CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Sloterdijk Kavel 9_TOELICHTING.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 22 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Sloterdijk Kavel 9 (VN2023-002110)31.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Sloterdijk Kavel 9

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid Sloterdijk Kavel 9

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.B2102BPGST-VG01

Datum print

27 December 2022

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave TOELICHTING Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 Hoofdstuk 8 8.1 8.2

7 Inleiding

9

Algemeen Doel van dit bestemmingsplan Bevoegdheden Leeswijzer

9 10 10 11

Plankader

13

Beschrijving en ligging van het plangebied Geschiedenis van het plangebied Huidig planologisch kader Beoogd nieuw planologisch kader Crisis- en herstelwet

13 17 18 19 20

Beleidskader

21

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

21 26 28 30

Het ruimtelijk kader

45

Sloterdijk-Centrum, de stand van zaken Randvoorwaarden hoogbouwaccenten Programmatische randvoorwaarden Ruimtelijke randvoorwaarden

45 45 48 51

Milieueffectrapportage

59

Regelgeving MER Haven-Stad Conclusie

59 60 64

Verkeer en parkeren

65

Algemeen Bereikbaarheid Parkeren Conclusie

65 65 72 76

Geluid

77

Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Regeling in bestemmingsplan Conclusie

77 77 80 83 83

Luchtkwaliteit

85

Algemeen Regelgeving en beleid

85 85

Gemeente Amsterdam

blz. 4

8.3 8.4

Onderzoeken Conclusie

87 90

Hoofdstuk 9

Externe veiligheid

91

9.1 9.2 9.3 9.4

Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Conclusie

91 91 94 104

Milieuhinder bedrijvigheid

105

Algemeen Onderzoeken Conclusie

105 106 111

Geur

113

11.1 11.2 11.3

Regelgeving en beleid Onderzoek Conclusie

113 113 113

Hoofdstuk 12

Trillingen door spoor

115

12.1 12.2 12.3 12.4

Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Conclusie

115 115 115 116

Bodem

117

Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Conclusie

117 117 118 121

Water

123

14.1 14.2 14.3 14.4

Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Conclusie

123 123 128 135

Hoofdstuk 15

Natuur en landschap

137

15.1 15.2 15.3 15.4 15.5

Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Bomen Conclusie

137 137 138 142 143

Hoofdstuk 16

Luchthavenindelingsbesluit

145

16.1 16.2

Regelgeving Uitwerking in bestemmingsplan

145 145

Hoogbouweffecten

149

Algemeen Onderzoeken Conclusie

149 150 152

Hoofdstuk 10 10.1 10.2 10.3 Hoofdstuk 11

Hoofdstuk 13 13.1 13.2 13.3 13.4 Hoofdstuk 14

Hoofdstuk 17 17.1 17.2 17.3

bestemmingsplan_Sloterdijk Kavel 9 (vastgesteld)

blz. 5

Hoofdstuk 18

Lichthinder

153

Hoofdstuk 19

Cultuurhistorie en archeologie

155

Algemeen Regelgeving en beleid Onderzoeken Conclusie

155 155 157 159

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

161

Algemeen Regelgeving en beleid Duurzaamheid en klimaatadaptatie in Sloterdijk-Centrum

161 161 162

Juridische planbeschrijving

167

Algemeen Planvorm Verbeelding Regels Artikelgewijze toelichting

167 167 167 168 168

Hoofdstuk 22

Economische uitvoerbaarheid

177

Hoofdstuk 23

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

179

Artikel 3.1.1. Bro-overleg en maatschappelijk overleg Inspraak en consultatie Behandeling van zienswijzen

179 180 181

19.1 19.2 19.3 19.4 Hoofdstuk 20 20.1 20.2 20.3 Hoofdstuk 21 21.1 21.2 21.3 21.4 21.5

23.1 23.2 23.3

Bijlagen bij toelichting

183

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Sloterdijk Kavel 9 (vastgesteld)

blz. 7

TOELICHTING

Gemeente Amsterdam

blz. 8

bestemmingsplan_Sloterdijk Kavel 9 (vastgesteld)

blz. 9

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Algemeen

Eind 2017 is de Ontwikkelstrategie Haven-Stad vastgesteld. Deze ontwikkelstrategie vormt de basis voor een grootschalige ontwikkeling van het gebied van Sloterdijk tot aan de Spaarndammerbuurt waar wonen, bedrijven en voorzieningen in een hoge dichtheid worden gecombineerd. In 2017 is eveneens het milieueffectrapport Haven-Stad vastgesteld (MER Haven-Stad). In het gebied Haven-Stad zullen straks meer dan 150.000 mensen wonen. Sloterdijk-Centrum is onderdeel van de eerste fase van de gehele ontwikkeling van Haven-Stad. Sloterdijk-Centrum vormt daarmee de aanzet tot de ontwikkeling van Haven-Stad naar een gemengd gebied. Sloterdijk-Centrum wordt een groen en duurzaam woon-werkgebied met rustpunten en fiets- en wandelroutes. Ondanks dat er veel woningen worden toegevoegd zal de functie werken een belangrijke rol blijven spelen. De meeste kantoren bevinden zich straks rondom het station, aangevuld met stedelijke voorzieningen, zoals dienstverlening, horeca en winkels voor de dagelijkse boodschappen. Woningen worden met name ontwikkeld aan de zuidkant van het station, waar in de nieuwe buurten ruimte is voor veel verschillende doelgroepen. De verwachting is dat dit gebied aantrekkelijk is voor studenten, starters, expats én jonge gezinnen. Zij houden van hoogstedelijk wonen, en hebben graag de voorzieningen èn natuur binnen handbereik.

Hierdoor ontstaat een balans tussen een dynamische groep inwoners en "blijvers", die zich voor lange tijd willen vestigen in het gebied. Richting sportpark Spieringhorn ligt de nadruk op het stedelijk wonen, hier kan men terecht in aantrekkelijke woningen aan groene binnentuinen dichtbij de natuur. Een rustpunt in een hoogstedelijk gebied. Uiteindelijk moet Sloterdijk-Centrum door het mengen van functies als wonen, werken en recreëren zijn omgevormd tot een levendig, aantrekkelijk en toekomstbestendig onderdeel van de stad. Daarnaast zal men in Sloterdijk-Centrum kunnen wonen en winkelen, naar school gaan of naar een congres. Men kan er lekker eten in een restaurant, naar het theater gaan of sporten. Een dergelijk onderdeel van de stad zal ook op bewoners uit de wijde omgeving aantrekkingskracht uitoefenen. Onderhavig bestemmingsplan ziet op het perceel Kavel 9 in de buurt 'Naritalaan-Oost'. Het plangebied ligt ten zuidwesten van station Amsterdam Sloterdijk waar in de Visie Sloterdijk-Centrum 2040 een mix van wonen en niet-wonen is voorzien. De opgave in de buurt 'Naritalaan-Oost' bestaat onder meer uit het inspelen op de groene omgeving van de Naritaweg en sportpark Spieringhorn aan de overzijde. Op het perceel kavel 9 (nu: Naritaweg 30) is momenteel een tijdelijke school voor voortgezet onderwijs (ten behoeve van het Cornelius Haga Lyceum) gevestigd.

