5. TAC advies Paraplubestemmingsplan Buisleiding Nieuwe Meer.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Weesperplein 8 1018 XA Amsterdam Postbus 2758 1000 CT Amsterdam amsterdam.nl/TAC
Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) Retouradres: Postbus 2758, 1000 CT Amsterdam
B&W - voor deze het dagelijks bestuur van Stadsdeel Nieuw-West t.a.v. de heer K. Vreeker Postbus 2578 1000 CT Amsterdam
10 augustus 2023 1000 CT Amsterdam Behandeld door Secretariaat TAC Telefoon 06 23457013 secretariaatTAC@amsterdam.nl Datum
Onderwerp
TAC advies Paraplubestemmingsplan Buisleiding Nieuwe Meer
Geachte heer Vreeker, Op 19 april 2023 heeft u een advies gevraagd in het kader van het Paraplubestemmingsplan Buisleiding Nieuwe Meer te Amsterdam Nieuw-West en Amsterdam Zuid. Aangezien het gaat om een initiatief in de Hoofdgroenstructuur is een advies van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) vereist. Dit advies vormt een noodzakelijk onderdeel van de toetsing aan de uitgangspunten via de Structuurvisie door B&W. De TAC is gehouden haar adviezen te baseren op de richtlijnen die zijn vastgelegd in het instrumentarium voor de Hoofdgroenstructuur van de Structuurvisie Amsterdam 2040 – ‘Economisch Sterk en duurzaam’(2011), totdat er nieuw Hoofdgroenstructuur beleid is vastgesteld. In aanvulling hierop geeft de TAC in de vorm van een informeel advies aan hoe het advies zou uitpakken binnen het nieuwe (geamendeerde) beleidskader Hoofdgroenstructuur welke op basis van het referendum Hoofdgroenstructuur verzoek voorjaar is aangehouden. Op die manier bouwen we gezamenlijk de komende tijd kennis en inzicht op over de verschillen in doorwerking van het ‘oude beleid’ en het ‘nieuwe beleid’. In een eerder stadium heeft de TAC geadviseerd over het Bestemmingsplan Nieuwe Meer e.o. (17 december 2012), het Bestemmingsplan Jachthavenweg e.o.
(28 juni 2012), de Ontwikkelstrategie landschapspark Oeverlanden – Sloten (25 januari 2021), de brug Ringvaart Haarlemmermeer – Oude Haagseweg (28 oktober 2021) en het Paraplubestemmingsplan 150 kV Nieuwe Meer (8 maart 2023).
Gemeente Amsterdam
11 augustus 2023 TAC advies Paraplubestemmingsplan Buisleiding Nieuwe Meer Pagina 2 van 5
Beleidskader Het plangebied ter hoogte van de Oude Haagseweg valt volgens de Structuurvisie Amsterdam 2040 onder het groentype ‘Ruigtegebied/ struinnatuur’ Bij de toetsing op inpasbaarheid worden de voor deze groentypen geldende richtlijnen gehanteerd:
Het plangebied ter hoogte van de Bosbaan valt volgens de Structuurvisie Amsterdam 2040 onder het groentype ‘Stadspark’ Bij de toetsing op inpasbaarheid worden de voor deze groentypen geldende richtlijnen gehanteerd:
Gemeente Amsterdam
11 augustus 2023 TAC advies Paraplubestemmingsplan Buisleiding Nieuwe Meer Pagina 3 van 5
In het nieuwe (nog niet van kracht zijnde) beleidskader Hoofdgroenstructuur geldt voor deze locatie ter hoogte van de Oude Haagseweg het groentype ‘natuurpark’ met als prioritaire waarden: natuur, beleving en educatie. Een initiatief dient aan minimaal één van die waarden bij te dragen. Natuurparken zijn essentieel als ecologische verbinding (land en oever) tussen verschillende leefgebieden en bieden voor de stedeling uiteenlopende mogelijkheden voor beleving van en educatie over natuur en landschap met een gevoel van afstand tot de stad. Ter hoogte van de Oude Haagseweg ligt er ook een stadsnatuurverbindingslabel op dit groentype. Voorop staan het beschermen en vergroten van de biodiversiteit, natuurbeleving en extensief gebruik dat gericht is op relatieve rust, donkerte en natuurbeleving. Dat komt tot uiting in de inrichting, het beheer en de bestemming. Stadsnatuur wordt optimaal ingericht voor doelsoorten. Voor de locatie ter hoogte van de Bosbaan/ Koenenkade geldt het groentype ‘stadspark’ met als prioritaire waarden: recreatie, sociaal en gezondheid. Een initiatief dient aan minimaal één van die waarden bij te dragen. Voorzieningen dienen het openbare karakter te ondersteunen en een brede gebruikersgroep te bedienen. Stadsparken mogen niet opgevuld raken met andere functies en groentypen.
