6. DB advies Marineterrein stadsdeel Centrum.docx
Tekst van het document
Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Zwaarwegend advies op de Nota van Uitgangspunten, Nota van Beantwoording en de
participatieparagraaf Marineterrein Portefeuille: Grond en Ontwikkeling Directie: Grond en ontwikkeling Datum behandeling staf WH 13 april 2023 via de map wethouder Datum adviesaanvraag: 8 mei 2023 Deadline ontvangst advies: 16 juni 2023 Advies mailen naar: t.putter@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Nota van Uitgangspunten Marineterrein
Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?
Nota van Beantwoording inspraakreacties Participatieparagraaf Ja, er heeft op meerdere momenten participatie en inspraak plaatsgevonden bij de totstandkoming NvU. Een eerste stadsbrede consultatieronde-2017, na het vaststellen van het principebesluit. In 2020-2021 heeft een tweede consultatieronde plaatsgevonden gericht op de omgeving van het Marineterrein. Invullen door stadsdeel:
Stadsdeel: Centrum Procesbegeleider: Danny Konings/Trees Tiesinga Datum weekstart/staf: 8 mei 2023 Datum stadsdeelcommissie: 6 en 20 juni Datum dagelijks bestuur: Registratienr. (optioneel):
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022: (art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of -
(art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in.
DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5)
Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur
Graag wil ik u, het Dagelijks Bestuur Stadsdeel Centrum, namens het College van Burgemeester vragen advies te geven op de Nota van Uitgangspunten (NvU), de Nota van beantwoording (NvB) en de participatieparagraaf Marineterrein. Deze producten vormen samen onderdeel van de projectnota Marineterrein. De NvU is het ruimtelijk programmatisch kader voor de beoogde ontwikkeling waarbinnen het Marineterrein zich kan ontwikkelen tot een toonaangevend innovatiedistrict met een maatschappelijke meerwaarde voor de stad en regio en met impact tot ver daarbuiten. De NvU is vrijgegeven voor inspraak, van 16 november 2021 tot en met 17 januari 2022. Tijdens de inspraakperiode zijn 329 inspraakreacties ingediend door zowel individuele insprekers als organisaties. De inspraakreacties inclusief beantwoording zijn verwerkt in de NvB Marineterrein. Samen met de NvU maakt deze straks integraal onderdeel uit van de projectnota. In de participatieparagraaf vindt u de participatie die vooraf is gegaan aan het projectbesluit over het Pagina 1 van 11
Marineterrein in de periode 2017-2022 (haalbaarheidsfase) en over de participatiestrategie in de eerste vijf jaar na het nog te nemen projectbesluit (ontwerpfase). Reinier van Dantzig Wethouder Ruimtelijke Ordening en Grondzaken
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier -indien van toepassing- t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
In 2013 hebben het Rijk en het stadsbestuur van de gemeente Amsterdam ervoor gekozen om het Marineterrein te transformeren tot innovatief stadskwartier. Het terrein moet zich ontwikkelen tot een stedelijke innovatieve werkplaats en om zo’n milieu te realiseren is een mix van leren, werken en wonen nodig. Als stadsdeelbestuur staan wij achter de Nota van Uitgangspunten waarbij een nieuw stuk stad wordt toegevoegd met een spannend innovatief karakter. Waar innovatief nagedacht wordt over oplossingen voor stedelijke vraagstukken. Waar economische en maatschappelijke duurzaamheid samen gaan met architectuur en stedenbouw. Met als mooi streven dat het toekomstige Marineterrein een inspiratiebron wordt voor de ontwikkeling van andere gebieden. Met name over het onderdeel leren is het stadsdeel heel enthousiast. Via Codam, AMS Institute, AHK, ROC van Amsterdam en nieuwe instellingen kan de verbinding met bijvoorbeeld de Oostelijke Eilanden worden gelegd. Aan de andere kant kunnen wij als stadsdeelbestuur niet voorbijgaan aan de huidige vraagstukken die spelen in de binnenstad, zoals verwoord in de Aanpak Binnenstad, en de belangen en input van de omwonenden van het Marineterrein. Wonen Wonen in de binnenstad is nog altijd erg populair onder Amsterdammers, maar ook onder mensen die van buiten Amsterdam komen.
Het realiseren van nieuwe woningen in de binnenstad is een ingewikkelde opgave. Dit heeft onder andere te maken met de schaarse ruimte, hoge vastgoedprijzen en gestegen ontwikkel- en bouwkosten. Alleen op het Marineterrein is de komende jaren ruimte om in stadsdeel Centrum een substantiële hoeveelheid nieuwe woningen te realiseren. De nieuwe woningen bieden een kans om bijv. bewoners van de Oostelijke Eilanden te laten doorstromen naar een passende woning in de buurt, daarmee wordt doorstroom bevorderd vanuit Kattenburg en Wittenburg en kunnen grote huurwoningen vrijkomen voor gezinnen. Bij het opstellen van de eerste plannen voor het Marineterrein in 2013 was er nog geen sprake van een wooncrisis en was er nog geen Aanpak Binnenstad. In alle woonsegmenten is de balans tussen vraag en aanbod verstoord. Vooral ouderen, gezinnen en jongeren lopen in de binnenstad vast bij de doorstroming naar een geschikte woning. Belang van omwonenden Voor de omwonenden én voor het stadsdeelbestuur is van belang dat met de ontwikkeling van het Marineterrein ruimtelijk en maatschappelijk aangesloten wordt bij de leef- en belevingswereld van de omgeving. De input van bewoners is hierbij van belang zodat er geen eiland of bubbel in de stad ontstaat die onvoldoende verbonden is met de directe omgeving.