De tijdelijke school zal tot uiterlijk begin 2024 aanwezig zijn op deze locatie. De gemeente Amsterdam is voornemens om de locatie te herontwikkelen waarbij de definitieve vestiging van een voortgezet onderwijs school (hierna: VO-school) mogelijk wordt gemaakt op de westelijke zijde van de kavel en een publieke parkeergarage op de oostelijke zijde van de kavel. Aan weerszijden van de nieuwbouw worden twee groenstroken gerealiseerd. Op grond van de regels is het gebruik als ongebouwde parkeervoorziening ook toegestaan. Dit is aan de orde indien de bouw van de parkeergarage of de VO-school vertraagt. Er bestaat maatschappelijke behoefte aan onderwijsinstellingen in de gemeente Amsterdam. De toekomstplannen voor Haven-Stad en Sloterdijk-Centrum bieden ruimte voor deze behoeften en ambities. Bovendien wordt met de (definitieve) vestiging van een VO-school in het gebied goed aangesloten bij de transformatie van Sloterdijk-Centrum naar een gemengd woon- en werkgebied. Op grond van de regels behorende bij dit bestemmingsplan is een basisschool ter plaatse van Kavel 9

Gemeente Amsterdam

blz. 10

uitgesloten in verband met het Uitvoeringsbeleid Externe veiligheid Amsterdam. Het verblijven van minder zelfredzame personen dichtbij risicobronnen is niet wenselijk. Onderhavig bestemmingsplan maakt een VO-school mogelijk met een maximum brutovloeroppervlakte van 12.000 m2. Daarmee kan ruimte worden geboden aan maximaal circa 1.200 leerlingen. De publieke parkeergarage voorziet enerzijds in de parkeerbehoefte van de bezoekers van de (deels toekomstige) woningen in Sloterdijk-Centrum. In verband met de transformatie van Sloterdijk-Centrum naar een gemengd woon- en werkgebied bestaat er behoefte aan ruimte voor meer parkeerplaatsen, met name voor de toenemende vraag naar bezoekersparkeerplaatsen. Een belangrijke ambitie is echter eveneens om de openbare ruimte te vergroenen. Hiervoor wordt onder meer verwezen naar de Visie Sloterdijk-Centrum 2040 en het Plan Openbare Ruimte Sloterdijk-Centrum (Bijlage 1 en Bijlage 2). Als gevolg van deze ambitie, is ervoor gekozen om bij Sloterdijk-Centrum het bezoekersparkeren voor de woningen voor de auto overwegend in openbare parkeergarages te regelen. Onderhavig bestemmingsplan geeft hier (mede) invulling aan. Anderzijds wordt met de publieke parkeergarage voorzien in de parkeerbehoefte van de bezoekers van sportpark Spieringhorn, omdat de bestaande parkeervoorzieningen aan de zuidkant van het sportpark in de toekomst zullen vervallen.

Het sportpark zal met een nieuwe brug aan de zuidzijde van de Naritaweg bereikbaar zijn. Onderhavig bestemmingsplan maakt een publieke parkeergarage mogelijk met een totale maximum brutovloeroppervlakte van 10.500 m2, waaronder maximaal 150 m2 bvo aan voorzieningen in de plint. De beoogde capaciteit bedraagt circa 350 parkeerplaatsen. Het geldende bestemmingsplan 'Sloterdijk' maakt op de locatie Kavel 9 reeds een grote variatie aan functies mogelijk, waaronder (maatschappelijke) dienstverlening, culturele voorzieningen, kantoren, bedrijven, horeca, sportvoorzieningen en ontspanning en vermaak. Geluidsgevoelige functies (of gebouwen) zijn echter uitgesloten. Dit betekent dat een VO-school niet past binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan. Daarnaast past een publieke parkeergarage als zelfstandige functie alsmede de gewenste verdichting met de bijbehorende totale brutovloeroppervlakte van 22.500 m2 (12.000 m2 + 10.500 m2) niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hier wel in en zal na vaststelling het toetsingskader zijn voor de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.

1.2

Doel van dit bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel Kavel 9 in Amsterdam. Het plan maakt de definitieve vestiging van een VO-school mogelijk op de westelijke zijde van de kavel en een publieke parkeergarage, met maximaal 150 m2 bvo aan overige voorzieningen in de plint, op de oostelijke zijde van de kavel. Daarnaast worden groenvoorzieningen aan weerszijden van de beoogde gebouwen mogelijk gemaakt. Dit plan vervangt het geldend planologisch kader vanaf het moment dat dit plan in werking treedt. Dit bestemmingsplan levert na in werking treden daarvan een directe bouwtitel op voor de beoogde ontwikkelingen op het kavel.

1.3

Bevoegdheden

Het plangebied van het bestemmingsplan Sloterdijk Kavel 9 is gelegen binnen de grenzen van het stadsdeel Nieuw-West. Sloterdijk-Centrum is aangewezen als grootstedelijk project. Hierbij is besloten dat de bevoegdheden op grond van de Wet ruimtelijke ordening, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, bij de centrale stad liggen. De bevoegdheid tot het vaststellen van bestemmingsplannen in het (groot)stedelijk gebied Sloterdijk-Centrum blijft dus onveranderd bij de gemeenteraad.

bestemmingsplan_Sloterdijk Kavel 9 (vastgesteld)

blz. 11

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan Sloterdijk Kavel 9 bestaat uit de verbeelding en planregels met de daarbij behorende toelichting. Op de verbeelding zijn de beoogde bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de planregels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van onderzoeken) en de onderbouwing bij de bestemmingsplanregeling en is niet juridisch bindend. In de hoofdstukken 2 en 3 van deze toelichting worden respectievelijk het plankader en het algemeen beleidskader weergegeven. In hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van het ruimtelijke en stedenbouwkundige kader. In de hoofdstukken 5 tot en met 20 worden de achtergronden bij de bestemmingsplanregeling beschreven. In hoofdstuk 21 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 22 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 23 tot slot op de maatschappelijke uitvoerbaarheid. In dat laatste hoofdstuk zal een beschrijving worden gegeven van de uitkomsten van het overleg met de artikel 3.1.1 Bro-instanties. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken.

Gemeente Amsterdam

blz. 12

bestemmingsplan_Sloterdijk Kavel 9 (vastgesteld)

blz. 13

Hoofdstuk 2 2.1

Plankader

Beschrijving en ligging van het plangebied

Ligging in de stad Het plangebied van het bestemmingsplan Sloterdijk Kavel 9 is onderdeel van de buurt Naritalaan-Oost. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Plesostraat en de spoorlijn Haarlem-Amsterdam. De oostzijde van het plangebied wordt begrensd door het perceel Naritaweg 14 waar zich momenteel bedrijfs-/kantoorgebouwen bevinden. De plannen voor transformatie naar woningbouw op deze kavel zijn in een vergevorderd stadium. Op grond van het daar geldende bestemmingsplan is woningbouw rechtstreeks toegestaan. Aan de zuidzijde van het plangebied loopt de Naritaweg met aan de overzijde het sportpark Spieringhorn. Tot slot wordt de westzijde van het plangebied begrensd door het perceel Naritaweg 48 waar de Klimhal Amsterdam is gevestigd.

