5. Van Overleven Naar Leven_Evaluatie ADAMAS.pdf
Tekst van het document
Niet alleen het eten heeft indruk gemaakt, de jongens vertellen ook over hoodies met een zelfgemaakt ADAMAS logo die ze cadeau hebben gekregen en met trots dragen. Een andere deelnemer vertelt dat een van de begeleiders hem mee heeft genomen naar een sportwinkel om nieuwe kleding te kopen. Het was de begeleider opgevallen dat deze jongen steeds dezelfde kleding droeg die niet paste bij het seizoen. Na wat doorvragen bleek de jongen niets anders te hebben. Tijdens het zomerprogramma, maar ook in de maanden erna, hebben de begeleiders de deelnemers geholpen om in hun basisbehoeften te voorzien, door ze soms een tas boodschappen mee naar huis te geven, ze mee uit lunchen te nemen, of ze aan nieuwe kleding te helpen. Het voorzien in basisbehoeften is voor deze jongeren belangrijk omdat ze allemaal een kwetsbare thuissituatie hebben en opgroeien in een context waar weinig geld en kansen voor ontwikkeling voorhanden zijn. Deze ondersteuning heeft niet alleen een materiële functie. Het heeft de deelnemers een diepgaand en duurzaam gevoel van respect en betrokkenheid gegeven dat ze vaak missen in relatie tot andere hulpverleners. Ze krijgen het gevoel dat ze het waard zijn om naar een goede levensstandaard te leven, en dat ze het verdienen om hierbij geholpen te worden.
De begeleiders hebben hun ondersteuning op zo’n manier aangeboden dat de deelnemers zich niet hulpbehoevend of kwetsbaar hebben gevoeld, maar juist het gevoel kregen dat ze in hun waarde werden gelaten. Dit heeft eraan bijgedragen dat deelnemers het makkelijker zijn gaan vinden om hulp te vragen en dat er in de onderlinge relaties ook een wederkerige zorgzaamheid is ontstaan. Zo vertelt een van de begeleiders dat een aantal deelnemers hem hebben geholpen met verhuizen en hem een verjaardagskado hebben gegeven. Familiegevoel De deelnemers vertellen alle vier dat ze in eerste instantie sceptisch waren over hun deelname aan het project. Ze wisten niet precies wat ze konden verwachten van het programma en het voelde als een flinke tijdsinvestering. Toch kwamen ze allemaal na de eerste dag terug. Ze vinden het moeilijk om precies onder woorden te brengen waarom. “Het is een gevoel,” zegt een van de jongens. Meteen vanaf het begin voelde hij een klik met de andere jongens, die allemaal dezelfde interesses bleken te hebben. De begeleiders zorgden er bovendien voor dat hij zich op z’n gemak voelde. Ze vroegen hem niet wat hij in het verleden gedaan had, maar focusten op zijn toekomstdromen. Gaandeweg zijn ze elkaar als familie gaan zien, vertellen ook de andere jongens. Dit betekent dat ze elkaar aanvoelen, elkaar stimuleren, en voor elkaar klaarstaan.
Ze voelen dat de begeleiders er écht en onvoorwaardelijk voor hen zijn. Een van de jongens legt dit als volgt uit: “We zijn gewoon broeders van elkaar. Ze staan niet boven ons, maar naast ons. Bij andere projecten zit er vaak een soort van muur tussen. Maar hier begrijpen ze je gewoon, en wij begrijpen hen ook. Zij hebben ook geen geheimen voor ons. Ze vertellen gewoon dat zij vroeger ook fouten hebben gemaakt, en hoe ze daarna veranderd zijn. Ze spreken ons echt wel aan als we wat fout dan. Maar dan is het niet meteen zo van: “Wat heb je gedaan?!” Maar ze gaan rustig met je zitten over hoe je het beter kunt doen. Ik heb daarom ook geen gedwongen gevoel. Ik mag zeggen wat ik wil. En als ik er niet was, dan gingen ze me gewoon bellen dat ik moest komen en dat ze me gingen ophalen. Ook al zou ik veel te laat zijn, ze zouden alsnog op me wachten.” Dit gevoel dat de begeleiders de jongens niet loslaten, ook niet als ze een misstap begaan of als het moeilijk wordt delen de andere jongens. Complimenten Het familiegevoel werd volgens de jongens versterkt omdat ze allemaal met dezelfde mindset aan het project deelnamen. Een van de jongens vertelt hierover: “We komen allemaal van ver. De eerste dag durfde ik niet te eten, ik wist niet of ik deze mensen wel kon vertrouwen. Maar al snel werden we één als groep. De energie was gewoon goed, er was zoveel respect voor elkaar.
