CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Ontwerpbestemmingsplan.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het besluit inzake het vrijgeven voor terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ‘6e herziening Landelijk Noord’ (ZD2020-014519)21.494 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Amsterdam 6e Herziening Landelijk Noord bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0363.N1808BPSTD-OW01

14-09-2018 24-10-2019 17-11-2020

concept voorontwerp ontwerp

projectnummer:

20201191 projectleider:

C. Tasma

gecertificeerd door Lloyd's conform ISO 9001:2015

aangesloten bij

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

6e herziening Landelijk Noord Amsterdam

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0363.N1808BPSTD-OW01

14-09-2018 24-10-2019 17-11-2020

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

20201191 opdrachtleider:

C. Tasma

blz 2

20201191

Inhoudsopgave

TOELICHTING

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Geldend bestemmingsplan

8

1.3

Leeswijzer

11

Hoofdstuk 2

Bestaande en toekomstige situatie

13

2.1

De omgeving en het landschap

13

2.2

Het plangebied

14

2.3

De toekomstige situatie

14

Hoofdstuk 3

Beleidskader

19

3.1

Rijksbeleid

19

3.2

Provinciaal beleid

20

3.3

Regionaal beleid

23

3.4

Gemeentelijk beleid

23

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

27

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

27

4.2

Ecologie

27

4.3

Archeologie en cultuurhistorie

29

4.4

Water

30

4.5

Milieuzonering

31

4.6

Bodem

32

4.7

Geluid

33

4.8

Luchtkwaliteit

34

4.9

Externe veiligheid

34

4.10

Kabels en leidingen

34

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

35

5.1

Algemeen

35

5.2

Toelichting op de bestemmingen

35

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

37

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

37

6.2

Economische uitvoerbaarheid

37

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Rho Adviseurs B.V.

39 bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

blz 3

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

41

Bijlage 2

Quickscan ecologie Durgerdammerdijk 138

81

Bijlage 3

Stikstofonderzoek

93

Bijlage 4

Quickscan archeologie Durgerdammerdijk 138

105

Bijlage 5

Aanwijzingsbesluit Durgerdam

109

Bijlage 6

Bodemonderzoek Durgerdammerdijk 138

113

Bijlage 7

Actualisatie asbestinventarisatie

243

Bijlage 8

Verslag informatiebijeenkomst 26 juni 2018

263

Bijlage 9 Advies Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur

267

Bijlage 10

273

Inspraak- en overlegnota

REGELS

305

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

307

Artikel 1

Begrippen

307

Artikel 2

Wijze van meten

312

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

313

Artikel 3

Agrarisch met waarden - Veenweidegebied

313

Artikel 4

Groen

315

Artikel 5

Verkeer

316

Artikel 6

Water

317

Artikel 7

Wonen - 1

318

Artikel 8

Wonen - 2

320

Artikel 9

Waarde - Cultuurhistorie

321

Artikel 10

Waterstaat - Waterkering

322

Hoofdstuk 3

Algemene regels

323

Artikel 11

Anti-dubbeltelregel

323

Artikel 12

Algemene bouwregels

324

Artikel 13

Algemene gebruiksregels

325

Artikel 14

Algemene afwijkingsregels

326

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

327

Artikel 15

Overgangsrecht

327

Artikel 16

Slotregel

328

BIJLAGEN BIJ DE REGELS bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

329 Rho Adviseurs B.V.

blz 4

Bijlage 1

Rho Adviseurs B.V.

20201191

Lijst met beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis

331

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

blz 5

TOELICHTING

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 6

Rho Adviseurs B.V.

20201191

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

Hoofdstuk 1

1.1

blz 7

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Amsterdam heeft de “Beleidsvisie en toetsingskader Stadsrandpolder Waterland” vastgesteld. De visie is bedoeld om schaalvergroting en verbreding in de landbouw op een zodanige manier te begeleiden, dat de boeren hun bedrijf kunnen blijven uitoefenen. De beleidsintentie van deze structuurvisie is dat Waterland een open, recreatief aantrekkelijk landschap moet blijven met een goede recreatieve ontsluiting, belangrijke natuurwaarden (met name de weidevogels), duidelijk zichtbare cultuurwaarden en met economisch rendabele boerenbedrijven, die voor een goed beheer van landschap en natuur en voor aanvullende recreatieve voorzieningen kunnen zorgen. In het kader van deze visie wil de eigenaar (hierna: initiatiefnemer) zijn melkveehouderijbedrijf, gevestigd aan de Durgerdammerdijk 138 te Amsterdam (hierna: het plangebied), verplaatsen naar een locatie buiten het werkingsgebied van de visie. In figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. De herinvulling van de bedrijfslocatie heeft als doel om ruimtelijke kwaliteitswinst te boeken. Voor de sloop van de bestaande bedrijfsbebouwing moeten financiën gegenereerd worden. Dit vindt deels plaats vanuit de herontwikkeling van het perceel aan de Durgerdammerdijk. Een dergelijke constructie valt onder de ruimte voor ruimteregeling van de provincie Noord-Holland.

De bestaande bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt een aantal woningen gebouwd. Door de verkoop van de woningbouwkavels worden opbrengsten voor de initiatiefnemer gegenereerd die hij kan gebruiken voor de sloop van de bestaande bedrijfsbebouwing en voor een vervangend bedrijfsperceel. De bestaande bedrijfswoning, aan de zuidoostzijde van het bedrijfsperceel, en de woning aan de zuidwestzijde van het perceel blijven behouden. Deze woning (voormalige noodwoning) behoort niet tot het project.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 8

20201191

Figuur 1 Ligging perceel Durgerdammerdijk 138

1.2

Geldend bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan gaat over het perceel aan de Durgerdammerdijk 138 in Durgerdam in de gemeente Amsterdam. De regeling in het geldende bestemmingsplan voor dit perceel is in deze paragraaf beschreven. Voor de locatie geldt het bestemmingsplan Landelijk Noord. De locatie heeft vier bestemmingen. De eerste bestemming is "Agrarisch met waarden - Veenweidegebied". Op gronden met een dergelijke bestemming mag gebouwd worden binnen het daarvoor aangegeven bouwvlak. Daarbij is aangegeven dat per bouwvlak één bedrijfswoning gebouwd mag worden en dat het oppervlak van de bijgebouwen maximaal 30 m2 mag bedragen. De tweede bestemming die dit perceel heeft is 'Waarde - Archeologie 1'. Dit houdt in dat dit perceel ook bestemd is voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Bij een omgevingsvergunning voor bepaalde werken en/of werkzaamheden is het bij deze dubbelbestemming nodig om een archeologisch rapport te overleggen. Bij de omgevingsvergunning kunnen eisen gesteld worden zoals het nemen van technische maatregelen ter bescherming van archeologische waarden en de verplichting tot het doen van opgravingen. Een vrijstelling geldt voor bodemverstorende activiteiten die het normale onderhoud betreffen en activiteiten die op het moment van het van kracht worden van het bestemmingsplan al aan de orde waren. De derde bestemming is "Waarde - Cultuurhistorie".

