CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Nota van Beantwoording Zienswijzen.pdf

RAAD 17 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (VN2024-006382)12.658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

26

vastgestelde stadsdeelbeleid bij de overwegingen over de hoogte van een woonark op deze locatie bij vervanging van een woonboot door een ander type woonboot. Conclusie en consequentie Dit onderdeel van de zienswijze is geen aanleiding voor wijziging van het bestemmingsplan. 3.9.5 Partiele technische herziening 'drijvende bouwwerken' Indiener van de zienswijze is van mening dat zij recht heeft op een bouwhoogte van 5 meter voor haar ark omdat in het ontwerpbestemmingsplan ‘Partiële technische herziening Drijvende bouwwerken’ verwezen wordt naar het bestemmingsplan Indische Buurt en Flevopark. Ook in dit stuk staat volgens indiener van de zienswijze dat ter plaatse van de ligplaats van de 'Hoop op welvaart' een maximale bouwhoogte geldt van 5 meter. En dat ook op basis daarvan door de indiener van de zienswijze niet wordt ingezien waarom dit niet wordt overgenomen voor mijn vervangingsmogelijkheden van 20x5x5. Beantwoording zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan ‘Partiële technische herziening Drijvende bouwwerken’ ligt met ingang van 28 december 2023 gedurende een termijn van zes weken ter inzage voor zienswijze.

Voor zover in het ontwerpbestemmingsplan ‘Partiële technische herziening Drijvende bouwwerken’ verwezen wordt naar het bestemmingsplan Indische Buurt en Flevopark geldt dat volgens het bestemmingsplan Indische Buurt en Flevopark ter plaatse van de locatie Zeeburgerdijk 585 geen woonark is toegestaan. En derhalve ook geen woonark met maximale bouwhoogte van 5 meter. Conclusie en consequentie Dit onderdeel van de zienswijze is geen aanleiding voor wijziging van het bestemmingsplan. 3.9.6 Esthetiek Indiener van de zienswijze geeft aan dat zij op een prachtig, esthetisch schip woont waar ze ongelooflijk trots op is. Aangegeven wordt dat de in het voorliggende bestemmingsplan opgenomen maatvoering voor een vervangende woonark van 20 meter x 5 meter x 3 meter ook wel een 'schoenendoos' wordt genoemd en dat dat een zeer fantasieloze en lastige maatvoering is om een interessant bouwwerk te kunnen creëren. Indiener van de zienswijze geeft aan dat er in het verleden op het Zeeburgerpad ook veel van deze schoenendozen lagen en dat er een herstelplan is geweest om de woonboten de ruimte te geven om er een verdieping op te bouwen om zo tot esthetisch prettiger en gevarieerder geheel te komen.

Indiener van de zienswijze geeft aan dat het moeten vervangen van haar prachtige woonschip door een 'schoenendoos' als een enorm verlies voelt en dat dat volgens haar ook helemaal niet past bij de moderne uitstraling van de Cruquius. Beantwoording gemeente Een bestemmingsplan bevat geen regels over esthetiek en het is niet zo dat het woonschip weg moet als gevolg van de brug met te openen brugdek. Het woonschip mag op deze locatie gewoon blijven liggen en worden gebruikt voor de woonfunctie. Het voorliggende bestemmingsplan biedt alleen een extra mogelijkheid voor deze locatie, namelijk dat het woonschip ook vervangen mag worden door een woonark. Dit omdat aan het volgens opgave nodeloos zijn van onderhoud voor een vaardoel, belang is gehecht. Zoals in de eerdere beantwoording van de onderdelen van de zienswijze al is aangegeven, is bij de vervangingsmogelijkheid ook het vastgestelde en geldende woonbotenbeleid van het 27

