CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Nota van beantwoording - Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 11 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de Uitbreidingsopgave Amsterdams elektriciteitsnet en het Ontwikkelperspectief Distributienet (VN2024-003379)5.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording Beantwoording van de consultatieronde op het Ontwikkelperspectief Distributienetten

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

Inhoud 1 Inleiding .................................................................................................................3 1.1 Achtergrond .........................................................................................................3 1.2 Uitkomst inspraak.................................................................................................3 1.3 Leeswijzer ........................................................................................................... 4 2 Zienswijzen en reactie per thema ..............................................................................5 2.1 Participatie (17 keer genoemd door insprekers)........................................................5 2.1.1 Informeren van bewoners (door 4 insprekers genoemd) .........................................5 2.1.2 Meedenken over locatiebepaling via afwegingskader (door 6 insprekers genoemd) . 6 2.1.3 Meebeslissen over vormgeving (door 5 insprekers genoemd) ..................................7 2.1.4 Gebruik private ruimtes (door 2 insprekers genoemd) ............................................7 2.2 Vormgeving (door 9 insprekers genoemd) .............................................................. 8 2.3 Locatiebepaling (7 keer genoemd door insprekers) .................................................

8 2.3.1 Zoekcirkels (door 5 insprekers genoemd) ............................................................. 8 2.3.2 Afweging met andere nutsvoorzieningen (door 2 insprekers genoemd) .................. 9 2.4 Opgave (6 keer genoemd door insprekers) ............................................................. 9 2.4.1 Bestuurlijke terugkoppeling (door 5 insprekers genoemd) .................................... 10 2.4.2 TSA 3.0 (door 1 insprekers genoemd) ................................................................. 10 2.5 Programmering (door 6 insprekers genoemd) ........................................................ 10 2.6 Inpandige locaties (door 6 insprekers genoemd) .................................................... 11 2.7 Buurtaanpak (door 5 insprekers genoemd) ............................................................ 12 2.8 Unesco status (door 4 insprekers genoemd) .......................................................... 12 2.9 Vergunning verstrekking (door 4 insprekers genoemd) ........................................... 13 2.10 Nieuwe standaard (door 4 insprekers genoemd) ................................................... 14 2.11 Uitvoering (door 4 insprekers genoemd) .............................................................. 14 2.12 Ondergrond (door 3 insprekers genoemd) ............................................................

15 2.13 Gebiedsontwikkeling (door 2 insprekers genoemd) ............................................... 16 Bijlage .................................................................................................................... 18

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

1 Inleiding

1.1 Achtergrond De elektriciteitsinfrastructuur zal moeten groeien, vanwege de sterk toenemende vraag naar elektrisch vermogen als gevolg van meer data-gebruik (datacentra), de groei van de stad en de elektrificatie van industrie, warmte en mobiliteit. Studies laten zien dat de huidige vermogensvraag (1000 MW) als gevolg van deze ontwikkelingen en ambities 3 tot 4 keer zo hoog wordt in 2050. En dat de grootste groei in de komende 10 à 15 jaar wordt verwacht. Bovendien is er in bepaalde delen van de stad al congestie afgekondigd, wat de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk zeer urgent maakt. Vanwege de sterk stijgende vraag naar elektriciteit heeft de gemeente Amsterdam samen met netbeheerder Liander het afgelopen jaar gewerkt aan het Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam, hierna Ontwikkelperspectief. Het Ontwikkelperspectief schetst de opgave op het laag- en middenspanningsnet tot 2050, en beschrijft hoe Liander en de gemeente hier samen in op gaan trekken. De opgave is zowel ruimtelijk als organisatorisch, vanwege concurrerende ruimteclaims in de stad en hoge mate van complexiteit. Het Ontwikkelperspectief doet aanbevelingen om te zorgen dat het distributienet sneller wordt uitgebreid, én beter ingepast – onder andere door gezamenlijk te zoeken naar geschikte locaties en de omgeving te betrekken bij de vormgeving van middenspanningsruimtes.

Het concept Ontwikkelperspectief is ter consultatie aangeboden aan het Dagelijks Bestuur van de 7 stadsdelen en stadsgebied Weesp. Daarnaast is deze vrijgegeven voor inspraak aan een selectie van belangenorganisaties voor een periode van 6 weken (31 mei t/m 12 juli). Gedurende deze periode konden betrokkenen hun reactie per e-mail of mondeling tijdens een bijeenkomst d.d. 20 juni kenbaar maken. Er zijn gedurende deze periode 13 inspraakreacties ingestuurd, waarbinnen verschillende zienswijzen naar voren zijn gebracht.

1.2 Samenvatting inspraak Alle stadsdelen zien en voelen de urgentie voor het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk. Zij onderschrijven de opgave die in het Ontwikkelperspectief wordt geschetst. Ook wordt de voorgestelde werkwijze positief ontvangen. Wel wordt nadrukkelijk gevraagd om zorgvuldig te kijken naar de ruimtelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit op wijkniveau, afhankelijk van de lokale identiteit. Vervolgens wordt ook de wenselijkheid van een nauwe samenwerking met andere nutsbedrijven benadrukt.