Deze dubbelbestemming is van toepassing op het aangewezen beschermde dorpsgezicht Durgerdam. Deze bestemming regelt de bescherming en veiligstelling van cultuurhistorische waarden en is primair ten opzichte van de andere twee toegekende bestemmingen. Er mag alleen gebouwd worden met inachtneming van de vereisten vanuit de aanwijzing van het Beschermd Dorpsgezicht Durgerdam. Hierop is dieper ingegaan in 4.3.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

blz 9

Tenslotte geldt voor een deel van het plangebied de bestemming "Waterstaat - Waterkering". Ook dit is een dubbelbestemming, die ziet op de bescherming, het in stand houden en het onderhoud van de waterkering met daarbij behorende voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Buiten het bouwvlak van het agrarisch bedrijf is een perceel met de bestemming woondoeleinden opgenomen. Het betreft hier een voormalige 'noodwoning' die gelegen is aan de Durgerdammerdijk 138a. In de gewenste situatie wordt de bebouwing voor bedrijfsactiviteiten gesloopt en worden daarvoor in plaats woningen gebouwd. Dit is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan nodig. Dit bestemmingsplan geeft daarom een regeling die dit ruimte voor ruimteproject mogelijk maakt. In de volgende figuur staat een fragment van het geldende bestemmingsplan voor het plangebied.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 10

20201191

Figuur 2 Uitsnede bestemmingsplan "Landelijk Noord"

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

1.3

blz 11

Leeswijzer

Na dit hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een toelichting gegeven op de bestaande en de toekomstige situatie. De toekomstige situatie is het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan en moet op een goede manier in de bestaande situatie worden ingepast. De ontwikkeling wordt getoetst aan het geldende beleid in hoofdstuk 3. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijke uitgangspunten vanuit het beleid voor dit plan. In hoofdstuk 4 vindt toetsing plaats aan de omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op het juridische deel van het bestemmingsplan; de regels en ruimtelijke verbeelding. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 12

Rho Adviseurs B.V.

20201191

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

Hoofdstuk 2

blz 13

Bestaande en toekomstige situatie

In dit hoofdstuk staat een beschrijving van de bestaande en de toekomstige situatie. De bestaande situatie is de basis waarin de toekomstige situatie een goede plaats moet krijgen. De toekomstige situatie is het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan en de daarin opgenomen regeling.

2.1

De omgeving en het landschap

Het plangebied ligt in een oud veenontginningsgebied ten noordoosten van de stad Amsterdam. Het gebied is, na de aanleg van de Durgerdammerdijk, langzaamaan ingepolderd en in gebruik genomen als agrarische grond. In 1421 zorgde noodweer voor een grote overstroming van de Zuiderzee: de Sint Elisabethsvloed. In 1422 werd toestemming gegeven een zeedijk aan te leggen die de Waterlandse Zeedijk werd genoemd (nu Durgerdammerdijk). In de bocht van die dijk ontstond het dorp Durgerdam. Het begon met enkele kleinere woningen die op de dijk zijn gebouwd. De bevolking leefde tot in de 18e eeuw van de scheepvaart en handel. Daarna stapte ze over op de visserij op de Zuiderzee (nu IJsselmeer). Het dorp groeide langs de dijk gestaag door. Ten noorden van het plangebied ligt de Durgerdammer Diepolder, een voormalig meer dat in 1880 drooggemalen is. De Durgerdammer Diepolder werd drooggemalen en gehouden met behulp van een actieve vijzelmolen. Op 15 oktober 1911 liep de polder (40 ha) geheel onder. Na de watersnood van 1916 werd de molen vervangen door een draaistroomelektromotor, die op Waterlands boezem uitsloeg. Met de afsluiting van de Zuiderzee in 1932, verdween ook die inkomstenbron grotendeels. Met het verliezen van de inkomstenbron vanuit de visserij is ook de uitbreiding van de bebouwing langs de dijk afgeremd.

Nog slechts op een enkele plaats is een oude woning vervangen door een nieuwere woning. Het bebouwingslint langs de dijk is hierdoor behoorlijk gaaf gebleven en (inmiddels) aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De bebouwing langs de dijk vormt een duidelijke scheiding tussen het buiten-IJ en het omliggende veenweidegebied. Durgerdam heeft een dichte lintbebouwing, waarachter in enkele gevallen een uitbreiding is gebouwd. Het bedrijf en daarbij horende bebouwing in het plangebied is een dergelijke uitbreiding. Het bedrijf aan de Durgerdammerdijk 138 is pas gebouwd na de komst van de draaistroomelektromotor, die de polder droog houdt. Het huidige gebruik van het perceel is agrarisch. Het perceel is vanaf de Durgerdammerdijk via een erfontsluitingsweg bereikbaar. Een luchtfoto van het bedrijf is weergegeven in figuur 3.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 14

20201191

Figuur 3 luchtfoto plangebied

2.2

Het plangebied

Op de locatie Durgerdammerdijk 138 is een agrarisch bedrijf aanwezig. Het agrarische bouwblok is vrijwel volledig volgebouwd. Daarbij gaat het om verschillende schuren en andere bouwwerken. Zuidoostelijk van de bedrijfsbebouwing is een bedrijfswoning aanwezig. Direct zuidelijk van de bedrijfswoning is het erf ingericht als tuin bij die woning. De agrarische bedrijfsactiviteiten vinden op de overige delen van het erf plaats. Aan de zuidoostzijde van het bedrijf staat een voormailge noodwoning. In 2013 heeft de gemeente Amsterdam alle noodwoningen in het noordelijk buitengebied als woning bestemd. De ontsluiting van het perceel Durgerdammerdijk 138 vindt plaats via een erfontsluitingsweg vanaf de Durgerdammerdijk. Dit betreft een smalle doorgang tussen twee woningen aan de dijk. Tussen het perceel en de woningen op de dijk is op een enkele locatie een groensingel aanwezig die bestaat uit hoog opgaand groen en struweel. Watergangen zijn alleen nog aan de randen van het plangebied aanwezig. Aan de west-, noord- en oostzijde is het perceel omgeven door agrarische gronden (voornamelijk weilanden).

2.3

De toekomstige situatie

Het plangebied is uitgebreid beschreven in het beeldkwaliteitplan. Daarin zijn naast de inrichting van de locatie ook de landschappelijke inpassing en de ligging in de directe omgeving van de plangebieden opgenomen. Het Beeldkwaliteitsplan is opgenomen in bijlage 1. 2.3.1 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten Vanuit het beeldkwaliteitplan en de daarin beschreven toekomstige situatie zijn enkele uitgangspunten voor dit bestemmingsplan te formuleren. Deze zijn hierna puntsgewijs opgenomen. Een uitgebreide beschrijving hiervan staat in het beeldkwaliteitplan in de bijlagen.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

blz 15

Functionele structuur Het plangebied krijgt een woonfunctie, waarbij de voormalige bedrijfswoning wordt omgezet in een reguliere woning. Verder worden er vijf nieuwe compensatiewoningen toegevoegd. Deze percelen krijgen een woonbestemming. De erfontsluitingsweg voor het nieuwe woongebied is van belang voor de ontsluiting van de woningen en wordt daarom specifiek bestemd met een verkeersbestemming. Het parkeren van bewoners vindt volledig op eigen terrein plaats. De Nota Parkeernormen Auto is van toepassing. Hieruit volgt, dat rekening is gehouden met 2 parkeerplaatsen per woning. De bestaande (openbare) groenstructuur tussen het nieuwe woongebied en de woningen aan de dijk krijgt een groenbestemming, waarmee een groene buffer ontstaat. Ruimtelijke hoofdstructuur De nieuwe (doodlopende) erfontsluitingsweg is een zichtas naar het open landschap aan de noordzijde van het plangebied. In het bestemmingsplan wordt gereguleerd dat bebouwing in deze zichtas niet mogelijk is. In verband met de hulpdiensten moet in deze weg een keerruimte aanwezig zijn, deze wordt meegenomen in de verkeersbestemming. De bestaande woonbestemming van de Durgerdammerdijk 138a blijft gehandhaafd. De voormalige bedrijfswoning wordt omgezet in een reguliere woning. De nieuwe compensatiewoningen komen in een logische verkavelingsstructuur aan de nieuwe weg te staan.

