CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5a. 2024 -05-31 - NvB zienswijzen BP VERDI GEREDIGEERD_Geredigeerd.pdf

RAAD 18 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (VN2024-007042)22.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad’

Colofon

Opdrachtgever

Zuidas

Opdrachtnemer Datum

Ruimte & Duurzaamheid 16 mei 2024

Planstatus

Geaccordeerd bij raadsbesluit van 17 juli 2024

2

Overgangsrecht Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ontwerp ter inzage is gelegd van een bestemmingsplan, maar die nog niet in werking is getreden, het oude recht van toepassing tot het definitieve besluit van kracht is. Het ontwerpplan is met ingang van 9 november 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft. Belanghebbendheid Overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat zienswijzen over het ontwerp door een ieder naar voren kunnen worden gebracht. Een beoordeling van belanghebbendheid is om die reden niet aan de orde. B.

Inhoudelijke behandeling zienswijzen ontwerpbestemmingsplan

Gekozen is om de zienswijzen per adressant te beantwoorden. De door de drie adressanten ingebrachte zienswijzen zijn onderverdeeld in drie paragrafen. Per zienswijze die door adressant is aangevoerd, is de inhoud van de zienswijze kort weergegeven, gevolgd door een beantwoording.

5

Onderwerpen ....................................................................................................................................... 1

1.

Adressant 1 ................................................................................. 7

2.

Adressant 2 ................................................................................ 10

3.

Adressant 3 ................................................................................ 12

3.1 Verkeer en mobiliteit .......................................................................................................13 3.2 Lichthinder...................................................................................................................... 17 3.3 Windhinder ..................................................................................................................... 17 3.5 Geluid ............................................................................................................................ 24 3.5 Inkijk .............................................................................................................................. 27 3.6 Plantoelichting diversen ................................................................................................. 41 3.7 Planregels diversen ........................................................................................................ 43

6

1. Adressant 1 Adressant 1 heeft de volgende zienswijze naar voren gebracht. Zienswijze: Het huidige ontwerpplan toont een toename van de brutovloeroppervlakte met circa 46.000 m2, wat zal resulteren in een substantiële toename van zowel inwoners als dagelijkse gebruikers van de faciliteiten. Deze toename aan verkeersbewegingen baart adressant 1 zorgen, aangezien het gebied nu al te kampen heeft met verkeersdrukte, vooral tijdens de spitsuren. De unieke geografische ligging van het gebied, ingeklemd tussen de Schinkel, de A10, metro- en treinstations, en de toegangswegen naar de A10, zorgt voor beperkte mogelijkheden om dit gebied te ontsluiten. Dit verergert de potentiële verkeersproblemen en kan gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid. Daarnaast is de impact van evenementen in en rondom het Olympisch Stadion op de verkeersdrukte ook een punt van zorg, net als de toestroom van sporters naar de sportvoorzieningen binnen het gebied. Dit is een probleem voor het gehele gebied en deze problematiek moet dan ook in zijn geheel worden meegenomen en geëvalueerd. Gezien deze factoren, verzoekt adressant 1 met klem de volgende punten in overweging te nemen: 1. Een uitgebreide verkeersimpactanalyse uitgevoerd door gekwalificeerde verkeerskundigen die de verwachte toename van verkeersbewegingen van dit plan en de andere Verdi-plannen evalueert. 2.

De ontwikkeling van een gedetailleerd mobiliteitsplan dat verbeterde toegang tot openbaar vervoer, deelvervoer vlakbij, veilige fietspaden en voetgangersroutes omvat, om de afhankelijkheid van autoverkeer te verminderen. 3. Een parkeerstrategie die rekening houdt met de behoeften van zowel nieuwe als huidige bewoners en gebruikers in het gebied. Onze reactie op de zienswijze: In de zienswijze worden zorgen geuit over hoe de verkeerseffecten die ontstaan door de beoogde ontwikkeling zich (zullen) verhouden tot de bestaande verkeerssituatie in het gebied. Om deze zorgen te bespreken is Adressant 1 samen met Adressant 2 op 6 maart 2024 uitgenodigd voor een informeel gesprek met de projectmanager en projectjurist. Tijdens dit gesprek zijn de zorgen van beide adressanten besproken. Ook is toegelicht welke onderzoeken hebben plaatsgevonden om de verkeerseffecten van de beoogde ontwikkeling in relatie tot de bestaande verkeerssituatie in de omgeving in beeld te brengen. Verder is uitgelegd dat uit die onderzoeken volgt dat de met het bestemmingsplan beoogde toename van woningen, kantoren en voorzieningen in het gebied, een zeer beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen oplevert en niet leidt tot (nieuwe) knelpunten. Tot slot zijn de zorgen van adressanten over de bestaande verkeerssituatie besproken.

Naar aanleiding van het overleg met adressanten zijn geen nadere onderzoeken verricht of inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Wel is naar aanleiding van de zienswijze en het gesprek met adressanten in de plantoelichting een aantal wijzigingen en aanvullingen gedaan om vollediger in beeld te brengen wat er ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan onderzocht is in het kader van verkeer en parkeren. 7

Hierna wordt per ingebracht punt (1-3) gereageerd op de zienswijze. De beantwoording van de zienswijze richt zich enerzijds op de ruimtelijke aspecten van de beoogde ontwikkeling die zijn beoordeeld in het kader van een goede ruimtelijke ordening en anderzijds op de gevolgen die ontstaan vanwege de planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Daarbij wordt ingegaan op het onderzoek dat is verricht naar de verkeerseffecten als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan. Er wordt ook stilgestaan bij de bestaande druk op het netwerk. Bij de beantwoording van de zienswijze wordt ervan uitgegaan dat met ‘het gebied’ waar in de zienswijze naar wordt gerefereerd, deelgebied Verdi wordt bedoeld, in het bijzonder het verkeersgebied rondom het IJsbaanpad en de Amstelveenseweg. Ten aanzien van punt 1: De verkeerseffecten van de beoogde ontwikkeling door het bestemmingsplan is beoordeeld aan de hand van de uitkomsten van de verkeersstudie die is verricht ten behoeve van het Mobiliteitsplan Zuidas Flanken Duurzaam Bereikbaar (vastgesteld op 23 juli 2023 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam en het dagelijks bestuur van Vervoersregio Amsterdam, zie bijlage 4 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan), hierna: het Mobiliteitsplan.

Hierbij is afgeleid hoeveel extra autoverkeer wordt verwacht als gevolg van de voorziene ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt, ten opzichte van het eindbeeld van de ontwikkeling van Zuidas 2040 (incl. maatregelen en beoogde gebiedsontwikkeling). Het verwachte aandeel extra autoverkeer van en naar het IJsbaanpad door de beoogde ontwikkeling is een minimaal deel van het verkeer op de drukke kruispunten in de buurt, namelijk 1,3% van het totaal aantal autoverplaatsingen in het gebied. In de plantoelichting paragraaf 6.2.3. onder kopje ‘Stap 4’ wordt nader toegelicht hoe dit getal is berekend. De bijdrage aan het aantal autoverplaatsingen als gevolg van de beoogde ontwikkeling is hiermee minimaal en daarmee verwaarloosbaar. Om deze reden kan gesteld worden dat de ontwikkeling niet leidt tot een aantoonbare verslechtering van de verkeerssituatie ter plaatse. Er is dus reeds een verkeersimpactanalyse uitgevoerd, zoals verzocht door adressant 1. Hiermee is (in combinatie met het Mobiliteitsplan) beoordeeld wat de verkeerseffecten zijn van de beoogde ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Aanvullend wordt opgemerkt dat de gehele verkeerssituatie in- en rondom het plangebied relevant is geweest bij onze beoordeling. Daar hoort ook bij het evenementenverkeer door het Olympisch Stadion, zie paragraaf 6.2.6 van de plantoelichting.

