6. Onderzoek OIS draagvlak energietransitie 2022.pdf
Tekst van het document
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie Derde meting Onderzoek en Statistiek
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
In opdracht van: Ruimte en Duurzaamheid Gemeente Amsterdam Projectnummer: 21348 Auteur: Mersiha Tepic
Nina Vos
Jeroen Slot Met medewerking van Faye Kornbluh J Bezoekadres: Weesperstraat 113-117
Telefoon 020 251 0402
Postbus 658, 1000 AR Amsterdam
onderzoek.amsterdam.nl
m.tepic@amsterdam.nl
Amsterdam, maart 2022
Foto voorzijde: Groen dak op Oostelijke Handelskade 12, fotograaf Alphons Nieuwenhuis (2020)
2
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Inhoud
Samenvatting
4
Inleiding
8
Onderzoeksvraag Werkwijze en respons
8 9
1 Kennis
11
1.1 Zon en wind door overgrote meerderheid herkend als duurzame energiebronnen 1.2 Ruim twee op de vijf vindt biomassa onaanvaardbaar als duurzame energiebron 1.3 Aandeel respondenten zonder kennis over duurzame energie neemt af
11 12 13
2 Houding
15
2.1 Nagenoeg negen op de tien van bevraagde Amsterdammers vindt de overstap naar duurzame energie een goede zaak 2.1.1 Houding ten aanzien van duurzame energie vooral positief in Oost, iets minder in Nieuw-West en Zuidoost 2.1.2 Houding ten aanzien van duurzame energie vooral positief onder jongvolwassenen, hoger opgeleiden en Amsterdammers met een hoger inkomen 2.2 Houding energietransitie grotendeels onveranderd 2.3 Aandeel positief over aardgasvrij groeit 2.4 Houding windmolens
15 16 16 16 17 19
3 Gedrag
21
3.1 Aandeel wat elektrisch kookt toegenomen 21 3.2 Drie op de tien heeft plannen om in de komende 12 maanden duurzame maatregelen te nemen 22
Bijlage 1 Vragenlijst
24
Bijlage 2 Achtergrondkenmerken respons
30
Bijlage 3 Resultaten naar achtergrondkenmerken
31
3
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Samenvatting
De gemeente Amsterdam wil in 2030 de CO2-uitstoot verminderen met 55% en in 2050 met 95% ten opzichte van de uitstoot in 1990. Dit vergt een energietransitie: de overgang van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare en dus oneindig beschikbare bronnen. In de realisatie van deze ambitie monitort de gemeente het draagvlak voor de energietransitie onder haar inwoners. In opdracht van Ruimte en Duurzaamheid voerde O&S daarom tussen 31 januari en 17 februari 2022 surveyonderzoek uit onder Amsterdammers over hun kennis, houding en gedrag ten aanzien van de energietransitie. De veldwerkperiode vond dus plaats vlak voor de sterke stijgingen in de energieprijzen ten gevolge van de oorlog in Oekraïne. Wel zijn de stijgende gasprijzen in de maanden in aanloop naar het onderzoek vaak in het nieuws1. De meting is een vervolgmeting op eerder onderzoek in 2019 en in 2020. Het onderzoek en de analyse van 2022 is gebaseerd op de totale respons van 1.850 Amsterdammers. In de rapportage worden uitspraken gedaan over het draagvlak per stadsdeel en eventuele verschillen tussen verschillende bevolkingsgroepen. Kennis
Het kennisniveau van Amsterdammers omtrent duurzame energiebronnen lijkt redelijk stabiel te zijn over de tijd. Zon en wind worden door minimaal 86% van de respondenten als duurzaam gezien; waterkracht en warmte uit de aarde door minimaal 67%. Over de energiebronnen waar in de maatschappij twijfel over bestaat, twijfelt ook de Amsterdammer. Bijna de helft beschouwt restwarmte van het afvalbedrijf of de industrie als duurzaam. Ongeveer een derde vindt stadswarmte en kernenergie duurzaam. In 2022 is specifiek gevraagd naar biomassa; 45% zegt biomassa helemaal niet aanvaardbaar te vinden als duurzame energiebron; 27% vindt het aanvaardbaar als het uit de regio komt en er geen bomen voor zijn gebruikt en nog eens 9% als het aan (inter)nationale wetgeving voldoet; 2% vindt het sowieso een duurzame bron. Amsterdammers schatten hun kennisniveau iets beter in dan in voorgaande metingen. In 2022 geeft nog maar 19% aan weinig tot geen kennis te hebben over duurzame energie t.o.v. 28% in 2020. Ruim de helft (57%) geeft aan wel kennis te hebben; bij de voorgaande metingen ging dit om iets minder dan de helft van de respondenten. In Zuidoost en Nieuw-West geeft men het vaakst (ruim 20%) aan weinig kennis te hebben. Dit geldt ook voor Amsterdammers met een lager opleidingsniveau (37%) en lager inkomensniveau (29%).
1 Bron: NOS. Oplopende gasprijzen, wat zijn de gevolgen?. November 2021.
4
|
Onderzoek en Statistiek
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Ik heb weinig tot geen kennis over het onderwerp duurzame energie, 2020, 2022
2022 (n = 1.718) 4
2020 (n = 1.649)
6
15
23
22
39
25
18
34
1
12 1
% 0
20
40
helemaal mee eens neutraal helemaal mee oneens
60
80
100
mee eens mee oneens weet niet / geen antwoord
Houding
Het draagvlak voor de overstap naar duurzame energie is groot; in 2022 vindt 85% van de respondenten de overstap een goede zaak. In 2020 ging dit nog om driekwart. Dit is hoger dan gemiddeld in Nederland waar volgens CBS zo’n 60% vindt dat er minder of helemaal geen aardgas of aardolie gebruikt moet worden en 77% dat vindt over steenkool (meting 2020)2. Uit andere onderzoeken blijkt dat drie kwart van de Nederlanders een omschakeling van fossiele brandstoffen naar groene energie belangrijk of noodzakelijk vindt34. Ook het gevoel van verantwoordelijkheid onder Amsterdammers om aan de transitie bij te dragen is groot; vorige keer stond twee derde van de respondenten hierachter en bij de meting in 2022 is dit gestegen naar 74%. Een kleine minderheid van 6% (vorige keer 13%) geeft aan niets te maken te willen hebben met de energietransitie. De houding onder Amsterdammers wordt gemiddeld genomen positiever met hogere opleidings- en inkomensniveaus en negatiever met leeftijd. CBS constateert ook dat hoogopgeleiden en jongere Nederlanders relatief vaker positief zijn over de energietranistie. Bewoners van Oost zijn het meest positief over de energietransitie en bewoners van Nieuw-West en Zuidoost het minst. Een groter aandeel (69%) van Amsterdammers is positief over het plan om aardgasvrij te worden dan bij de vorige meting (60%).
Net als in 2020 is het aandeel dat positief is om 10 jaar eerder aardgasvrij te zijn dan het landelijke doel iets lager (63%). Volgens CBS zijn Nederlanders in het algemeen (71%) positief over nieuwe windmolens. Dit daalt naar 21% als het gaat om eigen woonomgeving en 43% vindt het afhangen van omstandigheden en voorwaarden. Volgens Motivaction is het draagvlak onder Nederlanders voor zonneweides (37%) en windmolenparken (23%) gedaald in 2021 maar tegelijkertijd geeft negen op de tien Nederlanders aan akkoord te gaan met een nieuwe energie-installatie in de eigen omgeving onder bepaalde voorwaarden (geen gezondheidsschade en hinder)5.
2 Bron: CBS. Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020. Juni 2021. 3 Bron: SCP. (2021). Klimaataanpak: toekomstbepalende keuzes voor onze samenleving De energietransitie vanuit
burgerperspectief. Juni 2021 4 Bron: CBS. (2018). Milieu en duurzame energie. Opvattingen en gedrag. Oktober 2018. 5 Bron: Rijksoverheid. Publieksmonitor Klimaat en Energie 2021. Den Haag, september 2021.
