6. Besluit Hogere waarden Wgh Mercatorpark.pdf
Tekst van het document
Besluit Hogere waarden Wet geluidhinder Mercatorpark
2
Toelichting op het besluit
3
Inleiding Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de Wet geluidhinder ingetrokken, zoals bepaald in artikel 2.1 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet. In deze Aanvullingswet geluid Omgevingswet is in artikel 3.5 lid 1 onder b sub 1 het overgangsrecht geregeld. Het overgangsrecht bepaald dat het oude recht op de besluitvormingsprocedure van voorliggend hogere waarde besluit van toepassing blijft, totdat dit besluit onherroepelijk is. In het navolgende wordt kort ingegaan op de strekking van de Wet geluidhinder zoals deze gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De Wet geluidhinder (hierna: Wgh) biedt bescherming tegen geluidoverlast van wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai in een aantal specifieke situaties. In de wet is een limitatieve lijst van bestemmingen opgenomen die bescherming tegen geluidhinder behoeven. Dit zijn geluidgevoelige gebouwen zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven en geluidgevoelige terreinen zoals woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonschepen. Wanneer een woning of een andere geluidgevoelige bestemming wordt geprojecteerd in de zone langs een weg (met uitzondering van een 30 km-uur weg), langs een spoorweg en/of in de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein dan is de Wgh van toepassing.
Op basis van artikel 77 Wgh moet akoestisch onderzoek uitgevoerd worden. Op die manier valt aan te tonen dat wordt voldaan aan (in eerste instantie) de voorkeursgrenswaarde. In de Wgh is het beschermingsniveau voor geluidgevoelige bestemmingen vastgesteld. Deze zijn als volgt: Binnen de zone van een:
Voorkeursgrenswaarde
Maximaal toelaatbare waarde
Stedelijke weg
48
63
(Auto)snelweg
48
53
Spoorweg
55
68
De Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen die liggen binnen een woonerf en voor 30 km/u-wegen, omdat er geen zones gelden. Deze wegen veroorzaken meestal geen geluidbelastingen boven de voorkeurswaarde. Is dat wel het geval dan is een akoestische afweging bij het opstellen van een ruimtelijk plan nodig met een verwijzing naar een ‘goede ruimtelijke ordening’. Indien het niet mogelijk is te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde en geluid beperkende maatregelen niet of onvoldoende mogelijk zijn dan biedt de Wgh de mogelijkheid af te wijken van de voorkeursgrenswaarde tot een maximale waarde. Worden de maximale waarden overschreden dan kunnen geluidgevoelige bestemmingen zoals woningen alleen gerealiseerd worden indien ze zijn voorzien van een dove gevel. Een dove gevel is een gevel zonder te openen delen in de geluidgevoelige ruimten (onder meer woonkamer en slaapkamers). Bij de vaststelling van een hogere waarde, onder het oude recht, wordt rekening gehouden met de samenloop (cumulatie) van de geluidbelasting van verschillende bronnen, indien voor zowel industrielawaai als spoor- en wegverkeerlawaai de voorkeursgrenswaarde overschreden wordt.
4
Voorliggend besluit om hogere grenswaarden toe te staan wordt genomen door het college van burgemeester en wethouders. Bij vaststelling van het bestemmingsplan, eveneens onder het oude recht, moet de voorkeursgrenswaarde, of een vastgestelde hogere waarde, in acht worden genomen (zie artikel 76 Wgh).
Plangebied Mercatorpark Het plangebied Mercatorpark ligt aan de noordzijde van het Rembrandtpark in het overgangsgebied tussen de vooroorlogse en de naoorlogse stad. De grenzen worden gevormd door de Jan van Galenstraat in het noorden, in het oosten door de bebouwing aan de Orteliuskade, in het zuiden door de Jan Evertsenstraat en in het westen door de A10. In de huidige situatie zijn in Mercatorpark een kantoorgebouw, een voormalig L.T.S.-gebouw, een zwembad met binnen- en buitenbad, horeca van categorie II, een speeltuin, een gemeentewerf en een reumatologisch centrum van Reade aanwezig. Voor het gebied Mercatorpark is, nog onder het oude recht, een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Aanleiding is de gebiedsontwikkeling van Mercatorpark die de realisatie van circa 1.000 woningen, een integraal kindcentrum (alles-in-één basisschool), kleinschalige bedrijfsruimten, maatschappelijke voorzieningen, horeca en twee loopbruggen beoogt. Het bestemmingsplan bevat eveneens een wijzigingsbevoegdheid voor het mogelijk maken van woningen ter plaatse van de kavel van Reade. Voor het overige zal het bestemmingsplan de bestaande functies herbevestigen, met uitzondering van de functie stadsdeelwerf die uit het plangebied verdwijnt.
