6. 20210722 nota zienswijze BP en MER Strandeiland.docx
Tekst van het document
Dergelijke voorzieningen waar mensen uit heel Europa op af blijken te komen vragen om een andere meer geschikte locatie.
Reactie gemeente Wij bestrijden dat bij het opstellen van het Pan Openbare Ruimte de benadering vanuit een grotere context achterwege is gebleven. De planvorming en ontwikkeling van het eiland vindt wel degelijk in samenhang met de gehele omgeving plaats. Het Plan Openbare ruimte is niet het enige document wat opgesteld is/wordt om tot een goede uitwerking van Strandeiland te komen, waarin de samenhang met de omgeving, de stad-en het landschap wordt gewaarborgd. Er zijn
25
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
meerdere beleidsvisiedocumenten (zie het Stedenbouwkundig plan) die basis vormen voor de inrichtingsplannen die gemaakt gaan worden, waaronder het Programma Waterrecreatie en ecologie, De Herijking van de hoofdgroenstructuur, Natuurinclusief bouwen, het welstandskader de Schoonheid van Amsterdam met de IJ-landen, et cetera. De uitwerking van de gebeurt niet alleen op wijk- en buurtniveau. Het is onderdeel van de inrichtingsplannen en tevens uitwerking van het beleid, wat op stads- en regionaal niveau wordt bekeken.
Reclamant stelt ten aanzien van Bomenkaart (pagina 26) dat: De bomenkaart is overzichtelijk. De indicatie van de toepassing van de diverse boomsoorten komt overtuigend over. Dat geldt ook voor de inzet van de groensoorten. Het naar binnen lobben van de groene ruimten vanaf de natuurbaai aan de zuidrand kan een aantrekkelijk en stevige groenstructuur opleveren (pagina 40). Samen met het oeverpark ‘Het Oog en de bomendijk levert dat drie sterke en markante groene dragers op.
Reactie gemeente Deze plekken worden in de inrichtingsplannen uitgewerkt tot de sterke en markante groene dragers.
Reclamant stelt ten aanzien van Parken en pleinen Pampusbuurt (pagina 49) dat: De Pampusbuurt en de Muidenbuurt krijgen een eigen identiteit. De toepassing van groen speelt daar een belangrijke rol bij. In de Pampusbuurt vormen de buurtparkjes een wezenlijke rol, waarbij de groene omlijsting als herkenbaar onderdeel van de parkjes wordt gezien. Belangrijk is om de bezonning van de woningen daarbij mee te laten spelen. Het uitzicht vanuit de woningen aan de zuid- en vooral de westkant is van groot belang omdat de woningplattegronden daarop georiënteerd zullen zijn. Het planten van een dichte rij bomen voor deze gevels kan op termijn veel van het woongenot teniet doen, zeker in compact gebouwde woonbuurten. Hetzelfde geldt voor met bomen beplante de buurtpleintjes en voor de private binnenterreinen of binnenhoven.
Reactie gemeente Nemen we mee bij uitwerking van de inrichtingsplannen.
Reclamant stelt ten aanzien van Parken en pleinen Muidenbuurt (pagina 51) dat: De schetsen op pag. 51 geven op een eenvoudige wijze een duidelijke indruk van het naar binnen dringen van het groen vanaf de natuurbaai en vanaf het oeverpark ‘ Het Oog’. De buurtkrachtige ‘insteken’ raken elkaar bijna. Het zou mooi zijn geweest als aangegeven was hoe die insteken aan elkaar gekoppeld zouden kunnen worden doormiddel van groene wandelroutes. Wat betreft het buurtpark met het tennispark en de school wordt een iets te optimistisch beeld geschetst (breedte buurtpark voor zover is na te gaan ca. 55 m). Het tennispark laat vier naast elkaar gelegen tennisvelden zien. Dat zal niet lukken als men de tennisvelden met groen wil omzomen en paden aan beide zijden langs het tennispark wil aanleggen. Dat houdt in dat het tennispark een groter deel van het buurtpark zal innemen: globaal
26
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
genomen niet 25% maar eerder 33%. Hetzelfde geldt voor het schoolgebouw met schoolplein en speelplek. Hoe in extra parkeerplaatsen wordt voorzien en in een halen-brengen voorziening is niet indicatief weergegeven. Reactie gemeente De schetstekeningen in het document zijn geen exacte weergave van de toekomstige inrichting en enkel een sfeerimpressie van het gewenste beeld. In het tennispark zit enig optimisme om duidelijk te maken dat het groen prevaleert boven verharding. Het schoolplein, wat ook zo groen mogelijk wordt ingericht (richtlijnen Groene Impuls Amsterdamse schoolpleinen) is onderdeel van het park. Ook worden de groene zones van de aangrenzende erven toegevoegd aan het park. Door het samenvoegen van deze inrichtingen kunnen we het gewenste groene beeld realiseren. De opmerkingen nemen we mee bij uitwerking van de inrichtingsplannen.