3

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

De belangenorganisaties erkennen de noodzaak voor elektra in de stad en zijn tevreden in een vroeg stadium betrokken te worden om mee te denken. Hierbij dragen zij wel zorgen voor de consequenties voor de stad, voornamelijk in het UNESCO werelderfgoed gebied. Daarom vragen de belangenorganisaties het college te reflecteren op de haalbaarheid van al haar plannen.

1.3 Leeswijzer Met deze nota van beantwoording worden alle ingebrachte adviezen uit de verschillende consultaties weergegeven. Dit is niet per inspraakreactie gedaan, maar per onderwerp of thema die uit de verschillende reacties gedestilleerd zijn. De volgorde van de genoemde thema’s is aan de hand van het aantal keer dat deze benoemd zijn om een mate van urgentie te bieden. In totaal zijn in de 13 ingestuurde reacties 18 thema’s naar voren gebracht, te weten : •

• •

•

• • • • • • • • •

Participatie (17 keer genoemd door insprekers) o Informeren van bewoners (door 4 insprekers genoemd) o Meedenken over locatiebepaling via afwegingskader (door 6 insprekers genoemd) o Meebeslissen over vormgeving (door 5 insprekers genoemd) o Gebruik private ruimtes (door 2 insprekers genoemd) Vormgeving (door 9 insprekers genoemd) Locatiebepaling (7 keer genoemd door insprekers) o Zoekcirkels (door 5 insprekers genoemd) o Afweging met andere nutsvoorzieningen (door 2 insprekers genoemd) Opgave (6 keer genoemd door insprekers) o Bestuurlijke terugkoppeling (door 5 insprekers genoemd) o TSA 3.0 (door 1 insprekers genoemd) Programmering (door 6 insprekers genoemd) Inpandige locaties (door 6 insprekers genoemd) Buurtaanpak (door 5 insprekers genoemd) Unesco status (door 4 insprekers genoemd) Vergunning verstrekking (door 4 insprekers genoemd) Nieuwe standaard (door 4 insprekers genoemd) Uitvoering (door 4 insprekers genoemd) Ondergrond (door 3 insprekers genoemd) Gebiedsontwikkeling (door 2 insprekers genoemd)

In de bijlage van deze nota zijn alle inspraakreacties (willekeurig) gealfabetiseerd en is aangegeven in welke paragrafen van deze nota de beantwoording op de zienswijze is terug te lezen. Alle indieners ontvangen van de gemeente de letter die hun zienswijze heeft gekregen.

4

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

2 Zienswijzen en reactie per thema

2.1 Participatie (17 keer genoemd door insprekers) Participatie is meermaals voorgekomen in de zienswijzen met focus op verschillende onderwerpen. De volgende punten gaan in op de verschillende onderwerpen binnen participatie.

2.1.1 Informeren van bewoners (door 4 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze Het is noodzakelijk mensen goed te informeren waarom de straat opengaat en waarom het nodig is. Het is een technisch en financieel onderbouwde puzzel dat goed uitgelegd dient te worden in een concreet begrijpelijk verhaal. Hierbij wordt geadviseerd per stadsdeel een helder aanspreekpunt op te stellen met een informatiepunt van de netbeheerder. Reactie Naar verwachting zullen 1 op de 3 straten open moeten om de benodigde netwerkverzwaring te kunnen realiseren. Dit zal een grote impact hebben op bereikbaarheid en leefbaarheid. Naast netwerkverzwaring zijn ook beheertaken, onderhoud en reparatie aanleiding voor de netbeheerder om werkzaamheden op straatniveau te verrichten. Bij de uitvoering informeert de netbeheerder over voorgenomen ingrepen. In het Ontwikkelperspectief stellen we voor om ruim voor de start van de uitvoering omwonenden te informeren over de ingrepen. De netbeheerder informeert omwonenden via een brief over de locatie van de ingreep, de planning en het eindresultaat. Dit is reeds onderdeel van het Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie (BLVC)-plan wat de initiatiefnemer als vereiste voor de benodigde WIOR-vergunning indient.

Als toevoeging op de huidige BLVC-plan werkwijze wordt de verplichting om een bord bij aan te leggen MSR's opgenomen, waarop contactgegevens van een aanspreekpunt binnen Liander staan voor vragen en klachten bij overlast. Het uitvoeringsteam krijgt een belangrijke, maar duidelijk afgebakende rol bij de communicatie met bewoners over de aanleg van de MSR en het distributienet. We begrijpen dat de opgave technisch van aard is en nadere uitleg over de noodzaak en het beoogde doel gewenst is. Daarnaast kan het plaatsen van borden met beperkte informatie over noodzaak en doel tot vragen leiden. Om deze vragen vooraf af te vangen én om draagvlak bij de omgeving te creëren voor de opgave hebben we baat bij een stedelijk narratief. Dit betreft niet alleen de elektra-opgave, maar ook de warmte-opgave. De impact, oorzaak en het doel van deze