Akoestische situatie Mercatorpark Het plangebied ligt binnen de geluidzones van de volgende wegen: • • •
A10 Jan van Galenstraat Jan Evertsenstraat tramverkeer
Het plangebied is eveneens gelegen binnen de geluidzone van het spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Badhoevedorp. Er bevindt zich geen gezoneerd industrieterrein in of in de nabijheid van het plangebied. Naast de voornoemde geluidbronnen is het plangebied ook gelegen binnen de invloedsfeer van de Orteliuskade, Admiraal Helfrichstraat, Jan Evertsenstraat, Hoofdweg en Mercatorplein. Voor deze wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. Voor deze wegen kan geen hogere waarde worden vastgesteld. Aangezien het bestemmingsplan diverse bestemmingen mogelijk maakt waarbinnen woonfuncties en geluidgevoelige maatschappelijke functies worden toegestaan, is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek noodzakelijk.
5
Situering zes nieuwe bouwblokken (MO1 t/m 4, MW1 en MW3) binnen plangebied Mercatorpark. Bron: Stedenbouwkundig plan 2022
In opdracht van de gemeente Amsterdam is door TAUW een akoestisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de herontwikkeling van Mercatorpark. Het onderzoek heeft de volgende uitgangspunten: •
• •
•
De herontwikkeling van het Mercatorpark zal gefaseerd plaatsvinden. In de eerste fase zal de bebouwing in het oostelijke deel van het plangebied worden gerealiseerd. Dit betreft de bouwblokken met woningen MO1, MO2, MO3 en het integraal kindcentrum in MO4. In de tweede fase wordt de bebouwing in het westelijke deel van het plangebied gerealiseerd. Dit betreft de bouwblokken MW1 en MW3. De bouwblokken zijn afgebeeld in bovenstaande figuur. Daarin is ook het (vooralsnog) te handhaven gebouw van Reade weergegeven. In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ is de geluidbelasting vanwege het verkeer op de 30 km/uur wegen onderzocht. Binnen het plangebied zijn SportPlaza Mercator, de voormalige L.T.S. met café/restaurant De School, Reade en een kantoor van de gemeente Amsterdam gelegen. Het doel van het akoestisch onderzoek is om ook de geluidbelasting ten gevolge van deze geluidbronnen inzichtelijk te maken. In het Investeringsbesluit dat voor het plangebied op 20 april 2022 door de gemeenteraad is genomen is financieel rekening gehouden met een geluidsscherm van vijf meter hoog en circa 310 meter lang ter plaatse van het talud van de A10. Met Rijkswaterstaat heeft afstemming plaatsgevonden over de inpasbaarheid van het geluidsscherm en de veiligheidseisen. Het effect van het geluidsscherm is onderzocht.
Het bestemmingsplan staat de realisatie van een geluidsscherm niet in de weg.
6
Resultaten akoestisch onderzoek Ten behoeve van de ontwikkeling van geluidgevoelige bestemmingen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ten gevolge van het weg- en spoorwegverkeer. Het onderzoeksrapport (‘Herontwikkeling Mercatorpark Amsterdam. Akoestisch onderzoek omgevingsgeluid’. Tauw, kenmerk R001-1286955CDJ-V04 d.d. 11 januari 2023) is als bijlage aan het bestemmingsplan gevoegd. Een aanvullend onderzoek is uitgevoerd voor bouwveld MW3 vanwege de verruiming van het bouwveld aan de noordzijde. Het onderzoeksrapport (‘Herontwikkeling Mercatorpark Amsterdam, Akoestisch onderzoek omgevingsgeluid’. Tauw, kenmerk: R001-1296400LCL-V01, d.d. 23 april 2024) is als bijlage aan het bestemmingsplan gevoegd. Verkeergegevens De brongegevens met betrekking tot de A10 en het spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Badhoevedorp zijn afkomstig uit het landelijk geluidregister. De verkeersgegevens met betrekking tot de gemeentelijke wegen zijn beschikbaar gesteld door de gemeente Amsterdam op 18 mei 2021. De etmaalintensiteiten gelden voor het prognosejaar 2030. Met betrekking tot bouwveld MW3 is uitgegaan van de gegevens voor het prognosejaar 2040 overgenomen van de website Verkeersprognoses Amsterdam 4.5 van de gemeente Amsterdam.