Figuur 2.1: het bestemmingsplangebied is onderdeel van Sloterdijk-Centrum Sloterdijk-Centrum Het plangebied Kavel 9 is onderdeel van Sloterdijk Centrum (zie figuur 2.1). Het totale ontwikkelplan Sloterdijk-Centrum bestaat uit acht deelgebieden. Deze acht buurten krijgen ieder een ruimtelijke eenheid met een sterke eigen identiteit, waarin de bestaande kwaliteiten worden versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. Binnen de buurten ontstaan verschillen met betrekking tot dichtheid, bouwhoogte, bebouwingstype, functiemix, groentypen, buitenruimte en architectuur. Zoals in het voorgaande aangegeven is het plangebied van het bestemmingsplan Sloterdijk Kavel 9 onderdeel van de buurt Naritalaan-Oost. Zie paragraaf 3.4.5 voor een uitgebreidere uiteenzetting van de visie op Sloterdijk-Centrum.

Gemeente Amsterdam

blz. 14

Figuur 2.2: de acht buurten van Sloterdijk-Centrum Plangrens bestemmingsplan Het plangebied betreft het perceel Kavel 9 in Amsterdam. Het perceel Kavel 9 waarop de herontwikkeling mogelijk wordt gemaakt is kadastraal bekend als gemeente Sloten Noord-Holland, sectie K, nummer 4589 (gedeeltelijk) met een totale oppervlakte van circa 4.550 m2. In onderstaande figuur is de begrenzing van het plangebied globaal weergegeven.

bestemmingsplan_Sloterdijk Kavel 9 (vastgesteld)

blz. 15

Figuur 2.3: Het plangebied van het bestemmingsplan Sloterdijk Kavel 9 Huidige en toekomstige situatie Op dit moment kent het perceel Kavel 9 een gemengde bestemming en is ter plaatse een school voor voortgezet onderwijs gevestigd (het Cornelius Haga Lyceum) met een omgevingsvergunning voor tijdelijke huisvesting van een VO-school. Met ingang van het schooljaar 2017-2018 is er op het perceel tijdelijke huisvesting gerealiseerd in de vorm van een schoolgebouw bestaande uit twee bouwlagen. Het tijdelijke schoolgebouw heeft een oppervlakte van circa 1.250 m2 en is geschikt voor de huisvesting van 220 leerlingen. Eind 2021 heeft er op het westelijk deel van de kavel uitbreiding van de tijdelijke onderwijshuisvesting plaatsgevonden. Er zijn noodlokalen gerealiseerd met een totale oppervlakte van circa 825 m2. Er is zowel een entree aan de zijde van de Naritaweg als aan de zijde van de Plesostraat. Zoals eerder aangegeven is het plangebied onderdeel van de buurt Naritalaan-Oost. Deze buurt kenmerkt zich door haar groene omgeving, waarbij met name de Naritaweg van belang is die begeleid wordt door volwassen bomen. Daarnaast bevindt zich aan de overzijde sportpark Spieringhorn. Op dit sportpark wordt georganiseerde sport beoefend, in groepsverband.

Het is een traditioneel ingesteld sportpark: het is gericht op veldsport, voetbal en hockey, en moeilijk of niet toegankelijk voor andere gebruikers van de zone. Het sportpark kent door de sportvelden en de groensingels om het park en tussen de verschillende velden een groene uitstraling. Op het park is verspreid bebouwing aanwezig in de vorm van kleedkamers, tribunes, etc. De gemeente werkt toe naar een groen en openbaar toegankelijk park waarin sport centraal staat. Het moet een prettig, sociaal veilig en duurzaam park worden met herkenbare ingangen, waarin sport- en spelelementen de identiteit bepalen. De gemeenteraad heeft in dat kader op 2 december 2021 besloten

Gemeente Amsterdam

blz. 16

om, in afwijking van het TAC-advies met betrekking tot de school, in te stemmen met de projectnota voor de vernieuwing van het sportpark. Bij de beoogde transformatie van de buurt Naritalaan-Oost wordt ingespeeld op de groene omgeving. Er komen brede en diepe bouwblokken met gevels parallel aan de straat en een heldere grens tussen openbaar gebied en eigen terrein. Door de geluidsbelasting van het spoor ligt het voor de hand dat de bouwblokken aan deze zijde hoger zijn en meer als wand zijn vormgegeven. Voor het overige bevinden zich langs de Naritaweg diverse kleinschalige kantoorfuncties en een klimhal. Het plangebied ligt (te voet) op circa 750 meter van station Amsterdam Sloterdijk. Dit station vormt onder meer het kruispunt tussen de spoorlijn Amsterdam-Haarlem en de spoorlijn Amsterdam-Schiphol. In de directe omgeving van het plangebied is de transformatie van een werkgebied naar een gemengd woon- en werkgebied inmiddels zichtbaar. Zo vindt er nieuwbouw plaats op zowel kavel N als O (woningbouw). Rondom het Barajasplantsoen zijn woningen gerealiseerd en aan de Haarlemmervaart is woningbouw in combinatie met een basisschool en kinderdagverblijf in ontwikkeling (Heathrowstraat 10-12). Op de kavel Naritaweg 199 zijn door middel van transformatie van kantoren woningen gerealiseerd.

Op de kavel Naritaweg 10 is het bestaande kantoorgebouw gesloopt en worden nieuwbouwwoningen gerealiseerd. Voor de kavel Naritaweg 14 wordt naar verwachting begin 2023 een aanvraag omgevingsvergunning voor de sloop van het bestaande bedrijfspand en nieuwbouw ten behoeve van woningen ingediend. Tot slot bestaan er voor de kavel Naritaweg 50-52 plannen voor sloop en nieuwbouw ten behoeve van woningbouw.

Figuur 2.4: Sloterdijk-Centrum bezien vanaf de zuidwestzijde (projectlocatie aangeduid met rode pijl)

bestemmingsplan_Sloterdijk Kavel 9 (vastgesteld)

blz. 17

2.2

Geschiedenis van het plangebied

Sloterdijk-Centrum ligt voor een groot gedeelte in de voormalige Achter Sloterdijker Polder en voor een kleiner deel in het voormalige IJ, na 1875 de Groote IJpolder. De Achter Sloterdijker Polder behoorde in het verleden tot de ambachtsheerlijkheid Sloten. De eerste ontginning van de polders in dit gebied vond in de tiende/elfde eeuw na de jaartelling plaats. De Achter Sloterdijker polder (ook wel Vennerpolder geheten) lag tussen de Spaarndammerdijk en de Haarlemmertrekvaart en is in 1645 aangelegd. Ten noordoosten van de Spaarndammerdijk was de Overbraker Buitenpolder gelegen. Dit was een stuk buitendijks land beschermd door een zomerdijk en een pad, de Ringweg. De polders hadden een agrarische bestemming. In 1848 werden Sloten, Sloterdijk, Osdorp en de Vrije Geer zelfstandige gemeentes. Hier kwam een einde aan met de annexatie door Amsterdam in 1921. Op dat moment was het nog hoofdzakelijk een landelijk gebied. Aan het landelijke karakter van het plangebied kwam pas in de tweede helft van de 20ste eeuw een eind. In 1955 werd begonnen met de afbraak van een gedeelte van het oude dorp Sloterdijk (bestaande uit ongeveer 56 huizen) voor de bouw van treinstation Sloterdijk en de aanleg van de aansluitingsweg naar de Coentunnel. Met de bouw van het station verdween het bebouwde dorpsgezicht van Sloterdijk.