Meer ruimte voor wonen
De huidige verdeling is in deze NvU vastgelegd op 20% leren, 40% werken en 40% wonen – deze verhoudingen gaan echter enkel over de grond die niet in eigendom blijft van het Rijksvastgoedbedrijf. Kijken we naar de totale verhoudingen binnen het hele Marineterrein, dan zal het percentage dat beschikbaar komt voor woningen fors lager uitpakken. Advies dagelijks bestuur: Ook het dagelijks bestuur ziet graag een vitale, innovatieve wijk waar ruimte is voor werken, leren én Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 11
wonen. Wij denken evenwel dat dit hand in hand kan gaan met het toevoegen van meer woonruimte. Daarom adviseren wij in de volgende planfase te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om het aantal woningen en dus het aantal toekomstige bewoners op het Marineterrein te vergroten. Maak hierbij gebruik van het recente onderzoek ‘In de Mix’ (‘Een verkenning naar toepassing van functiemixmaten voor vitale buurten (Gadet et al, 21 april 2023.)1 Ook dit onderzoek van het Cluster Ruimte en Economie van de Gemeente Amsterdam stelt dat functiemenging van groot belang is en dat een percentage ‘BVO-niet wonen’ tussen 35 – 65 bijdraagt aan de vitaliteit van een buurt. o Werk uit wat dit onderzoek betekent voor de optimale mix op het Marineterrein. Daarbij zal wat ons betreft ook dat deel van het terrein dat beschikbaar blijft voor Defensie (eigendom van het Rijksvastgoedbedrijf) in de berekeningen meegenomen moeten worden. o Houd hierbij oog voor een evenwichtige verhouding tussen niet-woonfuncties voor de buurt en niet-woonfuncties die aantrekkelijk zijn voor bezoekers van buiten de buurt Onderzoek de optie om vernieuwende woonconcepten waarbij voorzieningen (gemeenschappelijke ruimtes, mobiliteit, buitenruimtes) worden gedeeld te introduceren.
Laat mogelijke toekomstige bewoners van het Marineterrein meedenken over deze innovatieve manieren om te wonen en betrek zowel gezinnen, jongeren als ouderen actief bij het onderzoek.
Doelgroepen
Met het Principebesluit is besloten dat Marineterrein Amsterdam een plek wordt waar internationaal georiënteerde bedrijven innovaties bedenken, maken, testen en toepassen. Er is veel behoefte aan woonruimte, én aan ruimte voor kleine en grotere bedrijven en instellingen die zich richten op het bedenken van oplossingen voor de uitdagingen waar een groeiende stad als Amsterdam mee te maken heeft. In de NvU is opgenomen dat beoogde doelgroepen in ieder geval mensen die specifiek verbonden zijn met het innovatieconcept (studenten, kenniswerkers, ondernemers) zijn, maar bijvoorbeeld ook onderzoekers die slechts korte tijd op het Marineterrein actief zijn en woningzoekenden uit de directe omgeving (in het bijzonder ouderen, jongeren en kleine gezinnen). Advies dagelijks bestuur: Wij adviseren de ontwikkeling van het Marineterrein nadrukkelijker te verbinden aan de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting met doorstroming als belangrijke pijler. In de binnenstad is er, op dit terrein na, weinig ruimte om woningen toe te voegen terwijl de vraag groot is voor doorstroming van ouderen, gezinnen en jongeren uit de omliggende buurten. Graag zien wij daarom dat goed gekeken wordt naar de doelgroepen die zijn opgenomen in de huidige NvU: - Voor ons is de doelgroep bewoners uit Amsterdam van belang.
Om zoveel mogelijk doorstroming te creëren is het advies om woningcorporaties, met toekomstige sociale huurwoningen, op te roepen een deel van de woningen met voorrang toe te wijzen aan ouderen en jongeren uit buurten rondom het Marineterrein. Daarmee kunnen bijvoorbeeld grote woningen op het naastgelegen Kattenburg vrijgespeeld worden voor gezinnen. - Ons voorstel is om aan de doelgroep “mensen die verbonden zijn aan het innovatiemilieu” minder ruimte te bieden en daarom geen short-stay of andere mogelijke woonconcepten met kort termijn huurcontracten te realiseren voor de “internationale werkenden” op het innovatieve terrein. Amsterdam biedt hier genoeg mogelijkheden voor op andere plekken in de stad. - Onderzoek doen naar de mogelijkheden voor het beschikbaar stellen van een kavel voor één of meerdere wooncoöperaties.
Stedenbouwkundig raamwerk en aansluiting buurt
In de NvU wordt een stedenbouwkundig raamwerk voorgesteld. Hierbij is het idee dat de voorgestelde strokenverkaveling een heldere structuur biedt voor een flexibele invulling. In de NvU wordt ook uitgegaan van een adaptieve ontwikkelingsstrategie omdat de wereld continu in een hoog tempo verandert. Het Marineterrein wordt omsloten door een monumentale muur.