Ik denk dat we allemaal gewoon klaar waren met de bullshit de hele tijd. We waren klaar om de volgende stap te zetten. We zagen dit niet als een dagbesteding-dingetje, we wilden allemaal echt serieus muziek maken. Dus we gingen 20
elkaar ook tips geven. Iedereen die in de studio een nummer opnam werd gehyped door de anderen.” Deze jongen vertelt over een groepsgesprek waarin ze met elkaar bespraken wie hun inspiratiebron was. Grote helden als Tupac kwamen voorbij, maar hij noemde een van de andere deelnemers als inspiratiebron, die bezig is met het opzetten van een eigen kledinglijn. Het was een emotioneel moment omdat de deelnemers zich niet alleen beseften hoe sterk hun band was geworden, maar ook dat ze van elkaar konden leren en elkaar positieve ondersteuning en vertrouwen konden geven. Een bijzonder gevoel voor jongens die vaak worden aangesproken op wat ze niet kunnen of niet goed doen, en het thuis, op school en in de wijk niet gewend zijn om complimenten te krijgen. Dat ze tijdens het zomerprogramma niet alleen complimenten kregen van de begeleiders maar ook van elkaar, hielp de jongens om in elkaars gezelschap een pantser te laten zakken en uit de overleefstand te komen. Ze durfden in elkaars bijzijn te dromen van mogelijkheden waar ze eerder nog niet bewust bij stil hadden gestaan. Zoals een van de jongens het samenvatte: “Zonder family is money niks waard, hoeveel je ook hebt.” Vooruitzicht en potentie De begeleiders typeren de deelnemers allemaal als jongens met potentie. Ze vertellen dat ze bewust jongens gevraagd hebben om aan het zomerprogramma mee te doen die creatieve ambities hebben.
Ze beogen door middel van creatieve interventies deze jongens te helpen om hun eigen krachten te leren kennen en in te zetten. De jongens vertellen zelf dat ze vooral de hoop om vooruit te durven kijken aan het project hebben overgehouden. Die hoop is juist ontstaan omdat de begeleiders hen op hun potentie aanspreken, in plaats van op hun tekortkomingen. Een van de jongens vertelt dat de begeleiders constant bepaalde talenten van hem benoemden die hij zelf helemaal niet zo zag. Daardoor durfde hij meer van zichzelf te laten zien in de studio. Een andere deelnemer vertelt dat een van zijn grootste dromen door zijn deelname aan het zomerprogramma is uitgekomen. Een van de begeleiders had zijn muziek gedeeld met de bekende Nederlandse hiphop artiest Ronnie Flex en maakte een ontmoeting met Ronnie mogelijk. “Deze droom is uitgekomen, dus nu durf ik ineens vooruit te kijken naar nog veel meer dingen. Als dit al werkelijkheid is geworden, wat zou er dan allemaal nog meer voor mij mogelijk zijn?”, zegt hij hierover. Ook de andere jongens benoemen dat door hun deelname aan het zomerprogramma hun ‘visie groter is geworden’. Ze vertellen dat ze hun kansen en mogelijkheden voor de toekomst lang als heel beperkt hebben ervaren, omdat het vaak op school niet goed met ze gaat.