De woningen komen op enige afstand van de weg, zodat de zichtas over de weg kan functioneren. Dit is bepalend voor de ligging van het bouwvlak. De nieuw aan te leggen watergang aan de westelijke zijde van de kavels zijn een logische overgang en een feitelijke afscheiding naar het achterliggende agrarische gebied. Bebouwing Net als de bestaande woningen in en rond het plangebied, bestaan de nieuwe woningen (over het algemeen) uit één bouwlaag met een zadeldak. Door de relatief lage hoogte van de woningen blijft het bebouwingslint van Durgerdam vanaf het open landschap zichtbaar. De dakhelling van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt minimaal 15 graden. Groen- en waterstructuur De noordzijde wordt gericht op het vrij houden van het perceel van bebouwing (groene inrichting), zodat het gewenste doorzicht gerealiseerd kan worden. De afscheiding tussen het woongebied en het omliggende agrarische landschap vindt plaats via een afscheidende watergang. Naast het versterken van het ruimtelijk beeld is deze watergang ook bedoeld voor watercompensatie als gevolg van aanpassing c.q. demping van (gedeelten van) sloten op de locatie. Deze watergang maakt bovendien de bouw van schuttingen en hekwerken overbodig, omdat sprake is van een natuurlijke erfafscheiding. De bebouwing dient opgericht te worden binnen het bouwvlak.

Dit voorkomt dat bebouwing wordt opgericht ter plaatse van het doorzicht. Ook de bouw van vergunningsvrije bouwwerken is beperkt tot bepaalde bouwactiviteiten die vanaf de openbare weg niet zichtbaar zijn en werkzaamheden ten behoeve van het normale onderhoud, aangezien het gebied is gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht. 2.3.2 Weergave toekomstige situatie Na de inhoudelijke bespreking van de toekomstige situatie zijn hier afbeeldingen toegevoegd voor een zo compleet mogelijk beeld van de invulling. In figuur 4 is de nieuwe situatietekening opgenomen en in figuur 5 een 3D inpressie van het plangebied. In figuur 6 wordt het beeld weergegeven vanaf straatniveau.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 16

20201191

Figuur 4 Gewijzigde situatietekening GEACTUALISEERD

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

blz 17

Figuur 5 3D impressie nieuwe inrichting plangebied

Figuur 6 3D impressie plangebied vanaf straatniveau Ten behoeve van deze ontwikkeling is ook een Beeldkwaliteitsplan opgesteld die als bijlage is toegevoegd aan deze toelichting.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 18

20201191

2.3.3 Voorwaarden ruimte voor ruimteregeling Aan het toepassen van een ruimte voor ruimteregeling is een aantal voorwaarden verbonden (zie ook 3.2). Ten eerste moet er een afname van netto bebouwd oppervlak plaatsvinden. In het plangebied vindt een afname van het bebouwd oppervlak plaats. Deze afname bestaat uit de bedrijfsbebouwing. Ten tweede moet zeker gesteld worden dat de sloop daadwerkelijk plaatsvindt. De te slopen bebouwing wordt opgenomen als een voorwaardelijke verplichting in de regels in dit bestemmingsplan. De voorwaardelijke verplichting ziet er op toe dat voorafgaande aan de bouw van de compensatiewoningen de sloop van de bebouwing op dat perceel heeft plaatsgevonden. Daarnaast is de provinciale inzet om met zo min mogelijk nieuwe woningen het project te realiseren om de sanering van gebouwen mogelijk te maken. Met de bouw van de vijf compensatiewoningen wordt hieraan voldaan. Uit een exploitatieberekening blijkt dat dit aantal woningen minimaal nodig is om onder meer de bestaande bebouwing te kunnen slopen. Met het voorliggende plan kan worden voldaan aan het gestelde in de Uitvoeringsregeling ruimte voor ruimte 2015 van de provincie Noord-Holland. De uitvoeringsregeling is gericht op de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied. Dit gebeurt door storende bebouwing van agrarische bedrijven op te ruimen.

In ruil hiervoor wordt het bouwen van een of meer compensatiewoningen in het buitengebied mogelijk gemaakt. Hieraan zijn voorwaarden verbonden, zoals omvang van de nieuwbouw, vormgeving en inpassing in het landschap.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

Hoofdstuk 3

blz 19

Beleidskader

In dit hoofdstuk komen enkele beleidsstukken aan bod die een directe doorwerking hebben op dit bestemmingsplan. Daarbij wordt alleen ingegaan op rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid, bijvoorbeeld op het vlak van bouwmogelijkheden bij de woningen en mogelijkheden voor functies en functiemenging.

3.1

Rijksbeleid

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen en is begin 2012 in werking getreden. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de bestuurlijke drukte te beperken brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen. Wel is van belang dat de Durgerdammerdijk langs het IJsselmeer een primaire waterkering buiten het kustfundament is. Deze dijk moet beschermd worden (Keur), daarvoor is in dit bestemmingsplan een dubbelbestemming opgenomen. De gemeente moet een nieuwe stedelijke ontwikkeling motiveren volgens de treden van de Ladder. Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is sprake wanneer in een gebied een ruimtelijke ontwikkeling van onder andere woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen plaatsvindt. Bij woningen geldt daarbij een minimum aantal van 11 woningen (jurisprudentie).

