6. Investeringsnota Klaprozenbuurt.pdf
Tekst van het document
Kunst en cultuur Er worden geen nieuwe voorzieningen voor kunst & cultuur in het gebied gepland. De productieplinten bieden wel potentie voor de huisvesting van culturele ondernemers, voorzieningen en eventueel broedplaatsen. Ook zijn er kansen voor tijdelijke initiatieven in (tijdelijk) leegkomende bedrijfsruimten en openbare
40
buurten. De openbare ruimte en infrastructuur zorgen voor een betere verbinding tussen de Klaprozenbuurt en de omliggende buurten. Er wordt een fietsverbinding gerealiseerd langs de schooltuinen, die de Bloemenbuurt met de Buiksloterham verbindt. Er komen daarnaast betere noord-zuid en oost-west fietsverbindingen, onder meer langs Zijkanaal I en ter hoogte van de Draaierweg. Het dijkpark functioneert straks als groene ontmoetingsruimte voor bestaande en nieuwe bewoners.
40% sociale huur te realiseren, kan een deel van de sociale huur uit de omliggende wijken (met een bovengemiddeld aandeel sociale huur) worden verhuurd in het middensegment en/of verkocht worden. Zo worden kwetsbare groepen over een groter gebied verspreid. Dit heeft een positieve invloed op de draagkracht van omliggende wijken. Daarnaast wordt er extra aandacht besteed aan het bevorderen van doorstroming van oudere bewoners uit de omliggende wijken. Dit brengt een natuurlijke verbinding tussen het oude en het nieuwe gebied tot stand. Ook in de bestaande buurten worden ingrepen gedaan om deze beter te laten aansluiten bij de Klaprozenbuurt. Zo wordt het woonprogramma van de Klaprozenbuurt in kwetsbare groepen in samenhang bekeken met dat van de omliggende buurten.
Het project zet in om zoveel mogelijk van de bestaande bedrijvigheid plek te bieden in de toekomstige situatie, zodat de werkgelegenheid in Noord behouden blijft. Er wordt daarnaast horeca en detailhandel toegevoegd. Het invloedgebied kenmerkt zich door een veelal praktisch geschoolde bevolking en relatief hoge (jeugd) werkloosheid. Het economisch programma kan straks werkgelegenheid bieden voor bewoners uit de omliggende buurten.
De Klaprozenbuurt kent een toereikend aanbod van scholen, zorg-, welzijn-, sportvoorzieningen die ook gebruikt kunnen worden door bewoners uit omliggende
41
Bijeenkomsten met bewoners
42
5. Participatie 5.1 Intensief participatietraject naar stedenbouwkundig schetsontwerp In de voorbereiding op het stedenbouwkundig plan is stevig ingezet op co-creatie en participatie met de buurt en belanghebbenden. De basis van het voorliggend stedenbouwkundig ontwerp is een stedenbouwkundig schetsontwerp dat is opgeleverd na een intensief participatietraject. In het najaar van 2018 heeft het bewonersinitiatief ‘de Groene Draak’ (met daarin omwonenden uit de Buiksloterbreek, bewoners van de woonboten van Zijkanaal I en bewoners van het Marjoleinterrein) een visie opgesteld voor het plangebied. Ook een groep bewoners uit de Buiksloterham stelde in dezelfde periode een visie op voor de Klaprozenbuurt. De visie en schetsen van zowel bewoners als het projectteam vormden het vertrekpunt voor een intensief participatief ontwerptraject. Het programma gold als programmatisch kader. De insteek van dit ontwerptraject was een interactief proces met een kerngroep van circa 20 vertegenwoordigers van verschillende groepen belanghebbenden (bewoners uit de Buiksloterbreek, Buiksloterham, het Marjoleinterrein en de bewoners van de woonboten langs Zijkanaal I) die hun ‘achterban’ informeerden over de voortgang van het proces.
Bijzonder aan dit traject was dat de opdracht van het begeleiden van het participatietraject en het maken van een stedenbouwkundig schetsontwerp is gegeven aan drie architecten uit de buurt, die door de bewoners zelf zijn voorgedragen: Auguste van Oppen van Beta-Office, Tjeerd Haccou van Space & Matter en Hannah Schubert van BplusB. Onder supervisie van Ruimte en Duurzaamheid hebben zij het traject richting stedenbouwkundig schetsontwerp succesvol begeleid. Het eindresultaat is op 26 maart 2019 gepresenteerd aan de buurt en belanghebbenden en zeer positief ontvangen. In het participatief ontwerptraject werd geen overeenstemming bereikt met omwonenden over twee belangrijke onderdelen van het plan: Het zichtbaar en toegankelijk maken van de oever van Zijkanaal I, als onderdeel van het Buiksloterdijkpark, en de dijkwoningen aan weerszijden van de Kamperfoelieweg en een aantal ingrepen in de directe omgeving daarvan (Zie verder onder 5.3 en 5.4.).
Plan bewonersinitiatief ‘De Groene Draak’
Plan bewoners Buiksloterham
43
Stedenbouwkundig schetsontwerp, 26 maart 2019
44
5.2 Van schetsontwerp naar concept stedenbouwkundig plan
5.3 Resultaten van de inspraakperiode Op 2 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met vrijgave voor inspraak van het concept stedenbouwkundig plan Klaprozenbuurt. De inspraakperiode duurde van 3 juli t/m 3 september 2019. Als onderdeel van de inspraakprocedure is er op 9 juli 2019 een inloopmarkt georganiseerd.
Na 26 maart is het stedenbouwkundig schetsontwerp verder aangescherpt, verfijnd en getoetst op technische en financiële haalbaarheid. Er zijn enkele kwalitatieve en noodzakelijke verbeteringen gemaakt. Het schetsontwerp was met relatief weinig financiële en technische beperkingen opgesteld. Over enkele onderdelen van het plan zijn nog diverse participatiebijeenkomsten georganiseerd met specifieke doelgroepen, zoals de woonbootbewoners van Zijkanaal I en de bewoners van de Marjoleinbuurt en het oostelijk deel van de Buiksloterbreek.
Mede door het intensieve participatietraject en de uitgebreide communicatie richting de buurt zijn er veel inspraakreacties binnengekomen op het concept Stedenbouwkundig Plan. De betrokkenheid uit de buurt is uitermate groot.
Ten opzichte van het stedenbouwkundig schetsontwerp zijn enkele wijzigingen gedaan in de fase richting een concept stedenbouwkundig plan. De belangrijkste wijzigingen waren: ■ Het programma is op basis van stedenbouwkundige uitgangspunten nauwkeuriger verdeeld over de kavels en bouwblokken. Gedurende het participatietraject is uitgegaan van een floor space index (fsi) van 3 voor ieder kavel afzonderlijk. Dit is in de vervolgfase nauwkeuriger verdeeld en daar waar mogelijk is er verdicht. Verdichting (een hogere fsi) is op sommige plaatsen nodig om voor de erfpachters en eigenaren een reële businesscase te creëren. Immers, als het voor hen niet lucratief is om te ontwikkelen, komt de transformatie van de Klaprozenbuurt niet van de grond. ■ Het gecomprimeerde TenneT elektriciteitsverdeelstation is ingetekend en de directe omgeving daarvan is gewijzigd, onder meer door het verwijderen van een tussenstraat ten behoeven van een hof. ■ Er is voor bijzondere bebouwing (inclusief een woontoren) gekozen aan de Floraweg 198 en 200, waarbij de maximum bouwhoogte naar beneden is bijgesteld. ■ De toegangsweg naar de Buiksloterdijk langs Zijkanaal I gaat niet over een deel van de Metaalbewerkersweg maar ligt in het verlengde van de Slijperweg. De toegangsstraten naar de Klaprozenbuurt vanaf de Klaprozenweg krijgen een vernauwing bij de aansluiting.