5
|
Onderzoek en Statistiek
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Amsterdammers zijn nog steeds positiever over de energietransitie in het algemeen dan over de specifieke plannen om aardgasvrij te worden. Ruim de helft is positief over de plaatsing van extra windmolens in Amsterdam. In Noord en Zuidoost is men iets minder positief. Delen van deze stadsdelen betreft zoekgebieden voor de plaatsing van extra windmolens.
Ik vind de overstap naar duurzame energie een goede zaak, 2020, 2022
2022 (n = 1.718)
49
2020 (n = 1.649)
36
34
8
44
13
3 22
6
21 %
0
20
40
60
80
helemaal mee eens
mee eens
neutraal
mee oneens
helemaal mee oneens
weet niet / geen antwoord
100
Gedrag
Het aandeel respondenten dat elektrisch kookt is toegenomen naar ongeveer een derde. Verwarmen gebeurt nog steeds vooral d.m.v. gas en is nauwelijks veranderd t.o.v. de vorige meting. Een toenemend aandeel respondenten heeft plannen om in de komende 12 maanden duurzame maatregelen te nemen. In 2021 was dit een kwart en in 2022 is dit 31%. Net als bij de vorige metingen zijn er een aantal maatregelen die vaker genoemd worden: zonnepanelen, spaar- of ledlampen, isolatie en koken op inductie. Of mensen van plan zijn maatregelen te nemen, en welke dat zijn, hangt mede af van welke maatregelen eerder zijn genomen of uitgevoerd in de woning. Bij een grote meerderheid van 91% zijn al duurzame maatregelen genomen. Bewoners van Zuidoost en West geven het vaakst aan maatregelen te willen nemen. Vooral respondenten van 35 jaar en ouder hebben voornemens om verduurzamingsmaatregelen te nemen; bij ouderen gaat het vaker om kleinere ingrepen zoals spaarlampen of het afnemen van energie van duurzame leveranciers. Uit onderzoek van Motivaction blijkt dat Nederlanders meer klimaatvriendelijke gedragingen laten zien in 2021 t.o.v. 2019. Nederlanders hebben vaker LED-lampen (89%), isolatieglas (58%), radiatorfolie (26%), spouwmuurisolatie hebben (41%) en zonnepanelen (27%).
Het blijkt dat klimaatvriendelijke gedragingen niet zozeer toe zijn genomen vanwege duurzaamheidsmotivatie maar vooral vanwege lagere aanschafkosten en kostenbesparing.
6
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Aandeel dat aangeeft dat er duurzame maatregelen zijn genomen in de woning, 2020, 2022
2020 (n = 1.649) 4%
2022 (n = 1.438) 3%
10%
40%
7%
43% 46%
47%
(nog) geen maatregelen genomen maatregelen waren (deels) al uitgevoerd in woning
nieuwe maatregelen uitgevoerd weet niet, geen antwoord
Samengenomen laten deze recente inzichten over de kennis, houding en het gedrag van Amsterdammers ten aanzien van duurzame energie zien dat het draagvlak voor de energietransitie sinds 2019 en 2020 is toegenomen. Daarmee lijkt de Amsterdammer de duurzame oriëntatie van haar gemeente te delen. Wel bestaat er minder draagvlak onder enkele bevolkingsgroepen. Zo bestaat er relatief weinig draagvlak onder bewoners van Zuidoost en Nieuw-West en Amsterdammers met een lager opleidingsniveau of inkomen en neemt het draagvlak af met leeftijd. Wel zien we dat ook onder deze groepen het draagvlak iets is gestegen. Bovendien tonen met name inwoners van Zuidoost en Amsterdammers van 35 jaar en ouder bereidheid om duurzame maatregelen te nemen. In haar communicatie over de energietransitie kan de gemeente rekening houden met deze verschillen. Het onderzoek wijst erop dat het waardevol kan zijn om in vervolgmetingen of onderzoek kennis te vergaren over de barrières die groepen Amsterdammers, specifiek de groepen met minder draagvlak, ervaren in hun deelname aan de energietransitie. Zo laat eerder onderzoek door Motivaction, in opdracht van de Rijksoverheid, zien dat een toename van klimaatvriendelijke gedragingen niet komt vanuit een motivatie om duurzame keuzes te maken, maar door kostenbesparing6.
Reden om (nog) geen duurzame maatregelen te hebben genomen is onder meer dat men geen eigenaar is van de woning of vanwege financiële redenen. Volgens onderzoek door TNO speelt vooral bezorgdheid om klimaatverandering een rol7. Mensen die meer bezorgd zijn over klimaatverandering zijn vaker voorstander van duurzame maatregelen. Aanvullende kennis over de motivaties en barrières van verschillende groepen Amsterdammers voor het nemen van duurzame maatregelen kan de gemeente helpen in haar navigatie naar een duurzamer Amsterdam. Vervolgmetingen kunnen ook helpen om in beeld te brengen hoe het draagvlak voor de energietransitie ontwikkelt na de gebeurtenissen in Oekraïne en de stijgende energieprijzen.
6 Bron: Rijksoverheid. Publieksmonitor Klimaat en Energie 2021. Den Haag, september 2021. 7 Bron: TNO. Wat is het maatschappelijk draagvlak voor klimaatbeleid? Onderzoek naar beleidsopties van de studiegroep
Invulling klimaatopgave Green Deal. Maart 2021.
7
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Inleiding
Onderzoeksvraag Amsterdam wil een duurzame stad zijn. Daarom wil de gemeente Amsterdam in 2030 de CO2uitstoot verminderen met 55% en in 2050 met 95% in vergelijking met de uitstoot in 1990. De aanpak hiervoor staat beschreven in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050, vastgesteld door het college van B&W op 3 maart 2020. Deze Routekaart gaat over de ‘energietransitie’: de overgang van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare en dus oneindig beschikbare bronnen. Daar is een brede, maatschappelijke verandering voor nodig die impact heeft op onze economie en op ons dagelijks leven. De gemeente heeft in het Coalitieakkoord 2018-2022 naast de verduurzamingsdoelstellingen de intentie opgenomen dat de transitie naar een duurzame stad onder bepaalde voorwaarden plaats moet vinden. De gemeente vindt draagvlak onder Amsterdammers voor de energietransitie essentieel. De overstap naar een duurzame stad mag de ongelijkheid in de stad niet vergroten. In het Coalitieakkoord wordt bijvoorbeeld genoemd dat de woonlasten voor huishoudens met lage en middeninkomens niet mogen stijgen als gevolg van de kosten van de energietransitie. Om deze reden deed O&S in 2019 het eerste onderzoek onder Amsterdammers om het draagvlak voor de transitie te meten.
Dit onderzoek is gedaan aan de hand van een enquête bestaande uit vragen over de kennis, houding en het gedrag van Amsterdammers ten aanzien van het gebruik van energie, energiebesparing en de overstap naar duurzame energie. Hiermee werd de sociale en minder tastbare kant van de energietransitie meetbaar gemaakt. In 2020 werd de meting herhaald om het draagvlak te monitoren. De gemeente is geïnteresseerd in de langere termijnontwikkelingen in kennis, houding en gedrag van Amsterdammers ten aanzien van de energietransitie. Om deze reden herhaalde O&S in 2022 de meting. De vragenlijst is iets aangepast aan de ervaringen die tijdens de eerste twee metingen zijn opgedaan. Wel is de basis van de vragen stabiel gehouden om de vergelijkbaarheid van de resultaten te verzekeren en trends optimaal te kunnen meten. In deze rapportage van de derde meting staat de volgende vraag centraal: zien we over tijd een verandering in kennis, houding en gedrag ten aanzien van de energietransitie onder de Amsterdammers (en verschillende groepen Amsterdammers)? In het rapport worden de resultaten van het onderzoek uiteengezet aan de hand van tabellen en figuren. Om te zien of het draagvlak tussen groepen Amsterdammers verschilt, wordt er ook gekeken naar een aantal achtergrondkenmerken. Op basis van de resultaten wordt een beeld gegeven van het draagvlak voor de energietransitie onder de Amsterdammers.