Figuur 2.5: Sloop van het dorp Sloterdijk in 1955

Gemeente Amsterdam

blz. 18

Het gebied ten westen van het resterende deel van het dorp Sloterdijk werd in de jaren tachtig van de twintigste eeuw gezien als een belangrijk nieuw nevencentrum van Amsterdam. In 1983 werd het nieuwe treinstation Amsterdam Sloterdijk aangelegd ten oosten van de ringweg. Rond de spoorlijnen konden groeiende en nieuwe bedrijven worden opgevangen. In 1986 kreeg Sloterdijk een station in drie niveaus toen ook de nieuwe Schiphollijn werd geopend. Om te voorkomen dat verschillende typen bedrijven versnipperd over de stad terecht zouden komen, werd een thematische indeling per gebied vastgelegd. Voor het gebied rondom het station zag men goede kansen voor de toen opkomende en veelbelovende telematicasector, wat de naam 'Teleport' verklaart. In 1997 kwam de metro-ringlijn 50 naar Sloterdijk. In 2003 is het Hemboogstation, een directe verbindingsboog tussen de Zaanlijn en de Westtak van de Ringspoorbaan Amsterdam, geopend. Door deze boog kunnen treinen uit Noordelijk Noord-Holland rechtstreeks naar Schiphol rijden, zodat reizigers niet meer hoeven over te stappen op station Amsterdam Sloterdijk.

2.3

Huidig planologisch kader

Bestemmingsplan 'Sloterdijk' Voor het plangebied is op dit moment het bestemmingsplan 'Sloterdijk' (vastgesteld op 3 juli 2013) van kracht. Op grond van dit bestemmingsplan kent het plangebied de bestemming 'Gemengd-2'. Er bestaan ruime gebruiksmogelijkheden in de vorm van dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening, culturele voorzieningen, kantoren, bedrijven die vallen in categorie 1, 2.1 en 3.1, horeca l, horeca ll, horeca lll, horeca lV, sportvoorzieningen en ontspanning en vermaak met bijbehorende voorzieningen. Geluidsgevoelige functies (of gebouwen) zijn niet toegestaan. Het volledige plangebied mag bebouwd worden met gebouwen, waarbij er voor het grootste gedeelte van het plangebied een maximum bouwhoogte van 35 meter geldt. Voor een kleine strook aan de oostzijde van het plangebied geldt een maximum bouwhoogte van 15 meter. De maximum floorspace index bedraagt 1,5, hetgeen in dit concrete geval betekent dat de maximum brutovloeroppervlakte ter plaatse van het plangebied circa 6.800 m2 bedraagt. Voor de directe omgeving van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Barajasbuurt eo' (vastgesteld op 2 juli 2020 door de gemeenteraad). Kavel 9 is destijds bewust buiten het bestemmingsplan 'Barajasbuurt eo' gehouden, omdat de ontwikkeling op dat moment nog onvoldoende concreet was om de kavel mee te nemen in het bestemmingsplan.

De beoogde onderwijsfunctie voor een VO-school op de westelijke zijde van Kavel 9 is niet mogelijk op grond van de geldende bestemming 'Gemengd-2' nu geluidsgevoelige functies (of gebouwen) niet zijn toegestaan. De beoogde publieke parkeergarage, met maximaal 150 m2 bvo aan overige voorzieningen in de plint, op de oostelijke zijde van de kavel is als zelfstandige functie eveneens niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan 'Sloterdijk'. Daarnaast is de gewenste verdichting met bijbehorende brutovloeroppervlakte van maximaal 12.000 m2 voor de beoogde VO-school en maximaal 10.500 m2 voor de beoogde publieke parkeergarage, met maximaal 150 m2 bvo aan overige voorzieningen in de plint, specifiek op de Kavel 9 voor wat betreft de bouwmogelijkheden in strijd met het geldende bestemmingsplan 'Sloterdijk'. Om bovengenoemde redenen is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld. Dit bestemmingsplan zal het bestemmingsplan 'Sloterdijk' voor het perceel Kavel 9 vervangen. Provinciaal Inpassingsplan 'Aanpassing geluidszones Westpoort en Hoogtij' (PIP) De geluidszone van het industrieterrein Westpoort is met het Provinciaal Inpassingsplan (PIP)

bestemmingsplan_Sloterdijk Kavel 9 (vastgesteld)

blz. 19

'Aanpassing geluidszones Westpoort en Hoogtij' in 2015 vastgelegd. Het PIP is een zogenaamd facetbesluit of facetherziening waarbij slechts het facet geluidszones-industrie wordt geregeld en in verband met de voorgestelde dezonering een nieuwe grens van het industrieterrein wordt vastgelegd. Paraplubestemmingsplan 'Grondwaterneutrale kelders' Het beleid ten aanzien van grondwaterneutrale kelders is in 2021 vastgelegd door middel van het paraplubestemmingsplan 'Grondwaterneutrale kelders' (vastgesteld op 7 oktober 2021). De basis hiervoor wordt gevormd door het Afwegingskader Grondwaterneutrale kelders Amsterdam waarmee wordt getracht ongewenste ruimtelijke effecten en daarmee schade als gevolg van aanleg van kelders te voorkomen. (ontwerp-) Paraplubestemmingsplan 'Dark stores' De gemeenteraad van Amsterdam heeft op 26 januari 2022 het voorbereidingsbesluit darkstores met flitsbezorging genomen. Vervolgens is een paraplubestemmingsplan in procedure gebracht dat betrekking heeft op een groot gedeelte van de gemeente Amsterdam, zoals woonwijken, gemengde woon-werkgebieden en bedrijfsomgevingen waar (dichtbij) gewoond wordt. Met het paraplubestemmingsplan wordt de vrije vestiging van darkstores niet mogelijk.

Flitsbezorgbedrijven kunnen een aanvraag omgevingsvergunning indienen en het college verzoeken om (binneplans) van het bestemmingsplan af te wijken om een darkstore mogelijk te maken. Het paraplubestemmingsplan beoogt meer grip op nieuwe vestigingslocaties van darkstores in Amsterdam te krijgen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 5 januari 2023 tot en met 16 februari 2023 ter inzage gelegen. Het paraplubestemmingsplan is van toepassing op het plangebied van Sloterdijk Kavel 9. Dit betekent dat na vaststelling van het paraplubestemmingsplan de vestiging van een darkstore niet mogelijk is, tenzij hiervoor een omgevingsvergunning is verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam. Het college beoordeelt aanvragen aan de hand van een gemeentelijk Afwegingskader.