Reclamant stelt ten aanzien van thema: laden en lossen+ autoparkeren pagina 85) dat: Bij sportvoorzieningen wordt naast de ‘normale’ parkeerplaatsen ook voorzien in laad en losplekken en/of kiss & ride-plekken. De bereikbaarheid voor bezoekende spelers van de sportvoorzieningen is problematisch. Dit en het beperkte aantal velden (2 naast elkaar gelegen sportvelden: voor een of twee sporten?) maken deze sportvoorzieningen in feite ontoereikend voor club- of verenigingsvorming. Veel meer dan een buurtspeelvoorziening bij een school zal het dan ook niet kunnen zijn. Dat is in feite een investering in een sportvoorziening die niet optimaal benut kan worden. Wat betreft het parkeren bij de sportvoorzieningen wordt op twee manieren een probleem gecreëerd: in de woonbuurten gaat het extra aantal parkeerplaatsen enerzijds ten koste van het groen en de openbare ruimte, terwijl anderzijds het aantal parkeerplaatsen voor de bezoekers al gauw te weinig zal zijn.
Reactie gemeente Het Plan Openbare Ruimte gaat uit van de stedelijke parkeernormen voor auto, fiets en scooter die zijn vastgesteld in het Amsterdams beleid. Er wordt binnen die normen voorzien in extra bezoekersparkeerplaatsen en kiss & ride plekken bij voorzieningen. Deze zijn in aantallen goed in te passen. Waarbij de hoeveelheid groen volgens de stedelijke groennorm van 40m2 per woning gewaarborgd is.
Reclamant stelt dat ten aanzien van Duurzaamheid: duurzame sportvelden (pagina 89). Men doet voorstellen om aanleg van kunststof sportvelden milieu- en klimaatvriendelijk te laten zijn. Op zich een goed streven, maar dat neemt niet weg dat de kunststof sportvelden niet zullen bijdragen aan de ecologische kwaliteit en aan de biodiversiteit in de omgeving. Om kunstgras sportvelden te omschrijven als ‘duurzame’ sportvelden is misleidend.
Reactie gemeente Wegens intensief gebruik van de sportvelden is natuurlijk gras niet voldoende. Daarom wordt kunstgras toegepast. Kunstgrasvelden hebben geen ecologische meerwaarde voor plant en dier, maar bieden wel andere kansen om bij te dragen aan een duurzaamheid. Wanneer hierop
27
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
ingericht kunnen ze bijdragen aan het verminderen van hittestress, voorzien in waterberging en kunnen mogelijk zelfs bijdragen aan energieopwek.
Reclamant stelt dat ten aanzien van Ecologie (pagina 91) dat: Het streven naar een ecologische kwaliteit is zeker te waarderen. Tegelijkertijd is het ook goed om realistisch te blijven ten aanzien van een compacte stadswijk met een hoge dichtheid. De bezoekersdruk in het wijk- en buurtgroen zal relatief hoog zijn. Het aantal honden dat wordt uitgelaten zal ook niet gering zijn. Dat wil zeggen dat een zonering van de groene gebieden nodig zal zijn op een zodanige wijze dat die handhaafbaar is. Te hoge verwachtingen van (private) margestroken en betonnen poelen voor rugstreeppadden die ontoegankelijk moeten zijn voor mensen en honden is wellicht wat te optimistisch voorgesteld. Dergelijke voorzieningen kunnen beter in meer robuuste groen- en natuurvoorzieningen aangebracht worden, zoals op het Buiteneiland, in het Diemerpark en de Diemerscheg.
Reactie gemeente De groene gebieden worden zodanig ontworpen en ingericht dat er rekening kan worden gehouden met alle functies en doelgroepen. Strandeiland wordt een groen, natuurinclusief eiland waarbij ook ecologische routes worden ingepast om de biodiversiteit in dit deel van de regio te versterken. Dit wordt uitgewerkt in de inrichtingsplannen, waarbij de nodige expertise, de beheerder, ecoloog, groenspecialisten, vanaf de start betrokken zijn, om te zorgen dat de inrichtingsplannen realistisch en beheersbaar zijn.
