CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6. NvB zienswijzen bestemmingsplan De Ruijterkade 5_geanonimiseerd.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 24 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan De Ruijterkade 5 (VN2025-010389)2.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’

4 juni 2025

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’

Inhoudsopgave

1.

Inleiding

3

2.

Samenvatting en beantwoording zienswijzen

4

Reclamant 1 - Erfgoedvereniging Heemschut, commissie Amsterdam Reclamant 2 - Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

4 5

Ambtshalve wijzigingen

8

3.

Bijlagen: zienswijzen

2

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’

1.

Inleiding

Het ontwerpbestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’ heeft met ingang van 30 november 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Hiertoe heeft op 29 november 2023 een publicatie plaatsgevonden. Gedurende de periode van terinzagelegging is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen bij de gemeenteraad van Amsterdam. Er zijn twee zienswijzen ingediend. Deze zijn tijdig ingediend en kunnen in beschouwing worden genomen. In de voorliggende nota worden de zienswijzen na een samenvatting inhoudelijk beantwoord. De zienswijzen zijn integraal, maar geanonimiseerd als bijlagen bij deze nota opgenomen. Vermeldenswaard is nog dat er een gesprek heeft plaatsgevonden met reclamanten over het aangepaste bouwvolume. Na behandeling van de zienswijzen wordt ingegaan op de ambtshalve wijzigingen. Voorliggende nota maakt onderdeel uit van het besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan De Ruijterkade 5.

3

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’

2.

Samenvatting en beantwoording zienswijzen

Reclamant 1 (Erfgoedvereniging Heemschut, commissie Amsterdam) 1.1

Reclamant meent dat het voorgestelde, veel grotere volume de doorgaande gevelwand langs de De Ruijterkade doorbreekt vanwege 7,4 m meer bouwhoogte en door overschrijding van de bestaande voorgevelrooilijn. Hierdoor verbrokkelt de samenhang van de bebouwing op het Westelijk Stationseiland. Op het Westerdokseiland is destijds bewust gekozen voor een doorgaande gevelwand voor wat betreft hoogte en rooilijn, met ruimte voor verbijzonderingen als poorten en hogere bouwdelen daarachter. Dat stedenbouwkundige uitgangspunt dient doorgetrokken te worden, zodat hier — juist ter plaatse van de bocht van het Westelijk Stationseiland naar het Westerdokseiland — ruimte blijft voor het verkeer en vergroening, en de kade — ook i.v.m. (sociale) veiligheid — overzichtelijk blijft. Reclamant is het volstrekt oneens met de stelling "Het huidige [= nieuwe] volume voegt zich goed in de stedelijke wand van het Westelijk Stationseiland" (Hoogbouweffectrapportage pag. 9). Antwoord: Deze reactie is aanleiding geweest om het bouwvolume opnieuw te beoordelen. Uitkomst van deze beoordeling is dat het bouwvolume aangepast is. Het ontwerpbestemmingsplan voorzag in een hoofdvolume van 31 meter met een terugliggende dakverdieping van 4,5 meter. Hiermee was een maximale bouwhoogte mogelijk van 35,5 meter. Dat is teruggebracht naar deels 23,60 en 31,50.

Met het nieuwe bouwvolume is aansluiting gezocht bij de bestaande bouwhoogte. Hierdoor voegt het gebouw zicht beter binnen de bestaande context. Het accent tot 31,50 meter op de hoek past in het spel van verbijzonderingen wat ook op het Westerdokseiland terug te vinden is. De gebouwen op het Westelijk Stationseiland volgen de bocht van de De Ruijterkade en voorzien in een levendige en transparante plint. Tussen de gebouwen en het spoor is er ruimte voor een groene openbare ruimte. De verschillende segmenten langs de zuidelijke IJ-oever hebben ieder een sterke eigen stedenbouwkundige opzet. Conclusie: Dit punt van de zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. De bouwhoogte is teruggebracht, waardoor het bouwvolume kleiner is geworden. Het aangepaste bouwvolume past in de stedenbouwkundige structuur.

