CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Amstelkwartier derde fase West_Bijlagen bij de regels.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 15 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Amstelkwartier derde fase West (ZD2021-014767)14.723 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Parkeren

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4.5 en parkeervoorzieningen ook halfverdiept en in de eerste bouwlaag toestaan onder voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige opzet van het plan;

Gemeente Amsterdam

blz. 30

Artikel 6 6.1

Gemengd - 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het benutten van woonruimte, niet zijnde standplaatsen, ten behoeve van bewoning, al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis; b. bedrijf; c. broedplaats; d. consumentverzorgende en zakelijke dienstverlening; e. culturele voorzieningen; f. detailhandel; g. horeca; h. kantoor; i. maatschappelijke dienstverlening; j. autoparkeren met bijbehorende toegangen en in- en uitritten; k. fiets- en scooterparkeren met bijbehorende toegangen en in- en uitritten; l. nutsvoorzieningen; m. paden. met bijbehorende: n. individuele en gemeenschappelijke inpandige bergingen; o. tuinen. 6.2

Bouwregels

Op en onder de in 6.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming met in achtneming van de volgende regels. 6.2.1

Gebouwen

a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is aangegeven; c. voor gebouwen geldt een minimale plinthoogte van 3,5 meter voor woonruimte en een minimale plinthoogte van 4,0 meter voor overige functies; d. woonruimte waarvoor een hogere waarde is vastgesteld mag uitsluitend worden gerealiseerd indien er een geluidluwe zijde is; e. als eenmaal een gebouw op een bouwperceel is gerealiseerd, mag in afwijking van het bepaalde in lid 6.2.1 onder a en b de goot- en bouwhoogte van een gebouw op dat bouwperceel niet worden vergroot en mag het oppervlakte van het gebouw op dat perceel niet worden vergroot. 6.2.2

Bouwwerken geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 2 m.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 31

6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Bouwhoogte

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.2.1 onder b sub 1 voor het vergroten van de maximum bouwhoogte tot een maximum bouwhoogte van 40 meter, met dien verstande dat: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige opzet van het plan. 6.3.2

Geluidluwe zijde

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning bij gefaseerde realisatie van een gesloten bouwblok afwijken van het bepaalde in lid 6.2.1 onder d voor het tijdelijk toestaan van het ontbreken van een geluidluwe zijde in de fase dat het bouwblok nog niet gesloten is, onder de voorwaarde dat: a. de maximale termijn voor het tijdelijk toestaan van het ontbreken van een geluidsluwe zijde 18 maanden is; b. de aanvrager van een omgevingsvergunning een akoestisch rapport overlegt over het aanwezig zijn van een geluidluwe zijde in de fase na voltooiing van het gehele bouwblok; c. objectief vaststaat dat de afschermende bebouwing opgericht wordt. . 6.4

Specifieke gebruiksregels

6.4.1

Woonruimte

a. Voor het benutten van woonruimte als bedoeld in lid 6.1 onder a geldt dat: 1. het benutten van een woonruimte in de vorm van onzelfstandige woonruimte niet is toegestaan; 2. het benutten van een woonruimte ten behoeve van bed & breakfast niet is toegestaan; 3. het benutten van woonruimte dat specifiek bedoeld is voor minder zelfredzame personen niet is toegestaan; 4. bewoning is toegestaan in de tweede bouwlaag en hoger; 5. de eerste bouwlaag niet mag worden gebruikt voor bewoning, maar wel voor maximaal 30% voor nevenruimten ten dienste van de bewoning op de hoger gelegen bouwlagen, zoals toegangruimten en bergruimten; b. Praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis: 1. Per woonruimte mag maximaal 30% van de bruto vloeroppervlakte worden gebruikt met een maximum van 50 m2; 2. De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 6.4.2

Bedrijf

Voor bedrijf als bedoeld in lid 6.1 onder b geldt dat: a. uitsluitend bedrijven zijn toegestaan die zijn opgenomen in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging, met dien verstande dat: 1. in geval van een bedrijf aanpandig aan woonruimte, uitsluitend activiteiten zijn toegestaan die in de bij deze regels behorende bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging, vallen onder categorie A; 2. in geval van een bedrijf die bouwkundig afgescheiden is van woonruimte, activiteiten zijn toegestaan die in de bij deze regels behorende bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging, vallen onder categorie A en B.