De verkeerssituatie bij evenementen van het Olympisch Stadion kan echter geen aspect zijn waar in dit bestemmingsplan – voorzover al aan de orde - regels voor kunnen worden opgenomen. Ten aanzien van punt 2: Zoals onder ‘punt 1’ werd genoemd, is op 23 juli 2023 het Mobiliteitsplan vastgesteld. Dit Mobiliteitsplan is openbaar raadpleegbaar en is als bijlage 4 bij de plantoelichting van dit bestemmingsplan gevoegd.

8

Met het Mobiliteitsplan wordt invulling gegeven aan de stedelijke en regionale beleidskaders voor mobiliteit in het gebied Zuidflank, inclusief plangebied Verdi – Noordzone IJsbaanpad. In het Mobiliteitsplan wordt gekozen voor een integrale benadering waarbij bereikbaarheid met auto, OV, fiets, te voet, de inrichting van de openbare ruimte en groen in samenhang met elkaar worden gewogen. Er is meer aandacht voor duurzaamheid en leefkwaliteit, met ruimte-efficiënte, schone, stille en gezonde vervoerwijzen. Het doel van het Mobiliteitsplan is duurzame bereikbaarheid. Dit doel geldt voor de complete Zuidas, waar Verdi een onderdeel van is. De ontwikkeling van Verdi (en daarmee dus ook Noordzone IJsbaanpad) is daarom beoordeeld in samenhang met de andere deelgebieden van de Zuidas en niet als één afzonderlijke ontwikkeling. In paragraaf 6.2.4. van de plantoelichting bij het bestemmingsplan wordt beschreven met welke concrete maatregelen in het bestemmingsplan wordt bijgedragen aan de invulling van het Mobiliteitsplan. Ten aanzien van punt 3: Uit de Nota Parkeernormen Auto 2017 (hierna: Nota parkeernormen auto) volgen de normen wat betreft de hoeveelheid autoparkeerplaatsen die bij bepaalde functies moeten of mogen worden gerealiseerd. Deze normen gelden voor het aantal autoparkeerplaatsen voor de beoogde ontwikkeling.

Verder volgt uit de Nota parkeernormen auto dat nieuwe ontwikkelingen in hun eigen parkeercapaciteit moeten voorzien. Daarbij geldt dat op Zuidas in principe geen parkeervergunningen (waarmee op straat kan worden geparkeerd) worden uitgegeven voor vaste gebruikers (bijvoorbeeld bewoners en werknemers) van nieuwbouw. Dat betekent dus dat nieuwe ontwikkelingen op eigen terrein in de parkeerbehoefte van bewoners en werknemers moeten voorzien. Bij voorliggende ontwikkeling wordt het bestaande aantal autoparkeerplaatsen binnen het plangebied verminderd van 188 (huidig) naar maximaal 150 plekken (toekomstig). In het bestemmingsplan is voorzien in de mogelijkheid om een parkeergarage voor deze autoparkeerplaatsen onder de twee meest oostelijke kavels te realiseren. Het is daarom niet noodzakelijk om nadere regels over parkeren (in de openbare ruimte) op te nemen in het bestemmingsplan. De voorziene ontwikkeling voldoet aan de Nota parkeernormen auto (2017). Er is dan ook geen reden voor een aanvullende regeling wat betreft parkeren. Het gemeentelijke parkeerbeleid en de parkeerregulering zorgen ervoor dat de beschikbare parkeercapaciteit eerlijk verdeeld wordt over zowel de nieuwe als huidige bewoners en gebruikers in het gebied. Om de zorgen van adressant 1 over parkeren in de openbare ruimte verder te adresseren wordt verwezen naar paragraaf 6.2.5.

‘Autoparkeren’ in de plantoelichting. Hierin is gekeken naar de huidige bezettingsgraad van parkeerplaatsen gelegen binnen twee gebiedsdelen binnen Verdi. Hieruit volgt dat de bezettingsgraad van de bestaande autoparkeerplaatsen acceptabel is voor stedelijk gebied. Deze conclusie zal voor de toekomstige situatie en bij toename van programma in de omgeving niet veranderen. Gelet op de huidige en toekomstige parkeersituatie in Verdi is er dan ook geen reden om een parkeerstrategie op te nemen. Conclusie zienswijze adressant 1 De ingebrachte zienswijze leidt niet tot een wijziging in het bestemmingsplan. Wel is de plantoelichting aangevuld en is het Mobiliteitsplan bij de plantoelichting toegevoegd als bijlage. 9

2.

Adressant 2

Adressant 2 heeft de volgende zienswijze naar voren gebracht. Zienswijze: Het huidige ontwerpplan toont een toename van de brutovloeroppervlakte met circa 46.000 m2, wat zal resulteren in een substantiële toename van zowel inwoners als dagelijkse gebruikers van de faciliteiten. Deze toename aan verkeersbewegingen baart adressant 2 zorgen, aangezien het gebied nu al te kampen heeft met verkeersdrukte, vooral tijdens de spitsuren. De unieke geografische ligging van het gebied, ingeklemd tussen de Schinkel, de A10, metro- en treinstations, en de toegangswegen naar de A10, zorgt voor beperkte mogelijkheden om dit gebied te ontsluiten. Dit verergert de potentiële verkeersproblemen en kan gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid. Daarnaast is de impact van evenementen in en rondom het Olympisch Stadion op de verkeersdrukte ook een punt van zorg, net als de toestroom van sporters naar de sportvoorzieningen. Dit is een probleem voor het gehele gebied en deze problematiek moet dan ook in zijn geheel worden meegenomen en geëvalueerd. De overige plannen rondom Verdi gaan een verdere druk leggen op dit gebied en het individueel beoordelen van dit plan is daarom geen mogelijkheid. Door de beoogde ontwikkeling zal de verkeerspiek tijdens de spitsuren aanzienlijk toenemen.

Dit zal leiden tot verhoogde reistijden, verminderde verkeersveiligheid en mogelijke overlast in een gebied waar nu al verkeersproblemen worden ervaren. De toekomstige problemen zijn niet alleen relevant voor de huidige gebruikers en bewoners, maar ook voor toekomstige gebruikers en bewoners van het gebied. Verder zullen ook andere weggebruikers overlast ervaren door de beoogde ontwikkeling nu in de huidige situatie al sprake is van flinke verkeersopstoppingen. Een toename van de verkeersstromen vanuit het IJsbaanpad zullen er, samengevat, voor zorgen dat alle (huidige en toekomstige) gebruikers van het verkeer hinder zullen ondervinden, met name op het kruispunt Amstelveenseweg/IJsbaanpad. Dit kan leiden tot een gridlock in het gebied tot aan de in- en uitritten van de A10. Gezien deze factoren, verzoekt adressant 2 de gemeenteraad met klem de volgende punten in overweging te nemen: 1. Een uitgebreide verkeersimpactanalyse uitgevoerd door gekwalificeerde verkeerskundigen die de verwachte toename van verkeersbewegingen van dit plan en de andere Verdi plannen evalueert. 2. De ontwikkeling van een gedetailleerd mobiliteitsplan dat verbeterde toegang tot openbaar vervoer, deelvervoer vlakbij, veilige fietspaden en voetgangersroutes omvat, om de afhankelijkheid van autoverkeer te verminderen. 3.

Een parkeerstrategie die niet alleen de behoeften van de nieuwe bewoners en gebruikers van de kantoren en voorzieningen adresseert, maar ook de huidige situatie van de bewoners van het lJsbaanpad in acht neemt. 4. Maatregelen om verkeersopstoppingen tijdens evenementen bij het Olympisch Stadion te voorkomen en om ervoor te zorgen dat nood- en hulpdiensten altijd toegang hebben tot de buurt.