Hierdoor is er een groter contrast tussen de stadsstraat en de buurtstraten: er wordt een intiem gevoel gecreëerd. ■ De verkaveling rondom de GVB busremise is zodanig aangepast dat de GVB nog een tijd lang gehandhaafd kan blijven. ■ Omdat een variant voor het deels openbaar en zichtbaar maken van de oever van Zijkanaal I pas na de presentatie van het schetsontwerp is besproken, is deze pas in het Concept Stedenbouwkundig Plan ingetekend. ■ Bij Bloemenbuurt is een entreeplein met een circuit vergelijkbaar met die bij het Tropenmuseum bedacht, dit was geen onderdeel van het schetsontwerp. 45
In totaal zijn er 63 reacties namens bewoners en belanghebbenden uit de omgeving binnengekomen (inclusief woonbootbewoners die wel binnen de plangrenzen vallen), en 15 reacties namens erfpachters, eigenaren en huurders in het plangebied zelf. Daarnaast zijn er nog 5 inspraakreacties binnengekomen, die door grote groepen buurtbewoners zijn ondertekend. Gezamenlijk zijn deze vijf inspraakreacties maar liefst 448 keer ondertekend. Het gaat om gebundelde inspraakreacties uit de Marjoleinbuurt en Buiksloterbreek-Oost, de Buiksloterbreek, Buiksloterham en woonbootbewoners van Zijkanaal I. Geconcludeerd kan worden dat een groot deel van de omwonenden het niet eens was met de wijze waarop het stedenbouwkundig schetsontwerp is vertaald naar concept stedenbouwkundig plan (CSP). De hoofdlijnen van de inspraakreacties op het concept stedenbouwkundig plan waren: ■ Vanuit bewonersgroepen die actief hebben bijgedragen in het participatietraject waren veel het niet eens met de wijzigingen die zijn doorgevoerd ten opzichte van het schetsontwerp. Dit uitte zich in kritiek op het (participatie)proces. ■ Er was veel (verwachte) weerstand op de keuze voor het openbaar maken van de oever, die ondanks duidelijke signalen van woonbootbewoners, na advies van het Dagelijks Bestuur wel stond opgenomen in het concept Stedenbouwkundig Plan.
■ De dijkwoningen aan weerszijden van de Kamperfoelieweg werden gezien als ‘geforceerde bouwkavels’ die ten koste gaan van bestaand groen, en daarnaast onnodig om de herkenbaarheid van de Waterlandse Zeedijk te accentueren. ■ Bewoners uit de Marjoleinbuurt en Buiksloterbreek-Oost waren het niet eens met veel voorgestelde ingrepen in hun directe omgeving.
46 Plankaart concept SP
r was kritiek vanuit bewoners op dichtheid en bouwhoogten. Eigenaren en E erfpachters hadden juist kritiek dat er te weinig dichtheid en programma was ingetekend op hun kavels. In combinatie met de hoge grondprijzen en diverse programmatische, stedenbouwkundige en duurzaamheidseisen zou dit leiden tot een onrendabele businesscase (en dus geen transformatie). ■ Er waren zorgen over de toename van verkeersbewegingen over de toch al drukke verkeersaders van de Klaprozenweg en Kamperfoelieweg. ■
Alle inspraakreacties zijn gevat en beantwoord in de Nota van Beantwoording Klaprozenbuurt. De volgende aanpassingen zijn gedaan in het definitief stedenbouwkundig ontwerp: ■ Met name rondom de ‘Kamperfoelieknoop’, het deelgebied met de kruising Floraweg-Kamperfoelieweg en in de omgeving van de Marjoleinbuurt en het oostelijk deel van de Buiksloterbreek-Oost zijn aanpassingen gedaan, in overleg met de bewoners. Door bewoners is het idee voor een autotunnel ingebracht. Dit heeft geleid tot een ander voorstel voor versmalling de Kamperfoelieweg, waarbij de weg als coupure door de dijk kruist. Fietsverkeer kruist de Kamperfoelieweg nu bovenlangs over een fietsbrug (ipv onderlangs via een fietstunnel zoals in het concept plan). Dit zorgt voor een continue dijkbeleving. ■ Het fietspad en de vijf woningen langs de Kamperfoelieweg komen te vervallen. In het CSP werd beoogd de Kamperfoelieweg meer onderdeel te maken van het stedelijk weefsel; dit blijkt echter een complexe operatie met veel maatschappelijke weerstand, en het beoogd effect is te gering. ■ De ontsluiting van de Marjoleinbuurt is op verzoek van bewoners anders georganiseerd. De Marjoleinstraat wordt een twee-richting straat met een keerpunt en een passeerhaven. De voorgestelde autoroute langs de Buiksloterdijk komt hiermee te vervallen.
■ Nagenoeg alle dijkbebouwing is uit het plan gehaald, vanwege de maatschappelijke weerstand en op basis van advies van de commissie integrale ruimtelijke kwaliteit (het CIRK). Er blijven twee markante bebouwingselement over: een gebouw van anderhalve verdieping (1 laag plus kap) met een typische Waterland-architectuur dat die als schakelelementen dienen om de buurten aan elkaar te binden en de dijk te accentueren. In het gebouw aan de westzijde van de Kamperfoelieweg komt bij voorkeur openbaar programma, als onderdeel van
47
het park. De dijk wordt ook helderder gemaakt en op een andere manier verheft in het landschap, door aanpassingen in de maaiveldhoogten. ■ Het schakelpunt met bijzondere bebouwing op de kavels van de Floraweg 198 en 200 (de ‘Ymeretoren’) is meer onderdeel van de Klaprozenbuurt geworden. Er blijft wel een hoogteaccent, maar deze is verder van de Bloemenbuurt afgeschoven. Er is gekozen voor bebouwing die meer aansluit op de stedenbouwkundige typologie van de Klaprozenbuurt. ■ Op verschillende plekken zijn de bouwhoogten aangepast. Op een aantal plekken langs de Klaprozenweg springt de set-back al bij vier lagen naar achteren, waar dit eerst nog vijf lagen waren. ■ Op basis van de inspraakreactie van TenneT wordt een strategische reservering gemaakt voor de gehele noordelijke TenneT-kavel. Op die manier blijft TenneT op termijn zelf in de lead bij het comprimeren waardoor haar bedrijfsvoering conform veiligheidseisen en milieuvoorschriften geborgd blijft. Ambitie is wel de TenneT-gebouwen (net als andere nutsfuncties) zo veel mogelijk te omzomen; een ruimtelijk voorstel kan pas in later stadium worden ontwikkeld (ten tijde van herontwikkeling). ■ Bij het GVB is de mogelijkheid toegevoegd dat zij ook extra kunnen bebouwen. Deze keuze is aan het GVB. ■ Het Slijperplein is aangepast, omdat er vanuit wordt gegaan dat het GVB moet kunnen blijven functioneren.
De weg onder het GVB is iets verschoven t.o.v. het CSP. Het plein is naar het zuiden gezakt. De nieuwe vorm van het Slijperplein schakelt de verschoven (nieuw aan te leggen) weg aan de bestaande weg en borgt de kwaliteit van het plein in beide planscenario’s (met handhaving en uitplaatsing het GVB). ■ Samen met de woonbootbewoners is er een alternatieve variant voor het Landje en de oever van Zijkanaal I ontworpen. Een recente ontwikkeling is dat er hier mogelijk een woonboot kan worden verworven, waardoor er een andere insteekhaven kan worden gecreëerd en er geen verplaatsing van ligplaatsen noodzakelijk is. In deze variant ontstaat er ook een (zicht)relatie tussen het water van Zijkanaal I en het Buiksloterdijkpark. Deze variant kan op meer steun rekenen van de bewoners. Beide varianten worden ter besluitvorming voorgelegd (Zie verder hoofdstuk 6.1).
Herstel van de Waterlandse Zeedijk met bomen en coupure
48
6. Stedenbouwkundig ontwerp Het plangebied ligt als een puzzelstukje tussen de Noordelijke IJ-oevers en de bestaande woongebieden van Noord. Naast de transformatie van het bedrijventerrein naar een gemengde stadsbuurt met de toevoeging van circa 2.000 woningen, liggen er meerdere kansen om de stad als geheel te versterken, en de verschillende buurten beter met elkaar in verbinding te brengen. Dit hoofdstuk zet het stedenbouwkundig ontwerp Klaprozenbuurt uiteen, te beginnen met de randen van het plangebied: de Waterlandse Zeedijk, het nieuwe Buiksloterdijkpark en de verschillende verbindingen tussen Oud en Nieuw Noord. Daarna wordt ingezoomd op de transformatie van het bedrijventerrein met daarin twee mogelijke scenario’s (een plan met en een plan zonder GVB-remise).
landschappelijke verhoging ontstaat. Ook krijgt de dijk, net als de vroegere middeleeuwse dijk, een licht-knikkend verloop. Daarbovenop worden bomen geplant. Dit beplantingsvoorstel gaat verder dan het plangebied zelf: het gaat door richting de Kadoelerbreek. Enkele delen van het bestaande landschap met bosschages en bomen blijven gehandhaafd. De nieuwe Buiksloterdijk wordt de drager van het toekomstige Buiksloterdijkpark.