1.2

Reclamant meent daarnaast dat rekening dient te worden gehouden met de zichtbaarheid vanuit het Unesco-werelderfgoedgebied. Bij het ontwerp van het IJ-dok is daarmee onvoldoende rekening gehouden. Reclamant heeft er daarom ernstig bezwaar tegen dat het IJ-dok thans als referentiepunt wordt gebruikt. In Figuur 9 (Hoogbouweffectrapportage pag. 10) valt het nieuwe bouwvolume binnen de contour van de zichtlijn vanaf een punt aan de Herengracht naar IJ-dok. (Het lijkt wel of het nieuwe bouwvolume bedoeld is om IJ-dok te maskeren.) Het gezichtspunt aan de Herengracht is bepaald door een zichtlijn te trekken vanaf het hoogste punt van IJ-dok over de door de ontwikkelaar gewenste bouwhoogte van De Ruijterkade 5. Dat is volgens reclamant niet acceptabel. Als het uitgangspunt dat nieuwbouw "niet storend zichtbaar is vanuit de hoofdgrachten van het Unescogebied"

4

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’ serieus genomen wordt, dient het vertrekpunt van de zichtlijn te liggen op de grens van het Werelderfgoedgebied. Antwoord: Zoals hierboven onder 1.1 is aangegeven, is nogmaals gekeken naar het bouwvolume. Ook vanwege dit punt uit de zienswijze die te maken heeft met de ligging van het plangebied binnen de bufferzone van het UNESCO Werelderfgoed. Bureau Werelderfgoed (BWE) van de gemeente Amsterdam heeft, mede naar aanleiding van de zienswijze, negatief geadviseerd over het bouwvolume zoals dit in het ontwerpbestemmingsplan was opgenomen. De reden hiervan was dat BWE tot het oordeel kwam dat dit een waarschijnlijke aantasting van de Outstanding Universal Value van het Werelderfgoed zou betekenen. Om te beoordelen wanneer er geen sprake meer zou zijn van een aantasting, is een nieuwe volumestudie uitgevoerd. Hierbij is het volume aangepast in omvang, hoogte en zijn er gevelprincipes vastgesteld voor de stadszijde en IJ-zijde. Het gevelprincipe van de stadszijde vindt aansluiting bij de korrelgrootte van de Amsterdamse binnenstad. BWE heeft vervolgens advies uitgebracht over het aangepaste bouwvolume. De hoofdlijn van dit advies luidt als volgt.

Omdat met de aangepaste volumestudie is aangetoond dat vanaf de Herengracht deze zichtlijn nauwelijks tot niet wordt aangetast, wordt geen afbreuk gedaan aan de authenticiteit en integriteit van het historische stedelijke landschap, en daarmee dus ook niet op de Statement of Outstanding Universal Value (OUV). Ook het daklandschap is als attribuut onderdeel van de OUV. Hiervoor geldt dat de visuele verzachting van de overgang naar het IJdokgebouw opweegt tegen de minimale aantasting van de gevellijn. Deze aantasting is alleen te zien in de technische tekening en valt weg in de fotomontage, die de werkelijke beleving veel dichter benadert. De rij van aaneengesloten karakteristieke en gevarieerde gevels, in het nominatiedossier benoemd onder authenticiteit, blijft behouden. Door een combinatie van de voorgestelde kleine beukmaat en de geschetste materiaalwisseling per beuk kan een verzachting optreden ten opzichte van de huidige situatie met het zicht op het IJdok. Het advies van BWE is als bijlage 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. Het hoofdvolume is nu gelijk aan de bestaande hoogte met een accent op de hoek. Met deze opzet is het hoofdvolume onzichtbaar vanuit de Herengracht. Het accent is dusdanig gepositioneerd dat deze wegvalt tegen de contour van het IJ-dock. Op deze wijze valt het gebouw weg in het silhouet van de Herengracht.

Conclusie: Dit punt van de zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. De bouwhoogte is teruggebracht, waardoor het bouwvolume kleiner is geworden. Met het aangepaste bouwvolume wordt het UNESCO Werelderfgoed niet aangetast.

Reclamant 2 (Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad) 2.1

Reclamant stelt dat het nieuwe gebouw te massaal is en afbreuk doet aan het bijzondere en incidentele d.w.z. iconische karakter van de huidige twee iconische gebouwen op het Westelijk Stationseiland (het Havengebouw en het VLTC-gebouw van ProRail). Een nieuw iconisch gebouw zou een aantasting betekenen van het aanzien van het monumentale Havengebouw, dat als incidentele landmark was bedoeld. Reclamant is het dus zeer oneens 5