Rekenmethode en -model Het akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege weg- en railverkeer is uitgevoerd conform Standaard Reken Methode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Van het plangebied en de directe omgeving is een rekenmodel opgesteld met behulp van het programma Geomilieu versie V2022.2. Voor bouwveld MW3 is dat Geomilieu V2023.3. Resultaten wegverkeerlawaai fase 1 oostelijke bebouwing Uit de resultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de A10 ten hoogste 58 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt. Hiermee wordt niet alleen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden, maar ook de maximaal te ontheffen waarde van 53 dB. Daar waar de maximaal te ontheffen waarde wordt overschreden, is het realiseren van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen niet zonder meer mogelijk. Er dient onderzocht te worden of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn dan wel dat de betreffende delen van gevels als zogenaamde dove gevel uitgevoerd moeten worden. Vanwege het verkeer op de Jan van Galenstraat bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 51 dB en vanwege het verkeer op de Jan Evertsenstraat ten hoogste 57 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden, de maximaal te ontheffen waarde van 63 dB niet.
Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, dient onderzocht te worden of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Resultaten wegverkeerlawaai fase 2 oostelijke + westelijke bebouwing Uit de resultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de A10 ten hoogste 69 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt. Hiermee wordt niet alleen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden, maar ook de maximaal te ontheffen waarde van 53 dB. Daar waar de maximaal te ontheffen waarde wordt overschreden, is het realiseren van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen niet zonder meer mogelijk. Er dient onderzocht te worden of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn dan wel dat de betreffende delen van gevels als zogenaamde dove gevel uitgevoerd moeten worden. Vanwege het verkeer op de Jan van Galenstraat bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 59 dB en 7
vanwege het verkeer op de Jan Evertsenstraat ten hoogste 57 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden, de maximaal te ontheffen waarde van 63 dB niet. Resultaten spoorwegverkeerlawaai fase 1 oostelijke bebouwing Uit de resultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op het spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Badhoevedorp ten hoogste 46 dB bedraagt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 55 dB nergens overschreden. Resultaten spoorwegverkeerlawaai fase 2 oostelijke + westelijke bebouwing Uit de resultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op het spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Badhoevedorp ten hoogste 54 dB bedraagt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 55 dB nergens overschreden. De geluidbelasting vanwege het verkeer op het spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Badhoevedorp vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. In onderstaande tabel is de geluidbelasting als gevolg van het wegverkeer met de hoogste waarden per bouwblok weergegeven. De waarden voor de bouwblokken MO1 t/m MO4 betreffen de 1e fase waarin MW1 en MW3 nog niet zijn gerealiseerd. De onderzochte (spoor)wegen waarbij geen sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op de gevels zijn in onderstaande tabel niet benoemd. Daarvoor wordt verwezen naar het akoestisch onderzoek.