Bij de ontwikkeling in het plangebied is hierdoor geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor dit plan is echter wel rekening gehouden met de ladder. De bouw van de compensatiewoningen valt grotendeels binnen en direct grenzend aan bestaand bebouwd gebied (bestaand stedelijk gebied van de Provinciale Ruimtelijke Verordening) en vervangt de bestaande bebouwing. De woningen bieden een aanvulling op de bestaande woningen aan de Durgerdammerdijk en in de regio, omdat sprake is van nieuwe vrijstaande woningen op relatief grote percelen in een landelijke setting. In opdracht van het Rijk werkt het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aan de versterking van ruim 33 kilometer Markermeerdijken tussen Hoorn en Durgerdam. De dijk is niet stabiel genoeg om ruim 1,2 miljoen Noord-Hollanders te beschermen tegen het water. Het project heeft vooralsnog geen invloed op deze versterking.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 20

3.2

20201191

Provinciaal beleid

In de Provinciale ruimtelijke verordening (PRV) zijn de beleidsuitgangspunten uit de Structuurvisie Noord-Holland 2040 juridisch vastgelegd. In de PRV is onder andere een regeling opgenomen voor woningbouw in het landelijk gebied. Dit is in principe niet toegestaan. Wel zijn nieuwe woningen toegestaan wanneer sprake is van functiewijziging of bij toepassing van een ruimte voor ruimteregeling. Bestaand stedelijk gebied Het projectgebied is gelegen tegen het bestaande lint van de Durgerdammerdijk. Op het projectgebied is reeds bebouwing aanwezig. Dit is echter niet aan te merken als een stedelijke functie zodat er, volgens de provincie, geen sprake is van bestaand bebouwd gebied. Ruimte voor ruimteregeling Aan het toepassen van een ruimte voor ruimteregeling is een aantal voorwaarden verbonden (artikel 16 PRV). Ten eerste moet een afname van netto bebouwd oppervlak plaatsvinden. Ten tweede moet zeker gesteld worden dat de sloop daadwerkelijk plaatsvindt. Tot slot mogen niet meer compensatiewoningen mogelijk gemaakt worden, dan strikt noodzakelijk is om de sanering van gebouwen mogelijk te maken. Aan deze eisen wordt in dit bestemmingsplan voldaan. Hier is in 2.3.3 nader op ingegaan. Ruimtelijke kwaliteitseis In Artikel 15 van de PRV wordt de ruimtelijke kwaliteitseis voor van verstedelijking in het landelijk gebied nader omschreven: 1.

Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe verstedelijking of uitbreiding van bestaande verstedelijking als bedoeld in de artikelen 12, 13, 13a en 14 in het landelijk gebied, voldoet aan de uitgangspunten zoals vermeld in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (PS d.d. 21 juni 2010) ten aanzien van: a. de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen en aardkundige waarden als bedoeld in artikel 8; b. de kernkwaliteiten van de bestaande dorpsstructuur waaraan wordt gebouwd; c. de openheid van het landschap daarbij inbegrepen stilte en duisternis; d. de historische structuurlijnen; e. cultuurhistorische objecten. 2. De toelichting van een bestemmingsplan geeft aan hoe voor de in het eerste lid bedoelde functies rekening is gehouden met: a. de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap; b. de ordeningsprincipes van het landschap; c. de bebouwingskarakteristieken (architectuur, stedenbouw, openbare ruimte) ter plaatse; d. de inpassing van de nieuwe functies in de wijdere omgeving (grotere landschapseenheid); e. de bestaande kwaliteiten van het gebied (inclusief de ondergrond) als hiervoor bedoeld en de maatregelen die nodig zijn om negatieve effecten op deze kwaliteiten op te heffen in relatie tot de nieuwe functies. Om te voldoen aan de ruimtelijke kwaliteitseis is een Beeldkwaliteitsplan opgesteld.

Hierin wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis, de ordeningsprincipes van het landschap, de bebouwingskarakteristieken en de inpassing van het plangebied in de wijdere omgeving. Dit resulteert in de benoeming van specifieke beeldcriteria voor ligging, massa, detaillering, materiaal en kleur. Daarnaast is een toets aan milieu- en omgevingsaspecten gedaan, waaronder voor ecologie, archeologie en cultuurhistorie. Deze is beschreven in hoofdstuk 4. Het bestemmingsplan voldoet aan het provinciaal beleid.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

blz 21

Aardkundige waarden Het plangebied en haar omgeving zijn aangewezen als aardkundig waardevol gebied. Deze gebieden worden beschermd via artikel 8 in de PRV. In dit artikel is aangegeven dat in de bestemmingsplantoelichting aangegeven moet worden in hoeverre rekening is gehouden met de bijzondere aardkundige waarden van het gebied. Voor het plangebied is dit meegewogen en beschreven in onder meer paragraaf 4.3. De volgende figuur geeft de begrenzing van het aardkundig waardevolle gebied aan.

Figuur 7 Uitsnede kaart Provinciale ruimtelijke verordening Aardkundige waarden UNESCO Direct aan de zuidzijde van Durgerdam ligt het UNESCO-gebied Stelling van Amsterdam (zie volgende figuur). Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het UNESCO-gebied moet toetsing plaatsvinden aan de kernkwaliteiten van het betreffende erfgoed. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie geeft hiervoor de voorwaarden. Het plangebied ligt niet in de Stelling van Amsterdam. De toetsing aan de Leidraad heeft in het kader van de toepassing van de ruimte-voor-ruimteregeling plaatsgevonden in het Beeldkwaliteitsplan (zie bijlage).

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 22

20201191

Figuur 8. Uitsnede kaart Provinciale ruimtelijke verordening UNESCO Duurzame energie In de kaart van duurzame energie is het plangebied en haar omgeving aangewezen voor Kleinschalige oplossingen voor duurzame energie (zie ook volgende figuur). Grootschalige projecten en windmolens zijn niet gewenst binnen deze gebieden. Meer kleinschalige oplossingen, als opstellingen voor zonne-energie, zijn wel mogelijk. In het plangebied wordt dit niet centraal geregeld. De nieuwe bewoners kunnen bij de bouw van hun woning zelf bepalen of zij bij hun woning dergelijke duurzame maatregelen willen treffen. Het bestemmingsplan laat dit toe.

Figuur 9. Uitsnede kaart Provinciale ruimtelijke verordening Duurzame energie

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

3.3

blz 23

Regionaal beleid

De Regionale Woonvisie (december 2004) is het beleidskader op het gebied volkshuisvesting voor de 16 gemeenten in de stadsregio Amsterdam voor de komende 10 jaar. Het geeft richting aan de programmering en prioriteiten op het gebied van wonen. Centraal staat in de Woonvisie de opgave tot het bouwen van voldoende woningen en dus het op gang brengen van de nieuwbouw en de herstructurering. De nieuwe woningen in het plangebied passen binnen het regionaal beleid. In het Regionaal Actieprogramma Wonen Stadsregio Amsterdam 2016-2020 (RAP) hebben de gemeenten hun gezamenlijke inzet beschreven voor de versnelling van de woningbouw, die moet leiden tot een woningbouwproductie van 60.000 woningen vanaf 2016 tot en met 2020. Daarnaast is per marktgebied een kwantitatieve en kwalitatieve prognose van de woningbehoefte opgenomen in drie scenario's. Deze prognoses zijn afgezet tegen de woningbouwplannen. Onderhavig project past binnen de uitgangspunten van het RAP.