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’ met de stelling dat het nieuwe volume “zich goed voegt in de stedelijke wand van het Westelijk Stationseiland”. Als uitgangspunt is immers de bouwhoogte van IJ-Dock aangehouden en dat ligt niet op het Westelijk Stationseiland, maar op het Westerdokseiland. Bovendien was dit gebouw qua bouwhoogte bedoeld als eenmalige uitzondering en kan dus niet als norm worden genomen voor nieuwe hoogbouw. Daarbij is het markant te noemen dat bij IJ-Dock een geheel andere benadering is gekozen. Om het gebouw ‘onzichtbaar’ te maken vanuit de grachtengordel zijn er sleuven in de bouwmassa gemaakt, precies in de zichtassen vanuit de grachtengordel. Bij de beoogde nieuwbouw is dat niet het geval, integendeel: een monolitisch gebouw wordt mogelijk gemaakt. Antwoord: Deze reactie is aanleiding geweest om het bouwvolume opnieuw te beoordelen, waarbij verwezen wordt naar de beantwoording onder 1.1. In aanvulling hierop wordt nog aangegeven dat het gebouw door de nieuwe vorm minder iconisch geworden is en meer in lijn ligt met het naastgelegen Ruyterhuys. Hierdoor doet het geen afbreuk aan het karakter van de twee iconische gebouwen op het Westelijk Stationseiland (het Havengebouw en het VLTC-gebouw van ProRail). Conclusie: Dit punt van de zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De bouwhoogte is teruggebracht, waardoor het bouwvolume kleiner is geworden. Het aangepaste bouwvolume past in de stedenbouwkundige structuur. 2.2

Reclamant brengt naar voren dat ook de zichtbaarheid vanuit het Unesco-Werelderfgoed van groot belang is. Het gaat hier vooral om de zichtas van de Herengracht. Cruciaal is dus welke maximale bouwhoogte wordt toegestaan. Het ontwerpbestemmingsplan maakt een bouwhoogte van max. 35,5 m mogelijk. Dat is een 10 verdiepingen hoog kantoorgebouw, min of meer zo hoog als de Munttoren, en bijna zo hoog als het Havengebouw dat 50 m hoog is. In het CIRK-advies staat dat deze bouwhoogte niet hinderlijk zou zijn vanuit de grachtengordel: “Het gebouw is verlaagd tot een hoofdvolume van 31 meter met een terugliggende dakverdieping van 4,5 meter. Het is daardoor naar verwachting niet storend zichtbaar vanuit de hoofdgrachten van het Unescogebied (…)”. Dit advies is feitelijk onjuist, want de bouwhoogte is niet verlaagd, maar verhoogd. Het beoogde gebouw is immers aanzienlijk hoger dan het huidige gebouw. Dit gebrekkige advies kan dus niet aan het concept-bestemmingsplan ten grondslag worden gelegd Antwoord: Deze reactie is aanleiding geweest om het bouwvolume opnieuw te beoordelen, waarbij verwezen wordt naar de beantwoording onder 1.2. Conclusie: Dit punt van de zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. De bouwhoogte is teruggebracht, waardoor het bouwvolume kleiner is geworden. Met het aangepaste bouwvolume wordt het UNESCO Werelderfgoed niet aangetast.

2.3

Reclamant is van mening dat als criterium voor de maximale bouwhoogte in het vigerende hoogbouwbeleid uitgegaan moet worden van het ‘zichtbaarheids-criterium’. Daarin geldt als criterium “de zichtbaarheid van hoogbouw vanuit het Unesco-gebied van de Rembrandttoren op 2 kilometer afstand van dat gebied als bovengrens voor de toelaatbare 6

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’ hoogte”. Wanneer de bouwhoogte niet onder de contour van deze zichtlijn blijft, is de beoogde nieuwbouw niet toegestaan. Nu staat er in de HER dat de beoogde bouwhoogte binnen de contour blijft van een punt aan de Herengracht naar IJ-Dock. Het gezichtspunt op de Herengracht is echter gekozen door een zichtlijn vanaf IJ-Dock te trekken over de door de ontwikkelaar gewenste bouwhoogte naar de Herengracht - een merkwaardige procedure waarin naar het gewenste antwoord wordt toegewerkt. Dat is onacceptabel. Het is een verkeerde toepassing van het ‘zichtbaarheidscriterium’. Immers, verderop de Herengracht is het gebouw wel zichtbaar. Bij een correcte toepassing van het ‘zichtbaarheidscriterium’ blijft de beoogde hoogbouw niet onder de contour van de zichtas vanaf de Herengracht. Als gevolg daarvan zal de hoogbouw zichtbaar en dus hinderlijk aanwezig zijn op de Herengracht, zoals ook uit afbeelding 2 van de HER blijkt. Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met het vigerende hoogbouwbeleid. Antwoord: Hiervoor wordt verwezen naar de beantwoording onder 1.2. In aanvulling hierop wordt aangegeven dat bij het ontwerpbestemmingsplan was uitgegaan van een theoretische zichtlijn. Op basis daarvan werd geacht dat het volume niet zichtbaar zou zijn vanaf de Herengracht.