1 In de Mix - openresearch.amsterdam
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 3 van 11
Advies dagelijks bestuur: Vanuit het dagelijks bestuur is er geen voorkeur voor een bepaalde (grid) structuur maar wel een grote voorkeur voor een stapsgewijze, flexibele ontwikkeling van het Marineterrein met behoud van de huidige kwaliteiten van het gebied. Ons advies: hanteer een ontwikkelaanpak die nauw aansluit op de kenmerken van de omliggende buurten en de leefwereld van buurtbewoners.2 Het Marineterrein moet geen eiland worden maar onderdeel van de bestaande buurt die er al is. Door de monumentale muur die het Marineterrein scheidt van de stad is het van belang dat de toekomstige stedelijke structuur, als tegenhanger, zoveel mogelijk openheid biedt. De bewoners van de Oostelijke Eilanden moeten zich er ook thuis voelen. Niet alleen door de aangeboden sociale activiteiten en functies, maar ook door de ruimtelijke indeling en ontwikkeling van het terrein. Hiermee wordt voorkomen dat twee werelden ontstaan, de Oostelijke Eilanden en het Innovatiedistrict. Van de ontwikkelingsstrategie verwachten wij daarom dat de ontwikkeling van het terrein duurzaam is (o.a. geen onnodige sloop van bestaande gebouwen die kwaliteit hebben) maar ook flexibel genoeg is om bijvoorbeeld ruimte te bieden aan het inpassen van (delen van) het plan van de bewoners, die een alternatieve maquette hebben ontwikkeld.
Verdiepingshoogte
In de Nota van Uitgangspunten is het doel opgenomen generieke gebouwen te realiseren die voor de lange termijn adaptief en flexibel in gebruik zijn. Dit is mogelijk door niet een standaard verdiepingshoogte aan te houden maar in de hoogte van de verdiepingen een overmaat te realiseren zodat functie-uitwisseling mogelijk is tussen wonen, logies, kantoren en bedrijfsruimte. Voor de functie wonen is een beduidend lagere verdiepingshoogte dan voor bedrijfsruimte, netto verdiepingshoogte van 2,60 meter voor wonen is voldoende, In de concept NvU wordt de hoogte van de plintruimte vastgelegd op 4,5 meter en is aangegeven dat een hogere verdiepingshoogte (“overmaat” ) van de andere verdiepingen bijdraagt aan de flexibele mogelijkheden van het gebruik. Uit de participatie van bewoners én de inspraakreacties blijkt dat omwonenden zich zorgen maken over de bouwhoogte. Advies dagelijks bestuur: We kunnen ons vinden in het belang de plintruimten van de bebouwing zo flexibel mogelijk te kunnen gebruiken en dat hierbij een plintruimte van 4,5 meter hoort. Het dagelijks bestuur is echter van mening dat voor de verdiepingen daarboven niet een overmaat aan verdiepingshoogte noodzakelijk is. Met name de functie wonen, wellicht met uitzondering van bijzondere woonvormen met specifieke eisen, kan toe met een lagere verdiepingshoogte.
Door voor woningen een lagere verdiepingshoogte op te nemen kan mogelijk extra oppervlak m2 wonen worden gerealiseerd. Ten opzichte van 2013, het jaar waarin de afspraken met het rijk zijn gemaakt over het Marineterrein, hebben we nu maken met een wooncrisis, waar ook het Marineterrein een bijdrage aan kan en moet leveren. Het dagelijks bestuur adviseert daarom in de volgende fase te onderzoeken wat het loslaten van de overmaat aan verdiepingshoogte kan betekenen voor extra vierkante meter woonruimte. Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
De Nota van Uitgangspunten Marineterrein is op dinsdag 6 juni en dinsdag 20 juni besproken in de stadsdeelcommissie. De volgende adviezen zijn aangenomen: 1.
De stadsdeelcommissie Amsterdam Centrum adviseert om: a. Alle geplande woningen als woonruimte te bestemmen. b. Standaard verdiepingshoogte toe te passen bij geplande woonruimte. c. De vrijgekomen ruimte (door het verlagen van de plint) te gebruiken voor extra woonlagen/woningen.
2. De stadsdeelcommissie Amsterdam Centrum adviseert om: a. Te verkennen of het mogelijk is het volume aan te ontwikkelen woningen te vergroten, ten opzichte van de geplande kantoor- en bedrijvenruimte. 2 Zie ook de publicatie Omstreden plannen, onderschatte burgers (trancity.nl) van Frans
Soeterbroek voor instrumenten die hierbij behulpzaam kunnen zijn.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 4 van 11
b. De eisen die passen bij het gekozen thema innovatiedistrict te laten vallen voor de geplande woningen en de term innovatie in brede zin te beschouwen, inclusief sociale en maatschappelijke innovatie en circulaire economie. c. Zorg te dragen voor de ontwikkeling van toekomstbestendige ouderen- en zorgwoningen (o.a. via geclusterde woonvormen en woonzorgcirkels) en passende zorgvoorzieningen. d. Voor een (groot) gedeelte hiervan de woningen als eerste in aanmerking te laten komen voor buurtbewoners teneinde de doorstroom vanuit gezinswoningen (o.a. op de Oostelijke Eilanden en Nieuwmarktbuurt) te bevorderen. 3. Wonen A. De stadsdeelcommissie ziet graag in de uitgangspunten terugkomen dat de verhouding van het Amsterdamse woonbeleid wordt aangehouden, 40% sociale huur, 40% middelduur segment en 20% duur segment. Daarom adviseert zij dit in de NvU vast te leggen zodat het geborgd is voor de toekomst. Alle woningen moeten ook volgens dezelfde bouweisen worden gebouwd. B. Het Dagelijks Bestuur vraagt in zijn advies reeds aandacht voor woningen voor jongeren, ouderen en gezinnen, met de nuance dat er op het Marineterrein woningen moeten komen voor jongeren en ouderen waardoor woningen voor gezinnen op Kattenburg vrij komen.