Bron A10 Jan van Galenstraat Jan Evertsenstraat tramverkeer
MO1 58 51 47
MO2 58 45 56
MO3 50 45 57
MO4 48 48 50
MW1 69 55 48
MW3 59 59 48
Rood = overschrijding maximale grenswaarden Groen = overschrijding van de voorkeursgrenswaarden, maar niet de maximale grenswaarden
Bronmaatregelen Bronmaatregelen zijn maatregelen welke aan de bron getroffen worden. Hierbij valt te denken aan het verminderen van de hoeveelheid verkeer, het verlagen van de rijsnelheid, het vergroten van de afstand tussen bebouwing en de (spoor)weg of het toepassen van geluid reducerend asfalt. A10 Voor het wegdek van de A10 ter hoogte van het plangebied is al geluid reducerend asfalt (2ZOAB) toegepast. Het effect van het toepassen van een ander (meer) geluid reducerend asfalt zal te verwaarlozen zijn. De maximaal te ontheffen waarde zal nog steeds overschreden worden. Gelet op de functie van de weg (hoofdwegennet) en het gegeven dat de A10 niet bij de gemeente maar bij Rijkswaterstaat in beheer is, is het verminderen van de hoeveelheid verkeer en het verlagen van de rijsnelheid op de A10 niet nader onderzocht. Ook het vergroten van de afstand tussen de nieuw te realiseren bebouwing en de A10 is niet nader onderzocht. Binnen het plangebied is wellicht nog een kleine verschuiving mogelijk, maar dit zal er niet tot leiden dat de voorkeursgrenswaarde (en de maximaal te ontheffen waarde) niet worden overschreden. Jan van Galenstraat Door op de Jan van Galenstraat geluid reducerend asfalt aan te brengen, kan de geluidbelasting vanwege het verkeer op deze weg worden verminderd en een geluidreductie van circa 0,4 dB 8
behaald worden. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde echter nog steeds overschreden. Omdat geluid reducerend asfalt over een grotere lengte aangebracht moet worden, en het toepassen van stil asfalt op en nabij kruisingen niet wenselijk is door het wringen ten gevolge van het optrekken en afremmen van het (met name zware) verkeer, is het toepassen van geluid reducerend asfalt hier financieel ondoelmatig. Om de Jan van Galenstraat als 30 km/uur weg in te kunnen richten, zullen snelheidsbeperkende voorzieningen (drempels, wegversmallingen en dergelijke) toegepast moeten worden. Deze belemmeren de doorstroming van het verkeer, wat niet wenselijk is op de Jan van Galenstraat. Overdrachtsmaatregelen Overdrachtsmaatregelen zijn maatregelen die voorkomen dat het geluid de ontvanger bereikt. Onder andere geluidsschermen en grondwallen zijn overdrachtsmaatregelen. A10 Langs de A10 zijn al geluidsschermen aanwezig, welke ter hoogte van het plangebied echter zijn onderbroken. Om te kunnen beoordelen wat het effect is van het toepassen van een geluidsscherm ter hoogte van het plangebied op de geluidbelasting vanwege het verkeer op de A10 zijn aanvullende berekeningen uitgevoerd.
Daarbij is in eerste instantie uitgegaan van een geluidsscherm met een hoogte van 5,0 meter aan de oostzijde van de A10 van het viaduct van de A10 over de Jan van Galenstraat tot aan het viaduct van de Jan Evertsenstraat over de A10 (lengte circa 310 meter). Ook is uitgegaan van het in zuidelijke richting verlengen van het voornoemde geluidsscherm, tot aan het bestaande geluidsscherm (lengte circa 130 meter). Fase 1 oostelijke bebouwing Door een geluidsscherm met een hoogte van 5,0 meter toe te passen, wordt de maximaal te ontheffen waarde van 53 dB niet meer overschreden. Op de gevels van bouwblok MO1 en MO2 wordt nog wel de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. Het effect van het verlengen van het geluidsscherm is te verwaarlozen. Fase 2 oostelijke + westelijke bebouwing Door een geluidsscherm met een hoogte van 5,0 meter toe te passen, wordt de maximaal te ontheffen waarde alleen nog overschreden op de gevels van bouwblok MW1 en MW3. Gelet op de maximale bouwhoogte van de beide blokken zal het effect van een geluidsscherm sowieso beperkt zijn. Het verlengen van het geluidsscherm leidt niet tot een verdere verlaging van de geluidbelasting. In onderstaande tabel is het effect van het geluidsscherm op de geluidbelasting per bouwblok weergegeven. De waarden voor de bouwblokken MO1 t/m MO4 betreffen de 1e fase waarin MW1 en MW3 nog niet zijn gerealiseerd.