De nieuwe volumestudie is gebaseerd op een 3D-model dat de bestaande situatie weerspiegeld. Verschillende modellen zijn hierin gemonteerd om de impact op de zichtlijn in beeld te brengen. Het aangepaste volume voegt zich goed in het silhouet. Conclusie: Dit punt van de zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. De bouwhoogte is teruggebracht, waardoor het bouwvolume kleiner is geworden. Met het aangepaste bouwvolume wordt het UNESCO Werelderfgoed niet aangetast. 2.4

Reclamant geeft aan dat als het ontwerpbestemmingsplan niet zodanig wordt aangepast dat de huidige bouwhoogte van de Kamer van Koophandel wordt gehandhaafd, Amsterdam het risico loopt de plaats op de Werelderfgoedlijst te verliezen. Antwoord: Hiervoor wordt verwezen naar de beantwoording onder 1.2. In aanvulling hierop wordt aangegeven dat bij het aangepaste volume aansluiting is gezocht bij de bestaande bouwhoogte. Daarnaast voorziet het ook in een verbijzondering op de hoek. Met deze opzet doet het gebouw geen afbreuk aan het zicht van de Herengracht. Daarnaast voegt het zich ook goed tussen de grotere schaal van de gebouwen aan de IJ-zijde. Conclusie: Dit punt van de zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. De bouwhoogte is teruggebracht, waardoor het bouwvolume kleiner is geworden. Met het aangepaste bouwvolume wordt het UNESCO Werelderfgoed niet aangetast.

7

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’

3. Ambtshalve wijzigingen Naast de wijziging van het bouwvolume naar aanleiding van de zienswijzen, zijn er ook ambtshalve wijzigingen aangebracht. Het gaat om de volgende ambtshalve wijzigingen. Begripsomschrijvingen • In artikel 1 zijn de volgende begripsomschrijvingen toegevoegd: consumentverzorgende dienstverlening (1.20), galerie (1.25), gevelverkoop (1.29), growshop (1.32), headshop (1.33), mengformule (1.44), mezzanine (1.45), minisupermarkt (1.46), open gevel (1.50), seedshop (1.52), seksinrichting (1.53), smartshop (1.54), souvenirwinkel (1.55) en voorgevel (art. 1.58). • In artikel 1 zijn de volgende begripsomschrijving aangepast: eerste bouwlaag/plint (1.23), kelder (1.42) en ondergeschikte horeca (1.48). • In artikel 1 is de begripsomschrijving van brutovloeroppervlakte (bvo) verwijderd, omdat de wijze van meten (artikel 2.4) hier al voldoende duidelijkheid over geeft. Bestemming Kantoor • De maximale bouwhoogte ter plaatse van de ingang bij de parkeergarage is aangepast van 3 naar 3,7 meter. • In artikel 3.1, aanhef en onder a is het woord ‘ondergeschikte’ ingevoegd voor ‘sportvoorzieningen’. • In artikel 3.1, aanhef en onder b is de tekst ‘met de daarbij behorende ondergeschikte horeca’ toegevoegd na ‘bedrijven’. • In artikel 3.2, onder a, sub 3 is een bouwregel toegevoegd over de plint.

• In artikel 3.2, onder a, sub 6 is een bouwregel toegevoegd ter voorkoming van een open gevel. • In artikel 3.3 is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid toegevoegd voor het plaatsen van zonnepanelen. • In artikel 3.4.3 is opgenomen dat een dakterras is toegestaan. • De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid van artikel 3.5.2 ten behoeve van horeca IV (restaurant, lunchroom) is aangepast. Deze geldt voor zelfstandige horeca op de eerste en bovenste bouwlaag. Er moet aangetoond worden dat dit bijdraagt aan een goed werk- en leefklimaat van het gebouw en de directe omgeving. • Er is in artikel 3.5.3 een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid toegevoegd ten behoeve van overige plintfuncties. Er moet aangetoond worden dat dit bijdraagt aan verlevendiging van de plint. Bestemming Verkeer • De maximale bouwhoogte voor bouwwerken geen gebouwen zijnde, is aangepast naar 3,5 meter (was 3 meter). • Artikel 4.5 is toegevoegd waarin is geregeld dat het gebruik als ongebouwd terras is toegestaan, met inachtneming van andere gemeentelijke regelgeving.

8

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’

Bijlagen: zienswijzen

9

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’

10

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’

11

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’

12

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’

13

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ’De Ruijterkade 5’

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15954311/1