De stadsdeelcommissie is echter van mening dat het voor een diverse en levendige buurt nodig is dat er ook op het Marineterrein zelf gezinswoningen gerealiseerd worden. Derhalve adviseert ze ook voor het Marineterrein scenario’s te schetsen waarmee een mooie voorraad betaalbare gezinswoningen gerealiseerd zouden kunnen worden, zowel kleinere alsook expliciet grotere gezinswoningen. 4. De SDC Centrum adviseert om de aangegeven gemiddelde woongrootte van 70 – 75m² te laten gelden ook als gemiddelde binnen de te ontwikkelen sociale woningvoorraad. Grote woningen voor gezinnen en biedt ook kansen voor ‘andere’ woonvormen. 5. Regie houden over de ontwikkeling De stadsdeelcommissie adviseert de gemeente de grond zelf aan te kopen. Alleen op deze manier is het blijvend mogelijk de regie te houden over de ontwikkeling van het terrein. Eenmaal verkocht aan particuliere partijen is het heel moeilijk om te garanderen dat enkele basisprincipes geborgd blijven, zoals betaalbaarheid en diversiteit in het woningaanbod. Een voorbeeld waar dit niet goed geslaagd is, ligt op een steenworp afstand, Oostenburg Noord. Regie en sturing voeren via het vergunningensysteem is bijvoorbeeld een taaie opgave. Deze kans om zelf een terrein te ontwikkelen met een visie van wat de stad nodig heeft, komt niet gauw weer voorbij. 6. De stadsdeelcommissie Amsterdam Centrum adviseert om: a.
Als gemeente het terrein van het Rijksvastgoedbedrijf te kopen en de regie te nemen in de verdere ontwikkeling. b. Vast te leggen dat eventuele eisen die aan projectondernemers worden gesteld, zullen inhouden dat alle gebouwen (incl. alle panden die vanaf de 20e eeuw zijn gebouwd) energieneutraal dienen te zijn. c. Bij de ontwikkeling van het terrein (en de stedenbouwkundige doorontwikkeling) zeer veel rekening te houden met klimaatadaptatie en (extra) groen en water. d. Met projectontwikkelaars afspraken te maken over het integreren van verticaal groen en groene daken. 7.
De stadsdeelcommissie Amsterdam Centrum adviseert om: a. De openbare sportfaciliteiten en -mogelijkheden op het Marineterrein uit te breiden. b. Openbare en toegankelijke douches en wc’s (o.b.v. ervaringsdeskundigheid) te laten plaatsen (op te nemen in de plannen) ten behoeve van het sporten. c. Een uitgewerkt plan met de Stadsdeelcommissie en de buurt te bespreken (denk hierbij aan speelplaatsen voor kinderen, zwembanen, gravelbaan voor hardlopen, sporttoestellen enz.). Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 5 van 11
8. De stadsdeelcommissie Amsterdam Centrum adviseert om: a. Verken de mogelijkheden om op het Marineterrein winkels en (startup) bedrijven, die zich richten op de circulaire economie, te ondersteunen. b. Met deze winkels en (startup) bedrijven afspraken te maken om stage- of leerervaringsplaatsen voor mbo’ers aan te bieden. c. Behoud codeerschool voor jongeren Codam en ondersteun ook andere mogelijkheden om relevante arbeidsmarktvaardigheden aan jongeren aan te bieden. 9. Participatie De stadsdeelcommissie waardeert de inzet die tot nog toe is geweest in het betrekken van de buurt bij de planvorming. Echter, het is nog niet voldoende geweest in het daadwerkelijk meenemen en beantwoorden van de input die uit deze betrokkenheid is voortgekomen. Er mag wel een tandje bij. A. Voeg het ruimtelijke plan van de buurtbewoners voor de inrichting van het terrein toe aan de projectnota. Elk plan, zowel dat van de buurtbewoners als dat gepresenteerd in de NvU, heeft voor- en nadelen. Door het alternatief van de buurt toe te voegen wordt recht gedaan aan de expertise en inzet vanuit de buurt, en wordt weergegeven dat er meerdere opties zijn voor de inrichting, wat zorgt voor een opener informatievoorziening aan de gemeenteraad. B. Beschouw de buurtbewoners als een partner in dit langjarige proces, als de ervaringsdeskundigen van hun leefomgeving.
Stel daarom een grondig participatieplan op, waarbij de nu beschreven verdeling van de onderwerpen per participatieniveau minstens een trede omhoog gaan (meebepalen komt nu helemaal niet voor in de verdeling). Onderbouw daarbij de keuze voor de verdeling. De stadsdeelcommissie ontvangt en bespreekt graag het participatieplan dat wordt opgesteld en wordt graag op de hoogte gehouden van de participatie tijdens de verdere ontwikkeling. 10. Participatie. - Er is tot nu toe een hoog inzet geweest om de bewoners te betrekken bij de planvorming van de buurt. Het SDC was van mening dat dit voldoende is gebeurt, toch ervaart de buurt dit anders. Onderzoek wat het idee van de buurt is m.b.t. participatie. Wat zijn hun verwachtingen en zijn deze wel haalbaar. Weerleg eerlijk waarbij zij wel en niet betrokken kunnen zijn en maak duidelijk waarom. - Benader proactief belangenorganisaties met een bepaalde expertise, bijvoorbeeld Cliëntenbelang Amsterdam, kwartiermakers Nationaal slavernij museum etc. en voeg hun resultaten en adviezen toe in de plannen. 11. Natuur , cultuur en historie. - Groen is altijd fijn in een omgeving als Amsterdam Centrum, behoudt deze toegankelijk voor alle Amsterdammers en waar mogelijk voeg meer groen toe. - Het slavernijverleden is voor nu alsnog een onderbelicht thema in het hele gebied. Laat dit terugkomen in de opbouw van dit terrein.