Reclamant stelt dat ten aanzien van Hoofdgroenstructuur (pagina 93) dat: Er wordt gesteld dat enige onderdelen op het Strandeiland mogelijk interessant zijn voor de Hoofdgroenstructuur, dat betekent dat delen van de groene onderdelen de buurtfunctie overstijgen. Volgens de gemeente speelt herijking van de Hoofdgroenstructuur daarbij een rol. De toetsingscriteria daarvoor zijn helaas nog niet duidelijk en het verschil tussen Bovenwijks groen en de Hoofdgroenstructuur en de Ecologische Structuur Amsterdam is ook verwarrend. Het is onduidelijk waar dit toe leidt. Het roept langzamerhand de vraag op of men niet al te ambitieus wil zijn bij de doelen van het Strandeiland: een hoge woningdichtheid, energieleverend, een meer dan gemiddeld hoge groennorm, een hoge ecologische kwaliteit met een veel biodiversiteit, veel recreatie- en sportvoorzieningen, inclusief veel watersportvoorzieningen, enz.. In de eerste plaats is het van belang dat Strandeiland als woonwijk aan de rand van de stad voldoende voorzieningen heeft. Naast het Buiteneiland komt misschien de natuurbaai en het oeverpark ‘Het Oog’ in aanmerking om als onderdeel van de Hoofdgroenstructuur beschouwd. Daarbij speelt voor een belangrijk deel ook mee in hoeverre deze onderdelen ruimtelijk aan de Hoofdgroenstructuur (HGS)te koppelen zijn. Daar leent zich de natuurbaai meer voor dan het oeverpark ‘ Het Oog’.
Reactie gemeente Met het Stedenbouwkundig plan voor Strandeiland zijn de ambities voor Strandeiland vastgesteld. De uitkomst van nader onderzoek zou kunnen zijn dat dat de natuurbaai zich meer leent voor de HGS dan het oeverpark. En een mogelijke uitkomst kan zijn dat alleen de natuurbaai
28
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
hiervan onderdeel wordt. Dat zal mogelijk blijken na nader onderzoek bij de uitwerking van de inrichtingsplannen samen met de uitkomsten van de herijking HGS.
Reclamant stelt dat ten aanzien van Sport en spelen (pagina 94/95-97) dat: De grotere speelplekken komen in de buurtparken. Samen met de sportvoorzieningen (incl. Urban Sports) en de schoolpleinen neemt dat een aanzienlijk deel van de buurtparken in beslag. Op de plattegrond ‘ mogelijke locaties sport- en spelactiviteiten’ (pagina 94) zijn 8 speelplekken zones ingetekend in plaats van 6 speelplekken, zoals in de legenda op pagina 95 is vermeld. Er wordt ook ruimte gereserveerd voor hondenuitrenplaatsen en hondenstrandjes. Dat is makkelijker gezegd dan op een praktische en handhaafbare manier ontworpen en toegepast. Het uitlaten van honden komt al gauw overeen met wandelcircuits, niet met plekken op zich. De aanleg van duurzame, circulaire, klimaatadaptieve, natuurinclusieve sportvelden is wel erg stellig aangegeven. Daarmee zou men voorzichtiger moeten zijn of meer voorbehoud in acht moeten nemen. Men trekt wel een erg grote wissel op de ontwikkelingen in de toekomst. Het stedenbouwkundig plan van Strandeiland probeert zo goed mogelijk te voorzien in het uitnodigen tot bewegen, lopen, rennen, fietsen. Het rondje om het eiland en het rondje om ‘het Oog’ zijn daar goede voorbeelden van. De onderlinge relaties en verbindingen kunnen nog worden versterkt door tussen de buurtparkjes en -plantsoenen groene looproutes aan te geven.
Dergelijke straten en straatprofielen zouden hierop herkenbaar ontworpen en ingericht kunnen worden: zie bijgevoegde plattegrond ‘Indicatieve loopstraten’.
Reactie gemeente De zones bevatten 6 speelplekken. De exacte positie is nader te bepalen in de uitwerking van de inrichtingsplannen. Het vormgeven van hondenuitrenplaatsen vraagt de nodige aandacht. De locaties worden gezamenlijk bepaald met de beheerder en uitgewerkt in de inrichtingsplannen. De aanleg van duurzame sportvelden wordt vermeld als kans. We weten niet wat de toekomst brengt en willen op innovaties in kunnen spelen als deze passend zijn voor het eiland. De looproutes zijn verder uit te werken in de inrichtingsplannen. Het versterken van looproutes middels groen is een mooi advies wat daar onderdeel van kan zijn.