8
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Werkwijze en respons O&S en Ruimte en Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam hebben gezamenlijk een vragenlijst opgesteld die ingaat op de volgende onderwerpen: kennis over duurzame energiebronnen; houding: wat vindt de Amsterdammer van de overstap naar duurzame energie, verandering in houding; gedrag: het nemen van energiebewuste maatregelen in de woning. De volledige vragenlijst is te vinden in bijlage 1. Om juist ook de kennis, houding en het gedrag van groepen die minder vaak responderen op online onderzoeken mee te nemen in dit onderzoek, is de online dataverzameling aangevuld met face-to-face datacollectie (op straat). In elk stadsdeel zijn face-to-face interviews uitgevoerd. Hiervoor is een verkorte versie van de vragenlijst gebruikt om het hanteerbaar te maken voor deze vorm van dataverzameling. Ook de face-to-face versie van de vragenlijst is in te zien in bijlage 1. De vragenlijst is eind januari 2022 uitgestuurd naar 2.400 leden van het online panel van O&S. Daarvan hebben tussen 31 januari en 17 februari 2022 1.740 Amsterdammers de enquête ingevuld, een responspercentage van 73%. Met het face-to-face onderzoek werden 186 respondenten geworven, resulterend in een totale respons van 1.926 Amsterdammers. De data vanuit deze totale respons is geïnspecteerd op bruikbaarheid.
Data van respondenten die de vragenlijst in twee minuten of minder invulden is geëxcludeerd. Ook data waarbij uit het opmerkingenveld van de enquêteurs bleek dat de vragenlijst niet ingevuld kon worden vanwege een taalbarrière zijn geëxcludeerd van verdere analyses. Dit resulteerde in een totale respons van 1.850, waarvan 1.677 panelleden en 173 face-to-face respondenten. De tabel in bijlage 2 laat een overzicht zien van de verdeling van de respons naar achtergrondkenmerken. Om richting een representatiever beeld van het draagvlak voor de energietransitie onder Amsterdammers te komen, zijn de resultaten gewogen naar leeftijd, opleidingsniveau en migratieachtergrond. De tabel geeft weer hoe de verdeling van respons eruit ziet na de toepassing van de weging. Daarnaast wordt in de ‘Referentie’ kolom weergegeven hoe de werkelijke verdeling van Amsterdammers is op deze kenmerken. De weging en de weegfactor zijn op stadsniveau bepaald omdat het primaire doel is om een representatief beeld te geven over het draagvlak op stadsniveau. Het weergeven van resultaten per stadsdeel is mogelijk omdat er tijdens de dataverzameling rekening gehouden is met voldoende respons per stadsdeel. Door het toepassen van de weging treedt er iets meer afwijking op in de verdeling over de stadsdelen ten opzichte van de referentie.
Dit is acceptabel zolang er voldoende waarnemingen zijn per stadsdeel om de resultaten op dit niveau te kunnen tonen. Ten gevolge van de weging wijkt de uiteindelijke respons in omvang af van de ongewogen respons. In de verdere analyses en rapportage van de resultaten wordt de gewogen respons van 1.718 aangehouden. De face-to-face datacollectie en de weging helpt voor een deel om groepen die minder deelnemen aan dit soort onderzoek te ondervangen, maar de respons vanuit de groep jongvolwassenen tot 35 jaar, lager opgeleiden en Amsterdammers met een niet-westerse
9
|
Onderzoek en Statistiek
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
migratieachtergrond blijft enigzins onderbelicht. Ook blijkt uit eerder onderzoek dat Amsterdammers uit een huishouden met een zeer laag tot laag inkomen minder respondenderen. Ook in dit onderzoek is dit het geval. De grootste groep van de respondenten is eigenaar-bewoner. Nagenoeg een derde van de onderzoekspopulatie bewoont een sociale huurwoning van een corporatie. Ruim een derde van respondenten woont in een vooroorlogse woning; een op de vijf bewoont een pand dat gebouwd is tussen 1946 en 1980. Daarnaast maakt 42% deel uit van een vereniging van eigenaren (VvE). Onderzoekspopulatie naar woonsituatie, februari 2022 (N = 1.718) 9%
2% eigenaar sociale huurwoning van een woningcorporatie
8%
sociale huurwoning van een particuliere verhuurder
5%
44% vrije sector huurwoning van een woningcorporatie vrije sector huurwoning van een particuliere verhuurder anders, namelijk 32%
weet niet / geen antwoord
Onderzoekspopulatie naar bouwjaar woning, februari 2022 (N = 1.718) 5% voor 1946 18% 34%
1946-1980 1981-1990 1991-2000
9%
2001-heden weet niet / geen antwoord 14% 20%
10
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
1 Kennis
In dit hoofdstuk wordt besproken hoe het staat met de kennis van Amsterdammers van de overstap naar duurzame energie.
1.1 Zon en wind door overgrote meerderheid herkend als duurzame energiebronnen Om de kennis van Amsterdammers over duurzame energie(bronnen) te kunnen peilen is respondenten gevraagd om aan te geven welke energiebronnen zij duurzaam achten. Figuur 1.1 geeft het beeld van de antwoorden weer. Men was in de gelegenheid om meerdere opties aan te kruisen. Vandaar dat we per bron weer kunnen geven welk aandeel van de respondenten elk van de bronnen als duurzaam heeft aangemerkt. Zon wordt, zoals ook in voorgaande jaren, door de meeste Amsterdamse respondenten als duurzaam gezien (Nederland: 83%8). Ook wind wordt door velen erkend als duurzaam (Nederland: 72%4). Waterkracht wordt door ruim driekwart als duurzaam gezien en warmte uit de aarde door twee derde. De helft van de respondenten beschouwt restwarmte van het afvalbedrijf als duurzaam; dit geldt voor een nagenoeg evengroot deel voor restwarmte van de industrie. Andere energiebronnen zoals biomassa, stadswarmte en kernenergie worden door een minderheid als duurzaam aangemerkt. Diegenen die de optie ‘anders’ hebben ingevuld, geven met name waterstof(gas) als een additionele duurzame bron op. Over het algemeen worden dezelfde energiebronnen als duurzaam gekenmerkt over de verschillende metingen heen. Bij een aantal bronnen is er een verschuiving te zien.
Kernenergie en stadswarmte worden over tijd in toenemende mate als duurzaam gezien en biomassa in afnemende mate.
8 Bron: CBS. Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020. Juni 2021.
11
|
Onderzoek en Statistiek
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Figuur 1.1 Welke van de volgende energiebronnen zijn volgens u duurzaam?, 2019, 2020, 2022
% 100 90 80 70 60 50
40 30 20 10 0
91
86
77 2019 (n = 1.176)
67
2020 (n = 1.649) 50
48
2022 (n = 1.438) 35
31 14 6
1
1
2
0
2
De resultaten verschillen enigszins per stadsdeel. Bewoners van stadsdeel Oost noemen vaker zon (97%), wind (94%), restwarmte uit afval (53%) en kernenergie (37%) als duurzame bron. Bewoners van Noord beschouwen zon (86%), wind (81%) en restwarmte uit afval (47%) juist minder vaak als een duurzame bron. Daarnaast wordt zon en wind ook in West vaker als duurzame bron gezien (resp. 94% en 91%). Wel zijn de verschillen tussen stadsdelen minder groot dan in voorgaande metingen. Amsterdammers met een lager opleidingsniveau en niet-westerse migratieachtergrond herkennen minder vaak zon (83%), wind (75%), waterkracht (64%), warmte uit de aarde (50%), restwarmte uit afval en uit de industrie (resp. 40% en 38%) en kernenergie (28%) als duurzame bronnen. Mogelijk is dit patroon te verklaren door de lastige terminologie en/of een incorrecte of onvolledige perceptie van de term ‘duurzaam’. Wel valt op dat de bronnen door lager opgeleiden vaker als duurzaam gezien worden dan in voorgaande jaren. Voor respondenten met een lager inkomen (<€1.750 netto per maand) geldt een vergelijkbaar patroon. Jongvolwassenen (tot 35 jaar) erkennen zon (91%), wind (82%), waterkracht (84%), warmte uit de aarde (71%) en kernergie (46%) vaker als duurzame bronnen.