5

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

opgaven is vergelijkbaar. We nemen daarom een aanvullend verbetervoorstel op in paragraaf 3.6 (zie conclusie zienswijze). Conclusie Deze zienswijze leidt tot de volgende toevoeging aan paragraaf 3.6.3: “Uitleg over nut en noodzaak Schaalniveau: Participatieniveau:

gemeentelijk meeweten (informeren)

We informeren bewoners van Amsterdam over de noodzaak en het doel van de uitbreiding van het distributienet. Onderdeel hiervan is toelichting op de opgave (omvang en impact) en toelichting op onze gezamenlijke werkwijze volgend uit het Ontwikkelperspectief. Informeren op projectniveau bij start uitvoering kan leiden tot veel dezelfde vragen en de informatievoorziening kan als vrij laat aanvoelen in het proces. We informeren de stad via verschillende centraal stedelijke communicatiekanalen hierover. Daarbij stellen we vanuit de gemeente per stadsdeel een centraal aanspreekpunt voor die hier naar toe kan verwijzen. Het doel en impact van de elektra- én warmte-opgave zijn vergelijkbaar van aard. De gemeente werkt samen met netbeheerder Liander en warmtebedrijven aan algemene communicatie rondom deze opgaven op distributieniveau.”

2.1.2 Meedenken over locatiebepaling via afwegingskader (door 6 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze Het ontwikkelperspectief beschrijft participatie op het niveau “meeweten”, dit is onvoldoende. Burgers moeten mee kunnen denken over de plaatsing van transformatorhuisjes. Hierbij wordt voorgesteld mee te denken aan een afwegingskader op wijkniveau, wegens de grote verschillen in uiterlijk en ruimte tussen de wijken of de bewonersmening mee te nemen in het besluit van het stadsdeel. Reactie Voor de locatiekeuze zetten we in op het niveau van meeweten. Discussie over locatiekeuze leidt soms tot een sociaal dilemma. Natuurlijk willen bewoners geen MSR voor hun huis, maar als je hem opschuift, staat hij voor het huis van iemand anders. Tegelijkertijd zijn de MSR’s hard nodig voor de energietransitie. Het Ontwikkelperspectief beschrijft het proces om tot een geschikte locatie te komen. Om te voorkomen dat de energietransitie in gevaar komt, en vanwege de beperkte vrijheid in locatiekeuze die ontstaat door ruimtelijke kwaliteitseisen, (net)technische- en veiligheidseisen, wordt er ingezet op het niveau van meeweten. Daarbij kunnen vragen worden gesteld in reactie op de beschikbare informatie. Voor beleidsdocumenten voortkomend uit het Ontwikkelperspectief zetten we in op meedenken. Dit betreft ook meedenken bij de totstandkoming van het afwegingskader. Op deze manier

6

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

kunnen ook bewoners invloed uitoefenen op het afwegingskader. Bij de uitwerking van het afwegingskader is er aandacht voor gebied specifieke ruimtelijke kwaliteitseisen. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2.1.3 Meebeslissen over vormgeving (door 5 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze Wegens de grote impact van de transformatorhuisjes op de ruimtelijke kwaliteit verdienen bewoners mee te beslissen over de vormgeving van de transformatorhuisjes. Hierbij wordt erkend dat niet op individueel niveau moet plaatsvinden maar op wijkniveau, passend bij de verschillende stijlen en karakters van de wijken binnen Amsterdam. Reactie Dit is conform de uitgangspunten in het Ontwikkelperspectief. Binnen thema vormgeving kunnen bewoners op korte termijn meebeslissen. Dit houdt in dat bewoners een keuze voorgelegd krijgen met betrekking tot het uiterlijk van een MSR. De keuze is beperkt, aangezien Liander recentelijk een aanbesteding heeft afgerond voor de huidige type MSR's. Gedurende de looptijd van de aanbesteding zijn geen andere standaard type MSR's nieuw te bestellen. De vormgevingsopties zijn beperkt tot een aantal kleuren, type afwerking en materialisering. Voor de lange termijn onderzoekt de gemeente met Liander of nieuwe vormgeving mogelijk is. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2.1.4 Gebruik private ruimtes (door 2 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze In de zoektocht naar inpandige locaties wordt aangeraden burgers te benaderen. Belangenorganisaties geven aan serieus te overwegen inpandige ruimte op te offeren als hiermee een elektriciteitshuisje in de openbare ruimte vermeden kan worden. Reactie Binnen thema locatiebepaling in het Ontwikkelperspectief wordt voorgesteld om potentieel geschikte inpandige locaties inzichtelijk te maken. De gemeente ondersteunt Liander hierbij proactief door deze locaties te inventariseren. De gemeente gaat graag in gesprek met deze organisaties om hier verder invulling aan te geven. Dit zal onderdeel worden van de uitwerking van de inventarisatie van inpandige locaties. De netbeheerder draagt verder zorg voor het daadwerkelijk benutten van locaties, indien deze geschikt blijken te zijn. Conclusie

7

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

Deze zienswijze leidt tot de volgende wijziging. In paragraaf 3.4.4 wordt benoemd dat de gemeente en Liander gezamenlijk actief zoeken naar mogelijke inpandige locaties. Hier wordt aan toegevoegd: "de gemeente betrekt belangenorganisaties bij het in kaart brengen van potentieel geschikte inpandige locaties."