Reclamant stelt dat ten aanzien van Verlichting (pagina 103) dat: Zoals al is aangegeven, vragen wij bijzondere aandacht voor het toepassen van acceptabele verlichtingen rondom en bij sportvoorzieningen. Tot nog toe levert dit naast geluid veel overlast op. Het voornemen voor een beperkt effect van de verlichting op de omgeving stelt op zich nog niet gerust.
Reactie gemeente Dit is onderdeel van de nader uit te werken inrichtingsplannen.
Reclamant stelt dat ten aanzien van Waterkwaliteit binnen (pagina 113) dat: Bij oeverpark ‘ Het Oog’ vraag de doorstroming van het water om extra aandacht in verband met de waterkwaliteit. Het wordt niet echt duidelijk hoe men dit aandachtspunt
29
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
oplost en daarvoor garanties inbouwt (het water moet van zwemkwaliteit zijn, gezien de situatie). Reactie gemeente Het streven is zwemwater. De waterkwaliteit heeft grote aandacht binnen de uitwerking van Strandeiland. Een team van specialisten (waaronder ook Waternet) werkt hieraan.
Reclamant stelt dat ten aanzien van Beheer (pagina 119) dat: Het beheer na oplevering van de wijk is inderdaad een belangrijk aandachtspunt. Tot nog toe is bij de andere eilanden gebleken dat dit de nodige problemen heeft opgeleverd en die achteraf zeer moeilijk op te lossen bleken te zijn. Het in contact blijven met de ontwerpers en architecten - naast de communicatie en het overleg met de bewoners en gebruikers - door de beheerder is van groot belang. Ook het bewust respecteren van en handelen naar de voorwaarden in het bestemmingsplan door de politieke vertegenwoordigers maakt daar onderdeel van uit! In stadsdeel Oost hebben wij daar geen goede ervaringen mee. Verder is het op de post blijven van de beheerder(s) gedurende meerdere jaren noodzakelijk. Het voortdurend wisselen van de beheerder elke twee jaar (soms sneller), zoals dat nu gebruikelijk is, werkt niet, integendeel het beheer gaat dan zichtbaar achteruit.
Reactie gemeente De opmerking nemen wij mee in het uitwerken van de plannen.
30
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
3 Overige (bestuurlijke) reacties
In dit hoofdstuk worden de overige ingediende reacties samengevat en beantwoord. In sommige gevallen leidt de reactie tot een aanpassing van het bestemmingsplan of het MER. Indien dit het geval is, is vervolgens aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt aangepast. Het betreft geen formele zienswijzen. Voor de volledigheid zijn de reacties echter wel meegenomen in deze nota van beantwoording.
3.1 Waternet Samenvatting MER Waternet geeft aan dat bij de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan alleen een samenvatting van het MER is toegevoegd. In eerdere publicaties was wel het gehele rapport toegevoegd. Gelet op de aard van de opmerkingen (zoals foutieve naamgeving + kengetallen over het Middeleiland ipv Strandeiland) behoeft dit volgens Waternet geen verdere aandacht. Reactie gemeente In tegenstelling tot een 'traditioneel' bestemmingsplan waarbij het MER als apart rapport bij het bestemmingsplan is opgenomen, is het MER voor Strandeiland integraal in de toelichting van dit bestemmingsplan verwerkt. De milieueffecten zijn hierin per milieuaspect beschouwd en beoordeeld. In nagenoeg elk hoofdstuk is een paragraaf gewijd aan het MER. In paragraaf 1.1 ( pagina 10) van de toelichting is een nadere uitleg over het MER en de verwerking daarvan in het bestemmingsplan opgenomen. Een uitleg over het MER is in hoofdstuk 4 van de toelichting van het bestemmingsplan te lezen. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee Bestemmingsplan Artikel 1.73 van de regels (ontwateringsdiepte): De ontwateringsdiepte is volgens Waternet het verschil tussen het maaiveld en het grondwaterpeil en niet vanaf de onderkant van het vloerpeil; Reactie gemeente Dit begrip wordt aangepast aan het voorstel van Waternet. Aanpassing bestemmingsplan/MER
31
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
Ja, de regels worden aangepast
Waternet merkt op dat de norm om het afvoeren van het opgevangen hemelwater (60 mm) vertraagd te infiltreren/af te voeren (1 mm/u) conform eerdere afstemming goed is aangepast.