3.4

Gemeentelijk beleid

De Structuurvisie Amsterdam 2040 'Economisch Sterk en Duurzaam' is op 17 februari 2011 vastgesteld door de Gemeenteraad en daarmee het toekomstbeeld voor de stad. De Structuurvisie heeft een stad voor ogen waar het goed toeven is, met voldoende geschikte woningen op diverse locaties, de aantrekkingskracht van een wereldstad met een attractief vestigingsmilieu en ruimte voor groen. De gemeente zet in op de nieuwbouw van 70.000 woningen in verschillende stadsdelen. Een ander belangrijk onderdeel van de visie is dat inbreiding voor uitbreiding gaat om een groen buitengebied zo veel mogelijk te sparen. Het bestemmingsplan voldoet aan dit beleid, omdat in het plangebied sprake is van de vervanging van bestaande bebouwing, wat onder inbreiding valt. Landelijk Noord is op basis van de Structuurvisie grotendeels aangewezen als Hoofdgroenstructuur, zoals in onderstaande afbeelding weergegeven. Ook het plangebied is deels aangewezen als Hoofdgroenstructuur. Een gedeelte van de gronden, langs de westelijke en noordelijke plangrens ligt in het groentype 'Stadsrandpolder'. In dat gedeelte voorziet dit bestemmingsplan alleen in het inrichten van de gronden als weiland en het aanpassen van enkele sloten vanwege het verdwijnen van agrarische opstallen en de nieuwe woonpercelen. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met deze Structuurvisie opgesteld.

De nieuwbouw betreft het vervanging van bestaande agrarische bebouwing. Een deel van het projectgebied (ongeveer 1.600 m²) wordt niet ingevuld met bebouwing en hiermee wordt aangesloten bij het groentype 'Stadsrandpolder'.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 24

Figuur 10

20201191

Uitsnede kaart Hoofdgroenstructuur

Vervolgens is de Beleidsvisie en toetskader Stadsrandpolder Waterland opgesteld. Deze Beleidsvisie is een uitwerking van de Structuurvisie Amsterdam 2040. Deze visie heeft betrekking op de gronden in het Waterland, voorzover die onderdeel uitmaken van het groentype 'Stadsrandpolder' van de Hoofdgroenstructuur. De visie heeft betrekking op verbreding van de agrarische sector enerzijds en behoud en bescherming van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden anderzijds. Waterland wordt zeer gewaardeerd door recreanten, waarbij de aantrekkingskracht van het gebied wordt bepaald door het cultuurhistorische karakter: veenweiden met oude dorpen erin en met grillige meertjes die zijn ontstaan door dijkdoorbraken. Het landschap heeft zijn karakter gekregen door eeuwenlange veehouderij. Ook nu zijn de boeren de belangrijkste beheerders van het gebied. Om het cultuurhistorische landschap te behouden, moeten de Waterlandse boeren een rendabel bedrijf kunnen voeren. Gezien de hoge aantallen recreanten die van Waterland gebruikmaken en de hoge natuurwaarden wil de gemeente Amsterdam de boeren steunen. De beleidsvisie heeft als doel om de benodigde schaalvergroting en verbreding te begeleiden op zodanige wijze dat de Waterlandse boeren hun bedrijf kunnen blijven uitoefenen, terwijl de natuurwaarden en recreatieve waarden erop vooruit gaan.

Op voorhand kan niet met iedere mogelijke ontwikkeling rekening worden gehouden. Om die reden is aan de visie een toetsingskader toegevoegd. Toekomstige verzoeken voor bijvoorbeeld bedrijfsverplaatsing, -uitbreiding, -verbreding of -beëindiging kunnen zodoende aan de hand van het toetsingskader worden beoordeeld. De uitgangspunten hiervan zijn: behoud en versterking van een vitaal en kenmerkend landschap en daarin aanwezige natuurwaarden staat centraal; een economisch vitale landbouw is noodzakelijk voor het duurzaam beheer en behoud van natuur en landschap; er wordt ruimte gegeven aan ontwikkeling van de landbouw zodat die economisch vitaal blijft, waardoor het beheer en behoud ook voor de toekomst gegarandeerd blijft; dit is alleen mogelijk als hierbij voldoende rekening wordt gehouden met natuur en landschap, Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

blz 25

waar mogelijk worden die versterkt; het streven is ruimte te geven aan nieuwbouw, noodzakelijk voor de ontwikkeling van de landbouw als beheerder van het gebied, en tegelijkertijd het verminderen van bouwwerken, die niet meer nodig zijn. In het plangebied is sprake van woningbouwontwikkeling in het kader van de ruimte voor ruimteregeling. De beleidsvisie stimuleert tevens de sanering van gestopte en voormalige agrarische bedrijven en de herinrichting van de erven. Hiermee zal de hoeveelheid bebouwing kunnen afnemen en zal bij voormalige agrarische bedrijven worden gestreefd naar kwaliteitsverbetering van de erfinrichting. In de visie is een aantal principes geformuleerd die daarbij wordt gehanteerd. Het gaat in casus om: de sloop van bedrijfsbebouwing, het aantal terug te bouwen woningen en de omzetting van een deel van het bouwvlak in agrarische cultuurgrond. Onderbouwing van het bovengenoemd toetsingskader is onder meer opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan in de bijlage. Aangezien het plangebied voor een klein gedeelte is gelegen in de hoofdgroenstructuur, is een advies gevraagd aan de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur. Het advies van de commissie - van 27 september 2019 - is als bijlage 9 toegevoegd bij de toelichting.

Op basis van de projectinformatie en na toetsing aan de relevante beleidsdocumenten, stelt de commissie vast dat het onderhavige bestemmingsplan inpasbaar is in de hoofdgroenstructuur. Door toepassing van de ruimte voor ruimte regeling is er sprake van een verbetering door het opruimen van agrarische verhardingen en bebouwingen. Door de aangepaste erfinrichting wordt elke vorm van bebouwing in de hoofdgroenstructuur uitgesloten. Het initiatief is slechts voor een klein deel in de hoofdgroenstructuur gelegen. De kleinschalige herinrichtingsmaatregelen zorgen voor een duidelijke afscheiding tussen erf en landschap. Dit verkleint de kans op onwenselijke uitbreiding van het erf in het open landschap.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 26

Rho Adviseurs B.V.

20201191

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

Hoofdstuk 4

blz 27

Omgevingsaspecten

Naast het feit dat de ontwikkelingen in het plangebied binnen het overheidsbeleid tot stand moet komen, moet ook rekening gehouden worden met de aanwezige functies in en rond het gebied. Het uitgangspunt voor het bestemmingsplan is dat een goede omgevingssituatie ontstaat. In dit hoofdstuk zijn de randvoorwaarden, die voortvloeien uit de omgevingsaspecten, beschreven.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planm.e.r.-plichtig, projectm.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Voor de ontwikkeling in het plangebied is geen vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Het aantal te bouwen woningen valt ruim onder de drempelwaarden en is in relatie tot de omgeving een kleinschalige ontwikkeling.

4.2

Ecologie

Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op de natuurbescherming, rekening worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. 4.2.1 Gebiedsbescherming Met betrekking tot de gebiedsbescherming gaat het om de bescherming van gebieden die zijn aangewezen als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) en/of om gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt niet in een beschermd gebied. Wel is sprake van nabijheid van het Natura 2000-gebied IJmeer & Markermeer. Ook zijn in de omgeving van het plangebied NNN-gebieden en ecologische verbindingszones aangewezen (zie de volgende afbeelding). Er ligt geen NNN-gebied over het projectgebied heen. Aangezien het hier gaat om de sloop van bestaande opstallen en de bouw van enkele nieuwe woningen hebben de ontwikkelingen in het plangebied geen negatieve effecten op het aanwezige Natura 2000-gebied en de NNN-gebieden. Er kan zelfs worden gesproken over een positief effect, aangezien een deel van de bebouwing niet wordt ingevuld met woningbouw, maar wordt toegevoegd aan het agrarisch gebied. Uit de ecologische quickscan (zie bijlage 2) blijkt dat door de verplaatsing van de boerderij een flinke bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 28

20201191

afname van de depositie op het IJmeer worden bereikt. Een berekening van de stikstofdepositie is in het najaar van 2020 uitgevoerd. Het heien kan een tijdelijk effect veroorzaken, daarom wordt geadviseerd dat buiten de kwetsbare periode uit te voeren. Andere effecten op de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn niet te verwachten. Er is geen vergunning van de Wet natuurbescherming nodig of een verklaring van geen bedenkingen voor het voornemen. Er is geen aanvullend onderzoek nodig.