stadsdeel geraadpleegd en nagevolgd. Dit voor zover het de afmetingen van een vervangende woonboot betreft. En voor zover verwezen wordt naar een herstelplan in het verleden voor het Zeeburgerpad, geldt dat een herstelplan hier niet toepassing is. Het hier geldende woonbotenbeleid is het woonbotenbeleid dat in 2013 werd vastgesteld. Dat geldende woonbotenbeleid is in de overwegingen voor voorliggend bestemmingsplan betrokken. Conclusie en consequentie Dit onderdeel van de zienswijze is geen aanleiding voor wijziging van het bestemmingsplan. 3.9.7 Motiveringsbeginsel artikel 3:46 Awb Indiener van de zienswijze geeft aan dat de hoogtematen voor een vervangende ark, zoals opgenomen in het concept bestemmingsplan, tot een stevige (gedwongen) verkleining zal leiden van de woonruimte. Aangegeven wordt dat nergens in het concept duidelijk wordt waarom deze beperking nodig is en bovendien is de indiener van de zienswijze de mening toegedaan dat een bouwhoogte van 5 meter redelijk is op basis van haar uitleg over: 1. de eerdere bestemmingsplannen; 2. het feit dat hier sprake is van een geheel nieuw bestemmingsplan; 3. de hoogtematen van de buurboten; 4. de positie van de woonboten ten opzichte van de walwoningen; 5. de interessantere uitkomst voor een bouwwerk, met meer variatie mogelijkheden.

En voorts dat die hoogte volgens haar beleidsmatig te onderbouwen is en omgevingsrechtelijk mogelijk en bovendien niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Indiener acht het in strijd met het motiveringsbeginsel ex artikel 3:46 Awb dat op deze locatie bij vervanging van het woonschip door een woonark slechts een bouwhoogte van 3 meter wordt toegestaan. Beantwoording gemeente Met datgeen dat eerder al in de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan is weergegeven ,in combinatie met de beantwoording van de eerdere onderdelen van deze zienswijze, is gemotiveerd waarom bij de mogelijkheid voor vervanging van het woonschip gekozen is voor het toestaan van een woonark van maximaal 3 meter. Conclusie en consequentie Dit onderdeel van de zienswijze is geen aanleiding voor wijziging van het bestemmingsplan. 3.9.8 Kosten Indiener van de zienswijze geeft aan dat het voor haar onmogelijk wordt om een kostbaar varend schip te bezitten door de komst van de brug en dat het daarom zinniger wordt om haar woonschip te vervangen door een woonark. Aangegeven wordt dat een grove berekening van haar woonbootmakelaar laat zien dat zij minstens 200.000 euro zal moeten betalen om het schip te vervangen voor een ark. En dat een woonschip zonder ligplaats niet zoveel oplevert en de bouwkosten van een woonark hoog zijn.

Indiener van de zienswijze ziet zich voor het maken van kosten gesteld om het ontstane probleem op te lossen. Het lijkt volgens indiener van de zienswijze dan logisch dat de gemeente voor deze kosten opdraait. Daarvoor wordt onder meer verwezen naar een situatie die zij vernomen heeft van een voormalige gemeentelijk ambtenaar. Dit zou gaan 28

om een situatie van 150 woonschepen die al voor een bepaalde datum (1987?) in het Oostelijk Havengebied waren afgemeerd. Die zouden als gevolg van de stadsvernieuwing Oostelijk Havengebied als stadsvernieuwingsurgent, om niet een definitieve ligplaats toegewezen hebben gekregen met voorzieningen (steiger, nutskast, meerpalen e.d.) in overleg met de bewoners. En zodra de definitieve plek was ingenomen zouden de bewoners/eigenaars ook nog een vergoede hebben gekregen van € 6.000,verhuiskostenvergoeding. Beantwoording gemeente Zoals eerder al aangegeven, is het niet zo dat het woonschip op deze locatie weg moet als gevolg van de komst van de brug met uittilbaar brugdek. Het woonschip mag op deze plek gewoon blijven liggen en worden gebruikt voor de woonfunctie. Mede met het oog op het gehecht zijn aan de vaarmogelijkheid van het schip is met de eigenaresse meegedacht en is een alternatieve ligplaats aangeboden waar vrijelijk varen mogelijk blijft. Dergelijke ligplaatsen zijn relatief schaars. De eigenaresse heeft echter aangegeven niet positief te zijn over de aangeboden alternatieve ligplaats. Dit omdat die volgens haar niet vergelijkbaar is met de huidige locatie van het woonschip. Conclusie en consequentie Dit onderdeel van de zienswijze is geen aanleiding voor wijziging van het bestemmingsplan.