Gemeente Amsterdam

blz. 32

6.4.3

Detailhandel

Voor detailhandel als bedoeld in lid 6.1 onder f geldt dat: a. detailhandel uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; b. detailhandel uitsluitend is toegestaan in de eerste bouwlaag; a. supermarkt niet is toegestaan. 6.4.4

Horeca

Voor horeca als bedoeld in lid 6.1 onder f geldt dat: a. horeca uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'horeca'; b. uitsluitend horeca 1, horeca 3 en horeca 4 is toegestaan. 6.4.5

Maatschappelijke dienstverlening

Voor maatschappelijke dienstverlening als bedoeld in lid 6.1 onder g geldt dat: a. maatschappelijke dienstverlening dat specifiek bedoeld is voor minder zelfredzame personen niet is toegestaan. b. buitenspeelvoorzieningen ten behoeve van scholen en kinderdagverblijven niet is toegestaan. 6.4.6

Parkeren

Voor auto-, fiets- en scooterparkeren van de in lid 6.1 onder a tot en met i genoemde functies geldt dat: a. het bepaalde in artikel 13.1 in acht moet worden genomen; b. autoparkeren op en onder de in lid 6.1 bedoelde gronden uitsluitend is toegestaan in geheel verdiepte autoparkeervoorzieningen; c. fiets- en scooterparkeren op en onder de in lid 6.1 bedoelde gronden uitsluitend is toegestaan in inpandige fietsenstallingen en bergingen in de eerste bouwlaag en halfverdiept en geheel verdiept. 6.4.7

Bergingen

Voor individuele en gemeenschappelijke inpandige bergingen als bedoel in lid 6.1 onder n geldt dat: a. individuele bergingen zijn toegestaan in alle bouwlagen; b. gemeenschappelijke bergingen zijn toegestaan in de eerste bouwlaag en halfverdiept en geheel verdiept. 6.4.8

Omvang

Voor het bruto vloeroppervlak van de in lid 6.1 onder a tot en met i genoemde functies geldt dat het bepaalde in artikel 14.1.1 in acht moet worden genomen. 6.4.9

Voorwaardelijke verplichting - geluidsonderzoek

Bij aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 7' moet middels geluidsonderzoek worden aangetoond dat: a. ter plaatse van geluidsgevoelige bestemmingen voldaan wordt aan de wettelijk maximaal toelaatbare binnenwaarden; b. de geluidsluwe zijde van woningen waarvoor een hogere waarde is vastgesteld niet hoger worden belast dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 33 dB.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 33

6.4.10 Dove gevels Voor woonruimten en andere geluidgevoelige gebouwen geldt dat het bepaalde in artikel 13.4 in acht moet worden genomen. 6.5

Afwijken van de gebruiksregels

6.5.1

Onzelfstandig woonruimte

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4.1 onder a sub 1 ten einde een woonruimte om te zetten naar een of meer onzelfstandige woonruimten. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of - verordening is verleend. 6.5.2

Bed & breakfast

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4.1 onder a sub 2 ten einde een woonruimte te gebruiken voor bed & breakfast. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of - verordening is verleend. De geldigheidsduur wordt gelijkgesteld aan die van de vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening. 6.5.3

Bedrijf

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bepaling 6.4.2 voor het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van: a. een bedrijf dat in de Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging onder categorie B valt maar in vergelijking met bedrijven die wel vallen onder categorie A een gelijke of mindere milieuhinder veroorzaakt; b. een bedrijf dat niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging voorkomt en in vergelijking met bedrijven die wel vallen onder de categorie A en B een gelijke of mindere milieuhinder veroorzaakt. 6.5.4

