6 bijlage 5 bij brief Overzicht maatregelen MBB CE Delft moties - juli 2024
Tekst van het document
Overzicht voorgestelde maatregelen miniburgerberaad, adviesrapport CE Delft, moties Bijlage bij raadsinformatiebrief rapportages duurzaamheid – 16 juli 2024 Voor het identificeren van mogelijk aanvullende maatregelen voor de energietransitie zijn maatregelen beschouwt uit het advies van het mini-burgerberaad1, een adviesrapport van CE Delft2 en de aangenomen moties in de raadsvergadering van 20 juli 2023 in het kader van de duurzaamheidsopgave3. De betreffende maatregelen zijn ingedeeld in de volgende zes categorieën: gebouwde omgeving, elektriciteit, haven en industrie, mobiliteit, bredere klimaatopgaven en samen stad maken. Hierbij moet de kanttekening worden gemaakt dat maatregelen doorgaans van toepassing zijn op meerdere categorieën. Tabel 1 Overzicht van de maatregelen uitgesplitst per thema
Thema
Maatregel
Oorsprong
Beoordeling
Gebouwde omgeving
1.
Rapport CE Delft Miniburgerberaad Rapport CE Delft Rapport CE Delft Miniburgerberaad Miniburgerberaad Miniburgerberaad Rapport CE Delft Motie
Niet overgenomen Niet overgenomen Uitvoeren
Miniburgerberaad Miniburgerberaad Miniburgerberaad Motie
Uitvoeren
2.
De helft van de huurwoningen naar label C isoleren AETF-fonds voor huurwoningen
3.
Convenant gedragsveranderingen utiliteit
4.
Versnelde verduurzaming warmtenetten
5.
7.
Wijkhybride aanpak warmtepompen en isolatie Op korte termijn het warmtenet implementeren Amsterdam kleurt diepgroen (geothermie)
8.
Pleiten voor bijmenging groen gas
9.
Buurt burgerberaad warmtetransitie
6.
Elektriciteit
10. Duurzame opwek met zonnepanelen (op dak) 11. Duurzame coöperaties 12. Maximaal oppervlakte daken (particuliere huiseigenaren) 13. Versnellen zon op dak 14. Onderzoek naar plannen datacenters
Rapport CE Delft
Niet overgenomen Doorzetten bestaand beleid Niet overgenomen Doorzetten bestaand beleid Uitvoeren Uitvoeren
Uitvoeren Niet overgenomen Doorzetten bestaand beleid Uitvoeren
1 Berenschot, eindadvies: Amsterdam van 37% naar 55% CO -reductie in 20230, een mini-burgerberaad over een 2
maxi-vraagstuk (november 2021) 2 CE Delft, een inventarisatie aanvullend klimaatbeleid (jan 2023) 3 Raadsvergadering 20 juli 2023 (Vergadering RAAD 20-07-2023 Gemeente Amsterdam (raadsinformatie.nl))
Gemeente Amsterdam
Haven en industrie
15. Faciliteren verduurzaming energie-intensieve industrie 16. CCS voor totale uitstoot AEB (fossiel en biogeen) 17. Andere CCS-projecten 18. Duurzame bedrijvencoalitie: Warmteplan met grootverbruikers (A) 19. Duurzame bedrijvencoalitie: De carportcoalitie (B) 20. Duurzame bedrijvencoalitie: garantiefonds duurzame investeringen 21. OZB-korting
Mobiliteit
22. Sterke inzet op minder automobiliteit 23. Goede OV-verbinding Nieuw-West 24. Het stimuleren van elektrisch rijden 25. Pleiten voor 80 km/u op snelwegen Amsterdam (landelijke maatregel) 26. Negatieve klimaatgevolgen
Bredere klimaatopgave 27. Duurzame inkoop: beter nu dan later! 28. Een bos voor iedereen 29. Airco van de stad 30. Lobby duurzaam reizen 31. Cruiseschepen op groene walstroom 32. Groen vestigingsbeleid 33. Verhogen toeristenbelasting Samen stad maken
34. Ga Groen: Klimaatburgemeester (A)
35. Ga Groen: Klimaatraad (B) 36. Ga Groen: Klimaatcoaches en -maatjes (C) 37. Klimaatkamers 38. Amsterdam Groen 39. Recycle week
Pagina 2 van 25
Rapport CE Delft Rapport CE Delft Rapport CE Delft Miniburgerberaad Miniburgerberaad Miniburgerberaad Miniburgerberaad Rapport CE Delft Miniburgerberaad Miniburgerberaad Rapport CE Delft Motie
Uitvoeren
Motie
Uitvoeren
Miniburgerberaad Miniburgerberaad Miniburgerberaad Miniburgerberaad Miniburgerberaad Miniburgerberaad Miniburgerberaad
Doorzetten bestaand beleid Doorzetten bestaand beleid Doorzetten bestaand beleid Doorzetten bestaand beleid Doorzetten bestaand beleid Niet overgenomen Aansluiten bij uitvoering van het Rijk Uitvoeren
Miniburgerberaad Miniburgerberaad Miniburgerberaad Miniburgerberaad Motie
Niet overgenomen Uitvoeren Uitvoeren Doorzetten bestaand beleid Niet overgenomen Niet overgenomen Doorzetten bestaand beleid Doorzetten bestaand beleid Doorzetten bestaand beleid Doorzetten bestaand beleid Uitvoeren
Doorzetten bestaand beleid Uitvoeren Niet overgenomen Doorzetten bestaand beleid
Gemeente Amsterdam
Pagina 3 van 25
Niet overgenomen maatregelen Er zijn enkele voorgestelde maatregelen die het college niet haalbaar acht voor 2030. Maatregelen kunnen bijvoorbeeld niet uitgevoerd worden omdat ze een risico vormen voor vertraging voor de uitvoering van het huidige beleid door de additionele complexiteit die ze teweegbrengen. Ook zijn enkele maatregelen juridisch niet haalbaar of op korte termijn niet realistisch door afhankelijkheden van derden. We lichten de belangrijkste overwegingen hieronder toe. Een van de maatregelen uit het CE Delft advies stelt voor om versneld in te zetten op nieuwe duurzame warmtebronnen om de bestaande warmtenetten voor 2030 te verduurzamen [4]. Samen met de warmtebedrijven werken wij aan diversificatie van bronnen en volledig uitstootvrije warmtenetten in 2040. Dit is ambitieuzer dan voorgeschreven in huidige regelgeving. Additionele versnelling is niet realistisch door onder andere onzekere beschikbaarheid van bronnen en een lange ontwikkeltijd. Een volledig uitstootvrij warmtenet in Amsterdam Oost/Zuid is voor 2030 alleen mogelijk door grootschalige inzet van biomassa. De uitspraak van de Raad van State over de inzet van biomassa voor de voeding van het net maakt de inzet van biomassa onzeker.
De gemeenteraad heeft daarnaast bij motie aangegeven van de inzet van biomassa niet gewenst is.4 Een tweede voorbeeld van een maatregel die niet als haalbaar wordt gezien is extra CO2-afvang (CCS) bij het AEB [16]. Er ligt een concreet plan voor het toepassen van CCS bij het AEB voor het fossiele deel van de uitstoot. Volgens de rapportage van CE delft kan verdere reductie worden gerealiseerd door de afvang van CO2 van biogene afkomst. Het college ziet dit niet als niet realistisch voor 2030. Het aanpassen van dit plan voor nog meer CO2-afvang kan ervoor zorgen dat het uitdagender wordt om het huidige project binnen de gewenste planning (circa 4 jaar) te realiseren. Ook is er nu geen positieve business case en kan het de warmtelevering richting woningen en de industrie in de knel brengen omdat voor CCS ook warmte nodig is. Het afvangen van extra CO2 nemen we als gespreksonderwerp wel mee bij de gesprekken met de energieintensieve industrie en het Rijk om toekomstige kansen voor extra afvang te kunnen benutten. Sommige van de voorgestelde maatregelen zijn minder relevant vanwege verschillende nieuwe ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het AETF-fonds voor huurwoningen en een Amsterdams warmtefonds t.b.v. de warmtetransitie [2/20].