Het is namelijk onderdeel van dit gebied. Betrek lokale kunstenaars die zich bezig houden met dit thema en laat hen meedenken en hoe er op een respectvolle manier invulling gegeven kan worden. - Betrek het slavernijverleden in zijn totaliteit bij dit gebied. Een van de mogelijke locaties, voor het Nationaal slavernijmuseum is notabene het Marineterrein. Dit om overduidelijke redenen, mooi zou zijn als er een organische verloop is in het gebied naar dit punt. Onderzoek de mogelijkheden waar en of het mogelijk is om plek te bieden aan dit museum. 12. Maatschappelijke vraagstukken, innovatie en diversiteit. - Aangegeven is dat er bij het Marineterrein oog zal blijven en zijn, voor de maatschappelijke vraagstukken en innovatie. Inclusie moet een streefpunt blijven om zo diversiteit op verschillende vlakken te behouden of te stimuleren. - Houd hierbij in het achterhoofd dat er extra aandacht moet zijn voor de meest gemarginaliseerden van de stad. Mensen met een beperking en mensen met een kleine portemonnee die in dit gebied ook moeten recreëren en dat er voldoende horecagelegenheden zijn die hier oog voor houden. - Mochten er gezinswoningen komen, denk dan aan gezinsvoorzieningen. Met nadruk voor jonge kinderen van Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 6 van 11
0-2 jaar. In het Centrum van Amsterdam valt op dat speelplekken voor deze doelgroep nog te weinig aanwezig zijn. - Bankjes om de verbinding in de buurt te bevorderen. Bankjes zijn ideaal voor het creëren van een ongedwongen manier van verbinding. Maak ze meteen inclusief door regenboogbankjes te plaatsen zoals door D66 en VVD er een aantal zijn onthuld. 13. Toegankelijkheid Het SDC adviseert om nu en in de toekomst toegankelijk openbaar vervoer te behouden en te koesteren zodat het Marineterrein toegankelijk blijft. Niet alleen voor de omwonenden maar ook voor Amsterdammers uit andere gebieden. - Zorg dat er vanaf het begin toegankelijke paden blijven voor alle Amsterdammers. - Betrek bij de sportfaciliteiten ook toegankelijke omkleedruimtes voor mensen met een beperking. Zowel voor kinderen maar vooral ook voor volwassenen. 14. Onderzoek Vanuit het DB is aangegeven dat er meer onderzoek gedaan moet worden om goed te kijken op welke manier, waar en hoe er doelgroepen gemixt kunnen worden. Het advies aan het DB is deze onderzoeken uit te zetten en de resultaten in een vroeg stadium voor te leggen aan de betrokken stakeholders.
Finaal advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
In 2013 hebben het Rijk en het stadsbestuur van de gemeente Amsterdam ervoor gekozen om het Marineterrein te transformeren tot innovatief stadskwartier. Het terrein moet zich ontwikkelen tot een stedelijke innovatieve werkplaats en om zo’n milieu te realiseren is een mix van leren, werken en wonen nodig. Als stadsdeelbestuur staan wij achter de Nota van Uitgangspunten waarbij een nieuw stuk stad wordt toegevoegd met een spannend innovatief karakter. Waar innovatief nagedacht wordt over oplossingen voor stedelijke vraagstukken. Waar economische en maatschappelijke duurzaamheid samen gaan met architectuur en stedenbouw. Met als mooi streven dat het toekomstige Marineterrein een inspiratiebron wordt voor de ontwikkeling van andere gebieden. Met name over het onderdeel leren is het stadsdeel heel enthousiast. Via Codam, AMS Institute, AHK, ROC van Amsterdam en nieuwe instellingen kan de verbinding met bijvoorbeeld de Oostelijke Eilanden worden gelegd. Aan de andere kant kunnen wij als stadsdeelbestuur niet voorbijgaan aan de huidige vraagstukken die spelen in de binnenstad, zoals verwoord in de Aanpak Binnenstad, en de belangen en input van de omwonenden van het Marineterrein. Wonen Wonen in de binnenstad is nog altijd erg populair onder Amsterdammers, maar ook onder mensen die van buiten Amsterdam komen.
Het realiseren van nieuwe woningen in de binnenstad is een ingewikkelde opgave. Dit heeft onder andere te maken met de schaarse ruimte, hoge vastgoedprijzen en gestegen ontwikkel- en bouwkosten. Alleen op het Marineterrein is de komende jaren ruimte om in stadsdeel Centrum een substantiële hoeveelheid nieuwe woningen te realiseren. De nieuwe woningen bieden een kans om bijv. bewoners van de Oostelijke Eilanden te laten doorstromen naar een passende woning in de buurt, daarmee wordt doorstroom bevorderd vanuit Kattenburg en Wittenburg en kunnen grote huurwoningen vrijkomen voor gezinnen. Bij het opstellen van de eerste plannen voor het Marineterrein in 2013 was er nog geen sprake van een wooncrisis en was er nog geen Aanpak Binnenstad. In alle woonsegmenten is de balans tussen vraag en aanbod verstoord. Vooral ouderen, gezinnen en jongeren lopen in de binnenstad vast bij de doorstroming naar een geschikte woning. Belang van omwonenden Voor de omwonenden én voor het stadsdeelbestuur is van belang dat met de ontwikkeling van het Marineterrein ruimtelijk en maatschappelijk aangesloten wordt bij de leef- en belevingswereld van de omgeving. De input van
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 7 van 11
bewoners is hierbij van belang zodat er geen eiland of bubbel in de stad ontstaat die onvoldoende verbonden is met de directe omgeving.