2.4

Beoogd nieuw planologisch kader

Ten opzichte van het bestemmingsplan 'Sloterdijk' bevat het voorliggende bestemmingsplan onder meer de volgende wijzigingen: Het nieuwe bestemmingsplan voorziet, in tegenstelling tot het bestemmingsplan 'Sloterdijk', in de mogelijkheid tot het realiseren van een VO-school, waarmee voorzien kan worden in de maatschappelijke behoefte aan onderwijsinstellingen in de gemeente Amsterdam en specifiek voor het gebied Haven-Stad en Sloterdijk-Centrum. De onderwijsfunctie ten behoeve van een VO-school die momenteel tijdelijk van aard is, wordt met dit bestemmingsplan permanent mogelijk gemaakt. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet, in tegenstelling tot het bestemmingsplan 'Sloterdijk', in de mogelijkheid tot het realiseren van een publieke parkeergarage als zelfstandige functie, waarmee voorzien kan worden in de parkeerbehoefte van de bezoekers van de (toekomstige) woningen in Sloterdijk-Centrum en van de bezoekers van sportpark Spieringhorn. Als gevolg van de maximale floorspace index van 1,5 bedraagt de maximum brutovloeroppervlakte binnen het geldende bestemmingsplan 'Sloterdijk' circa 6.800 m2. In dit nieuwe bestemmingsplan wordt een totale brutovloeroppervlakte van 22.500 m2 (12.000 m2 + 10.500 m2) toegestaan waarmee de gewenste verdichting kan worden gerealiseerd.

De maximale bouwhoogte wordt voor het oostelijk en zuidelijk deel van het plangebied verlaagd van maximaal 35 meter naar maximaal 21 en 23 meter. Het huidige bestemmingsplan voorziet in een gemengde bestemming, waarbij verschillende functies

Gemeente Amsterdam

blz. 20

zijn toegestaan. Het nieuwe bestemmingsplan geeft meer sturing door uitsluitend te voorzien in een onderwijsfunctie voor de westelijke zijde van de kavel en in een publieke parkeergarage, met maximaal 150 m2 bvo aan overige voorzieningen in de plint, voor de oostelijke zijde van de kavel. Tussenstraten: om als gevolg van de verdichting voldoende lucht en ruimte te creëren in het gebied, zijn voor de nieuwbouw bouwvlakken opgenomen waarmee wordt geborgd dat er tussenstraten tussen de kavels ontstaan.

2.5

Crisis- en herstelwet

Haven-Stad kent een stevige milieubelasting. Er is sprake van een hoge geluidsbelasting (industrielawaai en verkeerslawaai) en geurbelasting. Verder is externe veiligheid een belangrijke factor. Met al deze componenten moet bij de ontwikkeling van het gebied, met name wat betreft wonen en onderwijsvoorzieningen, rekening worden gehouden. De transformatie van Haven-Stad, waarvan Sloterdijk-Centrum een van de eerste te transformeren gebieden is, is daardoor niet zonder meer mogelijk met het bestaande juridisch-planologische instrumentarium. De aanmelding als ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.2 van de Crisis- en herstelwet biedt daar mogelijkheden toe. Ook zijn grote delen van Amsterdam aangemeld voor het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (paragraaf 2.5.1). 2.5.1

Bestemmingsplan verbrede reikwijdte

Op grond van artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (BuChw) mag vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet een zogenoemd 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte' worden vastgesteld. Grote delen van Amsterdam zijn aangemeld, waaronder Haven-Stad (artikel 7c, lid 17, aanhef en onder ss.). Dit betekent dat het bestemmingsplan regels mag bevatten over de fysieke leefomgeving en deze regels niet beperkt zijn tot een 'goede ruimtelijke ordening'. Ook mogen bestemmingsplannen worden vastgesteld met een looptijd van 20 jaar. Voor het bestemmingsplan verbrede reikwijdte 'Sloterdijk Kavel 9' maakt de gemeente Amsterdam gebruik van de volgende onderdelen uit de Chw tot en met de 17e tranche: regels voor de gehele fysieke leefomgeving; planperiode van 20 jaar; open normen/beleidsregels; faseren onderzoeken; vormvrij bestemmingsplan (afwijken RO-standaarden).

bestemmingsplan_Sloterdijk Kavel 9 (vastgesteld)

blz. 21

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld; deze is op 15 september 2020 bekend gemaakt. In de NOVI zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) wordt door deze nieuwe omgevingsvisie vervangen. De NOVI is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Het is de eerste integrale nationale beleidsvisie conform de Omgevingswet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de NOVI vastgesteld onder de Wet ruimtelijke ordening als structuurvisie. De inrichting van de NOVI sluit aan op de voorwaarden die op basis van de Omgevingswet aan de visie worden gesteld. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de Omgevingswet bedoeld. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De visie De NOVI bevat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een groot aantal opgaven, op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw.

De NOVI biedt daarbij een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Omgevingskwaliteit is daarbij het kernbegrip. De NOVI biedt een kader, geeft richting, maakt keuzes waar dat kan, maar laat ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI staat voor een nieuwe aanpak waarbij overheden en maatschappelijke organisaties met regie vanuit het Rijk integrale afwegingen maken. Beschreven wordt een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Toelichting In de toelichting worden 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving beschreven en de daarbij horende opgaven waarvoor het Rijk zich gesteld ziet. Steeds wordt per belang het huidige beleid gekoppeld en wordt de opgave gesteld die met het belang samenhangt. Uitvoeringsagenda In de uitvoeringsagenda staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen opgenomen.

De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. In de uitvoeringsagenda worden de opgaven centraal gesteld aan de hand van vier prioriteiten. De Uitvoeringsagenda beschrijft de volgende vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Gemeente Amsterdam

blz. 22

2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal zonder meer samen en ze zijn soms onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen. Relatie van het plan tot het rijksbeleid Het voorliggende bestemmingsplan is in lijn met de ambities en doelstellingen zoals die volgen uit de NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

De nationale belangen worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) juridisch geborgd. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken tot in bestemmingsplannen. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Deze onderwerpen zijn niet aan de orde in het voorliggende bestemmingsplan. De uitbreiding van de ruimtelijke ordeningsregels Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden. Deze uitbreiding betreft rijksregels ten aanzien van de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet, de veiligheid rond rijksvaarwegen, de verstedelijking in het IJsselmeer, de bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en de toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Deze uitbreiding van het Barro heeft voor wat betreft het voorliggende plan geen consequenties. Voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met het Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt op grond van artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. bestemmingsplan_Sloterdijk Kavel 9 (vastgesteld)

blz. 23

Wat tot het bestaand stedelijk gebied moet worden gerekend, volgt uit artikel 1.1.1, eerste lid, onder h, van het Bro: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. In alle gevallen geldt dat de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling onderbouwd moet worden. Daarbij wordt in het derde lid van voornoemd artikel de mogelijkheid geboden de toets aan de ladder door te schuiven naar het moment dat een uitwerkings- of wijzigingsplan wordt vastgesteld. In de motivering van het bestemmingsplan wordt de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het licht geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en wordt de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik onderbouwd. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn daarbij bepalend voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving.