1.2 Ruim twee op de vijf vindt biomassa onaanvaardbaar als duurzame energiebron Vanwege de bestaande discussie over biomassa als duurzame energiebron, is hier in de vragenlijst specifiek op ingegaan. Figuur 1.2 toont de verdeling in meningen. De grootste groep respondenten vindt biomassa onaanvaardbaar als duurzame energiebron. Een ander groot deel
12
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
vindt het aanvaardbaar onder bepaalde voorwaarden. Slechts 2% vindt biomassa altijd aanvaardbaar als duurzame energiebron. De rest weet geen antwoord te geven op de vraag. Ter vergelijking geeft in landelijk onderzoek een aanzienlijk kleiner deel (circa 16%) aan dat biomassa minder moet worden gebruikt in het opwekken van energie.9 Ongeveer een kwart vindt juist dat er meer moet worden ingezet op biomassa als bron. Figuur 1.2 Wat vindt u van het gebruik van biomassa voor het opwekken van energie?, februari 2022 (n = 1.718) 2% 17%
ik vind biomassa altijd aanvaardbaar als duurzame energiebron
9%
ik vind biomassa als duurzame energiebron aanvaardbaar, als de herkomst van de biomassa aan nationale en internationale regelgeving voldoet 27%
ik vind biomassa als duurzame energiebron aanvaardbaar, als het een regionale herkomst heeft en er geen bomen worden gebruikt ik vind biomassa als duurzame energiebron niet aanvaardbaar omdat dit geen duurzame oplossing is
45%
weet niet / geen antwoord
Een uitsplitsing naar achtergrondkenmerken laat een aantal patronen zien. Zo vinden bewoners van stadsdeel Oost en Centrum biomassa relatief vaak onaanvaardbaar als duurzame enerigebron (resp. 54% en 50%). Bewoners van West aanvaarden veelal biomassa als duurzame bron, mits het een regionale herkomst heeft en er geen bomen worden gebruikt (31%). Vooral in Zuidoost en Nieuw-West zijn bewoners van mening dat biomassa aanvaardbaar is als duurzame energiebron wanneer het aan nationale en internationale regelgeving voldoet (resp. 12% en 11%). Daarnaast zien we dat vooral respondenten zonder migratieachtergrond (51%), 65-plussers (50%), mannen (50%) en respondenten met een hoger inkomen (€3.050> netto per maand; 50%) biomassa onaanvaardbaar vinden als duurzame energiebron. Respondenten die het aanvaardbaar vinden, mits regionale herkomst en zonder gebruik van bomen, betreft met name jongvolwassenen (tot 35 jaar; 33%), vrouwen (32%), hoger opgeleiden en mensen met een westerse migratieachtergrond (beide 31%). Vooral respondenten met een niet-westerse migratieachtergrond (28%), lager opleidingsniveau (27%) en respondenten met een laag of middeninkomen (<€3.050 netto per maand) weten niet waar zij zichzelf plaatsen in de kwestie.
1.3 Aandeel respondenten zonder kennis over duurzame energie neemt af Op de stelling ‘ik heb weinig tot geen kennis over het onderwerp duurzame energie’ reageert de meerderheid van respondenten ontkennend (57%; Figuur 1.3). In 2020 ging dit nog om minder dan de helft (46%). Het aandeel van minder dan een vijfde wat ermee instemt is hiermee tevens
9 Bron: CBS. Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020. Juni 2021.
13
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
kleiner geworden. Landelijk geeft een vergelijkbare 14% aan niet te weten wat zij zouden kunnen doen om klimaatverandering tegen te gaan.10 Figuur 1.3 Ik heb weinig tot geen kennis over het onderwerp duurzame energie, 2019, 2020, 2022 2022 (n = 1.718) 4
15
23
2020 (n = 1.649)
6
22
2019 (n = 1.395)
6
19
39
25
18
34
25
1
12 1
35
15
1 %
0
20
40
helemaal mee eens neutraal helemaal mee oneens
60
80
100
mee eens mee oneens weet niet / geen antwoord
Het kennisniveau verschilt iets naar stadsdeel. Vooral bewoners van West (63%) en Noord (61%) geven aan wel kennis te hebben. Bewoners van Zuidoost (22%) en Nieuw-West (21%) geven het vaakst aan geen of weinig kennis over duurzame energie te hebben. Daarnaast zijn er verschillen tussen opleidingsniveaus, inkomensgroepen, herkomst en leeftijd. Ruim een derde van lager opgeleiden (37%) geeft aan geen tot weinig kennis te hebben, tegenover 11% van hoger opgeleiden. Hetzelfde patroon zien we voor respondenten met een lager inkomen (<€1.750 netto per maand; 29%) en een hoger inkomen (€3.050> netto per maand; 11%). Ook mensen met een niet-westerse migratieachtergrond geven veelal aan weinig te weten over duurzame energie (34%), tegenover 13% van mensen met een westerse migratieachtergrond en zonder migratieachtergrond. Daarnaast geven vooral mensen in de leeftijdscategorie van 50 tot 65 jaar en vrouwen aan geen tot weinig kennis te hebben over het onderwerp (beide 22%). Figuur 1.2 Ik heb weinig tot geen kennis over het onderwerp duurzame energie, totaal en naar stadsdeel, februari 2022 (n=1.718) % 70 60 50 (helemaal) eens 40
neutraal 30
(helemaal) oneens
20
weet niet / geen antwoord
10 0
Amsterdam Centrum
West
Nieuw-West
Zuid
Oost
Noord
Zuidoost
10 Bron: Rijksoverheid. Publieksmonitor Klimaat en Energie 2021. Den Haag, september 2021.
14
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
2 Houding
Dit hoofdstuk gaat over de houding die Amsterdammers hebben ten aanzien van de energietransitie en of die houding veranderd is.
2.1 Nagenoeg negen op de tien van bevraagde Amsterdammers vindt de overstap naar duurzame energie een goede zaak Er lijkt een stijgende lijn te zitten in het aandeel respondenten dat aangeeft de overstap naar duurzame energie een goede zaak te vinden. In 2019 ging dit om driekwart van de respondenten (75%). In 2020 betrof dit ruim driekwart (78%). In 2022 geldt dit voor nagenoeg negen op de tien (85%; Figuur 2.1). Ter vergelijking gold dit in 2020 voor iets meer dan driekwart van Nederlanders.11 Daarnaast geeft driekwart (74%) van respondenten aan te vinden dat iedereen in de maatschappij verantwoordelijk is voor de overstap en ook zelf daaraan te zullen moeten bijdragen. In 2019 en 2020 ging dit om circa twee derde. Landelijk onderzoek wijst uit dat 63% van Nederlanders denkt zelf een bijdrage te kunnen leveren aan een duurzamere samenleving.12 Verder groeide ook het aandeel respondenten dat actief bijdraagt aan de overstap naar duurzame energie en anderen probeert mee te krijgen tussen 2020 en 2022, namelijk met resp. 10% en 11%. Het percentage dat aangeeft niets met (de overstap naar) duurzame energie te maken willen hebben is gehalveerd. Dit geeft aan dat het draagvlak voor de overstap naar duurzame energie groot is en toeneemt. Figuur 2.1 Hoe kijkt u in het algemeen aan tegen (de overstap naar) duurzame energie?, februari 2022 (n=1.718)
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
% ik vind de overstap naar duurzame energie een goede zaak
49
iedereen in de maatschappij is verantwoordelijk voor de overstap naar duurzame energie, ook ik zal hieraan moeten bijdragen
36
32
ik draag actief bij aan de overstap naar duurzame energie
13
ik probeer anderen mee te krijgen bij de overstap naar duurzame energie
11
ik wil er niets mee te maken hebben 2 4 10
42
14
7 32
27
21
8 3
29
26
29
26
8 3 22
22
56
helemaal mee eens
mee eens
neutraal
mee oneens
helemaal mee oneens
weet niet / geen antwoord
10 4
2
11 Bron: CBS. Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020. Juni 2021. 12 Bron: Rijksoverheid. Publieksmonitor Klimaat en Energie 2021. Den Haag, september 2021.
