CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6 DEF Advies_Raad-voor-Cultuur-en-Amsterdamse-Kunstraad_plan-voor-Nationaal-Slavernijmuseum_2-april-2024.pdf

RAAD 27 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de vestiging van het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum op het Java-eiland (VN2024-007214)1.114 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap t.a.v. mevrouw F. Gräper-van Koolwijk Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Gemeente Amsterdam t.a.v. mevrouw T. Meliani Stadhuis, Amstel 1 1011 PN Amsterdam

Datum: 2 april 2024 Betreft: advies Raad voor Cultuur en Amsterdamse Kunstraad over het plan voor een Nationaal Slavernijmuseum – Vertel het hele verhaal

Geachte mevrouw Meliani, geachte mevrouw Gräper-van Koolwijk, Op 20 februari heeft u de Amsterdamse Kunstraad en de Raad voor Cultuur gevraagd een gezamenlijk advies uit te brengen over het plan van de drie kwartiermakers voor een Nationaal Slavernijmuseum, getiteld ‘Vertel het hele verhaal’. Zoals u in uw adviesaanvraag schetst, hebben wij in 2021 reeds een gezamenlijk (uitgebreid) advies uitgebracht in een eerdere fase van de totstandkoming van het museum. U vraagt ons nu, in aanvulling en vervolg op ons eerdere advies, of het plan van de kwartiermakers een goede basis vormt voor de volgende fase van het museum en of wij hierbij nog aandachtspunten hebben. In die volgende fase wordt een museale organisatie opgericht met tijdelijke programmering en start de voorbereiding van de bouw van dit belangrijke nationale museum. De kwartiermakers hadden een uitdagende taak, dit hebben de raden gezien. De raden spreken hun lof uit over het intensieve participatietraject in Nederland, Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten, Sint Eustatius, Saba en Suriname en de internationale verkenning die beide zijn verricht in een relatief kort tijdsbestek. Dit is van groot belang voor het draagvlak en essentieel om de kwaliteit van de inhoud van het museum te waarborgen.

De raden hebben vertrouwen in de aanpak en zijn van oordeel dat het plan van de kwartiermakers een gedegen basis vormt voor de volgende fase van de totstandkoming van het museum. De raden hebben vertrouwen in de museale aanpak zoals die in het plan is omschreven. De combinatie van het conserveren van immateriële erfgoedtradities enerzijds en het aanleggen van een kleine kerncollectie anderzijds, in samenwerking met zowel erfgoedinstellingen als gemeenschappen, zorgt ervoor dat het museum toekomstbestendig en dynamisch is, ook in internationale context. Met betrekking tot het aanleggen van de kerncollectie, onderschrijven de raden het belang en de urgentie van intermuseale samenwerking en collegialiteit. Voor het Nationaal Slavernijmuseum relevante objecten bevinden zich veelal in de collecties van collega-instellingen. Levendig bruikleenverkeer tussen deze instellingen en het Nationaal Slavernijmuseum is in de volgende fase noodzakelijk.

1

De raden erkennen en respecteren de strijd en inspanningen van de organisaties en individuen uit AfroNederlandse gemeenschappen om de slavernijgeschiedenis in Nederland hoger op de agenda te plaatsen, inclusief een nationale museale voorziening. In de opdracht van de gemeente Amsterdam en het ministerie van OCW werd aan de kwartiermakers gevraagd om in het plan voor een Nationaal Slavernijmuseum het volledige verhaal van het (Nederlandse) slavernijverleden te vertellen. De raden hebben vertrouwen in de manier waarop de kwartiermakers de volledige omvang van slavernij onder Nederlands koloniaal bewind belichten, en dat in toekomstige participatietrajecten en fasen deze meerstemmigheid geborgd is. Voor de volgende fase geven de raden enkele aandachtspunten mee.