6.1 Versterking van de landschappelijke kwaliteiten en de Waterlandse Zeedijk: Buiksloterdijkpark Een belangrijk uitgangspunt in stadsdeel Noord is versterking van de Waterlandse Zeedijk als ruimtelijk ervaarbaar element en als doorgaande fiets- en wandelroute. In de huidige situatie raak je als fietser en voetganger op een aantal plekken de zeedijk kwijt, bijvoorbeeld in het plangebied rondom de Kamperfoelieweg en meer oostelijk in Noord langs de dijk bij de Schellingwouderbreek. De zeedijk is daar verstopt, niet aanwezig of mist ruimtelijke kwaliteit. Oostelijk van de Kamperfoelieweg lijkt de Buiksloterdijk nu te eindigen. De dijkbebouwing eindigt en de dijk verheft zich niet meer in zijn omgeving. In het plangebied is vanaf de Metaalbewerkersweg de Waterlandse Zeedijk niet zichtbaar. De dijk die daar nu verstopt achter de bosschages ligt, is aangelegd als een talud voor een grote verkeersweg die er nooit is gekomen. Dit wegtalud heeft een ander verloop en is veel hoger dan de historische dijk. Rijdend over de Kamperfoelieweg is de dijk niet zichtbaar. In het stedenbouwkundig ontwerp wordt de Waterlandse Zeedijk als landschappelijk element zichtbaar en ervaarbaar gemaakt door het verplaatsen van de bestaande fiets- en wandelroute van onder naar boven op de dijk. Daarnaast wordt het oorspronkelijk wegtalud verlaagd en getailleerd zodat er een smallere zichtbare
De twee punten waar je als fietser en voetganger de Waterlandse Zeedijk kwijt raakt
49
Impressie Buiksloterdijkpark
50
Buiksloterdijkpark De dijk wordt in het plan onderdeel van het groengebied en de Metaalbewerkersweg verdwijnt voor nieuw groen. Zo ontstaat buitendijks een parkgebied aansluitend aan de dijk. De dijk geeft dit parkgebied structuur en identiteit. Het is de drager van het park. Het ‘landje’ bij Zijkanaal I ligt op het schakelpunt met de huidige hoofdgroenstructuur. Voorstel is om de hoofdgroenstructuur hier uit te breiden. Het Buiksloterdijkpark vervult straks een belangrijke ecologische functie: de bijzondere flora en fauna wordt de ruimte geboden in het park. Dit park straalt door tot aan de Slijperweg, midden in de Klaprozenbuurt. De straten tussen de Slijperweg en het park zijn autovrij en groen ingericht. Alleen op de Draaierweg naar de Buiksloterbreekbuurt zijn auto’s toegelaten. Het groen langs Zijkanaal I en het aanwezige Lindelaantje sluiten aan op het nieuwe dijkpark. Het groen wordt hiernaast zo veel mogelijk de buurt in getrokken, door daktuinen, natuurinclusief bouwen en zoveel mogelijk groene gevels. Het park krijgt een belangrijke ontmoetings- en recreatieve functie: er is ruimte voor sport- en spel en er wordt stevig ingezet op verblijfskwaliteit. Bestaande en nieuwe bewoners kunnen elkaar ontmoeten in het groen.
Metaalbewerkerweg
Buiksloterdijkpark Van weg en verkeerstaluddijk naar park en Buiksloterdijk.
51
Variant A: Zicht op dijk en insteekhaven
impressie 2: vogelvlucht vanuit dijkpark
Variant B: Zicht op dijk en inham
Variant A: Zicht op dijkpark en insteekhaven vanaf Zijkanaal I
Variant A: Zicht vanaf dijkniveau richting insteekhaven en Zijkanaal 1
impressie 1: vanuit zijkanaal I
impressie 3: zicht vanaf de dijk richting landje
Variant B: Zicht op dijkpark en inham vanaf Zijkanaal I
Variant B: Zicht vanaf dijkniveau richting inham en Zijkanaal 1
52
Kop van het Buiksloterdijkpark Vanaf de oorspronkelijke dijk was er vroeger bij de bocht bij het landje prachtig zicht over het IJ. (Zie ook paragraaf 2.1). Door de doorgaande rij woonboten is er nu geen zicht meer op het water. Een van de ambities van het plan is om de oever van Zijkanaal I (deels) openbaar en zichtbaar te maken en daarmee Zijkanaal I te betrekken bij het Buiksloterdijkpark. Deze Investeringsnota laat twee mogelijkheden zien voor het zichtbaar en openbaar maken van de oever. Na ambtelijk en bestuurlijk overleg was in het Concept Stedenbouwkundig Plan een insteekhaven opgenomen waarbij zes woonboten (inclusief tuinen) worden verlegd (variant A). Uitgangspunt is dat er straks evenveel ruimte is voor de boten en hun tuinen, maar dat er vanaf het park ook mooi zicht is richting Zijkanaal I. Het water kan vanaf veel verschillende punten worden ervaren door de gebruikers van het park. De nieuwe plek aan het water is tevens het eindpunt van het gebogen wandelpad door het Buiksloterdijkpark. Ook is er zicht vanaf de brug van de Klaprozenweg over Zijkanaal I op het park en de dijk en vice versa..
Variant A
Tegen dit voorstel is veel weerstand bij de woonbootbewoners. Zij willen niet ver¬plaatst worden en stellen vraagtekens bij de meerwaarde van het openbaar maken van de oever op deze wijze, omdat het uitgraven ook ten koste gaat van een deel openbare ruimte. In samenspraak met hen is daarom een andere variant getekend (variant B) waarbij geen boten worden verlegd en één woonboot door de gemeente wordt verworven en een kleinere inham wordt gemaakt. Deze variant biedt minder ruimtelijke kwaliteit dan variant A, omdat er minder zichtrelaties ontstaan tussen de dijk en Zijkanaal I. De stadsdeelcommissie en de stedelijke wethouders hebben gekozen voor de variant B omdat deze meer instemming van bewoners heeft en daarmee meer recht doet aan het inge¬zette participatietraject. Na vaststelling van het Investeringsbesluit wordt in samenwerking met omwonenden en belanghebbenden een landschappelijk ontwerp gemaakt voor het Buiksloterdijkpark. Het is een wens voor de toekomst om het dijkpark aan de voet van de dijk door te trekken over de Floraweg en aan te laten sluiten op het groengebied iets verderop. Een andere wens is om de hoofdgroenstructuur langs Zijkanaal I door te trekken naar het IJ in combinatie met een fietsroute, eventueel straks aan te sluiten op een tweede brug over het IJ richting Centrum-West. Variant B
53
Nieuwe verbindingen tussen oud Noord en de IJ-oevers 1 Herstel dijkroute 2 Doorsteek naar toekomstige westelijke ontsluiting Buiksloterham 3 Openbare route door schooltuinen
54
6.2 Verbindingen tussen Klaprozenbuurt, Oud Noord en de Noordelijke IJ-oevers Het gezicht van Oud Noord is de oude zeedijk met zijn dijkhuizen, de tuindorpen en de naoorlogse wijken. Door de Waterlandse Zeedijk weer herkenbaar te maken in het landschap krijgt Oud Noord ook hier een gezicht. Nieuwe verbindingen tussen Oud Noord en de IJ-oevers zijn de nieuw aan te leggen openbare routes vanuit de Bloemenbuurt door de schooltuinen en langs Zijkanaal I naar het fiets-voetpad langs het IJ. De Bloemenbuurt krijgt een entreeplein en op het snijof schakelpunt van met de Waterlandse Zeedijk en de Floraweg. De Klaprozenweg verandert in het stedenbouwkundig ontwerp van een barrière, een verkeersader, in een levendige stadsstraat en het bedrijventerrein transformeert van een monofunctioneel werkgebied naar een stedelijke gemengde woonwerkbuurt. Doorsteek naar toekomstige westelijke ontsluiting Buiksloterham
Routes In het verlengde van de Westelijke Ontsluiting Buiksloterham, langs het Zijkanaal I, komt een langzaam verkeersroute die de verbinding legt tussen de groene Kadoelerscheg en de Buiksloterham. Aan deze route bij de Klaprozenweg ligt horecapaviljoen de Klaproos. Dit alzijdige paviljoen staat net als het Blauwe Theehuis in het Vondelpark vrij in de groenstrook. De fietsverbinding sluit aan op een doorgaande fietsroute langs het IJ en op de eventueel toekomstige brug over het IJ ter hoogte van het Stenen Hoofd.