15
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
2.1.1 Houding ten aanzien van duurzame energie vooral positief in Oost, iets minder in Nieuw-West en Zuidoost Wel zien we verschillen naar stadsdeel. Zo vinden vooral bewoners van Oost en Zuid de overstap naar duurzame energie een goede zaak (resp. 90% en 88%). Dit geldt het minst voor bewoners van Noord (82%) en Nieuw-West (81%). Centrum- en Oostbewoners voelen zich relatief vaak verantwoordelijk voor hun bijdrage aan de overstap (beide 79%). Voor bewoners van Zuid en Nieuw-West geldt dit minder (resp. 70% en 68%). In tegenstelling tot inwoners uit Zuidoost (32%) en Nieuw-West (30%). Op de stelling ‘ik wil er niets mee te maken hebben’ reageren vooral bewoners van West en Oost ontkennend (resp. 88% en 86%). Bewoners van Zuidoost en Nieuw-West doen dat iets minder (resp. 79% en 78%).
2.1.2 Houding ten aanzien van duurzame energie vooral positief onder jongvolwassenen, hoger opgeleiden en Amsterdammers met een hoger inkomen Daarnaast valt een specifiek patroon aan verschillen op tussen bevolkingsgroepen in de houding ten aanzien van (de overstap naar) duurzame energie. Jongvolwassenen reageren op alle stellingen positiever dan ouderen. Hoger opgeleiden reageren positiever dan lager opgeleiden. Hetzelfde patroon geldt voor respondenten met een hoger t.o.v. een lager inkomen. De houding van respondenten met een niet-westerse migratieachtergrond is iets minder positief, terwijl vooral respondenten met een westerse migratieachtergrond de overstap naar duurzame energie vaak een goede zaak vinden. Ook voelen vooral respondenten zonder migratieachtergrond zich verantwoordelijk om bij te dragen aan de overstap. Verder zijn vooral vrouwen positief over de overstap en ervaren verantwoordelijkheid om eraan bij te dragen. Mannen geven vaker aan bij te dragen aan de overstap en anderen te proberen mee te krijgen. De houding ten aanzien van (de overstap naar) duurzame energie per groep is in meer detail weergegeven in bijlage 3.
2.2 Houding energietransitie grotendeels onveranderd Ook in 2022 rapporteert een meerderheid van ruim drie op de vijf respondenten een onveranderde houding ten aanzien van duurzame energie (Figuur 2.2). Ten opzichte van de vorige meting is de groep respondenten die aangeeft nu positiever (25%) aan te kijken tegen duurzame energie iets groter geworden (2021: 21%). Vergelijkbaar met de vorige meting, geeft 8% aan in het afgelopen jaar negatiever te zijn gaan aankijken tegen duurzame energie (2021: 9%). Opvallend is dat relatief veel inwoners van Nieuw-West en Zuid aangeven dat zij een negatievere houding hebben aangenomen (beide 10%). Daarnaast zijn met name inwoners van Zuidoost positiever (33%) aan gaan kijken naar de overstap naar duurzame energie dan een jaar geleden. Ook respondenten met een lager opleidingsniveau en met een niet-westerse migratieachtergrond (beide 31%) en respondenten tussen de 35 en 50 jaar oud en met een hoger inkomen (beide 29%) zijn positiever over de overstap dan een jaar geleden.
16
|
Onderzoek en Statistiek
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Figuur 2.2 Bent u in het afgelopen jaar anders gaan aankijken tegen duurzame energie?, februari 2022 (n=1.438) 2%
25%
ja, positiever ja, negatiever
nee, hetzelfde weet niet / geen antwoord
8% 65%
Mensen die positiever zijn gaan aankijken tegen duurzame energie geven veruit het vaakst aan dat deze verandering komt door zorgen over klimaatverandering, milieurampen en leefbaarheid op de aarde. Daarnaast wordt de rol van informatie en kennis (door zelf meer te lezen of doordat er veel aandacht voor dit probleem is in de media) vaak benoemd als reden om er positiever over te zijn gaan denken. Andere redenen die vaker genoemd worden zijn: meer en betaalbaardere verduurzamingsopties, stijgende gasprijzen/kosten van energiegebruik, geopolitieke onafhankelijkheid, de aardbevingen in Groningen en mensen in de omgeving die zonnepanelen of een warmtepomp aanschaffen. Mensen die negatiever zijn gaan aankijken tegen duurzame energie geven verschillende redenen aan. Een aantal van deze zijn: kosten, de mening dat burgers ten onrechte op kosten worden gejaagd (terwijl ‘grote vervuilers’ niet aan worden gepakt), energiebronnen minder duurzaam blijken dan eerder gedacht, biomassa ten onrechte als duurzaam wordt beschouwd en dat er te weinig aandacht is voor de overlast en vervuiling die windmolens veroorzaken. Daarnaast wordt ook het rendement van duurzame energiebronnen betwijfeld.
2.3 Aandeel positief over aardgasvrij groeit De Rijksoverheid heeft besloten dat Nederland, en dus ook Amsterdam, in 2050 aardgasvrij moet zijn. Van de respondenten vindt 69% het positief of zeer positief dat Nederland (en Amsterdam) van het aardgas af gaat; 12% is negatief of zeer negatief en 16% is neutraal (Figuur 2.3). In 2021 stond 60% hier (zeer) positief tegenover, waarmee het beeld in 2022 dus iets groener uitvalt. Ook ten opzichte van de rest van Nederland staan Amsterdammers positief in de kwestie: in 2020 vond 53% van de bevraagde Nederlandse bevolking het (heel) positief dat de overheid volledig van het gas af gaat. Landelijk geeft in 2020 19% aan het helemaal geen goede ontwikkeling te vinden dat wordt gestopt met het gebruik van aardgas.13 Jongvolwassenen tot 35 jaar (85%), bewoners van Oost (78%), hoger opgeleiden (76%) en respondenten met een hoger inkomen (€3.050> netto per maand; 75%) zijn vaker positief. Dit
13 Bron: CBS. Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020. Juni 2021.
17
|
Onderzoek en Statistiek
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
patroon komt ook in landelijke cijfers naar voren.14 Respondenten in de leeftijdscategorieën 50 t/m 64 jaar (61%) en 65-plus (57%), bewoners van Nieuw-West (62%) en lager (59%) en middelbaar opgeleiden (63%) zijn minder vaak positief over aardgasvrij in 2050. Figuur 2.3 De Rijksoverheid heeft besloten dat Nederland, en dus ook Amsterdam, in 2050 aardgasvrij moet zijn. Wat vindt u ervan dat Amsterdam van het aardgas af gaat?, februari 2022 (n=1.718)
5%
3% zeer positief
7% 31%
positief neutraal
16%
negatief zeer negatief
38%
weet niet / geen antwoord
Het beleid van de gemeente Amsterdam is om in 2040 aardgasvrij te zijn, dus tien jaar eerder dan de Rijksoverheid heeft besloten. De meerderheid (63%) van de respondenten staat positief of zeer positief tegenover dit plan; 17% is negatief of zeer negatief en 17% is neutraal (Figuur 2.4). In 2021 was 54% (zeer) positief en 21% (zeer) negatief. Daarmee is ook het draagvlak voor het Amsterdamse beleid om in 2040 aardgasvrij te zijn gegroeid. Net als in 2021 is men iets minder positief over het plan dat Amsterdam in 2040 i.p.v. in 2050 aardgasvrij wordt. Relatief weinig draagvlak is vooral te vinden onder 65-plussers (23%), bewoners van stadsdeel Zuid en Centrum (beide 22%) en lager opgeleiden (22%). Figuur 2.4 Amsterdam wil in 2040 aardgasvrij zijn. Wat vindt u ervan dat Amsterdam in 2040 van het aardgas af gaat?, februari 2022 (n=1.718)
7%
3% zeer positief
10%
29%
positief neutraal negatief
17%
zeer negatief 34%
weet niet / geen antwoord
14 Bron: CBS. Opvattingen over transitie van aardgas naar duurzame energie naar kenmerken, bevolking van 18 jaar of
ouder. 2020.
18
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Een grote meerderheid van de respondenten vindt de overstap naar duurzame energie een goede zaak en een groeiende meerderheid is positief over aardgasvrij. De houding van Amsterdammers is dus ook in 2022 overwegend positief. Wel valt op dat men nog steeds positiever denkt over de energietransitie in het algemeen dan over het specifiekere beleid van een aardgasvrije stad. De discrepantie in deze houdingen lijkt wel iets af te nemen.