Reactie gemeente Wij nemen deze reactie ter kennisgeving aan. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee Waterparagraaf Figuur 3.3 (ligging RKL): Waternet vraagt zich af waarom het profiel bij de Makerskade smaller is dan de rest. Alleen het meest landinwaarts gelegen deel is verholen. De keringen die daar haaks naar toe lopen zijn half-verholen en hebben daardoor een bredere zonering volgens Waternet. De kernzone lijkt daardoor te smal. Deze afbeelding blijft dus verwarrend. Reactie gemeente Naar aanleiding van deze reactie is er contact geweest tussen de collega’s van het Ingenieursbureau (IB) en Waternet. Hierin is nader toegelicht waarom de afbeelding op deze wijze is opgenomen. Er is in overleg met Waternet tot een tekstvoorstel gekomen dat in de waterparagraaf wordt opgenomen ter verduidelijking. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, de waterparagraaf is aangepast.
In paragraaf 3.1 van de waterparagraaf staat volgens Waternet vermeld welke toekomstige peilstijgingen op waterkeringeneffect hebben. Volgens Waternet wordt daarin niet genoemd dat er mogelijk plannen zijn van het Rijk om een winterpeilstijging van het Markermeer toe te staan vanaf 2050. Hierbij het verzoek om dit in de tekst toe te voegen met daarbij de opmerking dat de mogelijke gevolgen en oplossingen samen met de toekomstige beheerder AGV worden besproken.
Reactie gemeente Deze tekst is aangepast. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, de waterparagraaf is aangepast.
Paragraaf 4.3.2 Warmte Koude Opslag, pagina 29: Waternet constateert dat er ontzettend veel bronnen voor de WKO’s op het eiland komen. Tijdens het ontwikkelen van de bronnen en de jaarlijkse onderhoudsperioden komt er veel zout afvalwater vrij. Volgens de voorkeursvolgorde moet dit afvalwater weer terug de bodem in (zelfde laag).
32
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
Dit betekent dat er optimaal gebruik moet worden gemaakt van bestaande bronnen of extra retourbronnen moeten worden geboord. Als dit niet mogelijk is zal er een lozing plaatsvinden op het oppervlaktewater (het riool is te krap en niet geschikt). Dit mag nooit op het binnenwater worden geloosd, omdat het gehele water inclusief oevers en vegetatie dan wordt aangetast. Bij lozing in het buitenwater is Rijkswaterstaat bevoegd om een vergunning te verlenen. In de MER (3 juli 2020) worden de effecten van die lozingen op het buitenwater al beschreven. Waternet vraagt zich af of dit geen probleem voor de afspraken rondom het standstill-principe is? Reactie gemeente In eerste instantie is het belangrijk nog eens te benadrukken dat de bronnen door de nog te selecteren marktpartij (dan zijnde concessiehouder) zullen worden gerealiseerd. Deze partij zal zelf een vergunning Waterwet en de lozingsvergunning aanvragen. Daarbij gaat het om: Wateronttrekking en injectie tijdens bedrijfsfase - Dit is een gesloten systeem: er wordt alleen een temperatuur uitgehaald. Spoelwater tijdens de realisatie van de bronnen - Dit zijn veel kleinere hoeveelheden, maar te veel voor lozing op het riool. Lozing op het oppervlaktewater is dan de beste optie. Bij de ontwikkeling van de bronnen op Centrumeiland is nauwkeuring de waterkwaliteit beoordeeld.
Hier bleek het enige kwalitatieve probleem dat het ijzergehalte te hoog was. Hoewel dit geen kwalitatief effect ( probleem) leverde voor het oppervlaktewater (Markermeer) waarop geloosd is, bleek het vooral een visueel probleem (bruinig water). Om dit ijzer eruit te halen is het water ontijzerd op de boorplaats. Met deze maatregel heeft RWS gewoon een vergunning verleend. Spuiwater tijdens het onderhoud van de bronnen - Dit spuiwater wordt direct, via spuifilters die eventuele verontreinigingen afvangen, teruggebracht in hetzelfde watervoerend pakket. Resumerend kan worden gesteld hierdoor geen problemen voor de afspraken rondom het standstill-principe ontstaan, alleen moet er vergunning voor de lozing gegeven worden. Voor Rijkswaterstaat levert dut dus geen probleem op om die te verlenen. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee Buiteneiland Waternet geeft aan onlangs een reactie te hebben gegeven op projectnota van het Buiteneiland. Een van de opmerkingen ging over het wijzigen van de vorm en omvang van het Buiteneiland en de gevolgen daarop op de andere eilanden. Waternet vraagt zich af of dit nog relevant is voor de in dit ontwerpbestemmingsplan genoemde effecten op (milieu)onderdelen. Hiermee worden bedoeld waterkeringen, waterkwaliteit buitenwater (veranderende stromingen op de in- en uitlaat van de WKO’s), geluid, natuur etc.