COLLECTIEF GEBIED
Het schooltuinencomplex heeft een bijzondere functie voor het onderwijs in Noord. De tuinen liggen echter verborgen achter de Klaprozenweg, en zijn alleen toegankelijk via de Heggerankweg. Om de Buiksloterham te verbinden met de Bloemenbuurt, wordt er een langzaam verkeersdoorsteek door het schooltuinencomplex gemaakt. Het schooltuinencomplex krijgt daarnaast meer een voorkant, een gezicht, naar de stadsstraat Klaprozenweg. De bestaande maatschappelijk opvang van het Leger des Heils, met als gebouweigenaar Eigen Haard, wordt in samenwerking met de betrokken partijen uitgebouwd, om meer hulpbehoevenden te kunnen opvangen.
Schetsmatige impressie voorstel schooltuinen [credits; bureau SLA]
55
Zicht vanaf het entreeplein Bloemenbuurt naar de dijk, de tunnel en de twee waterlandiconen
‘Bestaande situatie’ Kamperfoelieknoop
Voorstel Kamperfoelieknoop
56
Kamperfoelieknoop De Kamperfoelieknoop is de kruising van de Waterlandse Zeedijk met de Kamperfoelieweg. In deze knoop komen de Klaprozenbuurt, de Bloemenbuurt en de Marjoleinbuurt samen. De Waterlandse Zeedijk is hier nu onzichtbaar, zowel vanaf de dijk als de Kamperfoelieweg. Inzet van het plan is om de dijk hier dominant en zichtbaar te maken en de verschillende buurten een gezicht aan deze knoop te geven. In het Concept Stedenbouwkundig Plan (CSP) was de dijk continu, maar moesten de fietser en wandelaar de dijk af en via een tunneltje onder de weg door. In het huidige stedenbouwkundige ontwerp kunnen de fietser en wandelaar ongestoord doorfietsen en doorwandelen over de dijk en gaat de auto met een knip/coupure eronder door. De wandel- en fietsroute zijn in het nieuwe stedenbouwkundige ontwerp letterlijk superieur aan de autoweg. In het CSP was het dak van het fietstunneltje het hoogste punt en in het stedenbouwkundige ontwerp is de dijk het hoogste punt. De dijk verheft zich in het landschap en is hierdoor beter zichtbaar. In het CSP werd de dijk aangezet met dijkwoningen, in het stedenbouwkundig ontwerp met twee gebouwen die net als de eerdere dijkwoningen in hun architectuur refereren aan de Waterland-architectuur.
Mooi zou zijn om hier nieuwe iconen te maken die refereren naar Waterlandarchitectuur, zoals het voormalig raadhuisje van Durgerdam of de hoek van de Buiksloterweg met de Ranonkelkade.
Voorbeeld van een knip/coupure in de dijk met brug
Bij de kruising Floraweg-Kamperfoelieweg is nu de Kamperfoelieweg de doorgaande route, maar gaat het grootste deel van het autoverkeer over de Floraweg. Straks wordt de Floraweg, die overloopt in de Kamperfoelieweg, de doorgaande route. De ingreep is vergelijkbaar met de gerealiseerde herinrichting van de oostelijke kruising waar de Kamperfoelieweg nu een zijweg is van de Klaprozenweg. De noord-zuid hoofdroute loopt straks van het Mosplein naar de Banne via de Klaprozenweg, Floraweg, Kamperfoelieweg richting de Banne Buikslootlaan.
Durgerdam, voormalig raadhuisje
In dit stedenbouwkundige ontwerp wordt voorgesteld om de Bloemenbuurt een entreeplein te geven bij de gereconstrueerde dijk. Dit circuit volgt de lijn van de huidige bebouwing. Het is vergelijkbaar met het circuit bij het Tropenmuseum. De Marjoleinbuurt komt aan de voet van de Buiksloterdijk te liggen. De bebouwing van de Klaprozenbuurt wordt richting de andere bebouwing geschoven waardoor het onderdeel wordt van de rest van de buurt. Hoek Buiksloterweg/Ranonkelkade, combinatie van waterlandarchitectuur met Amsterdamse school
57
Voorbeeld brede stoep, terugspringende blok, hoek Rijnstraat IJsselstraat
Beeld Klaprozenweg
Profiel Klaprozenweg, 38 meter breed, plint met setback voor hogere bebouwing
58
Stadsstraat Klaprozenweg, een groene stadsstraat De Klaprozenweg vormt de projectgrens aan de zuidkant van het gebied, nu nog een doorgaande weg gedomineerd door auto’s en een vrije busbaan. De Klaprozenweg heeft conform stedelijk vastgesteld beleid de status van ‘plusnet’ auto en ‘plusnet’ OV. Volgens dit beleid is de weg ook opnieuw ingericht en opgeleverd in 2018, met onder andere een vrij liggende busbaan. Deze nieuwe situatie wordt gehandhaafd. In opdracht van stadsdeel Noord is door Ruimte & Duurzaamheid in 2018 een visie opgesteld voor de Klaprozenweg met als doel er een stadsstraat van te maken vanaf de Van de Pekbuurt tot voorbij NDSM. Voor alle aanliggende gebieden, waaronder dus ook de Klaprozenbuurt gelden de volgende richtlijnen: ■ Aan beide zijdes van de weg komt bebouwing met adressen aan de Klaprozenweg. ■ De straat krijgt actieve en levendige plinten. ■ Doel is het verbeteren van de oversteekbaarheid van de straat voor voetgangers en fietsers. De concentratie van het niet-wonen programma ligt aan de noordzijde van de straat, goed gelegen op de zon. ■ Aan deze noordzijde wordt gestreefd naar een combinatie van entreeportieken met niet-woonfuncties op de begane grond met een plint van minimaal 4,5 meter hoog.
■ Het hart van de straat bevindt zich op de kruising met de Ridderspoorweg/ Floraweg, eveneens als stadstraten aangemerkt, met een OV halte voor de deur. Hier komt ook het detailhandelcluster met twee supermarkten. ■ Voor de plint van de stadsstraat aan de noordzijde kan gedacht worden aan de volgende functies: horeca, detailhandel, PDV, persoonlijke en zakelijke dienstverlening en commerciële sportvoorzieningen. Productiebedrijven, creatieve bedrijven (kleinschalige kantoorruimte veelal ook gelegen op hogere verdiepingen) en maatschappelijke voorzieningen kunnen elders in de Klaprozenbuurt een plek vinden.
Klaprozenweg als groene stadsstraat met bomen en hoogte-accenten
OV. Conform verkeerskundig stedelijk beleid zijn openbare parkeervoorzieningen niet mogelijk langs de Klaprozenweg. Dit is wel een ruimtelijke wens, omdat dit een aangenamer verblijfskwaliteit realiseert voor de stadsstraat (Er ontstaat een natuurlijke barrière tussen auto en langzaam verkeer door geparkeerde auto’s). Bevoorrading door middel van laad- en losstroken langs de Klaprozenweg is wel mogelijk. Op de kruisingen met belangrijke toegangswegen, zoals de Scheepsbouwweg, de TT Vasumweg, de Westelijke ontsluitingsweg, Floraweg en Ridderspoorweg komen stedenbouwkundige/architectonische accenten en wordt meer ruimte voor de voetganger gerealiseerd. Langs de Klaprozenweg is bebouwing van ca. 6 lagen dominant. Direct langs de straat is de hoogte van de bebouwing maximaal 22 m. hoog. Hogere bebouwing ligt terug in de tweede lijn middels een set back. Tegenover de zelfbouwwoningen is het in de eerste lijn deels vier lagen hoog.
Uitgangspunt is een 38 meter breed profiel met aan weerszijden van de weg een éénrichtingsfietspad. Het aantal autokruisingen door de middenberm zal niet verder toenemen en waar mogelijk worden bomen geplant, waardoor er een mooi laanprofiel ontstaat. Belangrijk aandachtspunt is het verbeteren van de oversteekbaarheid, maar zonder dat dit ten koste gaan van de doorstroomsnelheid van het
59
Huidige situatie
fsi = 3,0
Stap 1 knippen
Stap 2 schuiven
Stap 3 introductie bijzonder programma
Stap 4 bouwvolume schuift naar de randen
Stap 5 groene binnenhoven en incisies
Stap 6 optimalisatie blokken
Dit concept doorzetten op de andere kavels
60
6.3 De Klaprozenbuurt
ruime op (straat, groen en water), waarmee de buurt een continue levendig straatbeeld krijgt. De achterkant ligt aan een besloten hof binnen het bouwblok.
Het bedrijventerrein met lage bebouwing en lage dichtheid wordt getransformeerd naar een gemengde stadsbuurt met gevarieerde bebouwing en middelhoge dichtheid. Het grondbezit in de Klaprozenbuurt is sterk versnipperd en met name het hart van het gebied bestaat uit hoofdzakelijk kleine kavels. De ontwikkelstrategie zet in op zelfrealisatie door bestaande erfpachters en eigenaren. Het stedenbouwkundig ontwerp is tot stand gekomen middels een intensief participatietraject met de omgeving.