10

Onze reactie op de zienswijze: In de zienswijze worden zorgen geuit over hoe de verkeerseffecten die ontstaan door de beoogde ontwikkeling zich (zullen) verhouden tot de bestaande verkeerssituatie binnen Verdi en meer specifiek op het IJsbaanpad en het kruispunt Amstelveenseweg. Hierbij herhaalt adressant 2 grotendeels de zorgen die ook door adressant 1 worden genoemd. Adressant 2 noemt in zijn zienswijze nog concreter de punten waarop zijn zorgen zien. Adressant 2 noemt de toename van verkeer die hij verwacht, met name in de spits, en de negatieve gevolgen die daaruit zullen voortvloeien voor de gebruikers binnen het plangebied en de verkeersveiligheid. Om deze zorgen te bespreken is Adressant 2 samen met Adressant 1 op 6 maart 2024 uitgenodigd voor een informeel gesprek met de projectmanager en projectjurist, zie hiervoor de reactie op de zienswijze van adressant 1. De gevreesde toename van verkeersdruk en ongewenste gevolgen die door de ontwikkeling in het bestemmingsplan kunnen ontstaan zijn onderzocht in het kader van de totstandkoming van dit bestemmingsplan. De gevolgen waar adressant 2 voor vreest zullen zich, kort gezegd, niet voor doen. Dit is toegelicht in de beantwoording van de zienswijze van adressant 1. Hierna wordt ingegaan op wat adressant 2 heeft ingebracht onder de punt 4.

Voor de behandeling van punt 1 t/m 3 wordt verwezen naar de beantwoording hiervan bij adressant 1. Ten aanzien van punt 4: Mogelijke maatregelen (regels) om de verkeersopstoppingen tijdens evenementen in het Olympisch Stadion te voorkomen – voorzover aan de orde - vallen buiten het kader van dit bestemmingsplan. Het Olympisch Stadion bevindt zich namelijk buiten het plangebied van het bestemmingsplan. Hierover kunnen dan ook geen maatregelen (regels) worden opgenomen in dit bestemmingsplan. In de algemene beoordeling van het bestemmingsplan in relatie tot een goede ruimtelijke ordening en een goed woon- en leefklimaat, is wel het verkeer tijdens evenementen van het Olympisch Stadion meegewogen. Dit lichten wij toe. Kort gezegd is de verkeerstoename als gevolg van dit bestemmingsplan op de bestaande kruispunten in de toekomst tijdens de spitsperiodes minimaal, namelijk 1,3%. Dit volgt uit paragraaf 6.2.3. van de plantoelichting. Deze toename is verwaarloosbaar. Ook ten opzichte van verkeer tijdens grote evenementen is de impact van de voorliggende ontwikkeling minimaal. Immers, evenementen vinden vaak plaats buiten de spitsperiode (dan is extra verkeer van de Noordzone IJsbaanpad beperkter dan in de spits). Daardoor is de bijdrage van het verkeer van het IJsbaanpad aan de verkeersdrukte in verhouding kleiner.

De verkeersdrukte en overlast die ontstaat om grote evenementen heen wordt aldus niet erger door de beoogde ontwikkeling. Bovendien wordt opgemerkt dat hoewel de evenementen verkeersdrukte en overlast opleveren, dit enkel een paar keer per jaar plaatsvindt, conform de evenementen die zijn toegestaan binnen het Olympisch Stadion. Het gaat dus om een uitzondering, niet een regel. Vanwege de uitzonderingssituatie en de beperkte verkeerstoename door de beoogde ontwikkeling, kan de verkeerssituatie ook met verkeer tijdens grote evenementen aanvaardbaar worden geacht.

11

Wat betreft de bereikbaarheid van de hulpdiensten tijdens evenementen in het Olympisch Stadion geldt dat dit wordt geregeld in het kader van de organisatie en te verkrijgen toestemmingen van het Olympisch Stadion om een dergelijk evenement te mogen organiseren. Kortom: Dit belangrijke aspect wordt wel geregeld, maar niet in het kader van dit bestemmingsplan. Tot slot wordt opgemerkt dat in het Mobiliteitsplan oplossingsrichtingen worden genoemd voor het evenementenverkeer bij locaties als het Olympisch Stadion en RAI. In de toekomst zal de gemeente in overleg met de eigenaren van deze locaties deze oplossingsrichtingen voorleggen en bespreken. Conclusie zienswijze adresssant 2 De ingebrachte zienswijze leidt niet tot een wijziging in het bestemmingsplan. Wel is de plantoelichting aangevuld met betrekking tot het evenementenverkeer en is het Mobiliteitsplan bij de plantoelichting toegevoegd als bijlage.

3.

Adressant 3

Adressant 3 heeft in haar zienswijze meerdere punten aangevoerd. Hierna worden de punten in aparte paragrafen behandeld. De zienswijze heeft kort gezegd niet geleid tot inhoudelijke wijzigingen in de regels en verbeelding van het bestemmingsplan, wel tot enkele aanvullingen in de plantoelichting die de leesbaarheid en duidelijkheid van het bestemmingsplan vergroten. 3.1 Algemeen (Belang van het Olympisch Stadion) Zienswijze Het Olympisch Stadion is een stadsicoon binnen de gemeente Amsterdam en tevens een Rijksmonument. Adressant 3 beheert en exploiteert het Olympisch Stadion en ontvangt hiervoor geen overheidsbijdragen. De kosten van het onderhoud van het Olympisch Stadion worden bekostigd door middel van het organiseren van allerlei activiteiten en evenementen in en rondom het Olympisch Stadion. Sinds 1997 is adressant 3 in het bezit van een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu voor het organiseren van zowel reguliere als incidentele evenementen. Op 26 oktober 2022 heeft adressant 3 een revisievergunning aangevraagd welke zij in op 16 oktober 2023 heeft verkregen. Inmiddels loopt er een beroepsprocedure tegen de revisievergunning en heeft mei 2024 een ontwerpbesluit ter inzage gelegen ter wijziging van de verkregen revisievergunning. Adressant 3 vreest door de gebiedsontwikkeling te worden beperkt in haar exploitatiemogelijkheden.

Deze vrees heeft adressant 3 in het verleden meermaals geuit, onder andere door middel van een brandbrief gericht aan de raad. In reactie op de brandbrief heeft de raad een tweetal moties aangenomen. Adressant 3 is van mening dat de voorziene ontwikkeling in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat de onderzoeken die zijn uitgevoerd hier niets aan kunnen veranderen.

12

Reactie op het belang van het Olympisch Stadion: De raad erkent de status van het Olympisch Stadion als icoon van de stad en het belang van het Rijksmonument. Het Olympisch Stadion en de activiteiten die hier plaatsvinden zijn belangrijk voor de stad. Dit heeft de raad benadrukt met de twee moties die in 2021 zijn aangenomen, die kort gezegd vragen om aandacht en behoud van de huidige exploitatie van het Olympisch Stadion bij de verdere gebiedsontwikkeling van Verdi. De gebiedsontwikkeling van Verdi heeft dan ook als uitgangspunt dat de ontwikkelingen die plaatsvinden niet ten koste mogen gaan van de exploitatiemogelijkheden van het Olympisch Stadion. Dit uitgangspunt geldt tot op de dag van vandaag. De belangen van adressant 3 hebben altijd een rol gespeeld bij afwegingen die zijn gemaakt in het kader van de gebiedsontwikkeling van Verdi. Tussen de gemeente en het bestuur van het Olympisch Stadion hebben gesprekken plaatsgevonden en over noodzakelijke maatregelen om de belangen van zowel het Olympisch Stadion als de gebiedsontwikkeling te borgen, zijn privaatrechtelijke afspraken gemaakt. De aanvraag voor de revisievergunning d.d. oktober 2022 geldt als uitgangspunt voor meerdere onderzoeken die hebben plaatsgevonden om de aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling te kunnen beoordelen.

Verder is adressant 3 meegenomen en op de hoogte gehouden van de meest recente ontwikkelingen in de planvorming. Kortom: de huidige bedrijfssituatie van het Olympisch Stadion is meegewogen in de ruimtelijke beoordeling van het bestemmingsplan, en adressant 3 is actief betrokken bij de planvorming. Gedurende de planvorming is geconstateerd dat een aantal aspecten (winddruk, geluid en licht) invloed kunnen hebben op de toekomstige woningen en/of de exploitatie van het Olympisch Stadion. Nadat de effecten hiervan in beeld zijn gebracht, is onderzocht welke maatregelen nodig zijn om te zorgen dat de toekomstige woningen geen hinder zullen ondervinden door de exploitatie van het Olympisch Stadion en vice versa dat het Olympisch Stadion haar bestaande exploitatie kan blijven voortzetten. In het bestemmingsplan is voor die aspecten waarbij het Olympisch Stadion een rol speelt gemotiveerd op welke manier de ontwikkeling kan plaatsvinden zonder dat het Olympisch Stadion wordt geraakt in haar exploitatiemogelijkheden én dat sprake is van een goed woonen leefklimaat voor de toekomstige bewoners en gebruikers van het plangebied. De beide belangen zijn zo zorgvuldig mogelijk geborgd zowel in het bestemmingsplan als met privaatrechtelijke afspraken.

