de goten. De gevels zijn opgebouwd met opgemetseld enkelsteensmuren. De kozijnen en deurposten vertonen geen kieren. De wijze van bouw maakt de veestallen en opslagschuren ongeschikt voor vleermuizen om zich hier in op te houden. Vleermuizen worden hier niet verwacht. De bomen op locatie vertonen geen zichtbare holtes die geschikt zijn voor vleermuizen om zich hier in op te houden. Er zijn geen sporen van vleermuizen op en in de omgeving van de planlocatie aangetroffen tijdens het onderzoek. Aanwezigheid van vleermuizen in de woning op de planlocatie is niet uitgesloten. Potentiële vliegroutes en foerageergebieden De locatie ligt in de lintbebouwing van Durgerdam. De kans op een jachtgebied is aanwezig.
De omgeving heft echter veel geschikte jachtgebieden, waardoor het geen essentieel jachtgebied is. Potentiële vliegroutes zijn aanwezig langs de dijk. Deze liggen buiten de invloedssfeer van het werk. Laag beschermde zoogdieren Binnen de planlocatie is een kleine kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals egel, spitsmuizen en muizen. De kans op aanwezigheid van kleine marters is aanwezig. Er is geschikt habitat aanwezig in de omgeving. De aanwezigheid van marters op locatie is op voorhand niet uit te sluiten. In 2018 is in de actieve periode op de onderzoek locatie (Hemmers 2018) uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat er zich geen marterachtigen aanwezig zijn binnen de planlocatie. De feitelijke situatie op locatie is niet veranderd na dit onderzoek. Aanwezigheid van marters wordt daarom niet verwacht. Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. Het perceel is geschikt voor huismussen. Er is mogelijkheid voor huismussen om zich op te houden onder de daken van de woning. Ook in de stal zijn mogelijk nestplekken aanwezig. Er zijn huismussen aangetroffen nabij de veestal tijdens het onderzoek.
Aanwezigheid van huismussen onder deze daken is op voorhand niet uitgesloten. Er is geen mogelijkheid voor gierzwaluwen om zich op te houden. Er zijn geen geschikte invlieg mogelijkheden voor gierzwaluwen aangetroffen in de bebouwing op locatie.
Pagina 6
Algemene broedvogels Gezien de omgeving is de kans op algemeen voorkomende broedvogels aanwezig. Op de planlocatie is er mogelijkheid voor algemeen voorkomende broedvogels om te nestelen onder de daken en in de bomen en struiken op locatie. In de stallen en opslagschuren zijn op verschillende plaatsen boerenzwaluwnesten aangetroffen. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. Weidevogels De planlocatie bevind zich een deel binnen weidevogelleefgebied. Binnen de gebieden gelden strikte regels, de weidevogels mogen niet verstoord worden. De plannen op locatie betreft het slopen van de huidige bebouwing( met uitzondering van de woning) en het realiseren van woningen. Waarnemingen van weidevogels binnen Durgerdam worden gedaan in de polder achter de boerderij. De geplande veranderingen zullen plaats vinden binnen het bestaande bouwvlak. Herpetofauna en vissen Er is geschikt oppervlaktewater aanwezig rond het perceel voor watergebonden organismen in de omgeving in de vorm van sloten. Binnen het perceel is geen geschikt oppervlakte water aanwezig. Er is kans op watergebonden organismen worden binnen de planlocatie in de winterperiode. Er is mogelijkheid voor amfibieën om te verblijven binnen het perceel onder losse materialen zoals stenen en hout stapels.
Losse materialen dienen voor de winterperiode verwijderd te worden om te voorkomen dat amfibieën kunnen overwinteren binnen de planlocatie. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden te starten buiten de winterperiode. Overige soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen het perceel. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocaties voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten binnen de planlocatie.
Pagina 7
H05
Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000 gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie. De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen.
Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 27 augustus 2020 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen in woning op voorhand niet uit te sluiten is. Echter de woning blijft behouden in de huidige staat. Hierdoor blijven mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen behouden. Tijdens de werkzaamheden is het echter noodzakelijk de woning niet te verlichten met bouwlampen. Overige werkzaamheden zullen geen effect hebben. Aanwezigheid van huismussen onder de pannendaken van de veestal/opslagschuur op locatie is op voorhand niet geheel uit te sluiten. Onderzoek naar huismussen wordt geadviseerd. Er is kans op het aantreffen van watergebonden organismen binnen de planlocatie in de winterperiode onder losse materialen op locatie zoals stenen en hout stapels. Losse materialen dienen voor de winterperiode verwijderd te worden om te voorkomen dat amfibieën kunnen overwinteren binnen de planlocatie. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden te starten buiten de winterperiode. Zorgbeginsel Binnen de gebieden is kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden.
Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf de werkgebieden kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten de werkgebieden te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladho-
Pagina 8
pen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten de werkterreinen intact te worden gelaten. Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen. Natura 2000 Het beschermde Natura 2000-gebied ligt op 170 meter afstand van de planlocatie. De werkzaamheden betreft de bestaande opstallen - met uitzondering van het woonhuis - te slopen zodat er ruimte kan worden gemaakt voor nieuwbouw van woningen. De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is aanwezig. Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is nodig gezien de aard van de werkzaamheden. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen worden uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland liggen op korte afstand van de planlocatie. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, wordt geen effect verwacht.
Weidevogelleefgebied De boerderij staat binnen een weidevogelleefgebied. De boerderij en de bestaande verharding is geëxclaveerd. De nieuwbouw vind plaats binnen het erf van de boerderij en daarmee binnen de huidige verstoringszone. Daarmee wordt geen extra verstoring veroorzaakt op de weidevogels.
Pagina 9
H06
Conclusie, advies en gebruikte bronnen Voor het perceel aan de Durgerdammerdijk 138 te Durgerdam worden werkzaamheden voorbereid. Het voornemen betreft de bestaande opstallen - met uitzondering van het woonhuis - te slopen zodat er ruimte kan worden gemaakt voor nieuwbouw van woningen. Voorliggend rapport betreft een onderzoek naar effecten op natuurwaarden. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 27 augustus 2020 beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen. Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 27 augustus 2020 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen in woning op voorhand niet uit te sluiten is. De woning blijft echter in de huidige staat, waardoor er geen effect zal optreden op vleermuizen. Er moet terug houden worden omgegaan met verlichting op de bouwplaatsen op locatie. De woning mag niet verlicht worden tijdens de werkzaamheden.
– – – –
Anonymus (2017). Kennisdocument huismus, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gierzwaluw, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12 Hoogeboom, D.M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (2014) Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. NOZOS, Landschap Noord-Holland. – Riet, B. van, H. van der Goes, Th. Baas, C. van den Tempel, W. Menkveld & F. Visbeen (2014) Atlas van de Noord-Hollandse flora. Landschap Noord-Holland. – Scharringa, C.J.G., W. Ruiterbeek & P.J. Zomerdijk (2010) Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. SVN, Landschap Noord-Holland. – provincienoordholland.nl – waarneming.nl – maps.amsterdam.nl
Aanwezigheid van huismussen onder de pannendaken van de stal is op voorhand niet geheel uit te sluiten. Onderzoek naar huismussen wordt geadviseerd. Er is kans op het aantreffen van watergebonden organismen binnen de planlocatie in de winterperiode onder losse materialen op locatie zoals stenen en hout stapels. Losse materialen dienen voor de winterperiode verwijderd te worden om te voorkomen dat amfibieën kunnen overwinteren binnen de planlocatie. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden te starten buiten de winterperiode. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is mogelijk nodig als effecten op de huismus niet zijn uit te sluiten. Gebiedsbescherming De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is aanwezig. Een berekening van de stikstofdepositie is nodig gezien de aard van de werkzaamheden. Andere effecten op de Natura 2000-gebieden en/of het Natuurnetwerk Nederland zijn uit te sluiten. Er zal geen effect optreden op de kwaliteit van het weidevogelleefgebied. De bebouwing blijft binnen de huidige verstoringszone.
Pagina 10
blz 92
Rho Adviseurs B.V.
20201191
bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020
20201191
Bijlage 3
blz 93
Stikstofonderzoek
bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020
Rho Adviseurs B.V.
MEMO Van
:
M.A. Bulthuis
Project
:
Woningbouw Amsterdam – Durgerdammerdijk 138
Opdrachtgever :
Landelijk Vastgoed
Datum
:
15-09-2020
Aan
:
--
CC
:
--
Betreft
:
berekening stikstofdepositie
1.