2.2 Vormgeving (door 9 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze Het aspect van ruimtelijke kwaliteit zoals de locatie en vormgeving van het transformatorhuisje is onderbelicht. Technische eisen lijken zwaarder te wegen terwijl het de taak van de overheid is om de ruimtelijke kwaliteit te bewaken. De definitie van ruimtelijke kwaliteit verschilt per ruimtelijk systeem, zoals die door welstand zijn gedefinieerd. De ruimtelijke kwaliteit is van groot belang om publieke draagkracht voor de energietransitie. Transformatorhuisjes met een steenprint voldoen niet aan de redelijke eisen van welstand. Reactie Momenteel zijn we beperkt tot de huidige producten en bijbehorende aankleding opties die Liander heeft aanbesteed. Dit sluit niet altijd aan bij de wensen en eisen met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, die verschillen per ruimtelijk systeem zoals die door welstand zijn gedefinieerd. Desondanks is uitbreiding van het elektriciteitsnet nodig en urgent om ontwikkelingen en beleidsambities in de directe omgeving mogelijk te maken. In de voorbereiding van een WIOR-vergunningsaanvraag zullen we expliciet toetsen op vormgeving. Daarnaast onderzoeken we hoe we het ontwerp mogelijk beter aan kunnen laten sluiten bij de hoogstedelijke context van Amsterdam om te komen tot een nieuwe stedelijke standaard. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2.3 Locatiebepaling (7 keer genoemd door insprekers) Locatiebepaling is meermaals voorgekomen in de zienswijzen met focus op verschillende onderwerpen. De volgende punten gaan in op de verschillende onderwerpen binnen locatiebepaling.

2.3.1 Zoekcirkels (door 5 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze Het gebruik van zoekcirkels in de zoektocht naar locaties wordt toegejuicht. Net als het voorgestelde escalatiespoor richting de stadsdeel bestuurders mocht er niet voldaan kunnen worden aan het afwegingskader.

8

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

Reactie Dit is conform het Ontwikkelperspectief. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2.3.2 Afweging met andere nutsvoorzieningen (door 2 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze In de praktijk beconcurreren verschillende objecten elkaar in de openbare ruimte. Dit geld ook voor objecten van andere nutspartijen, groene ruimtes en openbare ruimtes die allemaal een functie voorzien. Daarom is het nodig om in één oogopslag te zien wat de verschillende (nuts)opgaven ruimtelijk betekenen. Alleen dan kan een gewogen keuze gemaakt worden Reactie Het is inderdaad van belang om integrale afwegingen te maken met betrekking tot inrichting van de openbare (boven- en ondergrondse) ruimte. Hiervoor is het noodzakelijk om de totale opgave in kaart te brengen. In het vastgestelde WIOR-proces wordt aan alle initiatiefnemers gevraagd zo vroeg mogelijk plannen die een effect hebben op de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte kenbaar te maken in het coördinatiestelsel van de gemeente Amsterdam. Daarnaast inventariseert Stadsregie voor de lange termijn werkzaamheden van alle partijen in de openbare ruimte. Daarmee ontstaat de mogelijkheid om in een vroeg stadium te bepalen in welke mate werk met werk gerealiseerd kan worden, niet alleen in de uitvoeringsfase, maar ook in de planvoorbereidingen ontwerpfase. In de huidige werkwijze is met name de lange termijn opgave ofwel niet bekend of wordt deze onvoldoende met elkaar gedeeld.

Verbetervoorstellen uit paragraaf 3.3 van het Ontwikkelperspectief voorzien in het vroegtijdig uitwisselen van informatie die inzicht bieden in de lange termijn opgave op basis van verwachte ontwikkelingen en ruimtelijke programma's. Het Ontwikkelperspectief is niet de plek om de totaalopgave in kaart te brengen. Gezien de urgentie van deze elektra opgave gaan we nu al aan de slag met de werkwijze zoals deze in het Ontwikkelperspectief staat beschreven.

Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2.4 Opgave (6 keer genoemd door insprekers) Zienswijzen op de opgave, het uitbreiden van het distributienet, zijn meermaals voorgekomen met focus op verschillende onderwerpen. De volgende punten gaan in op de verschillende onderwerpen binnen de opgave.