Er zijn momenteel diverse landelijke en gemeentelijke instrumenten beschikbaar ten behoeve van de verduurzaming van woningen, waardoor additionele fondsen nu geen versnelling geven. Een vergelijkbaar argument geldt voor de maatregel om de helft van de huurwoningen naar energielabel C te isoleren in plaats van label D zoals in de landelijke afspraken is opgenomen [1]. In het gemeentelijke isolatieplan wordt gerekend met de werkelijke warmtevraag als indicator voor het isolatieniveau van het gebouw. Deze staat dichter bij het werkelijke energiegebruik voor ruimteverwarming dan de energie labels, die niet altijd betrouwbare informatie geven over de isolatiegraad. Ook zit 70% van de Amsterdamse voorraad van woningcorporaties al op niveau van label C, waardoor de geschatte impact van de maatregel beperkt is. Daarmee heeft deze bedachte maatregelen bij nader inzien geen aanvullende reductiepotentie t.o.v. de huidige isolatieplannen. Klimaatrechtvaardigheid is een essentiële pijler van de energietransitie. Een beter klimaat begint bij een overheid die ervoor zorgt dat álle Amsterdammers mee kunnen doen. In dit licht zijn enkele 4
Motie van de leden Kreuger en Boomsma inzake Amsterdam biomassavrij in 2030, 9 november 2022
Gemeente Amsterdam
Pagina 4 van 25
maatregelen afgevallen die middelen of acties toebedelen aan bewoners die een relatief sterke financiële positie hebben. Denk aan huiseigenaren met eigen zonnepanelen of eigenaren van elektrische auto’s. Ook zijn maatregelen afgevallen die een risico met zich meedragen dat bepaalde groepen met mobiliteitsarmoede te maken krijgen. Deze maatregelen zijn daardoor ook verworpen of op een andere manier meegenomen.
Gebouwde omgeving 1. De helft van de huurwoningen naar Label C isoleren We werken niet verder door op deze maatregel, maar blijven via het isolatieoffensief inzetten op een verbeterde warmtevraag. De maatregel uit het CE Delft rapport stelt voor om 50% van de huurwoningen op te waarderen naar label-C, in plaats van minimaal naar label-D (zoals opgenomen in de landelijke afspraken voor 2028-2030). De regel zou gelden voor corporaties en particuliere verhuur. CE Delft stelt dat dit zou leiden tot 6 kton extra CO2-reductie, maar dit is sterk afhankelijk in hoeverre woningeigenaren meewerken. Het advies met betrekking tot deze maatregel is negatief, vanwege de onzekerheden ten aanzien van de uitvoering en de te behalen resultaten. Woningcorporaties hebben nu al hun handen vol aan de landelijke prestatieafspraken met betrekking tot het wegwerken van EFGlabels. 70% van de woningen in Amsterdamse voorraad zijn daarbij al label-C (of hoger) en op woningen van particuliere verhuurders is weinig zicht. Het ontbreekt de gemeente ook aan instrumenten om tot labelsprong te dwingen. Tot slot richten wij ons op bij het isolatieoffensief op de warmtevraag die een betrouwbaarder beeld geeft van het energieverbruik dan het energielabel.
2. AETF-fonds voor huurwoningen We zetten geen additioneel fonds op, nu diverse landelijke en gemeentelijke instrumenten voorhanden zijn t.b.v. verduurzaming van woningen en panden. Het gaat hierbij om een gemeentelijk revolverend fonds voor de verduurzaming van de bestaande gebouwde omgeving (woningen én bedrijfspanden). Hieruit kan geld worden geleend voor bijvoorbeeld isolatie, wat stapsgewijs wordt afgelost met het geld dat bespaard wordt op de energielasten. Het fonds (voorgesteld door het mini-burgerberaad) zou zich in eerste instantie richten op de sociale- en vrije huursector, daarna op koopwoningen en bedrijven. Echter zijn er momenteel al diverse landelijke en gemeentelijke instrumenten beschikbaar ten behoeve van de verduurzaming van woningen: het Nationale Warmtefonds biedt leningen aan voor particulieren, terwijl de gemeentemiddelen heeft vrijgemaakt voor Amsterdamse VvE’s die willen verduurzamen (via een rentekorting die ze krijgen bij lening vanuit het landelijk fonds). Het Amsterdamse Duurzaamheidsfonds richt zich niet langer op VvE’s, maar is nog wel toegankelijk voor bedrijven, maatschappelijke organisaties, energie coöperaties en bewonersgroepen. Tot slot werken we op dit moment aan een vangnetregeling met een subsidie van 2.000 euro per huishouden voor
Gemeente Amsterdam
Pagina 5 van 25
minder draagkrachtige eigenaar-bewoners in slecht geïsoleerde woningen (verwachting voorjaar 2024). Het is daarmee overbodig nog een Amsterdam fonds op te richten en het advies luidt dan ook om deze maatregel niet verder uit te voeren.
3. Convenant gedragsverandering utiliteit We nemen het concept van convenanten voor gedragsverandering mee in de herijking van het programma verduurzaming zakelijke markt. De maatregel stelt voor om (deel)convenanten met winkeliers, utiliteiten en kantooreigenaren te maken over energiebesparing. Het kan worden gecombineerd met een buurtaanpak, waarbij collectieve afspraken gemaakt worden. Dit idee kan worden meegenomen binnen de huidige herijking van het Programma Verduurzaming Zakelijke Markt (VZM). Hierbinnen wordt al nauw samengewerkt met bedrijven en maatschappelijke organisaties om panden te verduurzamen. Omdat het sluiten van gebiedsgerichte deelconvenanten arbeidsintensief is (en CE Delft het CO2reductiepotentieel hiervan in 2030 schat op slechts 3 kton), stellen we voor te zien of er met een ‘coalition of the willing’ gewerkt kan worden, zoals bij het Actienetwerk 15% GasTerug. We zouden lokale sleutelfiguren kunnen aanhaken die een brugfunctie hebben in de verbindingen tussen ondernemers en bewoners. Er zijn geen grote investeringen nodig. Wel zal er waarschijnlijk relatief veel extra (externe) capaciteit nodig zijn om dit te begeleiden. Ook vraagt dit afstemming met het programma zon, het isolatieoffensief en groene en klimaatadaptieve maatregelen waar eventuele koppelkansen liggen.
Vanuit de CDOKE-middelen zijn middelen toegewezen om de mogelijkheden voor dit convenant verder te onderzoeken.
4. Versnelde verduurzaming van de warmtenetten Een versnelling van de verduurzaming van de warmtenetten voor 2030 is niet realistisch, maar we blijven werken aan uitstootvrije netten in 2040. Met deze maatregel worden de bestaande warmtenetten van Vattenfall aan de oost-/zuidkant van de stad voor 2030 verduurzaamd. Er wordt al gestuurd op uitstootvrije warmtenetten voor 2040, maar volgens CE Delft kan er meer (en vooral eerder) emissiereductie worden bereikt door nu in te zetten op geothermie-projecten, benutting van restwarmte van datacenters en inzet op biomassa. Als het Diemernet voor 2030 klimaatneutraal is, scheelt dit 73 kton CO2-uitstoot. Uit contact met warmtebedrijven en betrokkenen bij onderzoek naar geothermie is gebleken dat volledige verduurzaming van warmtenetten echter niet realistisch is. Dit komt door onzekere beschikbaarheid-, lange ontwikkeltijd- en betaalbaarheid van nieuwe bronnen zoals geothermie en restwarmte vanuit datacenters. Extra inzet op biomassa is theoretisch wel mogelijk, maar vanuit de gemeente niet gewenst (motie 347 dubbelaccent inzake Amsterdam biomassavrij in 2030). Versnelde overgang op nieuwe bronnen zou waarschijnlijk ook leiden tot hogere kosten voor de eindgebruiker. Het advies is dus om niet te sturen op uitstootvrije warmtenetten in 2030.
Wel blijven warmtebedrijven WPW en VF werken aan diversificatie van bronnen en uitstootvrije warmtenetten.