Als algemene richtlijn geldt: geen bebouwing en verharding die de prioritaire waarden van het specifieke groentype niet ondersteunen (zoals gebruik voor werken en wonen of afgeleiden daarvan) en die niet voortvloeien uit het streven naar verbetering van het functioneren van het groen.
Het plan Om de Vattenfall (Nuon) Diemen centrale te kunnen voorzien van hoog calorisch gas zijn wijzigingen in het Landelijk Gastransportnetwerk in en rondom Amsterdam, Haarlemmermeer en Amstelveen noodzakelijk. Nieuwe gasleidingen door de Oeverlanden maken deel uit van deze wijzigingen. Het leidingtracé loopt in Amsterdam onder de Ringvaart door langs de Oude Haagseweg naar het gasverdeelstation op de Oude Haagseweg 30. Deze leiding landt noodgedwongen in de Hoofdgroenstructuur. Situering aan de noordzijde – buiten de Hoofdgroenstructuur was niet mogelijk, omdat hier al een ondergrondse 150 KV verbinding in voorbereiding is. Daarnaast komt er een leiding evenwijdig aan de Bosbaan binnen Amstelveen, waarvan alleen een deel van de beschermingszone binnen Amsterdam ter hoogte van de Koenenkade de Hoofdgroenstructuur ligt. De leidingen liggen geheel ondergronds. Van kappen van bomen of verwijdering van planten of groen binnen de Hoofdgroenstructuur is op beide locaties geen sprake. Ze worden via ondergrondse boringen aangelegd. Overige leidingen in het gebied, behoudens de 150 kV verbinding ten noorden van de Oude Haagseweg, zijn niet aan de orde. De ter plekke geldende bestemmingsplannen (Nieuwe Meer e.o., De Aker en herziening Bestemmingsplan Jachthavengebied en Amsterdamse Bos) blijven ongewijzigd.
Er wordt slechts een dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ toegevoegd via het voorliggende paraplubestemmingsplan. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken.
Formeel advies (huidige beleidskader) Op grond van de door u verstrekte informatie: (Formulier TAC preadvies (19 april 2023), diverse verbeeldingen (zonder datum) en bestemmingsplanregels (zonder titel en datum) constateert de TAC dat het Paraplubestemmingsplan Buisleiding Nieuwe Meer in respectievelijk de groentypen ‘natuurpark’ Nieuwe Meer en ‘stadspark’ Amsterdamse Bos inpasbaar is in de Hoofdgroenstructuur. In meer algemene zin vraagt de TAC aandacht voor stedelijke regie en visie
Gemeente Amsterdam
11 augustus 2023 TAC advies Paraplubestemmingsplan Buisleiding Nieuwe Meer Pagina 4 van 5
vanuit de gemeente op de uitrol van het kabel- en buizentracés die de energietransitie opgave met zich meebrengt voor de stad en geeft daarbij enkele uitgangspunten mee ter kwaliteitsbewaking en versterking van de Hoofdgroenstructuur. Dat er voor dit paraplubestemmingsplan over de stadsdeelgrens van Nieuw-West heen gekeken wordt beschouwen we als een gegeven. Hetzelfde geldt ook voor de veronderstelde noodzakelijkheid van uitbreiding van het gasnetwerk in Amsterdam in een tijd waarin we voor grote energietransitie opgaven staan. De TAC heeft zich in dit advies toegespitst op de eventuele (tijdelijke) effecten op de Hoofdgroenstructuur. Aangegeven is dat deze consequenties er niet zijn, aangezien er sprake is van ondergrondse boringen (20 meter ter hoogte van de Hoofdgroenstructuur) en deze niet gepaard gaan met bomenkap bovengronds. Op basis hiervan beoordeelt de TAC dit voornemen als inpasbaar in de Hoofdgroenstructuur. Kabel en buizentracés in de Hoofdgroenstructuur Het is de TAC niet ontgaan dat energieleveranciers in toenemende mate aanspraak maken op de Amsterdamse ondergrond en soms noodzakelijkerwijs in de Hoofdgroenstructuur. Voorzieningen die soms slechts ten dele ten dienste staan aan het Amsterdamse energienetwerk en haar afnemers en waarop de Gemeente Amsterdam weinig juridische sturingsmogelijkheden geniet.
Het kan wat de TAC betreft echter niet zo zijn dat deze overal aangelegd kunnen worden waar dit makkelijk kan in het groen. Zeker niet als dit gepaard gaat met (monumentale) bomenkap en/ of beeldbepalende landschappelijke impact. Veelal kunnen tracés via ondergrondse boringen gerealiseerd worden, op andere plekken vraagt dit echter om open ontgravingen (tot circa 20 meter breed en enkele meters diep), boorputten, bodemegalisering, bomenkap en opslag depots waardoor oorspronkelijke landschapsstructuren worden doorbroken. Of om de aanleg van verharde wegen om het netwerk bereikbaar te houden voor onderhoudswerkzaamheden en voertuigen. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid van uitbreiding van het netwerk, waarbij de grond opnieuw open moet en het herstel van het groen verstoord wordt. Ook is er nog veel onbekend over de levensduur van dergelijk kabels en leidingen netwerken en wat er nadien mee gebeurt. Kortom, allemaal facetten met tijdelijke of permanente impact op de Hoofdgroenstructuur boven (leesbaarheid van het landschap) en ondergronds (de samenstelling van de bodem, het bodemleven en het wortelgestel van bomen) welke betrokken dienen te worden bij de vraag of een tracé wel of niet inpasbaar is.