9

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

2.4.1 Bestuurlijke terugkoppeling (door 5 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze Het aantal elektriciteitshuisjes is het gevolg van beleid terwijl deze als absoluut en definitief wordt gepresenteerd. Terugkoppeling van het effect van het beleid van het college van B&W is noodzakelijk zodat de impact op de stads realistisch blijft door bijvoorbeeld datacenters te weigeren. Reactie In het Ontwikkelperspectief wordt de omvang van de opgave geduid op basis van de Themastudie Elektra Amsterdam (TSA) 2.0. Binnen de TSA is aandacht voor de onzekerheid van toekomstige ontwikkelingen en de impact van beleidskeuzes. De opgave die volgt uit het hoog scenario dient binnen het Ontwikkelperspectief als vertrekpunt voor de ruimtelijke opgave. Sturen op impact van de opgave middels beleidskeuzes zijn geen onderdeel van het Ontwikkelperspectief. Het Ontwikkelperspectief beschrijft de wijze waarop we een gegeven bulkopgave gezamenlijk realiseren. Het Ontwikkelperspectief gaat niet op het aantal te plaatsen elektriciteitshuisjes. Datacenters hebben geen effect op benodigde verzwaring distributienetten, omdat deze op hogere netvlakken worden aangesloten. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2.4.2 TSA 3.0 (door 1 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze Stadsdeel Weesp ontbreekt aan de TSA 2.0. Om ook de specifieke opgave in Weesp inzichtelijk te krijgen wordt verzocht Weesp mee te nemen in de ontwikkeling van de TSA 3.0. Reactie Stadsgebied Weesp is onderdeel van de TSA 3.0. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2.5 Programmering (door 6 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze Om de werkzaamheden van verschillende nutspartijen tegelijkertijd te laten plaatsvinden is afstemming noodzakelijk. Het verband met de inpassing van nuts- en telecomvoorziening dat wordt ontwikkeld door de directie Verkeer en Openbare Ruimte en de plannen vanuit de transitievisie warmte ontbreken. Het is van essentieel belang dat deze wordt samengebracht met de plaatsing van transformatorhuisjes.

10

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

Reactie Bij de totstandkoming van het Ontwikkelperspectief is de gemeente nauw betrokken geweest bij inspanningen om de programmering en ruimtelijke inpassing van overige nuts- en telecomopgaven integraal uit te voeren. Voor de elektra-opgave is de urgentie om nú versneld uit te breiden hoog. Het Ontwikkelperspectief wordt nu in uitvoering gebracht waarbij we aandacht houden voor de relatie tot andere opgaven in de stad. In paragraaf 3.4.4 wordt dit in het bijzonder benoemd. Voor het gelijktijdig laten plaatsvinden van werkzaamheden is het noodzakelijk om de opgave van verschillende nutspartijen en grondroerende partijen in beeld te hebben. Voor de elektra opgave hebben we hiervoor in paragraaf 3.3 verbetervoorstellen opgenomen. Op dit moment wordt in delen van de stad reeds gewerkt met het Integraal Gebiedsplan (IGP) waarin inrichting (plaatsen van objecten) én uitvoering (in samenhang met andere opgaven gecoördineerd uitvoeren) gekoppeld worden. Het is inderdaad wenselijk om alle opgaven integraal te evalueren. Binnen de gemeente inventariseert Stadsregie alle werken in de openbare ruimte en stemt de planningen van alle werkzaamheden in de tijd met elkaar af. Dit vindt plaats in het Coördinatenstelsel; het strategisch overleg en samenwerkingsverband tussen netbeheerders en de gemeente Amsterdam.

In de uitwerking van verbetervoorstellen uit paragraaf 3.3 zal deze informatie in het Coördinatenstelsel ontsloten worden. Daarnaast werkt de gemeente op dit moment aan het formuleren van een ruimtelijk beleidskader bovengrondse nutsvoorzieningen en een beleidskader Objecten derden in de Openbare Ruimte, met als doel om de ruimtelijke inpassing van verschillende nutsvoorzieningen integraal op te pakken. De concept-opdrachtformulering is daartoe inmiddels opgesteld. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2.6 Inpandige locaties (door 6 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze De voorkeur voor inpandige plaatsing transformatorhuisjes wordt sterk gevoeld door alle partijen en insprekers. Echter wordt de realiteit ervaren dat transformatorhuisjes in de praktijk vaak in de openbare ruimte terechtkomen. Daarom moet de gemeente de zoektocht naar inpandige locaties zoals bruggen, tunnels en parken actief faciliteren. Reactie Er is gemeentelijk beleid (Nadere Regels verordening WIOR) wat inpandige locaties prefereert over locaties in de buitenruimte en tot slot in de openbare ruimte. De gemeente ziet de noodzaak om zo veel als mogelijk technische installaties inpandig op te lossen om de schaarse buitenruimte te ontlasten. Tegelijkertijd is de gemeente zich bewust van de praktische en financiële uitdagingen die hiermee gepaard gaan. In het Ontwikkelperspectief wordt dit benoemd en voorgesteld dat de