Gemeente Amsterdam
Pagina 6 van 25
5. Versneld verduurzamen gebouwde omgeving: Wijkaanpak hybride warmtepompen en isolatie Deze (sub)maatregel is een voortzetting van bestaand beleid in het kader van het isolatieoffensief. Onder de noemer Versneld verduurzamen gebouwde omgeving in het MBB zijn twee maatregelen voorgesteld (5 en 6). Met de eerstgenoemde (sub)maatregel ontvangt elke bewoner binnen twee jaar van de gemeente een verduurzamingsplan op maat (passende isolatiemaatregelen en een hybride warmtepomp) in buurten die pas laat of helemaal niet op een warmtenet kunnen overgaan. De gemeente regelt hierbij de uitvoering en ontzorgt bewoners. Berenschot stelt deze maatregel 56 kton CO2 zou besparen samen met maatregel 6. Deze maatregel sluit goed aan op het Uitvoeringsplan Isolatieoffensief 2024-2026 dat in oktober 2023 door het college is gepubliceerd. Dit offensief heeft als doel het isolatietempo te versnellen en is specifiek te richten op de buurten met een sociaal maatschappelijke opgave. Het gaat hierbij voor VvE’s om stappenplannen, handreikingen, best practices, een loket, online cursussen, energieadviezen en financiële doorrekeningen. Voor eigenaar-bewoners is er een energieloket dat op verscheidene manieren informatie kan verstrekken. De gemeente faciliteert ook collectieve inkoop voor isolatiemateriaal en zonnepanelen, wat voor hybride warmtepompen ook is gestart.
Het advies met betrekking op de voorgestelde maatregel uit het mini-burgerberaad is dan ook om verder te gaan met het isolatieoffensief en bijbehorende intensiveringen. Er wordt niet gestuurd op de specifieke aanpak, tijdlijn en targets zoals voorgesteld door het mini-burgerberaad.
6. Versneld verduurzamen gebouwde omgeving: Op korte termijn het warmtenet implementeren via een warmtefonds We zetten geen additioneel fonds op, nu diverse landelijke en gemeentelijke instrumenten voorhanden zijn t.b.v. verduurzaming van woningen en panden. Deze (sub)maatregel uit het mini-burgerberaad (MBB) stelt voor om een Amsterdams warmtefonds op te richten voor particuliere huizenbezitters. Op dit moment vormt de investering om aan te sluiten op een warmtenetwerk een hoge drempel. Met dit fonds zou deze drempel worden verlaagd door middel van het verstrekken van financieel voordelige leningen (onder andere 0% rente) en subsidieregelingen voor woningeigenaren. Tezamen met maatregel 5 zou dit 56 kton CO2 kunnen besparen. Een dergelijk fonds zou in principe goed aansluiten op het beleid aardgasvrij 2040, maar komt grotendeels overeen met al bestaande instrumenten van de gemeente en het nationale Warmtefonds dat door het Rijk in het leven is geroepen (met dezelfde doelen). Het opzetten van een tweede regeling naast de landelijke regeling wordt niet van toegevoegde waarde gezien.
7. Amsterdam kleurt diepgroen (Geothermie) Onderzoek naar geothermie is recentelijk op initiatief van de gemeente versneld en gaat dit jaar van start.
Gemeente Amsterdam
Pagina 7 van 25
Met deze maatregel worden aardwarmtebronnen versneld ontwikkeld. Het onderzoek naar de diepe ondergrond moet worden versneld, waarvoor het nodig is om versneld locaties voor proefboringen te voorzien en dat de randvoorwaarden voor ontwikkeling van geothermiedoubletten gefaciliteerd worden. Onderdeel van het voorstel is de oprichting van een gemeentelijk energiebedrijf dat de aardwarmtebronnen ontwikkelt. Berenschot heeft berekend dat twee geothermiedoubletten kunnen leiden tot een reductie van 22 kton CO2, wanneer aardwarmte ingezet wordt voor de vervanging van aardgasgestookte Cv-ketels (nieuwe aansluitingen op het warmtenet) en 12,4 kton CO2 bij verduurzaming van de huidige warmtebronnenmix. Onderzoek naar geothermie is in principe in lijn met de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal en het coalitieakkoord, waarin is opgenomen dat Amsterdam onderzoek gaat doen naar de inzet van geothermie en de potentie van de Amsterdamse bodem. We zien deze maatregel daarom als voortzettend van bestaand beleid. Al eerder, onder andere naar aanleiding van het advies vanuit het mini-burgerberaad, is het onderzoek naar geothermie op initiatief van de gemeente versneld. Een eerste diepe onderzoeksboring in de regio Amsterdam start eind 2023, in 2024/2025 volgt naar alle waarschijnlijkheid een tweede diepe onderzoeksboring in de regio.
Voor de onderzoeksfase wordt ingeschat dat naast capaciteit nog circa €2 tot €4 miljoen aan kosten voor extra seismisch onderzoek moeten worden gemaakt in 2024/2025. De provincie lijkt bereid hieraan bij te dragen via subsidie maar dekt maximaal 50% van de kosten. EBN en Warmtebedrijven kunnen mogelijk ook een rol spelen bij financiering van onderzoek. Over het opzetten van een gemeentelijk warmtebedrijf wordt op een later moment besloten, in het licht van de toekomstige publieke rol bij de uitrol van warmtenetten.
8. Pleiten voor bijmengen groen gas (landelijke maatregel) We blijven in gesprek met het Rijk over de ontwikkelingen op het gebied van groen gas en nemen deel aan een onderzoeksconsortium dat de mogelijkheden verkent naar opwek van groen gas in Amsterdam. Indien nodig zullen we (bij een nieuw kabinet) hier druk op te zetten en actief op lobbyen. Deze maatregel betreft het lobbyen richting het (nieuwe) kabinet voor invoering van een uitwerking- en invoering van een bijmengverplichting voor groengas in de gebouwde omgeving van 20%. Deze bijmengverplichting is opgenomen in het landelijk coalitieakkoord van het demissionair kabinet, maar nog niet verder concreet uitgewerkt. Omdat de CO2-winst wordt geschat op 174 kton, een aanzienlijke daling van CO2-uitstoot voor Amsterdam, is de maatregel voorgedragen door CE Delft. De minister heeft de hoofdlijnen van de bijmengverplichting gestuurd aan de tweede kamer. De bijmengverplichting groen gas heeft een voorgenomen hoogte van 1,6 bcm groen gas (20%) in 2030. Het kabinet kiest tot 2030 voor opschaling van groen gas in primair de gebouwde omgeving. De bijmengverplichting zal verdeeld worden over de energieleveranciers van Nederland o.b.v. een verdeelsleutel gebaseerd op de gaslevering aan kleinverbruikers. De verplichting zal moeten ingaan per 2025 en zal een starthoogte hebben van 150 miljoen m3.
Voorafgaand aan inwerkingtreding van de bijmengverplichting moet de verplichting wettelijk worden verankerd, hier wordt op dit moment aan gewerkt ter consultatie. Indien nodig zullen we (bij een nieuw kabinet) hier druk op te zetten en actief op lobbyen.
Gemeente Amsterdam
Pagina 8 van 25
Amsterdam is tevens gevraagd deel te nemen aan een onderzoek consortium onder leiding van TNO om de mogelijkheden van het opwekken van groengas via vergassing in kaart te brengen. Op dit moment is er namelijk lang niet genoeg groengas beschikbaar om aan de hoogte van de bijmengverplichting in 2030 te kunnen voldoen. Het risico met deze maatregel bestaat dat de gedachte groeit dat het niet nodig is om van het gas af te gaan. Alternatieven voor gas en groen gas zijn volgens de Transitie Visie warmte beiden nodig in de toekomst. Bij de inzet van groen gas is de continue afweging van belang wat de hoogst haalbare toepassing van een grondstof zoals groen gas is.
9. Buurt burgerberaad in het kader van de warmtetransitie (motie 505-23) Deze motie is aangenomen en we werken op dit moment een plan van aanpak uit hoe dit kan worden ingericht. Met deze maatregel wordt een buurtburgerberaad (als pilot) georganiseerd over de warmtetransitie. Doel van een buurtburgerberaad is meer laagdrempelige betrokkenheid van bewoners bij de warmtetransitie in hun wijk. Dit heeft als positief effect dat betrokken bewoners intensiever geïnformeerd worden, hun buren representeren en zodoende kunnen informeren en gezamenlijk na kunnen denken over hun voorkeur voor de buurt. Dit zou goed passen binnen het participatiebeleid van de gemeente. Er ontstaat ook een risico op teleurstelling van bewoners als niet snel of goed opvolging wordt gegeven aan de uitkomsten en daarmee verwachtingen niet waar worden gemaakt. Momenteel wordt er al in zo’n 15 buurten met bewoners gesproken over het beleid richting aardgasvrij in 2040. Het idee is dat met een burgerberaad bewustzijn ontstaat over duurzame warmte, wat de transitie zou kunnen versnellen. De maatregel heeft niet een direct CO2-effect.