In de plantoelichting en in deze Nota van Beantwoording is nader toegelicht op welke manier in het bestemmingsplan is geborgd dat de huidige exploitatie van het Olympisch Stadion niet wordt geraakt door de verdere gebiedsontwikkeling van Verdi. Adressant 3 verzet zich desondanks tegen een aantal punten in het ontwerpbestemmingsplan en heeft daartoe een zienswijze ingediend. Hieronder wordt gereageerd op de specifieke inhoudelijke punten die zijn ingebracht. 3.2 Verkeer en mobiliteit Zienswijze Uit het verkeersonderzoek in bijlage 36 bij de plantoelichting van het ontwerpbestemmingsplan volgt dat de omgeving rondom het plangebied geldt als zeer 13

belast wat betreft het aspect verkeer. Er is sprake van een kritische situatie. Uit het onderzoek volgt dat alle kruispunten nader moeten worden onderzocht maar nergens blijkt uit dat dit ook is gebeurd. Zonder een nadere analyse kan niet worden gesteld dat het plan voldoet aan de te stellen normen. Adressant 3 volgt niet waar sommige verwijzingen in hoofdstuk 6 van de plantoelichting naar verwijzen, nu hierover in bijlage 36 bijde plantoelichting van het ontwerpbestemmingsplanweinig is terug te vinden of te lezen. Het verkeersonderzoek in bijlage 36 van de plantoelichting is gericht op een abstracter niveau en niet specifiek op het plangebied. Verder is het volgens adressant 3 onduidelijk waar sommige kengetallen, figuren en tabellen uit de plantoelichting op zijn gebaseerd (bijvoorbeeld figuur 6.1 van de plantoelichting). Verder lijkt er in de verkeersonderzoeken bij het bestemmingsplan geen rekening te zijn gehouden met activiteiten en evenementen in het Olympisch Stadion. Zo blijft onduidelijk wat de verkeerskundige situatie is wanneer duizenden stadionbezoekers hun weg van en naar het stadion moeten vinden. Het verkeersonderzoek wat ten grondslag ligt aan dit bestemmingsplan gaat uit van wensdenken door autoparkeerplaatsen te schrappen en er vervolgens van uit te gaan dat dit leidt tot minder autobewegingen.

Het ontbreekt aan onderzoek naar de effectiviteit van dergelijke maatregelen. Ook is onduidelijk in hoeverre dit scenario wordt ondersteund door goede OV- voorzieningen. Over de gevolgen van het schrappen van bestaande parkeermogelijkheden voor de omgeving en het Olympisch Stadion, blijft het bestemmingsplan onduidelijk. Tot slot levert de P&R onder het Olympisch Stadion al jaren problemen op. Bij drukte staat een rij rondom het stadion op de rijbaan en moeten andere weggebruikers tegen het verkeer in rijden om niet in de rij te staan. In geval van evenementen in het stadion leidt de P&R (die niet gesloten mag worden tijdens evenementen) tot grote problemen bij het kruispunt op de Amstelveenseweg. Reactie op de zienswijze: De verkeerssituatie binnen en rondom het plangebied verdient, net als de gehele omgeving Zuidas, aandacht. Adressant 3 wijst hier terecht op. Verkeersonderzoek Het verkeersonderzoek uit 2019 (onderdeel van bijlage 1 (MER Verdi) bij de plantoelichting van het bestemmingsplan) waar Adressant 3 naar verwijst is een bijlage bij het MER Verdi (milieueffectrapport) en heeft niet als verkeersbeoordeling gegolden voor dit bestemmingsplan. Dit onderzoek betreft een beoordeling van de verkeersgevolgen van verschillende varianten van ontwikkelingen die destijds (2019) mogelijk werden geacht voor de herontwikkeling van Verdi.

Vandaar dat er wordt verwezen naar verschillende scenario’s (realistisch en maximaal). Het doel van dit verkeersonderzoek was om in het kader van het MER Verdi de milieugevolgen en verkeersgevolgen van de verschillende scenario’s te beoordelen. Het verkeersonderzoek 2019 (dat overigens uitgaat van meer programma in Verdi dan op dit moment actueel nog op de planning staat) wijst dus op de mogelijke verkeersgevolgen van mogelijke varianten gebiedsontwikkeling binnen Verdi. De conclusie uit dat onderzoek was 14

dat er meer verkeersdruk ontstaat op een aantal kruispunten rondom Verdi, maar niet zoveel verkeersdruk dat er significante knelpunten ontstaan. Deze conclusie biedt het uitgangspunt om specifiekere ontwikkelingen verder te onderzoeken. Het verkeersonderzoek uit 2019 heeft niet ten grondslag gelegen aan het onderzoek dat is verricht naar de verkeersgevolgen door de beoogde ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt. Voor het bestemmingsplan zijn de verkeerseffecten beoordeeld aan de hand van het Verkeersmodel Amsterdam (VMA) dat is opgesteld is door Verkeer & Openbare Ruimte (V&OR) en de verkeersstudie die hiermee is verricht ten behoeve van het Mobiliteitsplan ‘Zuidflank Duurzaam Bereikbaar’, vastgesteld op 23 juli 2023 door het college B&W van de gemeente Amsterdam en het Dagelijks bestuur van Vervoerregio Amsterdam, hierna: het Mobiliteitsplan. De uitkomsten hiervan zijn te vinden in het Mobiliteitsplan (zie bijlage 4 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan). In deze verkeersstudie is een gebiedsbrede analyse van het verkeer in Zuidas opgenomen. Deze verkeersstudie omvat dus ook een analyse naar de impact van geplande ontwikkelingen in projectgebied Verdi.

Hierbij is rekening gehouden met het programma waarin voorliggende ontwikkeling (Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad) voorziet, net als met de andere geplande ontwikkelingen in Verdi en in de rest van Zuidas en omgeving. In het kader van het bestemmingsplan is de verkeersimpact van de beoogde ontwikkeling beoordeeld aan de hand van de uitkomsten van bovengenoemde verkeersstudie. Hierbij is afgeleid hoeveel extra autoverkeer wordt verwacht op de relevante kruispunten als gevolg van de voorziene ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt. Het verwachte extra autoverkeer van en naar het IJsbaanpad door de voorziene ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt betreft, een toename van 60 autobewegingen (in de spitsperiode) ten opzichte van de huidige situatie met het huidige programma. Dit is een minimaal aandeel van het verkeer in het gebied, namelijk 1,3%. Ook de bijdrage aan (potentiële) knelpunten als gevolg van dit bestemmingsplan is minimaal en daarmee verwaarloosbaar. In de plantoelichting paragraaf 6.2.3. onder kopje ‘Stap 4’ wordt nader toegelicht hoe dit getal is berekend. Uit de zienswijze volgt niet helder welke kengetallen, figuren en tabellen onduidelijk worden geacht.