Het ontwerp vervolgt met stap 5 middels de introductie van groene binnenhoven en/of daktuinen met openingen of incisies naar de straten. Deze incisies zijn geïntroduceerd zodat er een relatie ontstaat tussen de collectieve binnen gebieden en het openbaar gebied. Dit verrijkt zowel het binnengebied als de aanliggende openbare ruimte. De meeste openingen of incisies liggen aan de parkzijde van de blokken. Vanuit sommige incisies is er via de opening enkel zicht en bij andere incisies is er ook een toegang vanuit het park. De binnenhoven bieden woonkwaliteit aan bewoners.
6.3.1 Het ontwerpproces in zes stappen Vertrekpunt bij het ontwerp was het respecteren van bestaande kavelgrenzen en een zo gelijkmatig mogelijke verdeling van het programma over de bestaande kavels. Dit om de verschillende eigenaren en erfpachters ongeveer dezelfde ontwikkelmogelijkheid te bieden. Hierna is het schetsontwerp verder vormgegeven via de volgende 6 stappen:
De laatste stap 6 is het optimaliseren van de bouwblokken. Het programma is daarna uitgewerkt en nauwkeuriger verdeeld over de verschillende bouwblokken. Wat betreft de bouwhoogten is in hoofdlijn gekozen voor een geleidelijke overgang van de meer stedelijke Noordelijke IJ-oevers richting de lagere oude woonbuurten van Noord ( Bloemenbuurt, Banne). Het plan als geheel krijgt een meer speels karakter, door verspringende rooilijnen en blokken in plaats van rechtlijnige blokken.
Bij de eerste stap worden er door slim te knippen ruimere bouwvelden met extra mogelijkheden gecreëerd. Door die uitbreiding van de mogelijkheden is er zowel ruimte voor een extra straat als ruimte voor extra programma. Enkele bestaande bouwblokken zijn in tweeën geknipt en er zijn (tussen)straten toegevoegd (verlengde Polijsterweg en Slijperweg), omdat er voor een stedelijk milieu kleinere bouwblokken nodig zijn ter bevordering van het woon- en leefklimaat.
Deze strategie leidt tot een ruimtelijke opzet die ook ingezet wordt in de andere kavels van de Klaprozenbuurt. Hierdoor ontstaat op een vanzelfsprekende wijze een nieuwe herkenbare buurt met een parcellering die voortkomt uit de huidige kavelstructuur.
Bij stap 2 wordt er, door het schuiven met de bouwblokken ruimtelijke kwaliteit toegevoegd, door kleinere openbare ruimten/pleinen in het plan te introduceren.
Vanwege de onduidelijkheid omtrent de toekomst rondom de GVB zijn er twee planscenario’s opgesteld: één waarbij uit is gegaan van handhaving van de GVB remise op haar huidige locatie en één scenario waarbij de GVB busremise wordt uitgeplaatst. Het eerste scenario vormt het basisscenario waarmee rekening is gehouden in de grondexploitatie. Beide planscenario’s zijn verder identiek, zodat in de uitwerking en uitvoering niet gewacht hoeft te worden op meer duidelijkheid omtrent de toekomst van de GVB busremise.
Stap 3 is de introductie van bijzonder programma op enkele locaties, zoals hoogteaccenten langs de Klaprozenweg en de Floraweg. In twee bouwblokken is daarnaast extra uitgeefbaar terrein gecreëerd, dat onder meer kan worden ingezet voor de realisatie van sociaal en maatschappelijk programma. De volgende stap 4 in het ontwerp is het verschuiven van het bouwvolume naar de randen van de kavel, waardoor de stedenbouwkundige typologie van gesloten bouwblokken ontstaat. Gesloten bouwblokken zijn een beproefde stedenbouwkundige formule in Amsterdam: ze bieden de beste mogelijkheden om op de verdiepingen woningen te realiseren, en bedrijfs- en winkelruimten in de plinten. De geslotenheid van de bouwblokken levert altijd voorkanten aan de openbare
6.3.2 Bouwhoogten en hoogbouwelementen De gebouwen in de bouwblokken van de Klaprozenbuurt zijn wisselend van hoogte. Het varieert van 3 tot 8 lagen. Enkele hogere gebouwen van 10 lagen zijn accenten in het weefsel. Echt hogere gebouwen liggen aan de grote stadsstraten:
61
Onderzoek GVB plan
62
gen). De kavel ligt op de as van de Ridderspoorweg/Floraweg. Tegelijkertijd ligt deze locatie op een redelijk ruime afstand van bestaande woningbouw (vanaf ca 130 meter), waardoor de schaduweffecten gering zijn. Ten oosten aan de overzijde van de Floraweg ligt de Nieuwe Augustinuskerk op circa 90 meter afstand. Knik Klaprozenweg Op de hoek waar de Klaprozenweg een bocht maakt, aan het begin van de toekomstige buurt, wordt een hoogteaccent van maximaal 44 meter voorgesteld. Een eerste schets van de ontwikkelaar toont een trapsgewijs gebouw waar uit wordt gegaan van een aantal set-backs, zodat de hoogbouw zich niet aan de straat op dringt en een gebaar maakt naar de Bloemenbuurt. Door de set-back ontstaat er een prettig verblijfsklimaat op straat.
Eerste schetsen van ontwikkelaar
Montages van de nieuwbouw vanuit Landsmeer en de Houthavens laten zien dat de nieuwe bebouwing van de Klaprozenbuurt zich voegt in de bestaande skylines. De hoogbouw is niet zichtbaar of voegt zich tussen vergelijkbare hoge elementen.
de Floraweg en de Klaprozenweg. Langs de Klaprozenweg is bebouwing van ca. 6 lagen dominant. Deze afspraak geldt zowel voor de Klaprozenbuurt, Buiksloterham als NDSM. De afspraak voor de drie gebieden is dat de hoogte van de bebouwing hier maximaal 23 meter is aan de straat is, en met een setback verder omhoog kan.
Vanuit de Bloemenbuurt, beschermd stadsgezicht, zijn beide torens vanuit vrijwel alle standpunten niet zichtbaar. De impact van de torens op dit beschermde stadsgezicht zijn daardoor miniem. Bij de montage hoek Kamperfoelieweg, hoek Azaleastraat piept de toren aan de Klaprozenweg net boven de bebouwing uit. Deze toren is wel goed zichtbaar vanuit de Dotterbloemstraat. Doordat dit contrast niet de regel, maar een uitzondering is, is het eerder een verrijking dan een verarming van het beeld. Vanaf de Buiksloterdijk vallen de torens weg achter de bomen. Ze zijn in de winter zichtbaar tussen de takken door. Hierdoor zijn ze niet hinderlijk aanwezig.
Hoogteaccenten Langs de Klaprozenweg worden enkele hoogteaccenten van maximaal 35 meter voorgesteld. Er wordt uitgegaan van een maximale bouwhoogte aan de rooilijn van de Klaprozenweg van 23 meter. De hogere bebouwing van maximaal 35 meter ligt terug in de tweede lijn. Hierdoor dringt de hoogbouw zich niet op aan de straat en is er ook een prettiger verblijfsklimaat op de straat die niet verstoord wordt door valwinden vanaf de hoogbouw. Er wordt uitgegaan van maximaal één hoogteaccent van 35 meter per bouwblok, met een uitzondering van 38 meter op de hoek Floraweg/Klaprozenweg. Er is daarnaast nog één gebouw van maximaal 35 meter voorzien langs de Slijperweg. Ook hier wordt een setback voorgeschreven.
Wel zijn de hoogbouwelementen zeer gewenst aanwezig in de stadsstraten. De bijzondere punten in deze straten, de knik van de Klaprozenweg, de as van de Ridderspoorweg/Floraweg en de brug vanuit de Banne op de Kamperfoelieweg, krijgen een hoogbouw accent.
In het plan zijn twee hogere accenten voorgesteld op bijzondere stedenbouwkundige posities. Deze posities bevinden zich op de as van de Ridderspoorweg/Floraweg en de knik van de Klaprozenweg.
Het gebied kent een aantal gebruikers waarmee het ontwerp, en de verdere uitwerking, extra rekening gehouden moet worden. Dat zijn de GVB, TenneT en de combinatie Gasunie en Liander, allen gelegen aan de westkant van het bestaande bedrijventerrein.