Aandachtspunten bij het opzetten van een buurtburgerberaad zijn dat verwachtingen gemanaged moeten worden over de opvolging van uitkomsten, uit moet worden gekeken dat het niet te veel ambtelijke capaciteit vergt en realisatie dat eventuele opschalingen erg veel ambtelijke capaciteit zou kosten. Er wordt in Q2 2024 een plan van aanpak voorgelegd aan de gemeenteraad wat schetst hoe een buurtburgerberaad kan worden ingericht, welke soort buurt daarvoor geschikt zou zijn en wat het betekent voor de gemeentelijke organisatie.
Elektriciteit 10. Duurzame opwek met zonnepanelen (op dak) We nemen de voorstellen uit het mini-burgerberaad mee in onze bestaande aanpak in Programma Zon, zonder daarbij te concurreren met bestaande coöperatieve projecten. Dit voorstel van het mini-burgerberaad beoogde om bewoners zonder koophuis of eigen dak door middel van een gemeentelijke zonnepanelen-coöperatie aan te laten haken in zonprojecten. Bewoners krijgen een aandeel in de portefeuille van zonnepanelen gefinancierd vanuit de coöperatie (waar gemeente beheerder van is) en ontvangen daarover rendement. Het voornaamst doel hiervan is dat ook mensen met een kleinere beurs mee worden genomen en kunnen profiteren van de energietransitie. Berenschot schat de potentiële CO2-reductie van deze maatregel op 2,5 kton, maar omdat het een uitwerking is van eerdere ambities gaat het hierbij dus
Gemeente Amsterdam
Pagina 9 van 25
niet om een additioneel CO2-effect. Momenteel werkt de gemeente al samen met APEC (een samenwerking van de Amsterdamse energie coöperaties) om zon- en windprojecten te realiseren, waarbij specifieke aandacht wordt gegeven aan energiearmoede. De gemeente zet ook in op coöperatieve projecten bij ontwikkeling van zonneweides als op Strandeiland en langs de A10. In Amsterdam zijn meerdere coöperatieven actief en tientallen (>70) coöperatieve zonprojecten gerealiseerd. Een nieuwe coöperatie zou concurreren om geschikte daken. Belangrijk om te vermelden is tevens dat de maatregel sterk afhankelijk is van landelijke stimuleringsregelingen zoals de SCE-subsidie. Bij voorkeur wordt deze vereenvoudigd om gebruik voor Vve’s en door corporaties makkelijker te maken. Het advies met betrekking tot deze maatregel is door te gaan met stimulans van coöperatieve zonprojecten als onderdeel van onze bestaande aanpak via programma Zon, maar niet als gemeente te gaan concurreren met lopende initiatieven. Met een doelgroepaanpak wordt gewerkt aan de groei van het aantal zonnepanelen en is er aandacht voor bewoners, VvE’s, maatschappelijke instellingen en bedrijven.
Amsterdammers zullen actief worden gewezen op de mogelijkheden te participeren in coöperatieve zonprojecten, dak eigenaren op de mogelijkheden tot (gedeeltelijk) beschikbaar stellen van het dak, er wordt podium geboden aan goede voorbeelden, gelobbyd voor passende landelijke stimulering en gestuurd op projecten op gemeentelijke en rijksgronden. Vanuit het Actieprogramma AmsterDoen werken we er daarnaast aan om publiek-collectieve samenwerkingen makkelijker mogelijk te maken, daar is ook (CO2 winst) te behalen. Ook is er ook een koppeling mogelijk tussen zonnepanelen en beplanting: de daken en verharde terreinen worden hiermee klimaatadaptiever en biodiverser terwijl het rendement van de zonnepanelen stijgt. Tot slot is het van belang om bij maatregelen i.h.k.v. zon ook de milieu-impact van zonnepanelen aan de voorkant mee te nemen door bijv. circulaire panelen te stimuleren. Naast het behalen van de doelstellingen voor het opwekken van zonne-energie werken we ook een aanpak uit om de toepassing van o.a. duurzame/circulaire zonnepanelen te stimuleren. Amsterdam is actief deelnemer aan de Buyergroup duurzame zonnepanelen (RVO/PIANOO), die een scorekaart heeft opgesteld die kan worden toegepast bij inkoop van zonnepanelen. Op dit moment zijn enkele projecten met hergebruik van zonnepanelen gerealiseerd (bijv. Dak van brouwerij Homeland door energie coöperatie Zuiderlicht).
De lessen van het realiseren van projecten met tweedehands panelen worden samen met de initiatiefnemers vastgelegd, zodat wanneer meer panelen beschikbaar komen dit makkelijker op grotere schaal kan worden toegepast.
11. Duurzame coöperaties Dit voorstel nemen wij mee in de bestaande aanpak van Programma Zon, gezamenlijk met bovenstaande maatregel. Met deze maatregel zou de gemeente deelnemers koppelen die daken beschikbaar willen maken voor groene daken, windmolens op het dak en/of zonnepanelen met deelnemers die willen investeren hierin. De opbrengsten hiervan zouden worden verdeeld over de deelnemers. De maatregel voorgesteld door het mini-burgerberaad lijkt veel op een initiatief dat in het verleden is opgezet door de gemeente (via de website nieuwamsterdamsklimaat.nl). Het ontbrak toen echter aan enthousiasme bij coöperaties en de inschatting is dat dit geen nieuw leven behoeft. De maatregel sluit goed aan op bestaande initiatieven om de Amsterdamse daken optimaal te
Gemeente Amsterdam
Pagina 10 van 25
benutten voor verduurzaming. De maatregel krijgt dan ook een positief advies, maar wordt geschaard onder de maatregel hierboven ‘Duurzame opwek met zonnepanelen (op dak)’ om onder de bestaande aanpak meegenomen te worden.
12. Maximaal oppervlakte daken (particuliere huiseigenaren) Dit voorstel zetten wij niet door in het kader van particuliere daken, maar nemen wij mee in onze aanpak voor bedrijfsdaken. De maatregel stelt een stimuleringsregeling voor particuliere huisgenoten voor, om zo de maximale dakoppervlakte van hun daken te benutten voor zonnepanelen. Hiermee zouden huiseigenaren dus gestimuleerd worden niet alleen maar hun eigen consumptie dekken. Dit zou gebeuren via een hoger bedrag voor saldering, een gemeentelijke subsidie op extra panelen en/of korting op WOZ. Volgens Berenschot zou het 7 kton CO2-uitstoot schelen als de daken van particulieren volledig worden benut, maar het is niet aannemelijk dat deze maatregel tot extra CO2-winst zou leiden ten opzichte van de huidige doelstellingen. Een dergelijke regeling zou in theorie goed aan kunnen sluiten op de ambitie om in 2030 de helft van het geschikte dakoppervlak benut te hebben. Amsterdammers worden momenteel al gefaciliteerd bij het aanleggen van zonnepanelen via inkooptrajecten en informatiesessies. De saldering van zonne-energie wordt landelijk door het Rijk inmiddels goed geregeld. Er is eigenlijk alleen nog geen subsidie beschikbaar voor het aanleggen van specifiek “extra” zonnepanelen. Inzet van WOZ wordt door de gemeente niet gezien als een geschikt middel om de aanleg van extra zonnepanelen te stimuleren.
Daarbij kost de maatregel de gemeente veel, terwijl deze gericht is op bewoners die zonnepanelen hebben en of kunnen aanschaffen (en draagt dus niet bij aan rechtvaardige transitie en/of het beperken van energiearmoede). De invloed van het rijk en de energiebedrijven op gebruik van particuliere daken, middels de salderingsregeling, is groter. Continuering van advisering richting- en collectieve inkoopacties voor bewoners zonder panelen wordt gezien als effectiever dan enkele panelen per dak extra leggen. Het advies is om de maatregel (zoals opgesteld door het miniburgerberaad) niet door te zetten voor particuliere daken, maar wel te kijken naar de mogelijkheden om bedrijfsdaken volledig te benutten en het idee in deze aanpak mee te nemen.