Reactie gemeente Het klopt dat de projectnota Buiteneiland ook voor inspraak naar Waternet is gestuurd. Bij de ontwikkeling van Buiteneiland zal onvoorwaardelijk rekening moeten worden gehouden met
33
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
Strandeiland. In die zin loopt de ontwikkeling van Strandeiland voor op de ontwikkeling van Buiteneiland. Dit betekent ook dat bij de ontwikkeling van Buiteneiland als uitgangspunt wordt genomen dat Strandeiland wordt gerealiseerd zoals dat in dit bestemmingsplan wordt voorgesteld. Bij de ontwikkeling van Buiteneiland wordt rekening gehouden met de ‘randvoorwaarden’ die vanuit bestaande gebieden, waaronder ook Strandeiland wordt gerekend, gelden. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee Overige Waternet heeft de rectificatie van de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan geregistreerd. Waternet constateert dat dit om de tekst “rectificatie wegens IMRO nummer van NL.IMRO.0363.M1901BPGST-OW01. moet zijn: NL.IMRO.0363.M1901BPSTD-OW01”. Waternet vraagt zich af of dit het enige is dat is gewijzigd. Indien dat niet het geval is, verneemt Waternet dat graag. Reactie gemeente Het klopt inderdaad dat met de bekendmaking van de rectificatie van 16 december 2020 in de Staatscourant enkel de IMRO code van het plan is gerectificeerd. Inhoudelijk is het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken niet gewijzigd. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee
3.2 Rijkswaterstaat Samenvatting
In paragraaf 2.2.6 staat dat er naar verwachting na 2028 maatregelen nodig zijn aan de Ring A10. Rijkswaterstaat verzoekt de gemeente om hier toe te voegen dat dit met name gaat om maatregelen aan de op- en afritten van de S114 met de A10;
Reactie gemeente Deze tekstuele wijziging wordt meegenomen in de toelichting. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, de toelichting wordt aangevuld.
Rijkswaterstaat begrijpt de reactie van de gemeente in de nota vooroverleg over de benodigde vereffening in het kader van de BPRW-toets. In de regels van het bestemmingsplan wordt in 3.2 gerefereerd aan de natuurlijke inrichting van de zuidoever. Rijkswaterstaat zou graag een korte toelichting op de natuurlijke inrichting van de zuidoever ook terug zien komen in paragraaf 2.2.8 en H15 van de Toelichting. Daar wordt
34
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
wel in algemene zin gerefereerd aan natuurlijke randen en oevers van Strandeiland, maar het zou volgens Rijkswaterstaat goed zijn nog expliciet stil te staan bij de speciale positie van de zuidoever hierbinnen; Reactie gemeente De toelichting zal hierop aangevuld worden. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, de toelichting wordt aangevuld.
In de nota vooroverleg geeft de gemeente aan dat aan de toelichting in paragraaf 2.2.8 nog een passage zal worden toegevoegd over het rietmoeras aan de noordoostkant van Strandeiland. Deze toelichting ziet Rijkswaterstaat nog niet terug, ook niet in hoofdstuk 15;
Reactie gemeente Bij het verwerken van alle opmerkingen uit het vooroverleg is gebleken dat deze aanpassing per abuis niet is doorgevoerd. Deze tekstuele aanpassing is alsnog doorgevoerd in paragraaf 2.2.8. De tekst is opgenomen boven het subkopje tijdelijke natuur. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, de toelichting wordt aangevuld.
I.r.t. de waterparagraaf geeft Rijkswaterstaat aan in eerdere reactie te hebben gevraagd toe te voegen dat Strandeiland in een KRW-waterlichaam ligt. Daar liggen ook doelen op, en ook een verbod op achteruitgang. In de reactie van de gemeente is aangegeven dat de waterparagraaf op dit punt aangepast wordt. Deze aanpassing ziet Rijkswaterstaat niet terug. Rijkwaterstaat verzoekt de gemeente om dit in de Waterparagraaf en de Toelichting alsnog toe te voegen.