Gebruik bouwlaag

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4 ten einde gebruik dat uitsluitend op een bepaalde bouwlaag is toegestaan ook op een andere bouwlaag toe te staan, onder de voorwaarde dat: a. het bepaalde in lid 14.1.1 in acht wordt genomen; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige opzet van het plan. 6.5.5

Gebruik locatie

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4 ten einde gebruik dat uitsluitend ter plaatse van een specifiek aangeduide locatie is toegestaan ook op een andere niet specifiek aangeduide locatie toe te staan, onder de voorwaarde dat: a. het bepaalde in lid 14.1.1 in acht wordt genomen; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige opzet van het plan.

Gemeente Amsterdam

blz. 34

6.5.6

Parkeren

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4.6 en parkeervoorzieningen ook halfverdiept en in de eerste bouwlaag toestaan onder voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige opzet van het plan;

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 35

Artikel 7 7.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

wegen, straten en pleinen; fiets- en voetpaden; schoolplein; (buiten)speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen; in- en uitritten; nutsvoorzieningen; groen; water; horecaterras op gronden grenzend aan de gronden waar ingevolge de andere bestemmingen horeca is toegestaan; k. laad- en losvoorzieningen; l. kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw, waar onder landhoofden van brug. m. balkons, luifels en vergelijkbare uitstekende gebouwdelen van gebouwen op aangrenzende bestemmingen; n. bestaand trafostation voor bestaande stallingsjachthaven voor elektrisch aangedreven vaartuigen. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Op en onder de in 7.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 7.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. het bepaald onder a geldt niet voor een bestaand tijdelijk gebouw ten dienste van het gebruik zoals bepaald in lid 7.1 onder n. 7.2.3

Peil aangrenzende bestemming

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' geldt het bepaalde in lid 3.2.1 sub b onder 1. 7.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op horecaterras zijn terrasafscheidingen, horecaterrasoverkappingen en vergelijkbare bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van horecaterras niet toegestaan; b. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 m1; c. de bouwhoogte van straatmeubilair bedraagt maximaal 6 m1; d. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 5 m1; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 m1.

Gemeente Amsterdam

blz. 36

7.3

Specifieke gebruiksregels

7.3.1

Tijdelijk gebruik en gebouw

Het gebruik van de gronden als bedoeld in lid 7.1 onder n en de aanwezigheid van het gebouw als bedoeld in 7.2.2 onder b geldt voor ten hoogste vijf jaar, gerekend vanaf de inwerkingtreding van de tijdelijke omgevingsvergunning met kenmerk 2770832/HZ_WABO-2017-000892. 7.4

Afwijking van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.3.1 voor de termijn van het gebruik en aanwezigheid van het gebouw, indien er geen ruimte beschikbaar is voor een trafostation in een gebouw op de voor Gemengd - 2 en Gemengd - 3 bestemde gronden.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 37

Artikel 8 8.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterwegen, vaarwater, waterafvoer, waterberging, waterhuishouding en waterstaatsdoeleinden; c. een stallingsjachthaven voor elektrisch aangedreven vaartuigen met bijbehorende drijvende aanlegsteigers, sektiekasten en aansluitpunten voor het elektrisch opladen van de boten en drinkwatertappunten, met dien verstande dat: 1. uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven'; 2. voor wat betreft het stallen en gebruik van de stallingsjachthaven geldt dat uitsluitend het stallen van elektrisch aangedreven passagiersvaartuigen en bedrijfsvaartuigen voor de opslag van voorraad/goederen is toegestaan, alsmede het stallen en verhuur van voor verhuur bedoelde elektrisch aangedreven pleziervaartuigen en het gebruik ten behoeve van elektrisch aangedreven pleziervaartuigen; 3. het aantal ligplaatsen maximaal 65 bedraagt; d. toegangsloopbrug voor toegang tot drijvende aanlegsteigers van een stallingsjachthaven; e. brug voor langzaam verkeer, ter plaatse van de aanduiding 'brug'; f. kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw; g. nutsvoorzieningen; met bijbehorende h. voorzieningen ten behoeve van de waterwegen, waterafvoer, waterberging, waterhuishouding en waterstaatsdoeleinden. 8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemeen

Op en onder de in 8.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 8.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' zijn uitsluitend de volgende bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan: 1. drijvende aanlegsteigers met bevestigingspalen; 2. toegangsloopbrug; b. de bouwhoogte van een toegangsloopbrug ten dienste van een jachthaven bedraagt maximaal 6 m; c. de bouwhoogte van een brug ter plaatse van de aanduiding 'brug' bedraagt maximaal 10 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 m.

Gemeente Amsterdam

blz. 38

Artikel 9 9.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van de al dan niet ondergronds gelegen: a. aardgastransportleiding met belemmeringenstrook; met de daarbij behorende b. bouwwerken geen gebouwen zijnde; Indien deze bestemming samenvalt met andere bestemmingen niet zijnde de bestemming 'Waterstaat Waterkering', dan zijn deze andere bestemmingen ondergeschikt aan de bestemming 'Leiding - Gas'. 9.2

Bouwregels

Binnen de belemmeringenstrook van de leiding mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de leiding. 9.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2 voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor zover deze zijn toegestaan op grond van de andere onderliggende bestemming(en) waarmee de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' samenvalt, mits: a. de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de leiding. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1

Verbod

Het is verboden op of in de gronden, met de bestemming 'Leiding - Gas' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe onder meer wordt gerekend het ophogen, egaliseren, roeren en omwoelen van gronden; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; c. het aanleggen en verbreden van wateren; d. het verlagen van het waterpeil; e. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen; f. het aanbrengen van drainage; g. het aanbrengen van hoogopgaande of diepwortelende beplanting; h. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; i. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal onderhoud; j. het aanbrengen van gesloten verhardingen; k. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; l. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 39

9.4.2

Uitzondering

Het verbod als bedoeld in 9.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.

betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor het Dagelijks Bestuur bij een omgevingsvergunning heeft afgeweken, zoals bedoeld in 9.3.

Gemeente Amsterdam

blz. 40

Artikel 10 10.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en behoud van archeologische waarden. a. De bestemming Waarde-archeologie is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, tenzij anders bepaald in lid 10.3; b. Daar waar dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden in de eerste plaats de bepalingen van artikel 11. 10.2

Bouwregels

10.2.1 Voorwaarde Voor zover met betrekking tot de in lid 10.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring geldt dat de aanvrager van een bouwvergunning als bedoeld in de Woningwet een archeologisch rapport moet overleggen. 10.2.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 10.2.1 is niet van toepassing indien: a. de bodemverstoring betrekking heeft op een gebied met een kleiner oppervlak dan 500 m2; b. de bodemverstoring het normale onderhoud betreft; c. de bodemverstoring reeds in uitvoering is op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 10.2.3 Voorschriften Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.2.1 kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Op en onder de in lid 10.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 50 centimeter, waartoe onder meer wordt gerekend het ophogen, egaliseren, roeren en omwoelen van gronden; b. het aanbrengen van drainage; c. het aanleggen of verbreden van wateren; d. het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen; f. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 41

10.3.1 Uitzondering Het bepaalde in lid 10.3 is niet van toepassing op de volgende werken en werkzaamheden indien: a. de bodemverstoring betrekking heeft op een gebied met een kleiner oppervlak dan 500 m2; b. het normale onderhoud betreft; c. het werken en werkzaamheden betreft die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 10.3.2 Weigeringsgronden De in lid 10.3 genoemde vergunning wordt geweigerd, indien door de werken of werkzaamheden het belang van de archeologie onevenredig wordt geschaad. 10.3.3 Voorwaarde De in lid 10.3 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de aanvrager van een vergunning een archeologisch rapport overlegt. 10.3.4 Voorschriften Aan de in lid 10.3 genoemde vergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Gemeente Amsterdam

blz. 42

Artikel 11 11.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterstaatkundige voorzieningen, waaronder inbegrepen waterkeringen. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, niet zijnde de bestemming Leiding - Gas.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 43