Naar verwachting is een deel van de verwarring weggenomen nu bekend is dat de figuren en kengetallen niet uit het verkeersonderzoek 2019 zijn gehaald, maar uit de verkeersstudie bij het Mobiliteitsplan. Voor de volledigheid en om verwarring te voorkomen is het MER Verdi (2019) en bijbehorende onderzoeken als één bijlage opgenomen in de bijlagen bij de plantoelichting, in plaats van als losse bijlagen. De raad is van mening dat de uitleg bij de verkeersbeoordeling die is verricht voor dit bestemmingsplan in Hoofdstuk 6 van de plantoelichting helder is toegelicht. Er is tevens voldoende onderzoek gedaan naar de verkeersgevolgen vanwege de beoogde ontwikkeling. Gelet op de conclusies uit dit onderzoek, voldoet de ontwikkeling en daarbij behorende verkeerseffecten aan een goede ruimtelijke ordening. Evenementenverkeer Olympisch Stadion Het Olympisch Stadion valt buiten het plangebied van het bestemmingsplan. Daarom kan de verkeerssituatie bij evenementen van het Olympisch Stadion geen aspect zijn waar in dit bestemmingsplan – voorzover al aan de orde - regels voor kunnen worden opgenomen. 15

Adressant 3 constateert dan ook terecht dat in de verkeersbeoordeling en het verkeersonderzoek op basis van het VMA geen rekening is gehouden met evenementenverkeer. In de algemene beoordeling van het bestemmingsplan in relatie tot een goede ruimtelijke ordening en een goed woon- en leefklimaat, is voor de volledigheid het verkeer tijdens evenementen van het Olympisch Stadion wel beoordeeld. Deze beoordeling is terug te lezen in paragraaf 6.2.6. van de plantoelichting. Op de momenten dat er grote evenementen plaatsvinden bij het Olympisch Stadion is het verkeer als gevolg van de ontwikkeling Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad slechts een zeer beperkte aanvulling op de verkeersdrukte op dat moment. Dit heeft twee redenen. Ten eerste omdat er meer verkeer is tijdens evenementen en dus de bijdrage van het verkeer van het IJsbaanpad aan de verkeersdrukte in verhouding kleiner is. Ten tweede vinden evenementen vaak plaats buiten de spitsperiode, en dan is het extra verkeer van de Noordzone IJsbaanpad beperkter dan in de spits. De verkeersdrukte en overlast die ontstaat om grote evenementen heen wordt aldus niet erger door de beoogde ontwikkeling.

Bovendien wordt opgemerkt dat hoewel de grote evenementen verkeersdrukte en overlast kunnen opleveren, dit enkel een paar keer per jaar plaatsvindt, conform de evenementen die zijn toegestaan in de milieuvergunning van het Olympisch Stadion. Het gaat dus om een uitzondering, niet een regel. Vanwege de uitzonderingssituatie en de beperkte verkeerstoename door de beoogde ontwikkeling, kan de verkeerssituatie ook met verkeer tijdens grote evenementen aanvaardbaar worden geacht. Parkeerruimte Met voorliggend bestemmingsplan wordt het aantal parkeerplaatsen in het plangebied verminderd van 188 parkeerplekken naar maximaal 150 parkeerplekken. Adressant 3 wijst erop dat het schrappen van autoparkeerplaatsen uitgaat van wensdenken en dat het ontbreekt aan onderzoek naar effectiviteit van deze maatregel. Op dit moment wordt de invulling van de derde pijler verder uitgewerkt door het Mobiliteitsteam, waaronder ook de maatregel ‘sturen op parkeerruimte’. Daarin wordt ook de haalbaarheid en de effectiviteit verder uitgewerkt. De vermindering van het aantal autoverplaatsingen als gevolg van het reduceren van parkeerplekken in het kader van het Mobiliteitsplan wordt namelijk op dit moment beperkt ingeschat, zie ook de figuur Autoaankomsten in de ochtendspits op pagina 8 van het Mobiliteitsplan.

Uit deze figuur blijkt dat parkeerbeleid maar een klein aandeel betreft van de maatregelen die het verkeer doen afnemen. Vanwege de onzekerheid hierover is in de effectbepaling van het Mobiliteitsplan uitgegaan van een zeer beperkt effect van deze maatregel op het aantal vervoersbewegingen. Er is hier dus geen sprake van wensdenken. Het doel van het sturen op parkeerruimte is dat gebruikers en bewoners kiezen voor een alternatieve modaliteit om het gebied te bereiken. Het is gelet daarop dan ook niet te verwachten dat met het schrappen van ongeveer 30 bestaande autoparkeerplaatsen zoals in het geval van voorliggend bestemmingsplan, meer druk komt te liggen op parkeerplaatsen in de omgeving of bij het Olympisch Stadion. Adressant 3 onderbouwt deze zorgen verder ook niet en heeft niet aangetoond dat de gestelde parkeerdruk in de parkeergarage zou zijn te wijten aan de huidige gebruikers van het IJsbaanpad. Om de zorgen van adressant 3 over parkeren in de openbare ruimte te adresseren wordt verwezen naar paragraaf 6.2.5. ‘Autoparkeren’ in de plantoelichting. Hierin is gekeken naar de huidige bezettingsgraad van parkeerplaatsen gelegen binnen twee gebiedsdelen in Verdi. 16

Hieruit volgt dat de bezettingsgraad van de bestaande autoparkeerplaatsen in de openbare ruimte acceptabel is voor stedelijk gebied. Deze conclusie zal voor de toekomstige situatie en bij toename van programma in de omgeving niet veranderen en daarmee kan ervan uit worden gegaan dat aan de parkeerbehoefte wordt voldaan. De vrees dat uitwijkend verkeer voor zover aan de orde, tot een onredelijke druk op parkeerplaatsen bij het Olympisch Stadion zal leiden, volgen wij niet. Er zijn voldoende parkeerplaatsen in de omgeving en de openbare ruimte om eventueel uitwijkend verkeer te faciliteren. We volgen de zorgen van adressant 3 op dit punt kort gezegd niet. Wij wijzen er overigens op dat de huidige exploitant van de parkeergarage bij het Olympisch Stadion beschikt over een uitstekend sturingsmiddel doordat zij de partij is die de voorwaarden bepaalt voor het parkeren in deze parkeergarage. Voor evenementen zou kunnen worden gedacht aan een maatregel waarbij de benodigde parkeercapaciteit wordt gereserveerd en geen toegang wordt geboden aan eventuele incidentele parkeerders die de exploitant op dat moment niet wenst te faciliteren. De P&R De P&R-problematiek die wordt geschetst lezen wij als een zorg over verkeersdruk en verkeersveiligheid bij de desbetreffende P&R. Zoals gezegd is de bijdrage aan het autoverkeer als gevolg van voorliggend bestemmingsplan verwaarloosbaar.

Los daarvan wordt graag meegedacht over hoe de problemen die Adressant 3 schetst kunnen worden verminderd. 3.3 Lichthinder Zienswijze Uit de rapporten van Cauberg Huygen van 30 april 2021 (referentie 07126-53963-02) en 13 april 2022 (referentie 07126-56093-02) blijkt volgens adressant 3 dat sprake is van een forse overschrijding van de toetsingscriteria uit de NSVV Richtlijn Lichthinder wat betreft lichtsterkte en verlichtingssterkte voor de toekomstige woningen. Wanneer de beoogde ontwikkeling wordt getoetst aan de normen uit de actuele NSVV Richtlijn Lichthinder (2020) volgt een overschrijding van de grenswaarde voor lichtsterkte door verlichting vanuit het Olympisch Stadion. De bronmaatregelen die zijn opgenomen in paragraaf 10.6.2 van de plantoelichting zijn volgens adressant 3 kort gezegd onvoldoende om ervoor te zorgen dat ter plaatse van de beoogde woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Met deze maatregelen wordt namelijk uitgegaan van een te beperkte benadering van de reguliere bedrijfssituatie door enkel de trainingssituatie van Phanos (atletiekvereniging) te betrekken. Uit de aanvraag voor de revisievergunning milieu (verleend op 16 oktober 2023) volgt dat er meer activiteiten zijn waar rekening mee moet worden gehouden in de reguliere bedrijfssituatie.

Gevolg hiervan is dat sprake is van een aanzienlijke onderschatting van het aantal activiteiten waarbij de lichtmasten volledig in werking zijn. Naast de te laag ingeschatte reguliere bedrijfssituatie worden er jaarlijks ook twaalf incidentele bedrijfssituaties toegestaan. Dit betreft niet meer enkel een incidenteel karakter. Adressant 3 wijst in dit verband ook op de mogelijkheid dat er internationale sporttoernooien kunnen worden georganiseerd in het Olympisch Stadion, waarbij door de organisatie eisen worden gesteld aan de verlichting, zoals aan de opstelling en sterkte hiervan.