Het gaat daarbij niet alleen om de kwantitatieve behoefte, maar ook om de kwalitatieve behoefte, zijnde de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke ontwikkeling. De toename van programma en bouwmogelijkheden die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit betekent dat de behoefte aan de toevoeging van het programma onderbouwd dient te worden. Sloterdijk-Centrum kenmerkt zich als een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en/of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De nieuwe stedelijke ontwikkeling vindt dus plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Behoefte VO-school Zoals in paragraaf 1.1 aangegeven bestaat er maatschappelijke behoefte aan onderwijsinstellingen in de gemeente Amsterdam. De toekomstplannen voor Sloterdijk-Centrum bieden ruimte voor deze behoeften en ambities. Bovendien wordt met de (definitieve) vestiging van een VO-school in het gebied goed aangesloten bij de transformatie van Sloterdijk-Centrum naar een gemengd woon- en werkgebied, zoals is voorzien en beschreven in de Visie Sloterdijk-Centrum 2040 (Bijlage 1).

Ten eerste blijkt de behoefte aan een VO-school uit het Integraal Huisvestingsplan 2016-2020+ Voorgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs welke in juli 2015 door de gemeenteraad van Amsterdam is vastgesteld (zie ook paragraaf 3.4.8). De ambitie is om in de periode 2016-2020+ meer capaciteit te realiseren dan de groei van het aantal leerlingen. Een groot aantal tijdelijke plaatsen wordt omgezet naar definitieve huisvesting, oude gebouwen worden vervangen en er wordt ingespeeld op de groei tot 2025. In eerste instantie ligt de nadruk op het realiseren van extra havo/vwo plekken. Het streven is 12.500 plekken beschikbaar te hebben (inclusief flexibele ruimte) tegenover bijna 11.000 leerlingen (op nieuwe, tijdelijke en vervangende plekken). Onderhavige ontwikkeling draagt bij aan de ambitie om tijdelijke huisvesting om te zetten in definitieve huisvesting. Daarnaast wordt voldaan aan het uitgangspunt om ruimte te bieden voor onderwijs bij gebiedsontwikkeling. Ten tweede blijkt meer specifiek de behoefte aan VO-scholen binnen het plangebied Haven Stad uit het 'Programmaplan Maatschappelijke Voorzieningen Haven-Stad' (januari 2021).

Doel van dit 'Programmaplan Maatschappelijke Voorzieningen Haven-Stad' is handvatten te bieden voor de soorten maatschappelijke voorzieningen die nodig zijn binnen de ontwikkeling van Haven-Stad en de wijze waarop deze binnen de gebiedsontwikkeling een goede plek kunnen krijgen. Gemeente Amsterdam

blz. 24

De opgave voor het maatschappelijke voorzieningenprogramma in Haven-Stad is bepaald met behulp van de referentienorm maatschappelijke voorzieningen. Deze referentienorm betreft onder meer normen voor ruimte voor onderwijs. Met behulp van deze norm wordt uitgerekend hoeveel extra vierkante meters van elke voorziening nodig is bij realisatie van x-aantal nieuwe woningen, om zo een complete stad te bouwen. Aan de hand van de referentienorm maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen en het voorzieningenmodel is berekend wat het programma maatschappelijke voorzieningen moet zijn wanneer in het gebied 69.490 woningen (gehele ontwikkeling Haven-Stad) gebouwd worden. Ten aanzien van VO-scholen is dit programma bepaald op 11 VO-scholen. In het Programmaplan wordt verder aangegeven dat voor voortgezet onderwijsvoorzieningen een zekere mate van spreiding gewenst is en een gunstige ligging in het (hoofd)fietspadennetwerk en nabijheid van openbaar vervoer van belang is. Ten derde is er het Integraal Raamwerk Haven-Stad welke op 14 december 2021 door het college is vastgesteld. Het Raamwerk vertaalt de inhoudelijke ambities voor Haven-Stad in ruimtelijke kaders die richting geven aan de gebiedsontwikkeling in de komende decennia.

Doel van het Raamwerk is om samenhang aan te brengen tussen ruimtelijke kwaliteit en voorzieningen, (gebruiks) groen en sport, water en ecologie, mobiliteit en duurzaamheidsinfrastructuur. Conform het Integraal Raamwerk Haven-Stad zijn er in Haven-Stad uiteindelijk in ieder geval 11 scholen voor voortgezet onderwijs (VO) nodig. Op een kaart (zie figuur 3.1) is inzichtelijk gemaakt in welke zones de scholen bij voorkeur worden gesitueerd. Ze zijn gesitueerd centraal in de wijk, in de (geluids)luwte van de actieve straten en plekken, buiten de hindercontour en zo goed mogelijk gelijkmatig gespreid over heel Haven-Stad. Ze liggen gunstig aan het voet- en fietspadennetwerk. Waar mogelijk ingepast in de openbare ruimte in combinatie met gebruiksgroen en sport en spel. Ten aanzien van de locatie van onderwijsvoorzieningen voor voortgezet onderwijs wordt wederom aangegeven dat een zekere mate van spreiding gewenst is, evenals dat een gunstige ligging in het (hoofd)fietspadennetwerk en nabijheid van openbaar vervoer van belang is. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de Themakaart Voorzieningen behorende bij het Integraal Raamwerk Haven-Stad. Hierop is te zien dat het plangebied Sloterdijk Kavel 9 is aangewezen als locatie voor een VO-school.

bestemmingsplan_Sloterdijk Kavel 9 (vastgesteld)

blz. 25

Figuur 3.1: Themakaart voorzieningen Integraal Raamwerk Haven-Stad - projectlocatie omcirkeld Tot slot wordt verwezen naar de 'Amsterdamse Referentienorm voor Maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen” (door het college vastgesteld in januari 2018). Hierin zijn de normen (m2) opgenomen voor de domeinen: Onderwijs, Jeugd, Zorg, Basisvoorzieningen, Kunst en Cultuur, Sport, Groen en Spelen. Het doel van het vaststellen van een stedelijke referentienorm is voorzien in voldoende en divers kwalitatief aanbod van voorzieningen (maatschappelijk, groen en spelen) en deze niet-woonfuncties steviger te verankeren in de groei van de stad. Resultaat is een Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen die in beeld brengt welke opgave hoort bij de vastgestelde woningbouwambitie. Zoals in het voorgaande aangegeven leidt toepassing van de referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen in het kader van de ontwikkeling van Haven-Stad tot een significante behoefte aan VO-scholen binnen dat plangebied. De VO-school waar voorliggend bestemmingsplan in voorziet, draagt bij aan de behoefte aan VO-scholen die volgt uit het Integraal Raamwerk. De school bevindt zich op een locatie dat voldoet aan de uitgangspunten voor wenselijke VO-schoollocaties zoals geformuleerd in voornoemd beleid. Behoefte publieke parkeergarage Gemeente Amsterdam

blz. 26

In paragraaf 1.1 is aangegeven dat de publieke parkeergarage enerzijds voorziet in de parkeerbehoefte van de bezoekers van de (deels toekomstige) woningen in Sloterdijk-Centrum. In verband met de transformatie van Sloterdijk-Centrum naar een gemengd woon- en werkgebied bestaat er behoefte aan ruimte voor meer parkeerplaatsen, met name voor de toenemende vraag naar bezoekersparkeerplaatsen. Daarnaast verdwijnen er (in de openbare ruimte) parkeerplaatsen als gevolg van andere ontwikkelingen. Een belangrijke ambitie is echter eveneens om de openbare ruimte te vergroenen. Hiervoor wordt onder meer verwezen naar de Visie Sloterdijk-Centrum 2040 en het Plan Openbare Ruimte Sloterdijk-Centrum als onderdeel van het Investeringsbesluit Sloterdijk-Centrum van maart 2021 (Bijlage 1 en Bijlage 2). Als gevolg van bovenstaande ambitie, is ervoor gekozen om bij Sloterdijk-Centrum het bezoekersparkeren voor de woningen voor de auto overwegend in openbare parkeergarages te regelen. In het recent vastgestelde bestemmingsplan 'Barajasbuurt eo' (vastgesteld op 2 juli 2020) is bijvoorbeeld aangegeven dat parkeerplaatsen voor bezoekers (0,1 per woning) in de openbare ruimte worden opgelost en dat bij het ontwerp van de openbare ruimte rekening wordt gehouden met het realiseren van voldoende parkeerplaatsen voor bezoekers. Onderhavig bestemmingsplan geeft hier (mede) invulling aan.