13. Versnellen zon op dak (motie 504_23) Deze motie sluit aan bij ons bestaande beleid vanuit het programma zon, waarbij eigenaren van grote daken worden benaderd en gestimuleerd i.h.k.v. zonne-energie. Met deze maatregelen worden eigenaren van grote daken (onder meer bedrijven) telefonisch en middels brieven benadert om te ze te stimuleren, ondersteunen en faciliteren bij de realisatie van zonne-energie. De maatregel sluit aan op ons bestaande doel om in 2030 de helft van het geschikte dakoppervlak benut te hebben voor de verduurzaming van de stad. Vanwege de bestaande ambities met betrekking tot het benutten van het dakoppervlak zou deze maatregel niet tot extra CO2-winst kunnen leiden. Daarnaast is het bovenstaande feitelijk al bestaand beleid:
Gemeente Amsterdam
Pagina 11 van 25
de grootste dakenbezitters worden al actief benadert door de gemeente. In de lente van 2023 zijn 586 bedrijven met een dak waar minimaal 250 zonnepanelen op zouden passen nog benaderd per brief of zij ondersteuning zouden willen op dit gebied. Bij gebrek aan reactie werd er na-gebeld. Ook bedrijven die al wel een SDE-beschikking hebben ontvangen, maar nog geen zonnepanelen hebben geplaatst, worden ge-contact. Ook is er op basis van de potentie in het havengebied samen met Port of Amsterdam een aanpak ontwikkeld voor het versnellen van zon in de haven. De motie wordt dan ook gezien als een voorzetting van bestaand beleid. De gemeente zal bedrijven blijven benaderen over zonne-energie en blijft op deze manier ook op de hoogte van voortgang en eventuele belemmeringen om zo de gemeentelijke aanpak aan te laten sluiten bij de praktijk. Daarbij wordt ook de gedachtegang uit de maatregel ‘maximaal dakoppervlakte benutten´ meegenomen, waarbij dakeigenaren meer zonnepanelen plaatsen dan voor eigen verbruik nodig. We verwachten positief effect van deze maatregel op andere duurzaamheidsdoelstellingen, omdat we middels direct contact met bedrijven ook over andere verduurzamingsmogelijkheden opgaven kunnen informeren.
Naast specifiek contact, advies en nabellen van grote dakeigenaren vanuit programma zon, kunnen bedrijven ook gebruik maken van het aanbod van het programma Verduurzaming Zakelijke Markt van waaruit adviseurs een integraal duurzaamheidsadvies geven aan het MKB waarin zonnepanelen worden meegenomen.
14. Onderzoek naar plannen datacenters Het datacenterbeleid is herijkt. Het toekomstige beleid, definitief vast te stellen eind dit jaar, gaat uit van het ‘nee, tenzij…’ beleid. Deze maatregel raadt aan om verdere bouw van datacenters binnen de gemeentegrenzen te voorkomen door toekomstige aanvragen hiervoor af te wijzen en dit vast te leggen in de vestigingsvoorwaarden van de stad. Dit komt voort uit het CE Delft voorstel om te onderzoeken of de bouw van verdere datacenters kon worden voorkomen, omdat deze een zeer hoog vermogen vergen. Met de geprognosticeerde groei van de sector (in 2020) telt het vermogen op tot 318 MW in 2030 (wat gelijkstaat aan 75 kton CO2-uitstoot). We zien het blokkeren van lopende plannen en projecten (die vaak jaren geleden gestart en vergund zijn) als niet wenselijk. Wel kan met nieuwe vestigingsvoorwaarden worden voorkomen dat het vermogen van datacenters doorgroeit naar 670 MW in 2030, wat momenteel in het vestigingsbesluit is als maximum is vastgesteld. Het datacenterbeleid is inmiddels herijkt. Begin 2024 is door het college van B&W van Amsterdam een voorbereidingsbesluit genomen. Amsterdam zal na vaststelling van het bestemmingsplan Datacenters een ‘nee, tenzij…’ beleid hanteren: nieuwe datacenters kunnen alleen nog in Amsterdam geplaatst worden als ze direct een Amsterdams belang dienen en aan nieuwe duurzaamheidseisen voldoen.
Het beleid is van toepassing op nieuwe vestigingen of uitbreidingen van meer dan 5 MW. Het college streeft ernaar om in Q4 2024 het paraplubestemmingsplan gereed te hebben.
Gemeente Amsterdam
Pagina 12 van 25
Haven en industrie 15. Faciliteren verduurzaming energie-intensieve industrie We blijven in gesprek met de energie-intensieve industrie vanuit het programma Verduurzaming Haven en Industrie en verkennen de mogelijkheden voor o.a. CCS/CCU en warmtetransitie. Met deze maatregel worden er fte’s vrijgemaakt binnen de gemeente om gesprekken te voeren met bedrijven over de opties en plannen om te verduurzamen. Via financiële prikkels (ETS-prijs en CO2-heffing) worden bedrijven gestimuleerd om hun CO2-emissies te verminderen. De gemeente kan een faciliterende rol spelen in dit proces. De maatregel ligt in lijn met de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal en het programma Verduurzaming Haven en Industrie. De maatregel wordt door CE Delft vooral gezien als een manier om de al geraamde emissiereductie te halen (en eventueel te overtreffen) en heeft daarom niet een direct CO2-effect. De gemeente is al via verschillende tafels in gesprek met grote uitstoters over verduurzaming, denk aan waterstof, elektrificeren en CO2-afvang en gebruik. Zoals benoemd onder maatregel ‘Andere CCS projecten’ en de ´Bedrijvencoalitie´ kunnen in deze gesprekken de onderwerpen Carbon capture and storage (CCS) en warmtetransitie worden meegenomen. We bevinden ons in de fase waarin bedrijven plannen kenbaar maken en verkennen hoe zij gezamenlijk kunnen optrekken; bijvoorbeeld door elkaars warmte te gebruiken.
De gemeente werkt nauw samen met het Havenbedrijf, de Provincie Noord Holland en de regionale partners. Een risico is dat bedrijven niet willen meewerken en/of de bal bij voor bij de gemeente neerleggen. Aandachtspunt zijn dat de gesprekken ‘veilig’ worden ingericht voor bedrijven en dat duidelijk is dat de gemeente niet de verantwoordelijkheid draagt voor verduurzaming van bedrijven. Het advies met betrekking tot deze maatregel is om hiermee verder te gaan, met specifieke aandacht voor waterstof, CCS en uitwisseling van warmte. De gemeente en Port of Amsterdam kunnen hierin samen optrekken om bedrijven te activeren en stimuleren om te verduurzamen. De plannen van bedrijven kunnen ook acties en lobby van de gemeente richten. De gemeente en het havenbedrijf spelen tevens een rol bij het creëren van de randvoorwaarden voor de energietransitie, zoals voldoende capaciteit op het net voor elektrificatie.
16. CCS voor totale uitstoot AEB (fossiel en biogeen) Deze maatregel zien we als niet realistisch op korte termijn. We zetten onze capaciteit gericht in om voor 2030 CCS toe te passen bij de fossiele CO2-uitstoot van het AEB. Deze maatregel behelst een verhoogde inzet op Carbon Capture and Storage (CCS) bij het AEB. Er is al een concreet plan voor het toepassen van CCS bij het AEB, waarbij CO2 afkomstig uit fossiele afvalfractie wordt afgevangen. De SDE++ subsidie vanuit het Rijk is in 2023 toegekend om zo 480 kton te gaan afvangen. Met deze additionele plannen zouden ook de overige (biogene) emissies worden afgevangen. De potentiële emissiereductie die hiermee bereikt kan worden bedraagt volgens het CE Delft 720 kton. Alhoewel deze potentiële reductie zeer hoog is, zijn de kosten dat ook nu er nog geen positieve business case te maken valt. Het wordt zeer uitdagend is om de
Gemeente Amsterdam
Pagina 13 van 25
huidige CCS-plannen bij AEB voor het afvangen en opslaan van 480 kton CO2 te realiseren. Het aanpassen van dit plan voor additionele CO2-afvang kan ervoor zorgen dat het uitdagender wordt om het huidige project binnen de gewenste planning (circa 4 jaar) te realiseren. Door nog een groot CCS-project te starten creëer je tevens een lock-in om afval te moeten blijven verbranden. Er moet daarom eerst een beter beeld zijn van de toekomstige afvalstroom alvorens een dergelijke beslissing te nemen. Het advies met betrekking tot deze maatregel is daarom ook om dit nu niet op te pakken omdat het nog niet realistisch is. Onze capaciteit zetten we nu gericht in om het huidige plan uit te voeren. Voor de toekomst pleiten we richting het Rijk voor een businesscase voor de afvang biogene CO2. Dit biedt ruimte in de toekomst voor een eventuele opschaling van CCS bij het AEB.
