572.26 Motie Van Schijndel inzake de procedurele gang van zaken rond rapport Ombudsman inzake Bureau Integriteit
Tekst van het document
Motie Datum raadsvergadering Ingekomen onder nummer Status Onderwerp
21 januari 2026 572 Status Motie van het lid Van Schijndel inzake de procedurele gang van zaken rond rapport van de Ombudsman inzake Bureau Integriteit
Onderwerp De procedurele gang van zaken rond rapport van de Ombudsman inzake Bureau Integriteit
Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over het rapport van de Ombudsman Metropool Amsterdam Melden met vertrouwen, de bestuurlijke reactie daarop en brieven die zijn binnengekomen n.a.v. het rapport Constaterende dat -
de burgemeester in verband met haar bezwaren tegen de in het rapport gehanteerde methodologie naar het presidium is gestapt, naar haar zeggen met ‘een vraag om hulp’;
-
het presidium daarop is ingegaan door de Ombudsman uit te nodigen voor een gesprek;
Overwegende dat -
de Ombudsman een onafhankelijk orgaan is van de gemeente Amsterdam en de andere gemeenten van de Metropool Amsterdam
-
conform artikel 3 van het Reglement van Orde het presidium toezicht houdt op het dagelijkse reilen en zeilen van de gemeenteraad, hetgeen met het – al dan niet op verzoek van de burgemeester – bespreken van concept rapporten van de Ombudsman niets uitstaande heeft;
Gemeente Amsterdam
-
Status Pagina 2 van 2
in het bijzonder artikel 3 (Presidium), derde lid, onder j. geen enkele grondslag biedt zulks toch te doen1
Spreekt uit 1. De handelwijze van de burgemeester, bestaande uit het door haar stappen naar het presidium van de gemeenteraad, procedureel ontoelaatbaar was aangezien daarmee de aangewezen reguliere (vertrouwelijke) bespreking in de raadscommissie AZ met voeten werd getreden; 2. Voor het goed functioneren van organen van het stadsbestuur het wenselijk is dat zowel de burgemeester als het presidium zich bewust zijn van hun rol, c.q. de noodzaak te allen tijde correcte procedures te volgen.
Indiener, A.H.J.W. van Schijndel
1 Deze bepaling luidt als volgt: (j) om namens de raad ten aanzien van de directeur van de rekenkamer, de ombudsman en de gemeenteac-
countant de rechtspositionele bevoegdheden en andere taken rondom hun rechtspositie te vervullen;