Figuur 11 Fragment PRV Kaart Ecologie Het plangebied grenst aan c.q. ligt deels in een weidevogelleefgebied. Daar wordt in dit bestemmingsplan rekening mee gehouden. Uit de ecologische quickscan blijkt dat er met de ingreep geen effect zal optreden op de kwaliteit van het aanwezige weidevogelleefgebied. De toekomstige bebouwing blijft binnen de huidige verstoringzone. In september 2020 is, ter voorbereiding van het ontwerp van het bestemmingsplan, een stikstofonderzoek uitgevoerd en zijn AERIUS berekeningen gedaan. Het onderzoek en de berekeningen zijn opgenomen in bijlage 3. Uit het onderzoek blijkt, dat significante effecten kunnen worden uitgesloten. 4.2.2 Soortenbescherming Ook de soortenbescherming vindt plaats via de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan mogen de in de wet aangewezen beschermde planten en dieren (en hun verblijfsplaatsen) niet verstoord worden. Voor soorten die vermeld staan op bijlage IV, zoals vleermuizen, van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijst soorten is een zware bescherming opgenomen. De verblijfplaatsen van beschermde soorten mogen volgens de wet niet negatief worden beïnvloed door bouwactiviteiten. Ecologische quickscan (augustus 2020) Uit de resultaten van de quickscan ecologie (zie bijlage 2) van augustus 2020 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen in de woning op voorhand niet uit te sluiten is.

De woning blijft echter in de huidige staat, waardoor er geen effect zal optreden op vleermuizen. Er moet terughoudend worden omgegaan met verlichting op de bouwplaatsen binnen de locatie. De bestaande woning mag tijdens de (bouw)werkzaamheden niet worden verlicht.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

blz 29

De aanwezigheid van verblijfplaatsen van de huismus onder de dakpannen van de stal kan niet op voorhand worden uitgesloten. Daarom wordt een nader onderzoek geadviseerd om de aanwezigheid van de huismus vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Wanneer er verblijfplaatsen van de huismus binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden worden vastgesteld, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende- en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Er is kans op het aantreffen van watergebonden organismen (amfibieën) binnen de planlocatie. Voornamelijk in de winterperiode kunnen deze organismen onder losse materialen (zoals stapels stenen en hout) op de locatie voorkomen. Losse materialen dienen voor de winterperiode verwijderd te worden om te voorkomen dat watergebonden organismen kunnen overwinteren binnen de planlocatie. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden te starten buiten de winterperiode. Conclusie Als gevolg van de resultaten uit de quickscan ecologie wordt nader onderzoek naar de aanwezigheid van huismussen in het plangebied geadviseerd. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen van de huidige bebouwing moet worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet natuurbescherming.

Aanbevelingen en mitigrerende maatregelen die eventueel voortvloeien uit het geadviseerde vervolgonderzoek moeten worden nageleefd. Wanneer uit het nader onderzoek naar voren komt dat er daadwerkelijk huismussen aanwezig zijn in de gebouwen, kunnen er maatregelen worden getroffen in bijvoorbeeld het plaatsen van nestkasten als alternatieve broed- en leefplaatsen en het gebied geschikt maken als leefgebied voor de huismus in de toekomstige situatie. Welke maatregelen daadwerkelijk genoemn moeten worden, moet blijken uit het geadviseerde onderzoek. Als de resultaten van het aanvullend onderzoek voor vaststelling van dit bestemmingsplan bekend zijn, dan worden deze nog toegevoegd aan deze paragraaf. Het bestemmingsplan is in ieder geval uitvoerbaar op het aspect ecologie. De voorwaarde voor het uitvoeren van het nader onderzoek, danwel het uitvoeren van mitigerende maatregelen, wordt opgenomen in de omgevingsvergunning.

4.3

Archeologie en cultuurhistorie

Het is wettelijk verplicht om bij ruimtelijke plannen ook de aspecten archeologie en cultuurhistorie mee te wegen. Beide onderdelen worden besproken in een aparte paragraaf. 4.3.1 Archeologie Voor het aspect archeologie is de Erfgoedwet van toepassing. De gemeenteraad is op grond van de wet verplicht bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Om dit te kunnen onderbouwen moet de gemeente er voor te zorgen dat de archeologische waarden en verwachtingen binnen het gemeentelijk grondgebied bekend zijn. In het geval van dit bestemmingsplan is het aspect archeologie zeker van belang. Zoals in 1.2 is opgenomen, is op basis van de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 1" archeologisch onderzoek nodig. Het gebruik verandert op deze locatie. Voor het plangebied is archeologische onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 4. Uit het onderzoek blijkt dat een lage archeologische verwachting geldt en dat daarom sprake is van een vrijstelling van archeologisch onderzoek. Vanwege deze lage verwachting kan ook voor toekomstige ontwikkelingen op deze locatie vrijstelling van onderzoek worden verleend. De archeologische bestemming hoeft op deze locatie daarom niet meer opgenomen te worden. Wel geldt een vondstmeldingsplicht tijdens de graafwerkzaamheden.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 30

20201191

4.3.2 Cultuurhistorie Zoals is opgenomen in 1.2, heeft het plangebied de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie". De bestemming is bedoeld voor de bescherming en veiligstelling van cultuurhistorische waarden. In relatie tot het plangebied is specifiek van belang dat het specifiek dijkdorpkarakter behouden blijft. Dit bestaat uit het lint van (grotendeels) houten huizen gekoppeld aan het dijklichaam van de Durgerdammerdijk. Daarnaast zijn de tussenruimten tussen de huizen van belang. Hierdoor zijn de zijkanten van de panden te zien en daarmee de extra (bakstenen) onderverdieping en het achterliggende polderland. Deze dubbelbestemming ligt op het gebied dat aangewezen is als beschermd dorpsgezicht Durgerdam. Het beschermd dorpsgezicht is gebaseerd op een aanwijzing van het toenmalige ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Voor Durgerdam is de relatie tussen dijkbebouwing en open ruimte belangrijk. Verder vormen de haven en de karakteristieke houten vissershuisjes belangrijke elementen voor het beschermd dorpsgezicht. De aanwijzing is opgenomen in bijlage 5. De nieuwe ontwikkeling vindt plaats achter het bestaande lint, deze blijft dus behouden. De goot- en bouwhoogte zijn beperkt, waardoor zicht op het lint vanuit het landschap slechts in geringe mate wordt beperkt.