Ambitieniveau Het plan schetst een museum met ruimte voor een vaste presentatie, voor tijdelijke tentoonstellingen, een kindermuseum, een herdenkingspark en een kenniscentrum waarin ruimte is voor onderzoek en het ontsluiten van verhalen. Hiernaast zou een digitaal museum de toegankelijkheid en het bereik vergroten. De raden juichen dit hoge ambitieniveau toe en onderschrijven het belang van elk van deze aspecten. Het kan echter een zware opgave zijn om binnen het gewenste tijdspad alle onderdelen gelijktijdig (en volledig) te realiseren. De raden kunnen zich daarom goed voorstellen dat de ambitie gerealiseerd kan worden door juist op sommige punten gefaseerd te werk te gaan bij de oprichting en inrichting van het museum. Ook moedigen de raden aan in volgende fases, ook met de bestaande kennisnetwerken, actueel onderzoek te betrekken.

Publiek De inleiding van het plan eindigt met krachtige woorden: ‘de Nederlandse slavernijgeschiedenis is van ons allemaal’. De raden onderschrijven dit volledig. Het Nederlandse slavernijverleden is waarneembaar in onze samenleving, onze economie en ons (cultureel) erfgoed. In het plan wordt de doelstelling van het museum goed duidelijk gemaakt: het museum geeft inzicht in de geschiedenis en context aan onze samenleving. Ook in een volgende fase is het van belang om inzichtelijk te maken dat en hoe de geschiedenis van slavernij ons allen aangaat en een blijvende invloed heeft op diverse aspecten van de samenleving. Het Nationaal Slavernijmuseum kan volgens de raden een groot publiek trekken. De kwartiermakers ambiëren jaarlijks 270.000 bezoekers. Dat lijkt de raden een haalbare ambitie. Daarbij willen de raden meegeven dat de nadruk in de volgende fase moet liggen op het geleidelijk opbouwen van een publiek in de komende jaren. De toekomstige organisatie van het museum moet hiervoor voldoende tijd gegund worden, en daar zo nodig de begroting op aanpassen. De raden adviseren om in het vervolgtraject een bezoekersstrategie uit te werken die in lijn met het plan toekomstgericht, toekomstbestendig en inclusief is.

Begroting De totstandkoming van een nationaal museum van deze omvang en urgentie vereist aanzienlijke middelen. Op basis van de gegevens in het plan menen de raden dat de financiële onderbouwing niet onrealistisch is. De raden adviseren de toekomstige exploitatie goed te onderzoeken en de begroting nauwkeuriger uit te werken. Hierbij is het belangrijk rekening te houden met het feit dat fondsenwerving pas goed op gang komt nadat de besluitvorming over het museum definitief is en de programmering zichtbaar.

2

Een constante en opbouwende stroom van vaste inkomsten op het gebied van fondsen en donateurs vergt een lange aanloop. Daarom is ook bij de exploitatie van het nationale museum de actieve betrokkenheid van de gemeente Amsterdam en het Rijk essentieel.

Organisatievorming In de volgende fase van de oprichting en bouw van het Nationaal Slavernijmuseum zal de (beginnende) museumorganisatie gevormd worden. Het aantal fte dat begroot is voor directie, staf en onderzoek tot aan de opening is te bescheiden. De raden adviseren duidelijk en transparant te communiceren hoe het proces verloopt rond de organisatievorming en wervingsprocedures, en wie welke verantwoordelijkheid draagt. Dit geldt ook voor de pop-up exposities die al gepland zijn. De raden vertrouwen erop dat de profielen van alle aan te stellen medewerkers aansluiten bij de intergenerationele, interculturele, internationale, meerstemmige benadering en aard van het museum. Namens de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad, Met vriendelijke groet,

Kristel Baele Felix Rottenberg voorzitter Raad voor Cultuur voorzitter Amsterdamse Kunstraad

Jakob van der Waarden directeur Raad voor Cultuur

Barbara van de Water algemeen secretaris Amsterdamse Kunstraad

Dit advies is voorbereid door een delegatie van de beide raden: Nancy Jouwe (RvC) en Katja Weitering (AKr), Deirdre Carasso (RvC) en Judith Leysner (AKr). Vanuit de beide bureaus ondersteund door: Sjaiesta Badloe (AKr), Pieter Bots (RvC), Kiran Sukul (RvC) en Barbara van de Water (AKr).

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14334467/1