Meer ruimte voor wonen
De huidige verdeling is in deze NvU vastgelegd op 20% leren, 40% werken en 40% wonen – deze verhoudingen gaan echter enkel over de grond die niet in eigendom blijft van het Rijksvastgoedbedrijf. Kijken we naar de totale verhoudingen binnen het hele Marineterrein, dan zal het percentage dat beschikbaar komt voor woningen fors lager uitpakken. Advies dagelijks bestuur: Ook het dagelijks bestuur ziet graag een vitale, innovatieve wijk waar ruimte is voor werken, leren én wonen. Wij denken evenwel dat dit hand in hand kan gaan met het toevoegen van meer woonruimte. Daarom adviseren wij in de volgende planfase te verkennen of het mogelijk is om het volume aan te ontwikkelen woningen te vergroten ten opzichte van de geplande kantoor- en bedrijvenruimte zodat mogelijkheden ontstaan om het aantal woningen en dus het aantal toekomstige bewoners op het Marineterrein te vergroten. Maak hierbij gebruik van het recente onderzoek ‘In de Mix’ (‘Een verkenning naar toepassing van functiemixmaten voor vitale buurten (Gadet et al, 21 april 2023.) Ook dit onderzoek van het Cluster Ruimte en Economie van de Gemeente Amsterdam stelt dat functiemenging van groot belang is en dat een percentage ‘BVO-niet wonen’ tussen 35 – 65 bijdraagt aan de vitaliteit van een buurt. Werk uit wat het onderzoek “In de Mix’” betekent voor de optimale mix op het Marineterrein.
Daarbij zal wat ons betreft ook dat deel van het terrein dat beschikbaar blijft voor Defensie (eigendom van het Rijksvastgoedbedrijf) in de berekeningen meegenomen moeten worden. Houd hierbij oog voor een evenwichtige verhouding tussen niet-woonfuncties voor de buurt en nietwoonfuncties die aantrekkelijk zijn voor bezoekers van buiten de buurt. Onderzoek de optie om vernieuwende woonconcepten waarbij voorzieningen (gemeenschappelijke ruimtes, mobiliteit, buitenruimtes) worden gedeeld te introduceren. Laat mogelijke toekomstige bewoners van het Marineterrein meedenken over deze innovatieve manieren om te wonen en betrek zowel gezinnen, jongeren als ouderen actief bij het onderzoek. In het toekomstige omgevingsplan de bouwlagen met een verdiepingshoogte die alleen geschikt is voor de functie Wonen ook zo op te nemen in het omgevingsplan.
Doelgroepen versus innovatiedistrict
Met het Principebesluit is besloten dat Marineterrein Amsterdam een plek wordt waar internationaal georiënteerde bedrijven innovaties bedenken, maken, testen en toepassen. Er is veel behoefte aan woonruimte, én aan ruimte voor kleine en grotere bedrijven en instellingen die zich richten op het bedenken van oplossingen voor de uitdagingen waar een groeiende stad als Amsterdam mee te maken heeft. In de NvU is opgenomen dat beoogde doelgroepen in ieder geval mensen die specifiek verbonden zijn met het innovatieconcept (studenten, kenniswerkers, ondernemers), maar bijvoorbeeld ook onderzoekers die slechts korte tijd op het Marineterrein actief zijn en woningzoekenden uit de directe omgeving (in het bijzonder ouderen, jongeren en kleine gezinnen). Advies dagelijks bestuur: Wij adviseren de ontwikkeling van het Marineterrein nadrukkelijker te verbinden aan de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting met doorstroming als belangrijke pijler. In de binnenstad is er, op het Marineterrein na, weinig ruimte om woningen toe te voegen terwijl de vraag groot is voor doorstroming van ouderen, gezinnen en jongeren uit de omliggende buurten.
Graag zien wij daarom dat goed gekeken wordt naar de doelgroepen die zijn opgenomen in de huidige NvU: - Ons voorstel is om aan de doelgroep “mensen die verbonden zijn aan het innovatiemilieu” minder ruimte te bieden en daarom geen short-stay of andere mogelijke woonconcepten met kort termijn huurcontracten te realiseren voor de “internationale werkenden” op het innovatieve terrein. Amsterdam biedt hier genoeg mogelijkheden voor op andere plekken in de stad. - De term innovatie in brede zin te beschouwen inclusief sociale en maatschappelijke innovatie en circulaire economie. - Voor ons is de doelgroep bewoners uit Amsterdam van belang. Voor een diverse en levendige buurt is het ook Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 8 van 11
nodig dat er op het Marineterrein zelf gezinswoningen gerealiseerd worden, betaalbare gezinswoningen zowel kleinere alsook expliciet grotere gezinswoningen. Waarbij grote woningen ook worden gerealiseerd in het sociale huursegement. - Voor een (groot) gedeelte hiervan de woningen als eerste in aanmerking te laten komen voor buurtbewoners teneinde de doorstroom vanuit gezinswoningen (o.a. op de Oostelijke Eilanden en Nieuwmarktbuurt) te bevorderen. - Om zoveel mogelijk doorstroming te creëren is het advies om woningcorporaties, met toekomstige sociale huurwoningen, op te roepen een deel van de woningen met voorrang toe te wijzen aan ouderen en jongeren uit buurten rondom het Marineterrein. Daarmee kunnen bijvoorbeeld grote woningen op het naastgelegen Kattenburg vrijgespeeld worden voor gezinnen. - Onderzoek doen naar de mogelijkheden voor het beschikbaar stellen van een kavel voor één of meerdere wooncoöperaties. - Zorg te dragen voor de ontwikkeling van toekomstbestendige ouderen- en zorgwoningen (o.a. via geclusterde woonvormen en woonzorgcirkels) en passende zorgvoorzieningen. - Kijk ook naar maatschappelijke vraagstukken en innovatie. Inclusie moet een streefpunt blijven om zo diversiteit op verschillende vlakken te behouden oftewel te stimuleren.