Bron A10 A10 + geluidsscherm 5,0 m
MO1 58 53
MO2 58 53
MO3 50 48
Rood = overschrijding maximale grenswaarden Groen = overschrijding van de voorkeursgrenswaarden, maar niet de maximale grenswaarden
9
MO4 48 45
MW1 69 69
MW3 59 59
Jan van Galen en Jan Evertsenstraat Het toepassen van geluidsschermen is in stedelijke situaties zoals deze niet gewenst vanuit landschappelijk oogpunt en vanwege de verkeers- en sociale veiligheid. In een stedelijke situatie is het toepassen van grondwallen om dezelfde reden niet mogelijk. Uit bovenstaande volgt dat maatregelen aan de bron en in de overdrachtssfeer niet financieel doelmatig, dan wel onvoldoende doeltreffend zijn. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam kan daarom overwegen om voor voorliggend bestemmingsplan hogere waarden vast te stellen. Er dient dan wel aan het gemeentelijk hogere waardenbeleid te worden voldaan. Gecumuleerde geluidbelasting Het gecumuleerd geluid op de gevel is het geluid van verschillende geluidsbronnen tezamen op die gevel. In het geval van voorliggend plangebied Mercatorpark worden alleen de geluidbelastingen vanwege weg- en railverkeer gecumuleerd. Immers, van een gezoneerd industrieterrein is geen sprake. In de Wet geluidhinder is opgenomen dat de gecumuleerde geluidbelasting niet mag leiden tot een onaanvaardbare geluidbelasting. Voor de gecumuleerde geluidniveaus zijn geen normen opgenomen in de Wgh. Volgens het Amsterdams geluidbeleid is er sprake van een aanvaardbare geluidbelasting wanneer de maximaal te ontheffen waarde met niet meer dan 3 dB wordt overschreden.
De maximale toelaatbare cumulatieve geluidbelasting conform Amsterdams geluidbeleid is 71 dB. Fase 1 oostelijke bebouwing Voor de oostelijke bebouwing is de maximale gecumuleerde geluidbelasting 62 dB en daarmee 9 dB lager dan de maximale toelaatbare cumulatieve geluidbelasting conform Amsterdams beleid. Gecumuleerde geluidbelasting
MO1 61
MO2 62
MO3 62
MO4 56
Fase 2 oostelijke en westelijke bebouwing Na realisatie van fase 2 is de maximale gecumuleerde geluidbelasting 71 dB en is daarmee gelijk aan de maximale toelaatbare cumulatieve geluidbelasting conform Amsterdams beleid. Gecumuleerde geluidbelasting
MO1 61
MO2 62
MO3 62
MO4 56
MW1 71
MW3 65
Voor de nieuw te realiseren woningen en het integraal kindcentrum waar sprake is van een gecumuleerde geluidbelasting vanwege weg- en railverkeer van meer dan 53 dB, moet ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning aangetoond worden dat voldaan kan worden aan de eisen zoals gesteld in het Bouwbesluit 2012 ten aanzien van de geluidwering van de gevel. In bijlage 10 van het akoestisch onderzoek is per bouwblok aangegeven aan welke gevels een hogere eis aan de geluidwering gesteld moet worden dan de op grond van het Bouwbesluit 2012 gestelde minimumeis van 20 dB. Stille zijde Het Amsterdams geluidbeleid schrijft voor dat woningen waarvoor hogere grenswaarden worden vastgesteld in principe beschikken over een stille zijde. Van dit principe kan slechts worden afgeweken op grond van zwaarwegende argumenten. Onder een stille zijde wordt hierbij verstaan
10
een gevel of geveldeel met een geluidbelasting van maximaal de voorkeursgrenswaarde (48 dB voor wegverkeerlawaai, 55 dB voor spoorweglawaai en 50 dB(A) voor industrielawaai). Omdat nog niet bekend is hoe de definitieve situering van de bouwblokken wordt en daarmee ook niet bekend is waar de (geluidgevoelige ruimten van de) woningen precies gerealiseerd zullen worden, kan op dit moment nog niet worden beoordeeld of alle binnen het plangebied te realiseren woningen een stille zijde hebben. Bij de uitwerking van het ontwerp moet rekening worden gehouden met de hoge geluidbelasting, bijvoorbeeld door het toepassen van afsluitbare loggia’s waarmee een stille zijde gerealiseerd kan worden. In het bestemmingsplan is de verplichting opgenomen dat woningen worden voorzien van een stille zijde. Hiermee wordt een woon- en leefklimaat bereikt dat volgens Amsterdams geluidbeleid aanvaardbaar is. Opgemerkt wordt dat ook de woningen waarvoor een dove gevel is voorgeschreven van een stille zijde worden voorzien. De verplichting van een dove gevel is eveneens in de regels van het bestemmingsplan geborgd.