17. Andere CCS-projecten We nemen dit voorstel mee als onderdeel van de maatregel ‘Faciliteren verduurzaming energieintensieve industrie’ en de bestaande inspanningen uit de aanpak Haven en Industrie. In aanvulling op een concreet plan voor toepassing van Carbon capture and storage (CCS) bij het AEB, is het volgens CE Delft raadzaam om ook met andere bedrijven in gesprek te treden over de mogelijkheid om CO2 af te vangen. De potentie van dergelijke aanvullende CCS-projecten wordt geschat op 100 kton in 2030. Amsterdam voert al via verschillende tafels het gesprek met grote uitstoters over verduurzaming, in lijn met de afspraken uit de regionale Cluster Energiestrategie (opgesteld voor het hele Noordzeekanaalgebied). De komende jaren zullen in het teken staan van het maken van plannen door de grote uitstoters om de reductie te beperken. Het cluster NZKG, Amsterdam en Port of Amsterdam zullen het gesprek met en tussen bedrijven faciliteren. Met deze maatregel wordt er interne capaciteit vrijgemaakt bij de gemeente om bedrijven te begeleiden bij het maken van plannen om hun CO2-uitstoot te verminderen, waarbij CCS een alternatief vormt indien verlagen van uitstoot op andere manieren onhaalbaar blijkt. Een onderdeel van de uitwerking is tevens de verdeling van lusten en lasten en rechtvaardigheid.
18. Duurzame bedrijvencoalitie: Warmteplan met grootverbruikers (A) We nemen dit voorstel mee als onderdeel van de maatregel ‘Faciliteren verduurzaming energieintensieve industrie’ en de bestaande inspanningen uit de aanpak Haven en Industrie. Bij deze maatregel gaat het om het om tafel brengen van grootverbruikers van warmte (industriële bedrijven) met als opdracht om de warmtevoorziening zo snel mogelijk te verduurzamen, een voorstel vanuit het mini-burgerberaad dat volgens hen kon optellen tot 47 kton CO2-reductie. Het maken van afspraken hierover is benoemd in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal. De gemeente is al via verschillende tafels in gesprek met grote uitstoters over verduurzaming, inclusief de warmtetransitie. Amsterdam zet in het programma ‘Haven en industrie’ specifiek in op het ontwikkelen van een stoomnet in de haven om gasverbruik terug te dringen. Dit is ook meegenomen in de CES en de Roadmap Energietransitie Havenindustrie. Het advies is dan ook om dit niet als apart spoor op te zetten, maar als onderdeel van de maatregel ‘Faciliteren verduurzaming energie-intensieve industrie’ mee te nemen.
Gemeente Amsterdam
Pagina 14 van 25
19. Duurzame bedrijvencoalitie: De carportcoalitie (B) We nemen dit voorstel mee als onderdeel van het programma zon, samen met de motie versnellen zon op dak. De maatregel betreft het identificeren waar, naast op daken van gebouwen, ook op parkeer- en overslagterreinen carports of truckports kunnen worden geplaatst met zonnepanelen. Dit is iets wat benoemd staat in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal en Regionale Energie Strategie (RES) vanuit de Provincie Noord-Holland, maar waar nog geen aparte doelstellingen voor zijn gemaakt. Het mini-burgerberaad schat het totale reductiepotentieel van alle maatregelen onder de ‘Duurzame bedrijvencoalitie’ op 47 kton CO2-reductie, waarbij de uitrol van zonnepanelen niet tot significant hogere aantallen zal leiden dan de huidige doelstellingen met betrekking tot ‘zon op daken’. Bij bedrijven (terreinen) wordt het investeren in zonnepanelen in alle vormen meegenomen. De gemeente werkt momenteel plannen uit voor de overkapping van gemeentelijke parkeerterreinen. Dit is input voor gesprekken bedrijven, zoals onder de motie ‘versnellen zon op dak’ is besproken. Het advies over deze maatregel is dan ook om hiermee verder te gaan als onderdeel van het programma zon.
20. Duurzame bedrijvencoalitie: garantiefonds duurzame investeringen (C) Deze (sub)maatregel is niet meer van toegevoegde waarde door de komst van diverse andere landelijke en regionale fondsen. Met deze maatregel zou de gemeente garant staan voor bedrijven die zonder die garantie geen investeringen in verduurzaming zouden aantrekken. Hiermee zouden duurzame projecten vaker doorgang kunnen vinden. Het mini-burgerberaad stelde ook voor dat de gemeenteprojecten zou kunnen co-financieren (mits dit binnen EU-wetgeving mogelijk is), waarbij opbrengsten van besparingen uit de investeringen terugvloeien in het fonds. Amsterdam heeft al diverse financiële faciliteiten beschikbaar zoals een lage rente lening vanuit het duurzaamheidsfonds, het Amsterdams Klimaat en Energiefonds en het Klimaatfonds. Daarnaast is recent de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM) In West opgericht. Het opzetten van een garantiefonds lijkt daarom niet wenselijk gegeven de al bestaande fondsen. Daarbij gaat het regelmatig om dermate grote investeringen, dat het niet haalbaar is voor de gemeente om hiervoor garant te staan. Het advies met betrekking tot deze maatregel is dan ook negatief.
21. OZB-korting De uitvoerbaarheid is lastig en de gebouwde omgeving is al gereguleerd via de milieulabels. Met deze maatregel resulterend uit het mini-burgerberaad wordt een OZB-korting ingesteld voor bedrijven die gemiddeld minder uitstoten dan andere bedrijven binnen hun sector. Een OZBkorting zou energiebesparing bij bedrijven stimuleren. Deze maatregel heeft een soortgelijk effect als de maatregel Duurzame bedrijvencoalitie en stimuleert hetzelfde type maatregelen, maar
Gemeente Amsterdam
Pagina 15 van 25
specifiek gericht op kleinere bedrijven. Mocht dit sneller gebeuren dan onder de energiebesparingsverplichting, dan levert dit potentieel 47 kton extra CO2-reductie op. Echter wordt momenteel volgens de wet enkel differentiatie voor drie tariefgroepen voorgeschreven voor de OZB: (1) Eigenaren van woningen, (2) Eigenaren van niet-woningen, en (3) gebruikers van nietwoningen. Het is dus niet mogelijk om binnen de categorie niet-woningen lagere OZB-tarieven vast te stellen voor ondernemers met lage CO2-reductie. Verscheidene andere gemeenten hebben hier ook naar gekeken: de conclusie is dat de fiscale stimulering van verduurzaming via OZB qua wetgeving en uitvoering (grote) knelpunten (en daarmee kosten) met zich meebrengt, terwijl hier een zeer gering financieel voordeel tegenover staat. Stimulering van verduurzaming via subsidies of leningen (via bijv. het bestaande Duurzaamheidsfonds) heeft daarom de voorkeur.
Mobiliteit 22. Sterke inzet op minder automobiliteit Het voorstel uit het MBB sluit aan bij onze bestaande inzet op het verminderen van automobiliteit onder andere via de Agenda Amsterdam Autoluw en zal in die hoedanigheid verder gebracht worden. Met deze maatregel wordt ingezet op minder automobiliteit, onder andere door een stimulans van het openbaar vervoer (OV). De maatregel is opgenomen in het rapport van CE Delft, geïnspireerd vanuit het mini-burgerberaad. Er wordt een pakket aan maatregelen voorgesteld: (1) duurdere parkeervergunningen, (2) gratis OV bij opgave auto, (3) korting op WOZ-huishoudens zonder auto, (4) jaarkaarten in het OV met voordelen lagere inkomens, (5) prijzen OV reduceren, (6) parkeren buiten stad verplichten bezoekers en bewoners benzineauto’s en (7) deelfietsensysteem. Met een reductie van 15% in gereden autokilometers zou volgens Berenschot 19 kton CO2 worden voorkomen. CE Delft schat een inzet op minder automobiliteit op 10 kton. Het verminderen van automobiliteit is sinds de jaren ’90 al onderdeel van het ruimtelijk beleid van Amsterdam en met de Agenda Amsterdam Autoluw worden hier de afgelopen jaren verdere stappen in gezet.