As Ridderspoorweg/Floraweg Op deze kavel wordt hoogbouw voorgesteld van maximaal 50 meter (16 bouwla-
63
Fotomontage vanaf Landsmeer
Fotomontage vanaf de Buiksloterdijk
Fotomontage vanaf de overkant IJ
Fotomontage vanaf de Klaprozenweg - Papaverweg
64
Fotomontage vanaf de Dotterbloemstraat
Fotomontage vanaf de brug Klaprozenweg
Fotomontage vanaf de Kamperfoelieweg
Fotomontage vanaf de brug Ridderspoorweg
Fotomontage vanaf de Kamperfoelieweg
65
Onderzoek zonder GVB plan
66
6.3.3 GVB garage Aan de noordzijde van het plangebied, op de hoek Draaierweg - Metaalbewerkerweg bevindt zich een GVB garage. Het gebouw is 6.700 m2 groot en staat op een kavel van 12.000 m2. Er staan ’s nachts gemiddeld 38 bussen gestald. Naast een stalling bestaat de garage ook nog uit een wasstraat en een onderhoudswerkplaats. Al sinds de start van de planvorming gaat de voorkeur uit naar uitplaatsing van de GVB garage naar een andere locatie. Enerzijds omdat er dan een fors extra programma kan worden gecreëerd, anderzijds omdat de functie niet makkelijk combineert met woningen vanwege een milieucontour (geluid) en overlast die de bewoners kunnen ervaren van aan- en afrijdende bussen.
andhaven van de GVB remise op de huidige locatie. Samen met de GVB wordt H onderzocht of de in- en uitrit van de busremise kan worden verplaatst naar de Draaierweg, om zodoende ruimte te bieden aan het Buiksloterdijkpark. Dit lijkt kansrijk. Indien dit niet mogelijk blijkt, zal dit ten koste gaan van een deel van het Buiksloterdijkpark ■ Elektrificeren van de volledige bus vloot waardoor de hindercontour versmald en woningbouw in de directe omgeving – met enkele bouwkundige maatregelen mogelijk is (zie verder hieronder); ■ Op termijn verplaatsen van, in ieder geval, de werkplaats naar een locatie buiten het plangebied. Op de locatie van de werkplaats komt de verlengde Slijperweg. Mocht de werkplaats toch noodzakelijk blijven op het bedrijventerrein, wordt hier een andere locatie voor gezocht in het plangebied zelf. ■
Op dit moment komen er echter verschillende ontwikkelingen op het GVB af. Door de grote woningbouwopgave in Amsterdam wordt er steeds verder verdicht en worden de GVB remises, die zich voorheen nog aan de rand van de stad bevonden, verder naar buiten toe gedrukt. De vraag naar openbaar vervoer wordt door de groeiende stad bovendien groter. En tot slot staat het GVB voor een transitie naar ‘emissievrij’ rijden, wat gestalte zal krijgen door middel van een volledig elektrische bus vloot. Afspraken hierover tussen het GVB, de Vervoerregio en de gemeente Amsterdam gaan uit van ‘Zero Emissie’ in 2025.
Bij handhaving is verdichting op de GVB-kavel mogelijk. Aan de noord- en zuidrand is bebouwing mogelijk en op de kop aan het nieuwe Slijperplein. Dit is uiteraard afhankelijk van de wensen en mogelijkheden van het Gemeentelijk Vervoerbedrijf zelf. Als blijkt dat de GVB garage inderdaad verhuist, zal het kavel worden verworven door de gemeente om deze uiteindelijk via een tender uit te geven. In dat geval wordt er een apart investeringsbesluit genomen voor het kavel van de GVB. In het huidige investeringsbesluit wordt dus niet uitgegaan van verplaatsing van de stalling, enkel van de werkplaats. Ook bij de berekening van het programma (250.000 m2 en 2.000 woningen) is hier van uitgegaan. In de plankaart is een vergezicht gegeven van het plan met uitplaatsing van de GVB garage. Er wordt ook nog een mogelijkheid open gehouden om de GVB remise te verplaatsen naar het zuidelijk deel van de TenneT-kavel.
Het GVB werkt op dit moment aan een strategische vastgoedvisie die antwoord moet geven op de vraag wat, gezien de toekomstige ontwikkelingen, de meest gunstige locaties zijn voor hun de busremises in de stad. Hier ligt een nog bredere strategische visie aan ten grondslag die gaat over het bereikbaar houden van de stad met het oog op de toekomstige gebiedsontwikkeling en de effecten van het elektrificeren van het busvervoer op de bedrijfsvoering. De verwachting is dat de strategische vastgoedvisie niet eerder dan medio 2020 zal worden vastgesteld. De eerste uitkomsten van het onderzoek wijzen erop dat er in ieder geval een remise in Noord nodig zal zijn, maar dit hoeft niet noodzakelijkerwijs de huidige locatie aan de Metaalbewerkerweg te zijn. Ook ziet het er naar uit dat er voor de werkplaats wel kansen zijn dat deze kan verplaatsen naar het zuiden van het IJ, mogelijk op de kavel die nu op oog is bij Station Sloterdijk.
Er is akoestisch onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor woningbouw rondom de GVB busgarage. Uit dit onderzoek blijkt dat, als de GVB elektrificeert en gehandhaafd blijft op de huidige locatie, er nauwelijks geluidhinder wordt geproduceerd, zodat woningbouw in de directe omgeving mogelijk is. Met een maatwerkvoorschrift kan de geluidcontour nog verder worden verkleind. In onderstaand figuur is zichtbaar gemaakt hoe deze contouren lopen, de rode contour gaat uit van maatwerkvoorschriften, de gele contour geeft de grens voor woningbouw weer zonder extra afspraken.
Voor het ontwerp en de ontwikkeling van de Klaprozenbuurt betekent dit dat we met betrekking tot het GVB de volgende uitgangspunten hanteren, die in nauw overleg met de GVB in de vervolgfasen verder moeten worden uitgewerkt:
67
Nutsvoorzieningen
68
6.3.4 TenneT elektriciteitsverdeelstation Aan de westzijde van het plangebied is een 150-kV schakelstation van TenneT gelegen. Dit station is gebouwd in 1966 en is uitgevoerd als openluchtinstallatie (Air Insulated Substation). De totale oppervlakte van het station is 17.000 m2. Op initiatief van de gemeente worden met TenneT gesprekken gevoerd over het vervangen en comprimeren van de huidige openluchtinstallatie naar een zogeheten Gas Insulated Substation. Het gehele schakelstation kan dan worden gehuisvest in één gebouw aan de noordzijde van de kavel van TenneT. Ernaast is een identiek tweede gebouw noodzakelijk dat kan worden gebruikt in geval van calamiteiten. Ongeveer driekwart van de huidige kavel wordt daarmee vrijgespeeld voor nieuwe ontwikkelingen.
behoefte, op dit moment onduidelijk is hoe groot de gebouwen moeten zijn en hoeveel ruimte er daaromheen nodig blijft om voldoende en conform veiligheidseisen te kunnen blijven opereren. Pas op het moment van opdrachtverlening (na overeenstemming over de voorwaarden) kan TenneT een Programma van Eisen voor de GIS-stations opstellen. Dat is dan ook pas het moment dat TenneT mee kan werken aan een zorgvuldige stedenbouwkundige inpassing in de Klaprozenbuurt. Ambitie is wel om de gecomprimeerde stations zo veel mogelijk te omzomen met andere gebouwen, waardoor meer ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Daartoe is een globaal voorstel gedaan op de plankaart, echter kan dit in de uitwerking van de plannen op termijn komen te wijzigen. Bepalend in de uitwerking van de plannen zijn straks in eerste instantie de bedrijfsvoering van TenneT.
In zowel het stedenbouwkundig ontwerp als het investeringsbesluit wordt uitgegaan van deze comprimering van TenneT. Hiervoor wordt de hele noordelijke TenneT-kavel (blok H) gereserveerd. TenneT heeft aangegeven dat door voortschrijdende techniek en veiligheidseisen, maar ook de groeiende elektriciteits-
Op de invulling van het blok met de TenneT- en GVB-kavels en een eventuele combinatie met de twee te verplaatsen gasstations (zie verder), wordt, vanwege milieutechnische beperkingen en onzekerheden omtrent beoogde verplaatsingen, nog nader gestudeerd. Er zijn in de toekomst nog andere scenario’s voor verkaveling denkbaar. In de indicatieve verdeling van het programma over de bouwblokken is daarom vooralsnog uitsluitend bedrijvigheid opgenomen op het noordelijk deel van de TenneT-kavel (blok H) en geen woningen.