Inleiding
In opdracht van Landelijk Vastgoed is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de sloop van agrarische bebouwing en de aanleg- en exploitatiefase van woningen aan de Durgerdammerdijk 138 te Durgerdam, waarbij rekening is gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van dieselaangedreven materieel. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. In het kader van het bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord is er nog geen expliciete aandacht besteed aan het aspect stikstofdepositie. Het voorliggende onderzoek voorziet hierin. Binnen het bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord worden op een agrarisch perceel aan de Durgerdammerdijk 138 woningen ontwikkeld. Het agrarische perceel is momenteel volledig volgebouwd met schuren en andere bouwwerken. Ook is er op het perceel een bedrijfswoning en een noodwoning aanwezig. De ontsluiting vindt op dit moment plaats via een smalle weg vanaf de Durgerdammerdijk. Het plan bestaat o.a. uit het slopen van de schuren en andere bouwwerken. Hiervoor dienen vijf compensatiewoningen voor in de plaats te komen. Het gaat hier specifiek om 3 vrijstaande woningen en 2 twee-onder-één kappers.
De compensatiewoningen zullen bestaan uit één bouwlaag met zadeldak. De vrijstaande bedrijfswoning en de vrijstaande noodwoning zullen blijven bestaan. De bestaande ontsluitingsweg vanaf de Durgerdammerdijk zal worden hernieuwd. In figuur 1 is de voorgenomen inrichting van het plangebied weergegeven. 2.
AERIUS-Calculator en uitgangspunten
2.1
AERIUS, release 30 maart 2020
Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 30 maart 2020) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 2 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven.
20181939
blz. 1
2.2
Exploitatiefase
Voor het project wordt uitgegaan van gasloze woningen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woningen. Op basis van vijf vrijstaande compensatiewoningen (3 vrijstaand, 2 twee-onder één kap) en twee bestaande vrijstaande woningen bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 54 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen. Voor wat betreft de lengte van de rijroute is uitgegaan van een route vanaf het plangebied naar de aansluiting met de Durgerdammerdijk. Woningtype Vrijstaand Twee-onder-één kap Totaal
2.3
Aantal wooneenheden
Kencijfer CROW per
Verkeersgeneratie per etmaal
5 2
7,7 7,3
38,5 14,6 53,1
Sloop- en Aanlegfase
Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselgebruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase bedraagt nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: - Voor de sloopfase van de bedrijfsgebouwen wordt uitgegaan van 10 8-urige werkdagen (80 uur). Gedurende deze 80 uur worden machines (Stage IV 130-560 kW, 30L, cat Q) ingezet ten behoeve van de sloop van de bedrijfsgebouwen. Voor de sloopfase komt dit neer op een dieselverbruik van 2.400 L. - Voor de gehele aanlegfase wordt uitgegaan van 160 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van puin, materiaal en machines. Voor het vervoer van personeel wordt er uitgegaan van 4 verkeersbewegingen per etmaal (lichte motorvoertuigen). Voor de voorbereiding en het grondwerk zijn kentallen gebruikt van vergelijkbare woningbouwprojecten. Het gaat hier om kentallen voor het grondwerk, riolering en de verhardingen. De machines (Stage IV, 130-560 kW, cat Q) die worden ingezet hebben een gezamenlijk dieselverbruik hebben van 7,5 L per uur. Per woning zullen de machines gedurende 40 uur worden ingezet voor het grondwerk, riolering en verhardingen.
Dit komt neer op 300 L diesel per woning. Op basis van 5 woningen bedraagt het dieselverbruik 1.500 L. Voor de daadwerkelijke bouwfase van de woningen zijn andere type kentallen gebruikt. De uitgangspunten van de bouwfase zijn gegeven in tabel 1. Tabel 1: uitgangspunten berekening dieselverbruik bouwfasefase woningen activiteit
bouwfase
klasse
dieselverbruik [liter/uur] woningen (5 stuks) stage IV, 75-130 kW 15
uren/dag
aantal dagen/ unit
totaal dieselverbruik [liter]
8
3
1.800
Omdat de machines verspreid over het bouwterrein worden ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied.
20181939
blz. 2
3.
Resultaat en conclusie
In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn een dezelfde berekening zijn meegenomen. Beide fasen zullen namelijk nog in hetzelfde jaar plaatsvinden.
Figuur 1:
20181939
Voorgenomen inrichting plangebied
blz. 3