17

Ook wijst adressant 3 op het feit dat de huidige lampen op dit moment nog niet vervangen kunnen worden door LED-verlichting met een vergelijkbare lichtopbrengst, zonder dat het monumentale karakter van de lichtmasten (onderdeel van het Rijksmonument) worden aangetast. De afspraken die zijn gemaakt over de bronmaatregelen kunnen kortom nauwelijks bijdragen aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat. Verder wijst adressant 3 erop dat bepaalde stellingen uit de plantoelichting ((…) kan wellicht met andere lichtbronnen worden volstaan' en '(…) kan gekeken worden naar maatregelen om de lichtuitstraling richting de omgeving verder te beperken’) ertoe leiden dat het treffen van maatregelen wordt doorgeschoven naar de toekomst. Adressant 3 meent dat het bestemmingsplan ook voor wat betreft het onderdeel lichthinder niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en dat geen sprake zal zijn van een goed woonen leefklimaat in zijn algemeenheid dan wel ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen. In de aanvullende zienswijze van 23 februari 2024 wijst adressant 3 er (nogmaals) op dat het onderzoek uit 2021 (referentie 07126-53963-02) onterecht nog uitgaat van de NSVV richtlijn uit 2014. De richtlijn uit 2020 is bedoeld voor bestaande verlichtingsinstallaties die vanaf 1 november 2021 worden gerealiseerd of als er sprake is van vervanging.

De NSVV richtlijn uit 2020 is ook bedoeld voor nieuwbouw, waaronder het plan Verdi Noordzone IJsbaanpad. Het onderzoek van 13 april 2022 (referentie 07126-56093-02) gaat vervolgens wel uit van de meest recente NSVV richtlijn (2020). Dat betekent volgens Adressant 3 dat de overschrijdingen die in 2021 zijn onderzocht, op grond van de nieuwe richtlijn (2020) en de daarin opgenomen normen nog hoger zijn. Verder worden in het onderzoek uit 2022 geen maatregelen beschouwd, anders dan wordt genoemd welke maatregelen noodzakelijk zijn. Adressant 3 weet daarmee niet waar zij aan toe is en bovendien leidt het ontbreken van maatregelen tot de conclusie dat geen sprake is van een aantoonbaar goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen. In het onderzoek van 13 april 2022is .oor trainingssituaties uitgegaan van de toepassing van (mobiele) lichtmasten met een beperkte hoogte. Adressant 3 is van mening dat aangetoond dient te worden dat deze maatregel een normaal gebruik van het stadion niet in de weg staat en dat de kosten voor het realiseren van deze maatregel zogenaamde plankosten betreffen en derhalve voor rekening dienen te komen van de projectontwikkelaar en/of gemeente. Tijdens wedstrijdsituaties verandert de verlichting naar verwachting van adressant overigens niet.

Tot slot wijst Adressant 3 erop dat in het onderzoek van Cauberg Huygen van 13 april 2022 wordt voorgesteld om maatregelen bij de ontvanger te treffen. Echter alle genoemde maatregelen dienen door de nieuwe bewoners te worden geïnitieerd (zoals het afdichten van daglichtopeningen). Door bewoners deze keuzemogelijkheid te geven is geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. Bovendien hebben maatregelen bij de ontvanger geen effect op de buitenruimten, aldus zal lichthinder aanwezig blijven. Adressant 3 keert zich hiertegen, omdat klachten over lichthinder (voor zover deze al realistisch zijn) primair bij haar zullen worden neergelegd. Reactie op zienswijze lichthinder Juridisch kader 18

Vooropgesteld wordt dat voor het aspect lichthinder in het kader van ruimtelijke ordening geen wettelijke normen gelden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld of sprake is van onaanvaardbare lichthinder voor functies die hiervoor gevoelig zijn, met name woningen. De raad heeft ervoor gekozen om bij de beoordeling van lichthinder aan te sluiten bij de NSVV Richtlijn Lichthinder, waarvan de meest actuele versie uit 2020 is. Het aansluiten bij deze richtlijn is in de jurisprudentie geaccepteerd. Uit vaste rechtspraak (zie ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1896, Rb Midden-Nederland 18 mei 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:2235, ABRvS 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:102, (r.o. 4 – 4.4) en ABRvS 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:777) volgt dat wanneer uit onderzoek blijkt dat er wordt voldaan aan de NSVV Richtlijn Lichthinder, er kan worden aangenomen dat er dan in beginsel sprake is van aanvaardbare lichthinder. Andersom geldt dat wanneer niet aan de NSVV Richtlijn Lichthinder wordt voldaan, dit niet automatisch betekent dat sprake is van onaanvaardbare lichthinder. Of sprake is van onaanvaardbare lichthinder is immers ook deels afhankelijk van de perceptie van de bewoners/gebruikers in de omgeving van de lichtbron, het karakter van de omgeving en de duur- en frequentie van de overschrijdingen.

Het is daarom ook goed mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de grenswaarden in de NSVV Richtlijn Lichthinder, in die gevallen waarin de verwachting is dat er wel lichthinder optreedt, maar deze niet als onaanvaardbaar moet worden beschouwd. Dat er voor lichthinder geen wettelijk kader geldt, betekent dus niet dat dit aspect niet wordt meegewogen in het kader van een goede ruimtelijke ordening en in het kader van een goed woon- en leefklimaat. De raad heeft om die reden zorgvuldig en uitgebreid onderzoek laten verrichten naar de te verwachten lichthinder. Achtergrond en afspraken De raad heeft in 2021 en 2022 onderzoek laten verrichten naar de vraag of sprake is van onaanvaardbare lichthinder vanwege de verlichting vanuit het Olympisch Stadion op de toekomstige woningen, en zo ja welke maatregelen nodig zijn om lichthinder te beperken zodat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In het onderzoek uit 2022 (zie bijlage 9 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan) is de lichtactiviteit behorende bij de relevante bedrijfsactiviteiten in het Olympisch Stadion getoetst aan de meest actuele versie van de NSVV Richtlijn Lichthinder (2020). Hierbij wordt opgemerkt dat voor zover de zienswijze van adressant 3 ziet op het ten onrechte gebruiken van een oude richtlijn, deze geen doel treft.

Het onderzoek uit 2022 richt zich op de situaties waarin de grote lichtmasten van het stadion aanstaan, waarvan de meest regelmatig voorkomende situatie (qua frequentie en duur) de doordeweekse (maandag t/m vrijdag) avondtrainingen van atletiekvereniging Phanos zijn. Onder het kopje ‘Beoordeling relevante bedrijfssituatie’ wordt een uitgebreidere toelichting gegeven op de onderzochte bedrijfssituatie. Uit het onderzoek uit 2022 volgt dat bij de trainingen van Phanos in ieder geval sprake is van overschrijding van de NSVV Richtlijn Lichthinder binnen de toekomstige woningen in plangebied Verdi door verlichting vanuit het Olympisch Stadion. Gelet op de forse overschrijding van de richtlijn, de aard en de frequentie van deze lichthinder, vindt de raad overschrijding van de richtlijn in deze situatie zonder maatregelen onaanvaardbaar. In het onderzoek uit 2022 is ook beoordeeld welke maatregelen zouden kunnen worden getroffen tegen de te verwachten lichthinder die optreedt in de toekomstige woningen. De conclusie was dat bronmaatregelen het meest effectief zijn. Ter borging van een goed woon19

en leefklimaat moeten er in het kader van het voorkomen van onaanvaardbare lichthinder dus maatregelen worden getroffen. Vervolgens zijn in opdracht van de Adressant 3 en voor kosten van de gemeente door Oostendorp Verlichting B.V. twee nieuwe verlichtingsplannen gemaakt waarbij de verlichting aan de dakrand van de tribunes wordt bevestigd en gebruik gemaakt wordt van de vier lichtmasten. Met deze maatregelen wordt voorkomen dat de alle grote lichtmasten gelijktijdig moeten worden gebruikt. De verlichtingsplannen zijn door Cauberg Huygen getoetst aan de NSVV Richtlijn Lichthinder (onderzoek van 2 januari 2024, ref. 07126-58811-03v2, zie bijlage 10 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan). De conclusie van dit onderzoek luidt dat ter plaatse van plangebied Verdi het risico op onaanvaardbare lichthinder met het nieuwe verlichtingsplan van Oostdorp Verlichting B.V. kan worden weggenomen. Wel dient hierbij gekozen te worden voor het gecombineerde lichtplan met armaturen aan de dakrand en aan de huidige lichtmasten (op 35 meter hoogte). Dit gecombineerde lichtplan voor de trainingen van Phanos voorkomt een overschrijding van de grenswaarde uit de NSVV richtlijn voor lichtsterkte. Over het aanbrengen van deze bronmaatregelen zijn tussen Adressant 3 en de gemeente privaatrechtelijke afspraken gemaakt in september 2023.