Contouren GVB busremise bij elektrificering met enkele maatregelen, geel = 50dB (A), rood = 55dB (A)
69
Groen en bomen
70
7. Aspecten 7.1 Groen en natuur
Veel dieren voelen zich thuis in en om de stad, zolang ze goede schuilplekken en broedplekken hebben die ze veilig kunnen bereiken. Een goede infrastructuur zonder barrières en met ecologische verbindingszones is daarvoor essentieel. Tuinen en gebouwen kunnen met kleine ingrepen zo worden ingericht dat dieren zich er thuis voelen. Zwaluwpannen, vleermuiskasten, bijenstenen, nestkasten en vlindervoegen zijn allemaal voorbeelden van diervriendelijk ontwerpen voor vogels en insecten. Het uitgangspunt bij nieuwbouw in de Klaprozenbuurt is dat er natuurinclusief gebouwd wordt1. Aan iedere ontwikkeling in Klaprozenbuurt wordt gevraagd dit onderwerp te implementeren door minimaal 3 maatregelen per kavel te nemen.
Groen in de stad heeft een hoge meerwaarde. In een stad met veel groen voelen mensen zich prettiger. Daarnaast kan het mogelijkheden bieden om te bewegen, te ontmoeten en tot rust te komen. Ook levert groen een bijdrage aan de biodiversiteit, de opname van regenwater en het tegengaan van hittestress. Het plangebied telt circa 45.000 m2 groen. Door de transformatie van bedrijventerrein naar stadsbuurt wordt er 17.000 m2 groen toegevoegd aan de groenbalans. De omgeving van de Waterlandse Zeedijk (zo’n 28.000 m2 groen) wordt ingrijpend verbeterd. Het gebied kent straks met het nieuwe Buiksloterdijkpark en de nieuwe inrichting van ‘het Landje’ kwalitatief goed ingerichte groengebieden. Er komt groen bij, bijvoorbeeld door de bestaande Metaalbewerkerweg te betrekken bij het park. Ook is er ruimte voor 17.000 m2 ecosysteem groen, onder andere in de vorm van wadi’s. Door groene gevels, daktuinen en natuurinclusief bouwen wordt het groen zoveel mogelijk het gebied in getrokken. De groennorm van 32.000 m2 wordt door toevoeging van groen en kwalitatieve verbetering gehaald. Het voorstel is het Buiksloterdijkpark toe te voegen aan de Amsterdamse Hoofdgroenstructuur. Ook daken en gevels kunnen bijdrage aan een groene wijk. Naast dat ze een toegevoegde waarde hebben voor de biodiversiteit en ze wat fijnstof kunnen afvangen kunnen groene daken ook een waterbergende functie hebben.
De belangrijkste voorwaarde hiervoor is dat het dak sterk genoeg is. In het kader van Rainproof zullen we in bouwenveloppen de verplichting moeten gaan opleggen dat alle nieuwbouw zelfvoorzienend is in waterberging. In dit kader liggen grasdaken e.d. voor de hand. Bij lage daken waar andere gebouwen op uitkijken kunnen groene daken ook een toegevoegde waarde hebben voor beleving van de buurt. Het streven is daarom om met name de lage daken groen te maken en daarmee 40% groene daken te realiseren. Een combinatie van groene daken met zonnepanelen is mogelijk. Groene gevels zijn ook wat betreft de uitstraling zeer gewenst in de Klaprozenbuurt.
Voorbeeld van een natuurinclusieve maatregel 1 Meer informatie over natuurinclusief bouwen is te vinden via bijgaande link: https://issuu.com/gemeenteamsterdam/docs/brochure_nibeo-definitief-web02_1
71
Voorbeeld van een groene gevel
72
7.2 Duurzaamheid Amsterdam wil duurzaam groeien. Een belangrijke keuze is om vooral binnen bestaand stedelijk gebied deze groei te laten plaatsvinden, zodat groengebieden buiten de stad groen kunnen blijven. In de stad zelf neemt het draagvlak toe voor voorzieningen, openbaar vervoer en de deeleconomie. De herontwikkeling van het plangebied draagt aan deze duurzame groei bij door een stedelijke dichtheid in het plangebied mogelijk te maken. In aanvulling hierop heeft Amsterdam een duurzaamheidsbeleid bestaande uit de onderstaande zeven aandachtsgebieden, die hieronder voor het project Klaprozenbuurt nader worden uitgewerkt. Energie Amsterdam heeft als doel om in 2030 55% en in 2050 95% minder CO2-uitstoot te realiseren ten opzichte van 1990. Daarnaast streeft de stad naar 100% gebruik van duurzame energie in 2050. Deze doelen worden in 2019 verder uitgewerkt in een Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal en lokale klimaatakkoorden. In 2040 wil Amsterdam aardgasvrij zijn. Deze ambities zijn vastgelegd in het coalitieakkoord “Een nieuwe lente en een nieuw geluid”. Als onderdeel voor het bereiken van deze doelen streeft de gemeente Amsterdam naar klimaatneutrale gebouwen onder het adagium “klimaatneutraal is het nieuwe normaal”. Daarbij is er maar één moment om een gebouw optimaal klimaatneutraal te maken en dat is het moment van nieuwbouw.
Veel energiebesparende maatregelen brengen aanzienlijk hogere (maatschappelijke) kosten met zich mee als ze pas later aangebracht of verbeterd worden. Dit geldt met name ook voor de meest basale energiebesparende maatregelen zoals extra goede isolatie. Klimaatneutraal betekent een EPC 0. Een EPC van 0,15 is het maximum in Amsterdam. Op 1 juli 2020 wordt de EPC vervangen door de BENG. BENG staat voor Bijna Energieneutrale gebouwen. De gemeente zal richtlijnen opstellen over hoe de ambitie in EPC in de ander te vertalen. Bij verdere concretisering van de plannen zal gewerkt gaan worden met energie-eisen en ambities in de termen die de BENG gebruikt.
Voorbeeld van een groen dak (Vivaldi Zuidas)
Verder geldt dat toepassing van conventionele koel- of verwarmingsinstallaties zoals HR ketels, (traditionele) elektrische boilers en conventionele koelmachines niet is toegestaan. Ook lokale biomassa gestookte stookinstallaties (o.a. pellet kachel)
73
zijn niet toegestaan in verband met de negatieve effecten op de luchtkwaliteit. Er zullen geen nieuwe aansluitingen op gas worden gerealiseerd en uit oogpunt van de gebiedsontwikkeling wordt het bestaande netwerk bij voorkeur zo spoedig mogelijk afgebouwd. Er lopen daarnaast ook al leidingen van het stadswarmtenet door de wijk. De Klaprozenbuurt valt onder de concessie Noord voor aansluiting op stadswarmte en koude. Op grond van motie 1404 uit 2017 streeft de gemeente tegelijkertijd naar toepassing van lage-temperatuur warmtesystemen en de inzet van lokale duurzame bronnen. Mogelijk kan in de Klaprozenbuurt gebruik gemaakt worden van warmte en koude uit het IJ. Dit wordt de komende periode verder onderzocht. De gebouwen dienen in ieder geval voorbereid te zijn op gebruik van lage temperatuur warmte. Duurzame energie wordt (afgezien van stadswarmte) op het kavel opgewekt. Mede daarom dient de oriëntatie van gebouwen goed te zijn en is het van belang dat de daken optimaal geschikt te worden gemaakt voor opwekken van zonne-energie. Dat houdt ook in dat rekening gehouden wordt met beschaduwing. Naast zonne-energie kunnen de daken echter ook voor waterberging en het toevoegen van een ecologische meerwaarde worden gebruikt. Bij zonnepanelen in gevels dient extra aandacht besteed te worden aan de architectonische integratie.
PV-panelen IJburg college
Circulair Bouwen In 2050 wil Amsterdam volledig circulair zijn. Vanwege de omvang van materieelgebruik in de bouw van gebouwen en wegen, is de bouwketen een van de twee ketens waar Amsterdam op focust bij het circulair maken van de stedelijke economie. Bij circulair bouwen worden materialen gebruikt die bij de productie een zo laag mogelijke milieu-impact hebben en voor gelijkwaardige toepassingen herbruikbaar zijn. Nog beter is het gebruik van gerecyclede materialen. Er zal een inventarisatie gemaakt worden van de grondstoffen die op dit moment in de buurt aanwezig zijn en vrijkomen bij sloop en herinrichting van de openbare ruimte. Als vervolg hierop zal gekeken worden in hoeverre deze grondstoffen opnieuw gebruikt kunnen worden, bij voorkeur in het gebied zelf. Hout dat wordt gebruikt is aantoonbaar afkomstig van bossen die beheerd worden volgens de eisen van het FSC. Amsterdam heeft hiertoe in 2012 het FSC conVoorbeeld van integratie zonnepanelen, hotel Jakarta
74
grondig te renoveren parkeervoorzieningen (2018). Deeloplossingen voor mobiliteit worden aangemoedigd bij herontwikkelingsgebieden. Onderzocht wordt of er een mobility hub op de Klaprozenweg kan komen.
venant getekend. Voor Noord zijn in het programma Circulair Buiksloterham en Noord een maximum MPG van 0,8 €/m2 een ambitie van 0,5 €/m2 vastgesteld. Hierbij hoeven zonnepanelen niet te worden meegeteld. Om uitwisseling van materialen en recycling beter mogelijk te maken, krijgen alle nieuwe gebouwen een materialenpaspoort, op te stellen door de ontwikkelende partij. Om gebouwen beter toekomstbestendig te maken wordt zo veel mogelijk demontabel en flexibel gebouwd. Dat laatste houdt in dat het mogelijk is in de toekomst gebouwen voor andere functies te gebruiken. Demontabel wil zeggen dat de gebruikte materialen bij sloop of renovatie goed van elkaar te scheiden en daardoor goed herbruikbaar zijn. Om vervuiling van het oppervlaktewater tegen te gaan worden geen uitlogende materalen zoals lood, koper en zink gebruikt aan de buitenzijde van gebouwen.