Anderzijds wordt met de publieke parkeergarage voorzien in de parkeerbehoefte van de bezoekers van sportpark Spieringhorn, omdat de bestaande parkeervoorzieningen aan de zuidkant van het sportpark in de toekomst zullen vervallen. Het sportpark zal met een nieuwe brug aan de zuidzijde van de Naritaweg bereikbaar zijn en is daarmee goed toegankelijk vanuit de publiektoegankelijke parkeergarage. De behoefte aan een publieke parkeergarage blijkt voorts duidelijk uit het Plan Openbare Ruimte Sloterdijk-Centrum (Bijlage 2). In dit plan wordt gedetailleerd ingegaan op het benodigd aantal bezoekersparkeerplaatsen voor auto's bij de transformatie van Sloterdijk-Centrum. Geconcludeerd wordt dat reeds in 2025 moet worden voorzien in een (of meer) openbare parkeergarages in de omgeving van de Barajasbuurt met tenminste 188 parkeerplaatsen. Beoogde locatie hiervoor is de H-kavel (kavel 9, bovengronds) met circa 350 parkeerplaatsen. Onderhavig bestemmingsplan vormt hier de uitwerking van. In paragraaf 3.4 wordt nader ingegaan op de behoefte in relatie tot de functies die het bestemmingsplan mogelijk maakt.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH 2050

De Omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland is gebaseerd op de Wet op de ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer, de Waterwet, de Planwet Verkeer en Vervoer en de Wet natuurbescherming. Het heeft dus de status van respectievelijk een provinciale structuurvisie, een provinciaal milieubeleidsplan, een regionale watervisie, een provinciaal verkeers- en vervoersplan en een provinciale natuurvisie. De huidige Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan, het Milieubeleidsplan 2015-2018, de Watervisie 2021 en de Agenda Groen worden ingetrokken en gaan op in de Omgevingsvisie NH2050 met onderliggende programma's. In de Omgevingsvisie wordt de ambitie geschetst een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau vast te houden. Daarvoor moet een goede balans gezocht worden tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven.

bestemmingsplan_Sloterdijk Kavel 9 (vastgesteld)

blz. 27

De ambities die worden nagestreefd, zijn: 1. Een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, met als doel: a. een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland; b. het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; c. het vergroten van de biodiversiteit in Noord-Holland. 2. Ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren, met als doel: a. een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor; b. vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming brengen; c. dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden; d. het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. 3. Noord-Holland als samenleving in 2050 klimaatneutraal en gebaseerd op hernieuwbare energie. Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met de ambities uit de Omgevingsvisie NH 2050. 3.2.2

Omgevingsverordening NH2020

Vanaf 17 november 2020 geldt de Omgevingsverordening NH2020. In juni 2022 is de eerste wijziging van de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Deze verordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. In hoofdstuk 6 van de Omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen. Dit zijn regels die door decentrale overheden in acht moeten worden genomen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De instructieregels zien onder meer op nieuwe stedelijke ontwikkelingen, bijzonder landschap, verblijfsrecreatie, detailhandel en klimaatadaptatie. Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met de regels uit de Omgevingsverordening. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de Ontwerp Omgevingsverordening NH2022 inmiddels ter inzage heeft gelegen en per 1 januari 2023 in werking zal treden. Voorliggend bestemmingsplan is ook niet in strijd met deze wijziging. 3.2.3

Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015-2020

De provinciale missie is het versterken van de detailhandelstructuur in Noord-Holland. Gemeenten, bedrijfsleven en de provincie moeten er samen voor zorgen dat de detailhandelsstructuur in Noord-Holland sterk blijft. Dat betekent: keuzes maken. Op locaties waar mogelijkheden zijn moet ruimte worden gegeven aan nieuwe initiatieven. Op andere locaties is er geen ruimte voor nieuwe winkelmeters. Hiermee wordt een aantrekkelijke winkelstructuur behouden voor de inwoners van Noord-Holland en de bezoekers aan onze provincie. In het kader van de missie staan drie hoofddoelstellingen centraal: I. Een detailhandelstructuur die uitgaat van duurzaam ruimtegebruik; II. Een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een vitale regionale economie; III. Een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. De hoofddoelstellingen zijn uitgewerkt in zes beleidsdoelen: 1. Prioriteit geven aan hoofdwinkelgebieden;

Gemeente Amsterdam

blz. 28

2. Voorkomen van extra leegstand; 3. Internet-afhaalpunten bij voorkeur situeren in bestaande winkelcentra; 4. Een vitale, dynamische en concurrerende detailhandelstructuur, waarbij ruimte wordt geven aan kwaliteit; 5. Primaire detailhandel (levensmiddelen) is bereikbaar op een aanvaardbare afstand; 6. Detailhandel draagt bij aan aantrekkelijke binnensteden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet enkel in maximaal 150 m2 bvo aan detailhandel in de plint van de publieke parkeergarage en is daarmee in lijn met het provinciale detailhandelsbeleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Metropoolregio Amsterdam

De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en gemeenteraden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. 3.3.2

Detailhandelsbeleid

3.3.2.1 Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam 2016-2020 Het regionale detailhandelsbeleid is op 15 maart 2016 vastgesteld door de Regioraad van de Stadsregio Amsterdam en is daarmee beleid van en voor alle 15 gemeenten van de Stadsregio (thans: Vervoerregio Amsterdam). Met dit beleid spreken de gemeenten af zich te richten op het tegengaan van leegstand en op het behoud van hun fijnmazige winkelstructuur, zodat bewoners op aanvaardbare afstand in hun eigen buurt of wijk de meeste van hun (dagelijkse) boodschappen kunnen blijven doen. De ontwikkelingen op de vaak grootschalige perifere locaties vragen daarbij extra aandacht. De leegstand is daar het grootst en bij gevolg ook de verleiding om daar allerlei andere vormen van detailhandel toe te staan. Maar dat kan verstrekkende gevolgen hebben voor de winkelstructuur in de aanpalende buurten en wijken, ook die van de buurgemeenten. Terughoudendheid is daar op zijn plaats. Maar detailhandel is niet alleen het behouden wat er is, het is ook ruimte geven aan nieuwe ontwikkelingen, aan nieuwe concepten en winkelformules. Detailhandel is daarmee een balanceeract tussen ruimte geven en reguleren. Het regionaal detailhandelsbeleid dient meerdere doelen. Allereerst is het een leidraad voor de gemeenten van de Stadsregio voor hun eigen gemeentelijke detailhandelsbeleid. Zuinig ruimtegebruik staat daarbij voorop.