Hieruit volgt dat de Adressant 3 voor rekening en risico van de gemeente de vergunning aanvraag voor het aanbrengen van de nieuwe verlichting indient en de noodzakelijke bronmaatregelen treft. De kosten die gepaard gaan met de aanpassingen van het lichtplan worden dus volledig gedragen door de gemeente. Ook op dit punt kan de zienswijze van adressant 3 niet slagen. Inmiddels is de nodige omgevingsvergunning om de hiervoor genoemde maatregelen voor licht te realiseren op 12 april 2024 verleend door het college en ook al in werking getreden (OLO-nummer 7243359). Naar verwachting wordt de alternatieve verlichting in Q4 van 2024 aangebracht. Hiermee is dan ook een aantal zorgen van adressant 3 over de uitvoerbaarheid van de maatregelen weggenomen. In het kader van de omgevingsvergunning zijn namelijk de gevolgen voor de monumentale waarde beoordeeld en hierover is positief geadviseerd. Verder beperken de nieuwe lichtarmaturen het gebruik van het Olympisch Stadion niet: Deze lichtarmaturen zorgen enkel dat het trainingsveld energie-efficiënter wordt verlicht vanuit een andere hoek zodat omliggende (bestaande en toekomstige) woningen minder overlast zullen ervaren. Los van het voorkomen van lichthinder, is dit ook vanuit duurzaamheidsperspectief een goede maatregel.

Voor de volledigheid is een nadere publiekrechtelijke borging in het bestemmingsplan opgenomen door middel van een voorwaardelijke verplichting. Die houdt in dat bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen van de toekomstige woningen moet kunnen worden aangetoond dat voor de trainingen binnen het Olympisch Stadion (van Phanos) maatregelen zijn getroffen (artikelen 3.2.4 en 4.2.4. ). Deze toets vindt plaats ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen. De vervangende verlichting wordt in ieder geval ingezet tijdens de trainingen van Phanos (de meest voorkomende situatie qua frequentie en duur) maar zou eventueel ook bij andere trainingen of activiteiten kunnen worden ingezet, om lichthinder te voorkomen. Hiermee wordt het risico op onaanvaardbare lichthinder voor de woningen weggenomen. 20

Conclusie achtergrond en afspraken Nu de omgevingsvergunning voor het aanpassen van de verlichting is verleend en in werking is getreden en tussen adressant 3 en de gemeente privaatrechtelijke afspraken zijn gemaakt over de uitvoering van deze maatregelen (die geheel voor rekening van de gemeente komen) is aannemelijk dat de noodzakelijke maatregelen ter voorkomen van onevenredige lichthinder getroffen worden. Dit leidt volgens de raad tot de conclusie dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Voor de volledigheid wordt hierna nog ingegaan op een aantal specifieke punten die adressant 3 in haar zienswijze naar voren brengt. Beoordeling relevante bedrijfssituatie Adressant 3 is van mening dat in het onderzoek naar lichthinder de bedrijfssituatie van het Olympisch Stadion is onderschat door alleen naar de trainingen van Phanos te kijken. Er vinden meer activiteiten en evenementen plaats dan alleen de Phanos trainingen die mogelijk ook voor lichthinder in de woningen kunnen zorgen. Ook worden er jaarlijks twaalf grote evenementen georganiseerd en vinden internationale sporttoernooien plaats. Dat er meer evenementen en activiteiten plaatsvinden in het Olympisch Stadion die voor lichthinder zouden kunnen zorgen wordt door de raad niet ontkend.

Anders dan bij de Phanos trainingen hebben deze evenementen en activiteiten naar mening van de raad in het kader van (licht)hinderbeleving een ander karakter. Dit lichten we toe. In het kader van de NSVV Richtlijn Lichthinder wordt voornamelijk lichtsterkte en verlichtingssterkte beoordeeld, maar niet zozeer frequentie. In de NSVV Richtlijn Lichthinder wordt niet gesproken over een belastingduur en wordt derhalve ook geen onderscheid gemaakt tussen incidentele en reguliere bedrijfssituaties. De mate van lichthinder ligt primair bij de beleving van omwonenden. Het risico dat lichthinder ontstaat bij toekomstige bewoners is natuurlijk wel groter als er sprake is van een langdurig/zeer frequent gebruik van licht met een hoge intensiteit, zoals tijdens de trainingen van Phanos. Voor de trainingen geldt dat de lichtsterkte uit de NSVV Richtlijn Lichthinder fors wordt overschreden, op vaste momenten in de week (avonden). Het gaat dus om lichthinderbeleving met een niet-incidenteel karakter op regelmatige basis en vaste tijdstippen. Daarom vindt de raad dat deze specifieke lichthinder onaanvaardbaar is. Dit in tegenstelling tot evenementen met een incidentel(er) karakter (zie uitgebreider het kopje ‘Evenementen met een incidenteel karakter’).

De Phanos trainingen zijn ook de enige activiteiten die zowel forse lichtoverschrijding veroorzaken, als op regelmatige (doordeweekse avondtrainingen maandag t/m vrijdag) basis plaatsvinden. Dit heeft de raad relevant geacht voor de beantwoording van de vraag wanneer sprake is van onaanvaardbare lichthinder. Bovendien is voor deze situatie relatief gemakkelijk maatregelen te treffen. De alternatieve verlichting (met armaturen en aangepaste verlichting op het veld) is redelijk eenvoudig te installeren en verandert niets aan het gebruik van het stadion. Met het nieuwe verlichtingsplan wordt een groot deel van de bestaande en toekomstige hinderbeleving aanzienlijk verminderd. Evenementen met een incidenteel karakter

21

Dat er voor de Phanos trainingen maatregelen zijn getroffen, neemt echter niet weg dat er ook andere evenementen zijn die voor lichthinder kunnen zorgen. Evenementen als concerten, internationale sportwedstrijden (voor zover die wedstrijden enigszins regelmatig plaatsvinden) of de vierjaarlijkse ijsbaanactiviteit (de Coolste Baan) heeft de raad echter terecht niet als maatgevend beschouwd voor de treffen maatregelen vanwege het incidentele karakter van die evenementen. De aard, frequentie en duur hiervan zijn door hun incidentele karakter slecht meetbaar. In lijn met vaste rechtspraak (ABRvS 15 april 1996, BR 1996, 578 en ABRvS 4 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0746), is er, gezien het incidentele karakter van die evenementen, geen sprake van onaanvaardbare lichthinder. Bovendien is per evenement nog de vraag of sprake is van een overschrijding van de NSVV Richtlijn Lichthinder en/of onaanvaardbare lichthinder. Niet van elk evenement (een klein sportevent, een optreden, een clinic) staat vast dat er lichtuitstraling naar de woningen plaatsvindt. Hier is weinig informatie over bekend, de revisievergunning van het Olympisch Stadion bevat hier ook geen normen voor. Vanwege het incidentele karakter accepteert de raad de kans dat er, naast de trainingen, af en toe lichthinder ontstaat bij de toekomstige woningen door andere evenementen in het Olympisch Stadion.