Het zicht op het lint verbetert zelfs, omdat de nieuwe woningbouwmassa kleiner is dan die van het agrarische bedrijf. Over de nieuwe woonstraat op deze locatie blijft een doorzicht naar het achterliggende open landschap mogelijk. Tot slot wordt de karakteristieke openheid van het landschap binnen het beschermd dorpsgezicht versterkt. De agrarische gronden om het voormalige agrarische bouwperceel heen blijven behouden en open. De randen van het plangebied blijven zo veel mogelijk vrij van bebouwing, door onder meer de aanleg van een nieuwe watergang. Verder is er sprake van vrijstaande woningen, waarmee ook de openheid naar het achterliggende gebied blijft.

4.4

Water

Van belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Bij het HHNK is een wateradvies gevraagd. Het advies is in het bestemmingsplan verwerkt. Bij de advisering is de Keur 2016 van het Waterschap betrokken, alsmede het Waterprogramma 2016-2021 en de beleidsnota Waterkeringen 2012-2017. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheerplan) zijn de programma's en beheertaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheergebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen.

Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van woningen mogelijk gemaakt. Op het bestaande bedrijfsperceel wordt 5.765 m2 gesloopt. Voor de vijf nieuwe woningen wordt een totaal “verhardingsoppervlak” van 1.500 m2 gerekend. De verharding van de bedrijfs- en noodwoning blijft hierbij buiten beschouwing. De ontsluiting van het beoogde woonbuurtje omvat een lengte van circa 70 m en een deel van circa 40 m. In totaal bedraagt de openbare verharding een oppervlak van circa 750 m2 . Daar is dus sprake van een netto afname van bebouwd en verhard oppervlak. Daarnaast wordt in het beoogde verkavelingsbeeld nog een kleine sloot gedempt (circa 140 m2 ) en circa 477,5 m2 . (versmalde sloot) water gegraven als afscheiding tussen woonerf en weidegebied.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

blz 31

Uit het bovenstaande blijkt dat er meer water wordt gegraven dan strikt noodzakelijk. De ambitie van het HHNK is om 100% van het hemelwater van nieuwe oppervlakken verharding, bestaande uit bouwwerken en bestrating, te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater beschouwd is als schoon. Verder worden eisen gesteld aan waterberging. Het is van belang dat de beperkte ruimte die water op dit moment heeft niet verder wordt ingeperkt. In dit plangebied worden beide onderdelen opgevolgd. Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van het waterschap is overleg gevoerd tussen Hoogheemraadschap, initiatiefnemer en gemeente. In dit kader is het beoogde watersysteem aangepast om tot een meer robuuste en goed beheerbare oplossing te komen. Dit is zodanig gedaan dat enerzijds te grote ophogingen van het plangebied niet nodig zijn en anderzijds dat toekomstige peilverhogingen niet onmogelijk worden gemaakt (in het gebied met het peil van 2,70 onder NAP). De uiteindelijke oplossing is dat de 'ringsloot' rond het plangebied hetzelfde peil krijgt als het noordoostelijk gelegen gebied: 1,85 onder NAP. Deze sloot wordt gevoed met een inlaat vanaf de sloot langs de Durgerdammerdijk. Deze inlaat was eerst niet voorzien en maakt het mogelijk dat het water kan circuleren in de nieuwe sloot. De bestaande twee sloten ten westen van de geplande sloten worden gedempt.

In de noordoostelijke hoek loopt de 'ringsloot' over in de bestaande sloot langs de noordoostgrens van het plangebied, die een peil heeft van 2,70 meter onder NAP. Het peilverschil wordt hier gehandhaafd en overbrugt met een nieuwe stuw. De bestaande sloot sluit ter hoogte van de bestaande woning op nummer 138 aan op de sloot langs de Durgerdammerdijk. Het peilverschil wordt daar overbrugt met de al aanwezige (onderbemalings)pomp. De genoemde inlaat en de nieuwe stuw komen in beheer bij het hoogheemraadschap. De pomp blijft in beheer van de eigenaar. Met dit beschreven systeem, op het kruispunt van drie verschillende waterpeilen, is een oplossing gevonden die robuust en toekomstbestendig is en die het mogelijk maakt dat de nieuwe woonpercelen, in aansluiting op de aanwezige, ruimtelijke kwaliteiten, lager liggen dan de woonpercelen op en aan de Durgerdammerdijk. Tot slot geeft het HHNK nog een algemeen advies. Zij adviseert, met het oog op de waterkwaliteit, om het gebruik van uitloogbare materialen zoveel mogelijk te voorkomen. Dit zijn materialen als koper, lood en zink.

4.5

Milieuzonering

Het milieubeleid en de daarop gebaseerde regelgeving spelen een belangrijke rol bij het ruimtelijk ordeningsbeleid. Beide beleidsterreinen richten zich op de bescherming van de kwaliteit van de (leef)omgeving. In ruimtelijke plannen wordt de situering van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) ten opzichte van elkaar (milieuzonering) geregeld. In de toelichting bij een ruimtelijk plan moet aangegeven worden hoe aan dat beleid gestalte wordt gegeven. In het plangebied wijzigt te situatie. Een milieubelastende activiteit wordt verwijderd en vervangen door een milieugevoelige functie. De toevoeging van woningen kan een effect hebben op de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. De woningen hebben een minimaal effect naar de omgeving, omdat het dichtstbijzijnde (agrarische) bedrijf op ruime afstand van het perceel ligt. Het betreft een type agrarisch bedrijf dat maximaal een milieucategorie 3.2 heeft. De grootste afstand voor mogelijke hinder is hierbij 100 meter, vooral gebaseerd op het aspect geluid en geur. De nieuwe woningen liggen hier ver buiten. De woningen hinderen de omliggende functies niet wanneer het gaat om een beperking van ontwikkelingsmogelijkheden. Op het perceel Durgerdammerdijk 131 is een bedrijfsbestemming gevestigd. Dit perceel ligt ten zuiden

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 32

20201191

van het plangebied. Binnen deze bestemming zijn bedrijven toegestaan tot en met de categorie 2. De maximale afstand is in het kader van milieuzonering 30 meter. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Dit plan levert geen negatieve effecten op, op het gebied van milieuzonering.

4.6

Bodem

Verdachte plekken met betrekking tot de kwaliteit van de bodem dienen in het kader van de Wet bodembescherming bij ruimtelijke plannen en projecten te worden gesignaleerd vanuit een goede ruimtelijke ordening. In het plangebied worden milieugevoelige functies (woningen) gerealiseerd. Onderzocht moet worden of de bodem voldoende kwaliteit heeft om de gevoelige functie toe te laten, of dat hiervoor speciale maatregelen nodig zijn. Voor het plangebied is een bodemonderzoek uitgevoerd. Deze is toegevoegd in bijlage 6. Hoewel het onderzoek van 2013 dateert, zijn de conclusies nog wel bruikbaar voor het bestemmingsplan. De bedrijfsvoering op het perceel is niet gewijzigd. De belangrijkste conclusies zijn hieronder nader toegelicht. In verband met de toekomstige herontwikkeling van de onderzoekslocatie is er op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek. Dit onderzoek is gecombineerd met een asbestonderzoek. Mengmonster 1 van de bovengrond is voor wat betreft de geanalyseerde parameters analytisch schoon. Enkele mengmonsters zijn alleen licht verontreinigd met wisselend zware metalen, PAK en/of mineraleolie. Andere mengmonsters zijn sterk verontreinigd met lood, koper, nikkel, zink en/of PAK. De oorzaak van de lichte en sterke verontreinigingen houden vermoedelijk verband met eerdere ophooglagen.