2.4 Houding windmolens Voor 2030 worden circa 17 extra windmolens geplaatst. De helft hiervan zou in het Havengebied geplaatst worden. Voor de overige windmolens wordt ruimte gezocht in de door de gemeenteraad vastgestelde voorkeurszoekgebieden. Met de Amsterdamse ambitie voor meer windmolens én zonnepanelen op de helft van de geschikte daken wordt in 2030 genoeg duurzame elektriciteit opgewekt voor 80% van de Amsterdamse huishoudens. In heel Nederland is het afgelopen jaar een levendige discussie ontstaan over het plaatsen van extra windmolens op land. Amsterdammers is daarom gevraagd hoe zij aankijken tegen het realiseren van extra windmolens. Uit het onderzoek blijkt dat iets meer dan de helft (52%) van respondenten positief is over de plaatsing van extra windmolens in Amsterdam. Landelijk is een aanzienlijk kleiner deel positief (23%).15 In stadsdelen Noord (45%) en Zuidoost (43%) geldt is iets minder dan de helft positief over de plaatsing. Delen van deze stadsdelen zijn zoekgebieden voor de plaatsing van windmolens. In Noord is ruim een derde (36%) het oneens met de plaatsing van extra windmolens. Respondenten die het eens zijn met de plaatsing van extra windmolens geven aan dat ze het begrijplijk vinden dat ook in Amsterdam windmolens geplaatst moeten worden aangezien we als stad energie nodig hebben.
Er wordt heel vaak genoemd dat het onontkombaar is als we de omslag willen maken naar groene energie. Maar er wordt ook veel stilgestaan bij de overlast die windmolens kunnen veroorzaken voor mens en dier. De ene respondent geeft aan dat hier op gelet moet worden en dat windmolens juist niet in dichtbevolkt gebied moeten staan en de ander vindt dat het juist wel in de stad moet staan omdat er in de stadse omgeving toch weinig natuur is wat er last van heeft. Daarnaast wordt genoemd dat stil moet worden gestaan bij de milieueffecten die optreden om al die windmolens te produceren en de levensduur/recyclingmogelijkheden van windmolens. Tegenstanders van het plan om extra windmolens te plaatsen geven vooral aan dat windmolens niet in dichtbevolkte gebieden zoals Amsterdam geplaatst moeten worden. Daarbij worden het meest verschilende vormen van overlast voor bewoners genoemd, zoals geluids- en gezondheidsklachten en horizonvervuiling. Ook wordt de schade die aan de natuur (vogels) wordt gebracht genoemd. Deze groep respondenten is van mening dat windmolens ver van woongebieden geplaatst moeten worden waar men er geen last van heeft. Plaatsing van windmolens op zee wordt vaak genoemd. Daarnaast is men ook kritisch over de levensduur, rendement en (milieu)kosten die de productie van windmolens met zich mee brengt. Vaak wordt
15 Bron: Rijksoverheid. Publieksmonitor Klimaat en Energie 2021. Den Haag, september 2021.
19
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
kernenergie als een betere oplossing genoemd. Deze tegenargumenten komen ook in landelijk onderzoek naar voren.16 De volgende citaten vatten veel van de reacties samen waarin weerstand tegen windmolens wordt geuit. “Naar mijn mening levert een windmolen niet de energie terug die het kost om hem te maken, vervoeren, installeren en uiteindelijk af te voeren en verwerken.” “Duur in bouwen, duur in afbreken, geluidsoverlast, natuur overlast.”
16 Bron: Bron: CBS. Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020. Juni 2021.
20
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
3 Gedrag
Dit hoofdstuk gaat in op het gedrag van Amsterdammers als het gaat over de transitie naar duurzame energie. Aan Amsterdammers is gevraagd welke duurzame maatregelen ze willen gaan uitvoeren in hun woning.
3.1 Aandeel elektrisch koken groeit Tussen 2021 en 2022 nam het aandeel respondenten wat op gas kookt af van 71% naar 65% (Figuur 3.1). Op dit moment kookt een derde elektrisch. Verwarming van de woning gebeurt bij een grote meerderheid (76%) nog steeds met gas, via een eigen CV-ketel of gaskachel. Deze resultaten zijn ten opzichte van de metingen in 2019 en 2021 onveranderd gebleven. Figuur 3.1 Kookt u op gas of elektriciteit?, februari 2022 (n=1.718)
1%
34%
gas elektriciteit (incl. inductie) een andere manier, namelijk weet niet / geen antwoord 65%
Figuur 3.2 Op welke manier wordt uw woning verwarmd?, februari 2022 (n=1.718) % 80 70 60 50 40 30 20 10 0 gas (eigen CV- stadsverwarming ketel of gaskachel)
elektriciteit
blokverwarming andere manier weet niet / geen antwoord
21
|
Onderzoek en Statistiek
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
3.2 Drie op de tien heeft plannen om in de komende 12 maanden duurzame maatregelen te nemen Drie op de tien (31%) respondenten geeft aan dat er in het huishouden en/of de VVE plannen zijn om de komende twaalf maanden (nog) meer energiebewuste maatregelen te nemen (Figuur 3.3). Minder dan de helft (48%) heeft geen plannen voor maatregelen de komende twaalf maanden en 21% weet het niet of heeft geen antwoord gegeven. In 2021 betrof het aandeel respondenten met plannen tot verduurzaming 25%. Bewoners in Zuidoost en West hebben vaker plannen om het komende jaar (meer) duurzame maatregelen te nemen dan gemiddeld in de stad (Figuur 3.3). In Zuidoost is dit aandeel het sterkst opgelopen. In het Centrum en in Oost is het aandeel respondenten wat aangeeft plannen te hebben om duurzame maatregelen te nemen daarentegen iets afgenomen. Het aandeel respondenten met plannen verschilt ook tussen generaties: jongvolwassenen tot 35 jaar hebben minder vaak plannen (25%) dan respondenten van 35 jaar of ouder (34%). Ouderen hebben wel kleinere ingrepen in gedachten, zoals spaarlampen of het afnemen van energie van een 100% duurzame energieleverancier. Figuur 3.3 Zijn er plannen in uw huishouden en/of VVE om in de komende 12 maanden (nog) meer duurzame maatregelen te nemen? (n=1.438)
% met plannen
45 40
39 37
35
30
30
29
31 29
2021
28 25
25
2022
20 15 10 5 0
Zuidoost
Noord
West
Centrum Nieuw-West
Oost
Zuid
Amsterdam
In 2019 waren de twee populairste maatregelen (drie)dubbel glas (16%) en een hoogrendements CV-ketel (11%). In 2020 waren het spaar-/ledlampen (9%) en zonnepanelen (7%). Zoals te zien in Figuur 3.4, komen de meest geplande maatregelen in 2022 hiermee overeen, hoewel spaar- en ledlampen gedaald zijn in populariteit sinds 2021. Vijf procent noemt andere dan genoemde duurzame plannen zoals tochtstrips, thermostaat lager zetten, dikkere kleding dragen, dikke en dubbele vitrage, meer isoleren, efficienter maken van radiatoren door ventilatoren en een klok
22
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
thermostaat te plaatsen, slimme radiatorknoppen, sensoren en tijdschakelaars, laadpalen en elektrische (deel)auto. Figuur 3.4 Welke maatregelen worden overwogen?, februari 2022 (n=1.438) 0
1
zonnepanelen gebruik van spaarlampen / ledlampen vloerisolatie, muurisolatie of dakisolatie koken op inductie (drie)dubbel glas radiatorfolie warmtepomp volledig van gas af gas/stroom afnemen van 100% duurzame energiemaatschappij energiebesparende hoogrendements CV-ketel energiemanager (bv. Toon) zonneboiler voor warm water anders
2
3
4
5
6
7
8
9
10 %
7 7 7
6 5 5 3 3 2 2 1 1 5
Of men van plan is maatregelen te nemen, en welke dat zijn, hangt mede af van welke maatregelen eerder zijn genomen of uitgevoerd in de woning. Bij een grote meerderheid van 91% zijn eerder duurzame maatregelen genomen. De verschillende maatregelen en de mate waarin deze eerder zijn genomen worden weergegeven in Figuur 3.5. Zo geeft acht op de tien respondenten aan al spaar- of ledlampen te hebben (Nederland: 89%17). Ruim de helft heeft al (drie)dubbelglas (Nederland: 58%13). Bij een aanzienlijke minderheid is sprake van afnemen bij een 100% duurzame energiemaatschappij, een energiebesparende hoogrendements CV-ketel, isolatie (Nederland: 41%13) en koken op inductie. In 2022 geeft 13% aan dat de woning volledig van het gas af is. In iets meer dan de helft van de gevallen (51%) zijn de maatregelen geheel of gedeeltelijk genomen voordat men er ging wonen. Bij 7% van de respondenten zijn er (nog) geen duurzame maatregelen uitgevoerd. Figuur 3.5 Welke duurzame maatregelen zijn eerder genomen in de woning?, februari 2022 (n=1.438) 0 gebruik van spaarlampen / ledlampen (drie)dubbel glas gas/stroom afnemen van 100% duurzame energiemaatschappij energiebesparende hoogrendements CV-ketel vloerisolatie, muurisolatie of dakisolatie koken op inductie radiatorfolie zonnepanelen volledig van gas af energiemanager (bv. Toon) warmtepomp zonneboiler voor warm water anders geen