Door de meest voorkomende bedrijfssituatie met bronmaatregelen tegen te gaan, zou het aanbrengen van verduisterende gordijnen alleen nog nodig zijn voor omwonenden die zelf hinder ondervinden van de incidentele bedrijfssituatie. Het plaatsen van volledig verduisterende gordijnen, lamellen of rolluiken zijn mogelijkheden om lichthinder door deze evenementen achter daglichtopeningen (ramen) tegen te gaan. Volgens de raad kunnen deze maatregelen op vrijwillige basis worden getroffen. In tegenstelling tot wat adressant 3 in haar zienswijze benoemt, acht de raad het dus niet noodzakelijk om maatregelen aan de zijde van de ontvanger te treffen om te kunnen spreken van een goed woon- en leefklimaat. Het voorgaande moet ook in de context worden bezien dat de ontwikkellocatie zich bevindt in een hoogstedelijk gebied. Het is algemeen bekend dat op een locatie in een dynamische stad met verkeer, hoogbouw en veel programma, licht(hinder) kan worden verwacht. Op een dergelijke locatie is het ophangen van lichtwerende gordijnen geen ongebruikelijke maatregel, waarvan naar verwachting bewoners zelf gebruik kunnen maken, ongeacht de bedrijfssituatie van het Olympisch Stadion.

Voor de evenementen en andere activiteiten met een incidenteel karakter waarbij lichthinder kan optreden (zoals andere (sport)evenementen) heeft de raad het dus niet noodzakelijk geacht om een voorwaardelijke verplichting op te nemen. Wel geldt op grond van artikel 13.2 van de planregels een nadere eisen regeling. Dit houdt in dat burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen aan een bouwplan om lichthinder (nog) verder te beperken. Maatregelen bij de ontvanger zijn daarmee in principe ook voor te schrijven, bijvoorbeeld met verduisterende gordijnen of lamellen. De verwachting is echter dat dit niet noodzakelijk is. De bronmaatregelen die zijn voorgeschreven zijn effectief en het positieve effect heeft niet alleen effect op de woningen maar op de hele omgeving. Maatregelen ontvanger Ook wordt er door adressant 3 op gewezen dat bewoners zelf verantwoordelijk zullen zijn voor maatregelen aan de zijde van de ontvanger. Het gevolg hiervan is, zoals adressant 3 stelt, dat de klachten aan het adres van het Olympisch Stadion zullen worden bezorgd. Zoals onder het vorige kopje gezegd, acht de raad het niet noodzakelijk om maatregelen aan de 22

zijde van de ontvanger te treffen om te kunnen spreken van een goed woon- en leefklimaat. Maatregelen aan de toekomstige woningen kunnen op basis van vrijwilligheid worden getroffen. Bovendien merkt de raad op dat in de huidige situatie naar eigen verklaring van het Olympisch Stadion (in haar zienswijze op ontwerpbesluit milieuvergunning d.d. oktober 2023) nooit klachten zijn ontvangen over lichthinder. Belangrijk hierbij is op te merken dat de verlichting van het Olympisch Stadion spiegelsymmetrisch is (de verlichting spiegelt elkaar). Dit betekent dat het lichtniveau bij de bestaande woningen ten noorden van het Olympisch Stadion dus vergelijkbaar is met de nieuwe woningen in Verdi ten zuiden van het Olympisch Stadion. Er is op dit moment dus geen aanleiding om te verwachten dat de te ervaren lichthinder van de bestaande woningen in de toekomst anders zal worden. De aangepaste verlichting voor de trainingen levert voor de bestaande woningen in de omgeving van het Olympisch Stadion zelfs een verbetering op ten opzichte van de huidige situatie. Effecten buitenruimte Door adressant 3 wordt voor wat betreft bronmaatregelen gewezen op de kanttekening dat bronmaatregelen geen effect hebben op de buitenruimten. Daarvoor geldt het volgende. De beoordeling van lichthinder vindt conform de NSVV Richtlijn Lichthinder plaats ter hoogte van daglichtopeningen.

In de NSVV Richtlijn Lichthinder wordt niet expliciet vermeld dat de eisen voor lichthinder ook van toepassing zijn op buitenruimten. De maatregelen op bronniveau hebben derhalve de voorkeur omdat hiermee de blootstelling aan licht in de gehele omgeving van het stadion wordt beperkt, niet alleen ter hoogte van daglichtopeningen. De verwachting is hiermee dat lichthinder ook op de buitenruimten positief zal worden beïnvloed. Conclusie Er gelden geen wettelijke eisen voor lichthinder. De raad heeft ervoor gekozen om aan te sluiten bij de NSVV Richtlijn Lichthinder (2020) en heeft op basis van deze richtlijn de conclusie getrokken dat bronmaatregelen nodig zijn om onevenredige lichthinder op de beoogde woningen te voorkomen. De raad heeft hierbij als uitgangspunt de trainingen van atletiekvereniging Phanos genomen. Wat betreft de overige evenementen en andere activiteiten die incidenteel plaatsvinden in het Olympisch Stadion acht de raad het niet noodzakelijk dat (bron)maatregelen worden getroffen, omdat als gevolg van deze evenementen geen onaanvaardbare lichthinder ontstaat. Bij deze afweging heeft de raad betrokken dat de toekomstige bewoners in een hoogstedelijk gebied komen te wonen en dus enige vorm van lichthinder zullen moeten dulden.

Bovendien zijn de raad en adressant 3 tot op heden ook geen klachten bekend van bestaande bewoners die op een kortere of vergelijkbare afstand tot het Olympisch Stadion woonachtig zijn. Door de te treffen bronmaatregelen zal de bestaande lichtsituatie zelfs verbeteren. Voor de uitvoering van de bronmaatregelen voor de maatgevende bedrijfssituatie is een omgevingsvergunning verleend aan adressant 3. Ook zijn er privaatrechtelijke afspraken gemaakt tussen adressant 3 en de gemeente over de uitvoering en kosten van de te treffen bronmaatregelen. Hiermee is de uitvoerbaarheid volgens de raad voldoende aangetoond. Voor de volledigheid heeft de raad in het bestemmingsplan nog een voorwaardelijke verplichting voor het voorkomen van lichthinder in de maatgevende situatie opgenomen.

23

Kortom, de raad heeft na zorgvuldig onderzoek en het borgen van bronmaatregelen voor de trainingen van Phanos tot de conclusie mogen komen dat geen sprake is van onaanvaardbare lichthinder voor de beoogde woningen en aldus dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Naar aanleiding van de zienswijze van adressant 3 is de plantoelichting bij het bestemmingsplan op een aantal punten aangevuld.

3.4 Wind Zienswijze Adressant 3 stelt dat uit het onderzoek van Peutz van 11 november 2022 volgt dat er door de ontwikkelingen een toename wordt verwacht van winddrukverschillen op het Olympisch Stadion van tussen de 2,5% en 8%. Verder volgt uit nader onderzoek dat de windbeleving op maaiveld weliswaar verslechtert maar aanvaardbaar blijft. Deze constatering acht adressant 3 niet positief. Wat betreft het aspect wind wordt kennelijk ook tegen stedenbouwkundige grenzen en beperkingen aangelopen, waardoor moet worden geconcludeerd dat de ontwikkeling van Verdi niet goed inpasbaar is. Adressant 3 heeft weinig vertrouwen in de geboden oplossingsrichtingen voor de winddruk problematiek op het tribunedak, temeer nu het gaat om ‘provisorische belastingen’. Het ontbreekt volgens adressant 3 aan overwegingen over de noodzaak tot het aanbrengen van de ballast. Adressant 3 wil ervoor waken dat de provisorische belastingen permanent blijken te zijn. Er is geen garantie dat de noodzaak tot provisorische belastingen van tijdelijke aard is en daartegen maakt adressant 3 bezwaar. De ballast (en ook andere maatregelen) doet volgens adressant 3 namelijk afbreuk aan het monumentale karakter van het Olympisch Stadion.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14402382/1