Stedenbouwkundig raamwerk en aansluiting buurt
In de NvU wordt een stedenbouwkundig raamwerk voorgesteld. Hierbij is het idee dat de voorgestelde strokenverkaveling een heldere structuur biedt voor een flexibele invulling. In de NvU wordt ook uitgegaan van een adaptieve ontwikkelingsstrategie omdat de wereld continu in een hoog tempo verandert. Het Marineterrein wordt omsloten door een monumentale muur. Advies dagelijks bestuur: Vanuit het dagelijks bestuur is er geen voorkeur voor een bepaalde (grid) structuur maar wel een grote voorkeur voor een stapsgewijze, flexibele ontwikkeling van het Marineterrein met behoud van de huidige kwaliteiten van het gebied. Ons advies: hanteer een ontwikkelaanpak die nauw aansluit op de kenmerken van de omliggende buurten en de leefwereld van buurtbewoners. Het Marineterrein moet geen eiland worden maar onderdeel van de buurt die er al is. Door de monumentale muur die het Marineterrein scheidt van de stad is het van belang dat de toekomstige stedelijke structuur, als tegenhanger, zoveel mogelijk openheid biedt. De bewoners van de Oostelijke Eilanden moeten zich er ook thuis voelen. Niet alleen door de aangeboden sociale activiteiten en functies, maar ook door de ruimtelijke indeling en ontwikkeling van het terrein. Hiermee wordt voorkomen dat twee werelden ontstaan, de Oostelijke Eilanden en het Innovatiedistrict. De ontwikkeling van het terrein moet duurzaam zijn (o.a.
geen onnodige sloop van bestaande gebouwen die kwaliteit hebben) maar ook flexibel genoeg om bijvoorbeeld ruimte te bieden aan het inpassen van (delen van) het plan van de bewoners, die een alternatieve maquette hebben ontwikkeld.
Verdiepingshoogte
In de Nota van Uitgangspunten is het doel opgenomen generieke gebouwen te realiseren die voor de lange termijn adaptief en flexibel in gebruik zijn. Dit is mogelijk door niet een standaard verdiepingshoogte aan te houden maar in de hoogte van de verdiepingen een overmaat te realiseren zodat functie-uitwisseling mogelijk is tussen wonen, logies, kantoren en bedrijfsruimte. Voor de functie wonen is een beduidend lagere verdiepingshoogte dan voor bedrijfsruimte, netto verdiepingshoogte van 2,60 meter voor wonen is voldoende, In de concept NvU wordt de hoogte van de plintruimte vastgelegd op 4,5 meter en is aangegeven dat een hogere verdiepingshoogte (“overmaat” ) van de andere verdiepingen bijdraagt aan de flexibele mogelijkheden van het gebruik. Uit de participatie van bewoners én de inspraakreacties blijkt dat omwonenden zich zorgen maken over de bouwhoogte. Advies dagelijks bestuur: We kunnen ons vinden in het belang de plintruimten van de bebouwing zo flexibel mogelijk te kunnen gebruiken en dat hierbij een plintruimte van 4,5 meter hoort. Het dagelijks bestuur is echter van mening dat voor de verdiepingen daarboven niet een overmaat aan verdiepingshoogte noodzakelijk is. Met name de functie wonen, wellicht met uitzondering van bijzondere woonvormen met specifieke eisen, kan toe met een lagere verdiepingshoogte.
Door voor woningen een lagere verdiepingshoogte op te nemen kan mogelijk extra oppervlakte wonen worden gerealiseerd. Ten opzichte van 2013, het jaar waarin de afspraken Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 9 van 11
met het rijk zijn gemaakt over het Marineterrein, hebben we nu maken met een wooncrisis, waar ook het Marineterrein een bijdrage aan kan en moet leveren. Het dagelijks bestuur adviseert daarom in de volgende fase te onderzoeken wat het loslaten van de overmaat aan verdiepingshoogte kan betekenen voor extra vierkante meter woonruimte.
Aankoop Marineterrein
Als het terrein wordt verkocht aan private partijen is het lastiger om te garanderen dat basisprincipes, zoals betaalbaarheid (ook op de lange termijn) en diversiteit in het woningaanbod, geborgd blijven. Regie en sturing voeren via alleen het vergunningensysteem is een taaie opgave. Deze kans om zelf een terrein te ontwikkelen met een visie van wat de stad nodig heeft, komt niet gauw weer voorbij. Bij aankoop van het terrein door de gemeente is het ook mogelijk om in een latere fase vast te leggen welke eisen aan ontwikkelende partijen worden gesteld, bijvoorbeeld over duurzaamheid en klimaatadaptatie.
Advies dagelijks bestuur: Het dagelijks bestuur adviseert de gemeente de grond aan te kopen van het Rijksvastgoedbedrijf en de regie te nemen in de verdere ontwikkeling. Alleen op deze manier is het blijvend mogelijk te sturen op de ontwikkeling van het terrein en het behouden en benutten van de unieke kwaliteiten van dit gebied.