Reactie gemeente De gemeente stelt vast dat het een vergissing is dat deze aanpassing niet is doorgevoerd. Deze aanpassing zal bij deze alsnog worden doorgevoerd. Aanpassing bestemmingsplan/MER De waterparagraaf is in paragraaf 2.2 Waterkwaliteit onder het kopje ‘ Waterkwaliteit buitenwater’ aangevuld.
In de waterparaaf wordt op pagina 11 gesproken over lozing van hemelwater op het openbare riool of de openbare ruimte, terwijl op pagina 36/37 alleen gesproken wordt over lozing op het openbare riool. Rijkwaterstaat doet het verzoek om deze teksten consistent met elkaar te maken;
Reactie gemeente
35
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
De gemeente constateert eveneens deze inconsistentie en zal de waterparagraaf hierop aanpassen. Aanpassing bestemmingsplan/MER De tekst in de samenvatting van de waterparagraaf is aangepast door de zinsnede‘ of op de openbare ruimte’ te verwijderen, zodat dit in overeenstemming is met de Hemelwaterverordening.
Rijkwaterstaat verzoekt de gemeente om overal de referenties naar de richtlijn vaarwegen 2017 te vervangen door de richtlijn vaarwegen 2020;
Reactie gemeente Dit wordt aangepast in de toelichting. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, de toelichting wordt aangepast.
I.r.t. de regels betreffende het uitstralen van lichtbronnen ter voorkoming van verstoring van vleermuizen, Rijkswaterstaat verzocht toe te voegen dat er geen uitstraling mag plaatsvinden naar de buiten(=water)zijde van de beplanting, zodat geen verstoring optreedt van de vliegroute van vleermuizen evenwijdig aan de beplanting. De gemeente heeft in haar reactie hierop aangegeven dat deze regels worden toegevoegd in artikel 31.11/34.1 (in ontwerp samengevoegd in 32.13). Deze aanpassing ziet Rijkwaterstaat niet terug.
Reactie gemeente Ons inziens is de regel in artikel 32.13 verstoring van vleermuizen door lichthinder voldoende om hinder voor vleermuizen te voorkomen. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee
3.3 Liander Samenvatting 150kV-hoogspanningsverbinding Voor het deel van de 150kV-hoogsoanningsverbinding binnen het plangebied is een dubbelbestemming opgenomen in het ontwerp. Aan het deel van de hoogspanningsverbinding buiten het plangebied, dat in de gemeente Diemen ligt, zal middels een bestemmingsplan een dubbelbestemming worden toegekend. Om de hoogspanningsverbinding op eenduidige wijze te bestemmen verzoekt Liander de volgende regels toe te voegen respectievelijk aan te passen:
36
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
Artikel 25.1: de voor leiding — Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor ondergrondse 150kVhoogspanningsverbinding met daarbij behorende belemmeringenstrook en voorzieningen (zoals glasvezelverbindingen voor de communicatie tussen de transformatorstations) ten behoeve van de bestemming; Artikel 25.3.1: graag het volgend verbod toevoegen in de opsomming: Het rooien van beplanting en bomen waarbij de wortels dieper gaan dan 0,8 meter onder maaiveld; Artikel 25.3.2b: graag toevoegen aan de opsomming: 'werkzaamheden die verband houden met de aanleg van de betreffende hoogspanningsverbindingen'.