11

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

gemeente potentieel geschikte inpandige locaties in de bestaande stad inzichtelijk gaat maken. In de gebiedsontwikkeling is het reserveren van inpandige ruimtes de norm. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2.7 Buurtaanpak (door 5 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze Het voorstel alle transformatorhuisjes in een buurt tegelijk te beschouwen in plaats van de individuele aanvragen, zoals momenteel het geval is, wordt toegejuicht. Hierbij wordt geadviseerd de stadsdelen in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken om hierop te anticiperen en gezamenlijk naar de beste plekken te zoeken. Reactie Dit is conform het Ontwikkelperspectief. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2.8 Unesco status (door 4 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze De plaatsing van transformatorhuisjes in de openbare ruimte van UNESCO werelderfgoed staat haaks op de wettelijke verplichting van de overheid deze te bewaren. Daarom moeten er aanvullende eisen worden opgesteld in, bij voorkeur in samenspraak met erfgoedverenigingen en de Rijksdienst voor cultureel erfgoed, om langdurige aantasting te vermijden. Wanneer niet op tijd aan deze eisen voldaan kunnen worden dienen de transformatorhuisjes tijdelijk te zijn. Reactie Ook UNESCO werelderfgoed zal voorzien moeten worden van stroom. Het is niet toegestaan om vooraf welstandseisen te stellen aan vergunningsvrije bouwwerken. De huidige standaard middenspanningsruimtes voldoen aan de criteria van vergunningsvrije bouwwerken; nutsvoorzieningen van maximaal 15 m2 en 3 meter hoog zijn vergunningsvrij voor zowel bouwen als voor gebruik. Voor de trafohuisjes is echter wel een WIOR vergunning nodig. In de Nadere regels WIOR, zijn over het uiterlijk aanzien van trafohuisjes geen regels opgenomen, zie artikel 2.4 Nadere regels. In dit artikel is opgenomen dat de locatiebepaling (..) gebeurt vanuit het uitgangspunt van een goede ruimtelijke inpassing. Volgens de toelichting wordt dit in overleg bepaald. Het gaat dan over bijvoorbeeld 'onopvallendheid in de openbare ruimte', bijzonder vormgeving (materiaal, omvang

12

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

en/of kleur). Bij de toepassing van de Verordening WIOR en bijbehorende Nadere regels WIOR is dus geen sprake van een verplichting ten aanzien van het uiterlijk. De inpassing wordt in overleg bepaald. Liander is met de gemeente in gesprek om te komen tot een goede ruimtelijke inpassing van de trafohuisjes die voor beide partijen voldoet aan aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid. Bij de uitbreiding van het distributienet zullen bijzondere eisen met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit in deze gebieden meegenomen worden in de afweging om tot een geschikte locatie en vormgeving te komen. In het bijzonder zal dit terugkomen in het afwegingskader locatiebepaling, waarbij belangenorganisaties en Commissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit geconsulteerd worden. Onderdeel van paragraaf 3.5.4 is het starten van een gezamenlijk onderzoek naar nieuwe ontwerpopties. We verkennen onder andere welke ontwerpruimte er ontstaat door ruimtelijke kwaliteitseisen van specifieke ruimtelijke systemen mee te nemen. Het is op dit moment nog onduidelijk hoe het ontwerp eruit komt te zien en op welke termijn dit door Liander aanbesteed kan worden. Daarnaast is het bouwen van tijdelijke voorzieningen kostbaar, vooral als de bestaande openbare ruimte daarvoor aangepast moet worden, terwijl het niet altijd zeker is dat hier uiteindelijk de definitieve MSR wordt geplaatst.

Vanwege deze onduidelijkheid, de urgentie om ook in de komende jaren uit te breiden én hoge kosten die hiermee gepaard gaan is het onwenselijk om in te zetten op tijdelijke voorzieningen. We zetten in op een gezamenlijk afwegingskader, zoals hierboven benoemd, om ook in ruimtelijke systemen met een bijzondere status de middenspanningsruimtes ingepast te krijgen. Wel is het mogelijk in afhankelijk van de urgentie van de locatie te overwegen MSR's in UNESCO werelderfgoed of beschermd stadsgezicht uit te stellen totdat er meer duidelijk is ten aanzien van de nieuwe ontwerpopties. Conclusie Deze zienswijze leidt tot de volgende wijzigingen. In paragraaf 3.4.4; "Hiertoe behoren bijvoorbeeld ook bijzondere eisen met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit in UNESCO werelderfgoed en beschermd stadsgezicht." In paragraaf 3.3.3; wordt het volgende punt toegevoegd. “We onderzoeken samen voor gebieden waar uitzonderlijke eisen gesteld worden aan ruimtelijke kwaliteit, zoals beschermd stadsgezicht en UNESCO werelderfgoed, of en hoe we de prioritering in tijd kunnen beïnvloeden. Een nieuw ontwerp van een MSR (zie paragraaf 3.5.4: Gezamenlijk onderzoek naar nieuwe ontwerpopties) kan namelijk kansen bieden voor betere ruimtelijke inpassing in dit soort gebieden.”