Het detailhandelsbeleid van de regio gaat daarom ook met name over de ruimtelijke aspecten ervan. Door het vaststellen van gemeenschappelijke uitgangspunten wordt er tussen de

bestemmingsplan_Sloterdijk Kavel 9 (vastgesteld)

blz. 29

gemeenten onderling een eenduidig en gelijk speelveld gecreëerd. Gemeenten, consumenten én bedrijfsleven weten dan allemaal waar ze aan toe zijn. Uitgangspunten van het regionale detailhandelsbeleid De Stadsregio Amsterdam heeft in het kader van het regionale detailhandelsbeleid de volgende (voor dit bestemmingsplan relevante) uitgangspunten vastgesteld: 1. Inwoners van de Stadsregio Amsterdam moeten op aanvaardbare afstand hun (dagelijkse) boodschappen kunnen doen (fijnmazige detailhandelsstructuur); 2. Het beleid is er op gericht om vraag en aanbod in evenwicht te brengen in de (fysieke) retailsector; 3. Detailhandelsvestigingen zijn louter gevestigd in verstedelijkt of nog te verstedelijken gebied: passend in de structuur van de hoofdwinkel-, stadsdeel- of wijkcentra, alsook op specifiek benoemde locaties op bedrijventerreinen. Solitaire vestigingen buiten en binnen woongebieden zijn uitgesloten; 4. Nieuwe ontwikkelingen: a. moeten de huidige structuur versterken; b. die ruimtegebrek vergen, zijn alleen mogelijk als de ontwikkeling niet op een bestaande winkellocatie mogelijk is; c. moeten duidelijkheid geven over de impact van de ontwikkelingen op de lokale en regionale winkelstructuur; 5. Clustering van detailhandel is een leidend principe, al dan niet met andere commerciële en/of maatschappelijke voorzieningen; 6.

Gemeenten streven ernaar om leegstand zoveel als mogelijk te voorkomen. Nieuwe initiatieven worden daarom altijd bekeken en beoordeeld vanuit het principe 'nieuw voor oud'. Dat wil zeggen dat eventuele nieuwe initiatieven en uitbreiding van bestaand winkelareaal gepaard gaan met maatregelen om de bestemming detailhandel elders te beperken. Door proactief beleid werken gemeenten aan voorzienbaarheid, zodat planschade voorkomen kan worden bij het daadwerkelijk verminderen van het aantal m2 detailhandel; 7. Gemeenten moeten (ook in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking) goed beschrijven wat de regionale behoefte is van de winkelplannen die voorzien zijn; 8. Gemeenten kunnen via het bestemmingsplan aanvullende eisen voor branchering stellen. Dit dient op ruimtelijke aspecten gebaseerd te zijn; Met de uitgangspunten uit het detailhandelsbeleid is in het bestemmingsplan rekening gehouden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet enkel in maximaal 150 m2 bvo aan detailhandel in de plint van de publieke parkeergarage. In paragraaf 4.3 wordt de behoefte aan detailhandel in relatie tot de functies in het bestemmingsplan beschreven. 3.3.3

Mobiliteitsbeleid

3.3.3.1 Regionaal Verkeer en Vervoerplan Het Regionaal Verkeer en Vervoerplan (RVVP) is in december 2004 vastgesteld door de Regioraad en opgesteld in samenwerking met de zestien gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam. De gezamenlijke ambitie is een gezonde en gedifferentieerde economie met internationale concurrentiekracht, het bieden van een goed sociaal klimaat voor inwoners en het zorgen voor een duurzame leefomgeving. De mobiliteitsgroei is hierbij een gegeven. Deze groei moet wel worden opgevangen om voldoende recht te doen aan de geformuleerde ambities maar mag niet leiden tot onbereikbaarheid en aantasting van de leefbaarheid. Beleid is noodzakelijk om niet alleen de bereikbaarheidsproblemen op te lossen maar ook om de veiligheid en leefbaarheid te waarborgen.

Gemeente Amsterdam

blz. 30

Het RVVP gaat uit van een samenhangende aanpak van de bereikbaarheidsproblemen. Er wordt ingezet op het benutten van de sterke kanten van het bestaande aanbod van openbaar vervoer (OV) en wegcapaciteit, maar het kan niet zonder uitbreiding van deze capaciteit en verdere beïnvloeding van de vraag naar mobiliteit. Goed samenspel tussen ruimtelijke ontwikkelingen en verkeer en vervoer is noodzakelijk. Jaarlijks wordt voor het RVVP een uitvoeringsprogramma opgesteld en iedere twee jaar wordt het beleidskader geëvalueerd. Met de uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd is in het bestemmingsplan rekening gehouden. In paragraaf 6.2 wordt verder ingegaan op het aspect bereikbaarheid. 3.3.3.2 Regionale OV-visie 2010-2030 van de Stadsregio Amsterdam De OV-Visie 2010-2030 is samen met gemeenten van de Stadsregio Amsterdam (thans Vervoerregio Amsterdam), aangrenzende overheden, maatschappelijke organisaties (reizigersverenigingen) en vervoerbedrijven ontwikkeld en op 24 juni 2008 vastgesteld door de Regioraad. Het aanleggen van grootschalige infrastructuur vraagt een lange voorbereidingstijd. Daarom is een visie nodig voor de langere termijn. Op basis van de visie wordt ook een investeringsstrategie gemaakt. Met de visie kunnen juiste en toekomstbestendige keuzes worden gemaakt in de aanleg of aanpassingen van het OV-netwerk in de regio.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Amsterdam 2050 'Een menselijke metropool'

Algemeen De Omgevingsvisie van de gemeente Amsterdam is op 8 juli 2021 vastgesteld en dient als leidraad voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Amsterdam is de kernstad van een snelgroeiende metropoolregio. Groei en transitieopgaven vragen in toenemende mate om samenwerking op regionale en landelijke schaal. Tegelijk is de kwaliteit van de directe leefomgeving juist belangrijker geworden. De opgestelde Omgevingsvisie moet handvatten bieden voor het opereren in het spanningsveld tussen grote en kleine schaal, tussen beleid voor de korte termijn en keuzes en grote investeringen voor de lange termijn, tussen de noodzaak ruimtelijk richting te geven en de wens tegelijk ruimte te bieden aan initiatieven uit de samenleving. Ruimtelijk-programmatisch kader De groei van Amsterdam wordt mogelijk gemaakt binnen de huidige stadsgrenzen. Aan de hand van vier buurttypen is de opgave tot verdichting ten behoeve van wonen en werken vorm gegeven. De projectlocatie Kavel 9 valt in deze systematiek binnen de kaders van een 'hoogstedelijke buurt'. Dit betreft de ontwikkeling van woonbuurten met een hoogstedelijke dichtheid en meer ruimte voor niet-wonen. Groen krijgt een plek in de straten, buurtparkjes en grote stadsparken.

Maatschappelijke voorzieningen, ruimte voor nutsvoorzieningen, groen en sport zijn naast ruimte voor wonen en werken onderdeel van de opgave voor de ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12402896/1