20
40
60
80
100
80
%
53 35 33 32
28 21 16 13
7 5 1
6 7
17 Bron: Rijksoverheid. Publieksmonitor Klimaat en Energie 2021. Den Haag, september 2021.
23
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Bijlage 1 Vragenlijst
Online vragenlijst en face-to-face vragenlijst. 1. Bent u huurder of eigenaar van uw woning? ik ben eigenaar van de woning waarin ik woon ik huur een sociale huurwoning van een woningcorporatie ik huur een sociale huurwoning van een particuliere verhuurder ik huur een vrije sector huurwoning van een woningcorporatie ik huur een vrije sector huurwoning van een particuliere verhuurder anders, namelijk…. weet niet / geen antwoord 2. Maakt uw woning deel uit van een vereniging van eigenaren (VvE)? ja nee weet niet / geen antwoord 3. Wat is het bouwjaar van uw woning? voor 1946 1946-1980 1981-1990 1991-2000 2001 -heden weet niet / geen antwoord 4. Kookt u op gas of op elektriciteit? Hiermee wordt niet de oven bedoeld. gas elektriciteit (incl. inductie) een andere manier, namelijk… weet niet / geen antwoord 5. Op welke manier wordt uw woning verwarmd? Meerdere antwoorden mogelijk. met behulp van gas (een eigen CV-ketel of gaskachel) met behulp van elektriciteit met behulp van stadsverwarming met behulp van blokverwarming op een andere manier, namelijk… weet niet / geen antwoord
24
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
6. Welke van de volgende energiebronnen zijn volgens u duurzaam? Meerdere antwoorden mogelijk. [Antwoorden gerandomiseerd.] aardgas aardolie kolen stadswarmte restwarmte van het afvalbedrijf (AEB) restwarmte van de industrie zon wind biomassa waterkracht warmte uit aarde kernenergie anders, namelijk…. geen van deze weet niet / geen antwoord [na vraag 6 niet meer terug kunnen klikken] 7. Duurzame energiebronnen zijn bijvoorbeeld zonne- en windenergie. Hoe kijkt u in het algemeen aan tegen (de overstap naar) duurzame energie? Kunt u per stelling aangeven in hoeverre u het ermee eens bent? [Volgorde gerandomiseerd.]
ik heb weinig tot geen kennis over het onderwerp duurzame energie ik vind de overstap naar duurzame energie een goede zaak iedereen in de maatschappij is verantwoordelijk voor de overstap naar duurzame energie, ook ik zal hieraan moeten bijdragen ik draag actief bij aan de overstap naar duurzame
helemaal mee eens
mee eens
niet mee eens, niet mee oneens
mee oneens
helemaal mee oneens
weet niet / geen antwoord
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
25
Onderzoek en Statistiek
energie ik probeer anderen mee te krijgen bij de overstap naar duurzame energie ik wil er niets mee te maken hebben
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
[na vraag 7 wel meer terug kunnen klikken] 8. Bent u in het afgelopen jaar anders gaan aankijken tegen duurzame energie? ja, positiever (ga naar vraag 9) ja, negatiever (ga naar vraag 9) nee, hetzelfde (ga naar vraag 10) weet niet / geen antwoord (ga naar vraag 10) 9. Wat denkt u dat de reden is dat u <positiever/negatiever [inspelen op antwoord vraag 8]> aan bent gaan kijken tegen duurzame energie? [open vraag] weet niet / geen antwoord [10a en 10b samen op 1 pagina] 10a. De Rijksoverheid heeft besloten dat Nederland, en dus ook Amsterdam, in 2050 aardgasvrij moet zijn. Wat vindt u ervan dat Amsterdam van het aardgas af gaat? zeer positief positief neutraal negatief zeer negatief weet niet / geen antwoord 10b. Amsterdam wil in 2040 aardgasvrij zijn. Wat vindt u ervan dat Amsterdam in 2040 van het aardgas af gaat? zeer positief positief neutraal negatief zeer negatief weet niet / geen antwoord 11. Zijn één of meer van de onderstaande duurzame maatregelen of acties tot nu toe genomen/uitgevoerd in uw woning? Meerdere antwoorden mogelijk [Antwoorden gerandomiseerd] gebruik van spaarlampen / ledlampen (drie)dubbel glas vloerisolatie, muurisolatie of dakisolatie radiatorfolie
26
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
energiebesparende hoogrendements cv-ketel energiemanager (bv. Toon) gas en/of stroom afnemen van een 100% duurzame energiemaatschappij volledig van gas af zonneboiler voor warm water zonnepanelen warmtepomp koken op inductie anders, namelijk… geen van bovenstaande (ga naar vraag 13a) weet niet / geen antwoord (ga naar vraag 13a)
12.Waren deze maatregelen in uw woning genomen voordat u er ging wonen? ja, allemaal ja, gedeeltelijk nee weet niet / geen antwoord 13. Zijn er plannen in uw huishouden en/of VVE om in de komende 12 maanden (nog) meer duurzame maatregelen te nemen? Indien ja, kunt u aangeven welke maatregelen worden overwogen? Meerdere antwoorden mogelijk [Antwoorden gerandomiseerd] ja, spaarlampen / ledlampen ja, (drie)dubbel glas ja, vloerisolatie, muurisolatie of dakisolatie ja, radiatorfolie ja, energiebesparende hoogrendements cv-ketel ja, energiemanager (bv. Toon) ja, gas en/of stroom afnemen van een 100% duurzame energiemaatschappij ja, volledig van gas af ja, zonneboiler voor warm water ja, zonnepanelen ja, warmtepomp ja, koken op inductie ja, anders, namelijk… nee weet niet / geen antwoord 14. De ambitie van de gemeente Amsterdam is om voor het jaar 2030 circa 17 (extra) windmolens bij te plaatsen. Maximaal de helft hiervan zou in het havengebied passen. Voor de andere helft wordt ruimte gezocht in de door de gemeenteraad vastgestelde voorkeurszoekgebieden. De windmolens zullen ongeveer 150 meter hoog worden en volgens alle wettelijke normen worden geplaatst (o.a. ten aanzien van geluid en slagschaduw). Met inachtneming van de gezondheidseffecten.