Technisch Ambtelijk Vooroverleg Geluidhinder Amsterdam (TAVGA) Binnen de gemeente Amsterdam is afgesproken dat wanneer sprake is van een bestemmingsplan waar hogere waarden voor worden aangevraagd dit eerst wordt voorgelegd aan het Technisch Ambtelijk Vooroverleg Geluidhinder Amsterdam (TAVGA). Op 3 november 2022 heeft het TAVGA op het ontwerpbesluit hogere waarden en het akoestisch onderzoek geadviseerd. Het TAVGA is akkoord met het vaststellen van de hogere waarden op voorwaarde dat alle woningen worden voorzien van een stille zijde en de woningen ter plaatse van bouwveld MW1 en MW3 tweezijdig worden georiënteerd waarmee de akoestisch kwaliteit aanvaardbaar is. Deze voorwaarden zijn in de bouwregels van voorliggend bestemmingsplan geborgd. Activiteitenbesluit De binnen het plangebied reeds aanwezige inrichtingen vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Het betreft hier SportPlaza Mercator, de voormalige L.T.S. met café/ restaurant De School, Reade en het kantoor van de gemeente Amsterdam. Het akoestisch onderzoek heeft de geluidbelasting ten gevolge van deze geluidbronnen inzichtelijk gemaakt. In onderstaande tabel is de geluidbelasting als gevolg van de inrichtingen met de hoogste waarden per bouwblok weergegeven. Voor een overzicht van alle waarden wordt verwezen naar het akoestisch onderzoek.
Inrichting Integraal kindcentrum Nieuwe horeca MO1 SportPlaza Mercator Horeca in vml. L.T.S.
MO1 59 35 70 64
Geluidbelasting per bouwblok MO2 MO3 MO4 MW1 57 66 43 29 59 50 25 82 64 69 57 63 58 54 72
MW3 46 29 69 70
Bij de uitwerking van het ontwerp van de nieuw te realiseren woningen en het integraal kindcentrum moet rekening worden gehouden met de berekende geluidniveaus veroorzaakt door de aanwezige bedrijvigheid in het plangebied. Conclusie Bij de beoordeling van de geluidwering van de gevel aan de eisen zoals gesteld in het Bouwbesluit dienen de mogelijk noodzakelijke te treffen geluidwerende maatregelen niet alleen gebaseerd te worden op de gecumuleerde geluidbelasting vanwege weg- en railverkeer, maar ook op de 11
berekende gemiddelde geluidniveaus en piekgeluiden veroorzaakt door de activiteiten van de binnen het plangebied gelegen inrichtingen. De geluidwering van de gevel dient hierbij ten minste gelijk te zijn aan het gemiddelde geluidniveau dat optreedt op de gevel van een woning of het integraal kindcentrum minus een binnen niveau van 35 dB(A) etmaalwaarde dan wel het piekgeluidniveau dat optreedt op een woning of het integraal kindcentrum minus een binnen niveau van 55 dB(A) etmaalwaarde. Door toepassing van voldoende geluidwering van de gevels en het treffen van maatregelen zal er sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woningen en de buitenruimten. Gezien het bovenstaande is er vanuit akoestisch oogpunt sprake van acceptabele geluidniveaus voor een binnenstedelijke situatie en van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Rechtsbescherming Ingevolge artikel 110a van de Wet geluidhinder zijn burgemeester en wethouders bevoegd om hogere waarden vast te stellen. Op hogere waardenbesluiten die worden genomen in het kader van bestemmingsplannen is de procedure van Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerpbesluit hogere waarden is gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ‘Mercatorpark’, bekendgemaakt en ter inzage gelegd.
Gedurende de termijn van terinzagelegging kan een belanghebbende schriftelijk of mondeling zijn of haar zienswijze omtrent het ontwerpbesluit hogere waarden voor geluid kenbaar maken aan burgemeester en wethouders. Gedurende de termijn van terinzagelegging van 30 november 2023 tot en met 17 januari 2024 zijn geen zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbesluit hogere waarden. Na de terinzagelegging is een aanvullende akoestisch onderzoek (d.d. 23 april 2024) voor bouwveld MW3 uitgevoerd waarin opnieuw de hogere waarden zijn berekend. Deze zijn lager dan in het ontwerpbesluit zijn opgenomen wat aanleiding geeft om het besluit gewijzigd vast te stellen.