3.9.9 Toekomst Indiener van de zienswijze geeft aan dat indien haar niet twee meter extra bouwhoogte wordt vergund, zij waarschijnlijk zal besluiten om het woonschip te laten liggen. In dat geval zal het uitneemprotocol zoals het er nu ligt, volgens indiener van de zienswijze niet afdoende zijn en wil zij meer passende afspraken maken met de gemeente over het openen en sluiten van de brug. Beantwoording gemeente Het uitneemprotocol wordt met voorliggend bestemmingsplan niet vastgelegd, maar is een separaat op zich zelf staand document dat separaat tot stand komt. Zoals in de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven, is het uitneemprotocol op moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan nog niet concreet en definitief en is aangegeven dat er ruimte is voor evaluatie en herziening van het protocol. Conclusie en consequentie Dit onderdeel van de zienswijze is geen aanleiding voor wijziging van het bestemmingsplan. 3.9.10 Persoonlijke mededelingen Indiener van de zienswijze geeft aan dat in het bestemmingsplan een aantal quotes staan die een directe weergave zijn van de manier waarop zij, in persoonlijke gesprekken met het bestuur heeft geprobeerd uit te leggen hoe groot de impact is van de plannen op haar woning, leven en gevoel van veiligheid.

Dat deze woorden en verschillende passages letterlijk in het openbare stuk zijn opgenomen en kennelijk nog eens publiekelijk besproken moeten worden, beschouwt zij als een directe inbreuk op het vertrouwelijkheidsbeginsel en wordt uiterst onprofessioneel gevonden. Immers emoties zijn geuit tijdens de uitwisseling die zij met het bestuur en juristen heeft gehad en gedeeld. Zij hebben niks te zoeken in een openbaar stuk, waarin zakelijk weergegeven slechts ruimte behoort te zijn voor de uiteindelijke belangenafweging van de gemeente. Niet alleen wordt dit in strijd gevonden

29

met ieders fatsoen, maar ook wordt niet gezien wat deze weergave voor nut dient, als het gaat om de belangenafwegingen die, al dan niet terecht, uiteindelijk is gemaakt. In dat licht, wordt verzocht om de persoonlijke quotes te verwijderen uit een openbaar stuk dat slechts behoort te dienen als onderbouwing van de uiteindelijke afwegingen als het gaat om de indeling van de openbare ruimte. Beantwoording gemeente Het is een dilemma hoe de zogeheten ‘menselijke maat’ te laten zien in ruimtelijk gerelateerde afwegingen zonder de gehanteerde argumentatie te vermelden. Zeker in de situatie dat juist in de persoonlijke argumentatie het belang wordt gevonden om met het oog op het evenredigheidsbeginsel af te wijken van beleid. Met andere woorden, de persoonlijke argumentatie is de belangrijkste onderbouwing voor de besluitvorming. Zonder de weergave van die argumentatie is het meegewogen belang in de onderbouwing niet voor eenieder zichtbaar en navolgbaar. Daardoor is het niet ondenkbaar dat specifieke omstandigheden in de casuïstiek nu en in de toekomst niet meer worden herkend en onbedoeld een precedent wordt geschapen. In de overleggen met indiener van de zienswijze is daarom eerder aangegeven dat haar argumenten onderdeel zouden gaan zijn van de toelichting van het bestemmingsplan.

Daarop is eerder niet negatief gereageerd, maar uit de zienswijze wordt opgemaakt dat dat nu anders is. Nu in de zienswijze gevraagd wordt om kennelijke emotioneel geladen onderdelen van de argumentatie voor het afwijken van het beleid niet te vermelden, is het de vraag hoe dat te doen. Hierin kan tegemoet worden gekomen door de zinsneden te schrappen waarin gesproken wordt over rechtmatigheidsgevoel en deze, waar mogelijk, te vervangen door een verhullende zakelijke beschrijving. Conclusie en consequentie De zienswijze is aanleiding om de toelichting van het bestemmingsplan als volgt aan te passen: - In paragraaf 2.2.1 van de toelichting onder “Ad 2. Plangebiedsdeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585' - bestaande situatie” wordt de zinsnede geschrapt die begint met “En dat zij” en die eindigt met “uit te kunnen varen.” - In paragraaf 2.2.1 van de toelichting onder “Ad 2. Plangebiedsdeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585' - bestaande situatie” worden de zinsneden geschrapt die beginnen met “De eigenaresse heeft aangegeven dat de keuze van de gemeente voor een vaste uitneembare brug” en eindigen met “financieel (onnodig meer onderhoudskosten)”. - In paragraaf 2.3.6 worden de zinnen geschrapt die beginnen met “Echter, tijdens” en die eindigen met “breder gezichtspunt”.