Tijdens het zomerprogramma hebben ze mensen ontmoet met wie ze zich kunnen identificeren en die net als hen geen gemakkelijke jeugd hebben gehad, maar toch werk zijn gaan doen waar ze van droomden. Een van de jongens zegt hierover: “Op school ben ik niet geïnspireerd, maar hier zie je de kansen. Mensen kwamen hier om met ons te praten die écht wat doen.” Van overleven naar leven De begeleiders benoemen ook dat ze jongens voor het zomerprogramma hebben geselecteerd ‘die echt hun leven willen omdraaien’. Zoals een van de begeleiders het uitlegt: “Het zijn jongens die iets willen. En dan bedoel ik niet alleen muziek maken. Ik bedoel, ze willen sowieso een leven hebben. En hoe ze dat leven dan kunnen oppakken,
21
welke stappen ze daarin kunnen zetten, dat bespreken we met ze.” De begeleider doelt hiermee op basale ondersteuning aan de jongens om uit een modus van puur overleven te komen, en een leven op te kunnen bouwen dat betekenisvol, plezierig en veilig is. De begeleiders vervullen een mentorrol voor de jongens door hen te ondersteunen en advies te geven over hoe ze hun leven weer op de rit kunnen krijgen. Dit doen ze door praktische ondersteuning te bieden bij het leren zelfstandig te worden in een woongroep na detentie, het leren budgetteren of plannen, of het aanmelden bij een passende opleiding, maar ook door te bemiddelen bij het onderhouden van contacten met familie en professionele hulpverlening zoals reclassering. Daarnaast beogen ze de jongens ook te ondersteunen in het ontwikkelen van sociale skills en het bieden van een veilige sociale omgeving waarin ze zich persoonlijk kunnen ontwikkelen. In de groep hebben ze de jongens aangemoedigd om zich open te stellen naar elkaar, samen activiteiten te ondernemen en ook gewoon lol te maken. Zowel de begeleiders als de jongens benoemen bijvoorbeeld de waarde van momenten waarop de jongens onbezorgd plezier met elkaar hadden, zoals toen ze met elkaar tijdens de opnames in de studio aan het dansen waren, tikkertje speelden op de gang van de studio of lachten tijdens het eten.
Een van de begeleiders vat de uitgangspunten samen die het mogelijk maakten voor hen om samen met de jongens te werken aan deze switch van overleven naar leven: “We werken met de jongens vanuit hun eigen verlangens en om dat te doen gaan we echt tussen ze staan, niet voor of achter ze. We doen het met elkaar samen en evalueren heel veel met ze. Aan het einde van de dag bespreken we hoe het ging, maar bijvoorbeeld ook een op een tijdens het boodschappen doen. Dan checken we niet alleen wat ze willen eten, maar ook hoe ze de dag hebben ervaren. Ik vind het belangrijk dat je ze het gevoel geeft dat je ze serieus neemt en respecteert. Ik zie je, en jij voelt je gehoord en begrepen. Daarbij hanteren we eigenlijk maar een paar uitgangs-punten die we met de jongens bespreken: We hebben niks op elkaar, we luisteren naar elkaar, we maken leuke momenten mee en we kunnen met elkaar werken. Dat is het zo’n beetje.” Kwetsbaarheid leren tonen De begeleiders benoemen dat ze de deelnemers vooral groei hebben zien doormaken op het gebied van het tonen van kwetsbaarheid. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van het verhaal van één van de jongens die onderdeel was van een drill rap groep. “Toen hij voor het eerst binnenkwam zat er gewoon geen leven in zijn ogen”, vertelt een van de begeleiders. “Als hij in de studio stond kwam er alleen maar woede uit.
Hij maakte weinig contact, maar nu zie ik weer licht in zijn ogen. Hij is levendig, warm en vrolijk.” De betreffende jongen vertelt zelf over zijn eigen ontwikkeling: “De begeleiders bleven maar zeggen dat ik goede teksten had, dat zag ik zelf helemaal niet zo. Op een dag werd ik wakker en dacht ik, ik ga vandaag iets liefs maken. Ik kwam naar de studio en nam een nummer op dat over hele andere dingen ging. Ik ben ouder en wijzer geworden. Gewoon losjes geworden, eerst was ik nog vast. Ik ben anders gaan praten met andere mensen, respectvoller. Ik 22
heb nog steeds die woede, maar ik weet nu beter hoe ik die moet channelen.” De begeleiders hebben ook bij de andere jongens gezien dat ze gaandeweg naast boosheid ook kwetsbaarheid lieten zien in de muzieknummers die ze maakten, maar ook in de gesprekken die ze voerden. Dat de rapteksten bijvoorbeeld ook gingen over ervaringen met opgroeien in armoede en het verlangen om als zoon voor je moeder te zorgen. En dat de jongens tijdens één op één gesprekken ook wilden praten over verliefdheden en break-ups. De jongens gingen meer gevoelens delen met elkaar en de begeleiders. Een van de jongens zegt hierover: “Dat het zo goed klikt met ons en de begeleiders is een gevoel. Het gaat om het voelen vanuit je hart. Energie spreekt meer dan je woorden.” Oefenen met gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel Door tijdens het zomerprogramma ook alledaagse bezigheden met elkaar te ondernemen, zoals boodschappen doen, samen eten en schoonmaken, en het ritme van een dag met elkaar te doorlopen hebben de deelnemers geoefend met het nemen van gedeelde verantwoordelijkheden. Daar hebben de begeleiders hen ook in zien groeien. Een van de begeleiders vertelt hierover: “Ik was degene die er de hele tijd over zat te stressen dat ze elke dag te laat kwamen. En ik ze maar bellen en dan kwamen ze toch weer te laat. Maar ik zag ze ook één worden als groep.