Hierbij wordt een scala aan maatregelen ingezet: rond (7) deelmobiliteit, aantrekkelijke fiets- en loopvoorzieningen, specifieke logistieke maatregelen, taxi- en autotoegankelijkheid in drukke wijken en (1) parkeerbeleid horen hier allemaal bij. De bovengenoemde voorgestelde maatregelen op zichzelf zien we veelal als ineffectief (5) en/of werken inkomensongelijkheid in de hand (2, 3, 6). Een aantal ervan zullen worden overwogen binnen een groter pakket aan push- en pullfactoren. Vanuit het perspectief van vervoerarmoede is het van belang rekening te houden met de impact op woon-werkverkeer van praktisch opgeleiden woonachtig buiten en werkzaam in Amsterdam. Zo wordt er al gekeken naar (4) goedkoper OV voor specifieke doelgroepen en is het aanbieden van krediet voor deelmobiliteit/OV bij het wegdoen van een auto het onderzoeken waard (2). Het pakket aan maatregelen valt binnen de al ingezette lijn, vandaar de status als “voortzetting bestaand beleid”.
Gemeente Amsterdam
Pagina 16 van 25
23. Goede OV-verbinding Nieuw-West We werken verder op het verbeteren van de OV-verbinding in Nieuw-West vanuit onze bestaande inzet, maar zetten niet specifiek in op het voorstel van een metrolijn geopperd in het MBB Deze maatregel behelst een verbeterd openbaar vervoer (OV) verbinding voor Nieuw-West, wat een positief CO2-effect zou kunnen hebben. Een verbeterslag van het OV-netwerk in Nieuw-West (bijvoorbeeld via een nieuwe metroverbinding) zou namelijk autoverplaatsingen kunnen verminderen. Berenschot schat dat als bewoners van Nieuw-West zich gemiddeld zo vaak als andere Amsterdammers met het OV verplaatsen, 5 kton CO2-uitstoot verminderd kan worden ten opzichte van de huidige situatie. Het verbeteren van OV binnen Nieuw-West is onderdeel van bestaand beleid. Het staat opgenomen in de OV-concessie die de gemeente heeft gesloten met de Vervoerregio Amsterdam (VRA). Wat betreft specifieke verbeteringen van het OV in Nieuw-West is de gemeente zeer afhankelijk van de VRA (voor exploitatie en investeringen) en het Rijk (voor verstrekken middelen), zeker als het gaat om een nieuwe metrolijn. Zoiets vergt een zeer significante financiële injectie, die op korte termijn niet realistisch is.
In het kader van de hogere kosten in het OV vanwege de inflatie, daling in Rijksbijdragen voor infraprojecten, het personeelstekort binnen de sector en nog steeds niet volledig na Covid-19 herstelde reizigersaantallen zien we dit niet als realistisch. Daarbij is het de vraag of een nieuwe metrolijn voor Nieuw-West op dit moment de meest efficiënte besteding van middelen is als het gaat om het verbeteren van het OV-netwerk in dit deel van de stad. Wel wordt bij lopende trajecten (doortrekken Noord-Zuid-lijn en hoogwaardige OV-verbinding Haarlem-Amsterdam) gekeken hoe Nieuw-West optimaal op deze lijnen kan worden aangehaakt. Tevens wordt er ingezet op fijnmazig tram- en busvervoer in Nieuw-West, wat bijdraagt aan de OV-verbinding voor NieuwWest.
24. Het stimuleren van elektrisch rijden Het voorstel valt in het verlengde van de ambities en daaraan gekoppelde maatregelen uit het Actieplan Schone Lucht en de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit Amsterdam 2023-2026 en wordt in die hoedanigheid opgepakt. Deze maatregel omvat een pakket van voorstellen die een bijdragen leveren aan het versnellen van de ingroei van elektrische auto’s in het Amsterdamse wagenpark. Het pakket houdt in: (1) kortingen op parkeren voor elektrische auto’s, (2) goedkoper laden en subsidie op de aanschaf van een laadpaal, en (3) stimulans elektrische deelauto onder meer via ‘stadspas’. Deze voorstellen vanuit het mini-burgerberaad vallen in het verlengde van de ambities en daaraan gekoppelde maatregelen uit het Actieplan Schone Lucht en de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit Amsterdam 2023-2026. Voor een aantal vervoersmiddelen worden stapsgewijs uitstootvrije zones gerealiseerd (vanaf 2025 met stadslogistiek) en de gemeente zou dit ook voor personenauto’s en andere voertuigen willeninvoeren, met flankerende beleid dat dat mogelijk moeten maken.5 Het
5 De nieuwe Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel om gemeenten de mogelijkheid te geven om een nul-
emissiezone taxi in te voeren ‘controversieel verklaard’. Dit heeft mogelijk gevolgen voor onze planning om 1
Gemeente Amsterdam
Pagina 17 van 25
mini-burgerberaad stelde al dat de eigen opgestelde maatregelen geen extra CO2-winst oplevert, maar enkel bijdragen aan de ambitie om 11% van de totale CO2-uitstoot van Amsterdam te reduceren via het Actieplan Schone Lucht. CE Delft heeft geconcludeerd dat invoering van enkel een korting op de parkeertarieven onvoldoende financiële prikkels geeft om een uitstootvrij voertuig aan te schaffen. Omdat het daarnaast om maatregelen gaat die al bestaande ambities moet helpen halen, wordt de maatregelen het label “voortzetting van bestaand beleid” gegeven. Subsidie voor de aanschaf van een laadpaal en stimulans van deelauto’s via de ‘stadspas’ gaan we verder onderzoeken.
25. Pleiten voor 80 km/u op snelwegen Amsterdam (landelijke maatregel) Binnen onze bestaande gesprekken met Rijk en regio en ons bredere lobbytraject richting het Rijk, wordt dit voorstel meegenomen. Deze maatregel behelst het pleiten voor 80 km/u op snelwegen binnen het grondgebied van Amsterdam. Het gaat dan om de A10, delen van de A5 en de A9 en een klein stukje van de A4. Op de A10 West geldt al een maximumsnelheid van 80 km/u (vanwege geluidsoverlast en ter verbetering luchtkwaliteit). Dit heeft ook geleid tot een CO2-emissiereductie door middel van lager brandstofgebruik. CE Delft stelt dat als 80 km/u op de ringwegen wordt ingevoerd, dit op korte termijn kan leiden tot ongeveer 10 kton CO2-emissiereductie. Ook kan het mogelijk een positief effect op biodiversiteit hebben en draagt minder geluid en uitstoot bij aan een gezonder en aantrekkelijker leefklimaat. Dit is met de inschatting dat het gaat om maximaal een kwart van de totale snelweglengte in Amsterdam. Het doorvoeren hiervan vergt echter bereidheid bij het Rijk, omdat zij verantwoordelijk is voor de (Rijks)snelwegen. Amsterdam voert binnen het MIRTprogramma ‘Samen Bouwen Aan Bereikbaarheid’ met regio en Rijk gesprekken over toekomstig gebruik van de ringwegen rond de stad.
Binnen de gesprekken over hoe de ringwegen van Amsterdam draaiende te houden zal dit punt naar voren blijven worden geschoven (als onderdeel van een totaalpakket aan maatregelen). Tevens is 80 km/u op de ringwegen onderdeel van een breder lobbytraject dat loopt richting het Rijk.
Bredere klimaatopgaven6 26. Negatieve klimaatgevolgen rapporteren (motie 483_23) Op basis van o.a. de motie wordt een plan van aanpak voor het vermeden kosten onderzoek voorgelegd aan wethouder Pels en wethouder Van der Horst. Met deze maatregel wordt inzicht gegeven in de kostenbesparing van vroegtijdig handelen in het licht van klimaatverandering, wat een financieel instrument biedt voor publieke investeringen op de lange termijn. Kostenvermindering op de lange termijn door verstandig te investeren in januari 2025 de nul-emissiezonetaxi in te voeren en de ambitie voor een nul-emissiezone voor personenvervoer. Op dit moment zijn deze gevolgen nog niet duidelijk. 6 Dit zijn de maatregelen die niet onder (een specifieke) transitiepad passen vanuit de routekaart en/of een bredere milieu-impact hebben dan scope 1 en scope 2 emissies.