Dit vraagt om stedelijke regie en visie vanuit de gemeente op de uitrol van het kabel- en buizentracés die de energietransitie opgave met zich meebrengt voor de stad. De TAC ziet daarbij als uitgangspunten: 1. Dat er criteria ontwikkeld worden voor de situering van de tracés in het groen (waar kan het wel en waar niet in de Hoofdgroenstructuur). 2. Dat er hierbij oog is voor minimale bomenkap en de blijvende leesbaarheid van het (cultuurhistorisch) landschap, het groen en het karakter van de Hoofdgroenstructuur. Hetzij op basis van tracékeuze, hetzij via herstelvereisten. Zowel de horizontale as van het bestaande landschap als de verticale as, geredeneerd vanuit de bodem (-5 meter onder maaiveld tot +5 meter boven maaiveld) tot boven het maaiveld tijdens aanleg, onderhoud en eventuele uitbreidingswerkzaamheden dienen hier onderdeel van uit te maken. 3. Dat daar waar het desondanks noodzakelijker is een tracé in de Hoofdgroenstructuur in te passen, elke inpassingsvraag gepaard te laten gaan met informatie over de vragen: Wat zijn de directe consequenties voor de Hoofdgroenstructuur? Tijdens de fase van aanleg, toekomstig onderhoud en eventuele uitbreiding van het netwerk. Wat kan het opleveren voor de kwaliteit van de Hoofdgroenstructuur als we op een innovatieve manier omgaan met de inpassing? 4.
Dat er onder het mom ‘voor wat hoort wat’ kwaliteitseisen verbonden worden aan de realisatie van kabels en leidingen in de Hoofdgroenstructuur. Zo dient elke inpassing in de Hoofdgroenstructuur een kwalitatieve bijdrage te leveren aan één of meerdere prioritaire waarden van het er geldende groentype. Met als minimaal uitgangspunt vanuit circulariteit dat al het gekapte hout/ groen op de plek dient te blijven en terug te komen in de vorm van nieuwe ecologische structuren zoals houtwallen of takkenrillen.
Gemeente Amsterdam
11 augustus 2023 TAC advies Paraplubestemmingsplan Buisleiding Nieuwe Meer Pagina 5 van 5
5. Dat er ingezet wordt op innovatie ten aanzien van richtlijnen die vanuit een energieleverancier worden meegeven. De standaard inpassing zoals dit de afgelopen decennia ging is niet meer de geldende standaard gezien ons dichtbevolkte land en hoofdstad. Gedacht kan hierbij worden aan bijstelling van de afstandsnormen door toepassing van technische maatregelen (zoals wortelschermen) waardoor het groen dichter aangeplant kan worden op en om kabels en leidingen. 6. Dat er procesmatig clustering van tracés in ruimte en tijd plaatsvindt. Het verbaast de TAC dat in casu er buiten de Hoofdgroenstructuur geen plek is voor de gasleiding omdat er ten noorden van de Oude Haagseweg kort daarvoor al besloten is tot realisatie van hoogspanningsleidingen. Informeel advies (nieuwe beleidskader) Op basis van nieuwe (niet vastgestelde) beleidskader Hoofdgroenstructuur zou de TAC dit initiatief onder voorwaarde als inpasbaar hebben beoordeeld. Deze voorwaarde heeft op beide locaties in de Hoofdgroenstructuur betrekking en omvat een parallelle investering in verbetering van de ‘stadsnatuur’ ter plaatse. De te bestemmen gasleiding (en werkzaamheden daarvoor) draagt noch bij aan de prioritaire waarden van het groentype ‘natuurpark’ (ter hoogte van de Oude Haagseweg), noch aan die van het groentype ‘stadspark’(ter hoogte van de Bosbaan/ Koenenkade).
Desondanks is de aanleg van de gasleidingen noodzakelijk. Om toch een bijdrage te leveren aan de Hoofdgroenstructuur verbindt de TAC als voorwaarde aan instemming met dit paraplubestemmingsplan, dat de realisatie van de leidingen (en eventuele werkzaamheden die nadien om grondverzet of ingrepen op maaiveld vragen) vergezeld dienen te gaan met een kwaliteitsimpuls in de stadsnatuur ter plaatse. De inhoud daarvan kan in afstemming met een stadsecoloog van de gemeente Amsterdam nader worden bepaald.
Hoogachtend,
Dr. M.C. van Schendelen
Drs. ing. N. Bosch
Voorzitter Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur
Secretaris TAC