De laatste dag was ik echt kwaad omdat ze weer zo laat waren. Maar toen hebben ze dus wel mooi tien nummers in twee uur opgenomen omdat ze het gewoon goed wilden afmaken. Ze namen het gewoon als ik ze op hun kop gaf. En op een gegeven moment zag ik dat ze ook elkaar gingen aanspreken. Bijvoorbeeld over dat er opgeruimd moest worden. Ik zat ze echt te drillen op schoonmaken en opruimen en op een gegeven moment gingen ze elkaar drillen.” In de gesprekken die de begeleiders met de jongens voeren proberen ze hen ook bewust te maken van de consequenties van hun handelen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je zo te laat komt bij een sollicitatie, of als je een date hebt met je vriendin? De begeleiders vertellen ook dat ze een soort slogan met elkaar delen die erover gaat dat zij graag voor de jongens het soort voorbeeldfiguur willen zijn dat ze zelf gemist hebben toen ze jong waren: “Be who you needed to be there when you were younger.” Dat vraagt ook verantwoordelijkheid om het goede voorbeeld te geven aan anderen, en dat verantwoordelijkheidsgevoel willen ze de jongens ook meegeven. Tijdens het programma hebben ze gezien dat de jongens meer naar elkaar en de begeleiders zijn gaan omkijken en steeds beter in staat waren om praktische zaken samen te regelen.
De begeleiders vertellen dat de jongens nu bijvoorbeeld ook de verantwoordelijkheid nemen om zelf nieuwe studiodagen in te plannen, omdat ze elkaar missen en zin hebben om weer muziek met elkaar op te nemen. Daarbij spelen de begeleiders ook in op het imago dat ze graag met ADAMAS hoog willen houden. Een van de begeleiders vertelt hierover: “Die hoodies met het logo van ADAMAS dragen de jongens echt met trots. En dat vinden wij ook belangrijk, dat zij daarmee ook een positieve boodschap uitdragen. We willen niet dat zij gekkigheid gaan uithalen als ze iets van ADAMAS aan hebben. En dat weten ze.” 23
3.2.
Ontwikkelpunten
Ruimte om werkvormen uit te proberen en vrij te besteden budget De begeleiders vertellen dat het programma niet altijd verliep zoals ze het hadden gepland. Ze hadden van tevoren bepaalde werkvormen in gedachte die niet bij de groep pasten, bijvoorbeeld. Een van de begeleiders vertelt hierover: “Ik had wat meer ‘theoretische’ momenten in gedachte van tevoren. Dat we in de kring zouden spreken over bepaalde thema’s. Maar in een kring zitten en praten werkt met deze groep niet goed. Een dagdeel eerst nummers schrijven over wie je bent aan tafel met pen en papier werkte bijvoorbeeld ook niet. De jongens willen gewoon meteen in de studio staan en een beat aanzetten en dan freestylen op de muziek. En dan reageren ze op elkaar en zo ontstaat er op een gegeven moment vanzelf een nummer met een tekst. En daarna konden we ook heel goed praten over de nummers. Door over de nummers te praten kregen we ook diepgang in de gesprekken en konden ze het over hun gevoel hebben. Ze hebben de muziek echt nodig als middel daarvoor.” Bij het vervolg van dit programma is het daarom belangrijk om in de planning en beschrijving van de activiteiten voldoende open ruimte in te bouwen om verschillende werkvormen in te zetten die op dat moment het beste bij de groep aansluiten en niet te veel aan een op voorhand vastgesteld programma vast te zitten.