Hoofdstuk 3 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Gemeente Amsterdam

blz. 44

Artikel 13 13.1

Algemene bouwregels

Parkeren

13.1.1 Algemeen Voor parkeren gelden de volgende regels: a. een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van gebouw wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat wordt of zal worden voldaan aan het gemeentelijke parkeerbeleid, zowel voor wat betreft parkeren van auto als voor het parkeren van (brom)fietsen, scooters en dergelijke; b. of sprake is van voldoende (fiets)parkeergelegenheid, zoals genoemd onder a wordt bepaald op basis van de (fiets)parkeernormen, (fiets)parkeereisen en berekeningsmethode, zoals opgenomen in: 1. voor motorvoertuigen: de Nota Parkeernormen Auto, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juni 2017 en gewijzigd op 29 november 2017, met dien verstande dat indien voornoemde nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, is die wijziging van toepassing; 2. voor fietsen en scooters: de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 14 maart 2018, met dien verstande dat indien voornoemde nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, is die wijziging van toepassing; c. bij omgevingsvergunningverlening past het bevoegd gezag de Nota parkeernormen en de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter toe zoals deze geldt op het moment van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning.

13.1.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaald in artikel 13.1.1 en toestaan dat voor zover het een minimale parkeernorm betreft in minder parkeergelegenheid wordt voorzien, mits: a. het voldoen aan de bepalingen onder artikel 13.1.1 door bijzondere omstandigheden op zwaarwegende bezwaren stuit of; b. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat in de omgeving. 13.2

Toegelaten overschrijding

Op en onder in het bestemmingsplan begrepen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, waarbij het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmingsgrenzen of bouwvlakken te overschrijden danwel de maximale hoogte te overschrijden ten behoeve van: a. stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen, technische installaties en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 meter, tenzij in de regels anders is bepaald; b. balkons, met dien verstande dat: 1. voor zover gelegen aan de voorzijde / straatzijde van een gebouw balkons zijn toegestaan met een maximale overschrijding van 1,5 meter van de bestemmingsgrens, indien de balkons tenminste 5,0 meter boven peil worden gerealiseerd; c. gevelaccenten en kroonlijsten, overstekende daken, erkers en dergelijke delen van gebouwen, zijn toegestaan vanaf de tweede bouwlaag mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1/10 van de breedte van de aangrenzende straat met een maximum van 1 meter, tenzij in de regels anders is bepaald; d. hijsinrichtingen; e. trappenhuizen, liftinstallaties, zonnepanelen en andere duurzaamheidsmaatregelen, technische bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 45

f.

installaties en vergelijkbare ondergeschikte bouwwerken, mits de overschrijding van de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter en deze, met uitzondering van zonnepanelen, worden gebouwd op tenminste 3 meter afstand van de gevellijn. Zonnepanelen zijn op het gehele dakvlak toegestaan. dakterrassen met hekwerken mits de overschrijding van de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,50 meter en deze worden gebouwd op tenminste 2 meter afstand van de gevellijn.