12
Besluit Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, stellen als volgt vast: Gelet op: • het bepaalde in de Wet geluidhinder (Wgh), artikel 110a, lid 1 en de Algemene wet bestuursrecht (Awb), afdeling 3.4; • het door het college van B&W van Amsterdam op 5 maart 2019 vastgestelde ‘Amsterdams Geluidbeleid 2016, Hogere waarde Wet geluidhinder’; • het ‘Ontwerpbestemmingsplan Mercatorpark’ d.d. 9 oktober 2023; • het rapport ‘Herontwikkeling Mercatorpark Amsterdam. Akoestisch onderzoek omgevingsgeluid’. Tauw, kenmerk: R001-1286955CDJ-V04 d.d. 11 januari 2023; • het rapport ‘Herontwikkeling Mercatorpark Amsterdam, Akoestisch onderzoek omgevingsgeluid’. Tauw, kenmerk: R001-1296400LCL-V01, d.d. 23 april 2024; • de toelichting bij dit besluit. 1. De volgende hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting als gevolg van het wegverkeer. Bouwveld MO1
Gevelzijde noord
zuid
west MO2
noord oost zuid
MO3
west noord oost zuid
west
Verdieping 2e 3e 4e t/m 6e 2e 3e en 4e 5e en 6e 2e 3e t/m 6e 2e 3e t/m 6e BG 1e t/m 6e BG 1e t/m 6e BG t/m 6e 4e t/m 6e BG 1e t/m 6e BG 1e t/m 3e 4e 5e en 6e BG 1e 2e t/m 6e
Geluidsbron A10
Jan Evertsenstraat
A10 Jan Evertsenstraat
13
dB 49 52 53 49 52 53 51 53 49 53 51 53 54 56 53 50 51 53 54 56 57 56 51 52 53
MO4
zuid
MW1
noord oost
MW3
zuid west noord
oost
zuid
west
1e 2e en 3e 1e t/m 22e 2e 3e 8e en 9e 11e 12e 13e t/m 18e 19e t/m 22e 2e t/m 22e BG t/m 22e BG 1e t/m 12e 13e t/m 20e 21e en 22e BG 1e 2e t/m 4e 5e t/m 12e 13e t/m 19e 20e t/m 22e BG 1e 2e 3e t/m 22e BG 1e t/m 4e 5e t/m 15e 16e t/m 22e
A10
Jan van Galenstraat
A10
Jan van Galenstraat
A10
Jan van Galenstraat
49 50 53 51 52 49 49 50 51 49 53 53 57 59 58 57 53 54 55 54 53 52 49 51 52 53 55 57 58 57
2. Indien de geluidbelasting op een gevel hoger is dan 53 dB (zonder correctie Wgh, zie art. 110g en Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, art. 3.4), hieraan de volgende voorwaarden te verbinden: a. Het binnen niveau is maximaal 33 dB, én b. Voor elk afzonderlijke woonruimte wordt gestreefd naar de aanwezigheid van ten minste één geluidluwe gevel, én c. Waar een geluidluwe gevel aanwezig is, geldt als concrete eis dat ten minste één verblijfsruimte aan deze gevel is gesitueerd, én d. Er wordt naar gestreefd dat minimaal één slaapkamer aan een geluidluwe gevel ligt, én e. Buitenruimten kunnen alleen aan een geluidsluwe zijde worden gerealiseerd. Als dit niet mogelijk is, dient een buitenruimte zodanig te worden afgeschermd dat een geluidsluwe buitenruimte ontstaat, én f. De akoestische gevelwering is afgestemd op de cumulatieve geluidbelastingen d.w.z. de cumulatie van de geluidbelasting als gevolg van het wegverkeer én het geluid dat wordt
14
geproduceerd door de relevante omliggende inrichtingen zoals benoemd in het akoestisch onderzoek. De vastgestelde hogere waarden voor de toelaatbare geluidbelasting volgens de Wgh worden, na vaststelling, geregistreerd bij het Kadaster. Aldus besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 4 juni 2024
15