Klimaatadaptatie De voorspellingen voor de toekomst zijn dat het weer extremer wordt. De zomers worden warmer en mogelijk droger en de winters zachter en natter. Buien worden heviger en hevige buien komen vaker voor. In het extremer wordende klimaat en door de verder verdichtende stad is een extra inspanning nodig o.a. om de stad hemelwaterbestendig te maken en schade te voorkomen. Er wordt bij de inrichting van de buitenruimte (privaat en publiek) rekening worden gehouden met het tijdelijk opvangen van extreme buien. In paragraaf 7.8 onder het kopje hemelwater wordt hier verder op ingegaan.
Bodem Gestreefd wordt naar een gesloten grondbalans (circulair). Onderzocht wordt of kan worden aangesloten op het raamsaneringsplan dat in Buiksloterham wordt uitgewerkt, zodat verontreinigde grond die vrijkomt uit saneringsspots of vanwege grondverbetering dicht bij kan worden verwerkt in landaanwinningen. Ook wordt onderzocht of het zand dat vrijkomt bij het afgraven van de dijk kan worden verwerkt als schone goed doorlatende leeflaag in de woonstraten.
Alhoewel de gevolgen van hevige neerslag groot kunnen zijn, zullen toekomstige stadsbewoners naar verwachting het meest last hebben van zogenaamde
Schone lucht Vuile lucht is een sluipmoordenaar. Het is na roken, ongezonde voeding en gebrek aan beweging het vierde gezondheidsrisico in Amsterdam. Daarom heeft het college het actieplan Schone Lucht opgesteld. In 2030 wil Amsterdam alleen nog maar uitstootvrije voertuigen toelaten. Naast regelgeving zijn daar ook voldoende voorzieningen voor elektrisch laden voor nodig. De Klaprozenbuurt wordt daarom voorbereid op elektrisch vervoer. Dat betekent dat bij realisatie al bij minimaal 10% van de parkeerplekken in de openbare ruimte en algemeen toegankelijke parkeergarages elektrisch kan worden geladen. Afhankelijk van de vraag naar elektrisch laden wordt op termijn het aantal laadplekken verder uitgebreid. Alle parkeergarages worden voorbereid op 100% elektrisch laden. Dat betekent dat er minimaal loze leidingen liggen en ruimte is voor een regelinstallatie. Bij VvE’s maakt het reglement elektrisch laden mogelijk. Dit moet er toe leiden dat kopers en huurders met een vaste parkeerplaats op ieder moment eenvoudig een laadpunt kunnen aanvragen. Zie ook de Richtlijn voorbereiding laadpunten in nieuw te bouwen of Figuur: voorbeeld van elektrische deelmobiliteit
75
hittestress. Het beste middel tegen hittestress is veel groen in de buurt. Wat dat betreft kan er nooit te veel groen in de wijk zijn. Afval De gemeente Amsterdam streeft ernaar om afval zoveel mogelijk bij de bron te scheiden. De essentie van het beleid is dat bewoners hun glas, papier, en plastic dichtbij de woning kwijt kunnen in ondergrondse containers, en dan nog resterende afval elders in de wijk kunnen brengen. In principe worden ondergrondse containers geplaatst. Bij de locatiekeuze voor de containers wordt rekening gehouden met maximale loopafstanden en ondergrondse mogelijkheden. Het totaal aantal containers wordt als volgt bepaald: ■ Restafval: 1 container per 100 huishoudens ■ Papier: 1 container per 200 huishoudens ■ Plastic: 1 container per 200 huishoudens ■ Glas: 1 container per 200 huishoudens ■ Textiel: 1 container per 750 huishoudens Grote milieuwinst kan behaald worden met apart inzamelen van groente, fruit en etensresten (GFE). De gemeente Amsterdam zamelt deze fractie momenteel nog niet apart in. In de naastgelegen buurt Buiksloterham gaat echter wel GFE apart ingezameld worden, al is nog niet precies duidelijk op welke wijze. Voor de Klaprozenbuurt kan mogelijk aangesloten worden bij deze ontwikkeling.
76
Basis
Ambitie
Energie EPC maximaal 0,15
Klimaatneutraal bouwen (EPC ≤ 0)
NIeuwbouw krijgt geen aardgasaansluiting
Lage temperatuur warmte
Geen lokale biomassa
Duurzame warmte en koude (uit het IJ)
Geen elektrische boilers Niet traditioneel koelen Lage temperatuur warmteafgifte Circulair Bouwen Een MPG van 0,8 €/m2 (exclusief zonnepanelen)
Een MPG van 0,5 €/m2 (exclusief zonnepanelen)
Aantoonbaar FSC-hout toepassen
Sloopafval hergebruiken in de wijk
Geen uitlogende materialen aan de buitenzijde
Flexibel (toekomstbestendig) bouwen
Materialenpaspoort
Demontabel bouwen
Inventarisatie van in de buurt aanwezige grondstoffen die vrij gaan komen Bodem Contactrisico met vervuilde grond vermijden
Gesloten grondbalans.
Schone lucht 10% van de algemeen toegankelijke parkeerplaatsen heeft een elektrische laadvoorziening
Een mobility hub binnen de wijk
Voorbereid op 100% elektrisch laden Bij vaste parkeerplekken de mogelijkheid van een laadpunt (bij oplevering) tegen beperkte meerkosten voor de toekomstige bewoner Ruimte voor deelvoertuigen Groen en Ecologie Natuurinclusief bouwen (per kavel 3 maatregelen)
Groene gevels
40% Groene daken Klimaatadaptatie 60 mm regen in een uur zonder schade kunnen vasthouden in de openbare ruimte en op de kavels
Gevoelige objecten zoals elektriciteitskasten op een kleine verhoging plaatsen of waterdicht maken
Afval Ruimte en voorzieningen voor gescheiden afvalinzameling van huishoudelijk afval in de openbare ruimte
Ruimte in de openbare ruimte reserveren om in de toekomst meer fracties in te kunnen zamelen dan nu het geval is
Voldoende geschikte ruimte in woningen om afval te kunnen scheiden
Aansluiten bij de inzameling van GFE in Buiksloterham
77
7.3 Fietsverkeer Met name aan de randen van het plangebied worden aanpassingen gedaan in het fietsnetwerk, om de verschillende buurten in betere verbinding met elkaar te brengen. Hierbij is rekening gehouden met bestaand beleid over het fietsnetwerk. De aanpassingen in het fietsnetwerk op een rij: ■ Het fietspad parallel aan de Waterlandse Zeedijk komt op de getailleerde dijk te liggen. Er wordt óver de Kamperfoelieweg heen gestoken (ipv de huidige situatie met een fietstunnel onderlangs). ■ Er komt een nieuwe fietsroute vanaf de Landsmeerdijk richting Buiksloterham (parallel aan Zijkanaal I). ■ De Klaprozenweg krijgt aan twee zijden een fietsroute; grotendeels is dit nu al het geval. Aanpassingen in de fietsinfrastructuur op de brug over Zijkanaal I is geen onderdeel van project Klaprozenbuurt. ■ Aansluitend op de aanpassingen bij de kruising Kamperfoelieweg-Floraweg inclusief het entreeplein komen de fietsverbindingen hier ook anders te liggen. ■ De fietsroute aan de achterzijde van het oude politiebureau wordt doorgetrokken. ■ Er wordt een voet-fietspad-doorsteek gemaakt door het hart van de schooltuinen, om de Buiksloterham in betere verbinding te stellen met de Bloemenbuurt.