13.3

Kelders

Voor het bouwen van kelders gelden de volgende regels: a. Kelders zijn uitsluitend toegestaan indien deze grondwaterneutraal worden gebouwd. Voor het bepalen of een kelder grondwaterneutraal gebouwd wordt gelden de volgende regels; 1. voor kelders met een totale brutovloeroppervlakte van maximaal 300 m2 en een maximale bouwdiepte van 4 meter dient voldaan te worden aan de beleidsregel "Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam"; 2. voor kelders met een totale brutovloeroppervlakte van meer dan 300 m2 of een bouwdiepte van meer dan 4 meter dat op basis van een geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat na realisatie de grondwaterstand en -stroming niet onevenredig wordt aangetast. b. Burgemeester en wethouders kunnen op basis van de toetsing aan de beleidsregels of de uitkomsten uit het geohydrologisch onderzoek aan de omgevingsvergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van de grondwaterstand en -stroming. 13.4

Voorzieningen bij geluidsgevoelige bestemmingen nabij bedrijvigheid

a. Het bouwen van gebouwen met woonruimten en andere geluidgevoelige gebouwen is uitsluitend toegestaan wanneer woonruimten en andere geluidgevoelige gebouwen worden voorzien van een dove gevel indien de geluidbelasting vanwege een bedrijf op de locatie Willem Fenengastraat 10 op de betreffende gevel hoger is dan: 1. de grenswaarden voor langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, zijnde: 50 dB(A) in de periode 07:00-19:00 uur; 45 dB(A) in de periode 19:00-23:00 uur en; 40 dB(A) in de periode 23:00-07:00 uur; 2. de grenswaarden voor maximale geluidsniveau, zijnde: 70 dB(A) in de periode 07:00-19:00 uur; 65 dB(A) in de periode 19:00-23:00 uur en; 60 dB(A) in de periode 23:00-07:00 uur; b. In afwijking van het bepaalde onder sub a is het bouwen van woonruimten en andere geluidgevoelige gebouwen ook toegestaan indien woonruimten en andere geluidgevoelige gebouwen worden voorzien van een vliesgevel of andere vergelijkbare maatregel die de geluidbelasting op de betreffende gevel achter de vliesgevel of andere vergelijkbare maatregel terugbrengt tot ten hoogste de onder a opgenomen grenswaarden; c. Woonruimten met een dove gevel moeten worden voorzien van minimaal één geluidluwe zijde; d. Het bepaalde onder sub a en b is niet van toepassing wanneer voor het betreffende bedrijf op de locatie Willem Fenengastraat 10 maatwerkvoorschriften zijn vastgesteld: 1.

waarin een hogere geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige gebouwen wordt toegestaan; 2. of waarin maatregelen zijn vastgesteld om te voldoen aan de grenswaarden zoals weergegeven in sub a onder 1 en 2; 3. of waarin zowel maatregelen als een hogere geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige gebouwen zijn vastgesteld.

Gemeente Amsterdam

blz. 46

Artikel 14 14.1

Algemene gebruiksregels

Gebruik

14.1.1 Omvang Het gezamenlijke bruto vloeroppervlak op de gronden met de bestemming Gemengd - 1, Gemengd - 2, Gemengd - 3 en Gemengd - 4, in het plangebied mag, exclusief nutsvoorzieningen, per gebruiksfunctie in totaal niet meer bedragen dan: a. 74.000 m2 bvo woonruimte; b. 6.500 m2 bvo bedrijf, broedplaats, consumentverzorgende en zakelijke dienstverlening en kantoor, met dien verstande dat: 1. het gezamenlijk bruto oppervlak kantoren niet meer mag zijn dan 5.000 m2 bvo; c. 1.000 m2 bvo culturele voorzieningen; d. 5.000 m2 bvo detailhandel, met dien verstande dat: 1. het gezamenlijk bruto oppervlak van het gebruik voor supermarkten in totaal niet meer mag bedragen dan 3.750 m2 bvo en dat het totale aantal supermarktvestigingen niet meer mag zijn dan 2; 2. het gezamenlijk bruto oppervlak van het gebruik voor overige dagelijkse detailhandel en niet-dagelijkse detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening in totaal niet meer mag bedragen dan 1.250 m2, waarvan: maximaal 625 m2 bvo overige dagelijkse detailhandel en; maximaal 625 m2 bvo niet-dagelijkse detailhandel de omvang per vestiging niet groter mag zijn dan 200 m2 bvo; 3.