Deze zinnen van persoonlijke aard worden vervangen door de volgende algemene bewoording van de weergave van de situatie: “Echter aan een bepaald specifiek motief van persoonlijke aard, wordt in dit specifieke geval een dermate zwaar belang gehecht dat dat motief in dit geval zwaarder weegt dan alle andere hiervoor weergegeven afwegingen.” 3.9.11 Beroep Indiener van de zienswijze geeft aan dat in het geval de zienswijze niet tot gevolg heeft dat het concept bestemmingsplan wordt aangepast, zij voornemens is om beroep aan te tekenen tegen dit deel van het bestemmingsplan bij de Raad van State. Beantwoording gemeente Het bestemmingsplan wordt gewijzigd indien zienswijzen en voortschrijdend inzicht daartoe aanleiding geven.

30

Conclusie en consequentie Dit onderdeel van de zienswijze is geen aanleiding voor wijziging van het bestemmingsplan.

3.10 Zienswijze 10.1 tot en met zienswijze 10.33 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze 10 (= zienswijze 10.1 t/m 10.33) is ingediend, mede namens bewoners van 36 andere te onderscheiden adressanten, waarvan een adres dubbel is vermeld en waarvan door een 3-tal adressanten ook zelf een zienswijze is ingediend, namelijk: zienswijze 3, zienswijze 6, zienswijze 11. In totaal betreft het daardoor een zienswijze van 33 te onderscheiden adressanten (zienswijze 10.1 tot en met 10.33). Zienswijze 10 komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.11 Zienswijze 11 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.12 Zienswijze 12 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.13 Zienswijze 13 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.14 Zienswijze 14 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.15 Zienswijze 15 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.16 Zienswijze 16 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.17 Zienswijze 17 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.18 Zienswijze 18 (onderdeel ‘brug en pad’) 31

Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.19 Zienswijze 19 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.20 Zienswijze 20 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.21 Zienswijze 21 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.22 Zienswijze 22 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.23 Zienswijze 23 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.24 Zienswijze 24 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.25 Zienswijze 25 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.26 Zienswijze 26 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.27 Zienswijze 27 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.28 Zienswijze 28 (onderdeel ‘brug en pad’)

32

Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.29 Zienswijze 29 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.30 Zienswijze 30 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.31 Zienswijze 31 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.32 Zienswijze 32 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met het eerste onderdeel van zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van het eerste onderdeel van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.33 Zienswijze 33 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.34 Zienswijze 34 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.35 Zienswijze 35 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3 met dien verstande dat in het onderdeel waarin wordt opgeroepen tot verdere verbetering van de toegang tot openbaar vervoer een aanvulling is opgenomen. Indiener van de zienswijze stelt voor om een extra lus aan de route van bus 22 toe te voegen waarmee vanaf de halte Veelaan dan net als vroeger weer de halte Th.K. van Lohuizenlaan wordt aangedaan. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.36 Zienswijze 36 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.37 Zienswijze 37 (onderdeel ‘brug en pad’)

33

Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.38 Zienswijze 38 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.39 Zienswijze 39 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.40 Zienswijze 40 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.41 Zienswijze 41 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.42 Zienswijze 42 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.43 Zienswijze 43 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.44 Zienswijze 44 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.45 Zienswijze 45 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.46 Zienswijze 46 (onderdeel ‘brug en pad’) Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

3.47 Zienswijze 47 (onderdeel ‘brug en pad’)

34

Zienswijze komt overeen met zienswijze 3. Verwezen wordt naar de samenvatting, beantwoording en conclusie van zienswijze 3 in paragraaf 3.3

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14382290/1