27
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Met de Amsterdamse ambitie voor meer windmolens én zonnepanelen op de helft van de geschikte daken wordt in 2030 genoeg duurzame elektriciteit opgewekt voor 80% van de Amsterdamse huishoudens. Bewoners in de buurt van de windmolens krijgen de mogelijkheid om mee te denken over de plannen en om financieel mee te profiteren van de opbrengsten. In heel Nederland is het afgelopen jaar een levendige discussie ontstaan over het plaatsen van extra windmolens op land. Kunt u aangegeven in hoeverre u het ermee eens bent dat extra windmolens gerealiseerd worden in Amsterdam? helemaal mee eens mee eens neutraal mee oneens helemaal mee oneens weet niet / geen antwoord 15. Kunt u uw antwoord toelichten? [open vraag] weet niet / geen antwoord 16. In het gebruik van biomassa (materiaal van plantaardige oorsprong) voor het opwekken van energie bestaat een discussie over de vraag of biomassa een duurzame energiebron is. Het gaat dan met name om de zogenaamde houtige biomassa (afkomstig van bomen). Wat vindt u van het gebruik van biomassa voor het opwekken van energie (warmte, elektriciteit, brandstoffen)? Kies het antwoord waarin u zich het meeste kunt vinden.
ik vind biomassa altijd aanvaardbaar als duurzame energiebron ik vind biomassa als duurzame energiebron aanvaardbaar, als de herkomst van de biomassa aan nationale en internationale regelgeving voldoet ik vind biomassa als duurzame energiebron aanvaardbaar, als het een regionale herkomst heeft en er geen bomen worden gebruikt ik vind biomassa als duurzame energiebron niet aanvaardbaar omdat dit geen duurzame oplossing is weet niet / geen antwoord 17. In dit onderzoek zijn we benieuwd of het huishoudinkomen invloed heeft op de uitkomsten. De volgende vraag stellen we dan ook enkel voor dit doeleinde. In welke klasse valt het netto inkomen van uw huishouden? Uitkeringen, pensioengelden, alimentatie en dergelijke zijn ook inkomsten. Vakantiegeld, kinderbijslag, zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en inkomen van kinderen jonger dan 18 jaar vallen niet onder het netto inkomen. netto 750 euro per maand of minder netto tussen de 751 en 1.750 euro per maand netto tussen de 1.751 en 3.050 euro per maand
28
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
netto tussen de 3.051 en 5.000 euro per maand netto meer dan 5.000 per maand weet niet / geen antwoord
[diverse overige achtergrondkenmerken zijn aanwezig in het panel van OIS, kunnen achteraf naar wens gekoppeld worden] 18. Bedankt voor uw medewerking aan het onderzoek. Heeft u nog opmerkingen naar aanleiding van het onderzoek? [open vraag] geen opmerkingen
29
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Bijlage 2 Achtergrondkenmerken respons
Achtergrondkenmerken respons, februari 2022 Ongewogen
Gewogen
Referentie
#
%
#
%
%
18-34 jaar
203
11
532
31
33
35-49 jaar
571
31
457
27
21
50-64 jaar
490
26
388
23
18
65 plus
586
32
341
20
13
onbekend
0
0
0
0
laag
260
14
239
14
21
midden
467
25
419
24
28
hoog
1.061
57
1.011
59
50
62
4
50
3
geen migratieachtergrond
1.358
73
923
54
44
migratieachtergrond westers
224
12
298
17
20
migratieachtergrond niet-westers
258
14
489
28
36
onbekend
10
1
8
1
Centrum
217
12
177
10
10
West
264
14
242
14
17
Nieuw-West
330
18
322
19
18
Zuid
289
16
225
13
17
Oost
228
12
204
12
16
Noord
269
14
269
16
12
Zuidoost
204
11
203
12
10
onbekend
49
3
75
4
man
1.051
57
910
53
50
vrouw
768
42
771
45
50
2
0
4
0
29 1.850
2
34 1.718
2
Leeftijd
Opleidingsniveau
onbekend Migratieachtergrond
Stadsdeel
Geslacht
anders onbekend Totaal
30
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Bijlage 3 Resultaten naar achtergrondkenmerken
Figuur I ‘Ik vind de overstap naar duurzame energie een goede zaak’, naar achtergrondkenmerken (n=1.718) Amsterdam Oost (n=205) Zuid (n=226) West (n=244) Centrum (n=176) Zuidoost (n=203) Noord (n=268) Nieuw-West (n=321) tot 35 jaar (n=532) 35 t/m 49 (n=458) 50 t/m 64 (n=388) 65 jaar en ouder (n=342) laagopgeleid (n=238) middelbaar opgeleid (n=419) hoogopgeleid (n=1.011) laag inkomen (<1.750 netto; n=320) middeninkomen (1.750-3.050 netto; n=571) hoog inkomen (3.050> netto; n=671) vrouw (n=771) man (n=909)
% 0
20
40
60
80
100
(helemaal) eens
neutraal
(helemaal) oneens
weet niet / geen antwoord
Figuur II ‘Iedereen in de maatschappij is verantwoordelijk voor de overstap en ook ik zal daaraan moeten bijdragen’, naar achtergrondkenmerken (n=1.718) Amsterdam Centrum (n=176) Oost (n=205) West (n=244) Noord (n=268) Zuidoost (n=203) Zuid (n=226) Nieuw-West (n=321) tot 35 jaar (n=532) 35 t/m 49 (n=458) 50 t/m 64 (n=388) 65 jaar en ouder (n=342) laagopgeleid (n=238) middelbaar opgeleid (n=419) hoogopgeleid (n=1.011) laag inkomen (<1.750 netto; n=320) middeninkomen (1.750-3.050 netto; n=571) hoog inkomen (3.050> netto; n=671) vrouw (n=771) man (n=909)
% 0
20
40
60
80
100
(helemaal) eens
neutraal
(helemaal) oneens
weet niet / geen antwoord
31
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Figuur III ‘Ik draag actief bij aan de overstap naar duurzame energie’, naar achtergrondkenmerken (n=1.718) Amsterdam Noord (n=268) West (n=244) Oost (n=205) Nieuw-West (n=321) Zuid (n=226) Centrum (n=176) Zuidoost (n=203) tot 35 jaar (n=532) 35 t/m 49 (n=458) 50 t/m 64 (n=388) 65 jaar en ouder (n=342) laagopgeleid (n=238) middelbaar opgeleid (n=419) hoogopgeleid (n=1.011) laag inkomen (<1.750 netto; n=320) middeninkomen (1.750-3.050 netto; n=571) hoog inkomen (3.050> netto; n=671) vrouw (n=771) man (n=909)
% 0
20
40
60
80
100
(helemaal) eens
neutraal
(helemaal) oneens
weet niet / geen antwoord
Figuur IV ‘Ik probeer anderen mee te krijgen bij de overstap naar duurzame energie’, naar achtergrondkenmerken (n=1.718) Amsterdam Oost (n=205) West (n=244) Noord (n=268) Centrum (n=176) Zuid (n=226) Zuidoost (n=203) Nieuw-West (n=321) tot 35 jaar (n=532) 35 t/m 49 (n=458) 50 t/m 64 (n=388) 65 jaar en ouder (n=342) laagopgeleid (n=238) middelbaar opgeleid (n=419) hoogopgeleid (n=1.011) laag inkomen (<1.750 netto; n=320) middeninkomen (1.750-3.050 netto; n=571) hoog inkomen (3.050> netto; n=671) vrouw (n=771) man (n=909)
% 0
20
40
60
80
100
(helemaal) eens
neutraal
(helemaal) oneens
weet niet / geen antwoord
32
Onderzoek en Statistiek
|
Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie
Figuur IV ‘Ik wil er niets mee te maken hebben’*, naar achtergrondkenmerken (n=1.718) Amsterdam West (n=244) Oost (n=205) Centrum (n=176) Zuid (n=226) Noord (n=268) Zuidoost (n=203) Nieuw-West (n=321) tot 35 jaar (n=532) 35 t/m 49 (n=458) 50 t/m 64 (n=388) 65 jaar en ouder (n=342) laagopgeleid (n=238) middelbaar opgeleid (n=419) hoogopgeleid (n=1.011)
laag inkomen (<1.750 netto; n=320) middeninkomen (1.750-3.050 netto; n=571) hoog inkomen (3.050> netto; n=671) vrouw (n=771) man (n=909)
% 0
20
40
60
80
100
(helemaal) eens
neutraal
(helemaal) oneens
weet niet / geen antwoord
* Dit betreft een counterindicatieve stelling. Negatieve reacties op deze stelling indiceren een positieve houding ten aanzien van (de overstap naar) duurzame energie.
33