Reactie gemeente Het voorstel van Liander zoals onder het kopje 150 kV-hoogspanningsverbinding zijn opgenomen zullen wij verwerken in de regels. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, de regels worden aangepast Transformatorstation IJburg Om het transformatorstation IJburg op de juiste wijze te bestemmen verzoekt Liander de volgende wijzigingen respectievelijk aanvullingen te overwegen: Bouwen en gronduitgifte In artikel 3.3 zijn een aantal ambities beschreven die gehanteerd worden voor 'bouwen en gronduitgifte'. Graag ziet Liander voor het transformatorstation een uitzondering hierop. De eisen uit de bouwenvelop die (specifiek voor het transformatorstation is geschreven) zijn aangehouden voor het ontwerp van het transformatorstation komen niet geheel overeen met de opsomming onder artikel 3.3; Reactie Gemeente Amsterdam Zoals met Liander reeds telefonisch is besproken zijn de doelen en ambities uit artikel 3.3 van het bestemmingsplan bedoeld om verder uitgewerkt te worden in de bouwenveloppen en gronduitgifte. Deze ambities hebben geen directe juridische binding; afwijkingen op kavelniveau zijn mogelijk. Om deze reden wordt dit artikel niet aangepast. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee
Artikel 6.1 Bestemmingsomschrijving Liander constateert dat het onder artikel 6.1.a genoemde vermogen niet overeen komt met het vermogen van het transformatorstation waarvoor door Liander reeds een omgevingsvergunning is aangevraagd. Het transformatorstation heeft een maximum opgesteld vermogen van 320 MVA, waarbij geldt dat het maximum ingeschakeld vermogen niet meer bedraagt dan 200 MVA. Het vermogen genoemd in artikel 6.3.1. onder e dient volgens Liander eveneens aangepast te worden naar 200 MVA om de bedrijfsvoering van het transformatorstation te kunnen garanderen;
37
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
Reactie gemeente Zowel het maximum opgesteld vermogen als het maximum ingeschakeld vermogen passen wij conform bovenstaande gegevens aan. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, de regels worden aangepast aan de hand van de nieuwe vermogens.
Geluidsuitstraling De geluidsuitstraling op het bouwblok ten noorden van het transformatorstation overschrijdt de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Op de zuidgevel en een deel van de westgevel van het t.o.v. het transformatorstation gezien noordelijke gelegen woonblok is specifieke bouwaanduiding — 2 van toepassing. Liander doet het verzoek om deze specifieke bouwaanduiding — 2 voor het gehele bouwblok te hanteren met daarbij in de regels opgenomen dat deze beperking geldt voor de zuidelijke en westelijke gevel van het bouwblok. De overschrijding van de geluidseisen in het Activiteitenbesluit ligt verder over het bouwblok dan de rand van het bouwblok zoals dit nu is opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Wanneer de gevellijn van het bouwblok verplaatst wordt (verder van het transformatorstation af) is nog steeds de specifieke bouwaanduiding — 2 nodig voor een goede ruimtelijke ordening en woonklimaat. Om de bedrijfsvoering van het transformatorstation te garanderen dient volgens Liander artikel 5.3.2.d te vervallen. Liander geeft aan dat voor het transformatorstation een geluidsonderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat niet voldaan wordt aan de in dit artikel genoemde normafstand afstand van 10 meter voor geluid. Liander doet het verzoek om de dove gevel op het bouwblok ten noorden van het transformatorstation op te nemen in bijlage 3 - kaart hogere waarden.
In onderstaande afbeelding is weergegeven welke gevels het betreft.
Reactie gemeente De door Liander voorgestelde wijziging ten aanzien van het verruimen van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 2’ zullen wij overnemen in de verbeelding van het bestemmingsplan. De regel onder 5.3.2 onder d. zal worden verwijderd. Ten overvloede wordt hier aangegeven dat dit gaat om de regel waarin aangegeven wordt dat geluiduitstraling gemeten dient te worden op
38
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
10 meter uit de bestemmingsgrens. Deze regel is niet nodig op deze plek. In het vast te stellen bestemmingsplan betreft dit overigens artikel 6.3.2. Het verzoek om de dove gevel wordt te nemen in bijlage 3 wordt niet overgenomen. Deze bijlage is specifiek voor wegverkeerslawaai. Aanpassing bestemmingsplan Ja, de verbeelding en regels worden aangepast voor wat betreft de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 2’ en artikel 6.3.2. onder d wordt geschrapt.
Artikel 30.3 Ondergronds bouwen In artikel 30.3b is opgenomen dat de minimale diepte tussen de onderkant van de vloer van een kelder tot de gemiddeld hoogste grondwaterstand 0,5 m moet bedragen. De onderkant van de vloer van de kelder van de gebouwen van het transformatorstation liggen op 1,05 m + NAP (1,55 m — mv.). De gemiddeld hoogste grondwaterstand is (i.v.m. de zetting van de grond op Strandeiland) op dit moment nog niet bekend. Om strijdigheid met het bestemmingsplan te voorkomen verzoeken wij de gemeente een uitzondering te maken voor het transformatorstation.
Reactie gemeente De regels zullen zodanig worden aangepast dat bebouwing van het transformatorstation geen hinder ondervindt van deze regeling. Er is immers afgestemd dat de bouwdiepte van het transformatorstation geen hinder op de grondwaterstromen veroorzaakt. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, de regels worden aangepast.
39
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie concept Maart 2021
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland
4 Binnengekomen reacties
40