Gemeente Amsterdam
Pagina 18 van 25
klimaatmaatregelen is de focus. De maatregel is ontstaan door vragen van het college naar aanleiding van het IPCC-rapport uit 2023 en sluit aan op andere initiatieven om duurzamer te investeren, bijvoorbeeld onze interne CO2-beprijzing, Duurzaam tenzij en het BO investeringen. De kern houdt in dat elke klimaatmaatregel kan worden gezien als een vermeden kostenpost voor toekomstige generaties en daarmee een handelingsperspectief biedt voor toekomstige investeringen. Het concept plan van aanpak hiervoor staat op de agenda bij Wethouders Pels en Van der Horst en het advies is dan ook positief. Dit betekent het uitwerken van het plan van aanpak en vrijmaken van interne capaciteit zodat de kwaliteit en volledigheid van de data en integratie met financiële professionals van de gemeente geborgd kunnen worden. De relaties met het fysieke, economische, en sociale domein zijn stevig en worden ook als zodanig aangegeven in de aanpak. Het vermijden van schade en lange-termijn kosten in het fysieke en sociale domein (inclusief gezondheidsschade), het vermijden van desinvesteringen en gestrande activa in het licht van de energietransitie, en het vergroten van economische kansen door duurzame investeringen zijn aspecten van deze aanpak binnen concrete investeringsbeslissingen.
27. Duurzame inkoop: beter nu dan later! (motie 500_23) Met deze motie zetten we in op het contact met onze partners en een verhoging van de inzet op duurzaam inkopen. Het college onderschrijft het gevraagde in de motie voor een duurzamer aanbod van leveranciers waar we als gemeente bij inkopen. Uit het laatste onderzoek, over het jaar 2019, bleek dat we met een voetafdruk van 196 kiloton CO2 (eq.) nog een enorme verduurzamingsslag hebben te slaan. We hebben ons echter te houden aan wet- en regelgeving. Zo is het bij tussentijdse contractuele wijzigingen niet toegestaan de aard van huidige contracten te wijzigen (Aanbestedingswet 2012, artikelen 2.163 a-g). Ook is het praktisch niet uitvoerbaar met al onze contractpartners in gesprek te gaan om per direct verduurzamingsstappen te zetten binnen de bestaande contracten. Het college wil ondanks de juridische uitdagingen en beschikbare capaciteit en expertise graag onderzoeken welke verduurzamingsresultaten er wel geboekt kunnen worden binnen contracten waar naar verwachting de meeste duurzaamheidsimpact gerealiseerd kan worden. Zij gaat in 2024 aan de slag met: 1. Q1-2024: Het opstellen van een shortlist waar, rekening houdend met wet- en regelgeving, naar verwachting de meeste duurzaamheidsimpact gerealiseerd kan worden van contracten die ten minste nog twee jaar onder contract staan bij de gemeente; 2.
Q1-Q2-2024: Bij de contracten op de shortlist samen met een contracteigenaar, jurist, duurzaamheidexpert en de contractmanager inventariseren welke stappen er binnen wet- en regelgeving gezet kunnen worden om te komen tot een duurzamer aanbod en dat vervolgens af te stemmen met betreffende leverancier; 3. Q3-Q4-2024: Evalueren om te leren wat de mogelijke interventies zijn die het college kan doen in andere lopende contracten. Daarnaast richt het college zich met name op de verduurzaming van toekomstige/nieuwe contracten. Zo wordt het principe ‘duurzaam tenzij’ op dit moment geïntegreerd in het inkoopbeleid van de gemeente Amsterdam. En wordt ‘duurzaam tenzij’ opgenomen in een nieuwe versie van het handelingskader duurzaam opdrachtgeven en inkopen. ‘Duurzaam, tenzij’ houdt in
Gemeente Amsterdam
Pagina 19 van 25
dat alle aanbestedingen moeten voldoen aan het duurzaamheidsbeleid, tenzij hier bestuurlijk van wordt afgeweken. Over de resultaten wordt u als raad geïnformeerd via de verduurzamingsrapportage gemeentelijk organisatie Amsterdam over het jaar 2024. Deze rapportage ontvangt u in de loop van 2025. Hierbij beschouwt het college motie 500.23 als afgedaan.
28. Een bos voor iedereen We zetten onze bestaande lijn door met de bossenstrategie en de zoektocht naar een vijfde stadsbos. Met deze maatregel zorgt de gemeente voor 2025 voor het aanplanten van een nieuw en multifunctioneel stadsbos van 1.000 hectare, waarbij inwoners en bedrijven financieel en in eigendom kunnen participeren. Hierbij wordt het bos ook gebruikt voor productie van voedsel. Dit idee sluit op hoofdlijnen aan op bestaand beleid vastgelegd in de Groenvisie 2020-2050, Voedselstrategie en Omgevingsvisie 2050. Momenteel is er al opdracht gegeven voor het onderzoeken van potentiële locaties voor een vijfde stadsbos. De maatregel wordt daarom geschaard onder bestaand beleid: de gemeente gaat door met de ontwikkeling van een Bossenstrategie en zoektocht naar een locatie voor het bos. Met deze onderzoeken wordt inzichtelijk gemaakt waar en hoe we nieuwe bossen aan Amsterdam zouden kunnen toevoegen. Extra middelen zijn echter randvoorwaarden om de bossen binnen een redelijk termijn te realiseren. Ook is niet te verwachten dat dit vóór 2025 al aangeplant kan worden en gegeven ruimtegebrek is de ambitie van 1.000 hectare ook onzeker.
29. Airco van de stad De maatregel sluit aan bij bestaande inspanningen om te vergroenen en wordt in dit kader verder opgepakt, zonder de ambitie van 25% vergroening direct over te nemen. Met deze maatregel wordt de bebouwde omgeving tot 2030 met zo’n 25% vergroend (beplant), om zo het hitte-eiland effect tegen te gaan en biodiversiteit te stimuleren. Het zou energie besparen door onder andere verminderd airco gebruik, wat kan leiden tot 5 kton CO2-reductie volgens Berenschot. De plannen zouden worden uitgevoerd door zowel de gemeente, net als indirect door inwoners te faciliteren om een bijdrage te leveren. Het mini-burgerberaad stelde verder voor om de financiering te regelen via een ecotax. Een eerder schatting uit 2021 begrootte voor deze maatregel zo’n €200 miljoen. In hoofdlijnen sluiten de plannen aan op de Groenvisie 2020-2050, Strategie Klimaatadaptatie, Voedselstrategie en Omgevingsvisie 2050 en de inspanningen die in het kader van dit beleid zijn opgestart. Zo houden we het bomenbestand op peil door bomen te vervangen die vervangen moesten worden. Daarnaast zijn met subsidie daken en gevels vergroend. Ook worden via Groen in de buurt en met het Stedelijk groenpunt groene initiatieven ondersteund en zijn er plekken in de stad waar bewoners informatie kunnen krijgen. Daarnaast vergroent de gemeente waar mogelijk pleinen en parkeerplekken.
Ook worden drijvende tuinen en ecologische verbindingszones aangelegd. De gemeente constateert echter dat 25% extra bomen in 2030 simpelweg qua ruimte in de stad niet haalbaar is. Het advies over de maatregel is wel om door te gaan met het zoveel mogelijk vergroenen van de stad, maar niet te streven naar deze 25%.
Gemeente Amsterdam
Pagina 20 van 25
30. Lobby duurzaam reizen We nemen het voorstel van het MBB over om te lobbyen voor een nationale vliegtax, het verstrengen van de EU-ETS voor luchtvaart en kerosine accijnzen. Met deze maatregel vanuit het mini-burgerberaad neemt de gemeente een nog actievere houding aan bij haar lobbyactiviteiten met betrekking tot duurzamer reizen. De gemeente doet dit binnen haar rol als aandeelhouder van Schiphol en (eventueel tezamen met de G4) richting EU en het Rijk. Het welzijn in plaats van economische groei wordt hierbij als uitgangspunt genomen. Met deze lobby pleit de gemeente voor een belasting op kerosine en sturing op vluchtaantallen (of in ieder geval budgetvluchten): (1) een positief advies met betrekking tot het verhogen van de nationale vliegtax, al dan niet in EUverband of in samenwerking met omliggende landen. (2) een positief advies over het uitbreiden van het EU-ETS voor de luchtvaart. Dit sluit goed aan op de generieke doelstellingen van Amsterdam, waarin de vervuiler moet betalen. Dat is ook een generiek Europees principe. Daarnaast heeft aan aanpassing hier grote impact doordat deze voor de hele EU werkt en zo ook mondiaal impact heeft. En (3) een positief advies over de mogelijkheid voor nationale of Europese kerosine accijnzen. De herziening van het energy tax directive vindt op dit moment plaats en de nationale overheden zijn via de raad aan zet.