2.9 Vergunning verstrekking (door 4 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze Momenteel worden de transformatorhuisjes vergund door middel van een WIOR (werken in de openbare ruimte) vergunning. Nutsobjecten kleiner dan 15 vierkante meter kunnen geen welstandseisen opgelegd worden. Wegens de grote impact op de ruimtelijk kwaliteit als gevolg

13

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

van het aantal transformatorhuisjes wordt er gepleit om wel te toetsen op ruimtelijke kwaliteit. Wellicht dat het toekomstige omgevingsplan hier mogelijkheden voor kan bieden. Reactie In zowel de huidige WIOR regeling als in de toekomstige omgevingswet zijn nutsvoorzieningen van maximaal 15 m2 en 3 meter hoog vergunningsvrij voor zowel bouwen als voor gebruik. Dat betekent onder meer dat geen welstandseisen gesteld kunnen worden, maar alleen achteraf handhaving mogelijk is ingeval van welstandsexcessen. Uit de schetstekeningen in het Ontwikkelperspectief blijkt dat de beoogde trafohuisjes voldoen aan de maximale afmetingen voor vergunningsvrij bouwen/gebruik. Het opnemen van plichten en eisen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit in vergunningen kan dienen als instrument voor het borgen van belangrijke maatschappelijke belangen. We zien echter dat gemeente en Liander zich bewust zijn van de impact die de MSR’s op de openbare ruimte hebben en in het Ontwikkelperspectief heeft dit dan ook geleid tot het opnemen van verbetervoorstellen en afspraken bij de ruimtelijke inpassing van de MSR’s in de openbare ruimte. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2.10 Nieuwe standaard (door 4 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze De peperbus wordt breed gedragen als uitstekend ontwerp en ondanks dat Liander aangeeft dat het niet mogelijk is de peperbus te behouden, wordt sterk geadviseerd een vergelijkbaar rond ontwerp te kiezen. Hiernaast wordt verzocht aspecten als natuurinclusiviteit, combinaties met andere nutsvoorzieningen, laadfuncties en andere openbare functies te verkennen. Reactie Deze elementen zullen onderdeel worden van het gezamenlijk onderzoek naar nieuwe vormgeving. Daarnaast zal ook de relatie tot de Amsterdamse huisstijl Puccini 1 onderzocht worden. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2.11 Uitvoering (door 4 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze Om de genoemde capaciteitsproblemen te vermijden wordt geadviseerd lokale burgers om te 1 https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/puccinimethode/puccinimethode/

14

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

scholen tot technici en zowel Liander als de Gemeente voldoende personeel op te lijnen voor de uitvoering. Reactie Dit wordt benoemd in paragraaf 4.6. Het samenwerkingsverband Infra Groot-Amsterdam wordt met de gemeente Amsterdam momenteel ingericht door Alliander, Waternet, PWN en ketenpartners. Op die manier versterken we de regionale samenwerking op de arbeidsmarkt. Het doel van Infra Groot-Amsterdam is instroom en behoud van technici zeker te stellen. Hierbij worden vanuit de pijlers kiezen, leren en werken, projecten ingericht voor instroom, opleiden en behoud van personeel. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging.

2.12 Ondergrond (door 3 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze De vele kilometers kabel zullen een grote impact hebben op het bovengrondse gebruik van de openbare ruimte. Kabels beperken bijvoorbeeld de mogelijkheid bomen te planten en kennen een mate van toegankelijkheid. Verzocht wordt nader in te gaan op de bovengrondse impact van ondergrondse infrastructuur in het ontwikkelperspectief. Reactie In paragraaf 2.5.1 en 2.5.2 worden zowel de bovengrondse als ondergrondse opgave geduid. In hoofdstuk 3 is de focus van de aanpak meer op bovengrondse infrastructuur te komen liggen, mede omdat de grootste knelpunten nu bij de bovengrondse inpassing liggen. Om rekening te kunnen houden met de bovengrondse impact van ondergrondse infrastructuur, en om hier op te kunnen anticiperen, is het noodzakelijk om informatie beschikbaar te hebben over de verwachte ligging van ondergrondse infrastructuur én ruimte-aanbod (ondergronds en bovengronds) De gemeente ziet dat verschillende ambities en opgaven meer ruimte vragen in de openbare ruimte, zowel bovengronds als ondergronds. Er zijn gebieden waar het een complexe opgave is om ruimte te bieden aan al deze ambities en opgaven. Op deze plekken zal er een transparante en integrale afweging gemaakt moeten worden door de gemeente voor het toekennen van ruimte.

Om dit goed te kunnen doen, is het nodig om tijdig hoofdstructuren van opgaves die een bovengrondse en ondergrondse relatie hebben -zoals groenstructuren (o.a. bomen), blauwstructuren en netwerken van energie- en nutsvoorzieningen - worden uitgewerkt. We zien de noodzaak om tot een strategisch netwerkplan te komen. Dit bestaat uit het identificeren van complexe gebieden én het formuleren van uitgangspunten over hoe om te gaan met de ruimtelijke inpassing van elektrakabels.