indien het gezamenlijk bruto oppervlak van het gebruik voor supermarkten minder bedraagt dan 3.750 m2, dan mag het onbenutte bruto vloeroppervlak gebruikt worden voor overige dagelijkse detailhandel en niet-dagelijkse detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening. e. 1.250 m2 bvo horeca; f. 10.520 m2 bvo maatschappelijke dienstverlening; 14.1.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.1.1 en toestaan dat de omvang van woonruimte, bedrijf, broedplaats, kantoor en maatschappelijke dienstverlening op de gronden met de bestemming Gemengd - 1, Gemengd - 2, Gemengd - 3 en Gemengd - 4 waar woonruimte, bedrijf, broedplaats, kantoor een maatschappelijke dienstverlening is toegestaan, wordt vergroot, onder de voorwaarde dat: a. het gezamenlijke bruto vloeroppervlak van de in lid 14.1.1 onder a tot en met f genoemde gebruiksfuncties niet wordt vergroot; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige opzet van het plan. 14.2

Aanvulling algemeen gebruiksverbod

De in dit plan begrepen gronden en bebouwing mogen uitsluitend worden gebruikt met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het is verboden de gronden en bebouwing te gebruiken dan wel laten te gebruiken in strijd met de bestemming; b. onder verboden gebruik wordt in elk geval begrepen het gebruik, dan wel laten gebruiken van gronden en bebouwing ten dienste van: 1. telefoneerinrichting of belhuis, automatenhal, prostitutiebedrijf, seksinrichting, bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 47

geldwisselkantoor, smartshop, partycentra; 2. de opslag en/of stalling van kampeermiddelen, voer- of vaartuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie, puin- en vuilstortingen, en aan hun gebruik onttrokken machines, behoudens gebruik dat strekt tot realisering van de bestemming en gebruik dat voortvloeit uit het normale dagelijkse gebruik en onderhoud dat ingevolge de bestemming is toegestaan; 3. inrichting en bedrijf als aangewezen in bijlage I, onderdeel C en D van het Besluit omgevingsrecht; 4. short stay.

Gemeente Amsterdam

blz. 48

Artikel 15

Algemene afwijkingsregels

Indien niet op grond van een andere bepaling van deze planregels met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken, is het bevoegd gezag bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van de desbetreffende regels van dit bestemmingsplan ten behoeve van: a. het realiseren van balkons die, in afwijking van het bepaalde in 13.2 onder b, de bouwgrens tot maximaal 1,70 meter overschrijden mits er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige opzet van het plan; b. gebouwen voor nutsvoorzieningen en elektriciteitsvoorzieningen met een maximale bouwhoogte van 5 meter en een maximale brutovloeroppervlakte van 30 m²; c. gebouwen voor ondergrondse of bovengrondse warmtevoorzieningen met een maximale bouwhoogte van 4,5 meter en een maximale brutovloeroppervlakte van 230 m²; d. bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken, straatmeubilair, vrijstaande muren, keermuren, trapconstructies, bebouwing ten behoeve van al dan niet ondergrondse afvalopslag, geluidwerende voorzieningen, steigers, duikers en andere waterstaatkundige werken; e. geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijke en/of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, wegen en anderszins, of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in situering niet meer bedraagt dan 2 meter; f.

bouwwerken voor het opwekken van duurzame energie en bouwwerken voor de besparing van energie mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de bouwhoogte mag maximaal 4 meter bedragen; 2. de brutovloeroppervlakte mag maximaal 15 m2 bedragen.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 49

Hoofdstuk 4 Artikel 16 16.1

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan: mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 16.2

Afwijking

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 16.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 16.1 met maximaal 10% 16.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 16.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 16.4

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 16.5

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, zoals bedoeld in 16.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 16.6

Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in 16.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

Gemeente Amsterdam

blz. 50

Artikel 17

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Amstelkwartier derde fase West'.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10878283/1