Tegelijkertijd is een bepaalde mate van structuur in de activiteiten goed voor zowel de begeleiders als de deelnemers om gedeelde verantwoordelijkheid voor het proces te kunnen nemen. Ook geven de begeleiders aan dat ze behoefte hebben aan beschikking over vrij te besteden budget waarmee ze de deelnemers kunnen helpen om in hun basisbehoeften te voorzien. Het is op voorhand niet altijd duidelijk wanneer iemand geld nodig heeft om een rekening te betalen, met het OV te reizen of boodschappen te kopen. Meer mogelijkheden voor horizonverbreding De begeleiders geven aan dat ze bij een vervolg van het zomerprogramma de deelnemers graag meer mogelijkheden voor horizonverbreding zouden willen aanbieden. Tijdens deze editie hebben ze een aantal keer gasten uitgenodigd om kennis met de jongens te maken. Een van deze gasten was politieagent Pieter. Van tevoren hadden ze de deelnemers niet verteld dat Pieter bij de politie werkt. Een van de begeleiders zegt hierover: “Die jongens zeggen ‘ik ruik het meteen als iemand politie is’. We wilden dat negatieve beeld doorbreken. De ontmoeting met Pieter was heel open en geslaagd en toen ze daarna hoorden dat hij bij de politie werkt reageerden ze verrast maar goed.
Zo willen we ze laten zien dat je echt iedereen in je netwerk nodig hebt, en dat er ook goede mensen bij de politie werken waar je prettig mee kunt praten.” De begeleiders zouden deelnemers in de toekomst graag kennis willen laten maken met andere inspirerende gasten die niet alleen werkzaam zijn in de muziekindustrie maar ook daar buiten, om zo de jongens te laten zien welke mogelijkheden er zijn op het gebied van werk en opleiding. Daarnaast merken de begeleiders ook dat het de jongens goed doet om met nieuwe omgevingen kennis te maken. Tijdens deze editie zijn ze met de jongens in een muziekstudio in Rotterdam geweest, maar in 24
de toekomst zouden ze ook graag een keer een schrijverskamp in een heel andere omgeving willen organiseren, bijvoorbeeld ergens in de natuur. Inzetten op duurzame begeleiding De begeleiders geven aan dat ze zich pas na het zomerprogramma hebben gerealiseerd hoe belangrijk het is om in te zetten op duurzame begeleiding van de deelnemers. Deze jongeren bevinden zich allemaal in een precaire positie en het is makkelijk voor hen om terug te vallen in oude gewoontes binnen oude vriendengroepen, waardoor ze weer snel in de problemen kunnen komen. Nu ze bezig zijn om nieuwe netwerken op te bouwen en nieuwe activiteiten te ontplooien hebben ze daar juist op regelmatige basis ondersteuning bij nodig. De begeleiders geven aan dat ze bij een vervolg op het zomerprogramma meer tijd en budget zouden willen inbouwen om te kunnen voorzien in een natraject waarin de band met de jongens verstevigt kan worden en er ook op lange termijn met hen gewerkt kan worden aan een nieuw toekomstperspectief. De begeleiders zijn hier zelf al mee bezig in hun eigen tijd, omdat ze de jongens absoluut niet los willen laten, maar ze zouden hier graag betaalde uren voor willen krijgen in de toekomst.
De jongens die hebben deelgenomen aan het zomerprogramma hebben allemaal vaak te maken gehad met kortdurende hulpverlening die niet beklijft, en de begeleiders van het zomerprogramma willen hier graag een duurzamer en daarmee ook effectiever alternatief voor bieden.
Conclusie ADAMAS is een netwerk van mensen die met veel passie en energie samenwerken om Amsterdamse jongeren uit de criminaliteit te houden. De Credible Messengers die dit netwerk vormen zijn op verschillende vlakken aan het pionieren. Ze zijn bezig om een vernieuwende manier van samenwerken te ontwikkelen waarin mensen met een sleutelrol in de wijken en representanten van de overheid en organisaties in het zorg- en veiligheidsdomein elkaar niet alleen ontmoeten maar op een gelijkwaardige basis proberen toe te werken naar een effectieve, preventieve benadering van jongeren die vatbaar zijn voor (drugs)criminaliteit of geweld, en onvoldoende bereikt worden door al bestaande interventies en hulpverlening. Mensen met kennis van de straat, met professionele kennis uit de hulpverlening, gedragswetenschappen en handhaving én met kennis van beleid volgen samen een opleidingstraject en verkennen hoe de verschillende kennisbronnen en werkwijzen die zij meebrengen elkaar kunnen versterken. Dit leidt er toe dat aannames over verschillende werelden van verschillende kanten doorbroken worden, en dat betrokkenen elkaar als mens achter de beeldvorming over ‘de straat’ of ‘het systeem’ zijn gaan zien, waardoor wederzijds vertrouwen ontstaat.