Participatie en WOM
De betrokkenheid van buurtbewoners bij de ontwikkeling van het Marineterrein is groot. De betrokkenheid blijkt ook uit de Werkgroep Ontwikkeling Marineterrein (WOM) die een alternatief plan inclusief maquette hebben ontwikkeld voor het Marinetterrein. Ondanks dat de gemeente zich heeft ingespannen om bewoners te betrekken bij de planvorming, geven bewoners aan zich onvoldoende gehoord te voelen. De eerste stap die gezet wordt na het projectbesluit is het opstellen van een plan van aanpak participatie. Hierin wordt nader onderzocht en uitgewerkt wat passende participatievormen zijn bij de verschillende onderwerpen die ruimte bieden voor participatie. Advies dagelijks bestuur: - Voeg het ruimtelijke plan van de buurtbewoners voor de inrichting van het terrein als bijlage ter kennisgeving toe aan de stukken. Door het alternatief van de buurt ter kennisname en ter inspiratie mee te sturen wordt recht gedaan aan de expertise en inzet vanuit de buurt, en wordt weergegeven dat er meerdere ideeën zijn voor de inrichting, wat zorgt voor een opener informatievoorziening aan de gemeenteraad. - Beschouw de buurtbewoners als een partner en als de ervaringsdeskundigen van hun leefomgeving. Stel daarom een participatieplan op waarbij de nu beschreven verdeling van de onderwerpen per participatieniveau minstens een trede omhoog gaan (meebepalen komt nu helemaal niet voor in de verdeling).
Neem in het participatieplan mee wat bewoners verwachten van participatie en maak duidelijk waarbij bewoners wel en niet betrokken kunnen zijn en waarom. - Benader proactief belangenorganisaties met een bepaalde expertise, bijvoorbeeld Cliëntenbelang Amsterdam, kwartiermakers Nationaal slavernij museum. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------De stadsdeelcommissie heeft een aantal adviezen aangenomen die in deze fase van het project nog niet aan de orde zijn maar die het dagelijks bestuur wel wil meegeven voor de volgende fasen van het project. Het gaat hierbij om: aandacht voor het slavernijverleden, inrichting openbare ruimte en toegankelijkheid en toekomstige functies op het Marineterrein
Slavernijverleden
In de NvU wordt uitgeweid over de rijke maritieme geschiedenis van het Marineterrein, maar er is geen kritische Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 10 van 11
reflectie te vinden op de connectie met het slavernijverleden. Het advies is om het slavernijverleden een plek te geven in de ontwikkeling van het Marineterrein. Dit kan bijvoorbeeld door lokale kunstenaars die zich bezig houden met dit thema te laten meedenken hoe er op een respectvolle manier invulling aan gegeven kan worden. Het Marineterrein staat op een shortlist als één van 9 mogelijke locaties voor het Nationaal Slavernijmuseum. De projectorganisatie Slavernijmuseum adviseert over welke locatie van de vele locaties uiteindelijk het meest geschikt wordt geacht. Het dagelijks bestuur staat positief tegenover een mogelijke komst van dit museum op het Marineterrein.
Inrichting openbare ruimte en toegankelijkheid
Een aantal adviezen van de stadsdeelcommissie gaan in op de inrichting van de openbare ruimte en de toegankelijkheid van het terrein. Ondanks dat de inrichting van de openbare ruimte in deze fase nog niet aan de orde is, is het advies om bij de planvorming inrichting openbare ruimte rekening te houden met de volgende punten: -Het plaatsen van bankjes om de verbinding in de buurt te bevorderen, bankjes creëren een ongedwongen manier van verbinding. Maak ze meteen inclusief door het plaatsen van regenboogbankjes. - Behoud en koester het openbaar vervoer zodat het Marineterrein toegankelijk blijft, niet alleen voor de omwonenden maar ook voor Amsterdammers uit andere gebieden. - Zorg voor toegankelijke paden - Breid de openbare sportfaciliteiten en -mogelijkheden op het Marineterrein uit, denk hierbij aan speelplaatsen voor kinderen, zwembanen, gravelbaan voor hardlopen, sporttoestellen enz. - Houd het groen toegankelijk voor alle Amsterdammers en voeg waar mogelijk voeg meer groen toe. - Onderzoek de mogelijkheid voor openbare en toegankelijke douches en wc’s (o.b.v. ervaringsdeskundigheid) en toegankelijke omkleedruimtes voor mensen met een beperking. - Ruimte voor speelplekken voor jonge kinderen van 0-2 jaar.
Toekomstige functies op het Marineterrein
Hoe en door wie de selectie van bedrijven in de toekomst bepaald wordt, de komende jaren nog moet worden uitgewerkt. Maar in de huidige (tijdelijke) fase van het project worden al bedrijven en instellingen geselecteerd die goed passen bij de ambitie en het innovatieve karakter van het Marineterrein. Bijvoorbeeld bedrijven die nu al stage of leerwerkervaringsplekken aanbieden. Daarom het volgende advies voor toekomstige en tijdelijke functies op het Marineterrein: - Verken de mogelijkheden om op het Marineterrein winkels en (startup) bedrijven, die zich richten op de circulaire economie, te ondersteunen, ook voor tijdelijke huisvesting. - Maak met deze winkels en (startup) bedrijven afspraken om stage- of leerervaringsplaatsen voor mbo’ers aan te bieden. - Behoud de mogelijkheid dat jongeren zich kunnen ontwikkelen in coderen en programmeren en ondersteun ook andere mogelijkheden om relevante arbeidsmarktvaardigheden aan jongeren aan te bieden. - Houd met de invulling van horeca rekening met mensen met een beperking en mensen met een kleine portemonnee die ook in dit gebied willen recreëren.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 11 van 11