Het grondwater uit enkele peilbuizen geeft slechts lichte verhogingen wat betreft de geanalyseerde parameters. Naast verharding van asfalt en beton is er op de locatie op verschillende plaatsen bodemvreemd materiaal (puin, gebroken stenen, sintels en houtsnippers) aangetroffen. Op één locatie is in het samengestelde monster van een inspectiegat visueel asbestverdachtmateriaal groter dan 16 mm waargenomen. In het samengestelde monster van een ander inspectiegat (fractie kleiner dan 16 mm) overschrijdt het gehalte asbest ruimschoots (meer dan zes maal) de interventiewaarde. Ook de asbestverdachte materialen groter dan 16 mm blijken asbesthoudend. Daarbij is sprake van goed hechtgebonden asbest (chrysotiel). Er is hierdoor sprake van ernstig met asbestverontreinigde grond. De omvang moet nader worden onderzocht. In verband met de verlooptijd van het rapport 2013-636 heeft er een actualisatie van de asbestinventarisatie plaatsgevonden (bijlage 7). Tijdens de actualisatie is de navolgende toepassing aangetroffen: Plaatmateriaal melkstal. Het plaatmateriaal is bemonsterd doch niet asbesthoudend bevonden. Een saneringsadvies is hiervoor niet aan de orde. De golfplaten dakbedekking van de stal is nog aanwezig. De losse golfplaten zijn ook asbesthoudend.

De sanering dient uitgevoerd te worden conform SMA-rt Er heeft, in verband met actualisatie, geen destructief onderzoek plaatsgevonden. Een aanvullende inventarisatie wordt niet nodig geacht. De resultaten van de onderzoeken hebben geen invloed op de regeling van dit bestemmingsplan. Bij de verlening van de omgevingsvergunningen voor de gewenste ontwikkelingen moet aangetoond zijn dat de bodem voor de gewenste functies geschikt is.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

20201191

4.7

blz 33

Geluid

In het kader van wegverkeerslawaai en industrielawaai is de Wet geluidhinder van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Verkeersbewegingen In de huidige situatie is bedrijfslocatie aan de Durgerdammerdijk in gebruik als agrarisch melkveehouderijbedrijf met een eigen 'wagenpark' en extern (vracht) verkeer van toeleveranciers en loonwerkbedrijven. Daarnaast het gebruik van de bedrijfswoning en de voormalige noodwoning. Tevens wordt er door o.a. buurtbewoners gebruik gemaakt van de parkeerfaciliteiten op het bedrijfserf. Het gaat dan voornamelijk om het gebruik van de in/uitrit v.v. op de Durgerdammerdijk in aantal voertuigtype en gebruik. Huidige situatie 3 tractoren (veelal) met aanhangwagen, 4 maal per dag; 3 personenauto’s (privé en noodwoning), 18 maal per dag; Bezoekers, personenauto’s = 4 maal per dag; Melktankwagen, 3 maal in de week = 0,4 maal per dag; Vrachtvervoer met bulk, maïs, stro, kunstmest, onderhoud/reiniging en overig 140 verkeerbewegingen per jaar = 0,4 per dag; Loonwerk, circa 50 verkeerbewegingen per jaar = 0,15 per dag; 30 parkeerplaatsen van buren met minimaal 25 verkeerbewegingen per dag; Motoren en brommers niet meegeteld. Totaal huidige situatie: Lichtverkeer: 47 bewegingen per dag; Zwaar verkeer 6 bewegingen per dag.

Nieuwe situatie In de nieuwe situatie worden vijf woningen gebouwd. Totaal 5 woningen met elk twee auto's maal 6 bewegingen per dag, totaal 30 bewegingen per dag. Voor toeleveranciers (besteldiensten) wordt uitgegaan van vier bewegingen per dag. Gemiddeld worden er in de nieuwe situatie twee bewegingen per dag gerekend. Totaal nieuwe situatie: Lichtverkeer: 34 bewegingen per dag; Zwaar verkeer: 2 bewegingen per dag. Conclusie is dat zowel voor het zwaar verkeer als het licht verkeer het aantal verkeersbewegingen afneemt. Gezien de inrichting van de weg en de hoeveelheid verkeer kan en goed woon- en leefklimaat geboden worden voor de nieuwe woningen. Een onderzoek in het kader van een goede ruimtelijke ordening is niet aan de orde. Wegverkeerslawaai De Durgerdammerdijk heeft een maximum snelheid van 30 kilometer per uur. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder is niet aan de orde. Industrielawaai Een onderzoek naar industrielawaai en lawaai van inrichtingen (Activiteitenbesluit) is bij deze locatie ook niet nodig. Zoals in paragraaf 4.5 aangegeven liggen dergelijke inrichtingen op voldoende afstand

bestemmingsplan 6e herziening Landelijk Noord Status: ontwerp / 17-11-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 34

20201191

van de nieuwe woningen en is nader onderzoek niet nodig. Geluidhinder wordt daarom uitgesloten.

4.8

Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (PM10 ) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging, zijn op grond van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) daarbij vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling Niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; kantoorlocaties met een vloeroppervlak van minder dan 100.000 m2 ; projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor stikstofdioxide of fijnstof bijdragen. Dit komt overeen met 1,2 µg/m3 . Het bestemmingsplan maakt vijf nieuwe woningen mogelijk. Deze ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, omdat de ontwikkeling onder de vrijstelde projecten valt. Er kan zelfs worden gesproken over een verbetering van de luchtkwaliteit, aangezien het agrarisch bedrijf ter plaatse wordt verplaatst. De toekomstige ontwikkelingen geven geen belemmeringen voor de luchtkwaliteit en heeft voor dit bestemmingsplan geen gevolgen.

Tot slot blijkt uit de grootschalige kaarten van het RIVM, dat de luchtkwaliteit ter plaatse aan de geldende grenswaarden voldoet.

4.9

Externe veiligheid

Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaarleverende functies en transportroutes in of in de nabijheid van het plangebied. Gekeken wordt naar zogenaamde risicovolle inrichtingen. Daarnaast wordt gekeken naar vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Doel hiervan is om zowel individuele personen als groepen mensen een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor risicovolle inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen worden de risico's gemeten in twee maten: plaatsgebonden risico (voor individuen) en groepsrisico (voor groepen mensen). In en in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen, transportroutes of buisleidingen aanwezig die invloed hebben op het plangebied. De dichtstbijzijnde transportroute is de snelweg A10, op ongeveer 1.300 meter ten westen van het plangebied. Deze hebben geen invloed op de gewenste ontwikkelingen in het plangebied. Daarnaast is het in het plangebied niet toegestaan om nieuwe risicovolle inrichtingen op te richten. Dit wordt dan ook in dit bestemmingsplan uitgesloten. Dit aspect geeft geen uitgangspunten voor dit bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9663817/1