Hierdoor ontstaat een netwerk van ‘bruggenbouwers’ met ruimte om samen te bouwen aan een nieuwe benadering van veiligheidsvraagstukken en ondersteuning voor jongeren. Credible Messengers hebben de potentie om een belangrijke schakelfunctie te vervullen tussen de behoeftes van jongeren en hun families in de wijken, en verwachtingen die leven bij overheidsinstellingen, mits zij voldoende erkenning en ondersteuning krijgen om deze rol ook duurzaam te vervullen. Tijdens dit onderzoek hebben we gezien dat de ontwikkeling die Credible Messengers doormaken in hun opleidingstraject in de kern een spiegel vormt van de ontwikkeling die jongeren doormaken in het zomerprogramma dat door drie Credible Messengers is opgezet. Omdat ze ruimte krijgen om vanuit vertrouwen hun krachten te exploreren en in te zetten, en omdat er aandacht en erkenning is voor hun verhaal en ervaringen, komen ze tot bloei en lukt het om nieuwe toekomstdromen te ontwikkelen, die vaak getuigen van een gevoel voor leiderschap en ondernemerschap. Dit pionieren van de Credible Messengers samen met netwerkpartners en jongeren is veelbelovend, maar ook precair.
Het vraagt om tijd en ruimte voor reflectie op de meeste effectieve werkwijzen en de doelstellingen van het netwerk, om ruimte voor het blijvend uitwisselen van ervaringen en het versterken van professionele skills, en om doorgaande ondersteuning bij de organisatie ontwikkeling, in de vorm van duurzame financiële ondersteuning, fysieke ruimte en advies bij het bestendigen van de organisatie. Het feit dat er in dit samenwerkingsverband veel ruimte en erkenning is voor de meerwaarde van ervaringskennis om een positieve relatie op te kunnen bouwen met jongeren die vatbaar zijn voor 25
criminaliteit wordt door alle betrokkenen benadrukt als een grote meerwaarde. Ook benadrukken alle betrokkenen dat ze behoefte hebben aan voldoende ‘speelruimte’ om zich constant aan te passen aan nieuwe situaties en omstandigheden, waarin ze telkens opnieuw willen bekijken welk type interventie of ondersteuning het meest passend is. Vertraging in bureaucratische processen en vaststaande kaders in relatie tot opdrachtverstrekking of verwachte uitkomsten kunnen de eigenheid en daadkracht van Credible Messengers in de weg zitten, terwijl dit nu juist belangrijke werkzame factoren zijn in het opbouwen van een vertrouwensband met jongeren die vatbaar zijn voor jeugdcriminaliteit. Dit zijn bijna altijd jongeren die ook te maken hebben met bestaansonzekerheid, kwetsbare thuissituaties en ervaringen van uitsluiting, waardoor hun vertrouwen in professionele ondersteuning laag is. Credible Messengers moeten snel kunnen schakelen en kunnen doen wat nodig is om jongeren op het juiste moment in de juiste richting te helpen. Tegelijkertijd vraagt de professionalisering en groei van het netwerk een zekere structuur om effectief te werk te kunnen blijven gaan.
Om samen te verkennen hoe het netwerk van ADAMAS zich het beste professioneel kan ontwikkelen, met de juiste balans tussen professionele autonomie en institutionele erkenning, zou het goed zijn om samen met Credible Messengers aanbevelingen en actiepunten te formuleren die voortvloeien uit deze evaluatie. Juist omdat de passie en het eigenaarschap van de Credible Messengers zo groot is, is het noodzakelijk dat zij actief betrokken worden en blijven bij elke ontwikkelingsstap van het netwerk. De Credible Messengers gaven in dit onderzoek meermaals aan dat zij niet willen praten óver, maar willen samenwerken mét jongeren, omdat dit niet alleen het meest respectvol, maar ook het meest effectief is. Het is net zo belangrijk dat de toekomst van ADAMAS niet vóór, maar dóór de Credible Messengers zelf wordt vormgegeven, en dat zij daarbij de ondersteuning krijgen die voor hen het meest effectief en betekenisvol is.
26