15

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

Voor gebieden waar dit minder complex is, is het uitlegschema in de WIOR leidend voor de ligging van ondergrondse infrastructuur. Hierin is de relatie tot bovengrondse ruimteclaims reeds onderdeel van de werkwijze.

Conclusie Deze zienswijze leidt tot het opnemen van een nieuw verbetervoorstel in paragraaf 3.4 binnen thema locatiebepaling, met de titel “Strategisch netwerkplan”: "In hoofdstuk 2 is de ondergrondse opgave geduid. Deze zal een grote impact hebben: niet alleen op de beschikbaarheid van ondergrondse ruimte, maar ook op de mate waarin bovengrondse ruimte beschikbaar is. De gemeente Amsterdam ziet dat verschillende ambities en opgaven meer ruimte vragen in de openbare ruimte, zowel bovengronds als ondergronds. Er zijn gebieden waar het een complexe opgave is om ruimte te bieden aan al deze ambities en opgaven. Op deze plekken zal er een transparante en integrale afweging gemaakt moeten worden voor het toekennen van ruimte. Om dit goed te kunnen doen is het nodig dat tijdig hoofdstructuren van opgaven die een bovengrondse en ondergrondse relatie hebben - zoals groenstructuren (o.a. bomen), blauwstructuren en netwerken van energie- en nutsvoorzieningen - door de gemeente worden uitgewerkt in samenspraak met de verschillende nutspartijen. We zien de noodzaak om tot een strategisch netwerkplan te komen. Dit bestaat uit het identificeren van complexe gebieden én het formuleren van uitgangspunten over hoe om te gaan met de ruimtelijke inpassing van elektrakabels.

Gezien de urgentie van de elektra opgave en vanuit ons samenwerkingsverband initiëren we dit voor elektra en trekt de gemeente dit door naar overige ondergrondse opgaven. Voor gebieden waar dit minder complex is, is het uitlegschema in de WIOR het uitgangspunt voor de ligging van ondergrondse infrastructuur. Hierin is de relatie tot bovengrondse ruimteclaims reeds onderdeel van de werkwijze. "

2.13 Gebiedsontwikkeling (door 2 insprekers genoemd) Samenvatting zienswijze Gevraagd wordt om in het ontwikkelperspectief duidelijk op te nemen dat in de ontwikkelgebieden zoals IJburg, Zeeburgereiland en Amstelkwartier voldoende inpandige ruimte voor nutsvoorzieningen wordt gereserveerd in de bouwenveloppen voor de toekomstige nieuwbouw. We zien nu dat de ruimtevraag voor nutsvoorzieningen soms buiten de gebiedsontwikkeling wordt neergelegd. Reactie We zien in gebiedsontwikkeling dat de ruimtevraag niet altijd inpandig gerealiseerd kan worden. Dit kan om verschillende redenen zijn, bijvoorbeeld een grotere stroomvraag die eerder in tijd nodig is dan de gebiedsontwikkeling klaar is. We zien verschillende kansen om het proces in gebiedsontwikkeling verder te optimaliseren.

16

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

Conclusie Deze zienswijze leidt in paragraaf 3.4.4 tot de volgende wijziging: "De gemeente maakt inzichtelijk hoe het huidige proces rondom inpandige ruimtereserveringen in gebiedsontwikkeling verloopt. Het resultaat wordt in de vorm van een memo gedeeld met Liander. Daarbij zullen specifieke gebiedsontwikkelingsprojecten uitgelicht worden om van te leren. Dit is de basis voor verdere optimalisatie in gebiedsontwikkeling."

17

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie en eventueel versienummer [Datum]

Nota van beantwoording

Bijlage

Alle indieners ontvangen van de gemeente de letter die hun zienswijze heeft gekregen. Inspraakreactie nummer Inspraakreactie A Inspraakreactie B Inspraakreactie C Inspraakreactie D Inspraakreactie E Inspraakreactie F Inspraakreactie G Inspraakreactie H Inspraakreactie I Inspraakreactie J Inspraakreactie K Inspraakreactie L Inspraakreactie M

Beantwoording van de inspraakreactie (verwijzing naar paragraaf) 2.2 2.3.1 2.6 2.7 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.2 2.1.4 2.4.1 2.6 2.1.4 2.4.1 2.6 2.7 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2 2.5 2.7 2.8 2.9 2.10 2.13 2.1.1 2.1.3 2.2 2.3.1 2.4.1 2.5 2.8 2.9 2.11 2.1.1 2.1.2 2.2 2.3.2 2.5 2.7 2.8 2.10 2.11 2.1.2 2.2 2.5 2.8 2.9 2.10 2.12 2.13 2.1.3 2.2 2.3.1 2.4.1 2.4.3 2.5 2.8 2.9 2.12 2.2 2.3.1 2.3.2 2.7 2.10 2.1.3 2.2 2.4.1 2.7 2.11 2.1.2 2.2 2.3.1 2.5 2.6

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13972516/1